Na Regen komt…

Het is alweer even geleden, sinds ik het laatste blogpostje schreef. Ik had er even geen zin in. Noem het maar ‘Januari-dip’. Druk met werk. Erg druk met regel- en denkwerk over de financiën en de energievoorziening van onze huisjes. Erg veel tijd kwijt aan een opflakkering van mijn altijd latent aanwezige gameverslaving (urenlang Forest Village, wat kan het leven op een bosrijk eiland dat je helemaal van nul moet volbouwen met middeleeuwse huisjes toch mooi zijn). En toch ook wel een beetje last van de corona-kater. Ruud en ik vinden het absoluut niet fijn, dat het door de covid op dit moment niet mogelijk is om met enige regelmaat heen en weer te reizen naar Nederland. Dat was ooit echt WEL de planning, toen we onze overstap richting La Palma maakten. We moeten ons aanpassen, net als iedereen.

 

Dan was het ook nog triest, nat en koud buiten in de eerste weken van het nieuwe jaar. Onze regenmeter liep vrijwel dagelijks over. De middagtemperaturen kwamen niet boven de veertien graden uit. Da’s nog net geen sneeuw schuiven, maar erg bevorderlijk voor het toch al kwetsbare humeur was het allemaal niet.

De roedel kwam bijna het huis niet uit en ontwikkelde een eigen overlevingstrategie met als motto: ‘Onderga Het’. En zorg dat je het warm houdt.. Moet je net hebben met Münsterlanders. Als onze Münstermonsters niet buiten kunnen rennen en ravotten zijn ze binnen niet te houden en gaat de ongerichte energie gierend en brullend alle kanten op. We hadden het dus binnen gezellig met elkaar, terwijl de regen buiten maar bleef stromen. Zijn we niet gewend op ons zomereiland!

 

Wél leuk is te zien op het fotootje hieronder. Een jonge torenvalk die op ons terras onder de dennenboom dagelijks enige beschutting zocht voor de harde wind en de horizontale regen. Helemaal niet schuw. Ik zie de vogel sindsdien voortdurend terwijl hij aan het jagen is op ons terrein. Afgelopen zaterdag, terwijl ik een beetje tussen de fruitbomen liep, landde de valk op nog geen drie meter van mij vandaan op de grond, om daar een beetje onduidelijk in het gras te gaan pikken. Steeds even naar mij opkijkend en dan weer met de snavel de bodem in. Totaal geen angst. Het was een bijzonder moment.

 

Ik durf het beestje nog geen naam te geven, want de recente geschiedenis hier op het eiland leert dat het meestal slecht afloopt met dieren die een naam van mij krijgen. We blijven hem maar aanduiden als ‘de jonge torenvalk’.

Maar zoals altijd: na regen komt zonneschijn. De weersverbetering kwam wel heel geleidelijk en langzaam.

 

Inmiddels zijn de dagen weer droog en zonnig. Het blijft alleen best koud, met een middagtemperatuur van 16, hooguit 17 graden.

Het goede nieuws is dat de waterreservoirs weer gevuld zijn. Het eiland had deze regenperiode nodig, broodnodig. Mijn favoriete waterreservoir, op een landje op ongeveer 200 meter beneden ons erf, stroomt nu zelfs over. Hoezo zuinig met water doen, vanwege het watertekort? Ook het grootste reservoir op het eiland, bij Barlovento in het noordoosten, is weer redelijk goed gevuld. In november stond deze bak helemaal leeg.

 

Op de veldjes rondom onze boomgaard spoot het groene kruid omhoog. Dagelijks zijn er nu steeds meer bloeiende bloemen te zien. Het is echt lente en het is een feest om af en toe een beetje rond te struinen over de lege graslandjes.

 

Op onze finca is de bloemenpracht alweer voorbij. Ruud heeft eind vorige week alle terrassen gemaaid.

 

Groener dan dat de terassen nu zijn, zal het niet meer worden dit jaar.  We vinden het prachtig. Als de zon schijnt, schitteren de kleuren je tegemoet. De regens en stormen hebben ons wel veel sinaasappels gekost. Bij grote wisselingen van de luchtvochtigheid barsten sinaasappels open, en vallen ze van de boom. Ruud haalt op het moment elke twee dagen zo’n drie tot vier samuro’s (dat zijn manden) van de grond. Gelukkig blijven er nog genoeg vruchten over.

 

Vorige week was het precies een jaar geleden dat Óscar een streep in het zand liet zetten en begon met de bouw van onze huizen.

 

Het Grote Huis is inmiddels zo’n beetje klaar. Maar nog niet helemaal. Het kost ons flink wat moeite om te bewerkstelligen dat ook de laatste afwerkpunten worden uitgevoerd. Ook de beide veranda’s moeten nog worden gemaakt. Die veranda’s hebben we erg gemist tijdens de voorbije regenweken.

Het Eerste Kleine Huis vordert langzaam. Er wordt al een tijd met slechts twee man aan gewerkt. Jorge en Angel werken goed, maar met 2 schiet alles niet op natuurlijk.  Het trage tempo is ook een beetje omdat we op de hypotheek aan het wachten zijn. De aannemer beweegt met onze mogelijkheden mee. Omdat Het Virus nog steeds rondwaart over de wereld, lopen we nauwelijks extra omzet mis door het trage tempo. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat, schrijft de Grote Onbekende Filosoof.  En zo is het.

Het Kleine Huis zag er aan het einde van de vorige week van binnen zó uit. Jorge en Angel vorderen langzaam met het pleisteren van de binnenmuren. Eind maart zal het huis klaar zijn, zo is de bedoeling. Als onze Lieve Heer, het Registro en de Caixabank het willen, kunnen we dan in april starten met de bouw van het Tweede Kleine Huis.

 

 

Over de perikelen rond de voortgang van ons project zal ik binnenkort wat uitgebreider schrijven. Na veel gedoe kregen we toevallig vandaag vanuit twee kanten goede berichten. Althans, daar lijkt het op. Het is altijd maar weer afwachten hoe de hazen uiteindelijk gaan lopen, op ons eilandje. En wanneer ze gaan lopen.

 

Ik sluit maar weer eens af met een zonsondergangfoto. Boven mijn favoriete waterbak.

Now You Are Here; What Do You Do?

Het is nu ruim een maand geleden dat we vanuit het Boeddhahuis verhuisden naar het Grote Huis op onze finca. De tijd vliegt, als je het naar je zin hebt. Maar het heeft echt even geduurd, voordat Ruud en ik het naar ons zin kregen in ons nieuwe onderkomen. Dat was onverwacht. We voelden ons een beetje zoals bij onze favoriete slogan uit de foldertjes van de National Park Service in Amerika uit de tijd dat we die parken nog met enige regelmaat bezochten. Op de kop van de krantjes stond altijd de vetgedrukte volzin ‘Now You Are Here, What Do You Do? Daarna kwamen de suggesties voor als je een halve dag, een hele dag of enkele dagen de tijd had om in het park te verblijven. Wíj hebben nog een heel léven de tijd om op ons eiland te verblijven.

