Na Regen komt…

Het is alweer even geleden, sinds ik het laatste blogpostje schreef. Ik had er even geen zin in. Noem het maar ‘Januari-dip’. Druk met werk. Erg druk met regel- en denkwerk over de financiën en de energievoorziening van onze huisjes. Erg veel tijd kwijt aan een opflakkering van mijn altijd latent aanwezige gameverslaving (urenlang Forest Village, wat kan het leven op een bosrijk eiland dat je helemaal van nul moet volbouwen met middeleeuwse huisjes toch mooi zijn). En toch ook wel een beetje last van de corona-kater. Ruud en ik vinden het absoluut niet fijn, dat het door de covid op dit moment niet mogelijk is om met enige regelmaat heen en weer te reizen naar Nederland. Dat was ooit echt WEL de planning, toen we onze overstap richting La Palma maakten. We moeten ons aanpassen, net als iedereen.

 

Dan was het ook nog triest, nat en koud buiten in de eerste weken van het nieuwe jaar. Onze regenmeter liep vrijwel dagelijks over. De middagtemperaturen kwamen niet boven de veertien graden uit. Da’s nog net geen sneeuw schuiven, maar erg bevorderlijk voor het toch al kwetsbare humeur was het allemaal niet.

De roedel kwam bijna het huis niet uit en ontwikkelde een eigen overlevingstrategie met als motto: ‘Onderga Het’. En zorg dat je het warm houdt.. Moet je net hebben met Münsterlanders. Als onze Münstermonsters niet buiten kunnen rennen en ravotten zijn ze binnen niet te houden en gaat de ongerichte energie gierend en brullend alle kanten op. We hadden het dus binnen gezellig met elkaar, terwijl de regen buiten maar bleef stromen. Zijn we niet gewend op ons zomereiland!

 

Wél leuk is te zien op het fotootje hieronder. Een jonge torenvalk die op ons terras onder de dennenboom dagelijks enige beschutting zocht voor de harde wind en de horizontale regen. Helemaal niet schuw. Ik zie de vogel sindsdien voortdurend terwijl hij aan het jagen is op ons terrein. Afgelopen zaterdag, terwijl ik een beetje tussen de fruitbomen liep, landde de valk op nog geen drie meter van mij vandaan op de grond, om daar een beetje onduidelijk in het gras te gaan pikken. Steeds even naar mij opkijkend en dan weer met de snavel de bodem in. Totaal geen angst. Het was een bijzonder moment.

 

Ik durf het beestje nog geen naam te geven, want de recente geschiedenis hier op het eiland leert dat het meestal slecht afloopt met dieren die een naam van mij krijgen. We blijven hem maar aanduiden als ‘de jonge torenvalk’.

Maar zoals altijd: na regen komt zonneschijn. De weersverbetering kwam wel heel geleidelijk en langzaam.

 

Inmiddels zijn de dagen weer droog en zonnig. Het blijft alleen best koud, met een middagtemperatuur van 16, hooguit 17 graden.

Het goede nieuws is dat de waterreservoirs weer gevuld zijn. Het eiland had deze regenperiode nodig, broodnodig. Mijn favoriete waterreservoir, op een landje op ongeveer 200 meter beneden ons erf, stroomt nu zelfs over. Hoezo zuinig met water doen, vanwege het watertekort? Ook het grootste reservoir op het eiland, bij Barlovento in het noordoosten, is weer redelijk goed gevuld. In november stond deze bak helemaal leeg.

 

Op de veldjes rondom onze boomgaard spoot het groene kruid omhoog. Dagelijks zijn er nu steeds meer bloeiende bloemen te zien. Het is echt lente en het is een feest om af en toe een beetje rond te struinen over de lege graslandjes.

 

Op onze finca is de bloemenpracht alweer voorbij. Ruud heeft eind vorige week alle terrassen gemaaid.

 

Groener dan dat de terassen nu zijn, zal het niet meer worden dit jaar.  We vinden het prachtig. Als de zon schijnt, schitteren de kleuren je tegemoet. De regens en stormen hebben ons wel veel sinaasappels gekost. Bij grote wisselingen van de luchtvochtigheid barsten sinaasappels open, en vallen ze van de boom. Ruud haalt op het moment elke twee dagen zo’n drie tot vier samuro’s (dat zijn manden) van de grond. Gelukkig blijven er nog genoeg vruchten over.

 

Vorige week was het precies een jaar geleden dat Óscar een streep in het zand liet zetten en begon met de bouw van onze huizen.

 

Het Grote Huis is inmiddels zo’n beetje klaar. Maar nog niet helemaal. Het kost ons flink wat moeite om te bewerkstelligen dat ook de laatste afwerkpunten worden uitgevoerd. Ook de beide veranda’s moeten nog worden gemaakt. Die veranda’s hebben we erg gemist tijdens de voorbije regenweken.

Het Eerste Kleine Huis vordert langzaam. Er wordt al een tijd met slechts twee man aan gewerkt. Jorge en Angel werken goed, maar met 2 schiet alles niet op natuurlijk.  Het trage tempo is ook een beetje omdat we op de hypotheek aan het wachten zijn. De aannemer beweegt met onze mogelijkheden mee. Omdat Het Virus nog steeds rondwaart over de wereld, lopen we nauwelijks extra omzet mis door het trage tempo. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat, schrijft de Grote Onbekende Filosoof.  En zo is het.

Het Kleine Huis zag er aan het einde van de vorige week van binnen zó uit. Jorge en Angel vorderen langzaam met het pleisteren van de binnenmuren. Eind maart zal het huis klaar zijn, zo is de bedoeling. Als onze Lieve Heer, het Registro en de Caixabank het willen, kunnen we dan in april starten met de bouw van het Tweede Kleine Huis.

 

 

Over de perikelen rond de voortgang van ons project zal ik binnenkort wat uitgebreider schrijven. Na veel gedoe kregen we toevallig vandaag vanuit twee kanten goede berichten. Althans, daar lijkt het op. Het is altijd maar weer afwachten hoe de hazen uiteindelijk gaan lopen, op ons eilandje. En wanneer ze gaan lopen.

 

Ik sluit maar weer eens af met een zonsondergangfoto. Boven mijn favoriete waterbak.

Met Onze Laatste Nasi Het Jaar Uit.

Langzaam glijden Ruud en ik vandaag het oude jaar uit. Als ik dit schrijf is het 20.00u. Nog vier uur te gaan in het jaar 2020. Het was een wat moeizaam jaar, al met al. Toch?

