Dijk

Ruud is ook vandaag weer in de slag geweest met het verplaatsen van keien en stenen. Het is warm  hier, vanmiddag werd het 29 graden op de finca, dus het gaat om een warme klus!

Maar het resultaat mag er zijn. Kijk maar. De stenen gaan, precies zoals Ruud het al een half jaar in zijn hoofd had zitten, tegen het talud. Zo bouwen wij op 545m boven zeeniveau onze eigen Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Je kan het niet weten met dat klimaat en die stijgende zeespiegels. Wij zijn daar nu helemaal klaar voor.

 

Het talud ziet er nu een stuk ‘prettiger’ uit om naar te kijken. Het is de bedoeling om over een tijdje hier en daar op de steenhellingen ruimte maken voor planten als cactussen, aloë en bougainville. Maar dat is voor later. Nog vier terrassen te gaan…

 

Ook vanavond ging de zon weer op prachtige wijze onder.

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de pajero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Lenticularis

Vandaag was er een soort  van weeromslag. Van een relatief koude week (temperaturen net op 20 graden, kan slechter eind oktober) maakte het weer in de loop van de dag een aanloop naar een verwachte nieuwe periode van warm weer. De temperatuur steeg op het einde van de dag naar een aangename 25 graden. Tegelijkertijd bleef boven het eiland de zon achter een wolkenlaag verscholen, terwijl boven de oceaan de hemel helder was. In de hogere luchtlagen stond een harde westen wind die de lucht van over de oceaan over de bergen blies. Daar krijg je déze bijzondere wolken van: lenticularis.

 

Ook op La Palma gaat de zomer nu langzaam over op de herfst. De herfst is de tijd van af en toe een regendag. Bijna altijd aan de andere kant van het eiland. Maar de herfst is ook de tijd van de mooie zonsondergangen. Vanavond hadden we er één te pakken. We zagen prachtige gekleurde wolkenluchten boven een spiegelende oceaan. Onderstaande foto’s maakte ik tijdens ons (bijna) dagelijkse hondenuitlaatrondje bij de finca, waarmee Ruud en ik als het maar even kan elke dag de werkdag proberen af te sluiten.

 

In het ‘echie’ nog veel mooier dan op de foto’s.

 

Vlakbij onze finca is een open veldje waar je prachtig om je heen kunt kijken. Over de oceaan in het westen en naar de wolkenhemel boven de bergen in het oosten en de heuvels in het noorden. En over de Matos, natuurlijk. De Matos is er altijd.

 

In je t-shirtje in de laatste week van oktober in de avond even voor achten. Stilte om je heen met alleen het ruisen van de wind en de zee in je oren. Het is buiten lekker warm, ruim boven de twintig graden. En dan  dit uitzicht. Het voelt nog steeds geweldig en went maar niet…

 

In de avondschemering hingen er nog steeds lenticularis-wolken  boven de bergen. Die kregen de meest prachtige kleuren in het licht van de ondergaande zon.

 

Er was om ons heen aan alle kanten zoveel moois te zien. Ruud en ik wisten niet waar we moesten kijken. Daar wordt een mens blij van.

 

Er is volgens mij  geen mooiere manier om het weekend in te gaan dan met een avondwandelingetje voor het eten,  met de honden,  tijdens de zonsondergang, op La Palma. Samen met Ruud.

Helicopterwandeling

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een avondwandelingetje van zo’n anderhalf-twee uur, vanaf onze finca richting oceaan en weer terug. Dat doen we wel vaker, meestal met de honden. Ik had er foto’s van gemaakt, die keer, maar was ‘vergeten’ om die foto’s op het blog te zetten. Zonde toch?

Vanaf onze finca liepen we eerst door een wat rommelig landbouwgebied.

 

Wat verder richting de zee wordt het landschap warmer, want lager liggend, en droger. De aarde is rood gekleurd. Het valt me altijd weer op, als ik hier loop, hoeveel oude landbouwterrassen er hier tegen de hellingen van het eiland aan liggen. Zie bijvoorbeeld de bovenste foto van het fotoblok hieronder. Allemaal smal en allemaal al lang geleden verlaten en verdroogd. Was het vroeger veel natter op La Palma?

 

Op de terugweg liepen we pal langs de helicopterbasis van de Brif. De Brif is de brandweer van het eiland. Op de basis zijn in de zomermaanden twee helicopters gestationeerd om direct te kunnen blussen in geval van een bosbrand.

