Clima de Calzoncillos

Het is al een bijna een week lang erg warm op La Palma. Om niet te zeggen: heet! Kalima. Warme lucht overspoelt vanuit de Sahara ons lente-eiland. De lucht uit de Sahara is half augustus erg heet. Op het weerbericht ziet alles er ongeveer zó uit. Rood, roder. roodst.

 

En dit was de situatie om drie uur ‘s middags, afgelopen zondag. Rond 18:00u is het hier op het warmst. Tel er nog maar drie graden bij. In de schaduw. De minimumtemperaturen in de nacht kwamen niet onder de 28 graden. Het was kortom  onderbroekenweer. Te heet voor kleren aan je lijf. Dus uitsluitend nog in de boxershort, zodra het kan.  Clima de calzoncillos op z’n Spaans. Denk ik.

 

 

Ruud en ik wisten niet veel beter te doen dan tijdens de laatste dagen van onze vakantie vrijwel dagelijks naar het strand in Tazacorte te gaan. In de ochtend. Uiterlijk om 14:00u thuis. We vonden het wat eng om onze honden op het allerheetste moment van de dag alleen thuis te laten, want ze hebben het alle3 best moeilijk met dit weer, vooral Fenna.

 

Van huis uit zijn Ruud en ik niet hele grote liefhebbers van het strand. Ruud heeft er de huid niet voor en ik ben mijn jeugd op de stranden van het Henschotermeer in Woudenberg al behoorlijk lang ontgroeid. Vanuit Almelo was het destijds drie (!) uur rijden naar het dichtstbijzijnde strand. Daar word je ook niet heel erg beach minded van.

Maar nu wonen we op La Palma. En is er op 25 minuten rijden vanaf het Boeddhahuis het zandstrand bij de haven van Tazacorte. Je hebt er branding. Je hebt er strandstoelen. Je kunt er wat eten of drinken. Het is er niet superdruk. Er heerst een relaxte atmosfeer met niet al te veel toeristen van buiten en wél veel Palmero’s.  Het zeewater is heerlijk koel. We kochten twee parasolletjes en vonden verkoeling op het zwarte zand…

 

De Kalima leverde weer een paar hele mooie zonsondergangen op.

 

 

Gelukkig hadden we de beschikking over mijn ‘verjaardagszwembadje’. Heel goed getimed, die aankoop! Het zwembadje bracht redding en verkoeling als de temperatuur aan het eind van de dag richting veertig graden ging. Het zwembadje bracht verkoeling in de late avond, voor het slapen gaan. Niets is meer zomers dan liggend in je eigen zwembadje in het donker van een zwoele zomeravond naar de sterren hoog boven je te kijken..

Vandaag hebben we een dagje respijt. Als ik dit schrijf is het vier uur in de middag en maar 25 graden. Heel vreemd. Het voelt als een lentedag. Vanaf morgen gaan de temperaturen weer omhoog, zeggen de voorspellers. Tot ver in de volgende week blijft het warm.

Tijdens het komende weekend krijgen we bezoek vanuit Nederland. Ik kan het bezoek geruststellen. Ruud en ik zullen ons decent kleden. Maar bereid je voor op een paar hele warme dagen..  Is weer eens wat anders dan een lang-weekend-met-michel-in-de-regen.

Augustusdagen

Het is augustus. Ruud en ik hadden met elkaar afgesproken dat we vakantie hebben nu. Doordat er onverwacht snel aan de opknapbeurt van het bovenste terras aan de zuidkant van onze finca wordt gewerkt, valt dat idee een beetje in het water. Maar ik hoef niet te werken voor de klanten in Nederland. En er schiet voldoende tijd over om wat activiteiten buitenshuis en weg van de finca te ondernemen.

Het is behoorlijk warm op het moment. Om die reden zochten we vorige week de hoogte en de schaduw van de dennenbossen op. We maakten een wandeling in de bossen boven Puntagorda. De kleine Briestawandeling, noemen we deze tocht. Elk seizoen weer anders. De wijnvelden staan nu vol in het blad. In de buurt van de velden ruikt het  naar zwavel. De wijnboeren brengen zwavelpoeder aan op de wijnranken ter bestrijding van schimmels en ongedierte. Maar de geur van dennennaalden in de hete zomerzon overheerst. Naast de geur van hooi dat op het land ligt te drogen (in Nederland) , is de geur van dennennaalden op het heetst van de dag in de brandende zomerzon het lekkerste dat je kunt ruiken. Vind ik.