We begonnen onze oudejaarsavond met onze laatste Nasi uit Nederland. We hebben toch echt wel een boemboetje uit het vaderland nodig om echte nasi te kunnen maken. Onze voorraad is nu op. Onze lieve heer mag weten wanneer we de voorraad weer kunnen aanvullen. Maar de oudejaarsavondmaaltijd smaakte ons uitstekend. En. Buiten eten op 31 december…  Blijft bijzonder 🙂 .

 

Het is kerstvakantie. We hebben geen of weinig werk te doen voor de klanten uit het vaderland, deze week. Drie weken lang geen bouwvakkers op de finca. En ook Ruud doet het rustig aan in de boomgaard. Heerlijk ontspannen. Werd ook wel een beetje tijd, om eerlijk te zijn.

Onze vakantie begon zo’n beetje met de ‘Cosmische Kus’ van de planeten Jupiter en Saturnus. Voor het menselijk oog raakten de planeten elkaar aan de hemel in de vroege avond van 21 december. Zoiets gebeurt ongeveer 1x per acht honderd jaar. Geen wolken op La Palma. We konden de samenstand prima zien. Op de onderste foto een uitvergroting, door Ruud gemaakt,  van (ik geloof) twee dagen eerder.

 

 

We bezochten het haventje van Puntagorda op een dag dat er harde wind stond en de oceaan met hoge golfen op het stenen plateau bij de haven uiteen spatte. Blijft indrukwekkend om mee te maken.

 

We maakten korte wandelingen. Het was te bewolkt om de bergen in te trekken helaas. In dat geval blijf je zo laag mogelijk en wandel je langs de kust. Vooraf kijk je welke kant van het eiland het minst te maken heeft met bewolking. Er is bijna altijd wel een plek aan de kust van het eiland waar de zon toch nog schijnt..

 

Onverwacht bijzonder vond ik het landschap dat we aantroffen bij een wandeling naar het strand van La Veta, onder Tinizara, ongeveer vijf kilometer zuidelijk van Puntagorda. Op het strand waren we al wel eens geweest en dit strand vond ik eerlijk gezegd destijds niet zo bijzonder.

Dit keer wandelden we rond door het kliffenlandschap ter hoogte van het parkeerplaatsje op ongeveer 150 meter boven het strand.

 

De verticale lagen in de rotsmuren laten zien dat het ooit niet heel erg pluis is geweest op ons vulkanische  zomereilandje. De grond smolt destijds lettelijk onder je voeten weg.

 

Ik vond het er erg mooi. En het was er boven twintig graden op een relatief koude dag.

 

Op eerste kerstdag aten we ook al buiten. Kerstdiner via facetime met mijn moeder. Erg gezellig. Daarna een ondergaande zon, vrede op aarde en in de menschen een welbehagen.

 

De vakantieweek hebben we gebruikt om een stukje van de tuin te beplanten. Twee keer kwamen we met een volle auto terug vanuit het tuincentrum in San Pedro, aan de andere kant van het eiland. Van buurvrouw Annewies kregen we een lading stekjes van grondbedekkers cadeau.

 

De tuin tussen het Grote Huis en de Camino de Pinto ziet er nu zó uit. Het moet allemaal nog wat groeien. En ooit, ooit, ooit, zullen de twee geplante Chinese Wolmispels heel groot zijn, met hun kruinen in elkaar overgroeien en voor een schaduwtuin zorgen op het zuiden. Tot die tijd: bloeiende planten in de zon. Het ziet er nog kaal uit. Alle begin is moeilijk.

 

De regen van de afgelopen weken heeft zijn uitwerking op het landschap niet gemist. Het is prachtig overal. Zo groen! Dagelijks zie je nu meer bloemen en bloeiend kruid tussen het gras opkomen. Het is lente. Deze plaatjes schoot ik vanmorgen toen ik de honden uitliet in het terrein tussen onze boomgaard en de Matos.

 

Een zwerm dansende kraaien vloog over. Daar kan ik uren naar kijken.

 

Ook de boomgaard is groener dan groen. De sinaasappelbloesem staat nu echt op doorbreken. De bomen hangen vol met fruit. We hebben nog nooit zoveel sinaasappels gehad als dit jaar.

 

De smaaktest die Ruud en ik vanochtend deden bevestigde ons vermoeden. Het sap van de sinaasappels smaakt ook beter dan ooit. Het werk van Ruud in het afgelopen jaar proef je terug. Heerlijk zoet. Daarmee kunnen we voor de dag komen bij de fruithandel op het dorp. Helaas brengen sinaasappels bijna niks op.

 

Zo glijden we langzaam het oude jaar uit en maken we de sprong naar het nieuwe jaar. Laten we hopen dat de coronaplaag verdwijnt in de loop van het nieuwe jaar. En. in de loop van het jaar: Hele mooie vakantiehuisjes… Denken we. We gaan zien wat het nieuwe jaar brengt.

 

Voor alle lezers van dit blog: Feliz Año Nuevo! Gelukkig Nieuwjaar!

Feliz Fiestas!

Voor het eerst vieren Ruud en ik kerst op La Palma. Noodgedwongen. Veel liever waren waren we in Nederland geweest nu. Vooral om onze ouders te zien. Maar alle corona-shit staat het ons niet toe… Onze kerstdiners met familie doen we dit jaar digitaal. Fijn dat dat tenminste nog kan.

 

Het is niet allemaal kommer en kwel, natuurlijk. In plaats van miezerige natte sneeuw, koude korte dagen,  overvolle supermarkten, grijze luchten, gordijnen dicht en kaarsjes aan,  plantte ik vandaag heerlijk geurende jasmijnstruiken in onze tuin-in-wording en maaide ruud het gras tussen de sinaasappelbloesems met uitzicht op de oceaan. In een t-shirtje. Het is kerst. Alles voelt als lente. En het is vakantie! Wat wil je nog meer?

Wij wensen alle lezers van ons blog een fijne en gezellige tijd toe de komende twee weken. En dat het in 2021 maar weer een beetje terug mag naar het ‘oude’ normaal!

 

FELIZ FIESTAS!

De Tijd Vliegt Voorbij…

De tijd vliegt voorbij, hier op de finca aan de Camino de Pinto. We hebben het druk met ons NL-werk. Gelukkig maar dat dat zo is in deze corona-tijden, maar aan het schrijven van een blogpostje kom ik soms niet meer toe. Op zondagavond daarom maar even een kleine inhaalslag.

De regenperiode is zo zoetjes aan weer voorbij. Twee weken lang regende het bijna elke dag. Dat is voor ons, nieuw-bakken quasi-Palmero’s, een hele nieuwe ervaring. Mensen die het weten kunnen, vertellen ons dat het ‘vroeger’ normaal was, zo’n regenperiode.  Dat het eigenlijk ook zo hoort te zijn.