 

Zo’n wandelingetje geeft ons altijd weer wat energie na een dag hard of gestresst werken of tijdens een periode van lang ergens op wachten (nu al 472 dagen).  Een mooie zonsondergang, tijdens een avondwandeling, zorgt voor een extra energiestoot. We hadden geluk, die avond.

 

Verveelt echt nooit.

Clima de Calzoncillos

Het is al een bijna een week lang erg warm op La Palma. Om niet te zeggen: heet! Kalima. Warme lucht overspoelt vanuit de Sahara ons lente-eiland. De lucht uit de Sahara is half augustus erg heet. Op het weerbericht ziet alles er ongeveer zó uit. Rood, roder. roodst.

 

En dit was de situatie om drie uur ‘s middags, afgelopen zondag. Rond 18:00u is het hier op het warmst. Tel er nog maar drie graden bij. In de schaduw. De minimumtemperaturen in de nacht kwamen niet onder de 28 graden. Het was kortom  onderbroekenweer. Clima de calzoncillos op z’n Spaans. Denk ik. Het was te heet voor kleren aan je lijf. Dus liepen Ruud en ik uitsluitend nog in de boxershort rond, zodra het kon.  Daarvan presenteren wij géén foto’s.

 

Ruud en ik wisten niet veel beters te doen dan tijdens de laatste dagen van onze vakantie vrijwel dagelijks naar het strand in Tazacorte te gaan. In de ochtend. Uiterlijk om 14:00u thuis. We vonden het wat eng om onze honden op het allerheetste moment van de dag alleen thuis te laten, want ze hebben het alle3 best moeilijk met dit weer, vooral Fenna.

 

Van huis uit zijn Ruud en ik niet hele grote liefhebbers van het strand. Ruud heeft er de huid niet voor en ik ben mijn jeugd op de stranden van het Henschotermeer in Woudenberg al behoorlijk lang geleden ontgroeid. Vanuit Almelo was het destijds drie (!) uur rijden naar het dichtstbijzijnde strand. Daar word je ook niet heel erg beach minded van.

Maar nu wonen we op La Palma. En is er op 25 minuten rijden vanaf het Boeddhahuis het zandstrand bij de haven van Tazacorte. Je hebt er branding. Je hebt er strandstoelen. Je kunt er wat eten of drinken. Het is er niet superdruk. Er heerst een relaxte atmosfeer met niet al te veel toeristen van buiten en wél veel Palmero’s.  Het zeewater is heerlijk koel. We kochten twee parasolletjes en vonden verkoeling in de zee en  op het zwarte zand…

Tazacorte ligt op zeeniveau. Wij wonen op ongeveer 700m hoogte. Tijdens een kalima is het warmer, naarmate je verder de hoogte in gaat. Dat scheelt al gauw zo’n zes á zeven graden. Tijdens kalima’s in augustus vluchten Ruud en ik daarom voortaan naar Tazacorte.

De Kalima leverde wel weer een paar hele mooie zonsondergangen op. Vanuit de tuin van het Boeddhahuis.

 

Gelukkig hebben we in deze barre tijden de beschikking over mijn ‘verjaardagszwembadje’. Heel goed getimed, die aankoop! Het zwembadje brengt redding en verkoeling als de temperatuur aan het eind van de dag richting veertig graden gaat. Het zwembadje brengt verkoeling in de late avond, voor het slapen gaan. Niets is meer zomers dan liggend in je eigen zwembadje in het donker van een zwoele zomeravond naar de sterren hoog boven je te kijken..

 

Vandaag hebben we een dagje respijt. Als ik dit schrijf is het vier uur in de middag en maar 25 graden. Heel vreemd. Het voelt als een lentedag. Vanaf morgen gaan de temperaturen weer omhoog, zeggen de voorspellers. Tot ver in de volgende week blijft het warm.

Tijdens het komende weekend krijgen we bezoek vanuit Nederland. Ik kan het bezoek geruststellen. Ruud en ik zullen ons decent kleden. Maar bereid je voor op een paar hele warme dagen..  Het is weer eens wat anders dan een lang-weekend-met-michel-in-de-regen. Het zal nu meer in de richting gaan van een lang-weekend-met-michel-die-wanhopig-naar-schaduw-en-verkoeling-zoekt. Wat een roteiland eigenlijk, dat La Palma. Gaan we noooit meer naar toe.

