Augustusdagen

Het is augustus. Ruud en ik hadden met elkaar afgesproken dat we vakantie hebben nu. Doordat er onverwacht snel aan de opknapbeurt van het bovenste terras aan de zuidkant van onze finca wordt gewerkt, valt dat idee een beetje in het water. Maar ik hoef niet te werken voor de klanten in Nederland. En er schiet voldoende tijd over om wat activiteiten buitenshuis en weg van de finca te ondernemen.

Het is behoorlijk warm op het moment. Om die reden zochten we vorige week de hoogte en de schaduw van de dennenbossen op. We maakten een wandeling in de bossen boven Puntagorda. De kleine Briestawandeling, noemen we deze tocht. Elk seizoen weer anders. De wijnvelden staan nu vol in het blad. In de buurt van de velden ruikt het  naar zwavel. De wijnboeren brengen zwavelpoeder aan op de wijnranken ter bestrijding van schimmels en ongedierte. Maar de geur van dennennaalden in de hete zomerzon overheerst. Naast de geur van hooi dat op het land ligt te drogen (in Nederland) , is de geur van dennennaalden op het heetst van de dag in de brandende zomerzon het lekkerste dat je kunt ruiken. Vind ik.

 

Het is augustus. Op het eiland draait vrijwel alles op halve kracht. Op de kantoren van het Cabildo, waar onze aanvraag voor een bouwvergunning ligt te wachten. In winkels (behalve supermarkten, gelukkig). Overal sluit men ‘s middags rond 13.00u  de deuren. Geen siësta of zo. De deuren gaan pas de volgende dag in de ochtend weer open. Palmero’s hebben in augustus bijna allemaal de hele maand vakantie. Maar dan alleen in de middagen en in de avonden.

In de middagen zitten wij er op het moment vaak zó bij. Zomers toch?

 

We wandelden weer eens van Puntagorda naar Tijarafe. Over het koningspad of de Camino Reál, één van de hoofdwandelroutes op het eiland. Die wandeling hebben we nu misschien al een keer of acht gedaan. En elke keer is de wandeling leuk. Ook dit is een wandeling die elk seizoen anders is. Je loopt door de natuur, maar ook door landbouwgebiedjes en langs ruïnes en opknaphuizen. We vinden het leuk om te zien wat er veranderd is sinds de vorige wandeling op de diverse landjes. We vinden het leuk om te zien hoe de opknapprojecten vorderen van huizen waar we langs lopen. Soms doen we ideeën op voor ons eigen project. Zou iedereen zo lang hebben moeten wachten op de verlossende vergunning?

 

Maar één van de leukste aspecten aan deze wandeling is toch wel het eindpunt. De kiosko in het centrum van Tijarafe. Op een buitenterras kan je onder het genot van een biertje heerlijk uitpuffen. En je kunt er iets eten. We ontdekten dat ze er hele lekkere hamburgers hebben! Dat is nu al het tweede adres in Tijarafe waar je een goede hamburger kunt eten. Na de hamburger terug met de bus naar Puntagorda.

 

Om in de tuin van het Boeddhahuis, hangend over het hek van de achtertuin een weergaloze zonsondergang te kunnen zien.

 

Het is augustus. En erg heet. Vinden wij. Ruud en ik zouden op zaterdag een lange bergwandeling gaan maken. Maar het is feest in Puntagorda, ter ere van de beschermheilige van het dorp, San Mauro Abad. Twee weken lang wordt het feest gevierd. Naast heilige missen en een processie ook met fotowedstrijden, zaalvoetbaltoernooien, paardenraces, pokeravonden en noem maar op. En met muziek. Er is een podium geplaatst op het meest centrale plein van het dorp. Bij de klok. De afgelopen week was er elke avond wel iets te doen. Maar op vrijdag was het pas écht feest. En dat ging door tot half zes in de ochtend. Ruud en ik deden geen oog dicht, de geluidsinstallatie staat op iets meer dan acht honderd meter van ons huis. Op zaterdagochtend stonden we met twee uur slaap in onze hoofdjes op. En besloten dat het een korte wandeling zou worden. We deden een rondje van ongeveer twee uur om het dorp heen. We blijven genieten van het landschap waar we in mogen wonen.

 

Het is augustus. En erg warm. Maar mijn verjaardagszwembad biedt verkoeling. Het is helemaal niet verkeerd om in het water te drijven in de schaduw van de twee palmbomen aan de rand van ons terras. We kunnen wel steeds zeuren over dat we zo lang moeten wachten op onze bouwvergunning. Maar er zijn vervelender manier om de dagen van je leven te slijten. Die gedachte sleept ons er wel doorheen. Laten ze dat overigens maar niet horen in de kantoren van het Cabildo.

 

Ook zaterdagnacht was het feest in Puntagorda. De muziekinstallatie speelde weer tot ongeveer half zes in de ochtend. En dit keer hele irritante latino-muziek. Er is bijna niets zo  vervelend om gedwongen naar harde muziek-die-je-niet-leuk-vindt te moeten luisteren. Zeker niet als het buiten midden in de nacht nog 23 graden is. Niet geslapen. Op zondag deden we daarom weer geen lange wandeling. We deden wél een rondje op de fiets. Met een helm op het in nevelen van slaaptekort gehulde hoofd. Fietsend in de zon werden we langzaam toch weer wat helderder.

