Bezoek

Morgen, vrijdag de 13e rond 18:00, landt een toestel van Transavia met aan boord Angelique, Danny, vriendin Erika en de moeder van Teunis. Voor het eerst sinds september vorig jaar heb ik weer familie op bezoek, en aan Angelique en Danny de eer om als eerste gasten te verblijven in het huisje. Teunis’ moeder verblijft bij mij in huis, terwijl Erika op tien minuten lopen in een kleine studio verblijft.

Ze komen voor een weekje vakantie, om te zien wat er van de plannen terecht is gekomen, maar ook voor een moeilijk moment: het laatste afscheid van Teunis op Montaña Matos. Oorspronkelijk zouden mijn ouders ook zijn gekomen en zouden zij als eersten verblijven in het huisje, maar een plotselinge achteruitgang in de gezondheid van mijn vader maakte dat helaas niet mogelijk.

Het is de laatste weken toch behoorlijk wat werk geweest om het huisje helemaal “af” te krijgen, maar het is gelukt. Op de stroomaansluiting na dan, daarover zo dadelijk meer. Eerst een sfeerimpressie:

 

Die stroomaansluiting dan. Dat is een project dat inmiddels veertien maanden loopt. De voortgang van de afgelopen anderhalve maand is dat er een gat is gegraven voor de paal (in eerste instantie niet diep genoeg) en dat enkele weken later dan toch echt de paal zelf is geplaatst. Het was, al met al, zo gepiept.

 

Het uiteinde van “mijn” stroomkabel raakt nu bijna het punt waarop hij aangesloten zal worden op het stroomnetwerk van Unelco. Het zijn echt luttele centimeters, maar er is me verteld dat dit echt nog weken tot maanden kan gaan duren. Voor een deel is dit te wijten aan bureaucratie (het bouwproject moet formeel worden afgerond en daar komt veel papierwerk bij kijken) en voor een deel zijn het de herstelwerkzaamheden na de vulkaanuitbarsting die uiteraard voorrang krijgen. Wordt vervolgd dus…

In de tussentijd, als je het geen punt vindt om rekening met elkaar te houden als je wilt koken, kun je het huisje hier reserveren.

Van start!

De container en het bouwafval zijn weg… ik beschik over razendsnel glasvezelinternet en zit er warmpjes bij… er is een mooi pad aangelegd tussen het grote huis en de schuur… de tuin voor het kleine huis is af… en de lista de puntos (de lijst van nog af te ronden zaken waarmee ik aannemer Óscar steeds achter de vodden zit) is geslonken tot een acceptabele tien punten.

 

Eigenlijk staat er op die lijst nog maar één punt dat echt belangrijk is, en dat is de stroomaansluiting. Een karwei van niets, maar ja, electriciëns zijn momenteel schaars omdat er door de vulkaan veel herstelwerk gedaan moet worden. En dus is het wachten tot er één tussen z’n andere klussen door tijd over heeft. Daarna is er nog het papierwerk dat nodig is voordat de netwerkbeheerder de schakelaar wil omzetten en er daadwerkelijk stroom beschikbaar komt. Daar heeft men enkele maanden voor nodig, is me verteld.

 

Wel is het kleine huis inmiddels aangesloten op de oude stroomaansluiting. Samen delen de huisjes een aansluiting van 3,5 kilowatt, genoeg om beide huizen te verlichten en te verwarmen, of om op twee plaatsen tegelijk een wasje weg te draaien, maar onvoldoende om in beide huizen tegelijkertijd te koken. Als dat zou gebeuren dan gaat gegarandeerd de veiligheidsschakelaar om en zitten we (even) met z’n allen in het donker. Als je daar wat afspraken met elkaar over zou kunnen maken dan is het eigenlijk best te doen, maar ja, zoiets ga je niet aan een willekeurige vreemde vragen die in je huisje verblijft.

