Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..

Bofkonten

Ik wilde de wijnvelden boven Puntagorda zien. Of moet je zeggen: druivenvelden? Op de een of andere manier vind ik dat niet klinken. Ik wilde de wijnvelden zien, met het blad in de herfstkleuren. Dus gingen Ruud en ik op zaterdagmiddag aan de wandel. Tien minuten rijden met de auto om de klim boven het dorp naar een hoogte van zo’n 1.000m – 1.100m boven zeeniveau te maken. En daarna: uitstappen, lopen en om je heen kijken. We keken onze ogen uit.

 

Boven de berg was de lucht blauw en scheen de zon. Onder ons bij de zee was de lucht ook blauw en scheen de zon ook. Over ons wandelpad hingen echter nevelslierten en wolkenflarden. Het landschap werd zo betoverd door een prachtig mooi herfstig licht. Overal waar je keek zagen we het geel-oranje herfstblad van de druivenranken. Nog even en alles is hier weer kaal, denk ik. We waren nog op tijd.

 

De druiven voor de Vega Norte en de Traviesa zijn inmiddels geplukt. We hebben begrepen dat het een slecht druivenjaar is in ons gebied. ‘Menos que el promedio’.  Het jaar was te droog en in de zomer was het een paar weken lang echt veel te heet. Ik ken mensen waar de paniek inmiddels een beetje toeslaat. Want hoe moet je je door het leven slaan, als de Vega Norte op is?

 

We begonnen laat en Ruud zou deze avond nog moeten werken. We maakten dus maar een korte wandeling, van een uur of twee. We besloten een paar honderd meter te klimmen tot boven de hoogte van de wijnvelden. We klommen over steile beton- en asfaltweggetjes naar de plek die wij eerder deze zomer tijdens een bergwandeling toevallig ontdekten en die we de ‘zolder van Puntagorda’ noemen. Het dak van Puntagorda is in deze beeldspraak  de kraterrand van de Caldeira de Taburiente, waar we vorige week nog wandelden. Die rand ligt nog weer een paar honderd meter hoger.

 

Op deze hoogte zijn de uitzichten overweldigend.

 

We hadden wederom een prachtige middag. Ik kon het daarom niet laten om alle 34 gemaakte foto’s in hun volle glorie te laten zien. Het lijken wel vakantiefoto’s! Maar dat zijn het niet. En dat is nou nét het leuke. Zulke mooie landschappen om te zien. Zulke prachtige wandelingen om te maken. Op maar tien minuten rijden vanaf de plek waar we wonen. We zijn bofkonten.

Download

Roque Chico & Roque Palmero

Afgelopen zondag hoefde Ruud niet te gidswandelen in de Caldeira de Taburiente. Vrije dag voor twee. We besloten te gaan wandelen in de bergen boven ons dorp, Puntagorda. We maakten er bij fantastisch zomerweer een gemakkelijke middagwandeling van zo’n drie uur.

 

We startten op een parkeerplaats op ongeveer 700 meter van de Roque de los Muchachos, de hoogste bergtop van het eiland. Op zo’n 2.200 meter boven zeeniveau wandelden we van hieruit westwaarts, naar de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Dit gebied noemen we thuis Het Dak van Puntagorda.

 

Je loopt er in vrijwel volstrekte eenzaamheid door een prachtig berglandschap. Letterlijk over de top van het eiland. Je hebt uitzicht naar alle kanten. Op sommige punten kan je meer dan een anderhalve kilometer diep de krater in kijken.  Heel indrukwekkend. Maar zelf vind ik vooral de lege  graslanden, de wolkenpartijen en de miniatuur-dennenbossen aan de horizon prachtig om te zien. En de leegte om je heen. Vanaf de Roque de los Muchachos wandelen vrijwel alle wandelaars oostwaarts in plaats van westwaarts. Ook heel erg mooi. Kijk bijvoorbeeld hier. Maar als je je volstrekt vrij wil voelen, loop je vanaf de Muchachosrots naar het westen, in de richting van  de Roque Chico en de Roque Palmero en daarna eventueel afdalend naar Puntagorda, Tijarafe of (een heel eind verderop) Tazacorte Puerto.