 

We voelden ons een beetje verloren buiten de veilige ommuurde tuin van ons voormalige huurhuis. Waar alles duidelijk, overzichtelijk en tijdelijk was. Met de verhuizing waren we aangekomen op de plaats van bestemming. Er ligt nog zoveel open op deze plek en het is aan ons om daar vorm en inhoud aan te geven, terwijl we daarbij soms erg afhankelijk zijn van De Instanties en Andere Personen. We voelden ons een beetje ontheemd door dat inzicht.

Zo liepen er aanvankelijk bijvoorbeeld voortdurend wandelaars over ons terrein. Vaak vergezeld door los lopende honden. Niet fijn, als je zelf honden hebt en nog geen idee hebt wanneer je kunt beginnen met het afschermen van de boomgaard. Afhankelijk als we hierin zijn van de vervolgplanning van Óscar. Men reed dagelijks op paard dwars door onze avocado’s en keek ons daarbij aanvankelijk aan alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. ‘Zo doen we dat hier altijd’, maar dan in het Duits. Totdat ondergetekende dat misverstand misschien ietwat scherp, maar in elk geval wel heel erg duidelijk, en uiterst beleefd dat dan weer wel,  uit de wereld hielp. Zoiets kost ons moeite.

Onze bovenbuurvrouw stuurde ons vervelende appjes vol met beschuldigingen dat we op haar terrein zouden rond lopen en daar kwalijke dingen zouden  uitvoeren. Appjes vol met vage dreigementen in HOOFDLETTERS. Bovenbuurvrouw woont overigens zelf op Tenerife en heeft geen idee wat er allemaal wel en vooral niet op haar terrein gebeurt.

Na de bouwrush van  rond de oplevering van het Grote Huis viel het activiteitenniveau van de mannen van Edyserca La Palma SL vrijwel volledig stil en leek er een tijd lang geen beweging meer in te krijgen. Er werd tegelijkertijd door het bouwbedrijf flinke druk op ons uitgeoefend om een factuur te betalen, terwijl er nog een waslijst van onafgemaakte werkzaamheden moest worden uitgevoerd en wij er dus nog helemaal niet aan toe waren om te gaan betalen. Er werden bouwvakkers ontslagen die al acht maanden voor ons tot onze volle tevredenheid aan het werk waren. Je gaat je dan afvragen hoe stevig zo’n bouwbedrijf financieel vaart in deze crisistijd.

Dan was er het hopeloze virus, dat ons voortdurend belet om ons oorspronkelijk geplande Tussen-Twee-Landen-In-Bestaan te leiden.

Maar bovenal: Ruud en ik waren verschrikkelijk moe. Moe van het het werk op de finca en het toezien en steeds moeten ‘drukken’ op de bouwwerkzaamheden. Moe van ons werk voor Nederland; onze geplande vakantie in augustus viel ernstig in het water door softwareproblemen bij onze grootste klant, twee dagen voordat onze vakantie zou gaan beginnen. Moe van de verhuizing. Moe van de voortdurende onzekerheid en zorgen over de voortgang en de toekomst van ons Grote Plan in tijden van Corona. Moe van het Coronavirus zelf, dat ons afsnijdt van de contacten met familie en vrienden in Nederland. Moe van alles eigenlijk. We waren ons zelf een beetje voorbij gelopen. Een beetje door eigen schuld en een beetje door de omstandigheden.

 

Maar we hebben ons inmiddels weer wat kunnen ‘herpakken’. We snappen weer wat we hier doen op dit eiland en waarom het, ondanks alles, zo fijn is om hier te zijn. We hebben vooral weer een beetje bij kunnen tanken in onze hoofden. Als je echt moe bent, zie je alles inktzwart, wij wel tenminste. Een beetje rust doet wonderen met je perspectief op hoe de zaken er werkelijk voorstaan.

De bouw van het Eerste Kleine Huis gaat inderdaad niet hard op het moment. We hebben er al wel een goed gesprek met Óscar over gehad en zullen komende woensdag nog zo’n gesprek hebben. Het zal een beetje geven en nemen worden. Daar zitten voor ons nadelen, maar ook voordelen aan. Uiteindelijk houdt alles elkaar wel in evenwicht. Het Covid19-virus  schudt nu eenmaal alles flink door elkaar hier op La Palma, ook al is er op het eiland zelf vrijwel niemand ziek. Daarmee moeten we leren leven. Vorige week is men begonnen met het leggen van de dakpannen. Op onderstaande foto’s zie je hoe ver het huis afgelopen vrijdag gevorderd was. Het zal pas in de loop van  volgend voorjaar klaar zijn. Dan ook pas beginnen we met de bouw van het Tweede Kleine Huis. Op z’n vroegst.

 

We (‘ik’ eigenlijk, de tuin is ‘mijn’ afdeling), we zijn begonnen met het aanleggen van stukjes tuin. De plantenstekken in de ‘proeftuin’ (eerste foto hieronder) doen het prima. Op andere plekken heb ik nu gelijksoortige stekken ingeplant. Na de  regendagen van de afgelopen twee weken, zie je de planten bijna letterlijk groeien. Het is heel bijzonder om dat mee te maken. Sommige plantenstekken spuiten gewoon de grond uit, terwijl ze een hele zomer stil hebben gestaan. De groeiseizoenen zijn hier omgekeerd in vergelijking met wat we van Nederland kennen, leren we hiervan.

 

De boomgaard staat er prima bij. Ruud heeft alles helemaal ‘onder controle’ op het moment. Voor zo lang het duurt, natuurlijk, want de schimmeltjes, luisjes en spinnetjes liggen altijd op de loer om te wachten op hun kans.  Als je erover nadenkt heeft Ruud in een jaar tijd  heel veel geleerd en heel veel gedaan. Natuurlijk is nog niet alles perfect.  Maar de bomen doen het prima, er zijn momenteel geen actieve plagen of ziekten en de combinatie van kale takken en gele bladeren hebben we eveneens achter ons gelaten. Het valt mensen op. Dat is leuk om te horen. We zijn benieuwd of we komend voorjaar ook gaan mee maken dat de fruitopbrengst van de bomen navenant groter zal zijn, of in elk geval van een betere kwaliteit.