 

Dit gegeven kwam bovenop een overweging waarmee ik al een tijdje rond liep: ik wil niet langer wachten met de verhuur, maar ik wil ook niet direct gaan verhuren aan iedereen. Ik wil starten met een overgangsperiode van een paar maanden waarin ik alleen verhuur aan bekenden. Dat geeft me ruimte om nog wat zaken af te ronden, puntjes op de i te zetten en het vak van gastheer te leren. En met de  gedeelde oude stroomaansluiting kan het eigenlijk best, als je dus maar die kook-afspraken maakt (of lekker uit eten gaat, of met mij mee-eet). De afgelopen weken ben ik daarom begonnen met het bij elkaar sprokkelen van de kleine inventaris. Daar heb ik nog twee weken voor nodig. Daarna krijgt het huisje een grote schoonmaakbeurt en is het klaar voor de verhuur. De datum? Vrijdag 15 april!

 

Dus heb je interesse om vanaf 15 april in het huis te verblijven, stuur me dan een bericht via de pagina “Reserveren” 🙂

Kris-kras

Ik heb eigenlijk niet zo vreselijk veel te melden over de afgelopen weken, daarom duurde het ook wat langer voordat ik de besissing nam om toch maar wat te schrijven. De leidraad van dit kris-krasverhaal bestaat uit de foto’s die ik vond op mijn telefoon.

 

Om te beginnen zit ik er tegenwoordig warmpjes bij. Teunis en ik hebben ooit besloten dat we geen houtkachels wilden plaatsen in onze huizen; de (slecht gestookte) kachels in de directe omgeving geven rook en stank genoeg. We kozen voor verwarming via een airconditioning die ook verwarmen kan. Het geeft binnenshuis een zacht geruis en verder is met één druk op de knop de temperatuur ingesteld, heerlijk. Ik heb uitgerekend dat het ongeveer een euro per dag aan energie kost, en dat gedurende hooguit drie maanden per jaar. Nu is dat nog fossiele energie, hopelijk wordt het ooit energie van eigen zonnepanelen. Maar daarvoor is het nu nog te vroeg; eerst maar eens het huisje verhuur-klaar krijgen.

 

Naast de schuur moest een reservetank voor drinkwater geplaatst worden. Eén van de vele regels die worden gesteld aan huizen voor toeristische verhuur. De architect had bepaald dat het reservoir drie kubieke meter groot moest zijn, enorm groot en zwaar dus. En omdat al dat drinkwater in de zon bederft, moest er een schuurtje omheen gebouwd worden. Om van de nood een deugd te maken, liet ik voor relatief weinig geld dat schuurtje wat groter maken zodat ik nu één grote schuur heb; links het oude stuk (dat al uit twee delen bestond) en rechts het nieuwe. Eindelijk heb ik nu genoeg ruimte om alle finca-apparatuur te stallen.

 

Het kleine huisje, dat nog steeds bijna (met nadruk op ‘bijna’) klaar is, heeft inmiddels een naam gekregen, Los Cernícalos (de torenvalkjes). Net als Las Andoriñas (de boerenzwaluwen), de naam van het grote huis, hebben Teunis en ik die naam nog samen bedacht. We vonden de namen passend omdat we deze twee vogels regelmatig op de finca kunnen zien.

 

En weer een kleine mijlpaal. De container van aannemer Óscar is door hem opgehaald. We hebben er dankbaar gebruik van gemaakt, hij is lange tijd de opslagplaats geweest van de volledige inboedel van beide huizen. Op de eerste foto zie je de geïmproviseerde dakbedekking bestaande uit landbouwzeil, betonblokken, pallets en tegels, want hij is zo lek als een mandje… Het was een aardig spektakel om te zien hoe hij werd opgetakeld en op de vrachwagen geplaatst. De chauffeur was een goede die ondanks zijn hoge en brede lading geen enkele dennenboom langs het pad beschadigd heeft.