We reden door het landgebouwgebied ten zuiden van het dorp. We zagen dat er daar nieuwe wegen worden aangelegd naar nieuwe hele grote landbouwterrassen. Vast nieuwe aanplant van avocado’s. Ook wij hebben min of meer besloten voor de avocadobomen te gaan op de drie zuidelijke terrassen van onze finca. Ondanks dat we een varkenscyclus zien ontstaan. Avocadobomen zijn veel gemakkelijker in de teelt dan alternatieven waarnaar we gekeken hebben.  En voor ons al ingewikkeld genoeg.

 

Ruud maakt bij elk veld waar we langs komen een studie van hoe de bewateringssystemen zich verhouden tot onze eigen plannen, en wat hij eventueel nog kan leren. Veldwerk noemen we dat.

 

Bij de Belg deed ik zelf wat veldwerk en  ontdekte ik als onderdeel van deze vakantie een nieuw gerecht op de kaart. Zalm met peren en basmacirijst. Nog nooit zo lekker vis gegeten! Een bord vol met smaken die geweldig bij elkaar passen.

 

Ik neem niet elke avond een foto van de ondergaande zon. Maar ook deze, van gisteren, was weer erg mooi.

 

Het is augustus. Vakantietijd. Als iedereen om je heen op halve kracht draait, neem je dat vanzelf over. En het voelt wel lekker. Het zou zo maar kunnen dat wij volgend jaar ook de hele maand op de Palmese manier op vakantie gaan. Voor nu hebben we nog maar zeven dagen. Dan roept de plicht voor de klanten in Nederland weer. Da’s nog een hele week!

 

Zondagavond eindigden de festiviteiten voor San Mauro Abad met een prachtige vuurwerkshow die we vanuit de tuin van ons huurhuis konden bewonderden. De foto hierboven komt uit de krant, maar we hebben het echt zo gezien. Oudejaarsnacht op een avond in augustus. De muziek voor het afsluitende bal ging daarna slechts door tot ongeveer half twaalf en was veel zachter dan in de twee vorige nachten het geval was. Het feest van San Mauro is weer voorbij. Ik heb in lange tijd niet zo lekker geslapen als afgelopen nacht!

Llano de las Ánimas

 

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de Roque de los Muchachos over de rand van de Caldeira de Taburiente naar de Pico Chico. We liepen op het Dak van Puntagorda. Tijdens de wandeling ontdekten we boven Puntagorda een betonweggetje dat omhoog klom tot bijna aan de kraterrand. Volgens een bordje heet het eindpunt van deze weg de Llano de las Ánimas. Wij noemen het de Zolder van Puntagorda. Een hele mooie plek met een fantastisch uitzicht op het dorp en de oceaan. We namen ons voor om snel te gaan ontdekken hoe we vanaf beneden tot aan deze plek zouden kunnen komen. Vandaag was de dag. Samen met moeders, gingen we op expeditie in het hoogland boven ons dorp. In de auto, uiteraard.

 

Met behulp van de ‘map out’ app op de mobiele telefoon was de autoroute naar het eindpunt van de betonweg op de Llano de las Ánimas, niet heel erg moeilijk te vinden. De weg ook daadwerkelijk ríjden was iets minder eenvoudig. Maar Ruud is een goede chauffeur en zonder echte problemen reden we over steeds smaller wordende weggetjes door een prachtig berglandschap. Op twee plekken waren de haarspeldbochten te scherp om zonder een keer ‘te steken ‘ te kunnen nemen.

 

Vanuit het dorp, dat op zo’n 700 meter boven zeeniveau ligt, reden we de berg op tot een hoogte van ongeveer 2.000 meter. We reden in een half uur omhoog. Over de terugweg deden we veel langer, want al deze foto’s moesten natuurlijk worden gescoord. Sommige foto’s hebben een beetje rare kleur. Ik moest ze nemen vanaf de achterbank van onze caddy, door het voorraam heen. Dat raam heb ik niet overal helemaal kunnen wegpoetsen achter mijn laptop.

 

We keken onze ogen uit. Ruud en ik vinden het landschap op deze plek erg mooi. Zelfs moeders vergat na een kwartiertje haar hoogtevrees.

 

In Augustus hebben Ruud en ik twee weken vakantie. We hebben ons voorgenomen om over deze weg te gaan wandelen. Vanaf de Repsol, tot aan de kraterrand. En weer terug. En hééél misschien, als we kunnen, door tot aan de Roque de los Muchachos. Voor de sport. Dat wordt een dagtocht. En het zal afzien zijn… Maar wel een hele mooie wandeling, denk ik. Een grote wens van Ruud.

