Pracht en Praal.

De avond viel weer prachtig, vanavond. Ik liep, zoals bijna elke dag, tegen het vallen van de avond mijn rondje over de boomgaard. De zonsondergang was machtig mooi om te zien.

 

Als je dit blog bekijkt vanachter een laptop of pc, moet je voor de grap bovenstaande foto eens maximaal uitvergroten, door er op te klikken en dan de vergroting op maximaal te zetten. Dan zie je pas echt hoe mooi het was.

Tegelijkertijd stond Ruud op de Llano del Jable zijn telescoop op te zetten voor een avondje ‘stargazing’ met toeristen. Hij maakte deze prachtige foto, een klein half uurtje na de mijne. Met zijn iphone.

 

En hij maakte deze foto. Je kunt Venus zien.

 

De dag eindigde zo weer eens  in pracht en praal. Daar word je vrolijk van, na een doordeweekse werkdag.  Het is nog steeds zo fijn om op La Palma te zijn…

Intussen in de boomgaard

Alle aandacht gaat op dit moment natuurlijk uit naar de bouw van het eerste huis. Er ligt een fundament. Er komen muren omhoog. Het huis krijgt vorm. Dat is bijzonder om mee te maken. Daarbij kennelijk ook leuk om over te lezen, want de bezoekersaantallen van ons blog schieten omhoog. En daar zit geen Chinees bij, deze keer.

Maar intussen gebeurt er van alles in de boomgaard dat minstens net zo belangrijk is voor ons grotere plan. Ruud heeft er min of meer een dagtaak aan om grip te krijgen op de fruitbomen. Want wát moet je wánneer doen om ervoor te zorgen dat die bomen (weer) in vorm komen? Verzin het maar. En vervolgens: dóe het dan ook maar… Mucho trabajo! Veel werk! Met het hoofd en met de handen.

Anderhalve week geleden hebben we onze eerste twee manden met sinaasappels van dit seizoen naar Erwin gebracht. Erwin is  de fruithandelaar in het dorp. De meeste sinaasappels op onze boomgaard zijn pas klaar voor de pluk vanaf eind maart / begin april. Maar we hebben een paar bomen staan met vroege ‘navelinas’.  Die kunnen we nu al beetje bij beetje leeg plukken. Voor ons zelf en dus nu ook voor Erwin en daarmee voor onze zwarte pizza-kas.

 

We leerden Marc kennen. Marc is een Zwitser van tegen de zeventig die al zo’n twintig jaar heen en weer reist tussen zijn vaderland en Puntagorda. Ongeveer honderd meter boven ons, ca 750 meter loopafstand, bezit hij een finca vol met allerlei soorten citrusbomen. Het telen van citrusvruchten is zijn grote passie. Ruud is er op bezoek geweest en keek er zijn ogen uit. Zo mooi als alles erbij stond. Kom daar bij ons maar eens om, op Finca Kreupelhout…  Marc weet alles van citrusbomen. Hij kan er hele avonden over vertellen. Ruud heeft al veel van hem geleerd. Marc is van mening dat we ons zelf de tijd moeten gunnen met onze bomen. Minstens drie jaar voordat alles er een beetje bij staat, zoals we voor ogen hebben. Gezond, met blad, zonder ziekten en veel vruchten dragend.

De kennis van Marc moeten we nu gaan toepassen. We begonnen maar met de schaartjes. Op voorspraak van Marc kochten we  via het internet bij een bedrijf in Murcia onderstaande oogstschaartjes. Zo’n internetbestelling gaat niet helemaal vanzelf op ons Lente-Eiland. Met name de afhandeling in het plaatselijke postkantoor is nog wel eens een dingetje. Vergeet het Nederlandse ‘vóór 22.00u besteld = de volgende dag bezorgd aan huis’. Vertaal dit ongeveer naar ‘als je zo dapper-en-moedig bent om over het internet bij ons iets te bestellen, komt het bestelde op een dag tóch nog bij je thuis.’ Mits je het pakketje zélf gaat ophalen bij het postkantoor en mits je er rekening mee houdt dat je voor het afhalen van één internetpakketje ongeveer vier bezoekjes aan het postkantoor nodig hebt. En een NIEnummer. Alle vier de keren dat je er bent.  En een zonnig humeur. Ook alle vier de keren dat je er bent. Alles went. Het valt ons eerlijk gezegd al heel erg mee dat we op La Palma gewoon spullen via het internet kunnen blijven bestellen. Dat hadden we niet verwacht, toen we hier naar toe kwamen. Ruud is er echter maar druk mee. Zaken die in Nederland vanzelfsprekend lijken te zijn, en weinig van je tijd in beslag nemen, kosten hier soms de helft van je werkdag en godallejezus veel geduld en relativeringsvermogen. Ruud krijgt er rimpels van.. Maar.  We zijn dan toch de trotse bezitters van twee oogstschaartjes uit Murcia.