 

De winter is tot nu een afwisseling geweest van warme weken met veel zon, en gure weken met veel wind, regen en lage temperaturen. De tuin en boomgaard varen er wel bij; in de tuin staat de jasmijn in bloei (ruikt héérlijk) en in de boomgaard bloeien de sinaasappelbomen. Ik heb dit jaar veel sinaasappels verloren door de wind, desondanks denk ik dat ik een aardige oogst zal hebben. Ook het onkruid schiet de grond uit, vooral het lantaarnpaalkruid doet het langs de Camino de Pinto goed, blijkbaar dankzij een Europese subsidie. Het zijn ultramoderne palen, met ledverlichting werkend op zonne-energie en een bewegingssensor zodat ze alleen aanspringen als je er net voorbij bent 😉

 

Als uitsmijter enkele foto’s die ik genomen heb tijdens een middagje kijken op de Montaña de la Laguna, een heuvel die in het gebied ligt waar de lava heeft gestroomd. De stroom lijkt hier middenin een weiland tot stilstand gekomen. Eenmaal op de top van de heuvel zie je de desolate zwarte vlakte in zijn volledige omvang, de dader nog steeds nawalmend in de verte…

Almendros en Flor

De amandelbomen staan in bloei en ondanks het wat koele weer voelt het meteen alsof het in Puntagorda en buurdorp Las Tricias weer lente is geworden. Almendros en Flor is trouwens de naam van het feest dat (voor Corona) in Puntagorda werd gevierd om de bloesemtijd van de amandelbomen te vieren. Ik hoop dat het volgend jaar weer gewoon kan plaatsvinden.

 

Amandelbomen zijn eigenlijk heel bescheiden boompjes. Ze zien er niet bijzonder uit, eerder als dor kreupelhout, maar in het voorjaar laten ze zich van hun beste kant zien. Vandaag heb ik ommetje gemaakt in Las Tricias en wat foto’s gemaakt. Misschien hangt een van deze foto’s straks ingelijst in het huurhuisje.

 

Wat dat laatste betreft: Óscar is opnieuw lekker opgeschoten. Hij rekent erop dat Jorge en Angel in de loop van deze week klaar zullen zijn. Dan resteren alleen nog de airco’s (niet voor verkoeling maar voor verwarming bedoeld) en de elektrische installatie. Maar zoals altijd: vamos a ver.

Het wordt al wat

Deze week zijn Óscar en zijn mannen weer aan de slag gegaan en, het moet gezegd worden, ze zijn aardig opgeschoten. Ik had een lange lijst gemaakt met zaken die nog gedaan moesten worden of beter afgewerkt, en ik kan inmiddels aardig wat afstrepen. Ik moest zelf ook hoognodig aan de slag, en ook dat is redelijk gelukt.

Eén van de dingen die ik heb gedaan, is het leeghalen van de container.  Eindelijk kunnen de meubels die Teunis en ik in de zomer van 2018 via Marktplaats bij elkaar hebben gezocht het daglicht weer zien. Ik ben er aan alle kanten langs gelopen en ik denk dat we ze goed hebben uitgekozen. Tegelijk was het ook weer even een lastig momentje, ik had dit zó graag samen gedaan…

 

Jacques en Francis hebben intussen een mooie tuin ingericht. Onderhoudsarm en met veel inheemse planten, zoals ze me in hun eigen tuin hadden laten zien. De planten zijn nog klein en ze moeten nog aanslaan, maar ik kan me al aardig voorstellen hoe het worden gaat. Ik ben er blij mee.

 

Ik denk dat Óscar, als hij in dit tempo doorgaat, zo rond het einde van de maand klaar kan zijn. Dan blijft alleen de stroomaansluiting nog over. Er moet nog een paal worden geplaatst, en dan kan de aansluiting met het bestaande netwerk worden gemaakt. Vervolgens moet Unelco, de netwerkbeheerder, de zaak komen controleren alvorens de aansluiting in gebruik kan worden genomen. Dat kan helaas een zaak van lange adem worden. We gaan het wederom zien.

Tot het zover is, kan ik me alvast bezighouden met het inrichten van het huis. Het is tijd om de eierdopjes te gaan bestellen!

En deze zonsondergang is weliswaar al even geleden (25 december) maar ik wil hem hier toch nog laten zien.