Augustusdagen

Het is augustus. Ruud en ik hadden met elkaar afgesproken dat we vakantie hebben nu. Doordat er onverwacht snel aan de opknapbeurt van het bovenste terras aan de zuidkant van onze finca wordt gewerkt, valt dat idee een beetje in het water. Maar ik hoef niet te werken voor de klanten in Nederland. En er schiet voldoende tijd over om wat activiteiten buitenshuis en weg van de finca te ondernemen.

Het is behoorlijk warm op het moment. Om die reden zochten we vorige week de hoogte en de schaduw van de dennenbossen op. We maakten een wandeling in de bossen boven Puntagorda. De kleine Briestawandeling, noemen we deze tocht. Elk seizoen weer anders. De wijnvelden staan nu vol in het blad. In de buurt van de velden ruikt het  naar zwavel. De wijnboeren brengen zwavelpoeder aan op de wijnranken ter bestrijding van schimmels en ongedierte. Maar de geur van dennennaalden in de hete zomerzon overheerst. Naast de geur van hooi dat op het land ligt te drogen (in Nederland) , is de geur van dennennaalden op het heetst van de dag in de brandende zomerzon het lekkerste dat je kunt ruiken. Vind ik.

 

Het is augustus. Op het eiland draait vrijwel alles op halve kracht. Op de kantoren van het Cabildo, waar onze aanvraag voor een bouwvergunning ligt te wachten. In winkels (behalve supermarkten, gelukkig). Overal sluit men ‘s middags rond 13.00u  de deuren. Geen siësta of zo. De deuren gaan pas de volgende dag in de ochtend weer open. Palmero’s hebben in augustus bijna allemaal de hele maand vakantie. Maar dan alleen in de middagen en in de avonden.

In de middagen zitten wij er op het moment vaak zó bij. Zomers toch?

 

We wandelden weer eens van Puntagorda naar Tijarafe. Over het koningspad of de Camino Reál, één van de hoofdwandelroutes op het eiland. Die wandeling hebben we nu misschien al een keer of acht gedaan. En elke keer is de wandeling leuk. Ook dit is een wandeling die elk seizoen anders is. Je loopt door de natuur, maar ook door landbouwgebiedjes en langs ruïnes en opknaphuizen. We vinden het leuk om te zien wat er veranderd is sinds de vorige wandeling op de diverse landjes. We vinden het leuk om te zien hoe de opknapprojecten vorderen van huizen waar we langs lopen. Soms doen we ideeën op voor ons eigen project. Zou iedereen zo lang hebben moeten wachten op de verlossende vergunning?

 

Maar één van de leukste aspecten aan deze wandeling is toch wel het eindpunt. De kiosko in het centrum van Tijarafe. Op een buitenterras kan je onder het genot van een biertje heerlijk uitpuffen. En je kunt er iets eten. We ontdekten dat ze er hele lekkere hamburgers hebben! Dat is nu al het tweede adres in Tijarafe waar je een goede hamburger kunt eten. Na de hamburger terug met de bus naar Puntagorda.

 

Om in de tuin van het Boeddhahuis, hangend over het hek van de achtertuin een weergaloze zonsondergang te kunnen zien.

 

Het is augustus. En erg heet. Vinden wij. Ruud en ik zouden op zaterdag een lange bergwandeling gaan maken. Maar het is feest in Puntagorda, ter ere van de beschermheilige van het dorp, San Mauro Abad. Twee weken lang wordt het feest gevierd. Naast heilige missen en een processie ook met fotowedstrijden, zaalvoetbaltoernooien, paardenraces, pokeravonden en noem maar op. En met muziek. Er is een podium geplaatst op het meest centrale plein van het dorp. Bij de klok. De afgelopen week was er elke avond wel iets te doen. Maar op vrijdag was het pas écht feest. En dat ging door tot half zes in de ochtend. Ruud en ik deden geen oog dicht, de geluidsinstallatie staat op iets meer dan acht honderd meter van ons huis. Op zaterdagochtend stonden we met twee uur slaap in onze hoofdjes op. En besloten dat het een korte wandeling zou worden. We deden een rondje van ongeveer twee uur om het dorp heen. We blijven genieten van het landschap waar we in mogen wonen.

 

Het is augustus. En erg warm. Maar mijn verjaardagszwembad biedt verkoeling. Het is helemaal niet verkeerd om in het water te drijven in de schaduw van de twee palmbomen aan de rand van ons terras. We kunnen wel steeds zeuren over dat we zo lang moeten wachten op onze bouwvergunning. Maar er zijn vervelender manier om de dagen van je leven te slijten. Die gedachte sleept ons er wel doorheen. Laten ze dat overigens maar niet horen in de kantoren van het Cabildo.