 

De doorgang tussen ons terrein en het terrein van boze bovenbuurvrouw  hebben we provisorisch afgesloten. Dat geeft ons vooral psychologisch een hoop rust. En het scheelt toch ook wel flink wat aanloop van  Duitstalige hondenuitlaters uit de buurt op ons terrein (en op het terrein van boze bovenbuurvrouw, die eigenlijk boos was op de Duitse hondenuitlaters en niet op ons, maar dat weet ze niet). Kennelijk beschouwen onze vecino’s de hele wereld als hun speeltuin, zolang er geen groot hek rondom heen staat. Alweer een verklaring voor al die hekken hier op het eiland. Ons touwhekwerkje heeft de ongewenste verkeersstroom gestopt.

 

Vaak kijken we met z’n allen naar de zon die zich  elke dag weer onder dompelt in het zeewater. Daar worden we blij van. Eerst altijd twee van ons en dan ook de andere drie, omdat de baasjes blij zijn.

 

Afgelopen weekend vonden we voor het eerst sinds lang weer de tijd om wat rond  te wandelen op het eiland en te herontdekken waarom we het hier zo leuk vinden. Zaterdag liepen we een korte wandeling onderlangs Tijarafe. De wandelroute heb ik eerder al eens hier beschreven. Daarna: hamburgertje eten en biertje drinken in de zon op het terras van de Kiosko in het centrum van het dorp. In je t-shirtje, begin november! En je mondmasker mag af, zodra er iets op tafel staat…

 

Na de hamburger nog even de honden ophalen en met z’n allen uitwaaien op de top van de Matos, in een heerlijk lome zaterdagnamiddagbries. Zoveel stilte. Zoveel kleuren. Zoveel oceaan. Zoveel ruimte om je heen.

 

Op zondag reden we naar het uitzichtpunt van Miraflores, een heuvel aan de rand van Puntagorda. Vanaf de top van Miraflores kijk je uit over het centrum van het dorp. Men heeft ooit bedacht om op deze top  een astronomisch observatiepunt in te richten. Onder de dennenbomen. Met een mooie lantaarnpaal erbij. Maar wel met hele mooie muurtjes. Vroeger begonnen Ruud en ik vaak onze LaPalma vakanties met een broodje mojo op deze plek. In afwachting van de ‘openingstijd’ van ons vakantiehuisje. Blij en verheugd dat we er weer waren. Fantaserend (maar absoluut nog niet met een plan in ons achterhoofd) hoe het zou zijn, als je op deze plek zou wonen. Bijzonder hoe de dingen kunnen lopen in een mensenleven.

 

Ons eigenlijke doel was niet de heuveltop van Miraflores, maar de nog net iets hogere heuvel direct achter dit uitzichtpunt. Deze heuvel-zonder-naam heeft altijd al tot de verbeelding van Ruud gesproken. Ruud wil altijd naar het hoogste punt, als hij ergens is. Bovendien kijken we tegenwoordig op deze heuvel uit vanaf het terras van het Grote Huis. Het leek er altijd op dat het hoogste punt, de tweede heuvel dus, onbereikbaar is voor wandelaars zonder over privéterreinen te lopen. Vandaag gingen we het toch nog eens proberen. Inmiddels hebben we een Spaanse mond, zodat we de weg kunnen vragen. We leerden dat je vanaf Miraflores kunt doorlopen, en steeds rechts moet aanhouden, tot dat je vlak boven het bouwvalhuisje met het rode dakpannendak een geitenpaadje naar links aantreft. Dat smalle pad leidt naar een veel breder pad dat richting de top van heuvel2 voert, zonder dat je over boerenerf of door boomgaarden en tuinen hoeft te lopen. Het was er mooi. We zagen het dorp Puntagorda in volle glorie onder ons liggen. We zagen door de telelens van de fotocamera ons eigen nietige fincaatje ver weg in de diepte  te midden van al het andere liggen.

Op de heuvelrand aan de horizon zagen we ook het verbrande bos bij Las Tricias en Briestas. Het is altijd weer schrikken als we beseffen hoe dichtbij het vuur is gekomen tijdens de bosbrand van afgelopen augustus. Je kunt de bruine bomen zien als je de voorlaatste foto van het blok hieronder uitvergroot.

 

We besloten om met de auto even te gaan kijken hoe het er nu is. Dat hadden we nog niet eerder gedaan sinds de brand. We schrokken flink. Onze prachtige fietsroute door Briestas en El Castillo richting Santo Domingo, helemaal in de as. Zo’n triest gezicht, want het was hier zo verschrikkelijk groen en mooi met uitbundig bloeiende bloemen. Ook de route van Ruud’s gidswandeling rondom Las Tricias voert nu voor een groot deel langs bruine dennen en verkoold struikgewas. Over drie jaar zal je niet veel meer merken van dit alles. Maar drie jaar duurt nog zo lang…

 

We reden door naar de kust onder Santo Domingo. En daarna weer een hamburger in de zon, dit maal op het terras op het kerkpleintje van Las Tricias. Een vegetarische hamburger uiteraard. Las Tricias is de hoofdstad van het alternatieve, vaak veganistische,  leven op La Palma. Maar echt heel erg lekker. Ik miste de runderinbreng niet op het geheel.

 

Zo’n weekend zonder verplichtingen in de zon doet wonderen. We hadden weer even het vakantiegevoel te pakken. We weten weer waarom we op La Palma zijn 🙂 .

Een Mooi Vooruitzicht…

Nog drie weken wachten, ongeveer. Dan kunnen we bijna elke avond vanaf de stoep achter ons eigen huis, hiernaar kijken. Zonsondergang op zondagavond. Nog steeds een geweldig moment op de dag, vinden wij.

 

Stilte, vervagende kleuren, laagvliegende op insecten jagende zwaluwen, zacht geblaf van verre honden. (Die van ons blaffen niet mee in het zonsondergangskoor, gelukkig.) En vanaf over drie weken ongeveer: nadien NIET terug in de auto naar het Boeddhahuis. Maar gewoon blijven zitten op het terras in het donker. Met een muziekje op het hoofd of vanuit het huis en een biertje erbij…  Een mooi vooruitzicht 🙂

Avocado Glamping

Twee weken geleden alweer, kochten we een nieuwe set van jonge avocado-planten. Om de achterblijvers uit de lichting van vorig najaar te vervangen. We waren erg blij dat we de planten op de kop hadden kunnen tikken. Er is nog steeds veel vraag naar avocado-aanplant. We zouden ze snel gaan inplanten.

 

Maar de calima kwam met nachttemperaturen van tegen de dertig graden en een luchtvochtigheidsgraad van bijna nul. Daarna kwam de zus van Ruud een week lang op bezoek. Daarna volgde er een nieuwe calima, met nog hogere temperaturen dan de voorgaande. En zo werd het ongemerkt twee weken later, en stonden de plantjes nog steeds met hun wortels in zwarte plastic zakken in de wachtstand onder de grote boom achter het Boeddhahuis.