Hoe dan ook. Je ziet het land er van opknappen. Het Isla Verde, wat Groen Eiland betekent, doet haar naam weer eer aan. Buitjes zijn er nog steeds, bijna elke dag. Maar dan buitjes van hele fijne waterdruppeltjes en nooit langer dan een kwartiertje durend. Daar krijg je hele mooie plaatjes van..

 

In de vroege ochtend, als de zon in het oosten opkomt maar nog niet over de bergkam is gekomen, zie je vanuit onze oceaanramen de wolken boven de zee al oplichten, terwijl het land zich nog in schemerduister hult. Een geweldig begin van de dag. Daar word je blij van, hoe vol je agenda voor verderop die dag er ook uitziet.

 

Ik had nog niet verteld over onze aanloper, van een paar weken geleden. De Vierde Hond. De Vierde Hond was een jonge  Podenco. Podenco’s worden op La Palma in roedels gehouden. Het zijn jachthonden. Als de roedel niet jaagt, worden de dieren meestal opgesloten in een alleenstaande oude schuur, ergens op het land. De honden worden vaak niet heel erg goed behandeld, althans niet naar onze Martin-Gaus-Je-Hond-Is-Je-Vriend-maatstaven. Op La Palma denkt men meestal heel anders over honden. Honden zijn nuttig. Ze krijgen voer en dat is het dan. Tot dat het zondagochtend is. Op zondagochtend gaan de nuttige honden  los en worden ze ingezet bij de konijnenjacht. Dat gebeurt vaak ook op het wilde land dat zich tussen onze boomgaard en de Matos uitstrekt.

 

Ze gaan met z’n allen tegelijk in een grote kooi op van die oude pickuptruckjes naar het jachtterrein. Daar worden ze dan los gelaten. Soms blijft er één achter op het veld.  En is dan vanaf dat moment gedoemd om te gaan zwerven. Een achterblijvend hondje wordt kennelijk niet echt gemist, want het gebeurt te vaak. Zo’n zwerver kwam in onze bongerd terecht. En bleef daar meer dan  drie weken rond hangen. Schuw voor ons mensen, contactzoekend, onderdanig op zoek naar gezelschap, zo leek het, van onze drie harige huisgenoten. Het hondje was eenzaam. Ze wilde zich wel aansluiten bij ons huishouden. Het beestje had een vriendelijk karakter. Bedelde niet om eten, alleen om aandacht van Auke en Sanne, die de aanloper op hun beurt erg leuk vonden.  Fenna negeerde haar. Dat hoort zo bij Fenna.

Zo liepen we een tijd lang met vier honden rond op onze uitlaatroutes.  ‘Solo’ werd gedoogd. ‘Solo’ hoorde er op een halve manier bij, maar mocht van ons niet naar binnen komen. Solo, inderdaad. Het beestje had al een naam van mij gekregen. En dan wordt het gevaarlijk. Als het beestje een naam krijgt, gaat  het  baasje zich hechten.  Solo sliep vanaf het eind van de tweede week elke nacht op één van de tuinstoelen in de patio, vanaf het moment dat ze in de gaten kreeg dat ze daar door ons gedoogd werd. Auke, onze opperreu vond het helemaal geweldig allemaal. (Solo was een teefje). Er werd vriendschap gesloten.

 

Maar vier honden is wel wat veel. Te veel. Ruud besloot daarom buiten mij om tot een harde ingreep, waar ik het achteraf wel mee eens was, overigens. Met Auke en Sanne als lokaas, lokte hij het jachthondje de achterbak van onze caddy in en reed hij met het drietal naar het haventje van Puntagorda. Hij koos voor deze plek omdat er  vrij veel mensen komen bij de puerto, maar ook omdat het vanaf de puerto terug naar onze finca toch wel een heel eind lopen is voor een hond. De optimale combinatie voor een harteloze verbanningsactie, zonder al teveel schuldgevoel na afloop.  Aangekomen bij de trap naar het haventje werd Solo door Ruud rücksichtlos de auto uit gezet, voordat ze er erg in had. Het gelukkige toeval wilde dat een andere zwerf-podenco juist op dat moment  wat rond liep te scharrelen. Samen trokken de beide zwervers de wijde wereld in. Zo kwam er een einde aan onze belevenissen met Solo. Zonder schuldgevoel. Beter zo. Maar wel een beetje met pijn in ons hart.

De bouw. De bouw. Hoe is het met de bouw? De bouw vordert. Maar de bouw vordert langzaam. Ik vertelde eerder al over de oorzaken. Voorlopig is het goed zo, wat Ruud en mij betreft. Het dak kwam af deze week en ziet er wat ons betreft prachtig uit. Binnen werden muren gemetseld en werden er voorbereidingen getroffen voor het kunnen plaatsen van ramen en deuren. Allemaal niet zo fotogeniek, dus ik laat het maar bij de drie plaatjes hieronder.

 

De regenweek van vorige week maakte het onmogelijk om aan de achterzijde van het Grote Huis de beide veranda’s te plaatsen. Timmermannen zijn schaars en druk bezet op La Palma, ons tijdslot ging voorbij. In januari zijn we weer aan de beurt. Zo gaat dat.

 

Ruud en ik vinden het wel wat lastig, soms. Het Grote Huis werd op 1 oktober opgeleverd, twee maanden te laat. Nu, ruim twee maanden na de late oplevering,  zijn de laatste klussen nog steeds niet afgerond. De Veranda’s. De luifel boven de voordeur. De laatste schilderbeurt. Binnen nog de afwerking van het houten dak in de hal. Storten van zand in de ‘tuin’ direct rondom het huis. We wachten. We wachten en kunnen voorlopig niets doen aan de aankleding van de tuin en het plaatsen van het geplande houten hek op de stenen muurtjes en het afzetten van een uitloop voor de honden. Plannen op La Palma? Niet doen, niet aan beginnen! Zo werkt het hier niet, hoe erg je ook je best doet.

In het Boeddhahuis hebben we geleerd geduldig te zijn zonder er chagrijnig bij te worden. We hebben het naar ons zin, zoals het is en zoals het gaat. Als je een foto kunt maken als hieronder, van een oerhuiselijk tafereeltje – slapend hondje voor het raam op een vooravond begin december – dat ben je toch al een heel eind gekomen, toch?

