Het Bos Dat Geluk Had

Op zondagen wandelen we tegenwoordig in plaats van dat we klussen doen op de finca. Daar moeten we mentaal wel een beetje ons best voor doen, want er is altijd wel werk te doen in de boomgaard. Maar 1x per week een vrije dag, dat is een dag zonder werk, is nodig, vinden we.

Afgelopen zondag liepen we in Het-Bos-Dat-Geluk-Had. We liepen onze vaste boswandeling boven Puntagorda, op de grens tussen onze gemeente en de gemeente Garaffía. Tijdens de bosbrand van ruim twee weken geleden werd juist dit gebied ernstig bedreigd. Maar de bedreigende harde noordoosten wind die voorspeld was, kwam niet en draaide op een gegeven moment zelfs  de andere kant op. Het-Bos-Dat-Geluk-Had, staat er daardoor nog, en daar zijn we blij mee.

 

Ook hier op La Palma gaat de zomer langzaam over in iets dat op nazomer lijkt. Het landschap is gortdroog, en wacht op herfstregens die pas over een  maand of twee worden verwacht, op z’n vroegst. Het eiland kan wel een keer een flink natte winter gebruiken. De hoeveelheid dennennaalden op de grond van het bos groeit weer. Je loopt weer over een nieuwe naaldenlaag, zacht onder je schoenen, maar verraderlijk glad als de weg je over steile hellingen naar beneden voert. De temperaturen zijn nog steeds zomers en vooral in de avond en nacht wil het op het moment maar niet echt afkoelen. Zo kennen Ruud en ik La Palma niet. De nachten zijn meestal fijn koel, hier.

 

Op de heenweg wandelden we met de honden door het dennenbos. Auke en Sanne deden alle hellingen minstens vier keer vaker dan wij. Voor Sanne is er niets leuker dan dat je je roekeloos over de rand van een boshelling stort en dat je  dan kijkt waar je uitkomt en tot stilstand kunt komen. Dat is soms wel veertig meter verder naar beneden! Sanne is een echte meesteres in dit spelletje. Zij werpt zichzelf met ware doodsverachting de diepte in. Zonder brokken te maken. Sanne is een behendig hondje. Auke weet niets beter te doen dan haar te volgen. Hij ontdekt vervolgens steeds weer opnieuw dat Sanne een neus voor leuke spelletjes heeft. Maar op enig moment volgt steevast ook het vergeten inzicht dat de terugweg omhoog naar het begin van de afdaling voor hem met zijn grote lichaam een stuk lastiger is dan voor de behendige en perfect uitgelijnde hellingkampioene. Dan worstelt hij zich op spierkracht en op wilskracht door de laag van dennennaalden heen, totdat ook hij weer boven is. Fenna doet het intussen allemaal wat rustiger aan. De vrolijke tijden van rennen en rond razen zijn voorbij in haar leven. Ze snuffelt nu. Maar ook aandachtig snuffelen in het bos, heeft zo z’n charmes voor een gezond nieuwsgierige  hond van gevorderde leeftijd.

Op de terugweg liepen we over de asfaltweg die kennelijk ooit door het Cabildo is aangelegd, en daarom de Pista del Cabildo heet; de CollegeVanBurgemeesterEnWethoudersWeg, vertaald naar een Nederlandse kontekst. Je moet er maar op komen, op zo’n naam. Maar de Pista del Cabildo is een prachtig asfaltweggetje dat zich  tussen de wijngaarden door slingert, met mooie vergezichten over bosrijke heuvels en de zee. Een weg vrijwel zonder autoverkeer. Een hele mooie wandel- of mountainbikeweg, dus. Goed gedaan Cabildo!

 

We ontdekten een nieuwe terugweg naar het beginpunt van onze wandeling, met een veel minder steile klim op het einde van de route. De lijnwandeling die we altijd volgden, wordt met deze kleine omweg een soort van luswandeling.