 

Toch maar even een waarschuwing, voor je weet maar nooit. Wij reden deze route met onze auto, een VW Caddy. Dat was goed te doen. Maar Ruud is een goede chauffeur, zeker ook in de bergen. En Ruud heeft absoluut geen last van hoogtevrees. De weggetjes zijn smal, zonder vangrails. Op een paar plekken is de smalle weg ook nog eens erg steil. De route kent twee echt lastige haarspeldbochten. Op de weggetjes kunnen twee auto’s elkaar niet passeren, zonder voorzichtig te manoevreren . Als je dit alles eng vindt, of als je de kracht van de motor in je auto niet helemaal vertrouwt, moet je onze route niet navolgen. In elk geval niet met de auto.

Download

‘Intratuin’ Puntagorda

Bijna net de intratuin. Maar dan anders. Veel leuker.  In Puntagorda, vlak bij de Mercadillo, woont een Nederlands echtpaar uit (ik denk) Limburg. Zij hebben van het perceel rond hun huis een prachtige siertuin gemaakt. Op de mercadillo verkopen ze uit deze tuin plantjes. Je kunt op zaterdagen en zondagen ook in  de tuin  zelf rond kijken. Dat deden Ruud en ik afgelopen zondag. De tuin ziet er ongeveer zó uit.

 

We vonden het allemaal erg mooi wat we zagen. De mensen van de tuin hebben ongeveer een zelfde idee als dat Ruud en ik hebben over de inrichting een mooie tuin. Alleen. Zij hebben er veel meer verstand van… Als we zover zijn, komt mijnheer bij ons op het kavel kijken en krijgen we advies van hem over wat volgens hem  wel werkt en wat niet werkt.

 

Als het zo ver is… We wachten nu al 393 dagen op onze bouwvergunning.

Zondagavondwandeling

Afgelopen zondag maakten we een wandeling vanaf onze boomgaard, naar beneden. We ontdekten een nieuw weggetje dat naar beneden voert tot dat je niet meer verder kunt. Je komt uit op een groot terras met een weids uitzicht over de oceaan, zo’n drie honderd meter boven zeeniveau.

 

Het eerste deel van onze wandeling ging door het wat ‘slordige’ landbouwgebiedje op de kleine vlakte aan de voet van de Matos. Dit gebied ligt op een paar minuten lopen vanaf ons terrein. We liepen zuidwaarts. Totdat we een weggetje vonden dat zuidelijk van de helicopterbasis richting oceaan gaat. Het landbouwgebied houdt hier op. Tot onze verrassing liepen we opeens door een stukje woestijn. Het landschapje deed me aan het zuidwesten van Amerika denken. Blue grass enzo. Het oranje zonsondergangslicht versterkte dit beeld.

 

We liepen verder naar het westen. En zoals dat gaat in de omgeving van Puntagorda: als je maar ver genoeg westwaarts loopt, wordt de oceaan steeds indrukwekkender om te zien.

 

Zo leuk om deze foto’s van een heel ander landschap te kunnen maken op iets meer dan een kwartier lopen van ons (toekomstige) huis!

 

 

Vlak voor zonsondergang klommen we vanaf het eindpunt van onze trip weer omhoog. Een hoogteverschil van ongeveer 200 meter. Ik kan merken dat ik al echte ‘klimkuiten’ begin te krijgen. Hoewel inspannend, waren we eigenlijk in no time weer terug op onze finca.

 

Het contrast tussen het overheersende ‘bruin’ van het woestijnlandschapje dat we hadden ontdekt en het overheersende ‘groen’ van het landschap in de buurt van onze finca was wel heel erg groot.

 

 

Op zonsondergangen raken Ruud en ik nooit uitgekeken.

 

 

En dat allemaal op nog geen twintig minuten lopen vanaf onze boomgaard. Op bovenstaande foto wijst de pijl naar de pajero op onze finca, ooit uit te bouwen tot ons huis.

 

 

(We wachten nu al 382 dagen op onze bouwvergunning).

 

Hoppen op Zondag.

We deden het rustig aan vandaag met de bezoekende Janssens. Het werd een dag van hoppen. Hoppen van bezienswaardigheid naar terras naar bezienswaardigheid naar terras. Rustig aan & relaxed. Zodat we het allemaal een beetje konden uithouden in de hitte. Want het is warm op La Palma op het moment. Calima. Als het Calima is, stroomt er een warme luchtlaag vanaf de Saharawoestijn over de Canarische Eilanden. Hoe hoger je dan boven zeeniveau uitstijgt, des te warmer het wordt. In Puntagorda, op 700m boven zee niveau, liep het tegen de dertig graden aan. Dat vinden de mensen van hier ook warm.

 

De dag begon met een vrolijk ontbijt in de ochtendzon.

 

Daarna bezochten we de boerenmarkt op de Mercadillo van Puntagorda.

 

Even een bibberfoto staande op de glasplaat op één van de drie panoramapunten die bij de Mercadillo zijn gemaakt. Door de glasplaat heen kijk je langs je voeten  zo’n  honderdvijftig meter naar beneden. Gelukkig was ik de fotograaf en hoefde ik mijn hoogtevrees niet te bedwingen, maar kon ik de visite aanwijzingen geven hoe ze op de glasplaat moesten gaan staan.