 

Hoe lang kan je wachten met het planten van jonge avocadoplanten? Afgelopen zaterdag en zondag, de calima was er nog steeds met saharatemperaturen en een gortdroge lucht, besloten Ruud en ik dat het genoeg was. In de relatief koelere ochtenduren vervingen we oude, zwakke avocadoplanten voor de nieuwe exemplaren. Op hoop van zegen.

 

Tijdens het uitgraven van de oude planten merkten we dat de grond in de nieuwe terrassen toch wel wat aan de droge kant geworden was. Niet helemaal droog maar aan de droge kant. In combinatie met de hitte krijg je dan onderstaand effect, bij jonge planten met slechts nog een klein wortelstelsel. De bladeren gaan in de lengte krullen. Tegelijkertijd staan de grote avocadobomen en de sinaasappelbomen, die diepere wortels hebben, er prima bij. Ruud paste de hoeveelheid water die we ‘s nachts geven aan en overdag sproeien we met de hand bij. Alleen op de twee terrassen met jonge planten.

 

Op advies van Kakien en (onafhankelijk van elkaar) Jesus, heeft Ruud gisteren voor de nieuw aangeplante boompjes een extra bescherming tegen de zon gemaakt. Jesus is de vierde medewerker van Óscar die gisteren aan ‘het bouwteam’ op de finca is toegevoegd. Hij werkte eerder dit jaar ook al bij ons.

Aanvankelijk kwam Ruud met behulp van een rol bouwlinnen, die op de afvalstapel van de bouwvakkers lag, tot onderstaande oplossing: model ‘Kukluxclan’.

 

Wij zijn alle2 niet zo van die denkrichting. Bovendien had het aanvankelijke model toch wel een wat drukkende en verstikkende werking op de plantjes die beschermd moesten worden. Met behulp van kleine metalen steunstaven, die we nog op voorraad hebben, werd model KKC uitgebouwd tot model ‘Brede Schaduw’. De nieuwe avocado’s kregen zo hun eigen glamping-experience.

Volgens Jesus moeten de schaduwschermpjes tot begin september blijven staan om de avocado’s tegen de zon te beschermen. We hopen dat er tussen nu en begin september geen harde wind op steekt. Begin september? Hey, dan wonen we al op finca! Als we onze aannemer mogen geloven. Oh, happy day!

 

Gisteren aan het einde van de middag trok de hete calima-lucht eindelijk weg van ons deel van het eiland De koelte was na vijf opeenvolgende berehete avonden en nachten meer dan welkom. We werden er blij en vrolijk van.

 

Op het betonnen stoepje van het grote-huis-in-aanbouw genoten we van de koelte en de ondergaande zon. Wat is het toch een prachtplek, denk ik iedere keer weer als ik er zit en om me heen kijk, terwijl het daglicht langzaam uit de wereld trekt.

Sleuven

Zoals aangekondigd en afgesproken, gebeurde er in de voorbije week niet veel aan het grote huis. De mannen van Óscar werkten in het hotel aan de oostkust. Ook Fernando, de timmerman, liet zich de hele week niet zien. Misschien heeft hij ook een hotel aan oostkust?

Op donderdag was er toch opeens leven in de brouwerij en gebeurde datgene waar zowel Ruud als ik al maanden tegenop hadden gezien. Tomás kwam samen met een grondwerker die wij niet kennen de sleuven uitzetten en graven voor de rioleringsbuizen. Ons lieflijke boomgaardje helemaal op de schop…

Op donderdag werd de sleuf van het grote huis naar het betonweggetje gegraven.

 

Op vrijdag groef men de sleuf uit langs het betonweggetje naar beneden, naar de plaats waar de centrale poso en waterzuiveringsinstallatie zal komen.

 

Op vrijdag gebeurde er nog een klein ongelukje en staken we een  irrigatiebuis door die ongezien in de lengte onder het betonweggetje liep. De buis is niet van ons bewateringssysteem of van één van de voorganger-systemen van onze boomgaard.  Ruud is inmiddels handig genoeg om dit zonder ongelukken te repareren. Iemand op een terrein beneden onze boomgaard heeft er niets van gemerkt en niet zonder water gezeten..

 

We zijn blij dat we onze honden als pups het commando ‘wachten’ hebben kunnen aanleren. Ze weten nu dat ‘voorbij de sleuf’ verboden gebied is. Als de baasjes over het gat in de grond heen stappen,  ‘wacht’ je aan de rand totdat ze terug komen.

 

Zonder die kennis waren ze vast tot in het oneindige doorgegaan met het spelletje ‘sleufje-hoppen-randjes-laten-instorten’, dat ze met z’n 3 hadden bedacht.

 

Ruud en ik vinden het helemaal niks dat ons terrein nu open ligt. Maar het hoort erbij. Als troost maar een plaatje van de zonsondergang, gisteravond, aan de voet van het betonweggetje, met mijn rug naar de sleuvenwereld gekeerd.

Llano de las Cuevas

We hadden iets te vieren, dit weekend. Daarom hadden we als plan bedacht om op zaterdag iets te gaan doen wat we alle2 echt heel erg leuk vinden; we zouden naar de top van de Pico Birigoyo gaan wandelen, van waar je het hele eiland kunt overzien. Bij helder weer.

Zodra we in de auto bij El Time de bocht omdraaiden om af te dalen in de Barranco de las Angustias, zagen we dat het beter was om een nieuw plan te maken; de toppen van de Birigoyo en de andere zuidelijke vulkaankegels waren in donkere, grijze wolken gehuld. We besloten te gaan wandelen op de Llano de las Cuevas, de vlakte van De Wolk. Eigenlijk een wandeling die je in het voorjaar moet doen bij oosten- of noordoostenwind. In juni is het op deze vlakte geen voorjaar meer, maar heerst al de droogte van de zomer. En de wind kwam ook al niet uit het oosten. Toch bleek onze b-wandeling van de dag verrassend mooi en afwisselend te zijn.

Ons startpunt was de parkeerplaats van het Centro de Visitantes, het bezoekerscentrum, van het Nationale Park van de Caldeira de Taburiente, even ten oosten van El Paso, aan de LP3.  Van daaruit wandelden we het asfaltweggetje richting de Cumbrecita op, om al heel snel rechts af te slaan en het landschap-met-de-stenen-muurtjes van de Llano de las Cuevas in te wandelen.

 

We liepen tussen de stenen muurtjes door richting het oosten, richting de steile helling van de Cumbre Nueva. Hoe verder je dit landschap inloopt hoe mooier alles wordt. De lelijke prikkeldraadhekken en irrigatiebuizen die je aan het begin van je route nog tegenkomt en waar je dan omheen moet kijken om te zien hoe bijzonder het landschap is, verdwijnen en maken plaats voor steeds meer bloemen, authentieke stenen omheiningen en vergezichten naar de bergen in het noorden, het oosten en het zuiden.