 

Het is augustus. Op het eiland draait vrijwel alles op halve kracht. Op de kantoren van het Cabildo, waar onze aanvraag voor een bouwvergunning ligt te wachten. In winkels (behalve supermarkten, gelukkig). Overal sluit men ‘s middags rond 13.00u  de deuren. Geen siësta of zo. De deuren gaan pas de volgende dag in de ochtend weer open. Palmero’s hebben in augustus bijna allemaal de hele maand vakantie. Maar dan alleen in de middagen en in de avonden.

In de middagen zitten wij er op het moment vaak zó bij. Zomers toch?

 

We wandelden weer eens van Puntagorda naar Tijarafe. Over het koningspad of de Camino Reál, één van de hoofdwandelroutes op het eiland. Die wandeling hebben we nu misschien al een keer of acht gedaan. En elke keer is de wandeling leuk. Ook dit is een wandeling die elk seizoen anders is. Je loopt door de natuur, maar ook door landbouwgebiedjes en langs ruïnes en opknaphuizen. We vinden het leuk om te zien wat er veranderd is sinds de vorige wandeling op de diverse landjes. We vinden het leuk om te zien hoe de opknapprojecten vorderen van huizen waar we langs lopen. Soms doen we ideeën op voor ons eigen project. Zou iedereen zo lang hebben moeten wachten op de verlossende vergunning?

 

Maar één van de leukste aspecten aan deze wandeling is toch wel het eindpunt. De kiosko in het centrum van Tijarafe. Op een buitenterras kan je onder het genot van een biertje heerlijk uitpuffen. En je kunt er iets eten. We ontdekten dat ze er hele lekkere hamburgers hebben! Dat is nu al het tweede adres in Tijarafe waar je een goede hamburger kunt eten. Na de hamburger terug met de bus naar Puntagorda.

 

Om in de tuin van het Boeddhahuis, hangend over het hek van de achtertuin een weergaloze zonsondergang te kunnen zien.

 

Het is augustus. En erg heet. Vinden wij. Ruud en ik zouden op zaterdag een lange bergwandeling gaan maken. Maar het is feest in Puntagorda, ter ere van de beschermheilige van het dorp, San Mauro Abad. Twee weken lang wordt het feest gevierd. Naast heilige missen en een processie ook met fotowedstrijden, zaalvoetbaltoernooien, paardenraces, pokeravonden en noem maar op. En met muziek. Er is een podium geplaatst op het meest centrale plein van het dorp. Bij de klok. De afgelopen week was er elke avond wel iets te doen. Maar op vrijdag was het pas écht feest. En dat ging door tot half zes in de ochtend. Ruud en ik deden geen oog dicht, de geluidsinstallatie staat op iets meer dan acht honderd meter van ons huis. Op zaterdagochtend stonden we met twee uur slaap in onze hoofdjes op. En besloten dat het een korte wandeling zou worden. We deden een rondje van ongeveer twee uur om het dorp heen. We blijven genieten van het landschap waar we in mogen wonen.

 

Het is augustus. En erg warm. Maar mijn verjaardagszwembad biedt verkoeling. Het is helemaal niet verkeerd om in het water te drijven in de schaduw van de twee palmbomen aan de rand van ons terras. We kunnen wel steeds zeuren over dat we zo lang moeten wachten op onze bouwvergunning. Maar er zijn vervelender manier om de dagen van je leven te slijten. Die gedachte sleept ons er wel doorheen. Laten ze dat overigens maar niet horen in de kantoren van het Cabildo.

 

Ook zaterdagnacht was het feest in Puntagorda. De muziekinstallatie speelde weer tot ongeveer half zes in de ochtend. En dit keer hele irritante latino-muziek. Er is bijna niets zo  vervelend om gedwongen naar harde muziek-die-je-niet-leuk-vindt te moeten luisteren. Zeker niet als het buiten midden in de nacht nog 23 graden is. Niet geslapen. Op zondag deden we daarom weer geen lange wandeling. We deden wél een rondje op de fiets. Met een helm op het in nevelen van slaaptekort gehulde hoofd. Fietsend in de zon werden we langzaam toch weer wat helderder.