 

Het is altijd leuk om ‘deep down’ ons dorp te zien liggen. Dat uitzicht zie je op de bovenste foto van het fotoblok hierboven. Vanaf de tuin van het Boeddhahuis kunnen we de twee toppen-zonder-naam zien, die langs de kraterrand liggen tussen de Roque Chico en de Roque Palmero. Ruud en ik noemen deze beide rotspunten de Tussentoppen. Vanaf deze toppen kan je ons huurhuis omgekeerd echter niet zien. Vanaf deze hoogte is Puntagorda te klein, of zijn mijn ogen te onscherp.

Ik dacht aan onze tijd in Twente. Op zondagen of woensdagen liepen Ruud en ik met grote regelmaat de paden van het Wandelnetwerk Twente af. Alle wandelingen van dat netwerk hebben we tig keer gedaan. Hetzelfde doen we nu hier op La Palma. Ook zo’n netwerk. Ook overal al minstens drie keer geweest. De wandelingen in Twente had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien, als ik heel eerlijk ben. Hoe mooi het daar ook is, zeker in de zomer. Van de berglandschappen op La Palma krijg ik, denk ik, nooit genoeg.  Geweldige natuur in alle seizoenen. En bereikbaar als in ‘onze achtertuin’. Pure luxe.

 

De zon was al aan het dalen en aan het verkleuren naar oranje, toen we de Roque Palmero, het eindpunt van onze route bereikte. In het fotoblok hierboven zie je Ruud zwaaien vanaf de top.

 

De wandelroute is super eenvoudig. Wandelapps of kaarten zijn in principe niet eens nodig, denk ik. Je volgt de Camino Real, aangegeven met roodwitte markering in de richting van Tazacorte Puerto. Zodra je wandeltijd voor de helft op is, keer je om en loop je terug naar je beginpunt. Voorbij ons eindpunt van vandaag, de Roque Palmero, begint de route te dalen tot aan zeeniveau. Langs de route vind je voortdurend wegwijzers met nog te lopen afstanden in kilometers. Als je naar Puntagorda, Tijarafe of Tazacorte wil lopen,  wordt de wandeling een enkele reis en moet je op je eindpunt transport organiseren. De wandeling begint officieel bij het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos.

 

Om half drie zetten we onze eerste stappen. Iets na half zes zagen we onze auto weer staan. We hadden een geweldige zondagmiddag, met ons 2 op een hoge, lege kraterrand, ergens op een klein, onbeduidend eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Download

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de pajero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Helicopterwandeling

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een avondwandelingetje van zo’n anderhalf-twee uur, vanaf onze finca richting oceaan en weer terug. Dat doen we wel vaker, meestal met de honden. Ik had er foto’s van gemaakt, die keer, maar was ‘vergeten’ om die foto’s op het blog te zetten. Zonde toch?

Vanaf onze finca liepen we eerst door een wat rommelig landbouwgebied.

 

Wat verder richting de zee wordt het landschap warmer, want lager liggend, en droger. De aarde is rood gekleurd. Het valt me altijd weer op, als ik hier loop, hoeveel oude landbouwterrassen er hier tegen de hellingen van het eiland aan liggen. Zie bijvoorbeeld de bovenste foto van het fotoblok hieronder. Allemaal smal en allemaal al lang geleden verlaten en verdroogd. Was het vroeger veel natter op La Palma?

 

Op de terugweg liepen we pal langs de helicopterbasis van de Brif. De Brif is de brandweer van het eiland. Op de basis zijn in de zomermaanden twee helicopters gestationeerd om direct te kunnen blussen in geval van een bosbrand.

 

Zo’n wandelingetje geeft ons altijd weer wat energie na een dag hard of gestresst werken of tijdens een periode van lang ergens op wachten (nu al 472 dagen).  Een mooie zonsondergang, tijdens een avondwandeling, zorgt voor een extra energiestoot. We hadden geluk, die avond.

