Llano de las Ánimas

 

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de Roque de los Muchachos over de rand van de Caldeira de Taburiente naar de Pico Chico. We liepen op het Dak van Puntagorda. Tijdens de wandeling ontdekten we boven Puntagorda een betonweggetje dat omhoog klom tot bijna aan de kraterrand. Volgens een bordje heet het eindpunt van deze weg de Llano de las Ánimas. Wij noemen het de Zolder van Puntagorda. Een hele mooie plek met een fantastisch uitzicht op het dorp en de oceaan. We namen ons voor om snel te gaan ontdekken hoe we vanaf beneden tot aan deze plek zouden kunnen komen. Vandaag was de dag. Samen met moeders, gingen we op expeditie in het hoogland boven ons dorp. In de auto, uiteraard.

 

Met behulp van de ‘map out’ app op de mobiele telefoon was de autoroute naar het eindpunt van de betonweg op de Llano de las Ánimas, niet heel erg moeilijk te vinden. De weg ook daadwerkelijk ríjden was iets minder eenvoudig. Maar Ruud is een goede chauffeur en zonder echte problemen reden we over steeds smaller wordende weggetjes door een prachtig berglandschap. Op twee plekken waren de haarspeldbochten te scherp om zonder een keer ‘te steken ‘ te kunnen nemen.

 

Vanuit het dorp, dat op zo’n 700 meter boven zeeniveau ligt, reden we de berg op tot een hoogte van ongeveer 2.000 meter. We reden in een half uur omhoog. Over de terugweg deden we veel langer, want al deze foto’s moesten natuurlijk worden gescoord. Sommige foto’s hebben een beetje rare kleur. Ik moest ze nemen vanaf de achterbank van onze caddy, door het voorraam heen. Dat raam heb ik niet overal helemaal kunnen wegpoetsen achter mijn laptop.

 

We keken onze ogen uit. Ruud en ik vinden het landschap op deze plek erg mooi. Zelfs moeders vergat na een kwartiertje haar hoogtevrees.

 

In Augustus hebben Ruud en ik twee weken vakantie. We hebben ons voorgenomen om over deze weg te gaan wandelen. Vanaf de Repsol, tot aan de kraterrand. En weer terug. En hééél misschien, als we kunnen, door tot aan de Roque de los Muchachos. Voor de sport. Dat wordt een dagtocht. En het zal afzien zijn… Maar wel een hele mooie wandeling, denk ik. Een grote wens van Ruud.

 

Toch maar even een waarschuwing, voor je weet maar nooit. Wij reden deze route met onze auto, een VW Caddy. Dat was goed te doen. Maar Ruud is een goede chauffeur, zeker ook in de bergen. En Ruud heeft absoluut geen last van hoogtevrees. De weggetjes zijn smal, zonder vangrails. Op een paar plekken is de smalle weg ook nog eens erg steil. De route kent twee echt lastige haarspeldbochten. Op de weggetjes kunnen twee auto’s elkaar niet passeren, zonder voorzichtig te manoevreren . Als je dit alles eng vindt, of als je de kracht van de motor in je auto niet helemaal vertrouwt, moet je onze route niet navolgen. In elk geval niet met de auto.

Download

‘Intratuin’ Puntagorda

Bijna net de intratuin. Maar dan anders. Veel leuker.  In Puntagorda, vlak bij de Mercadillo, woont een Nederlands echtpaar uit (ik denk) Limburg. Zij hebben van het perceel rond hun huis een prachtige siertuin gemaakt. Op de mercadillo verkopen ze uit deze tuin plantjes. Je kunt op zaterdagen en zondagen ook in  de tuin  zelf rond kijken. Dat deden Ruud en ik afgelopen zondag. De tuin ziet er ongeveer zó uit.