 

Hieronder zie je een sinaasappel waar Marc wel een beetje van schrok, toen hij met Ruud onze sinaasappelterassen inspecteerde. De vlekjes op deze sinaasappel zijn geen vlekjes maar hele kleine beestjes. Ze zitten in de sinaasappelbomen in de uiterste noordoosthoek van onze boomgaard. De bomen daar zijn kaal aan het worden. We wisten niet goed hoe dat kwam, en wat we ermee moesten. Nu weten we dat dus wél. Op de tweede foto zie je een sterk vergrote afbeelding van de beestjes, afkomstig van een internetbron. Serpeta Fina. De diertjes vreten de boom van binnen uit op en vernietigen zo de hele boom, als ze niet met grof geweld worden bestreden. Bomen waar de beestjes hun gang konden gaan, zien er nu uit als op de onderste foto van het blokje hieronder. Organische bestrijdingsmiddelen helpen niet tegen Serpeta Fina. We zijn daarom gedwongen om op de sinaasappelterrassen nog een keer met een breedspectrum systeemgif te gaan spuiten. Dat systemisch gif is  niet alleen dodelijk voor de serpeta, maar ook voor alle andere insecten rond de fruitbomen. We willen het  dus eigenlijk niet, maar kregen dringend advies toch maar te gaan spuiten. Om te voorkomen dat het huidige kreupelhout op onze finca straks alleen nog brandhout kan zijn. Dat advies volgen we op.

Kakien gaat het gif voor ons kopen. Je hebt op La Palma namelijk een carnet, een vergunning,  nodig om landbouwgif te kunnen kopen en te gebruiken. Om dat carnet te krijgen moet je eerst  een cursus volgen en een examen afleggen. In het Spaans, uiteraard. Dat is nu nog nét een brug te ver voor Ruud. (Maar dat duurt niet lang meer, denk ik, want Ruud gaat heel goed in het Spaans). Kakien zal de citrusbomen komende zaterdag voor ons onderhanden  nemen.

De bomen laten in maart hun oude bladeren vallen, om eerst bloesems en daarna nieuw blad aan te maken. De nieuwe bladeren zouden gezond moeten zijn, na de gifsessie met Kakien.  In maart moet Ruud als vervolgactie op de gifspuiterij het nieuwe blad besproeien met jabón potásico (dat is kaliumzeep, biologisch spul) om de komst van  nieuwe Serpeta-diertjes in de kiem te smoren. Ze stikken in een zeeplaag op de blaadjes, is de bedoeling.

 

 

Inmiddels is Ruud ook begonnen om op advies van Marc de sinaasappelbomen systematisch van mest te voorzien. Maandelijks krijgen ze nu bladmest (stikstof) en per boom 200g mestkorrels met daarin stikstof, fosfor en kalium. Veel bomen hadden lichtgroene of geelachtige bladeren. Donkergroen blad betekent dat ze gezond zijn. Het licht gekleurde blad duidde op een tekort aan meststoffen, volgens Marc. Je moet veel leren als je zo dom bent om een boomgaard vol met sinaasappelbomen te kopen, zonder enige kennis van zaken over hoe je die bomen in leven houdt. Het is fijn dat er mensen in het dorp rondlopen die ongevraagd behulpzaam willen zijn. Het is leuk om al deze materie beetje bij beetje onder de knie te krijgen.