 

Op het eind van de wandeling passeerden we de bovenloop van de Barranco  de Izcagua, die de gemeenten Puntagorda en Garafía van elkaar scheidt. Op de plaats waar we begonnen en eindigden liepen we bij wijze van ‘toetje’  nog tegen een prachtig uitzicht over de druivenvelden en de oceaan aan, terwijl de zon zich langzaam klaar maakte voor zijn dagelijkse ondergang.

 

Zo beleefden we weer een hele leuke wandelzondagnamiddag, in het bos en tussen de druiven, ergens op een piepklein eilandje, midden in de weidse wateren van de onmetelijk grote Atlantische Oceaan. 🙂

 

Download file: Het bos dat geluk had.gpx

Rondwandeling Puntagorda

Na de hittegolf die maar bleef duren, was het  afgelopen zondag heerlijk koel met een middagtemperatuur tot rond een graad of vijfentwintig. Er stond daarbij een stevige bries. Ruud en ik besloten een dagje uit te gaan waaien. Zonder in de auto te hoeven stappen. We deden onze rondwandeling (beneden langs) Puntagorda.

 

We begonnen de wandeling bij de Mercadillo van Puntagorda. Voorlangs het marktterrein, aan de kant van het dorp, gaat een zandpad naar beneden het dennenbos in. Als je dit pad op loopt kom je al snel  een wegwijzer tegen. Vanaf hier  volg je de geelwit gemarkeerde route naar het Mirador de los Dragos, de grote drakenboom bij Puntagorda. Bij de drakenboom aangekomen, loop je langs een andere weg weer terug naar het dorp. In totaal loop je dan ruim vijftien kilometer. Wij begonnen rond 12.00u en waren om 18:30 weer terug in ons huurhuis. Tussendoor brachten we een klein uur door op onze finca, die op een derde van de loopweg langs de route ligt.

 

De wandeling voert je door een afwisselend ‘cultuurlandschap’. Je loopt door  kleine dennenbossen en langs boomgaarden en akkers, over smalle zandpaadjes en binnenweggetjes. Het gaat heuvel op en heuvel af. Op de achtergrond is altijd de blauwe oceaan aanwezig. Zeker als je de tocht voor het eerst loopt, zie je voorbij elke bocht in de weg weer iets nieuws, dat je aandacht vangt.

 

Bij de schuurtjes op de foto hieronder begin je aan de afdaling van de eerste barranco op de route; de Barranco de Animas. Voorbij deze schuurtjes twintig meter doorlopend over de weg, zie je de links van de weg een bekend plaatje opdoemen, als je een trouwe lezer van dit blog bent. Voor ons was er lunch met brood, mojo en koffie zittend op de drempel van ons huis in aanbouw.

 

Terug naar de schuurtjes en dan in korte tijd twee barranco’s doorkruisen; de Barranco de Animas en de Barranco San Mauro.

 

Na de laatstgenoemde barranco kom je uit bij het kerkje van San Mauro. Op het onverharde pleintje voor de kerk is een watertap aanwezig met drinkbaar water. Voorbij de kerk sla je links af en klim je over de asfaltweg een klein stukje de bebouwde kom van Puntagorda in.  Vrij snel vind je een wegwijzer die je langs de rand van de bebouwing naar rechts stuurt. Door verlaten boomgaardjes klim je langszaam omhoog naar de heuvels ten zuiden van het dorp.

 

Na de geleidelijke klim volgt een vrij scherpe afdaling, ter hoogte van Don Pancho, een heuvel met een vlakke top waarop een grote telecominstallatie is gebouwd. Je daalt af naar de Pista del Canal, een vlakke weg die parallel loopt aan het irrigatiekanaal voor bananenwater. Dit pad volg je een tijd lang in zuidelijke richting.