 

We vonden het allemaal erg mooi wat we zagen. De mensen van de tuin hebben ongeveer een zelfde idee als dat Ruud en ik hebben over de inrichting een mooie tuin. Alleen. Zij hebben er veel meer verstand van… Als we zover zijn, komt mijnheer bij ons op het kavel kijken en krijgen we advies van hem over wat volgens hem  wel werkt en wat niet werkt.

 

Als het zo ver is… We wachten nu al 393 dagen op onze bouwvergunning.

Abrikozentijd

De abrikozentijd is al weer een paar weken voorbij. Maar ik had nog foto’s liggen, dus die laat ik toch nog maar even ‘in retrospectief’ zien.

We hebben vier grote abrikozenbomen in onze boomgaard staan. Om de vruchten te beschermen tegen vogels en insecten en knagend ongedierte moeten er in het voorjaar netten om de bomen worden gewikkeld. Die netten (helemaal kapot na jaren van gebruik) hadden we nou juist grotendeels weg gegooid bij de eerste schoonmaakoperaties van vorig jaar. Zodoende konden we, met behulp van Antonio, maar twee van de vier bomen beschermen.

 

Als de abrikozen rijp zijn, zijn ze ook écht rijp. Dan moeten ze meteen, allemaal tegelijk, geplukt worden en verwerkt worden (of verkocht worden). Dat verkopen gaan we niet doen. Teveel werk. Handelaren verwachten dat de vruchten netjes gesorteerd in platte kratten, daarop 1 voor 1 zachtjes neergelegd, worden aangeleverd. Er zijn grenzen aan onze beschikbare  tijd.

Het was jammer dat de abrikozen net allemaal rijp waren in de week dat Ruud en ik in Nederland verbleven. Dat hadden we met onze ongeoefende ogen niet zien aankomen. Toen we terugkwamen, lag het merendeel al op de grond. Net of geen net, het maakt dan niet meer uit. Vruchten die eenmaal op de grond liggen zijn niet meer bruikbaar. Dat heeft ons ongeveer twee derde van de oogst gekost. Doodzonde! Al doende leert men?

 

Het resterende deel van de abrikozen (1/3 van 2 van de 4 bomen = 1/6 van het totaal) leverde toch nog ongeveer 10kg op. Veel te veel om te eten of te verwerken. We aten in de afgelopen tijd daarom abrikozenjam (dank je wel, Anky!), abrikozentaart en abrikozenchutney. Wel erg lekker allemaal en het voelt goed om te eten vanaf je eigen land. De diepvries ligt vol met abrikoos (en perzik) voor later. Natuurlijk hebben we wat abrikozen weg gegeven, maar zoveel mensen in Puntagorda die abrikoos willen krijgen kennen we (nog) niet.. De rest moest weg.

 

We hebben ons voorgenomen om volgend jaar in ons heen-en-weer-schema wat beter rekening te houden met de abrikozentijd (en de perzikentijd) . Maar ach, we moeten in dat schema zoveel plannen en combineren, dat we er bijna een supercomputer voor nodig hebben om alles optimaal te krijgen. We gaan wel zien hoe het volgend jaar uiteindelijk zal gaan met die abrikozen.  Ik kan in elk geval inmiddels chutney maken en taart bakken. Jam maken moet ik nog gaan proberen. En ik hoor Ruud steeds ‘Apricot Brandy’ mompelen…

Mi Madre

Na de ouders van Ruud weet nu ook mijn moeder waar we tegenwoordig wonen. Afgelopen vrijdag landde zij, samen met Ruud, voor het eerst op het vliegveldje van La Palma. Haar laatste vliegreis was 35 jaar geleden.

Vooraf zagen we een beetje op tegen de vlucht naar het eiland voor haar. De assisentie op Schiphol doet echter wonderen en bij aankomst deed de assistentie op het vliegveld van La Palma de dienstverlening aan moeder nog eens dunnetjes over. Fris en monter stapte er zo op de vroege vrijdagavond een breed lachende oudere dame in een groen vestje door de grote schuifdeuren van de aankomsthal van SPC. Welkom op La Palma!