 

Je loopt in het centrum van het eiland, even ten oosten van de vlakte van Los Llanos en El Paso, een van de drukste gebieden van het eiland. Je hoort alleen het gras waaien in de wind. In de verte krijst een buizerd. Er vliegen wat kraaien rond. Af en toe tref je een verdwaald groepje (magere) koeien of een koppel paarden. Verder is er helemaal niemand. Je hebt de vlakte voor jezelf.

 

We liepen over zandweggetjes steeds verder het groen-bruine landschap in tot dat we stuitten op een eerste asfaltweggetje. Dit weggetje staken we over om verder richting de voet van de Cumbre Nueva te lopen. Gelukkig maken de glazen van de nieuwe zonnebril van Ruud een mooie spiegel, zodat ik ook eens een keer in mijn eigen blog te zien ben..

 

Aan de voet van de Cumbre Nueva belandden we op kleine weggetjes die ons door kleine bosjes van kastanjebomen leidden. Kruipdoor, sluipdoor. Leuk. Voor ons een nieuw stukje van La Palma. Het is mooi hier. De kastanjebomen stonden in bloei.

 

Na een klein uurtje (geloof ik) kruisten we een tweede asfaltweg, de Calle Virgen del Pino. We besloten niet verder te klimmen en deze weg noordwaarts te volgen, op weg naar het kerkje dat gewijd is aan diezelfde Virgen del Pino.

 

Na de ommuurde weilandjes, de bloeiende kastanjebomen en de vergezichten over de vlakte, kwamen we aan in het dennenbos waar de Maagd van de Dennenbomen geëerd wordt. Men is lang bezig geweest om het kerkje te restaureren, maar het werk lijkt nu klaar te zijn. Het kerkje straalt de argeloze wandelaar weer tegemoet. Inmiddels waren alle wolken verdwenen. Vanaf het kerkpleintje zagen we hoe de top van de Pico Bejenado lag te baden in het licht van zon.

 

En ook de Pico Birigoyo was weer helemaal vrij van wolken. Achteraf was het niet nodig geweest om deze b-wandeling te doen. Maar dat was achteraf. Bovendien bleek de b-wandeling veel leuker dan gedacht. We nemen hem gewoon op in onze wandelgids.

 

Vanaf het kerkje liepen we over de asfaltweg weer terug naar ons beginpunt op de parkeerplaats van het bezoekercentrum. In totaal een wandelingetje van ik schat iets meer dan vijf kilometer waar we een kleine twee uur over deden.

 

 

Terug in het Boeddhahuis, aten we macaroni met witte wijn erbij in de avondzon. Daarna zagen we vanaf de terrassen van onze finca die zon op een prachtige manier ondergaan in de oceaan.

De eerste dag van ons ‘feestweekend’ was meer dan geslaagd.

 

Download file: Llano de las Cuevas.gpx

Achter het hek

We hadden even ‘coronapauze’ op het blog. Ik had geen zin om berichtjes te schrijven. Teveel gedoe aan ons hoofd door de gevolgen van het Virus. Teveel gedoe aan ons hoofd, over hoe het nu verder moet met ons Grote Plan. Ik had ook  niet zo heel veel tijd voor het blog, trouwens. De afgelopen drie weken waren knetterdruk met het werk in Nederland. Jaarrekeningen. Spoedeisende belastingaangiftes, want vóór 1 april belastingaangifte doen in NL is eerder je geld terug krijgen, als je geld terug krijgt. Accountantscontroles en jaarverantwoordingen over 2019 voor onze klanten uit de zorgsector.  En veel extra werk vanwege de economische steunmaatregelen in Nederland. Het tellen van geld gaat altijd door. Ook in tijden van crisis. Dan tel je hoeveel geld je tekort komt.

 

Nu het gids- en sterrenkijkwerk van Ruud op La Palma stil ligt, en voor de rest van het jaar ook wel stil zal blijven liggen, hebben we besloten dat hij een veel groter deel van zijn tijd zal gaan besteden aan het meewerken in ons administratiekantoor voor Nederland. Ik ben Ruud nu serieus aan het inwerken op ‘boekhouden’. Dat voelt voor ons beiden heel erg vreemd, maar het brengt wel een stuk verlichting voor mij. Want het werd de laatste tijd drukker en drukker op het administratiekantoor. En hoewel we het inkomen goed kunnen gebruiken natuurlijk, is de werkdruk niet leuk meer soms.  Gelukkig maar, eigenlijk. Een luxeprobleem.

 

Zo ziet het uitzicht in gevangenschap eruit. Sinds vier weken (of vijf? – time flies when you’re having fun) geldt in Spanje de noodtoestand en daarmee het verbod om je huis te verlaten voor iets anders dan het doen van de  nodige boodschappen bij de supermarkt (de dichtstbijzijnde..) of het helpen van hulpbehoevenden. De afgelopen twee weken was het ook verboden om naar je werk te gaan.

Hoewel wij een groot huis met een grote tuin eromheen huren, en hoewel ik vrijwel dagelijks een ritje vanuit dat grote huis naar onze finca kan en mag maken, voelen de bepalingen van de noodtoestand als een gevangenis. Niet wandelen tussen de bloemvelden, die juist in deze tijd van het jaar zo mooi zijn. Niet wandelen in de bergen. Niet met de honden op stap in de dennenbossen die boven het dorp liggen. Niet af en toe een terrasje pakken. Niet op bezoek gaan bij mensen, of bezoek ontvangen. Niet naar Nederland kunnen gaan. Het is allemaal noodzakelijk, gegeven de omstandigheden. Maar het voelt als een straf. De bewegingsbeperkingen doen meer met mijn gemoedstoestand dan dat ik aanvankelijk dacht. Als ik het er lastig mee heb, bedenk ik mij altijd maar dat er ook mensen opgesloten zitten op flatjes in Madrid of Barcelona of andere grote Spaanse steden, zonder balkon. Al vier (of vijf?) weken lang. Dan bedenk ik mij dat ik niet zo moet zeuren. Die gedachte helpt.

 

De gele roos op het binnenplaatsje aan de achterzijde van het Boeddhahuis staat in bloei. Als je die bloemen van dichtbij bekijkt, zie je pas hoe prachtig ze zijn en hoe mooi alles in elkaar steekt. Zo moeten mensen lang geleden, in tijden van oorlog, de natuur hebben ervaren. Overal rampspoed en ellende om je heen, maar de natuur gaat gewoon door op zijn eigen weg, in al zijn pracht en praal. Dan valt ‘onze’ coronacrisis nog heel erg mee, eigenlijk. Behalve dan als je op een IC-bed ligt, of ligt te creperen en naar adem ligt te happen in een verpleeghuis, of in een overspannen toestand zorg moet bieden aan de ongelukkigen.