 

December, dat begint met Sinterklaas. Ruud en ik beleefden dit jaar voor het eerst Sinterklaas-met-Mojosaus. Door Corona gedwongen vond de sinterklaasviering in de familie Janssen dit jaar digitaal plaats. Dat mocht de pret niet drukken. Gelukkig maar, dat er internet en beeldbellen is. Zo konden ook Ruud en ik vanaf het verre eiland dit jaar toch weer meedoen met het cadeautjesuitpakfestijn. Ondanks de afstand was het erg gezellig en hadden we plezier met elkaar. Grote kans met alle aangekondigde (Duitsland) en aan te kondigen (Nederland) lock-downs in het noorden, dat ook de kerstdagen digitaal gaan dit jaar. Ruud en ik hebben vliegtickets geboekt via Düsseldorf, maar de kans is erg groot dat ook deze tickets op ons voucherstapeltje terecht gaan komen… Je kunt er mee leven, maar echt wennen doet het niet.

 

De decemberdagen leveren op ons eilandje, met steeds weer afwisselend zon, nevelsluiers, wolken en af en toe een bui, prachtige plaatjes op. Het is winter nu. Overdag blijft de temperatuur steken op zeventien, achttien graden. Inmiddels zijn  Ruud en ik dusdanig ingeburgerd dat ook wij dit ‘koud’ vinden. Op dagen als deze trekken we dikke truien aan. Maar het is prachtig wat je kunt zien, als je door het raam naar buiten kijkt of als je in de boomgaard tussen het werken door even een beetje rond loopt. Je ziet winters licht. Je ziet Groene landjes. Je ziet felle kleuren. Echt mooi!

 

In maart, net voor de grote lock-down hier op het eiland, moesten we aan de noordzijde van ons kavel noodgedwongen een groot aantal zieke sinaasappelbomen tot aan de stam terug snoeien. Het voelde alsof we hiermee een enorm risico namen, ondanks de geruststellende woorden van Kakien.

 

Kakkien kreeg gelijk. Een half jaar later ziet de plek-des-onheils er alweer zó uit. De bomen herstelden zich in no-time. Volgend seizoen dragen ze weer vruchten, denk ik.

 

Terwijl in Nederland en omstreken, na het feest van de-man-met-de-mijter de donkere dagen voor kerstmis zijn uitgebroken, kondigt zich hier op het Groene Eiland het voorjaar al heel voorzichtig aan. De eerste sinaasappelbomen laten hun bloesembloemetjes al zien. Nog een paar weken en dan ruikt de finca weer voor weken lang naar sinaasappelbloesem. Dat is het mooie aan La Palma. Na de zomer komt de lente. Aan winters doen we hier niet  🙂

 

Deze torenvalk (linksonder, klik op de foto om te vergroten) zat vorige week op te drogen na  een regenbuitje, op een grote steen vlak voor het Grote Huis. Kan ik uren naar kijken.

 

En inmiddels weet ik dat december-februari het kanarie-seizoen is. Ze vliegen in kleine groepjes van boom naar boom, zoals mussen dat vroeger deden in Nederland. Op zonnige ochtenden lijkt het qua vogelzang alsof je in een grote vollière woont. Het is me nog niet echt gelukt om één en ander vast te leggen in een mooie close-up foto. De foto die ik hieronder maakte van een eenzame zanger in onze perenboom, komt het best in de buurt vooralsnog.

 

Vanavond, vlak voor zonsondergang schoven er onderlangs onze boomgaard voortdurend bruma’s (wolken van zee) van noord naar zuid langs. De wolken en de ondergaande zon zorgden samen voor prachtige kleureffecten.

 

Vroeger woonden we in Almelo. Nu wonen we op La Palma. Ook op La Palma is altijd wat te doen, zoals je kunt zien. Maar dan anders. Ook hier gebeurt er niet zo veel. Maar het voelt vaak heel  sereen en het ziet er prachtig uit, allemaal. De seizoenen hebben hier een  ritme, dat nieuw voor ons is en dat we langzaam leren kennen. Dat is een mooie ervaring. De tijd vliegt voorbij.

In de Schaduw van de Matos

Al weer bijna twee weken geleden, op 22 november, aan het begin van de regenperiode die hier in Puntagorda nu al die tijd al  aanhoudt, maakten Ruud en ik een wandeling  vanaf onze finca naar het uitzichtpunt van de Cruz de la Reina, het kruis van de koningin. Een uitgebreide routebeschrijving van de wandeling plaatste ik al eens eerder op dit blog en kan je hier vinden.

 

Met de komst van de regenbuien kleurde het  landschap van bruin naar groen . Ruud en ik wilden wel eens weten hoe dit er aan de andere kant van de Matos uit zou zien. De Matos is het vulkaankegeltje waar we vanaf onze boomgaard altijd tegenaan kijken. Aan de achterkant van de Matos, ver weg in de diepte, heeft men ooit een stenen balkon gebouwd in de steile rotskust en daarop een houten kruis neer gezet; Het kruis van de koningin.

 

We waren net terug uit Nederland en dus nog in vrijwillige thuisquarantaine, vanwege de covid. Je kunt dan niet veel doen als je het huis even uit wil. Maar een wandeling naar dat houten kruis kan wel. Je komt op de weg er naar toe echt niemand tegen. Het kruis is geplaatst aan de rand van het Einde van de Wereld. Voor mijn gevoel. En het kijkt over het Einde van de Wereld uit.

 

Vanaf de voet van de  Matos daal je in ongeveer anderhalf uur af naar een punt op ongeveer vijftig meter hoogte boven zeeniveau. Dichter bij de oceaan kan je niet komen. De rotskust van het eiland is te steil en te gevaarlijk.

 

Tijdens de langzame afdaling wordt het voor je uit steeds blauwer.  Het brede zandpad naar beneden  voert je in brede haarspeldbochten naar de oceaan. Bij elke bocht wordt het uitzicht op de grillige noordwestkust van La Palma indrukwekkender.

 

Ik vind het hier prachtig. De rotsige hellingen, genadeloos bloot gesteld aan de wind. Het weidse water, de golven van de oceaan en de blauwe wolkenlucht daar boven. Het indrukwekkende silhouet van de ongenaakbare vulkaankegel van de Matos. Pas vanaf ‘de achterkant’, de oceaanzijde,  kan je zien dat de Matos  destijds echt een flinke vulkaan is geweest. Vanaf landzijde ziet het bergje er veel meer uit als een vriendelijk heuveltje.

 

Het uitzichtpunt met het kruis is een mooie bestemming voor de wandeling Het uitzicht is er prachtig. Het is er stil, er is geen enkel geluid vanuit de bewoonde wereld te horen. Je hoort alleen de wind en het ruisen van de branding diep onder je. Echt een mooie plek.