 

Op ongeveer twee derde van de route, tref je deze wegwijzer aan. Helaas moet je de aangewezen route ook echt gaan lopen. Wat volgt is een best zware klim, waarin je in ongeveer 1,2 kilometer een hoogteverschil van ca. 300 meter overbrugt. Ja, klopt, dat is een kleine anderhalve kilometer lang klimmen met een gemiddeld hellingspercentage van 25%. Dat is best zwaar. Maar te doen. Rust nemen als je buiten adem bent. Even om je heen kijken. Dan weer verder klimmen. Het is mooi hier, als je aan het uithijgen bent.

 

Het einde van de klim is wat minder zwaar. Je loopt over een glooiend landschap, nu veel geleidelijker naar omhoog.

 

Aan het einde van de klim, wordt het eindpunt van de route zichtbaar. De drakenboom ten zuiden van Puntagorda. Beetje misleidend is dit uitzicht echter wel. Je moet voordat je bij het uitzichtpunt onder de boom arriveert, eerst nog afdalen in de Barranco del Roque, en hier weer uit klimmen. Dat is niet altijd een straf. In de winter en in het voorjaar is het  prachtig groen in deze barranco. Vanaf maart tot eind mei loop je er door een zee van bloeiende veldbloemen. Onder de drakenboom vind je wederom een tap met drinkbaar water.

 

Vanaf de Mirador de los Dragos daal je weer een klein stukje af om langs de roodwit gemarkeerde route terug naar Puntagorda en de Mercadillo te lopen. Je volgt een stukje van de Camino Real, de wandeling die langs de kust van het hele eiland loopt. Vanaf hier loopt de wandeling vlak of dalend. Je bent aan het uitlopen. Je loopt door de wijk El Roque totdat je arriveert bij de grote weg, de LP1. De Camino Real voert je over deze weg naar boven. Wij kiezen ervoor om langs de stoep met de witte ballustrades langs de LP1 rechtstreeks naar het dorp te lopen.

 

Ter hoogte van de wijk Fagundo verlaat je de LP1. Als je links  een lampenwinkel (Ayumar) ziet, sla je schuin links af een dalende asfaltweg in en loop je naar het centrum van het dorp. Er gaan op dit punt meerdere affaltweggetjes linksaf naar beneden; je moet de meest noordelijke van deze wegen inlopen. Je komt dan na een minuut of vijf  uit bij het gemeentehuis. Rechts van het gemeentehuis loop je langs ‘de klok’ de brede weg op. Over de ‘Avenida de los Almendros’ loop je dwars door het dorp terug naar de Mercadillo.  Voor ons lag het eindpunt van de wandeling in het dorp zelf.

 

Meer foto’s van deze wandeling vind je op deze pagina.  Je krijgt dan vooral een idee hoe het landschap langs de route er in het voorjaar uitziet. Tot slot nog een tip: Zoals bij elke rondwandeling kan je ook deze rondwandeling in omgekeerde richting lopen. Doe dit dan niet zonder wandelstokken mee te nemen. De beschreven steile klim op het einde van de route, vlak onder de drakenboom, wordt in omgekeerde richting een steile afdaling. Zonder wandelstokken is deze afdaling erg lastig en zelfs een beetje gevaarlijk. Je kunt gemakkelijk een schuiver maken als je uitglijdt over de droge dennennaalden op het hellende pad. Als je hier schuift, schuif je meteen een heel stuk naar beneden. Dat wil je niet. Stokken meenemen dus als je de wandeling in de omgekeerde richting maakt!

 

Download file: Rondwandeling Puntagorda.gpx

Het Bos Brandt!

Gisteren, vrijdag,  vertrokken Ruud en ik met Transavia voor een flitsbezoek naar Nederland. Vanuit het vliegtuig maakte Ruud onderstaande foto. Iets rechts van de vleugel van het vliegtuig, zie je een kleine rookpluim omhoog stijgen. Bosbrand! Met een wat ongemakkelijk gevoel vlogen we de nacht in naar het noorden. We waren blij om naar onze familie in Nederland te kunnen, hadden een zeer voorspoedige reis met rugwind en slechts een half gevuld vliegtuig. We vergaten de rookpluim.