 

Daarna een rondje over het kerkplein van Tijarafe.

 

En een bezoekje aan het terras-met-uitzicht bij Torre-El-Time.

 

Verlate lunch op de strandboulevard van Tazacorte.

 

En na een lome siësta in het Boeddhahuis pizza eten bij Flor de Lotus. Hoppen op zondag. We hadden weer een gezellige dag met elkaar. Het leek verdorie wel weer vakantie!

 

Sinaasappeltijd

Het is sinaasappeltijd, deze weken. Ze moeten er allemaal af! We zijn er een beetje laat mee. Een deel van de vruchten wordt al wat slechter. Dat is jammer en niet goed voor de prijs.

Dat we laat zijn met de pluk, ligt niet helemaal alléén bij ons. Als je sinaasappels plukt, moet je ze ook binnen een dag of twee kunnen verkopen. Inmiddels hebben we twee verkoopadressen gevonden: één dichtbij in Puntagorda en één op drie kwartier rijden in Los Llanos. Alleen: beide adressen nemen maar zo’n tien manden per week af. En onze sinaasappelbomen hebben een veelvoud van deze hoeveelheid aan de takken hangen. Volgend jaar kennen we onze adressen en kunnen we al veel eerder in het jaar beginnen met plukken en verkopen. Al doende leert men.

 

Je wordt niet echt rijk van de sinaasappelbusiness. Althans niet als sinaasappelboertje. Een mand vol, dat is zo’n 18kg aan sinaasappels,  levert ongeveer een tientje op. Een goede boom ‘doet’ twee manden, een hele goeie boom doet er drie. Maar er zijn ook bomen die op dit moment (verwaarloosd) nog geen halve mand opleveren. Voor een tientje per mand moeten de vruchten een jaar lang groeien en rijpen. Ze willen water krijgen. Ze hebben mest nodig. Ze moeten beschermd worden tegen ongedierte. De bomen waaraan ze hangen, moeten gesnoeid worden. Als ze groot, rijp en oranje zijn, willen ze geplukt worden. De handelaar uit Los Llanos eist ook nog dat ze gespoeld en op grootte gesorteerd worden. En uiteindelijk lopen de gespoelde en gesorteerde sinaasappels ook niet zelf naar de handelaar toe, ze moeten worden gebracht. Kortom: we zijn er maar druk mee, vooral Ruud.

Economisch rendabel is het allemaal niet. Maar wij hoeven de arbeidstijd (nog) niet mee te tellen in onze berekeningen. En geld is geld. Dit jaar levert onze boomgaard ruim 80 manden op. Van de opbrengst kunnen we een flink aantal keren pizza espinacas eten bij Flor de Lotús..  Nu zijn we dus aan het plukken, spoelen en sorteren. En Boeddha ziet dat het goed is..

 

Over Flor de Lotús gesproken. Onze favoriete pizzeria is weer een paar weken dicht. Vacaciones. Hoort erbij, bij onze pizzaman. Maar. We hebben een tweede echt favoriete restaurant in het dorp gevonden. Sinds februari is er Ancora Ristorante. De eetgelegenheid ligt boven Puntagorda, aan de doorgaande weg LP1. Op die plek is al heel lang een eethuis, we zijn er wel eens geweest. Het was er echter altijd erg stil en dat kwam omdat het eten er niet lekker was. Nu wel! Want het restaurant is overgenomen door een nieuwe eigenaar. Een nieuwe kaart met gevarieerde gerechten. De nieuwe eigenaresse heeft goed gekeken naar het aanbod dat er al is in het dorp en voor een volledig afwijkende kaart gekozen. We hebben er gisteren (voor het eerst) super lekker gegeten. Het is er alleen wel twee mandjes sinaasappels duurder dan wat gebruikelijk is hier. Dat is dan weer een beetje  jammer. Maar het is goed voor het dorp dat er wat meer variatie is in het plaatselijke restaurantenaanbod. Goed voor onze toekomstige gasten ook. Het wordt nog wel wat in Puntagorda..  We gaan er zeker vaker naartoe.

 

We kwamen er bij toeval achter dat de nieuwe eigenaresse een ‘oude bekende’ van ons is. Ancora is overgenomen door de supervriendelijke eigenaresse van La Fuente, de pizzeria van het buurdorp Tijarafe. Die van de “happy hamburguesas“.  Ze is supertrots op haar tweede restaurant. Toen wij haar na afloop vertelden dat haar nieuwe zaak volgens ons een aanwinst is voor het dorp glom ze van trots. Het compliment leverde ons een likeurtje-aan-de-bar op.