 

Verveelt echt nooit.

Augustusdagen

Het is augustus. Ruud en ik hadden met elkaar afgesproken dat we vakantie hebben nu. Doordat er onverwacht snel aan de opknapbeurt van het bovenste terras aan de zuidkant van onze finca wordt gewerkt, valt dat idee een beetje in het water. Maar ik hoef niet te werken voor de klanten in Nederland. En er schiet voldoende tijd over om wat activiteiten buitenshuis en weg van de finca te ondernemen.

Het is behoorlijk warm op het moment. Om die reden zochten we vorige week de hoogte en de schaduw van de dennenbossen op. We maakten een wandeling in de bossen boven Puntagorda. De kleine Briestawandeling, noemen we deze tocht. Elk seizoen weer anders. De wijnvelden staan nu vol in het blad. In de buurt van de velden ruikt het  naar zwavel. De wijnboeren brengen zwavelpoeder aan op de wijnranken ter bestrijding van schimmels en ongedierte. Maar de geur van dennennaalden in de hete zomerzon overheerst. Naast de geur van hooi dat op het land ligt te drogen (in Nederland) , is de geur van dennennaalden op het heetst van de dag in de brandende zomerzon het lekkerste dat je kunt ruiken. Vind ik.

 

Het is augustus. Op het eiland draait vrijwel alles op halve kracht. Op de kantoren van het Cabildo, waar onze aanvraag voor een bouwvergunning ligt te wachten. In winkels (behalve supermarkten, gelukkig). Overal sluit men ‘s middags rond 13.00u  de deuren. Geen siësta of zo. De deuren gaan pas de volgende dag in de ochtend weer open. Palmero’s hebben in augustus bijna allemaal de hele maand vakantie. Maar dan alleen in de middagen en in de avonden.

In de middagen zitten wij er op het moment vaak zó bij. Zomers toch?

 

We wandelden weer eens van Puntagorda naar Tijarafe. Over het koningspad of de Camino Reál, één van de hoofdwandelroutes op het eiland. Die wandeling hebben we nu misschien al een keer of acht gedaan. En elke keer is de wandeling leuk. Ook dit is een wandeling die elk seizoen anders is. Je loopt door de natuur, maar ook door landbouwgebiedjes en langs ruïnes en opknaphuizen. We vinden het leuk om te zien wat er veranderd is sinds de vorige wandeling op de diverse landjes. We vinden het leuk om te zien hoe de opknapprojecten vorderen van huizen waar we langs lopen. Soms doen we ideeën op voor ons eigen project. Zou iedereen zo lang hebben moeten wachten op de verlossende vergunning?

 

Maar één van de leukste aspecten aan deze wandeling is toch wel het eindpunt. De kiosko in het centrum van Tijarafe. Op een buitenterras kan je onder het genot van een biertje heerlijk uitpuffen. En je kunt er iets eten. We ontdekten dat ze er hele lekkere hamburgers hebben! Dat is nu al het tweede adres in Tijarafe waar je een goede hamburger kunt eten. Na de hamburger terug met de bus naar Puntagorda.

 

Om in de tuin van het Boeddhahuis, hangend over het hek van de achtertuin een weergaloze zonsondergang te kunnen zien.

 

Het is augustus. En erg heet. Vinden wij. Ruud en ik zouden op zaterdag een lange bergwandeling gaan maken. Maar het is feest in Puntagorda, ter ere van de beschermheilige van het dorp, San Mauro Abad. Twee weken lang wordt het feest gevierd. Naast heilige missen en een processie ook met fotowedstrijden, zaalvoetbaltoernooien, paardenraces, pokeravonden en noem maar op. En met muziek. Er is een podium geplaatst op het meest centrale plein van het dorp. Bij de klok. De afgelopen week was er elke avond wel iets te doen. Maar op vrijdag was het pas écht feest. En dat ging door tot half zes in de ochtend. Ruud en ik deden geen oog dicht, de geluidsinstallatie staat op iets meer dan acht honderd meter van ons huis. Op zaterdagochtend stonden we met twee uur slaap in onze hoofdjes op. En besloten dat het een korte wandeling zou worden. We deden een rondje van ongeveer twee uur om het dorp heen. We blijven genieten van het landschap waar we in mogen wonen.