 

Maar dat veranderde vanochtend. Via de digitale krantjes op La Palma werden we wakker met het nieuws dat ‘onze’ rookpluim het begin was van een grote bosbrand, niet ver van Puntagorda. Het is droog op La Palma. Het is dit weekend erg heet op La Palma. Het waait in het noorden op La Palma. Met man en macht probeert men nu de brand onder controle te krijgen. Als ik dit stukje schrijf,  op zaterdagavond, breidt de brand zich nog altijd uit en is de verwachting dat het nog minstens dagen zal duren voordat het sein ‘brand meester’ gegeven zal kunnen worden. Het brandt op een lijn van ca 16 km lengte in een gebied van ca 1.300 hectare. Dat is een een heel groot gebied…

 

Op de plaatjes hieronder zie je waar de brand is. De eerste twee foto’s laten een eilandoverzicht zien. Het rode gebied brandt. De derde foto laat zien hoe dichtbij onze finca bij het brandgebied gelegen is.  Ik schat een kilometer of tien hooguit, hemelsbreed.

 

Onze  geplande gezellige bbq in Nederland met onze ouders die we meer dan een half jaar niet meer hadden gezien, werd opeens een stuk minder gezellig. Het vuur woedt in een prachtig gebied met machtige oude dennenbomen, druivenvelden en akkers. We hoorden dat gehuchten als Las Tricias, Catela, Llano Negra en Hoya Grande, voor ons bekende namen, in de nacht werden geëvacueerd. Dan schrik je. Tegelijk sta je machteloos.

Het werd helemaal angstig toen we in de loop van de middag het bericht lazen dat de mensen in de dorpen Puntagorda en Tijarafe zich gereed moesten gaan houden om geëvacueerd te worden. Men verwachtte dat aan het einde van de middag een harde noordoosten wind zou gaan opsteken die het vuur richting ons dorp zou gaan aanwakkeren. Van vrienden die in het dorp wonen hoorden we dat men in het dorp vooral last had van de rookontwikkeling. Zitten we eindelijk weer in Nederland, gebeurt er dit! Na de droogte, de storm in het voorjaar, de covid, nu ook nog een grote bosbrand. We wachten nu alleen nog op een vulkaanuitbarsting, dan hebben we alles gehad.

 

Uit de verschillende kranten en de IslaBonitaTours groepsapp van Ruud, haalde ik deze foto’s. Het ziet er angstig uit, als je weet dat het vuur zo dichtbij is. Normaal zie je dergelijke foto’s vanuit ‘verre landen’.

 

Vanavond ontvingen we bericht uit Puntagorda dat de verwachte harde wind die voor aan het einde van de middag werd voorspeld, toch niet kwam. Goed nieuws voor Puntagorda. Zonet lazen we dat de voorwaarschuwing voor ons dorp is ingetrokken. Dat is een beetje een opluchting. Dat geldt niet voor de mensen in Santo Domingo een dorp in de buurt. Ons geluk is de pech voor de mensen daar. Het vuur rukt nu op in noordelijke richting, richting dat dorp, als we alles goed begrijpen.

In de nacht kunnen de blusvliegtuigen en blushelicopters van de brandweer hun werk niet doen. Bij Santo Domingo wordt er wel alles aan gedaan op de grond om het vuur niet verder op te laten rukken. Vast staat dat er nog geen controle is en dat iedereen in het noordwesten van het eiland zich voorlopig zorgen moet blijven maken en een bijzonder onrustige nacht zal beleven.

Iedereen in Puntagorda wensen we veel sterkte toe voor de komende uren en dagen. We hopen elkaar snel weer te zien zonder al te veel verlies en schade… Vanuit Nederland blijven Ruud en ik de situatie gespannen en met samen geknepen billen volgen.

Voor ons is het fijn om te weten dat onze drie honden ‘veilig’ in een pension zitten, helemaal aan de andere kant van het eiland in Breña Baja.