Zo’n zelfde verhaal hebben we te vertellen over de avocado’s. Ruud en ik hebben  dan wel een stuk of zeventig van die bomen aangeplant, maar wat weten wij, kantoorkneuters uit Nederland, nou goedbeschouwd van avocado’s? We zijn daarom lid geworden van een landbouwcoöperatie die gespecialiseerd is in de teelt van de groene vettige vrucht met de dikke pit in het hart. Cocampa is de naam van de coöperatie. Het idee is dat je (te zijner tijd, in ons geval) de vruchten via Cocampa verkoopt en daarbij een percentage van de opbrengst afstaat aan de vereniging. In ruil daarvoor krijg je ondersteuning en advies over hoe je de opbrengst van je bomen zo maximaal mogelijk kunt laten zijn. Dat advies hebben we hard nodig. No sabemos nada.. We weten van niets. ‘You know nothing, John Snow’, dat is het gevoel…

 

De adviseur die namens Cocampa de leden van de coöperatie in Puntagorda bezoekt en met advies bijstaat heet Oswaldo. In de afgelopen twee weken heeft hij twee keer een bezoek gebracht aan Ruud en de finca. Bij elkaar heeft hij er wel een paar uur rond gelopen en Ruud over veel dingen bijgepraat. Oswaldo vond dat we het niet slecht hadden gedaan met de aanplant van de avocado’s en de wijze waarop Ruud de beregening had aangelegd. De jonge planten staan er over het algemeen goed bij, ondanks dat we erg laat waren met het inplanten vorig jaar. Da’s toch wel fijn om te horen, soms. Want, we doen maar wat, met al onze goede bedoelingen. Op basis van bodemmonsters die Oswaldo heeft genomen op de avocado-terassen, zal hij binnenkort een bemestingsschema naar ons sturen. We ontvangen daarnaast nog een schema om veel voorkomende ziekten preventief te bestrijden. Dat is nou net de informatie die Ruud nodig heeft, want verzin het allemaal maar eens als Hollander zonder landbouwachtergrond in een vreemd land. Internet is ook niet alles.

Vorige week heeft Ruud de druppelslangen rond de kleine plantjes aangelegd. Het is de bedoeling dat we nu stoppen met het handmatig water geven. De wortels van de planten moeten de druppelslangen gaan opzoeken. Dat is even spannend. Een kritisch moment in het leven van een avocadostek. Het is voor ons harstikke moeilijk om te bepalen of een plantje er slap bij hangt omdat het teveel of te weinig water heeft gekregen op een bepaald moment. Daar moeten we nog gevoel voor gaan krijgen, moeten we nog leren.

 

De jonge aanplant heeft het zwaar gehad in december en januari. Het was op de meeste dagen eigenlijk te koud voor avocadobabies in de volle grond en veel van het jonge blad werd verscheurd door de harde wind. Toen we rond de kerst een week in Nederland waren, was het juist weer onverwacht en onaangekondigd erg warm op het eiland. De plantjes kregen een tik omdat ze te weinig water van ons hadden gekregen, voordat we naar NL vertrokken. Sinds een week of twee is het opnieuw warmer op het eiland. Lekker warm nu, 22-23 graden. Té warm voor wat normaal is op het eiland voor de tijd van het jaar, zegt iedereen die het weten kan. Maar onze babies houden ervan en knappen zienderogen op. De plantjes maken bloemen en nieuw blad aan. In maart, juni en september mogen we drie echte groeispurts verwachten. Als de planten dit jaar goed doorkomen zijn ze, aan het einde van hun eerste jaar in de grond, struiken geworden. Dan hebben ze nog twee volle jaren te gaan om kleine boompjes te worden en hun eerste vruchten voort te brengen. Tot zover de theorie. We gaan zien of het lukt.

In afwachting van het definitieve bemestingsplan krijgen ook de avocado’s nu alvast hun periodieke voedingstoffen toegediend van Ruud. Aminozuren (isabion), omdat ze dat zo lekker vinden, en stikstof, omdat álle planten daarvan houden.

 

Oswaldo heeft verteld dat de bloemetjes die nu groeien, en waar we zo blij mee waren, moeten worden verwijderd. De planten moeten hun energie steken in het ontwikkelen van een wortelstelsel en blad. Niet nu al in bloemen en vruchten. Oswaldo heeft verteld dat alle nieuwe bladeren en stengels die zijn gaan groeien op een plek  ónder het punt waar de avocadoplant is geënt op een andere variëteit, moeten worden verwijderd. De entplant is uitsluitend bedoeld om goede wortels aan te leveren voor zijn gast. Het is niet de bedoeling dat dit wortelstelsel een eigen wil gaat krijgen en de plant alsnog in zijn geheel overneemt. De gastplant levert immers de betere vruchten en is meer resistent tegen ziekten. Vóór de komst van Oswaldo was ik er mij niet eens van bewust dat onze planten geënt zijn. Ruud wist dit overigens al wel. Hoe dan ook: hij is er maar druk mee. Maar. Hij heeft er schik in.