 

Gisteren, eerste Paasdag, hadden Ruud en ik Paasbrunch met mijn moeder. In de avond hadden we een gezamenlijk ‘paasdiner’ met de ouders van Ruud. Het is fijn dat er beeldschermen zijn! Het is fijn dat er internet is. Zonder al die techniek zouden Ruud en ik op ons geïsoleerde eilandje nu echt in ‘een huis aan het einde van de wereld’ wonen, ver weg en afgesneden van onze familie. Microsoft en Google zijn als de moderne ‘postduiven’ van deze tijd  ondanks alle privacybezwaren altijd nog te verkiezen boven de  traditionele postduif of de flessenpost. We hadden het gisteren gezellig, tijdens de maaltijden. Kunnen we vaker doen. Zo brengt Corona je op nieuwe ideeën..

 

Het dagelijkse leven in Coronatijd op La Palma valt ons niet altijd mee. In eerdere blogposts schreef ik het al: ‘Als Ruud en ik dit alles van tevoren hadden geweten, waren we niet uit Nederland vertrokken.’ Maar tegelijkertijd geldt ook dat we nog altijd blij zijn dat we ‘het’ van te voren niet hebben geweten, want dan zouden we hier nu niet zijn, en dat zou eeuwig zonde zijn geweest. Zo voelen Ruud en ik het nog steeds.  Mooie cirkelredenering, vind ik zelf wel.

 

We hebben ons in de afgelopen weken flink achter de oren gekrabt over hoe het nu toch verder moet met onze plannen voor de finca. Bij verschillende aannames kunnen we  scenario’s bedenken over hoe de toekomst van  het toerisme op La Palma er uit zal zien, tijdens en na de coronatijd. Bij elk van die scenario’s kunnen we bedenken wat het financiële effect zal zijn voor de huuropbrengsten van onze toekomstige vakantiehuizen. Het punt is dat we op enig moment dit jaar beslissingen moeten nemen over de bouw van het derde huis onder omstandigheden van grote onzekerheid. Gokken dus. Daarover in een volgende blogpost meer. We zijn er bijna uit..

 

De zon schijnt nog steeds en de oceaan is nog altijd prachtig blauw. Vandaag zijn de mannen van Óscar weer verschenen op de finca om verder te bouwen aan onze huizen. Na twee weken van ‘absolute winterslaap’ (waarvan overigens één week al geplande ‘paasvakantie’ was), mag iedereen tenminste weer werken, vandaag. In Spanje doet men niet aan Tweede Paasdag. In plaats daarvan geldt de week die vooraf gaat aan pasen als een soort van vakantieweek.

 

Zo leven wij ons leventje nu, terwijl de wereld op slot zit. Het is best te doen allemaal, vooralsnog, in ons geval. Maar wel een leven Achter-het-Hek. Ik voel me opgesloten en dat voelt niet fijn.

Voor iedereen die we nog niet gesproken hebben: ondanks alles, Vrolijk Pasen! Volhouden en gezond proberen te blijven!

Pracht en Praal.

De avond viel weer prachtig, vanavond. Ik liep, zoals bijna elke dag, tegen het vallen van de avond mijn rondje over de boomgaard. De zonsondergang was machtig mooi om te zien.

 

Als je dit blog bekijkt vanachter een laptop of pc, moet je voor de grap bovenstaande foto eens maximaal uitvergroten, door er op te klikken en dan de vergroting op maximaal te zetten. Dan zie je pas echt hoe mooi het was.

Tegelijkertijd stond Ruud op de Llano del Jable zijn telescoop op te zetten voor een avondje ‘stargazing’ met toeristen. Hij maakte deze prachtige foto, een klein half uurtje na de mijne. Met zijn iphone.

 

En hij maakte deze foto. Je kunt Venus zien.

 

De dag eindigde zo weer eens  in pracht en praal. Daar word je vrolijk van, na een doordeweekse werkdag.  Het is nog steeds zo fijn om op La Palma te zijn…

Intussen in de boomgaard

Alle aandacht gaat op dit moment natuurlijk uit naar de bouw van het eerste huis. Er ligt een fundament. Er komen muren omhoog. Het huis krijgt vorm. Dat is bijzonder om mee te maken. Daarbij kennelijk ook leuk om over te lezen, want de bezoekersaantallen van ons blog schieten omhoog. En daar zit geen Chinees bij, deze keer.

Maar intussen gebeurt er van alles in de boomgaard dat minstens net zo belangrijk is voor ons grotere plan. Ruud heeft er min of meer een dagtaak aan om grip te krijgen op de fruitbomen. Want wát moet je wánneer doen om ervoor te zorgen dat die bomen (weer) in vorm komen? Verzin het maar. En vervolgens: dóe het dan ook maar… Mucho trabajo! Veel werk! Met het hoofd en met de handen.

Anderhalve week geleden hebben we onze eerste twee manden met sinaasappels van dit seizoen naar Erwin gebracht. Erwin is  de fruithandelaar in het dorp. De meeste sinaasappels op onze boomgaard zijn pas klaar voor de pluk vanaf eind maart / begin april. Maar we hebben een paar bomen staan met vroege ‘navelinas’.  Die kunnen we nu al beetje bij beetje leeg plukken. Voor ons zelf en dus nu ook voor Erwin en daarmee voor onze zwarte pizza-kas.

 

We leerden Marc kennen. Marc is een Zwitser van tegen de zeventig die al zo’n twintig jaar heen en weer reist tussen zijn vaderland en Puntagorda. Ongeveer honderd meter boven ons, ca 750 meter loopafstand, bezit hij een finca vol met allerlei soorten citrusbomen. Het telen van citrusvruchten is zijn grote passie. Ruud is er op bezoek geweest en keek er zijn ogen uit. Zo mooi als alles erbij stond. Kom daar bij ons maar eens om, op Finca Kreupelhout…  Marc weet alles van citrusbomen. Hij kan er hele avonden over vertellen. Ruud heeft al veel van hem geleerd. Marc is van mening dat we ons zelf de tijd moeten gunnen met onze bomen. Minstens drie jaar voordat alles er een beetje bij staat, zoals we voor ogen hebben. Gezond, met blad, zonder ziekten en veel vruchten dragend.