 

Het is augustus. En erg warm. Maar mijn verjaardagszwembad biedt verkoeling. Het is helemaal niet verkeerd om in het water te drijven in de schaduw van de twee palmbomen aan de rand van ons terras. We kunnen wel steeds zeuren over dat we zo lang moeten wachten op onze bouwvergunning. Maar er zijn vervelender manier om de dagen van je leven te slijten. Die gedachte sleept ons er wel doorheen. Laten ze dat overigens maar niet horen in de kantoren van het Cabildo.

 

Ook zaterdagnacht was het feest in Puntagorda. De muziekinstallatie speelde weer tot ongeveer half zes in de ochtend. En dit keer hele irritante latino-muziek. Er is bijna niets zo  vervelend om gedwongen naar harde muziek-die-je-niet-leuk-vindt te moeten luisteren. Zeker niet als het buiten midden in de nacht nog 23 graden is. Niet geslapen. Op zondag deden we daarom weer geen lange wandeling. We deden wél een rondje op de fiets. Met een helm op het in nevelen van slaaptekort gehulde hoofd. Fietsend in de zon werden we langzaam toch weer wat helderder.

We reden door het landgebouwgebied ten zuiden van het dorp. We zagen dat er daar nieuwe wegen worden aangelegd naar nieuwe hele grote landbouwterrassen. Vast nieuwe aanplant van avocado’s. Ook wij hebben min of meer besloten voor de avocadobomen te gaan op de drie zuidelijke terrassen van onze finca. Ondanks dat we een varkenscyclus zien ontstaan. Avocadobomen zijn veel gemakkelijker in de teelt dan alternatieven waarnaar we gekeken hebben.  En voor ons al ingewikkeld genoeg.

 

Ruud maakt bij elk veld waar we langs komen een studie van hoe de bewateringssystemen zich verhouden tot onze eigen plannen, en wat hij eventueel nog kan leren. Veldwerk noemen we dat.

 

Bij de Belg deed ik zelf wat veldwerk en  ontdekte ik als onderdeel van deze vakantie een nieuw gerecht op de kaart. Zalm met peren en basmacirijst. Nog nooit zo lekker vis gegeten! Een bord vol met smaken die geweldig bij elkaar passen.

 

Ik neem niet elke avond een foto van de ondergaande zon. Maar ook deze, van gisteren, was weer erg mooi.

 

Het is augustus. Vakantietijd. Als iedereen om je heen op halve kracht draait, neem je dat vanzelf over. En het voelt wel lekker. Het zou zo maar kunnen dat wij volgend jaar ook de hele maand op de Palmese manier op vakantie gaan. Voor nu hebben we nog maar zeven dagen. Dan roept de plicht voor de klanten in Nederland weer. Da’s nog een hele week!

 

Zondagavond eindigden de festiviteiten voor San Mauro Abad met een prachtige vuurwerkshow die we vanuit de tuin van ons huurhuis konden bewonderden. De foto hierboven komt uit de krant, maar we hebben het echt zo gezien. Oudejaarsnacht op een avond in augustus. De muziek voor het afsluitende bal ging daarna slechts door tot ongeveer half twaalf en was veel zachter dan in de twee vorige nachten het geval was. Het feest van San Mauro is weer voorbij. Ik heb in lange tijd niet zo lekker geslapen als afgelopen nacht!