 

Eergisteren kwam ik na afloop van mijn laptopdag naar de finca om samen met Ruud een stukje te gaan wandelen. Ruud was echter nog druk met het afknippen van bloemetjes enzo. Ik liep het rondje dus alleen om even mijn hoofd leeg te maken, en maakte onderstaande foto’s.

 

Gewoon op een doordeweekse woensdagavond in februari. Het is hier zó leuk…

Handwerk

De derde week van de bouwwerkzaamheden aan het grote huis is voorbij. De week stond in het teken van het leggen van de fundering, of beter: de voorbereidende werkzaamheden die hiervoor nodig zijn. Dat gebeurt op La Palma toch een beetje anders dan in Nederland. Alles gebeurt met de hand.

De bekisting werd aangebracht. Dat verloopt niet anders als dat we gewend zijn.

 

Daarna werd het stalen frame voor het gewapende beton gelegd. Dit frame wordt ter plekke met de hand op maat gemaakt. We vinden het mooi om te zien hoe dit in zijn werk gaat. Echt ambachtelijk werk. De mannen van Óscar maken er een kunstwerk van. En ze werken snel. Als alles volgens plan verloopt gaan ze in de komende week het beton storten. Ook dat wordt allemaal ter plekke met de hand gedraaid.

 

Intussen wordt het langzaam maar zeker duidelijk bij de huidige bewoners  in de omgeving van onze finca, wie Ruud en ik zijn en wat onze plannen zijn. Van de overwegend Duitse bewoners krijgen we voortdurend, met de beste bedoelingen, indringende tips en suggesties dat we vooral niet in zee moeten gaan met bouwbedrijven van La Palma (maar wel met Duitse aannemers die werkzaam zijn op het eiland). Palmero’s zouden niet kunnen bouwen, Duitsers uiteraard wel. En daar rekenen ze dan ook Duitse Prijzen voor. Ruud en ik hebben vooralsnog hele andere ervaringen en beginnen de  Deutschland-Über-Alles-mentaliteit een beetje  irritant te vinden. Alsof we als een soort van Noord Europese supermensen in een ontwikkelingsland zijn gaan wonen en niets hebben te verwachten van  de inheemse nietsnutten, die nog nooit een fatsoenlijk huis hebben gebouwd. Hoe zelfingenomen, kortzichtig en arrogant kan je zijn?

 

Je moet wel alert blijven natuurlijk. Zo had Ruud van de week een korte, onverwachte, discussie met Óscar over de hoogte van de binnendeuren in onze huizen. Volgens Óscar kon dat best onder de twee meter zijn. Dat kwam hem goed uit, want dan hoefde er in de pajero, dat is het al bestaande gedeelte van ons toekomstige grote huis, geen vloer te worden uitgehakt. Ruud heeft hem duidelijk gemaakt dat de hoogte van deuren toch echt wel rond de 2.10m moet liggen. Anders moeten al die melk drinkende Nederlanders die ons huis in de toekomst gaan bezoeken voortdurend bukken. Dat vond Óscar een goed argument. Er wordt dus wél een stuk van de bestaande vloer uitgehakt in de pajero. Je moet er wel bíj zijn, als je huis wordt gebouwd op La Palma. Maar dat zou in het geval van een Duitstalige aannemer vast ook het geval zijn geweest.

 

Tja, en de zonsondergangen die we zien vanaf de terassen van onze finca,  als we bij het vallen van de avond ons dagelijkse inspectierondje doen, worden elke dag mooier. De zon gaat in de winter mooier onder dan in de zomer, weten we inmiddels. Het is zó fijn om bijna elke avond te kunnen kijken naar dit schouwspel. Een soort van grondthema op het dagelijkse leven. Je gaat je er goed door voelen.

Terwijl ik dit tik, zit ik in Nederland. Het is grauw buiten. Het motregent. Dat is het verschil. Over een paar dagen mag ik weer terug…

Harken, Kruien, Planten

In de afgelopen weken stonden de werkzaamheden op de finca in het teken van Stenen. Stenen bij elkaar harken. Stenen in een kruiwagen gooien. Stenen verplaatsen naar plekken waar ze geen kwaad kunnen, zelfs een beetje nuttig zijn.