De kennis van Marc moeten we nu gaan toepassen. We begonnen maar met de schaartjes. Op voorspraak van Marc kochten we  via het internet bij een bedrijf in Murcia onderstaande oogstschaartjes. Zo’n internetbestelling gaat niet helemaal vanzelf op ons Lente-Eiland. Met name de afhandeling in het plaatselijke postkantoor is nog wel eens een dingetje. Vergeet het Nederlandse ‘vóór 22.00u besteld = de volgende dag bezorgd aan huis’. Vertaal dit ongeveer naar ‘als je zo dapper-en-moedig bent om over het internet bij ons iets te bestellen, komt het bestelde op een dag tóch nog bij je thuis.’ Mits je het pakketje zélf gaat ophalen bij het postkantoor en mits je er rekening mee houdt dat je voor het afhalen van één internetpakketje ongeveer vier bezoekjes aan het postkantoor nodig hebt. En een NIEnummer. Alle vier de keren dat je er bent.  En een zonnig humeur. Ook alle vier de keren dat je er bent. Alles went. Het valt ons eerlijk gezegd al heel erg mee dat we op La Palma gewoon spullen via het internet kunnen blijven bestellen. Dat hadden we niet verwacht, toen we hier naar toe kwamen. Ruud is er echter maar druk mee. Zaken die in Nederland vanzelfsprekend lijken te zijn, en weinig van je tijd in beslag nemen, kosten hier soms de helft van je werkdag en godallejezus veel geduld en relativeringsvermogen. Ruud krijgt er rimpels van.. Maar.  We zijn dan toch de trotse bezitters van twee oogstschaartjes uit Murcia.

 

Hieronder zie je een sinaasappel waar Marc wel een beetje van schrok, toen hij met Ruud onze sinaasappelterassen inspecteerde. De vlekjes op deze sinaasappel zijn geen vlekjes maar hele kleine beestjes. Ze zitten in de sinaasappelbomen in de uiterste noordoosthoek van onze boomgaard. De bomen daar zijn kaal aan het worden. We wisten niet goed hoe dat kwam, en wat we ermee moesten. Nu weten we dat dus wél. Op de tweede foto zie je een sterk vergrote afbeelding van de beestjes, afkomstig van een internetbron. Serpeta Fina. De diertjes vreten de boom van binnen uit op en vernietigen zo de hele boom, als ze niet met grof geweld worden bestreden. Bomen waar de beestjes hun gang konden gaan, zien er nu uit als op de onderste foto van het blokje hieronder. Organische bestrijdingsmiddelen helpen niet tegen Serpeta Fina. We zijn daarom gedwongen om op de sinaasappelterrassen nog een keer met een breedspectrum systeemgif te gaan spuiten. Dat systemisch gif is  niet alleen dodelijk voor de serpeta, maar ook voor alle andere insecten rond de fruitbomen. We willen het  dus eigenlijk niet, maar kregen dringend advies toch maar te gaan spuiten. Om te voorkomen dat het huidige kreupelhout op onze finca straks alleen nog brandhout kan zijn. Dat advies volgen we op.

Kakien gaat het gif voor ons kopen. Je hebt op La Palma namelijk een carnet, een vergunning,  nodig om landbouwgif te kunnen kopen en te gebruiken. Om dat carnet te krijgen moet je eerst  een cursus volgen en een examen afleggen. In het Spaans, uiteraard. Dat is nu nog nét een brug te ver voor Ruud. (Maar dat duurt niet lang meer, denk ik, want Ruud gaat heel goed in het Spaans). Kakien zal de citrusbomen komende zaterdag voor ons onderhanden  nemen.

De bomen laten in maart hun oude bladeren vallen, om eerst bloesems en daarna nieuw blad aan te maken. De nieuwe bladeren zouden gezond moeten zijn, na de gifsessie met Kakien.  In maart moet Ruud als vervolgactie op de gifspuiterij het nieuwe blad besproeien met jabón potásico (dat is kaliumzeep, biologisch spul) om de komst van  nieuwe Serpeta-diertjes in de kiem te smoren. Ze stikken in een zeeplaag op de blaadjes, is de bedoeling.

 

 

Inmiddels is Ruud ook begonnen om op advies van Marc de sinaasappelbomen systematisch van mest te voorzien. Maandelijks krijgen ze nu bladmest (stikstof) en per boom 200g mestkorrels met daarin stikstof, fosfor en kalium. Veel bomen hadden lichtgroene of geelachtige bladeren. Donkergroen blad betekent dat ze gezond zijn. Het licht gekleurde blad duidde op een tekort aan meststoffen, volgens Marc. Je moet veel leren als je zo dom bent om een boomgaard vol met sinaasappelbomen te kopen, zonder enige kennis van zaken over hoe je die bomen in leven houdt. Het is fijn dat er mensen in het dorp rondlopen die ongevraagd behulpzaam willen zijn. Het is leuk om al deze materie beetje bij beetje onder de knie te krijgen.

Zo’n zelfde verhaal hebben we te vertellen over de avocado’s. Ruud en ik hebben  dan wel een stuk of zeventig van die bomen aangeplant, maar wat weten wij, kantoorkneuters uit Nederland, nou goedbeschouwd van avocado’s? We zijn daarom lid geworden van een landbouwcoöperatie die gespecialiseerd is in de teelt van de groene vettige vrucht met de dikke pit in het hart. Cocampa is de naam van de coöperatie. Het idee is dat je (te zijner tijd, in ons geval) de vruchten via Cocampa verkoopt en daarbij een percentage van de opbrengst afstaat aan de vereniging. In ruil daarvoor krijg je ondersteuning en advies over hoe je de opbrengst van je bomen zo maximaal mogelijk kunt laten zijn. Dat advies hebben we hard nodig. No sabemos nada.. We weten van niets. ‘You know nothing, John Snow’, dat is het gevoel…

 

De adviseur die namens Cocampa de leden van de coöperatie in Puntagorda bezoekt en met advies bijstaat heet Oswaldo. In de afgelopen twee weken heeft hij twee keer een bezoek gebracht aan Ruud en de finca. Bij elkaar heeft hij er wel een paar uur rond gelopen en Ruud over veel dingen bijgepraat. Oswaldo vond dat we het niet slecht hadden gedaan met de aanplant van de avocado’s en de wijze waarop Ruud de beregening had aangelegd. De jonge planten staan er over het algemeen goed bij, ondanks dat we erg laat waren met het inplanten vorig jaar. Da’s toch wel fijn om te horen, soms. Want, we doen maar wat, met al onze goede bedoelingen. Op basis van bodemmonsters die Oswaldo heeft genomen op de avocado-terassen, zal hij binnenkort een bemestingsschema naar ons sturen. We ontvangen daarnaast nog een schema om veel voorkomende ziekten preventief te bestrijden. Dat is nou net de informatie die Ruud nodig heeft, want verzin het allemaal maar eens als Hollander zonder landbouwachtergrond in een vreemd land. Internet is ook niet alles.