 

Ook zaterdagnacht was het feest in Puntagorda. De muziekinstallatie speelde weer tot ongeveer half zes in de ochtend. En dit keer hele irritante latino-muziek. Er is bijna niets zo  vervelend om gedwongen naar harde muziek-die-je-niet-leuk-vindt te moeten luisteren. Zeker niet als het buiten midden in de nacht nog 23 graden is. Niet geslapen. Op zondag deden we daarom weer geen lange wandeling. We deden wél een rondje op de fiets. Met een helm op het in nevelen van slaaptekort gehulde hoofd. Fietsend in de zon werden we langzaam toch weer wat helderder.

We reden door het landgebouwgebied ten zuiden van het dorp. We zagen dat er daar nieuwe wegen worden aangelegd naar nieuwe hele grote landbouwterrassen. Vast nieuwe aanplant van avocado’s. Ook wij hebben min of meer besloten voor de avocadobomen te gaan op de drie zuidelijke terrassen van onze finca. Ondanks dat we een varkenscyclus zien ontstaan. Avocadobomen zijn veel gemakkelijker in de teelt dan alternatieven waarnaar we gekeken hebben.  En voor ons al ingewikkeld genoeg.

 

Ruud maakt bij elk veld waar we langs komen een studie van hoe de bewateringssystemen zich verhouden tot onze eigen plannen, en wat hij eventueel nog kan leren. Veldwerk noemen we dat.

 

Bij de Belg deed ik zelf wat veldwerk en  ontdekte ik als onderdeel van deze vakantie een nieuw gerecht op de kaart. Zalm met peren en basmacirijst. Nog nooit zo lekker vis gegeten! Een bord vol met smaken die geweldig bij elkaar passen.

 

Ik neem niet elke avond een foto van de ondergaande zon. Maar ook deze, van gisteren, was weer erg mooi.

 

Het is augustus. Vakantietijd. Als iedereen om je heen op halve kracht draait, neem je dat vanzelf over. En het voelt wel lekker. Het zou zo maar kunnen dat wij volgend jaar ook de hele maand op de Palmese manier op vakantie gaan. Voor nu hebben we nog maar zeven dagen. Dan roept de plicht voor de klanten in Nederland weer. Da’s nog een hele week!

 

Zondagavond eindigden de festiviteiten voor San Mauro Abad met een prachtige vuurwerkshow die we vanuit de tuin van ons huurhuis konden bewonderden. De foto hierboven komt uit de krant, maar we hebben het echt zo gezien. Oudejaarsnacht op een avond in augustus. De muziek voor het afsluitende bal ging daarna slechts door tot ongeveer half twaalf en was veel zachter dan in de twee vorige nachten het geval was. Het feest van San Mauro is weer voorbij. Ik heb in lange tijd niet zo lekker geslapen als afgelopen nacht!

Mi Madre

Na de ouders van Ruud weet nu ook mijn moeder waar we tegenwoordig wonen. Afgelopen vrijdag landde zij, samen met Ruud, voor het eerst op het vliegveldje van La Palma. Haar laatste vliegreis was 35 jaar geleden.

Vooraf zagen we een beetje op tegen de vlucht naar het eiland voor haar. De assisentie op Schiphol doet echter wonderen en bij aankomst deed de assistentie op het vliegveld van La Palma de dienstverlening aan moeder nog eens dunnetjes over. Fris en monter stapte er zo op de vroege vrijdagavond een breed lachende oudere dame in een groen vestje door de grote schuifdeuren van de aankomsthal van SPC. Welkom op La Palma!

Inmiddels heeft moeders het vakantiegevoel al behoorlijk te pakken.

 

Ook op de finca voelt ze zich al helemaal thuis. Ze is nog maar twee dagen hier, maar zit elke avond al uiterst professioneel als een echte ‘abuela’ voor de deur van het huis op een stoeltje  naar de zonsondergang te kijken. Dat is nog eens snel inburgeren! Het enige dat ontbreekt zijn nog twee of drie ‘omaatjes’ naast haar, op een bankje.

 

Die zonsondergangen blijven prachtig. Ze zijn erg mooi op het moment. Deze hieronder is van gisteren.

 

Zelfs Auke wordt er stil van.