We verwijderden alle losliggende stenen van de terrassen en legden de keien tegen afbrokkelende randen van sommige hellingen als versteviging, met als motto ‘opgeruimd staat netjes’.

 

Daarna begon het Grote Harken. Op de nieuw aangeplante terassen lag het nog vol met onnoemelijke aantallen kleinere stenen, lavabrokken en grote kiezels, daar twaalf jaar geleden met vrachtwagens tegelijk gestort door de vorige eigenaar, zo heeft men ons verteld. Als je op die terrassen liep, brak je je enkels bij elke stap. De vorige eigenaar had een  hekel aan modder in de winter, vandaar de stenen. Wij hebben laarzen in de winter, als het nodig is na een regenbui. De stenen moeten dus weg.

Sinds onze thuiskomst op oudejaarsdag heeft Ruud dagen lang geharkt. Hij droomt er van. In zijn dromen blijft hij eeuwig harken en komen er steeds weer nieuwe stenen door het zand naar boven drijven…

 

Op de bovenste foto hieronder zie je het effect van het harken. De foto is van het onderste terras aan de zuidkant van onze boomgaard. Links zie je de keien voordat Ruud met zijn grote hark is langs gekomen. Rechts zie je hoe alles er uit ziet, ná Ruud-met-de-hark. Wij vinden dat het resultaat de moeite van het al het werken meer dan waard is.

Op de onderste foto zie je hoe alles wordt als het gras is terug gekomen. Grasveld rondom de bomen!

 

De laatste grote stenenklus voor het moment is nu het wegkruien van de bij elkaar geharkte stenen. Ik heb afgelopen zondag het bovenste terras aan de zuidzijde van onze finca leeg gekruid en gestort op een plek waar dit nodig was om een al te steile helling wat vlakker te maken en daarmee veiliger voor onze toekomstige gasten, mochten zij gaan ronddwalen in de nacht.

 

Ruud heeft in de afgelopen week een begin gemaakt met het leegkruien van het onderste zuidterras. Dit weekend maken we het samen af.

 

Zoals altijd deed Fenna  de Algehele Organisatie, de Kwaliteitsbewaking en Het Toezicht. Daar is ze een meester in. Op een strategisch punt, van waaruit ze alle werkzaamheden goed kon overzien,  had ze haar ‘control centre’ ingericht. Een bewijs van haar onbetwiste kwaliteiten als ‘green belt’,  aanjager en kwartiermaker.

 

Onder haar deskundige leiding begon ik vorige week zondag aan een nieuwe mijlpaal in de realisatie van ons plan. Voor het eerst zette ik plantjes in de grond die vorm moeten geven aan een onderdeel van het tuinontwerp dat we voor ogen hebben. Dat ontwerp moet overigens nog gemaakt worden. Vooralsnog hebben we slechts globale ideeën. Maar deze plantjes staan er dus al. Kunnen ze alvast gaan groeien. Aloë, Vetplanten en grondbedekkers. We hopen op enig respect van de bouwvakkers.

 

We doen nog even een overzichtsfoto van de werkzaamheden van afgelopen zondag.

 

Na afloop van de werkzaamheden  op maandag kreeg Ruud deze voorstelling.

 

Daarna kwam hij  met een voldaan gevoel, terug naar het Boeddhahuis, alwaar ik juist mijn werklaptop dichtklapte.

Gras

Heel geleidelijk & langzaam, maar zeker, krijgen stukken van onze finca de sfeer die we op termijn graag voor ons zelf en voor onze vakantiegasten willen bereiken. We zijn een beetje op zoek naar de landelijke sfeer, midden in het groen, die we ons van onze vroegere vakanties in Frankrijk herinneren. Grasland onder de fruitbomen. Groen en fris  in de winter en in het voorjaar. Bruin en naar hooi ruikend in de zomer en in het najaar. Met overal hoekjes en plekjes waar je ongestoord van de natuur kunt genieten en naar de stilte kunt luisteren. Je ruikt de dennennaalden of de sinaasappelbloesems, terwijl je een boek leest op je ipad. Je  kijkt naar de jagende valken of de rondkruipende hagedisjes, terwijl je in de zon een wijntje drinkt.  Anders dan in Frankrijk is er altijd de grote blauwe oceaan op de achtergrond aanwezig en weet je alles dat het Isla Bonita te bieden heeft onder handbereik. Een omgeving waarin je na een tijdje vergeet welke dag van de week het ook al weer is. Dat is de gedachte.