Llano de las Ánimas

 

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de Roque de los Muchachos over de rand van de Caldeira de Taburiente naar de Pico Chico. We liepen op het Dak van Puntagorda. Tijdens de wandeling ontdekten we boven Puntagorda een betonweggetje dat omhoog klom tot bijna aan de kraterrand. Volgens een bordje heet het eindpunt van deze weg de Llano de las Ánimas. Wij noemen het de Zolder van Puntagorda. Een hele mooie plek met een fantastisch uitzicht op het dorp en de oceaan. We namen ons voor om snel te gaan ontdekken hoe we vanaf beneden tot aan deze plek zouden kunnen komen. Vandaag was de dag. Samen met moeders, gingen we op expeditie in het hoogland boven ons dorp. In de auto, uiteraard.

 

Met behulp van de ‘map out’ app op de mobiele telefoon was de autoroute naar het eindpunt van de betonweg op de Llano de las Ánimas, niet heel erg moeilijk te vinden. De weg ook daadwerkelijk ríjden was iets minder eenvoudig. Maar Ruud is een goede chauffeur en zonder echte problemen reden we over steeds smaller wordende weggetjes door een prachtig berglandschap. Op twee plekken waren de haarspeldbochten te scherp om zonder een keer ‘te steken ‘ te kunnen nemen.

 

Vanuit het dorp, dat op zo’n 700 meter boven zeeniveau ligt, reden we de berg op tot een hoogte van ongeveer 2.000 meter. We reden in een half uur omhoog. Over de terugweg deden we veel langer, want al deze foto’s moesten natuurlijk worden gescoord. Sommige foto’s hebben een beetje rare kleur. Ik moest ze nemen vanaf de achterbank van onze caddy, door het voorraam heen. Dat raam heb ik niet overal helemaal kunnen wegpoetsen achter mijn laptop.

 

We keken onze ogen uit. Ruud en ik vinden het landschap op deze plek erg mooi. Zelfs moeders vergat na een kwartiertje haar hoogtevrees.

 

In Augustus hebben Ruud en ik twee weken vakantie. We hebben ons voorgenomen om over deze weg te gaan wandelen. Vanaf de Repsol, tot aan de kraterrand. En weer terug. En hééél misschien, als we kunnen, door tot aan de Roque de los Muchachos. Voor de sport. Dat wordt een dagtocht. En het zal afzien zijn… Maar wel een hele mooie wandeling, denk ik. Een grote wens van Ruud.

 

Toch maar even een waarschuwing, voor je weet maar nooit. Wij reden deze route met onze auto, een VW Caddy. Dat was goed te doen. Maar Ruud is een goede chauffeur, zeker ook in de bergen. En Ruud heeft absoluut geen last van hoogtevrees. De weggetjes zijn smal, zonder vangrails. Op een paar plekken is de smalle weg ook nog eens erg steil. De route kent twee echt lastige haarspeldbochten. Op de weggetjes kunnen twee auto’s elkaar niet passeren, zonder voorzichtig te manoevreren . Als je dit alles eng vindt, of als je de kracht van de motor in je auto niet helemaal vertrouwt, moet je onze route niet navolgen. In elk geval niet met de auto.

Download

‘Intratuin’ Puntagorda

Bijna net de intratuin. Maar dan anders. Veel leuker.  In Puntagorda, vlak bij de Mercadillo, woont een Nederlands echtpaar uit (ik denk) Limburg. Zij hebben van het perceel rond hun huis een prachtige siertuin gemaakt. Op de mercadillo verkopen ze uit deze tuin plantjes. Je kunt op zaterdagen en zondagen ook in  de tuin  zelf rond kijken. Dat deden Ruud en ik afgelopen zondag. De tuin ziet er ongeveer zó uit.

 

We vonden het allemaal erg mooi wat we zagen. De mensen van de tuin hebben ongeveer een zelfde idee als dat Ruud en ik hebben over de inrichting een mooie tuin. Alleen. Zij hebben er veel meer verstand van… Als we zover zijn, komt mijnheer bij ons op het kavel kijken en krijgen we advies van hem over wat volgens hem  wel werkt en wat niet werkt.

 

Als het zo ver is… We wachten nu al 393 dagen op onze bouwvergunning.