Vorige week heeft Ruud de druppelslangen rond de kleine plantjes aangelegd. Het is de bedoeling dat we nu stoppen met het handmatig water geven. De wortels van de planten moeten de druppelslangen gaan opzoeken. Dat is even spannend. Een kritisch moment in het leven van een avocadostek. Het is voor ons harstikke moeilijk om te bepalen of een plantje er slap bij hangt omdat het teveel of te weinig water heeft gekregen op een bepaald moment. Daar moeten we nog gevoel voor gaan krijgen, moeten we nog leren.

 

De jonge aanplant heeft het zwaar gehad in december en januari. Het was op de meeste dagen eigenlijk te koud voor avocadobabies in de volle grond en veel van het jonge blad werd verscheurd door de harde wind. Toen we rond de kerst een week in Nederland waren, was het juist weer onverwacht en onaangekondigd erg warm op het eiland. De plantjes kregen een tik omdat ze te weinig water van ons hadden gekregen, voordat we naar NL vertrokken. Sinds een week of twee is het opnieuw warmer op het eiland. Lekker warm nu, 22-23 graden. Té warm voor wat normaal is op het eiland voor de tijd van het jaar, zegt iedereen die het weten kan. Maar onze babies houden ervan en knappen zienderogen op. De plantjes maken bloemen en nieuw blad aan. In maart, juni en september mogen we drie echte groeispurts verwachten. Als de planten dit jaar goed doorkomen zijn ze, aan het einde van hun eerste jaar in de grond, struiken geworden. Dan hebben ze nog twee volle jaren te gaan om kleine boompjes te worden en hun eerste vruchten voort te brengen. Tot zover de theorie. We gaan zien of het lukt.

In afwachting van het definitieve bemestingsplan krijgen ook de avocado’s nu alvast hun periodieke voedingstoffen toegediend van Ruud. Aminozuren (isabion), omdat ze dat zo lekker vinden, en stikstof, omdat álle planten daarvan houden.

 

Oswaldo heeft verteld dat de bloemetjes die nu groeien, en waar we zo blij mee waren, moeten worden verwijderd. De planten moeten hun energie steken in het ontwikkelen van een wortelstelsel en blad. Niet nu al in bloemen en vruchten. Oswaldo heeft verteld dat alle nieuwe bladeren en stengels die zijn gaan groeien op een plek  ónder het punt waar de avocadoplant is geënt op een andere variëteit, moeten worden verwijderd. De entplant is uitsluitend bedoeld om goede wortels aan te leveren voor zijn gast. Het is niet de bedoeling dat dit wortelstelsel een eigen wil gaat krijgen en de plant alsnog in zijn geheel overneemt. De gastplant levert immers de betere vruchten en is meer resistent tegen ziekten. Vóór de komst van Oswaldo was ik er mij niet eens van bewust dat onze planten geënt zijn. Ruud wist dit overigens al wel. Hoe dan ook: hij is er maar druk mee. Maar. Hij heeft er schik in.

 

Eergisteren kwam ik na afloop van mijn laptopdag naar de finca om samen met Ruud een stukje te gaan wandelen. Ruud was echter nog druk met het afknippen van bloemetjes enzo. Ik liep het rondje dus alleen om even mijn hoofd leeg te maken, en maakte onderstaande foto’s.

 

Gewoon op een doordeweekse woensdagavond in februari. Het is hier zó leuk…

Handwerk

De derde week van de bouwwerkzaamheden aan het grote huis is voorbij. De week stond in het teken van het leggen van de fundering, of beter: de voorbereidende werkzaamheden die hiervoor nodig zijn. Dat gebeurt op La Palma toch een beetje anders dan in Nederland. Alles gebeurt met de hand.

De bekisting werd aangebracht. Dat verloopt niet anders als dat we gewend zijn.

 

Daarna werd het stalen frame voor het gewapende beton gelegd. Dit frame wordt ter plekke met de hand op maat gemaakt. We vinden het mooi om te zien hoe dit in zijn werk gaat. Echt ambachtelijk werk. De mannen van Óscar maken er een kunstwerk van. En ze werken snel. Als alles volgens plan verloopt gaan ze in de komende week het beton storten. Ook dat wordt allemaal ter plekke met de hand gedraaid.

 

Intussen wordt het langzaam maar zeker duidelijk bij de huidige bewoners  in de omgeving van onze finca, wie Ruud en ik zijn en wat onze plannen zijn. Van de overwegend Duitse bewoners krijgen we voortdurend, met de beste bedoelingen, indringende tips en suggesties dat we vooral niet in zee moeten gaan met bouwbedrijven van La Palma (maar wel met Duitse aannemers die werkzaam zijn op het eiland). Palmero’s zouden niet kunnen bouwen, Duitsers uiteraard wel. En daar rekenen ze dan ook Duitse Prijzen voor. Ruud en ik hebben vooralsnog hele andere ervaringen en beginnen de  Deutschland-Über-Alles-mentaliteit een beetje  irritant te vinden. Alsof we als een soort van Noord Europese supermensen in een ontwikkelingsland zijn gaan wonen en niets hebben te verwachten van  de inheemse nietsnutten, die nog nooit een fatsoenlijk huis hebben gebouwd. Hoe zelfingenomen, kortzichtig en arrogant kan je zijn?

 

Je moet wel alert blijven natuurlijk. Zo had Ruud van de week een korte, onverwachte, discussie met Óscar over de hoogte van de binnendeuren in onze huizen. Volgens Óscar kon dat best onder de twee meter zijn. Dat kwam hem goed uit, want dan hoefde er in de pajero, dat is het al bestaande gedeelte van ons toekomstige grote huis, geen vloer te worden uitgehakt. Ruud heeft hem duidelijk gemaakt dat de hoogte van deuren toch echt wel rond de 2.10m moet liggen. Anders moeten al die melk drinkende Nederlanders die ons huis in de toekomst gaan bezoeken voortdurend bukken. Dat vond Óscar een goed argument. Er wordt dus wél een stuk van de bestaande vloer uitgehakt in de pajero. Je moet er wel bíj zijn, als je huis wordt gebouwd op La Palma. Maar dat zou in het geval van een Duitstalige aannemer vast ook het geval zijn geweest.

 

Tja, en de zonsondergangen die we zien vanaf de terassen van onze finca,  als we bij het vallen van de avond ons dagelijkse inspectierondje doen, worden elke dag mooier. De zon gaat in de winter mooier onder dan in de zomer, weten we inmiddels. Het is zó fijn om bijna elke avond te kunnen kijken naar dit schouwspel. Een soort van grondthema op het dagelijkse leven. Je gaat je er goed door voelen.

Terwijl ik dit tik, zit ik in Nederland. Het is grauw buiten. Het motregent. Dat is het verschil. Over een paar dagen mag ik weer terug…