 

Pico Bejenado

Teunis en ik hebben de wandeling naar Pico Bejenado heel wat jaren geleden tijdens een vakantie al eens gemaakt. Toen hadden we de pech dat bovenop de top een groepje mensen in een heftige discussie was verwikkeld. Even genieten van de stilte en het uitzicht zat er daardoor niet in. Na drie kwartier hopen dat ze zouden vertrekken, gaven we het op en zijn we maar weer afgedaald. Ik heb dat altijd jammer gevonden, want Pico Bejenado ligt op een mooie lokatie met een fantastisch uitzicht rondom op de Caldeira de Taburiente, de Cumbre Nueva, de Cumbre Vieja, de Aridane Vallei en de Barranco de las Angustias. En nu dus ook de nieuwe vulkaan (die waarschijnlijk de naam Tajogaite gaat krijgen).

 

Hans en John hadden de wandeling recent ook gemaakt vanaf vertrekpunt Valencia, om boven op de top aan te komen in dichte mist. Dus ook Hans wilde een herkansing. Samen zijn we vertrokken vanaf vertrekpunt Cumbrecita, dat op zichzelf al een mooi uitzichtpunt is op de Caldeira. Je moet overigens wel reserveren om er met de auto naartoe te mogen.

 

De wandeling is behoorlijk steil (ruim 500 meter klimmen in iets meer dan 4 kilometer) en zeker in het begin gaat het rap omhoog. Maar omdat je vlak langs de rand van de Caldeira de Taburiente loopt, word je steeds getrakteerd op mooie uitzichten.

 

Later tijdens de wandeling loopt het pad wat verder van de caldeirarand vandaan, en komt de Aridanevallei meer in het zicht, wat voor een mooie afwisseling zorgt. Tajogaite was goed zichtbaar tussen de wolken door, en het was duidelijk te zien dat er nog steeds rook en stoom vanaf komt.

 

Op de top waren we niet alleen, maar ditmaal hing er een betere sfeer en viel er dankzij de afwisseling van zon en wolken veel te zien. De wandeling is (ook bergafwaarts) niet bepaald licht, maar zeker de moeite waard.

 

Download file: Pico Bejenado.gpx

Hij slaapt / Er zit weer schot in

Vandaag precies een week geleden liep ik met de honden het avondrondje toen ik richting het zuiden een witte paddestoelwolk zag. Wat krijgen we nu weer met die vulkaan, dacht ik, en ik ben toen doorgelopen naar de Matos om het allemaal wat beter te kunnen zien. Een enorme wolk van stoom en as, die volgens de kranten vijf kilometer hoog moet zijn geweest en die vanaf de andere eilanden (Tenerife, Gomera) te zien moet zijn geweest.

 

Hoe dreigend het er ook uitzag, een week later lijkt het er toch echt een beetje op dat de vulkaan hiermee zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Het is stil geworden. De zuidenwind voert geen as meer mee. De grond rommelt niet meer en ook de “tremor” (het getril dat ontstaat door opstijgend magma) wordt niet meer gemeten. De geologische dienst telt af tot tien dagen (de dag voor kerst) voordat zij de vulkaan voor dood verklaren, en iedereen houdt intussen de adem in.

Tien dagen of niet: we mogen niet te vroeg juichen. In 1949 was de vulkaan San Juan drie hele weken stil alvorens hij op drie nieuwe plekken in alle hevigheid opnieuw uitbarstte. En meetstation LP3, dat het dichtst bij de vulkaan ligt en wel vaker gekke metingen doet, meet sinds vandaag een verhoging van de grond van zes centimeter. Het zou toch niet…?

 

Intussen kan worden begonnen met het opmaken van de schade. Die is echt gigantisch. Vergelijk de foto’s hierboven, hetzelfde gebied vóór en ná de uitbarsting. Eens een levendig dorpje (Todoque), nu een marslandschap. De lava is hier tientallen meters dik. Denk maar niet dat hier in de komende jaren weer gebouwd kan worden… en dit is slechts een klein deel van het gebied dat vernietigd is.

Het slapende monster blijkt intussen ook een (bescheiden) schepper. De eerste strandjes vormen zich al langs de rafelranden waar de lava in zee is gestroomd. In de toekomst is dit misschien de lokatie van kiosko’s zoals die in El Remo, als er tenminste een weg naartoe kan worden aangelegd.