Ik moet een beetje handig & leep de stapels met bouwmaterialen buiten beeld houden, maar de foto’s hieronder geven een idee.

 

Op andere plekken moet het allemaal nog wat gaan groeien. Maar Ruud en ik vinden dat je nu al kunt zien hoe het zal gaan worden.

 

Op zondag waren we aan het werk op het terrein. Halverwege de middag, lunchtijd, hielden we uitgebreid pauze en speelden we samen dat we  op vakantie waren. We waren op een leuke plek terecht gekomen, vonden we.

 

Door het slepen met takken en snoeihout van vele jaren. Door het maaien van metershoog gras waar bijna niet door te komen was. Door het verwijderen van oude, zieke bomen en het planten van nieuwe bomen, bedoeld voor de toekomst. Door het verwijderen van enkele generaties oude en lekkende irrigatiesystemen en  het aanleggen van een nieuw bewateringssysteem. Door het sjouwen en sleuren aan stenen en rotsen. Door de zweetdruppels en de stijve spieren. De boomgaard voelt elke week een beetje meer als ‘thuis’ voor ons. Het klinkt vast heel kneuterig, maar het proces van een vreemd, verwaarloosd terrein beetje bij beetje steeds meer naar je hand te  zetten, is prachtig om mee te maken. We worden er flink blij van, elke dag weer.

 

En zonsondergangen op La Palma zullen ons nooit gaan vervelen.

2020 is begonnen..

We hadden een super gezellige kerstweek in Nederland. Veel mensen gezien en veel bijgepraat. Iedereen die ons gastvrij ontving, nogmaals bedankt voor deze gastvrijheid en de gezelligheid! Volgend jaar bij ons?  🙂

Ruud bracht zijn dropspiegel weer terug naar de normale (idioot hoge) waarden, en kan er weer voor een paar weken tegen op ons Droploze Eiland. We beleefden een moment van fijne nostalgie bij het krabben van de voorruit van onze auto.

 

Op oudejaarsochtend keerden we doodmoe maar tevreden weer terug naar ons Lente Eiland.  Doodmoe van het vele praten en het rondreizen in Nederland.  Maar vooral ook doodmoe van het Transaviaritme, dat ons dwingt om om half3 ‘s nachts op te staan om de thuisreis aan te vangen. Het is niet anders.

Op 1 januari nieuwjaarsontbijt op het terras onder de grote boom buiten in een lentezonnetje. Op 2 januari buiten barbecueën. Dat zijn nog eens winterse taferelen die ons aanspreken! Dit zijn de winters waar Ruud en ik van houden!

 

De zonsondergangen op onze finca zijn mooier dan ooit. Mooier ook dan foto’s kunnen vastleggen.  Doordat we vers terug kwamen uit Nederland, roken we weer hoe kruidig de lucht op La Palma ruikt en hoorden we weer hoe stil het hier is. Met ‘ontwende’ ogen zagen we weer hoe bijzonder ons nieuwe plekje en toekomstige vakantiebestemming eigenlijk is.  Daar krijg je een blij gevoel van.

 

Afgelopen vrijdag tekenden we het bouwcontract met onze aannemer. Óscar en zijn mannen gaan op maandag 13 januari beginnen met het werk. 2020 gaat voor ons vast een enerverend jaar worden met veel dubben & keuzes maken, veel werk en zweetdruppeltjes en uiteindelijk een begin van een oordeel of alles dat we in ons hoofd hebben ook werkelijkheid kan gaan worden. Ruud en ik verheugen ons erop. Nog acht nachtjes slapen…

Dijk

Ruud is ook vandaag weer in de slag geweest met het verplaatsen van keien en stenen. Het is warm  hier, vanmiddag werd het 29 graden op de finca, dus het gaat om een warme klus!

Maar het resultaat mag er zijn. Kijk maar. De stenen gaan, precies zoals Ruud het al een half jaar in zijn hoofd had zitten, tegen het talud. Zo bouwen wij op 545m boven zeeniveau onze eigen Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Je kan het niet weten met dat klimaat en die stijgende zeespiegels. Wij zijn daar nu helemaal klaar voor.