We reden door het landgebouwgebied ten zuiden van het dorp. We zagen dat er daar nieuwe wegen worden aangelegd naar nieuwe hele grote landbouwterrassen. Vast nieuwe aanplant van avocado’s. Ook wij hebben min of meer besloten voor de avocadobomen te gaan op de drie zuidelijke terrassen van onze finca. Ondanks dat we een varkenscyclus zien ontstaan. Avocadobomen zijn veel gemakkelijker in de teelt dan alternatieven waarnaar we gekeken hebben.  En voor ons al ingewikkeld genoeg.

 

Ruud maakt bij elk veld waar we langs komen een studie van hoe de bewateringssystemen zich verhouden tot onze eigen plannen, en wat hij eventueel nog kan leren. Veldwerk noemen we dat.

 

Bij de Belg deed ik zelf wat veldwerk en  ontdekte ik als onderdeel van deze vakantie een nieuw gerecht op de kaart. Zalm met peren en basmacirijst. Nog nooit zo lekker vis gegeten! Een bord vol met smaken die geweldig bij elkaar passen.

 

Ik neem niet elke avond een foto van de ondergaande zon. Maar ook deze, van gisteren, was weer erg mooi.

 

Het is augustus. Vakantietijd. Als iedereen om je heen op halve kracht draait, neem je dat vanzelf over. En het voelt wel lekker. Het zou zo maar kunnen dat wij volgend jaar ook de hele maand op de Palmese manier op vakantie gaan. Voor nu hebben we nog maar zeven dagen. Dan roept de plicht voor de klanten in Nederland weer. Da’s nog een hele week!

 

Zondagavond eindigden de festiviteiten voor San Mauro Abad met een prachtige vuurwerkshow die we vanuit de tuin van ons huurhuis konden bewonderden. De foto hierboven komt uit de krant, maar we hebben het echt zo gezien. Oudejaarsnacht op een avond in augustus. De muziek voor het afsluitende bal ging daarna slechts door tot ongeveer half twaalf en was veel zachter dan in de twee vorige nachten het geval was. Het feest van San Mauro is weer voorbij. Ik heb in lange tijd niet zo lekker geslapen als afgelopen nacht!

Mi Madre

Na de ouders van Ruud weet nu ook mijn moeder waar we tegenwoordig wonen. Afgelopen vrijdag landde zij, samen met Ruud, voor het eerst op het vliegveldje van La Palma. Haar laatste vliegreis was 35 jaar geleden.

Vooraf zagen we een beetje op tegen de vlucht naar het eiland voor haar. De assisentie op Schiphol doet echter wonderen en bij aankomst deed de assistentie op het vliegveld van La Palma de dienstverlening aan moeder nog eens dunnetjes over. Fris en monter stapte er zo op de vroege vrijdagavond een breed lachende oudere dame in een groen vestje door de grote schuifdeuren van de aankomsthal van SPC. Welkom op La Palma!

Inmiddels heeft moeders het vakantiegevoel al behoorlijk te pakken.

 

Ook op de finca voelt ze zich al helemaal thuis. Ze is nog maar twee dagen hier, maar zit elke avond al uiterst professioneel als een echte ‘abuela’ voor de deur van het huis op een stoeltje  naar de zonsondergang te kijken. Dat is nog eens snel inburgeren! Het enige dat ontbreekt zijn nog twee of drie ‘omaatjes’ naast haar, op een bankje.

 

Die zonsondergangen blijven prachtig. Ze zijn erg mooi op het moment. Deze hieronder is van gisteren.

 

Zelfs Auke wordt er stil van.

 

Ook de maan is prachtig, in het schemerlicht  van de eerste vijftien minuten net na zonsondergang.

 

Pas als de maan vol is, keert moeder weer terug naar Nederland. Tot die tijd: vakantie!

Geluksmomenten

Pacheco, de Cubaanse kapper in Puntagorda, zit bijna om de hoek vanaf het Boeddhahuis. Het is twee minuten lopen. Toch heeft het meer dan vier maanden geduurd, voordat ik voor het eerst de weg naar de ‘peluquero a la vuelta de la esquina’ wist te vinden. Ik heb het niet zo op kappers en al helemaal niet op Spaanse kappers. Daar moet je Spaans mee praten. Dat vind ik maar lastig.

Maar Pacheco is een aardige vent. En ik ontdekte dat ik eigenlijk al best wel een soort van gesprek in het Spaans kan voeren. Dat was na afloop, op de weg terug naar huis, een geluksmomentje. Thuis aangekomen moest ik  alleen wel erg aan de strakke spaanse scheiding in mijn haar wennen. Die is er inmiddels al weer uit..