 

Wat naar beneden wandelt, moet ook weer naar omhoog wandelen. Als het tenminste terug wil komen op het beginpunt  van de wandeling.

 

Inmiddels hebben Ruud en ik wel wat klimspieren in de benen ontwikkeld. Waar we de klim terug naar boven vroeger best nog wel inspannend vonden, viel de terugtocht nu erg mee. Het is wel een lange terugtocht. Als je anderhalf uur afdaalt, moet je ook minstens weer anderhalf uur klimmen.

 

Onze Münsterlanders zijn waterhonden. Destijds in Twente vonden ze het heerlijk om in de beken achter ons huis te spelen en te zwemmen. Op La Palma komen ze qua waterbeleving niet echt aan hun trekken. Maar vandaag  wel…

 

Dat we direct vanaf huis zo’n prachtig stuk natuur in kunnen lopen. Een plek van leegte en ruimte. Een plek van stilte en vrijheid. We blijven het ervaren als een bron van ongelooflijke luxe en rijkdom.

 

Zo beleefden Ruud en ik met onze roedel van drie harige viervoeters weer een mooie zondagmiddag, wandelend over zanderige, nattige kustweggetjes vol met fijne modderige plassen, waar je je zelf lekker in kunt rollen, ergens op een klein, nietig eilandje midden in de onmetelijk grote Atlantische Oceaan.

Grijs en Groen

Het is opeens regentijd hier op La Palma. Ruud en ik vermoeden dat Michel stiekem op het eiland is, zonder dat wij het weten. Al ruim tien dagen zien we wolkenluchten en regenbuien boven de zee hangen. En die komen met enige regelmaat het land op. Voor de buien uit ziet het er dan ongeveer zó uit. Dit was afgelopen zaterdag, nog net op tijd ons middageten in de buitenlucht kunnen ‘doen’.

 

Al die grijze luchten maken dat het landschap nu snel groen kleurt. Op onze finca schiet het gras omhoog. Tijdens de vorige winter regende het bijna niet. De toen kort gemaaide en deels net omgeploegde terassen in onze boomgaard bleven kaal en zanderig door de droogte. Daar komt dit jaar dan eindelijk toch nog verandering in.

 

Vanmiddag werden we getrakteerd op een enorme plensbui van ruim twintig minuten met heel veel water en zelfs wat hagelstenen tussendoor. Van achter het vensterglas zag dat er zó uit. Het voelde voor Ruud en mij allemaal  heel onwezenlijk. Zoveel regenwater hadden we sinds we op La Palma wonen nog niet gezien. Volgens het weerstation van Ruud viel er in een kwartiertje tijd meer dan 20mm. Plassen water tussen de avocadostruiken. We zagen hele nieuwe dingen. Nog nooit vertoond op onze finca.

 

In totaal viel er vandaag meer dan 40mm op onze plek. Da’s echt een boel. En ook veel meer dan bij de meteostations, die bij ons in de buurt staan, gevallen is. Lokale bui. Inmiddels hebben we zo’n ouderwets maatbekertje achter het huis gekocht, waarmee we toen het droog was geworden de elektronische meting van Ruud’s niet zo heel erg betrouwbare weerstation (qua regenmeting dan) konden bevestigen. Het asfalt van de Camino de Pinto, die langs ons Grote Huis loopt, veranderde tijdelijk in een snel stromend beekje.

 

En wat doe je dan, als het buiten regent? Je kunt niet naar buiten, want daar beland je in een modderpoel. Je leest daarom samen maar een astronomisch tijdschrift.

 

Of je warmt je wat op voor de kachel. Comfort & Gemak dienen de moderne hond op leeftijd.

 

Het is fijn dat er door de weergoden eindelijk gewerkt wordt aan de watervoorraad van het eiland, na drie opeenvolgende superdroge winters. Alleen jammer dat ze net aan hun Goede Werken zijn begonnen  in de week waarop ons Grote Huis een veranda zou krijgen. Geen timmerman gezien op de finca, gisteren en vandaag. Dat kon ook niet, gegeven de omstandigheden. Maar dus geen veranda voor Ruud en Teunis deze week. Geen veranda meer voor Ruud en Teunis dit jaar? Het leven is hard en moeilijk, soms. Maar de finca kleurt er tenminste groen bij 🙂 …

Soep

Gisteravond zijn Ruud en ik weer thuis gekomen op ons eiland, na een zesdaags bezoek aan Nederland. Het was fijn om weer even terug te zijn en iedereen weer te zien en te spreken. Maar de reis zelf was wel weer een surrealistische ervaring.

Het was stil en leeg op de vliegvelden. Hieronder zie je een foto die ik op de dag van ons vertrek naar Nederland nam in de uitgestorven vertrekhal op het vliegveld van La Palma. Geen kans om het  beruchte virus hier op te lopen.

 

En dit is een sfeerbeeld van ons vertrek vanaf Schiphol,  volgens wikipedia de op-een-na-drukste luchthaven van Europa. De treurigheid spat van het beeld af, wat mij betreft. Het was er… leeg.

 

We vlogen naar Nederland (en ook weer terug) noodgedwongen met een tussenstop op het eiland Gran Canaria. Rechtstreekse vluchten tussen La Palma en Nederland zijn op het moment niet mogelijk. Ook op Gran Canaria troffen we een treurig leeg vliegveld aan, maar daar maakte ik geen foto’s.

Het TUI-vliegtuig dat ons van Gran Canaria naar Amsterdam bracht, was voor zo’n 40% bezet. Tot onze verrassing zat het Transavia-toestel waarmee we weer terugvlogen naar de Canarias helemaal vol… Toch nog een beetje hoop?

Voor wie vanuit Nederland naar La Palma wil reizen, komen er steeds weer nieuwe reisbelemmeringen bij. Vanaf volgende week is het verplicht om een negatieve covid-test verklaring bij je te dragen als je vanuit het buitenland naar Spanje wil reizen. Ook de Nederlandse regering is voornemens om vanaf komend voorjaar zo’n negatieve testverklaring te gaan eisen van iedereen die het land binnen wil gaan. Voor ons betekent dit alles nog weer een extra kostenpost van een paar honderd euro, want vier testen, per reis. Ons heen-en-weer-model wordt dan langzamerhand financieel onhoudbaar. Daar balen we flink van. We gaan zien of de soep net zo heet gegeten moet  worden als dat zij nu wordt opgediend.

 

In elk geval gaan Ruud en ik er vanuit dat ook 2021 een verloren jaar zal zijn voor het toerisme op La Palma in zijn algemeenheid en voor het verhuren van hele leuke vakantiehuisjes op onze prachtige finca in het bijzonder. Dat zagen we overigens al wel aankomen toen begin dit jaar de ernst van het corona-virus duidelijk werd. Maar zoiets hadden we natuurlijk nooit voor mogelijk gehouden toen we in 2017 aan ons avontuur begonnen.