 

Hoe gaat het de komende jaren worden op La Palma? Waar gaan de mensen wonen die hun huizen zijn kwijtgeraakt? Gaan gemeenten als Garafía, Puntagorda en Tijarafe, waar in principe nog grond genoeg is, hun bestemmingsplannen wijzigen zodat er gewoond kan worden in gebieden die tot nu toe voor landbouw zijn gereserveerd? En wat als dat niet gebeurt, waar gaan die mensen dán wonen? Vooralsnog hoor je hier erg weinig over en schieten de prijzen van grond en onroerend goed omhoog. Heel erg treurig voor hen die geen geld of benul hadden voor een goede verzekering en die nu wachten op (karige) compensatie door de overheid.

Intussen zit er op de finca gelukkig weer wat schot in de zaak. Misschien helpt het dat aannemer Óscar op een andere plek eindelijk aan de gang kan ;-). Jorge en Angel, metselaars, blijken onder begeleiding van Fernando heel aardig timmermanswerk te kunnen afleveren. Het grote huis heeft nu, 14 maanden nadat Teunis en ik er kwamen wonen, eindelijk twee mooie veranda’s op de westzijde. Voor de kerst zijn ze klaar; ik kan ze nog net op tijd met lichtjes versieren.

 

Er is ook goed nieuws te melden wat betreft stroom en internet. De kabels zijn gelegd over het terrein van de bovenbuurvrouw, en daarmee zijn we niet langer meer afhankelijk van haar nukken. Het laatste stukje van het traject (zo’n veertig meter) kan nu gegraven worden, en de kabels gelegd tot aan de paal waar ze worden aangesloten op het bestaande net. Óscar is hoopvol en denkt het allemaal in één enkele dag (komende woensdag) voor elkaar te krijgen.

De glasvezelverbinding ligt er ook. Tot aan het schuurtje weliswaar, nog niet tot aan beide huizen. Maar dat zou volgens Óscar ook voor de kerst moeten gaan gebeuren. We gaan het zien. Intussen is het vermoedelijk het enige schuurtje op La Palma dat over een 600mbit-verbinding beschikt. Op de foto zie je trouwens hoe Jorge en Angel de meterkast met cement vastzetten. Het is weer zo’n kleine mijlpaal.

 

De andere foto laat zien dat ook de tuin van het kleine huis vordert. Twee weken geleden heb ik Jacques van Jardin El Paraiso hier in Puntagorda gevraagd of hij me wilde helpen met de tuinaanleg. Hij kwam met een paar goede ideeën. Om te beginnen een muurtje van grote keien om ervoor te zorgen dat de taluds niet verzakken. Dat muurtje is vandaag gemaakt en zie je al op de foto. Daarna gaan we tuin en taluds samen beplanten met diverse soorten agaves, aloës en andere vetplanten. In zijn eigen tuin liet hij me zien welke varianten er allemaal zijn; er staat straks het gehele jaar door wel wat in bloei.

 

Om ervoor te zorgen dat de planten straks niet overwoekerd worden door onkruid, gaan we de grond bedekken met vuistgrote stenen. De planten worden daartussen gezet, waarna met fijn zwart vulkaanzand de kieren worden opgevuld. Zo heb je geen worteldoek nodig en oogt het allemaal wat natuurlijker. Op die manier hoop ik straks een mooie en onderhoudsarme tuin te hebben, die ook een beetje past binnen de boomgaard.

Dit is mijn laatste berichtje in het jaar 2021. Hoewel het gemis groot is en ik me over veel dingen zorgen maak: het gaat goed met me. Aan iedereen die Teunis en mij het afgelopen halve jaar heeft geholpen of er “gewoon” voor ons was: dankjewel!

Heel fijne feestdagen toegewenst, geniet van elkaar en van de gezelligheid, ook al is het door de coronamaatregelen misschien in kleine kring.