 

Ook de maan is prachtig, in het schemerlicht  van de eerste vijftien minuten net na zonsondergang.

 

Pas als de maan vol is, keert moeder weer terug naar Nederland. Tot die tijd: vakantie!

Geluksmomenten

Pacheco, de Cubaanse kapper in Puntagorda, zit bijna om de hoek vanaf het Boeddhahuis. Het is twee minuten lopen. Toch heeft het meer dan vier maanden geduurd, voordat ik voor het eerst de weg naar de ‘peluquero a la vuelta de la esquina’ wist te vinden. Ik heb het niet zo op kappers en al helemaal niet op Spaanse kappers. Daar moet je Spaans mee praten. Dat vind ik maar lastig.

Maar Pacheco is een aardige vent. En ik ontdekte dat ik eigenlijk al best wel een soort van gesprek in het Spaans kan voeren. Dat was na afloop, op de weg terug naar huis, een geluksmomentje. Thuis aangekomen moest ik  alleen wel erg aan de strakke spaanse scheiding in mijn haar wennen. Die is er inmiddels al weer uit..

 

Vervolgens via Skype aan het werk. Ik kreeg afgelopen woensdag, tijdens een vergadering,  een foto toegestuurd van ‘de andere kant’ in Nederland. Zo zie ik er in Almelo uit, als ik vanuit Puntagorda zeg wat ik ervan vind of hoe ik erover denk. Ik vond het een grappige foto. Zo’n grote mond op zo’n klein schermpje..

 

Ik ben diep in mijn hart nog altijd een beetje verbaasd dat het allemaal kan, dagelijks contact houden op 4.500 km afstand met skype, whatsapp, mail en yammer. Ik heb ‘de telefooncel’ nog mee gemaakt… en dat je daar dan in stond om te bellen met Ruud en dat dan je kwartjes op waren, terwijl je nog zoveel te vertellen had… In 1990 was de gevoelsafstand tussen Renswoude en Eindhoven groter dan nu tussen Puntagorda en Almelo.

Vanavond heb ik een begin gemaakt met mijn ‘Grande Projet’ op de finca voor de rest van de zomer (en het najaar) (en de winter). Ruud en ik ergeren ons al een tijdje kapot aan alle stenen en rotsen die op de terassen van onze boomgaard liggen. De vorige eigenaar heeft jaren geleden vrachtwagens vol rotsen en gravel laten aanrukken omdat hij een hekel had aan modder. Die stenen liggen nu overal en nergens verspreid. Met als gevolg dat je nergens gemakkelijk kunt lopen en altijd gedoe hebt met puntige rotsen als je gras aan het maaien bent of fruit plukt of gewoon tussen de bomen aan het rondstruinen bent.

 

Het wordt mijn taak om alle stenen te verzamelen en zo het terrein beter begaanbaar te maken. Dat moet met de hand (en een kruiwagen). Ons terrein is  10.000m2 groot. Monnikenwerk dus. We hebben bedacht dat we de stenen kunnen gebruiken om looppaden mee af te zetten. Binnen de looppaden moet de grond zo vlak en kiezelvrij zijn, dat je er op teenslippers kunt lopen. Daarbuiten moeten alle scherpe stenen gewoon weg zijn. Op de ‘s onderste twee foto’s van het fotoblok hierboven, zie je de eerste vierkante meters ‘ervoor’ en ‘erna’. Ik had wel schik in het werk. Het terrein knapt er van op. Alweer een geluksmomentje vandaag.

Maar direct na het gesjouw met de stenen, volgde Het Moment van de dag. Ik zat op de grond voor onze pajero met mijn rug tegen de nog warme muur. En keek hoe het licht in het landschap en op de oceaan veranderde, terwijl de zon onderging. In volledige stilte. Drie blije honden om me heen. Kijken naar de zwaluwen die elke avond rond zonsondergangstijd boven onze finca naar insecten zoeken. Kijken naar de twee jonge valkjes die in onze boomgaard dagelijks samen op zoek zijn naar eten. Het was zo fijn om daar een beetje te zitten en te kijken. Heel tevreden stelde ik vast dat het een erg goed idee is geweest om naar dit eiland te verhuizen. Ook al wachten we nu al 385 dagen op onze bouwvergunning. Maakt eigenlijk allemaal niet zo uit. We zijn er! Ja, dit was een geluksmoment.