 

Vervolgens via Skype aan het werk. Ik kreeg afgelopen woensdag, tijdens een vergadering,  een foto toegestuurd van ‘de andere kant’ in Nederland. Zo zie ik er in Almelo uit, als ik vanuit Puntagorda zeg wat ik ervan vind of hoe ik erover denk. Ik vond het een grappige foto. Zo’n grote mond op zo’n klein schermpje..

 

Ik ben diep in mijn hart nog altijd een beetje verbaasd dat het allemaal kan, dagelijks contact houden op 4.500 km afstand met skype, whatsapp, mail en yammer. Ik heb ‘de telefooncel’ nog mee gemaakt… en dat je daar dan in stond om te bellen met Ruud en dat dan je kwartjes op waren, terwijl je nog zoveel te vertellen had… In 1990 was de gevoelsafstand tussen Renswoude en Eindhoven groter dan nu tussen Puntagorda en Almelo.

Vanavond heb ik een begin gemaakt met mijn ‘Grande Projet’ op de finca voor de rest van de zomer (en het najaar) (en de winter). Ruud en ik ergeren ons al een tijdje kapot aan alle stenen en rotsen die op de terassen van onze boomgaard liggen. De vorige eigenaar heeft jaren geleden vrachtwagens vol rotsen en gravel laten aanrukken omdat hij een hekel had aan modder. Die stenen liggen nu overal en nergens verspreid. Met als gevolg dat je nergens gemakkelijk kunt lopen en altijd gedoe hebt met puntige rotsen als je gras aan het maaien bent of fruit plukt of gewoon tussen de bomen aan het rondstruinen bent.

 

Het wordt mijn taak om alle stenen te verzamelen en zo het terrein beter begaanbaar te maken. Dat moet met de hand (en een kruiwagen). Ons terrein is  10.000m2 groot. Monnikenwerk dus. We hebben bedacht dat we de stenen kunnen gebruiken om looppaden mee af te zetten. Binnen de looppaden moet de grond zo vlak en kiezelvrij zijn, dat je er op teenslippers kunt lopen. Daarbuiten moeten alle scherpe stenen gewoon weg zijn. Op de ‘s onderste twee foto’s van het fotoblok hierboven, zie je de eerste vierkante meters ‘ervoor’ en ‘erna’. Ik had wel schik in het werk. Het terrein knapt er van op. Alweer een geluksmomentje vandaag.

Maar direct na het gesjouw met de stenen, volgde Het Moment van de dag. Ik zat op de grond voor onze pajero met mijn rug tegen de nog warme muur. En keek hoe het licht in het landschap en op de oceaan veranderde, terwijl de zon onderging. In volledige stilte. Drie blije honden om me heen. Kijken naar de zwaluwen die elke avond rond zonsondergangstijd boven onze finca naar insecten zoeken. Kijken naar de twee jonge valkjes die in onze boomgaard dagelijks samen op zoek zijn naar eten. Het was zo fijn om daar een beetje te zitten en te kijken. Heel tevreden stelde ik vast dat het een erg goed idee is geweest om naar dit eiland te verhuizen. Ook al wachten we nu al 385 dagen op onze bouwvergunning. Maakt eigenlijk allemaal niet zo uit. We zijn er! Ja, dit was een geluksmoment.

 

Gisterochtend bracht ik Ruud naar het vliegveld. De honden waren een paar uur alleen thuis. Voordat we vertrokken had Ruud een dekentje in hun hok gelegd, omdat hij het zo zielig voor ze vond dat ze op de koude tegels zouden moeten liggen. Dom! Hoe lang hebben we die honden nou al Ruud, en hoeveel dekens zijn er inmiddels doorheen gegaan?

 

Bij thuiskomst vroeg ik nog met barse stem wie van de drie de schuldige was. Maar het gespuis dekte  elkaar af en niemand stak een poot op. Ik vermoed dat onze domheid een geluksmoment voor Fenna heeft veroorzaakt. Fenna is sinds jaar en dag onze dekenknauwkampioen. Maar Sanne heeft vast geholpen..

Bruma

Afgelopen zondag was het hier een warme dag. Ruud en ik werkten ons in het zweet op de finca, om het allerlaatste kleine snoeiwerk te doen (Ruud) en om het allerlaatste snoeihoutafval van de allerlaatste helling op te ruimen (Teunis).