Met kleine stapjes vooruit

Vijf weken geleden is het alweer sinds mijn laatste blogpost. Ik had toen net met Hans en John een mooie wandeling gemaakt in het noorden. In de tussentijd ben ik nog een week in Nederland geweest, o.a. voor de verjaardag van Angelique. Het was (heel erg!) fijn om er weer even te zijn, maar ik had eigenlijk te weinig tijd voor mijn familie omdat er nog steeds zoveel geregeld moest worden i.v.m. het overlijden van Teunis. In Nederland lijkt wat dat betreft het meeste geregel wel achter de rug, maar in La Palma moet het eigenlijk nog beginnen. En had ik al verteld dat ik een deeltijdbaan heb gevonden, bij hogeschool Saxion in Enschede? Soms is er een pandemie nodig om in te zien dat werken op afstand misschien niet ideaal, maar best wel mogelijk is.

 

Het reizen tussen La Palma en Nederland is er dankzij de vulkaan niet gemakkelijker op geworden. Omdat El Monstruo (Het Monster; een officiële naam heeft de vulkaan al die tijd nog niet gekregen) met zijn asregens het vliegverkeer regelmatig ontregelt, is het maar de vraag hoe je van het eiland vertrekt (of er weer aankomt). Je vlucht kan zomaar enkele uren van tevoren worden geannuleerd als de wind de verkeerde richting uit waait. Ook de korte vluchten tussen de eilanden vallen regelmatig uit. Dan resteert de veerboot. Die gaat altijd, maar met ruwe zee is het bepaald geen pretje. Vanaf  buur-eiland Tenerife vlieg je dan alsnog op en neer naar Nederland, al dan niet met een tussenstop in Madrid.

Op de foto zie je trouwens hoe de landingsbaan wordt schoongemaakt. De foto komt uit een Duits krantje en de journalist schreef erbij “bijna de hel op aarde”. Het lijkt me geen gezond werk.

 

Elf weken houdt de vulkaan het inmiddels vol. Terwijl de lava steeds weer nieuwe routes zoekt en nieuwe gebieden bedekt, regent het as en zijn er onophoudelijk kleinere en grotere aardbevingen die je tot hier aan toe kunt voelen. Afgelopen vrijdag en zaterdag werd het ineens rustig; zou het misschien…? Maar nee, vandaag opende zich een nieuwe mond en was het gebulder tot in Puntagorda te horen. Het is echt een loodzware beproeving voor de mensen in het Aridanedal. En soms zie je foto’s in de krant die bijna niet te geloven zijn, wat te denken van een nieuwe kratermond die zich in de voortuin van een huis opent? Of een kei zo groot als een vrachtwagen die als gevolg van een aardbeving naar beneden komt rollen? Het ooit zo levendige Puerto Naos? Al sinds het begin van de uitbarsting een spookstadje waar een steeds dikkere aslaag zich op de straten en daken verzamelt.

 

Terug naar huis dus, voor vrolijker berichten. De bouw vordert, zoals altijd, traag maar gestaag. De elektriciteitskabels zijn geplaatst zodat we daarvoor alvast niet meer op het terrein van de bovenbuurvrouw hoeven te zijn. Helaas kwamen de mannen van de glasvezel niet opdagen wegens een foutje bij de verwerking van de aanvraag. Hopelijk komen ze volgende week alsnog… Pas daarna kan het laatste deel van de sleuf worden gegraven tot aan het aansluitpunt op het bestaande netwerk en kan er een moeilijk hoofdstuk worden afgesloten.

Op eigen terrein wordt er gewerkt aan de veranda’s en afdakjes bij beide huizen. Jorge en Angel zijn eigenlijk metselaars, maar met advies van timmerman Fernando (inmiddels met pensioen) zijn ze goed bezig. Langzaam maar zeker ronden ze zo de bouw af, en kan begonnen worden met de laatste details.

 

Ik ben zelf begonnen om een hek te maken langs de rand van het terras van het huurhuisje. Ik wilde iets maken dat landelijk is, dat de rand goed markeert en dat níet uitnodigt om er even flink tegenaan te leunen. Tussen de palen komt daarom een dik koord, maar dat moest nog worden besteld.

 

Inmiddels beginnen zich ook de eerste ideeën voor de inrichting van de tuin van het huisje te vormen. Maar daarover meer in een ander bericht.