Lopen naar Tijarafe

De zondag is bij ons thuis  weer ‘de wandeldag’, sinds het afgedwongen corona-huisarrest op La Palma voorbij is. Afgelopen zondag, op de eerste dag van wat ze hier in Spanje het ‘nueva normalidad’ noemen, maar ook op de eerste dag van de zomer 🙂 , maakten Ruud en ik ons bekende wandeltochtje van Puntagorda naar Tijarafe.

We vertrokken te voet vanuit het Boeddhahuis en liepen het dorp in.

 

Voorbij het dorp kwamen we terecht in het mooie baranco-dalletje onder de grote drakenboom van Puntagorda.

 

Door het bos naar Tinizara, klimmen en dalen. Met af en toe geweldig mooi uitzicht op het blauw van de de oceaan en de hemel daarboven.

 

Voorbij Tinizara steil naar beneden, naar de bodem van weer een nieuwe, diepe baranco. En weer omhoog, die baranco uit.

 

Daarna kuierend over min of meer vlakke landweggetjes tot aan Tijarafe.

 

Ik zou nog veel meer prachtige foto’s gemaakt kunnen hebben en kunnen laten zien, ware het niet dat deze wandeling misschien al voor de vierde keer op dit blog beschreven wordt. Ruud en ik zijn nou eenmaal nooit te beroerd om dingen die we leuk vinden om te doen, nóg een keer te doen, en daarna nóg eens, en daarna nóg eens. Voor meer foto’s en meer uitgebreide informatie over deze wandeling, verwijs ik daarom naar  deze blogpost uit 2018.

 

De kiosko van Tijarafe, waar we een lekkere hamburger hadden gepland, was helaas gesloten. We moesten ons behelpen met een drankje op een van de stoepterrasjes langs de hoofdweg van het dorp, waar de tafeltjes tegenwoordig keurig anderhalve meter uit elkaar staan,  en een zak meegenomen winegums bij de bushalte.

Daarna met de bus terug naar Puntagorda en het Boeddhahuis. Wederom beleefden we een bijzonder leuke wandelmiddag op ons kleine, nietige eilandje, een puntje van rots en zand in de onmetelijke weidse watermassa’s van de  Atlantische Oceaan. 🙂

In het Groen

Op de foto hieronder zie je ‘onze’ straat, de Camino de Pinto, langzaam naar omhoog klimmen, vanaf de landbouwakkers die beneden Puntagorda liggen, op ongeveer 450m boven zeeniveau, naar de muurtjes van onze finca, op ongeveer 550m boven zeeniveau.

De foto is op ongeveer 800 meter afstand vanaf onze boomgaard genomen met de rug van de fotograaf naar de oceaan gekeerd. Het is een zoekplaatje. Herken je de twee kleine Canarische daken van ons ‘grote huis’ in aanbouw?

 

Een beetje inzoomen nog voor iedereen die de daken nog niet heeft gevonden… Je kunt de plaatjes vergroten door erop te klikken (of op te tikken als je met een tablet kijkt).

 

En nog een beetje vergroten voor degene die maar aan het zoeken blijft. Op deze foto zie je links overduidelijk een wit huis met een balkon. Dit is het vakantie-huurhuis van onze achterbuurvrouw. Rechts daarvan zie je twee kleine rode dakjes door de dennenbomen piepen. Dát zijn wij… In aanbouw. Verscholen in het groen.

 

Ongeveer vijf honderd meter verder dan je op de foto kunt zien en weer honderd meter hoger, kom je over de Camino de Pinto het dorp binnen. Op de foto kan je dorp niet zien, ondanks dat het hoger ligt. De bomen belemmeren het zicht.

 

Hier is’t.

Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..

Bofkonten

Ik wilde de wijnvelden boven Puntagorda zien. Of moet je zeggen: druivenvelden? Op de een of andere manier vind ik dat niet klinken. Ik wilde de wijnvelden zien, met het blad in de herfstkleuren. Dus gingen Ruud en ik op zaterdagmiddag aan de wandel. Tien minuten rijden met de auto om de klim boven het dorp naar een hoogte van zo’n 1.000m – 1.100m boven zeeniveau te maken. En daarna: uitstappen, lopen en om je heen kijken. We keken onze ogen uit.