Juist toen we klaar waren en ons opmaakten voor een lekkere, lome, late namiddag in de zon in de tuin van het Boeddhahuis met een glas wijn erbij enzo, trok er een grote wolk vanaf de oceaan het land op.  Een Bruma, heet dat. Het werd grijs en vochtig. Binnen zitten dus. Of, uiteindelijk, toch buiten maar op de overdekte veranda, want het bleef lekker warm. Zo gaat dat soms hier in Puntagorda, op een mooie zomerdag.

Maar tegen de tijd dat de zon onder zou gaan, braken de wolkenflarden en kwam er een grote vaalrode zon te voorschijn. Ik liep naar de hoek in onze achtertuin, daar waar de blauwe Winde groeit en waar er stoeltjes klaar staan om vanachter een hoog hek naar zonsondergangen te kijken. Op die plek zag ik de zon onder gaan.

 

Door de combinatie van de rode gloed van het allerlaatste zonlicht van de dag en de brekende nevels, zag het landschap er vreemd, bijna onaards uit. Spookachtig. Niet goed op een foto vast te leggen.

 

Ik keek gefascineerd naar de pracht en praal van de oranje bal die langzaam omlaag zonk in flarden van mist.

 

Auke was er ook en keek gefascineerd naar zijn blauwe bal, die niet onder onder de horizon verdween maar gewoon op 30cm afstand van zijn neus bleef liggen. Zoals altijd. Ieder zijn eigen wereld.

 

Binnen tien minuten was het schouwspel voorbij, zoals dat gaat met zonsondergangen. De bruma bleef hangen. Het land werd grijs.

 

De Bruma zou de volgende dag in de middag nogmaals terugkeren. En zelfs zorgen voor een paar milimeter regen!  Goed nieuws voor de sinaasappels, die wel een drupje kunnen gebruiken. Slecht nieuws voor Ruud. Het weerstation-zonder-bewegende-delen merkte maandagmiddag niet op dat ie flink aan het nat regenen was. We gaan zo’n opvangbuisje met getallen erop kopen, denk ik…

Avondrood

De zonsondergangen zijn sinds een paar dagen weer prachtig. Je ziet een heldere horizon. De rand tussen oceaan en hemel ligt ver weg en ‘hoog’ vanaf het land gezien. Het is vrijwel wolkenloos. Prachtig.

Het lukte ons in de afgelopen dagen op de één of andere manier echter niet om op het juiste moment even de tijd te nemen voor de ‘dagafsluiting’.  Steeds kwam er iets tussen. Zo ook vanavond.

 

Vanuit het Boeddhahuis kunnen we de zon niet goed zien ondergaan. We hebben geen vrij uitzicht op de oceaan. Maar toen ik vanavond in het schemerlicht de honden opzocht in de achtertuin, om ze naar binnen te halen, zag ik hoe prachtig de oceaan nog was. Ik kon het niet laten om het moment vast te leggen,  met mijn tenen op de betonrand van ons tuinhek om maar boven het gaaswerk uit te kunnen komen met mijn camera. Het is hier zo mooi, soms. Dit uitzicht. Kruidige grasgeuren. Het geluid van krekels. In de verte een blaffende hond. Verder helemaal geen geluid. En een prachtige maan boven een lichtgevende oceaan.

We kunnen niet wachten tot het moment dat we dagelijks vrij uitzicht over de grote watervlakte hebben, vanaf onze toekomstige veranda.

Groene Vingers (3); Er is een hoop hoop

Het was best even afzien deze week. Ik was / ben erg druk met mijn werk. Dat hoort zo in deze tijd van het jaar, als jaarrekeningen en belastingaangiften strijden om voorrang met het reguliere, doorlopende werk. Maar het was vooral erg koud hier op La Palma. De temperatuur kwam in het Boeddhahuis niet boven de veertien graden uit, en dat was maar voor hooguit twee uur op een dag. Zon was er niet en af en toe regende het flink. Ruud kon door het weer weinig doen op de finca, terwijl er daar zoveel werk op hem ligt te wachten. Duimen draaien, tegen heug en meug. Niet fijn. Weer om met handschoenen achter de laptop te zitten en stug door te werken.

Om een beeld te geven: onderstaande foto maakte ik afgelopen maandag in de buurt van de Roque de los Muchachos, het hoogste punt van het eiland. Op de terugweg van Los Tilos (waarover in een volgende blogpost meer), reden we daar door sneeuw en hagelbuien.