 

Het talud ziet er nu een stuk ‘prettiger’ uit om naar te kijken. Het is de bedoeling om over een tijdje hier en daar op de steenhellingen ruimte maken voor planten als cactussen, aloë en bougainville. Maar dat is voor later. Nog vier terrassen te gaan…

 

Ook vanavond ging de zon weer op prachtige wijze onder.

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de cuarto de apero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Lenticularis

Vandaag was er een soort  van weeromslag. Van een relatief koude week (temperaturen net op 20 graden, kan slechter eind oktober) maakte het weer in de loop van de dag een aanloop naar een verwachte nieuwe periode van warm weer. De temperatuur steeg op het einde van de dag naar een aangename 25 graden. Tegelijkertijd bleef boven het eiland de zon achter een wolkenlaag verscholen, terwijl boven de oceaan de hemel helder was. In de hogere luchtlagen stond een harde westen wind die de lucht van over de oceaan over de bergen blies. Daar krijg je déze bijzondere wolken van: lenticularis.

 

Ook op La Palma gaat de zomer nu langzaam over op de herfst. De herfst is de tijd van af en toe een regendag. Bijna altijd aan de andere kant van het eiland. Maar de herfst is ook de tijd van de mooie zonsondergangen. Vanavond hadden we er één te pakken. We zagen prachtige gekleurde wolkenluchten boven een spiegelende oceaan. Onderstaande foto’s maakte ik tijdens ons (bijna) dagelijkse hondenuitlaatrondje bij de finca, waarmee Ruud en ik als het maar even kan elke dag de werkdag proberen af te sluiten.

 

In het ‘echie’ nog veel mooier dan op de foto’s.

 

Vlakbij onze finca is een open veldje waar je prachtig om je heen kunt kijken. Over de oceaan in het westen en naar de wolkenhemel boven de bergen in het oosten en de heuvels in het noorden. En over de Matos, natuurlijk. De Matos is er altijd.

 

In je t-shirtje in de laatste week van oktober in de avond even voor achten. Stilte om je heen met alleen het ruisen van de wind en de zee in je oren. Het is buiten lekker warm, ruim boven de twintig graden. En dan  dit uitzicht. Het voelt nog steeds geweldig en went maar niet…

 

In de avondschemering hingen er nog steeds lenticularis-wolken  boven de bergen. Die kregen de meest prachtige kleuren in het licht van de ondergaande zon.

 

Er was om ons heen aan alle kanten zoveel moois te zien. Ruud en ik wisten niet waar we moesten kijken. Daar wordt een mens blij van.

 

Er is volgens mij  geen mooiere manier om het weekend in te gaan dan met een avondwandelingetje voor het eten,  met de honden,  tijdens de zonsondergang, op La Palma. Samen met Ruud.

Helicopterwandeling

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een avondwandelingetje van zo’n anderhalf-twee uur, vanaf onze finca richting oceaan en weer terug. Dat doen we wel vaker, meestal met de honden. Ik had er foto’s van gemaakt, die keer, maar was ‘vergeten’ om die foto’s op het blog te zetten. Zonde toch?

Vanaf onze finca liepen we eerst door een wat rommelig landbouwgebied.

 

Wat verder richting de zee wordt het landschap warmer, want lager liggend, en droger. De aarde is rood gekleurd. Het valt me altijd weer op, als ik hier loop, hoeveel oude landbouwterrassen er hier tegen de hellingen van het eiland aan liggen. Zie bijvoorbeeld de bovenste foto van het fotoblok hieronder. Allemaal smal en allemaal al lang geleden verlaten en verdroogd. Was het vroeger veel natter op La Palma?

 

Op de terugweg liepen we pal langs de helicopterbasis van de Brif. De Brif is de brandweer van het eiland. Op de basis zijn in de zomermaanden twee helicopters gestationeerd om direct te kunnen blussen in geval van een bosbrand.

 

Zo’n wandelingetje geeft ons altijd weer wat energie na een dag hard of gestresst werken of tijdens een periode van lang ergens op wachten (nu al 472 dagen).  Een mooie zonsondergang, tijdens een avondwandeling, zorgt voor een extra energiestoot. We hadden geluk, die avond.

 

Verveelt echt nooit.