Inmiddels heeft moeders het vakantiegevoel al behoorlijk te pakken.

 

Ook op de finca voelt ze zich al helemaal thuis. Ze is nog maar twee dagen hier, maar zit elke avond al uiterst professioneel als een echte ‘abuela’ voor de deur van het huis op een stoeltje  naar de zonsondergang te kijken. Dat is nog eens snel inburgeren! Het enige dat ontbreekt zijn nog twee of drie ‘omaatjes’ naast haar, op een bankje.

 

Die zonsondergangen blijven prachtig. Ze zijn erg mooi op het moment. Deze hieronder is van gisteren.

 

Zelfs Auke wordt er stil van.

 

Ook de maan is prachtig, in het schemerlicht  van de eerste vijftien minuten net na zonsondergang.

 

Pas als de maan vol is, keert moeder weer terug naar Nederland. Tot die tijd: vakantie!

Buitenterras

Teunis’ moeder wilde al een tijdje zien hoe wij het hier op La Palma hebben, en na veel gepuzzel kwamen Teunis en ik erop uit dat ik haar in Nederland zou gaan ophalen, en dat hij haar dan twee weken later weer terugbrengt. Zodoende was ik deze week voor een bliksembezoek even in Nederland.

Ik was mooi op tijd op de luchthaven van Santa Cruz maar mijn vlucht was een half uurtje vertraagd, dus ik ging wat rondlopen. Zitten kon tenslotte nog lang genoeg. Aan de zuidkant van het gebouw zag ik bij toeval dat het oude, vertrouwde buitenterras in ere is hersteld. In het gebouw staat het nergens aangegeven.

 

Fijn dat je weer lekker ontspannen buiten op je vlucht kunt wachten! Er was bijna niemand en ik geloof dat ik de primeur had, want bij aankomst in Nederland las ik op La Palma Nieuws dat het terras zojuist geopend was.

Het was trouwens erg gezellig om even in Nederland te zijn. Pa en Ma hebben nog een hele week Ruudnasi en de vlucht terug met Teunis’ moeder verliep dankzij de goede ondersteuning op Schiphol heel voorspoedig.

Geluksmomenten

Pacheco, de Cubaanse kapper in Puntagorda, zit bijna om de hoek vanaf het Boeddhahuis. Het is twee minuten lopen. Toch heeft het meer dan vier maanden geduurd, voordat ik voor het eerst de weg naar de ‘peluquero a la vuelta de la esquina’ wist te vinden. Ik heb het niet zo op kappers en al helemaal niet op Spaanse kappers. Daar moet je Spaans mee praten. Dat vind ik maar lastig.

Maar Pacheco is een aardige vent. En ik ontdekte dat ik eigenlijk al best wel een soort van gesprek in het Spaans kan voeren. Dat was na afloop, op de weg terug naar huis, een geluksmomentje. Thuis aangekomen moest ik  alleen wel erg aan de strakke spaanse scheiding in mijn haar wennen. Die is er inmiddels al weer uit..

 

Vervolgens via Skype aan het werk. Ik kreeg afgelopen woensdag, tijdens een vergadering,  een foto toegestuurd van ‘de andere kant’ in Nederland. Zo zie ik er in Almelo uit, als ik vanuit Puntagorda zeg wat ik ervan vind of hoe ik erover denk. Ik vond het een grappige foto. Zo’n grote mond op zo’n klein schermpje..

 

Ik ben diep in mijn hart nog altijd een beetje verbaasd dat het allemaal kan, dagelijks contact houden op 4.500 km afstand met skype, whatsapp, mail en yammer. Ik heb ‘de telefooncel’ nog mee gemaakt… en dat je daar dan in stond om te bellen met Ruud en dat dan je kwartjes op waren, terwijl je nog zoveel te vertellen had… In 1990 was de gevoelsafstand tussen Renswoude en Eindhoven groter dan nu tussen Puntagorda en Almelo.