Het wordt nu tijd om consequenties te verbinden aan wat er gebeurt. Ons project gaat definitief in de pauze-stand. We gaan de uitvoering van de bouwwerkzaamheden vertragen. Het heeft geen zin om voor leegstand te bouwen en kosten te maken zonder dat hier omzet tegenover staat. We wensen ons zelf nu al vast een gelukkig en voorspoedig 2022 (..) toe, en proberen er naar toe te werken dat we vanaf januari 2022 kunnen beginnen met de verhuur van onze vakantiehuizen. Wederom een flinke vertraging. Het is niet anders.

En in 2021? In het Verloren Jaar wonen we voor straf op La Palma. Dat dan weer wel 🙂 .

Now You Are Here; What Do You Do?

Het is nu ruim een maand geleden dat we vanuit het Boeddhahuis verhuisden naar het Grote Huis op onze finca. De tijd vliegt, als je het naar je zin hebt. Maar het heeft echt even geduurd, voordat Ruud en ik het naar ons zin kregen in ons nieuwe onderkomen. Dat was onverwacht. We voelden ons een beetje zoals bij onze favoriete slogan uit de foldertjes van de National Park Service in Amerika uit de tijd dat we die parken nog met enige regelmaat bezochten. Op de kop van de krantjes stond altijd de vetgedrukte volzin ‘Now You Are Here, What Do You Do? Daarna kwamen de suggesties voor als je een halve dag, een hele dag of enkele dagen de tijd had om in het park te verblijven. Wíj hebben nog een heel léven de tijd om op ons eiland te verblijven.

 

We voelden ons een beetje verloren buiten de veilige ommuurde tuin van ons voormalige huurhuis. Waar alles duidelijk, overzichtelijk en tijdelijk was. Met de verhuizing waren we aangekomen op de plaats van bestemming. Er ligt nog zoveel open op deze plek en het is aan ons om daar vorm en inhoud aan te geven, terwijl we daarbij soms erg afhankelijk zijn van De Instanties en Andere Personen. We voelden ons een beetje ontheemd door dat inzicht.

Zo liepen er aanvankelijk bijvoorbeeld voortdurend wandelaars over ons terrein. Vaak vergezeld door los lopende honden. Niet fijn, als je zelf honden hebt en nog geen idee hebt wanneer je kunt beginnen met het afschermen van de boomgaard. Afhankelijk als we hierin zijn van de vervolgplanning van Óscar. Men reed dagelijks op paard dwars door onze avocado’s en keek ons daarbij aanvankelijk aan alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. ‘Zo doen we dat hier altijd’, maar dan in het Duits. Totdat ondergetekende dat misverstand misschien ietwat scherp, maar in elk geval wel heel erg duidelijk, en uiterst beleefd dat dan weer wel,  uit de wereld hielp. Zoiets kost ons moeite.

Onze bovenbuurvrouw stuurde ons vervelende appjes vol met beschuldigingen dat we op haar terrein zouden rond lopen en daar kwalijke dingen zouden  uitvoeren. Appjes vol met vage dreigementen in HOOFDLETTERS. Bovenbuurvrouw woont overigens zelf op Tenerife en heeft geen idee wat er allemaal wel en vooral niet op haar terrein gebeurt.

Na de bouwrush van  rond de oplevering van het Grote Huis viel het activiteitenniveau van de mannen van Edyserca La Palma SL vrijwel volledig stil en leek er een tijd lang geen beweging meer in te krijgen. Er werd tegelijkertijd door het bouwbedrijf flinke druk op ons uitgeoefend om een factuur te betalen, terwijl er nog een waslijst van onafgemaakte werkzaamheden moest worden uitgevoerd en wij er dus nog helemaal niet aan toe waren om te gaan betalen. Er werden bouwvakkers ontslagen die al acht maanden voor ons tot onze volle tevredenheid aan het werk waren. Je gaat je dan afvragen hoe stevig zo’n bouwbedrijf financieel vaart in deze crisistijd.

Dan was er het hopeloze virus, dat ons voortdurend belet om ons oorspronkelijk geplande Tussen-Twee-Landen-In-Bestaan te leiden.

Maar bovenal: Ruud en ik waren verschrikkelijk moe. Moe van het het werk op de finca en het toezien en steeds moeten ‘drukken’ op de bouwwerkzaamheden. Moe van ons werk voor Nederland; onze geplande vakantie in augustus viel ernstig in het water door softwareproblemen bij onze grootste klant, twee dagen voordat onze vakantie zou gaan beginnen. Moe van de verhuizing. Moe van de voortdurende onzekerheid en zorgen over de voortgang en de toekomst van ons Grote Plan in tijden van Corona. Moe van het Coronavirus zelf, dat ons afsnijdt van de contacten met familie en vrienden in Nederland. Moe van alles eigenlijk. We waren ons zelf een beetje voorbij gelopen. Een beetje door eigen schuld en een beetje door de omstandigheden.

 

Maar we hebben ons inmiddels weer wat kunnen ‘herpakken’. We snappen weer wat we hier doen op dit eiland en waarom het, ondanks alles, zo fijn is om hier te zijn. We hebben vooral weer een beetje bij kunnen tanken in onze hoofden. Als je echt moe bent, zie je alles inktzwart, wij wel tenminste. Een beetje rust doet wonderen met je perspectief op hoe de zaken er werkelijk voorstaan.

De bouw van het Eerste Kleine Huis gaat inderdaad niet hard op het moment. We hebben er al wel een goed gesprek met Óscar over gehad en zullen komende woensdag nog zo’n gesprek hebben. Het zal een beetje geven en nemen worden. Daar zitten voor ons nadelen, maar ook voordelen aan. Uiteindelijk houdt alles elkaar wel in evenwicht. Het Covid19-virus  schudt nu eenmaal alles flink door elkaar hier op La Palma, ook al is er op het eiland zelf vrijwel niemand ziek. Daarmee moeten we leren leven. Vorige week is men begonnen met het leggen van de dakpannen. Op onderstaande foto’s zie je hoe ver het huis afgelopen vrijdag gevorderd was. Het zal pas in de loop van  volgend voorjaar klaar zijn. Dan ook pas beginnen we met de bouw van het Tweede Kleine Huis. Op z’n vroegst.