 

Het regenachtige weer kent ook zijn mooie momenten. Deze foto’s maakte ik op mijn iphone, tijdens een korte avondwandeling. Jammer dat de kwaliteit van de foto’s op mijn mobiel bij dit soort plaatjes wat onder de maat is. Er stond die avond een hele grote, brede regenboog tussen onze finca en de Matos. We hadden te weinig tijd om de pot met goud te vinden, helaas. Na een minuut of tien ging de zon onder en was de regenboog weer weg.

 

Voor de honden was het helemaal niks, dit weer. Ze zijn er inmiddels aan gewend om de hele dag in en uit te lopen, voortdurend van binnen naar buiten door de openstaande tuindeur van ons huurhuis. Grote delen van de dag zijn ze dus buiten. Maar dat zat er in de afgelopen week niet in. Ze werden er stuurs en chagrijnig van. Of projecteer ik nu mijn eigen stemming op de harige huisgenoten?

 

Sinds gisteren is alles weer zo als het hoort te zijn. De zon kwam terug en de temperaturen halen de zeventien, achttien graden weer. Op de vernieuwde weerstationpagina die Ruud terwijl ik dit schrijf zojuist in elkaar heeft geknutseld, lees ik overigens dat het gisteren hier maximaal maar 14.6 graden werd. Ik heb het dus over ‘gevoelstemperaturen’ (denk ik). Die paar graden maken net het verschil tussen ‘warm’ of ‘koud’, als je geen verwarming in je huis hebt. Bij deze temperaturen kan je af en toe opwarmen in de zon, op een windstille plek buiten op het terras. De ramen kunnen open, de honden kunnen naar buiten. Alles wordt weer een stuk lichter in je hoofd.

 

En er is hoop! Ik ben nog niet zo ervaren in groenevingersdingen en ik had het project ‘kruidentuin’ daarom al zo’n beetje opgegeven. Wekenlang gebeurde er helemaal niks in de twee bakken, die samen het project vormen, en  waarin ik eind februari voor iets meer dan tien euro aan Italiaanse zaadjes had ingezaaid.

Tijdens de regenweek is er dan toch iets in beweging gekomen onder de grond. Toeval of niet? De korianderbedden zij helemaal opgekomen. Ook de ingezaaide peterselie- en tomatenzaadjes komen in grote getale kijken waar het zonlicht vandaan komt. En vannacht (onderste foto) is opeens en masse de munt in grote aantallen de grond uitgespoten. Gisterenmiddag was er nog helemaal niets te zien in het ingezaaide muntbed. Zo snel kan het dus gaan. Het andere ingezaaide zaaigoed laat nog niets van zich zien, overigens. Wel is het grappig dat er GEEN onkruid omhoog komt, tenzij ik me vergis en het onkruid zo slim is om in rechte rijtjes de grond uit te groeien.

Het zou erg leuk zijn als we uit de kruidenhoek ik de loop van de zomer onze kruiden kunnen halen. We gaan zien wat het wordt. In april zijn we geruime tijd in Nederland en zullen de kruidjes het dus zonder water moeten doen. Als het in die periode heel warm mocht zijn, gaan ze het alsnog niet redden. Het leven is hard en moeilijk, soms.

 

Vlak bij de kruidenbakken in de achtertuin van het Boeddhahuis staan de mispelbomen vol met vruchten. Volgens google images gaat het om Loqats, of Japanse Wolmispels. In tegenstelling tot andere mispelsoorten hoeven de vruchten van deze soort niet eerst te rotten, voordat je ze kunt eten. Je kunt er taart van bakken of chutney van maken. Of jam, maar ik lust geen jam. Als gewone handvrucht schijnen ze niet heel erg bijzonder te zijn. Het stomme is, dat iets in mij me ervan weerhoudt om gewoon eens een loquat te plukken en te proeven. Een raar instinct. Ik zou best taarten of beter chutneys willen maken. Heb alleen geen idee wanneer ik dat in godsnaam moet doen. We zijn best druk,  hier op La Palma. Maar de loquats zijn erg decoratief en je kunt er mooie foto’s van maken…

 

In de afgelopen week zou er ergens op de burelen van het Cabildo, de eilandregering, vergaderd zijn over onze aanvraag voor een bouwvergunning. Het is stil. We hebben van niemand nog iets gehoord. We blijven wachten. En wachten. En wachten. Volgende week dan maar? Er is hoop. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom het Spaanse woord voor ‘wachten’ hetzelfde woord is als het Spaanse woord voor ‘hopen’.