Vanavond heb ik een begin gemaakt met mijn ‘Grande Projet’ op de finca voor de rest van de zomer (en het najaar) (en de winter). Ruud en ik ergeren ons al een tijdje kapot aan alle stenen en rotsen die op de terassen van onze boomgaard liggen. De vorige eigenaar heeft jaren geleden vrachtwagens vol rotsen en gravel laten aanrukken omdat hij een hekel had aan modder. Die stenen liggen nu overal en nergens verspreid. Met als gevolg dat je nergens gemakkelijk kunt lopen en altijd gedoe hebt met puntige rotsen als je gras aan het maaien bent of fruit plukt of gewoon tussen de bomen aan het rondstruinen bent.

 

Het wordt mijn taak om alle stenen te verzamelen en zo het terrein beter begaanbaar te maken. Dat moet met de hand (en een kruiwagen). Ons terrein is  10.000m2 groot. Monnikenwerk dus. We hebben bedacht dat we de stenen kunnen gebruiken om looppaden mee af te zetten. Binnen de looppaden moet de grond zo vlak en kiezelvrij zijn, dat je er op teenslippers kunt lopen. Daarbuiten moeten alle scherpe stenen gewoon weg zijn. Op de ‘s onderste twee foto’s van het fotoblok hierboven, zie je de eerste vierkante meters ‘ervoor’ en ‘erna’. Ik had wel schik in het werk. Het terrein knapt er van op. Alweer een geluksmomentje vandaag.

Maar direct na het gesjouw met de stenen, volgde Het Moment van de dag. Ik zat op de grond voor onze pajero met mijn rug tegen de nog warme muur. En keek hoe het licht in het landschap en op de oceaan veranderde, terwijl de zon onderging. In volledige stilte. Drie blije honden om me heen. Kijken naar de zwaluwen die elke avond rond zonsondergangstijd boven onze finca naar insecten zoeken. Kijken naar de twee jonge valkjes die in onze boomgaard dagelijks samen op zoek zijn naar eten. Het was zo fijn om daar een beetje te zitten en te kijken. Heel tevreden stelde ik vast dat het een erg goed idee is geweest om naar dit eiland te verhuizen. Ook al wachten we nu al 385 dagen op onze bouwvergunning. Maakt eigenlijk allemaal niet zo uit. We zijn er! Ja, dit was een geluksmoment.

 

Gisterochtend bracht ik Ruud naar het vliegveld. De honden waren een paar uur alleen thuis. Voordat we vertrokken had Ruud een dekentje in hun hok gelegd, omdat hij het zo zielig voor ze vond dat ze op de koude tegels zouden moeten liggen. Dom! Hoe lang hebben we die honden nou al Ruud, en hoeveel dekens zijn er inmiddels doorheen gegaan?

 

Bij thuiskomst vroeg ik nog met barse stem wie van de drie de schuldige was. Maar het gespuis dekte  elkaar af en niemand stak een poot op. Ik vermoed dat onze domheid een geluksmoment voor Fenna heeft veroorzaakt. Fenna is sinds jaar en dag onze dekenknauwkampioen. Maar Sanne heeft vast geholpen..

Zondagavondwandeling

Afgelopen zondag maakten we een wandeling vanaf onze boomgaard, naar beneden. We ontdekten een nieuw weggetje dat naar beneden voert tot dat je niet meer verder kunt. Je komt uit op een groot terras met een weids uitzicht over de oceaan, zo’n drie honderd meter boven zeeniveau.

 

Het eerste deel van onze wandeling ging door het wat ‘slordige’ landbouwgebiedje op de kleine vlakte aan de voet van de Matos. Dit gebied ligt op een paar minuten lopen vanaf ons terrein. We liepen zuidwaarts. Totdat we een weggetje vonden dat zuidelijk van de helicopterbasis richting oceaan gaat. Het landbouwgebied houdt hier op. Tot onze verrassing liepen we opeens door een stukje woestijn. Het landschapje deed me aan het zuidwesten van Amerika denken. Blue grass enzo. Het oranje zonsondergangslicht versterkte dit beeld.