Zondagavondwandeling

Afgelopen zondag maakten we een wandeling vanaf onze boomgaard, naar beneden. We ontdekten een nieuw weggetje dat naar beneden voert tot dat je niet meer verder kunt. Je komt uit op een groot terras met een weids uitzicht over de oceaan, zo’n drie honderd meter boven zeeniveau.

 

Het eerste deel van onze wandeling ging door het wat ‘slordige’ landbouwgebiedje op de kleine vlakte aan de voet van de Matos. Dit gebied ligt op een paar minuten lopen vanaf ons terrein. We liepen zuidwaarts. Totdat we een weggetje vonden dat zuidelijk van de helicopterbasis richting oceaan gaat. Het landbouwgebied houdt hier op. Tot onze verrassing liepen we opeens door een stukje woestijn. Het landschapje deed me aan het zuidwesten van Amerika denken. Blue grass enzo. Het oranje zonsondergangslicht versterkte dit beeld.

 

We liepen verder naar het westen. En zoals dat gaat in de omgeving van Puntagorda: als je maar ver genoeg westwaarts loopt, wordt de oceaan steeds indrukwekkender om te zien.

 

Zo leuk om deze foto’s van een heel ander landschap te kunnen maken op iets meer dan een kwartier lopen van ons (toekomstige) huis!

 

 

Vlak voor zonsondergang klommen we vanaf het eindpunt van onze trip weer omhoog. Een hoogteverschil van ongeveer 200 meter. Ik kan merken dat ik al echte ‘klimkuiten’ begin te krijgen. Hoewel inspannend, waren we eigenlijk in no time weer terug op onze finca.

 

Het contrast tussen het overheersende ‘bruin’ van het woestijnlandschapje dat we hadden ontdekt en het overheersende ‘groen’ van het landschap in de buurt van onze finca was wel heel erg groot.

 

 

Op zonsondergangen raken Ruud en ik nooit uitgekeken.

 

 

En dat allemaal op nog geen twintig minuten lopen vanaf onze boomgaard. Op bovenstaande foto wijst de pijl naar de apero op onze finca, ooit uit te bouwen tot ons huis.

 

 

(We wachten nu al 382 dagen op onze bouwvergunning).

 

Hoppen op Zondag.

We deden het rustig aan vandaag met de bezoekende Janssens. Het werd een dag van hoppen. Hoppen van bezienswaardigheid naar terras naar bezienswaardigheid naar terras. Rustig aan & relaxed. Zodat we het allemaal een beetje konden uithouden in de hitte. Want het is warm op La Palma op het moment. Calima. Als het Calima is, stroomt er een warme luchtlaag vanaf de Saharawoestijn over de Canarische Eilanden. Hoe hoger je dan boven zeeniveau uitstijgt, des te warmer het wordt. In Puntagorda, op 700m boven zee niveau, liep het tegen de dertig graden aan. Dat vinden de mensen van hier ook warm.

 

De dag begon met een vrolijk ontbijt in de ochtendzon.

 

Daarna bezochten we de boerenmarkt op de Mercadillo van Puntagorda.

 

Even een bibberfoto staande op de glasplaat op één van de drie panoramapunten die bij de Mercadillo zijn gemaakt. Door de glasplaat heen kijk je langs je voeten  zo’n  honderdvijftig meter naar beneden. Gelukkig was ik de fotograaf en hoefde ik mijn hoogtevrees niet te bedwingen, maar kon ik de visite aanwijzingen geven hoe ze op de glasplaat moesten gaan staan.

 

Daarna een rondje over het kerkplein van Tijarafe.

 

En een bezoekje aan het terras-met-uitzicht bij Torre-El-Time.

 

Verlate lunch op de strandboulevard van Tazacorte.

 

En na een lome siësta in het Boeddhahuis pizza eten bij Flor de Lotus. Hoppen op zondag. We hadden weer een gezellige dag met elkaar. Het leek verdorie wel weer vakantie!