 

Op de stoep van Ancora, kan je trouwens zondsondergangen van dit kaliber zien. Deze is uit 2017 (toen het eten er dus nog bereslecht was). Ook gisteren was er een prachtige zonsondergang te zien. Maar ik had geen mobiel of fototoestel bij me. Dus we doen het met een herhaling van deze foto…

Het Dak van Puntagorda

Afgelopen zondag vonden Ruud en ik eindelijk weer eens tijd om een lange wandeling te maken. We reden met de auto omhoog vanuit Puntagorda naar de Roque de los Muchachos, een autorit van een half uur,  en wandelden vanaf de parkeerplaats bij het uitzichtpunt langs de kraterrand van de Caldeira de Taburiente tot aan de Roque del Chico. Zo kwamen we uit op het dak van Puntagorda. Ons dorp ziet er vanaf de kraterrand zó uit. We vonden het bijzonder om het decor van ons dagelijkse leventje zo ver onder ons te zien liggen, met een hoogteverschil van meer dan 1.600m tussen ons en het dorp in.

 

Het plan was om een ‘hoge’ wandeling te maken om het slangenkruid te zien bloeien. Ruud had met behulp van googlemaps een ‘slangenkruidroute’ bedacht; een rondje van zo’n 11 kilometer lengte, met als begin- en eindpunt de bekende Roque de los Muchachos, het hoogste punt van La Palma.

We kwamen rond het middaguur aan met de auto op de Roque de los Muchachos. Spitsuur. Het kleine parkeerplaatsje staat op dit tijdstip barstensvol met auto’s van toeristen. Wij parkeerden daarom wat lager langs de toegangsweg. Snel wandelschoenen aan en vertrekken uit de menigte, het lege landschap in. Tijdens onze wandeltocht kwamen we welgeteld één ander wandelpaar tegen.

 

De stilte van het landschap boven Puntagorda, ten zuidwesten van de Roque de los Muchachos is oorverdovend. De uitzichten over de oceaan en de zuidelijke helft van het eiland zijn overweldigend, met af en toe als toegift een kilometer diep inkijkje in de krater van de Taburiente. De leegte van het landschap is weldadig. Als je hier loopt heb je het idee dat je de wereld voor je zelf alleen hebt. Het is allemaal niet vast te leggen op een foto. Deze wandeling moet je ervaren.

 

Heel veel bloeiend slangenkruid hebben we niet gezien tijdens onze wandeling. Misschien waren we toch nog iets te vroeg in het seizoen? Of misschien is de bloeitijd van deze prachtige bloem naar wat later in de tijd verschoven vanwege het relatief koude voorjaar op het eiland? Of misschien gaat het gewoon bereslecht met deze zeldzame plant? We weten het niet. De wandeling was er niet minder mooi om.

Ter hoogte van de Roque del Chico, één van de lagere toppen langs de kraterrand die recht boven Puntagorda ligt, daalden we over een brede brandgang af naar beneden, richting boomgrens. Aan het begin van deze afdaling maakten we een korte lunchstop met een broodje kaas en de gebruikelijke kraai die ook van brood, maar vooral van kaas, hield.

 

Aan het einde van de brandgang kwamen we tot onze verrassing uit bij een betonnen weg en een groot waterbasin. Waarschijnlijk aangelegd om bluswater bij de hand te hebben, mocht er op deze plek, zo dicht bij de peperdure telescopen, brand uitbreken?

Als de Caldeira het dak van Puntagorda is, waren we hier aangeland op zolder. Een voor ons onbekende zolder. We kwamen terecht in een parkachtig landschap, bezaaid met mooie bloemen en een schitterend en hoog uitzicht over de oceaan. Vanuit Puntagorda is deze plek goed bereikbaar, klimmend te voet of (ook klimmend) met de auto of op de fiets. We ontdekten een nieuwe prachtige plek in de buurt van ons dorp en gaan hier vast nog vaker komen.

 

Vanaf het parklandschapje begon voor ons de klim weer naar omhoog, richting de vlakte waar de telescopen staan en waar het helicopterplatform van de sterrenwachten is; een klim van zo’n drie-en-een-halve kilometer lengte, waarin een hoogteverschil van ongeveer vierhonderd meter moet worden overbrugd.

 

We ontdekten dat het parklandschap bekend staat als de Llano de las Ánimas. Puur toevallig waren we aangekomen op het beginpunt van ‘onze’ Barranco de las Ánimas, dat is de barranco die ten zuiden van onze finca naar beneden gaat en waarvan we een stukje helling in eigendom hebben.

Op deze llano (veld, vlakte) is in 2003 een project gestart om zaden van een aantal zeldzame planten (waaronder het slangenkruid) te verzamelen om deze planten zo voor uitsterven te behoeden. Er is een groot hek omheen gezet, met een poortje dat open en dicht kan. Nieuwsgierig liepen we midden in de rimboe door een soort van tuin, waarin vooral één van de te beschermen planten (tweede van links op het bord) weelderig groeide. Van de overige plantensoorten was niet veel te zien. We weten niet of het project nog actief is. De verzameltuin is een mooi intermezzo binnen een toch al mooie en afwisselende wandeling.