 

We liepen verder naar het westen. En zoals dat gaat in de omgeving van Puntagorda: als je maar ver genoeg westwaarts loopt, wordt de oceaan steeds indrukwekkender om te zien.

 

Zo leuk om deze foto’s van een heel ander landschap te kunnen maken op iets meer dan een kwartier lopen van ons (toekomstige) huis!

 

 

Vlak voor zonsondergang klommen we vanaf het eindpunt van onze trip weer omhoog. Een hoogteverschil van ongeveer 200 meter. Ik kan merken dat ik al echte ‘klimkuiten’ begin te krijgen. Hoewel inspannend, waren we eigenlijk in no time weer terug op onze finca.

 

Het contrast tussen het overheersende ‘bruin’ van het woestijnlandschapje dat we hadden ontdekt en het overheersende ‘groen’ van het landschap in de buurt van onze finca was wel heel erg groot.

 

 

Op zonsondergangen raken Ruud en ik nooit uitgekeken.

 

 

En dat allemaal op nog geen twintig minuten lopen vanaf onze boomgaard. Op bovenstaande foto wijst de pijl naar de pajero op onze finca, ooit uit te bouwen tot ons huis.

 

 

(We wachten nu al 382 dagen op onze bouwvergunning).

 

Hartenbrekers

Dit is Sanne. De kleinste van onze drie honden. Ze ziet er lief en schattig uit. Ze ís ook lief en schattig. Aanhankelijk. Speels. Grappig. Slim. Alert. Een ideaal  huishondje. Daar hebben we er overigens drie van. De één is nog idealer dan de ander.

 

Maar. Dit zijn achtereenvolgens: Nancy de Kip, een mannetjeshagedis, een muis uit de achtertuin van het Boeddhahuis en een duif uit diezelfde tuin (er groeiden op de dag dat de foto werd gemaakt toevallig paardenbloemen in de tuin, komt bijna nooit voor).

 

Deze vier dieren hebben een heel ander beeld van onze kleine, grappige, vertederende Sanne.  Allevier kunnen zij hun laatste ontmoeting met ons grappige, onschuldige hondje namelijk niet meer navertellen. Op La Palma is duidelijk geworden dat SuperSanne echte killerkills bezit, als we even niet opletten! Of we dat nou leuk vinden, of niet. Sanne is een jachthond. En haar bloed kruipt, waar het niet gaan kan.

 

Dit is Auke. De Grote Leider van het hondensmaldeel in ons huis. Zijn leiderschap berust op brute spierkracht, niet op intellect. Zijn troon wankelt daarom voortdurend, want zijn beide onderschikte dames hebben wél hersens, en gebruiken die ook voortdurend. Maar vooralsnog is Auke, als het erop aankomt, met zijn spieren  de denkkracht van de dames de baas.

 

Dit is de enige prooi die Auke tot dusver heeft weten te verschalken.

 

Broer en Zus. Veruit de allergrootste en één van de allerkleinsten uit een nest van elf. Een wereld van verschil. Let niet op de buitenkant. Schijn bedriegt.

Kleine rectificatie: nooit te stellig zijn in een bericht. Ook onze Auke had vanochtend zijn eerste hagedis te pakken. Ruud zag het staartje nog net uit zijn mond komen. Zijn hagedissen nou zo dom of is hier sprake van een hele steile leercurve?

Schema’s

Het gaat niet goed met ons schema. Het is de bedoeling dat we over twee weken beginnen met de bouw van onze huizen. Maar de bouwvergunning is er nog steeds niet, en het ziet er ook niet naar uit dat de vergunning nog op tijd afkomt.