 

Boven de berg was de lucht blauw en scheen de zon. Onder ons bij de zee was de lucht ook blauw en scheen de zon ook. Over ons wandelpad hingen echter nevelslierten en wolkenflarden. Het landschap werd zo betoverd door een prachtig mooi herfstig licht. Overal waar je keek zagen we het geel-oranje herfstblad van de druivenranken. Nog even en alles is hier weer kaal, denk ik. We waren nog op tijd.

 

De druiven voor de Vega Norte en de Traviesa zijn inmiddels geplukt. We hebben begrepen dat het een slecht druivenjaar is in ons gebied. ‘Menos que el promedio’.  Het jaar was te droog en in de zomer was het een paar weken lang echt veel te heet. Ik ken mensen waar de paniek inmiddels een beetje toeslaat. Want hoe moet je je door het leven slaan, als de Vega Norte op is?

 

We begonnen laat en Ruud zou deze avond nog moeten werken. We maakten dus maar een korte wandeling, van een uur of twee. We besloten een paar honderd meter te klimmen tot boven de hoogte van de wijnvelden. We klommen over steile beton- en asfaltweggetjes naar de plek die wij eerder deze zomer tijdens een bergwandeling toevallig ontdekten en die we de ‘zolder van Puntagorda’ noemen. Het dak van Puntagorda is in deze beeldspraak  de kraterrand van de Caldeira de Taburiente, waar we vorige week nog wandelden. Die rand ligt nog weer een paar honderd meter hoger.

 

Op deze hoogte zijn de uitzichten overweldigend.

 

We hadden wederom een prachtige middag. Ik kon het daarom niet laten om alle 34 gemaakte foto’s in hun volle glorie te laten zien. Het lijken wel vakantiefoto’s! Maar dat zijn het niet. En dat is nou nét het leuke. Zulke mooie landschappen om te zien. Zulke prachtige wandelingen om te maken. Op maar tien minuten rijden vanaf de plek waar we wonen. We zijn bofkonten.

Download file: Bofkonten.gpx

Roque Chico & Roque Palmero

Afgelopen zondag hoefde Ruud niet te gidswandelen in de Caldeira de Taburiente. Vrije dag voor twee. We besloten te gaan wandelen in de bergen boven ons dorp, Puntagorda. We maakten er bij fantastisch zomerweer een gemakkelijke middagwandeling van zo’n drie uur.

 

We startten op een parkeerplaats op ongeveer 700 meter van de Roque de los Muchachos, de hoogste bergtop van het eiland. Op zo’n 2.200 meter boven zeeniveau wandelden we van hieruit westwaarts, naar de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Dit gebied noemen we thuis Het Dak van Puntagorda.

 

Je loopt er in vrijwel volstrekte eenzaamheid door een prachtig berglandschap. Letterlijk over de top van het eiland. Je hebt uitzicht naar alle kanten. Op sommige punten kan je meer dan een anderhalve kilometer diep de krater in kijken.  Heel indrukwekkend. Maar zelf vind ik vooral de lege  graslanden, de wolkenpartijen en de miniatuur-dennenbossen aan de horizon prachtig om te zien. En de leegte om je heen. Vanaf de Roque de los Muchachos wandelen vrijwel alle wandelaars oostwaarts in plaats van westwaarts. Ook heel erg mooi. Kijk bijvoorbeeld hier. Maar als je je volstrekt vrij wil voelen, loop je vanaf de Muchachosrots naar het westen, in de richting van  de Roque Chico en de Roque Palmero en daarna eventueel afdalend naar Puntagorda, Tijarafe of (een heel eind verderop) Tazacorte Puerto.