Gorilla’s in de Mist

Altijd als Michel bij ons op bezoek is, regent het. Zo ook vandaag. Om meer precies te zijn hing er een zware regenwolk precies boven ons Boeddhahuis. In combinatie met de regenwolken op de verschillende weervoorspelapps veroorzaakte dat bij ons een donker gevoel. We hadden immers een wandeling naar de Pico Birigoyo op het programma staan, en het zou vandaag half bewolkt en zonnig zijn, zo was ons de hele week al beloofd. Met lood in onze schoenen stapten we toch maar de caddy in, op weg naar het zuiden. Om na ongeveer vier honderd meter te ontdekken dat er inderdáád een hele donkere regenwolk boven Boeddha hing. En verder nergens. Meevaller!

 

Vandaag lieten we dus de Pico Birigoyo zien aan Michel, was de bedoeling. Het werd Pico Birigoyo in de mist. Hoewel het de hele dag droog bleef was het op hoogte behoorlijk bewolkt en koud. Winterwandeling op La Palma. Maar de bomen in het bos bij El Pilar stonden in witte bloesem, dat dan weer wel.

 

De Birigoyo is mijn op-een-na-meest-favoriete bergtop op La Palma. (Favoriet zijn voor mij de toppen van de Deseada’s, maar die wandeling wilden we Michel in deze fase van zijn wandelleven nog niet aan doen). Sinds vandaag weet ik dat een wandeling door wolken en nevels naar de Birigoyo net zo mooi en indrukwekkend is als een wandeling bij helder weer en verre horizonnen. Alleen anders.

 

We wandelden door een soort van sprookjesbos omhoog. Geen elfen gezien, maar het had gekund, zo mooi was het er. Grijze nevels en witte bloesems. Toen we aankwamen op de bergtop weken de wolken uiteen en vielen er voortdurend om ons heen gaten in de nevels, zodat we steeds snelle doorkijkjes kregen naar het eiland om ons heen. Op enig moment brak het wolkendek boven ons, terwijl op ooghoogte de nevels juist dikker werden. Derde foto in het fotoblok hieronder. Bijna een mystiek moment.

 

Tijdens de afdaling brak in het noorden het wolkendek en kregen we zicht op de Caldeira de Taburiente, terwijl achter ons in zuidelijke richting,  de nevels dansten en wervelden. We vergaten dat het koud was en dat het hard waaide.

 

We deden bijna anderhalf keer zo lang als anders over deze tocht. Er was zoveel te zien dat we voortdurend stil stonden om het landschap en het spel van wolken en wind te bewonderen.

 

Op de terugweg deden we op goed geluk, want het was zaterdagavond, een poging om een tafeltje te bemachtigen bij De Belg. We voelden ons bijzonder bevoorrecht toen we fluisterend naar een gereserveerd tafeltje binnen in het restaurant werden gedirigeerd. ‘Jullie hebben gereserveerd’, kregen we met een strenge blik te horen. We voelden ons nog meer bevoorrecht toen potentiële gasten na ons naar het koude buitenterras werden gestuurd, met de mededeling dat alle tafels binnen gereserveerd waren. Komen we te vaak bij de Cervezeria in El Jesus? We aten er in elk geval weer lekker. En het is er altijd gezellig!

Op weg naar het toilet beneden het restaurant (buitenom lopen) nog even een prachtige zonsondergang gescoord. Het was een mooie dag.

Meer praktische informatie over de wandeling naar de Pico Birigoyo kun je hier vinden.

Keuzestress

Als je al heel lang ongeveer denkt te weten hoe je een nieuw huis zal gaan inrichten, als het eenmaal gebouwd is, slaat de schrik je om het hart als opeens de dag aanbreekt dat je daadwerkelijk in een winkel moet gaan kiezen welke materialen je zult gaan bestellen voor de bedekking van muren en vloeren.

De paniek slaat zelfs een beetje toe als het plaatje dat je al twee jaar in je hoofd hebt helemaal niet blijkt te passen, terwijl je nog maar een paar dagen hebt om je keuze te bepalen en ook nog allerlei andere dingen moet doen.

Zo verging het Ruud en mij dit weekend. Dus togen wij afgelopen maandag in onze caddy aan het einde van een NL werkdag, die níet aansluit bij Palmese openingstijden van winkels, naar Los Llanos en El Paso om vlak voor sluitingstijd nog bliksembezoeken te brengen aan Baño Barato en Frapper, de lokale hofleveranciers van vloertegels en dergelijke.