 

We hebben nog een paar weken in juli. Dan nadert de tweede helft van juli, waarin iedereen zich hier op maakt voor de maand augustus. In de maand augustus ligt alles dat met ‘papierwerk’ te maken heeft stil op ons eiland. Dat bouwen. Wij denken nu dat we pas in het najaar kunnen gaan beginnen. Dat is flink balen natuurlijk! Maar, wat doe je eraan?

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes. We liggen sinds gisteren ongeveer twee jaar vóór op ons schema van grote impulsaankopen.

 

Sinds gisteren zijn Ruud en ik trotse eigenaren van onze eigen (tweedehands) fietsen op La Palma. Met motortje natuurlijk, vanwege de hellingen hier. Kunnen we eindelijk weer ‘gewoon op de fiets’ naar de supermarkt in het dorp. We blijven ergens Nederlanders, natuurlijk.

We kregen een aanbod van Tobi en Nina van ‘emocion cycling‘ uit Los Llanos om twee fietsen uit hun winkel over te nemen. Zij hebben hun assortiment aan huurfietsen onlangs vernieuwd. Hun nieuwste e-bikes zien er uit als hieronder.

 

Wij zijn heel erg blij met onze verouderde exemplaren. Dit weekend stuiven we door het dorp op de tweewielers. En over die bouwvergunning: Uiteindelijk zal het document wel los komen. We maken ons nog steeds geen echte zorgen en wachten geduldig af. Frustrerend is het echter allemaal wel. Soms gaan de dingen hier zo godallejezus langzaam!

Elke keer als we op onze finca zijn, willen we er zo graag ook wónen. Het is er zo mooi. Maar dat gaat dus nog even duren…

Bruma

Afgelopen zondag was het hier een warme dag. Ruud en ik werkten ons in het zweet op de finca, om het allerlaatste kleine snoeiwerk te doen (Ruud) en om het allerlaatste snoeihoutafval van de allerlaatste helling op te ruimen (Teunis).

Juist toen we klaar waren en ons opmaakten voor een lekkere, lome, late namiddag in de zon in de tuin van het Boeddhahuis met een glas wijn erbij enzo, trok er een grote wolk vanaf de oceaan het land op.  Een Bruma, heet dat. Het werd grijs en vochtig. Binnen zitten dus. Of, uiteindelijk, toch buiten maar op de overdekte veranda, want het bleef lekker warm. Zo gaat dat soms hier in Puntagorda, op een mooie zomerdag.

Maar tegen de tijd dat de zon onder zou gaan, braken de wolkenflarden en kwam er een grote vaalrode zon te voorschijn. Ik liep naar de hoek in onze achtertuin, daar waar de blauwe Winde groeit en waar er stoeltjes klaar staan om vanachter een hoog hek naar zonsondergangen te kijken. Op die plek zag ik de zon onder gaan.

 

Door de combinatie van de rode gloed van het allerlaatste zonlicht van de dag en de brekende nevels, zag het landschap er vreemd, bijna onaards uit. Spookachtig. Niet goed op een foto vast te leggen.

 

Ik keek gefascineerd naar de pracht en praal van de oranje bal die langzaam omlaag zonk in flarden van mist.

 

Auke was er ook en keek gefascineerd naar zijn blauwe bal, die niet onder onder de horizon verdween maar gewoon op 30cm afstand van zijn neus bleef liggen. Zoals altijd. Ieder zijn eigen wereld.

 

Binnen tien minuten was het schouwspel voorbij, zoals dat gaat met zonsondergangen. De bruma bleef hangen. Het land werd grijs.

 

De Bruma zou de volgende dag in de middag nogmaals terugkeren. En zelfs zorgen voor een paar milimeter regen!  Goed nieuws voor de sinaasappels, die wel een drupje kunnen gebruiken. Slecht nieuws voor Ruud. Het weerstation-zonder-bewegende-delen merkte maandagmiddag niet op dat ie flink aan het nat regenen was. We gaan zo’n opvangbuisje met getallen erop kopen, denk ik…