Van Santo Domingo naar San Antonio del Monte en weer terug

Vandaag heb ik weer een wandeling gemaakt met Hans en John. Deze keer was ik aan de beurt om de wandeling te kiezen. Ik had mijn zinnen gezet op de wandeling van de Cumbrecita naar Pico Bejenado, maar omdat alle wandelpaden in de El Paso zijn afgesloten vanwege de vulkaansuitbarsting ging dat niet door. Dus werd het mijn tweede optie, een luswandeling vanaf Santo Domingo de Garafía bergopwaarts naar San Antonio del Monte.

 

Ik heb onderweg niet heel veel foto’s gemaakt (het blijft wennen, dat deed Teunis altijd voor me) maar de twee die ik hier toon, laten volgens mij goed zien wat de noordkust nou zo mooi maakt.

 

De wandeling zelf is ook mooi (maar ook weer niet spectaculair) en San Antonio del Monte is een leuke lunchplek. Jaarlijks in juni vindt er een feestelijke veemarkt plaats, van heinde en verre wordt er dan vee naar deze plek gebracht. Stom genoeg heb ik er geen foto’s gemaakt… En nog een tip: in het landbouwmuseum van San Antonio del Monte kun je je bruiloft vieren. Er is parkeergelegenheid genoeg op de aardappelveldjes in de omgeving 😉

 

Download file: Van Santo Domingo naar San Antonio del Monte en weer terug.gpx

Tussen Don Pedro en La Zarza

Afgelopen zondag vroegen Hans en John me mee uit wandelen. Voor mij was het bijna een half jaar geleden dat ik voor het laatst een flinke wandeling had gemaakt (de vijf landschapen wandeling) en ik wist dat beide heren een goede wandelconditie hebben en stevige wandelingen maken. Dus ik had er wel zin in.

Hans had de wandeling ditmaal uitgezocht: startpunt Don Pedro, via een barranco klimmen naar La Zarza, en dan via een bergkam weer terug naar Don Pedro. Al met al 11,5 km wandelen en een hoogteverschil van 700 meter overbruggen, en dat tijdens een calima met zelfs in het noorden nog wat vulkaansmog.

 

De weg naar Don Pedro toe was breed en goed, en in Don Pedro was het gemakkelijk parkeren. Vanaf het startpunt ging het pad meteen rap bergopwaarts, en al snel zaten we in een landschap van boomheide en (iets verderop) van laurierbomen. Onder die bomen was het beschut en heerlijk koel. Normaal ben ik altijd degene die op de telefoon bijhoudt waar we zijn, maar beide heren beschikten over een telefoon met MapOut en ik hoefde daardoor niets te doen 🙂

 

Onderweg vernauwde de barranco zich geleidelijk, en op enkele plekken werden dikke lagen hard basaltgesteente zichtbaar. ‘s Winters baant het regenwater zich hier ongetwijfeld een weg naar beneden via diverse stroompjes en watervalletjes, maar nu stond alles droog.

Na ongeveer vier kilometer wandelen bereikten we een mooie plek, de Caboco Catedral, waar ik onderstaande foto’s maakte. Op deze warme zondag was het hier heerlijk koel en stil.

 

Een dikke kilometer verderop bereikten we het bezoekerscentrum La Zarza, met een klein museum en een archeologische wandelroute. Zittend op de trap voor het museum hebben we hier geluncht, waarna we aan de afdaling begonnen. Die verliep aanvankelijk ook tussen de boomheide, waardoor er rondom nog niet zo heel veel te zien was. Later, na ongeveer 2,5 kilometer afdalen bij het Mirador de Doña Pola, werd pas duidelijk wat de kaart ons al die tijd al vertelde: dat we vlak langs de diepe barranco liepen die Don Pedro scheidt van El Tablado.

 

Helemaal aan het eind van de wandeling, de laatste kilometer, moesten we weer een klein stukje klimmen om weer bij Don Pedro aan te komen. Dat was, ondanks de hitte midden op de dag, prima te doen.

 

Hans beschrijft de wandeling trouwens ook op zijn blog. Het is een mooie wandeling, maar loop hem bij voorkeur in de richting die wij ook hebben gevolgd.

Download file: Tussen Don Pedro en La Zarza.gpx