 

We hadden stukken van onze meubels meegenomen om die tegen onze keuzes van vorige week aan te houden. En daarmee viel alles wat naar grijs en antraciet riekt genadeloos door de mand. Past niet bij het roodachtige hout van de teakmeubels, die we nu eenmaal al in grote hoeveelheden hebben gekocht.. Nieuwe keuzes. Nieuwe kansen. Nieuwe keuzestress. En dat vlak voor sluitingstijd, met deze week geen gelegenheid meer voor nog zo’n sessie.

Zwaar gedeprimeerd kwamen we ver in de avond weer thuis. Heel veel gezien. In een razend tempo. Heel veel foto’s gemaakt. Heel veel afgekeurd. Geen idee, eigenlijk. En nou moesten we *** pas na negen uur ‘s avonds nog beginnen met koken ook! Het werd een chagrijnige maaltijd. Broodjes hamburger, dat dan weer wel 🙂

Pas laat op de avond, en in mijn geval in de zeer vroege ochtend, want ik was door alle drukte in het hoofd weer eens extreem vroeg wakker geworden, vielen de puzzelstukjes toch weer in elkaar. We hebben een vloertegel (stenen vloertegels met een onbewerkte houtlook). We hebben een keukenidee (ikea bobdyn met waarschijnlijk toch een houtkleurig blad). We hebben een badkamer-idee en we hebben een slaapkamer-idee. Wat wil je nog meer? We hebben zelfs buitentegels in het vizier! Nu maar hopen dat we begin volgende week dit alles nog steeds goede keuzes vinden.

Een impressie van onze ideeën voor de woonkamers:

 

Een impressie van onze ideeën voor de keukens, en dan met name de woonkeuken in de villa:

 

Een impressie van onze ideeën voor de badkamers:

 

Een impressie van onze ideeën voor de slaapkamers:

 

Intussen is het hier twee dagen redelijk slecht weer geweest. Niet warmer dan vijftien graden. Regenbuien. Maar maandagavond, bij het verlaten van Frapper in El Paso, stond de hemel boven de oceaan in brand. Vanuit de auto, op weg terug naar het Boeddhahuis, maakte ik onderstaande foto’s. Maar de werkelijkheid was echt duizend maal mooier dan mijn simpele iphone-lens kon vastleggen! Vloertegels zijn eigenlijk helemaal niet zo belangrijk… Of toch wel? Of toch niet? Of toch wel…?  Wel!

 

Het mooie van dit alles is dat onze keuzes flink goedkoper uitvallen dan de oorspronkelijk begrote bedragen in het projecto van de architect. We kunnen wel een meevaller gebruiken in deze onzekere tijden!

Rituelen

Nu we helemaal ontworteld zijn en los gezongen zijn van het leven dat we kenden, zijn Ruud en ik naarstig op zoek naar een nieuw ritme in ons dagelijkse leven. Dat valt nog niet mee, moet ik zeggen. Voortdurend kloppen er dingen niet. Heel lastig voor ons, structopaten. We zijn op zoek naar vastigheid. We zijn op zoek naar nieuwe rituelen.

Heel langzaam beginnen zich echter in de namiddag en vroege avond de contouren van iets dat op een patroon lijkt te ontwikkelen. Ik probeer rond 17:00u te stoppen met werken. Dan doe ik boodschappen in het dorp, te voet. We koken. We eten. We gaan met de honden per auto naar onze finca, waar we beginnen aan een zonsondergangwandeling. Iets na zeven uur gaat de zon onder. Daarna hebben we nog een klein half uur om te kunnen wandelen in de schemering.

Onderstaande foto’s maakte ik afgelopen zondag. We liepen vanuit onze boomgaard naar een veldje dat een paar honderd meter verderop ligt. Daar zaten we in het droge gras en keken we naar een prachtige zonsondergang. Februari! Het leek wel zomer.

 

Na afloop van de wandeling plukken we de sinaasappels die we nodig hebben voor de sinaasappelsap bij het ontbijt van de volgende dag. Bij terugkomst in het Boeddhahuis doen we een kop koffie bij ‘Henk’ op de veranda voor het huis. Met uitzicht op de lichtjes van het dorp.

 

Dat er nog maar vele van deze zonsondergangwandelingen mogen volgen!