 

We (‘ik’ eigenlijk, de tuin is ‘mijn’ afdeling), we zijn begonnen met het aanleggen van stukjes tuin. De plantenstekken in de ‘proeftuin’ (eerste foto hieronder) doen het prima. Op andere plekken heb ik nu gelijksoortige stekken ingeplant. Na de  regendagen van de afgelopen twee weken, zie je de planten bijna letterlijk groeien. Het is heel bijzonder om dat mee te maken. Sommige plantenstekken spuiten gewoon de grond uit, terwijl ze een hele zomer stil hebben gestaan. De groeiseizoenen zijn hier omgekeerd in vergelijking met wat we van Nederland kennen, leren we hiervan.

 

De boomgaard staat er prima bij. Ruud heeft alles helemaal ‘onder controle’ op het moment. Voor zo lang het duurt, natuurlijk, want de schimmeltjes, luisjes en spinnetjes liggen altijd op de loer om te wachten op hun kans.  Als je erover nadenkt heeft Ruud in een jaar tijd  heel veel geleerd en heel veel gedaan. Natuurlijk is nog niet alles perfect.  Maar de bomen doen het prima, er zijn momenteel geen actieve plagen of ziekten en de combinatie van kale takken en gele bladeren hebben we eveneens achter ons gelaten. Het valt mensen op. Dat is leuk om te horen. We zijn benieuwd of we komend voorjaar ook gaan mee maken dat de fruitopbrengst van de bomen navenant groter zal zijn, of in elk geval van een betere kwaliteit.

 

De doorgang tussen ons terrein en het terrein van boze bovenbuurvrouw  hebben we provisorisch afgesloten. Dat geeft ons vooral psychologisch een hoop rust. En het scheelt toch ook wel flink wat aanloop van  Duitstalige hondenuitlaters uit de buurt op ons terrein (en op het terrein van boze bovenbuurvrouw, die eigenlijk boos was op de Duitse hondenuitlaters en niet op ons, maar dat weet ze niet). Kennelijk beschouwen onze vecino’s de hele wereld als hun speeltuin, zolang er geen groot hek rondom heen staat. Alweer een verklaring voor al die hekken hier op het eiland. Ons touwhekwerkje heeft de ongewenste verkeersstroom gestopt.

 

Vaak kijken we met z’n allen naar de zon die zich  elke dag weer onder dompelt in het zeewater. Daar worden we blij van. Eerst altijd twee van ons en dan ook de andere drie, omdat de baasjes blij zijn.

 

Afgelopen weekend vonden we voor het eerst sinds lang weer de tijd om wat rond  te wandelen op het eiland en te herontdekken waarom we het hier zo leuk vinden. Zaterdag liepen we een korte wandeling onderlangs Tijarafe. De wandelroute heb ik eerder al eens hier beschreven. Daarna: hamburgertje eten en biertje drinken in de zon op het terras van de Kiosko in het centrum van het dorp. In je t-shirtje, begin november! En je mondmasker mag af, zodra er iets op tafel staat…

 

Na de hamburger nog even de honden ophalen en met z’n allen uitwaaien op de top van de Matos, in een heerlijk lome zaterdagnamiddagbries. Zoveel stilte. Zoveel kleuren. Zoveel oceaan. Zoveel ruimte om je heen.

 

Op zondag reden we naar het uitzichtpunt van Miraflores, een heuvel aan de rand van Puntagorda. Vanaf de top van Miraflores kijk je uit over het centrum van het dorp. Men heeft ooit bedacht om op deze top  een astronomisch observatiepunt in te richten. Onder de dennenbomen. Met een mooie lantaarnpaal erbij. Maar wel met hele mooie muurtjes. Vroeger begonnen Ruud en ik vaak onze LaPalma vakanties met een broodje mojo op deze plek. In afwachting van de ‘openingstijd’ van ons vakantiehuisje. Blij en verheugd dat we er weer waren. Fantaserend (maar absoluut nog niet met een plan in ons achterhoofd) hoe het zou zijn, als je op deze plek zou wonen. Bijzonder hoe de dingen kunnen lopen in een mensenleven.

 

Ons eigenlijke doel was niet de heuveltop van Miraflores, maar de nog net iets hogere heuvel direct achter dit uitzichtpunt. Deze heuvel-zonder-naam heeft altijd al tot de verbeelding van Ruud gesproken. Ruud wil altijd naar het hoogste punt, als hij ergens is. Bovendien kijken we tegenwoordig op deze heuvel uit vanaf het terras van het Grote Huis. Het leek er altijd op dat het hoogste punt, de tweede heuvel dus, onbereikbaar is voor wandelaars zonder over privéterreinen te lopen. Vandaag gingen we het toch nog eens proberen. Inmiddels hebben we een Spaanse mond, zodat we de weg kunnen vragen. We leerden dat je vanaf Miraflores kunt doorlopen, en steeds rechts moet aanhouden, tot dat je vlak boven het bouwvalhuisje met het rode dakpannendak een geitenpaadje naar links aantreft. Dat smalle pad leidt naar een veel breder pad dat richting de top van heuvel2 voert, zonder dat je over boerenerf of door boomgaarden en tuinen hoeft te lopen. Het was er mooi. We zagen het dorp Puntagorda in volle glorie onder ons liggen. We zagen door de telelens van de fotocamera ons eigen nietige fincaatje ver weg in de diepte  te midden van al het andere liggen.

Op de heuvelrand aan de horizon zagen we ook het verbrande bos bij Las Tricias en Briestas. Het is altijd weer schrikken als we beseffen hoe dichtbij het vuur is gekomen tijdens de bosbrand van afgelopen augustus. Je kunt de bruine bomen zien als je de voorlaatste foto van het blok hieronder uitvergroot.

 

We besloten om met de auto even te gaan kijken hoe het er nu is. Dat hadden we nog niet eerder gedaan sinds de brand. We schrokken flink. Onze prachtige fietsroute door Briestas en El Castillo richting Santo Domingo, helemaal in de as. Zo’n triest gezicht, want het was hier zo verschrikkelijk groen en mooi met uitbundig bloeiende bloemen. Ook de route van Ruud’s gidswandeling rondom Las Tricias voert nu voor een groot deel langs bruine dennen en verkoold struikgewas. Over drie jaar zal je niet veel meer merken van dit alles. Maar drie jaar duurt nog zo lang…

 

We reden door naar de kust onder Santo Domingo. En daarna weer een hamburger in de zon, dit maal op het terras op het kerkpleintje van Las Tricias. Een vegetarische hamburger uiteraard. Las Tricias is de hoofdstad van het alternatieve, vaak veganistische,  leven op La Palma. Maar echt heel erg lekker. Ik miste de runderinbreng niet op het geheel.