 

De klim omhoog gaat in eerste instantie door een bos van pinos en struiken met gele bloemen die op bremstruiken lijken, maar het volgens mij niet zijn. De struiken dragen naalden. Ze bloeien in mei.  Ik vond het erg leuk om nu eens te voet door dit bos te gaan. Ik kende het bos tot aan vandaag alleen vanuit de auto. De weg-met-de-duizend-haarspeldbochten die vanaf de LP1 naar de vlakte met de telescopen en de Roque de los Muchachos voert, slingert zich door dit bos omhoog.

 

Op een kleine helft van de klim wordt de boomgrens gepasseerd en eindigt het bos van pinos. Je loopt over een vlakte met uitzicht op de telescopen die men aan de voet van de Caldeira de Taburiente heeft verzameld. In de loop van jaren zijn het er steeds meer geworden. De telescopen spreken altijd tot onze verbeelding en geven een mystieke twist aan het kale, wat desolate, landschap.

 

De wandelroute van Ruud leidde ons tot aan het asfalt van de toegangsweg naar de Roque de los Muchachos, ter hoogte van de Cherenkov telescopen, waarvan je er op de middelste foto in het fotoblok hierboven één ziet. Deze is nieuw en nog in aanbouw.

We liepen over het asfalt verder naar omhoog tot dat we bij een splitsing uitkwamen. Zie de foto meest rechts in de middelste rij van bovenstaand fotoblok. Op dit punt gingen we links af, dus NIET richting Muchachos en WEL de weg in die alleen toegankelijk is voor ‘staff’.  Iedereen hoort tegenwoordig wel bij een staff. Wij wel, in elk geval.

 

De uitsluitend voor ‘staff’ toegankelijke asfaltweg leidt, via een rotonde (neem deze rechtdoor) naar een telescoop die je ziet op de laatste foto van het fotoblok hierboven. Je loopt om dit gebouw heen en staat dan na een klimmetje van enkele luttele meters opeens weer op de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Het uitzicht is indrukwekkend. Tijd voor een kijkpauze.

 

Over het pad dat langs de kraterrand voert, dit is de roodwitte camino realroute, liepen we na onze kijkpauze terug naar de Roque de los Muchachos, het beginpunt van onze wandeling. In totaal deden we ongeveer vier uur over onze tocht. We liepen langzaam (ik had met ademen last van de ijle lucht op deze hoogte, tijdens het klimmen, ik moet altijd aclimatiseren op deze hoogte) en we hebben lang rondgedwaald op de Llano de las Ánimas.

En dan is er nog het toetje: Het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos. Rond vijf uur in de middag heb je het uitzichtpunt vrijwel voor jezelf. De toeristen uit de hotels in het zuiden en oosten zijn weer weg. Ze moeten immers minimaal twee uur rijden om vanuit het hotel naar  hier te komen en rond 18:00 is het etenstijd.

Elke keer als we hier zijn is het prachtig. En zowaar. De plaatselijke VVV heeft voor de liefhebber een paar prachtige exemplaren van het slangenkruid neergezet langs het pad dat naar het diepstliggende uitzichtpunt van de Muchachos voert.

 

Ruud en ik vonden deze wandeling erg mooi en afwisselend. Staat vanaf vandaag in onze top tien van favoriete wandelingen op het eiland. Dat lijstje zal ik één deze dagen eens gaan maken en posten. De wandeling is op z’n mooist in de periode tussen eind april en begin juni, omdat er dan overal bloeiende bloemen te zien zijn in het landschap. Maar ook buiten deze periode is de wandeling zeker de moeite van het wandelen waard.

Download

Slome Surrogaat

Afgelopen zondag zouden Ruud en ik gaan wandelen langs de rand van de Caldeira de Taburiente. Het is begin mei, dus het slangenkruid staat in bloei. De grote paarse rechtopstaande bloemen zijn erg mooi om te zien. Een mooi plan. En ook veel zin om eindelijk weer eens een wat zwaardere wandeling te maken.

.

Maar helaas. Of eigenlijk ook weer niet. Ruud kreeg op zaterdagavond een oproep om op de zondag een gidswandeling te doen. Geen slangenkruid daarom, voor mij. Maar onkruid wieden in de bloementuin van het Boeddhahuis, wat hard nodig was. En aan het einde van deze middag een wandeling vanuit het Boeddhahuis naar beneden, rondstruinen op de weggetjes tussen het dorp en onze finca, en daar aangekomen tussen de finca en de Matos. Zonder Ruud. En ook een keer zonder honden. Een surrogaat-wandeling. Maar bepaald geen straf.

Het eerste stuk van het wandeltochtje ging over onze ‘reguliere’ honden uitlaatroute. Een smal weggetje langs de barranco, met uitzicht over de oceaan.

 

Aangekomen aan het einde van de hondenroute, liep ik nog een stukje verder naar beneden. Daar ligt een grote avocado-plantage, die vorig jaar zomer nieuw is aangelegd en in het najaar is ingeplant. Ik was benieuwd hoe snel de geplante avocadobomen groeien. Voor ons van belang omdat wij komend najaar op ons onderste terras aan de zuidkant ook een stuk of twintig jonge avocadobomen willen planten. Volgens mensen die het weten kunnen duurt het drie jaar, voordat jonge bomen vruchten gaan dragen. Maar hoe jong is ‘jong’?