 

Het is altijd leuk om ‘deep down’ ons dorp te zien liggen. Dat uitzicht zie je op de bovenste foto van het fotoblok hierboven. Vanaf de tuin van het Boeddhahuis kunnen we de twee toppen-zonder-naam zien, die langs de kraterrand liggen tussen de Roque Chico en de Roque Palmero. Ruud en ik noemen deze beide rotspunten de Tussentoppen. Vanaf deze toppen kan je ons huurhuis omgekeerd echter niet zien. Vanaf deze hoogte is Puntagorda te klein, of zijn mijn ogen te onscherp.

Ik dacht aan onze tijd in Twente. Op zondagen of woensdagen liepen Ruud en ik met grote regelmaat de paden van het Wandelnetwerk Twente af. Alle wandelingen van dat netwerk hebben we tig keer gedaan. Hetzelfde doen we nu hier op La Palma. Ook zo’n netwerk. Ook overal al minstens drie keer geweest. De wandelingen in Twente had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien, als ik heel eerlijk ben. Hoe mooi het daar ook is, zeker in de zomer. Van de berglandschappen op La Palma krijg ik, denk ik, nooit genoeg.  Geweldige natuur in alle seizoenen. En bereikbaar als in ‘onze achtertuin’. Pure luxe.

 

De zon was al aan het dalen en aan het verkleuren naar oranje, toen we de Roque Palmero, het eindpunt van onze route bereikte. In het fotoblok hierboven zie je Ruud zwaaien vanaf de top.

 

De wandelroute is super eenvoudig. Wandelapps of kaarten zijn in principe niet eens nodig, denk ik. Je volgt de Camino Real, aangegeven met roodwitte markering in de richting van Tazacorte Puerto. Zodra je wandeltijd voor de helft op is, keer je om en loop je terug naar je beginpunt. Voorbij ons eindpunt van vandaag, de Roque Palmero, begint de route te dalen tot aan zeeniveau. Langs de route vind je voortdurend wegwijzers met nog te lopen afstanden in kilometers. Als je naar Puntagorda, Tijarafe of Tazacorte wil lopen,  wordt de wandeling een enkele reis en moet je op je eindpunt transport organiseren. De wandeling begint officieel bij het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos.

 

Om half drie zetten we onze eerste stappen. Iets na half zes zagen we onze auto weer staan. We hadden een geweldige zondagmiddag, met ons 2 op een hoge, lege kraterrand, ergens op een klein, onbeduidend eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Download file: Roque Chico en Roque Palmero.gpx

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de cuarto de apero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Helicopterwandeling

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een avondwandelingetje van zo’n anderhalf-twee uur, vanaf onze finca richting oceaan en weer terug. Dat doen we wel vaker, meestal met de honden. Ik had er foto’s van gemaakt, die keer, maar was ‘vergeten’ om die foto’s op het blog te zetten. Zonde toch?

Vanaf onze finca liepen we eerst door een wat rommelig landbouwgebied.

 

Wat verder richting de zee wordt het landschap warmer, want lager liggend, en droger. De aarde is rood gekleurd. Het valt me altijd weer op, als ik hier loop, hoeveel oude landbouwterrassen er hier tegen de hellingen van het eiland aan liggen. Zie bijvoorbeeld de bovenste foto van het fotoblok hieronder. Allemaal smal en allemaal al lang geleden verlaten en verdroogd. Was het vroeger veel natter op La Palma?

 

Op de terugweg liepen we pal langs de helicopterbasis van de Brif. De Brif is de brandweer van het eiland. Op de basis zijn in de zomermaanden twee helicopters gestationeerd om direct te kunnen blussen in geval van een bosbrand.

 

Zo’n wandelingetje geeft ons altijd weer wat energie na een dag hard of gestresst werken of tijdens een periode van lang ergens op wachten (nu al 472 dagen).  Een mooie zonsondergang, tijdens een avondwandeling, zorgt voor een extra energiestoot. We hadden geluk, die avond.

 

Verveelt echt nooit.