 

Zo’n weekend zonder verplichtingen in de zon doet wonderen. We hadden weer even het vakantiegevoel te pakken. We weten weer waarom we op La Palma zijn 🙂 .

Regendagen

Gisteren en vandaag regende het in Puntagorda. Regendagen. Gisteren werd er vanwege de regen niet gewerkt door de bouwvakkers. Het had dan ook maarliefst 5 mm geregend, en het was echt veel te koud buiten en dan kan je echt niet werken. Noodweer. Bijna alles is relatief, zo blijkt maar weer… Vandaag deed de regendag slechts 1 mm. Maar voelde het toch als een regendag.

Alles is hier anders, zodra er water uit de lucht valt. Als het hier regent voelt het een beetje zoals het voelt als er in Nederland ‘droge sneeuw’ valt. De sleur van het normale wordt doorbroken. Mensen doen een beetje anders. Maar ook: Rode klei aan je schoenen en aan de poten van de honden. Opeens merk je dat je toch wel heel veel dingen buiten hebt staan die nu nat worden omdat de veranda nog niet af is. Rode klei op de nieuwe stoeptegels die nooit meer niet-rood zullen worden. Maar vooral ook: prachtig heldere kleuren zodra de zon er weer is en een landschap dat beetje bij beetje steeds meer groene kleur krijgt.

De foto’s hieronder maakte ik gisterenochtend in alle vroegte. De wolken boven de oceaan kleuren heel mooi als de zon minuut na minuut vanuit het oosten langzaam over de bergen heen piept.

 

Onderstaande foto’s maakte ik gisteren vlak voor zonsondergang. Honden uitlaten na een lange, lange werkdag achter de laptop… Genieten van de frisse lucht en de kleurenpracht.

 

En deze foto’s maakte ik vanavond, net ná zonsdondergang, na alweer zo’n lange laptopdag. Even een snufje buitenlucht pakken op het terras achter het Grote Huis. Even naar binnen gluren door de ramen van dat huis, terwijl de lampen al brandden. Ook hier heeft de wintertijd toegeslagen en is het al rond half zeven donker, ‘s avonds.

 

Op de laatste foto kan je de samenstand zien van de planeten Jupiter en Saturnus, de reuzen uit ons zonnestelsel. De beide planeten zijn momenteel naar elkaar op weg langs de hemel en komen elke dag een stukje dichter bij elkaar te staan. Binnenkort staan ze vanaf onze blauwe planeet gezien precies achter elkaar op één lijn. Ik ben heel nieuwsgierig hoe dat er uit ziet door de telescoop van Ruud.

 

O ja, en dan dit: We hebben een Vierde Winnaar van onze quizz. Ook Jan en Herma hebben geraden hoe we ons Grote Huis en onze finca zullen gaan noemen. Ook voor jullie daarom onze felicitaties en onze dank voor de leuke internetlink die jullie ons toe zonden naar aanleiding van de door ons gekozen naam. We weten nu zeker dat we de naam zowel met een ‘u’ als met een ‘o’ mogen spellen. Wij hebben destijds voor de zekerheid maar  beide letters gekocht. Het Canarisch Woordenboek schrijft echter een ‘o’ voor, dus die spellingswijze volgen we dan maar.

Vandaag hebben we van Óscar gehoord dat het nog zo’n twee, drie weken gaat duren voordat alle grondwerkzaamheden rondom het Grote Huis helemaal zijn afgerond en het huis zijn laatste schilderbeurt kan gaan krijgen. Daarna zullen we de letters aan de muur hangen en zo onze naam onthullen. Dan ook verloten we de fles Vega Norte Blanco onder de goede inzendingen.

Van Alle Kanten

Dak Twee is af. Dat wil zeggen: het dak is dicht en de nok is afgesloten. Ruud vierde het heugelijke feit vanmiddag met blikjes Tropical voor de bouwvakkers. Vanaf morgen kunnen ze beginnen met de afwerking.

Vanavond na mijn werk kon ik het niet laten om het Eerste Kleine Huis mét dak van alle kanten te fotograferen…

 

Nu we weer herbegonnen zijn met de bouw van het Eerste Kleine Huis voelt het voor Ruud en mij alsof we een nieuwe fase in de realisatie van ons Grote Plan zijn ingegaan. Gevoelsmatig gaan we erg langzaam en schiet het plan niet echt op. Zo’n nieuw dak geeft ons dan toch wel een boost.

Ook het uiteindelijke eindpunt van het plan is nog altijd ongewis. Er is nog steeds geen aanpassing van het Registro tot stand gekomen en zonder zo’n aanpassing komt er geen hypotheek en voorlopig dan ook geen Tweede Klein Huis. Gek genoeg, maken we ons hier niet echt zorgen om. We gaan wel zien hoe de dingen lopen en zullen ons aanpassen aan wat er op ons pad komt. Hadden we echt niet gedacht, in de zomer van 2017, dat we op deze manier met onzekerheid zouden kunnen omgaan… Al doende leert men, zegt men wel.

Intussen hebben we het erg naar onze zin, nu we ons dagelijkse leven op de finca kunnen leiden. We zitten op een mooie plek en we hebben een enorm terrein rondom ons heen liggen, dat er om vraagt om beetje bij beetje mooier en mooier gemaakt te worden. Precies wat we altijd wilden.

 

En dan was er vandaag prachtig nieuws voor de toeristische sector op het eiland (en daar rekenen wij ons zelf inmiddels toch ook al een beetje toe). Zowel Duitsland als Engeland hebben de covid-19-reisbeperkingen voor de Canarische Eilanden opgeheven. De eilanden, en dus ook ‘ons’ La Palma, gelden voor Duitsers en Britten weer als een veilige bestemming.

 

In Den Haag gaan ze echter nog steeds uit van het plaatje hierboven. Uitermate irritant. Als ik vanuit La Palma naar Nederland mocht reizen wordt mij dit ten zeerste afgeraden en moet ik mij na aankomst in Nederland tien dagen in thuisisolatie begeven. Het eiland waar ik dan vandaan kom is nagenoeg coronavrij, terwijl men zich in het land van Rutte en Willem-Alexander richting totale lock-down begeeft! Wie bedenkt dit? Hoe vooringenomen kan je, als land,  de buitenwereld bekijken?

Gelukkig zijn de Duitsers verstandiger en baseren ze daar hun beleid op feiten. Düsseldorf, here we come, ergens in november.  En via die stad dan met de taxi uit Veenendaal of een huurauto naar Coronaland. Dat is het plan, sinds vandaag. Als het in Coronaland tenminste lukt om een volledige lock-down te vermijden…