 

Het wandeltochtje ging verder over het zandpad onder het landstuk met de aangeplante avocadobomen. Dit pad voert naar de Barranco de las Ánimas, ‘onze’ barranco.

 

 

Vlakbij de ingang van deze barranco hebben we nieuwe buren gekregen. Twee duitsers die een grot hebben ingericht als campeerplek. Inmiddels hebben zowel Ruud als ik kennis gemaakt. Ze vertelden tot september te willen blijven. Ze zijn into meditatie. En ze hebben ons bankje niet naar hun grot gebracht… We hebben afgesproken dat ze voor eigen gebruik vruchten van onze finca kunnen plukken.  Dat deden ze toch al, maar dat is voor ons geen probleem. In ruil daarvoor houden ze voor ons een oogje in het zeil, als we niet op de finca zijn.

Na de ‘oversteek’ door de barranco liep ik twintig meter naar omhoog over de Camino de Pinto om bij de finca uit te komen. Hieronder zie je de drie ingangen vanaf de weg naar onze terrassen. We willen diep in ons hart nog steeds geen hekken hier plaatsen. Althans, niet van die hoge. We hebben nog wel even om er over na te denken en iets te verzinnen.

 

Op de finca hing ik een tijd lang rond, een beetje rondlopen en een beetje zitten in het gras. Het was er stil. De zon scheen. De wind ruiste door de naalden van de dennenbomen. Het is een mooie plek. En passant nog even facetimen met moeder in Nederland. Steunend op de de stam van een avocadoboom.

 

Daarna ging het zondagmiddagwandelingetje verder door de achter ingang van ons terrein, in de richting van de Matos. Je loopt er door een landschap van zandweggetjes met een prachtig vrij uitzicht over de oceaan.

 

Via een slome klim over het asfalt van de Camino de Matos kwam ik aan op de Pista del Canal, een horizontale weg die evenwijdig loopt aan een van de hoofd buizen voor bananenwater op het eiland.

 

De pista bracht me terug naar de Camino de Pinto. En naar de finca.

 

Het was inmiddels  rond half acht in de avond. Time flies when you’re having fun. Op de oceaan glinsterde de zon in het water. Op mooie dagen prachtig om te zien, en voor mij op de een of andere manier heel zomers en  heel rustgevend. Wel een beetje moeizaam voor de cameralens, met zoveel tegenlicht.

 

Juist toen ik me begon op te maken voor de klim van honderdvijftig meter, terug naar het dorp, altijd weer vervelend als het warm is, belde Ruud dat hij mij zou komen ophalen met de auto. Just in Time Management heet dat. Een mooie afsluiting van een mooie surrogaatwandelmiddag-in-slow-motion. Hopelijk hebben we binnenkort toch nog tijd voor een paar echt lange wandelingen in de bergen of in het Noorden. Daar wordt het hoog tijd voor.

Ruud had tijdens zijn ‘werk’ voor het eerst de gekleurde waterval gezien, in de Caldeira de Taburiente. Die foto wil ik jullie niet onthouden.

 

Binnenkort doen we ‘generale repetitie’  in de Caldeira, en krijg ik een guided privé-tour met een Ruud als gids. Dan ga ik de waterval ook zien. Voorheen liepen we er altijd aan voorbij.

 

Kapsalon

Afgelopen zaterdag en zondag was het feest in Puntagorda. Op het terrein van de Mercadillo werd de (inmiddels jaarlijkse) Feria Culturas del Mundo gehouden. Er kwamen duizenden mensen op af.

 

Ruud en ik waren er op zaterdagmiddag (en een stukje van de avond). De kern van de Feria Cultura del Mundo is culinair. Naast de reguliere boerenmarkt staan er op het plein voor het Mercadillogebouw kraampjes waar je kleine gerechtjes uit tal van landen kunt kopen en eten voor kleine prijsjes. Daarnaast zijn er optredens van dansgroepen uit sommige van die landen en zijn er concerten van life bandjes (vooral latijnsamerikaanse muziek).

 

Er waren kraampjes met gerechten uit onder andere Cuba, Venezuela, Colombia, Filipijnen, Duitsland, India, Syrië, België (trapistenbier!), Brazilië, Mexico en Chili. Nederland was vertegenwoordigd met een kraampje waar je ‘pannenkoek’ en ‘rookworst’ kon kopen. Ruud en ik vonden vooral de kebab uit Syrië en de Kofte uit India erg lekker. Volgend jaar hopen we op een kraampje uit Thailand..

 

Het geheel heeft een hoog koningsdaggehalte. Alleen dan zonder oranje & commercie en met een sfeer waar iedereen iedereen kent en eens gezellig bijpraat met elkaar. Vanaf het hele eiland komen de mensen op het evenement af. Het  dorp stond vol met geparkeerde auto’s.