 

Gisterochtend bracht ik Ruud naar het vliegveld. De honden waren een paar uur alleen thuis. Voordat we vertrokken had Ruud een dekentje in hun hok gelegd, omdat hij het zo zielig voor ze vond dat ze op de koude tegels zouden moeten liggen. Dom! Hoe lang hebben we die honden nou al Ruud, en hoeveel dekens zijn er inmiddels doorheen gegaan?

 

Bij thuiskomst vroeg ik nog met barse stem wie van de drie de schuldige was. Maar het gespuis dekte  elkaar af en niemand stak een poot op. Ik vermoed dat onze domheid een geluksmoment voor Fenna heeft veroorzaakt. Fenna is sinds jaar en dag onze dekenknauwkampioen. Maar Sanne heeft vast geholpen..

Bruma

Afgelopen zondag was het hier een warme dag. Ruud en ik werkten ons in het zweet op de finca, om het allerlaatste kleine snoeiwerk te doen (Ruud) en om het allerlaatste snoeihoutafval van de allerlaatste helling op te ruimen (Teunis).

Juist toen we klaar waren en ons opmaakten voor een lekkere, lome, late namiddag in de zon in de tuin van het Boeddhahuis met een glas wijn erbij enzo, trok er een grote wolk vanaf de oceaan het land op.  Een Bruma, heet dat. Het werd grijs en vochtig. Binnen zitten dus. Of, uiteindelijk, toch buiten maar op de overdekte veranda, want het bleef lekker warm. Zo gaat dat soms hier in Puntagorda, op een mooie zomerdag.

Maar tegen de tijd dat de zon onder zou gaan, braken de wolkenflarden en kwam er een grote vaalrode zon te voorschijn. Ik liep naar de hoek in onze achtertuin, daar waar de blauwe Winde groeit en waar er stoeltjes klaar staan om vanachter een hoog hek naar zonsondergangen te kijken. Op die plek zag ik de zon onder gaan.

 

Door de combinatie van de rode gloed van het allerlaatste zonlicht van de dag en de brekende nevels, zag het landschap er vreemd, bijna onaards uit. Spookachtig. Niet goed op een foto vast te leggen.

 

Ik keek gefascineerd naar de pracht en praal van de oranje bal die langzaam omlaag zonk in flarden van mist.

 

Auke was er ook en keek gefascineerd naar zijn blauwe bal, die niet onder onder de horizon verdween maar gewoon op 30cm afstand van zijn neus bleef liggen. Zoals altijd. Ieder zijn eigen wereld.

 

Binnen tien minuten was het schouwspel voorbij, zoals dat gaat met zonsondergangen. De bruma bleef hangen. Het land werd grijs.

 

De Bruma zou de volgende dag in de middag nogmaals terugkeren. En zelfs zorgen voor een paar milimeter regen!  Goed nieuws voor de sinaasappels, die wel een drupje kunnen gebruiken. Slecht nieuws voor Ruud. Het weerstation-zonder-bewegende-delen merkte maandagmiddag niet op dat ie flink aan het nat regenen was. We gaan zo’n opvangbuisje met getallen erop kopen, denk ik…

Avondrood

De zonsondergangen zijn sinds een paar dagen weer prachtig. Je ziet een heldere horizon. De rand tussen oceaan en hemel ligt ver weg en ‘hoog’ vanaf het land gezien. Het is vrijwel wolkenloos. Prachtig.

Het lukte ons in de afgelopen dagen op de één of andere manier echter niet om op het juiste moment even de tijd te nemen voor de ‘dagafsluiting’.  Steeds kwam er iets tussen. Zo ook vanavond.

 

Vanuit het Boeddhahuis kunnen we de zon niet goed zien ondergaan. We hebben geen vrij uitzicht op de oceaan. Maar toen ik vanavond in het schemerlicht de honden opzocht in de achtertuin, om ze naar binnen te halen, zag ik hoe prachtig de oceaan nog was. Ik kon het niet laten om het moment vast te leggen,  met mijn tenen op de betonrand van ons tuinhek om maar boven het gaaswerk uit te kunnen komen met mijn camera. Het is hier zo mooi, soms. Dit uitzicht. Kruidige grasgeuren. Het geluid van krekels. In de verte een blaffende hond. Verder helemaal geen geluid. En een prachtige maan boven een lichtgevende oceaan.

We kunnen niet wachten tot het moment dat we dagelijks vrij uitzicht over de grote watervlakte hebben, vanaf onze toekomstige veranda.