 

Met Jacky, een Nederlandse kennis uit Puntagorda, kwamen we tot de slotsom dat we de Nederlandse pannekoek niet heel erg smakelijk vonden. Volgend jaar maar eens een echte hollandse ‘automatiek’ op de Feria neerzetten, met kroketten, frikandellen, berenhappen, bitterballen en voor de echte liefhebben een heuse ‘peluqueria’?  Jacky wil wel achter de frituur. Zegt ze.

Van Ruud kwam verder nog het lumineuze idee om hutspot met klapstuk te serveren en niets te vertellen over de achtergronden van deze maaltijd ten tijde van het Leidens Ontzet. Gewoon voor de grap.

Rondje Puntagorda

Broertje is in Town.  En dat betekent dat we weer moeten fietsen. Maar fietsen op La Palma is geen straf. Vrijdagavond haalden Ruud en Michel met onze spiksplinternieuwe caddy drie moutainbikes op in Los Llanos.  Drie fietsen tegelijk bleken in één rit mee te kunnen in onze supercaddy, zodat we de hele zaterdag beschikbaar hadden om te kunnen fietsen in de buurt van Puntagorda en niet verplicht waren om onze fietsdag te beginnen op de stoep van ‘Emocion Cycling’ in Los Llanos.

Ruud en ik hadden een route bedacht met ons Boeddhahuurhuis als begin- en eindpunt. Geen tocht over met keien bezaaide bospaden dit keer. Meer een toertocht, maar wel een hele mooie toertocht. Vanuit Puntagorda reden we zuidwaarts de LP1 op tot aan het uitzichtpunt bij de Grote Drakenboom. Even voorbij de Drakenboom verlieten we de LP en sloegen we linksaf een asfaltweg bergopwaarts in. Vanaf dit punt begint het ‘Rondje Puntagorda’ pas echt. Je volgt het eerste stuk van de ‘Routa de Traviesa’ en rijdt door de wijnvelden naar omhoog.

 

De weersvoorspellingen waren slecht. De voorspellers voorspelden dat het eiland uitgerekend in het ‘Michel-weekend’ in ruime mate zou worden voorzien van het achterstallige regenwater, waarop iedereen die boer is op La Palma (en dat is bijna iedereen hier, uiteindelijk) met smart zat te wachten. Het voorspelde water kwam echter met vertraging en zou zich pas een paar dagen later  aandienen. Vandaag scheen de zon! Hadden wij even mazzel..

 

We reden op moutainbikes ‘con’, dus mét motortje. Onze tocht zou ons grotendeels voeren over kleine, verlaten geasfalteerde wegen en weggetjes. Eerst door de wijnvelden van de Traviesa en de Vega Norte, boven Puntagorda. Daarna door de dennenbossen op de hoog gelegen delen van de gemeente Garafia. Vervolgens in een superafdaling naar het laag gelegen Garafia zelf. Tot slot van Garafia, via het toeristentrekkergehucht Las Tricias, terug naar Puntagorda. Een prachtige afwisseling in landschappen, samen geperst in ongeveer vijftig kilometer. We deden er, inclusief horeca stops en veel fotomomenten, ongeveer vijf-en-een-half uur over.

 

Een toertocht op La Palma is volgens ons pas écht leuk als je tijdens je fietstocht op lege wegen door mooie natuur op gezette tijden ook iets van horeca tegen komt. Op deze route zit dat wel snor. Horeca kan je vinden bij Las Briestas, op ruim een uur na het startpunt in Puntagorda. Las Briestas is een restaurant met een binnentuin voor als het koud is en een schaduwrijk bos-terras voor op warme dagen. Vandaag was het koud, op zo’n 1.300m hoogte. Ruud, Michel en ik zaten dus op het schaduwrijke bos-terras. Twee van ons met een korte broek aan. Achteraf niet de slimste keuze, misschien. Bij Las Briestas kan je lekkere lokale gerechten eten. Of gewoon iets drinken en verder fietsen.

 

Ook op het mooie kerkplein van Garafia, ruim over de helft van de fietsroute kan je even lekker uitblazen op een terrasje in de zon. Met drie  Baraquito’s (sin) in de zon werden we daar weer lekker warm. Ten slotte is er het café-restaurant achter het kerkje van Las Tricias, op het einde van de route, waar je ook goed kunt zitten.

 

Op de fiets hadden we een prachtige dag. Veel gezien. Veel foto’s. Niet al te veel inspanning. Een Teunisvriendelijke fietstocht dus. Aan het einde van de middag reden we weer door de straten van Puntagorda  om te eindigen bij het Grote Beeld  dat ons huis zijn naam geeft.

Als je deze route zou willen na-fietsen, maar niet over een Boeddhahuis in Puntagorda beschikt, kan je het best beginnen vanaf de parkeerplaats bij de Mercadillo. Je fiets dan over de  Avenida, de ‘dorpstraat’, het dorp in naar het zuiden, totdat je bij de klok aankomt. Bij de klok ga je linksaf naar boven en rijd je naar de  LP1.  Over de LP1 rijd je vervolgens een stukje van ongeveer 2 1/2km  naar het zuiden, tot dat je de afslag naar boven, even voorbij de Drakenboom, tegenkomt.

 

Download