Intussen in de Boomgaard (3)

Het leven in Coronatijd gaat voor Ons Soort Mensen min of meer ongestoord door. We mogen dan weliswaar vanwege de noodtoestand het huis niet uit. Maar Ons Soort Mensen bezit een finca. En sinds vandaag weten we helemaal 100% zeker dat we ondanks De Grote Nationale Corona Winterslaap ongestoord vrij heen en weer mogen reizen van het Boeddhahuis naar onze finca. We ontvingen onderstaand bericht van Cocampa, de coöperatie waarbij we zijn aangesloten.

 

Ruud en ik waren best blij met dat bericht, Want hoewel het voor ons al wel duidelijk was dat ‘boeren’ gewoon mogen doorwerken, twijfelden we toch of dit ook voor ons gold. Er wordt nu stevig gecontroleerd door politie of je je met een reden op straat begeeft, zelfs in een dorpje als Puntagorda, en we willen geen regels overtreden in het land waar we te gast zijn. Officieel zijn Ruud en ik geen ‘boeren’, maar ‘verhuurders van woningen bedoeld voor kortdurend toeristisch verblijf’.  In Spanje luistert het heel erg nauw, voor welke activiteit je bedrijf geregistreerd staat. Het is zelfs een probleem om de opbrengst van de fruitverkopen netjes op te geven bij de belastingdienst als je niet als ‘boer’ geregistreerd staat. Daar kan je een flinke boete voor krijgen.

In bovenstaand bericht staat echter dat iedereen die een finca heeft vrij heen en weer mag reizen vanaf zijn huis naar die finca, en weer terug,  om voor beesten, bomen, planten of bloemen te zorgen. Mits de finca op het zelfde eiland staat als waarop je huis staat. En dat mag ook als je geen ‘professional’ bent.  Dit laatste gaat over ons. Geen beperkingen meer vanaf nu. En af en toe een kleine omweg… wie doet ons wat? Even naar de finca voelt als luchten tijdens gevangenisstraf.

Tussen het schilderen van het hout voor het dak van het grote huis door, heeft Ruud in de afgelopen weken monnikenwerk uitgevoerd in de boomgaard. Groot onderhoud aan de sinaasappelbomen. Met engelengeduld. Hieronder zie je Ruud bezig met de agendaplanning van een willekeurige werkdag.

 

Alle sinaasappelbomen die in de afgelopen drie jaar niet werden gesnoeid door Kakien,  waren toe aan een ‘grote onderhoudsbeurt’ met de motorzaag, de takkenschaar en de snoeischaar. De bomen hadden veel dood hout en droegen ziekten in zich. Maar niet alle bomen kunnen we  op de ‘Kakien-manier’ rigoreus terugsnoeien naar de stam, wat het beste zou zijn, omdat we dan een kale finca hebben. Sommige bomen moeten gewoon ‘groot’ blijven om ervoor te zorgen dat er geen zichtlijnen tussen de toekomstige huizen ontstaan. Al die bomen heeft Ruud nu onderhanden genomen. Dat waren er een stuk of dertig. Per boom zo’n drie tot vier uur werk. Met engelengeduld werden de bomen in model gezaagd en geknipt. Hieronder zie je een boom vóór de knipbeurt en ná de knipbeurt.

 

De foto’s hieronder geven een idee van het ‘totaal-effect’ op hoe de sinaasappelterrassen van de finca eruit zien na het werk van de sinaasappelbomenkapper. Het begint er op sommige terrassen nu eindelijk echt een beetje op te lijken, vinden we zelf.

 

Uiteindelijk doe je het allemaal  hier voor. De sinaasappeloogst is begonnen…

 

Als ik dit schrijf, moet Ruud de laatste twee bomen nog ‘knippen’. Dan is het voorbij. Dan is ook het allerlaatste stukje achterstallige onderhoud van de boomgaard voorbij. Daar hebben we een jaar over gedaan. Een mijlpaal. Grote grijns van Ruud 🙂 . Mag hij daarna beginnen met het reguliere onderhoud. Grote grijns van Teunis 🙂 🙂 🙂 .

Intussen wordt het voor ons steeds duidelijker dat we echt een hele mooie plek op La Palma hebben gevonden. Nu de silhouetten van de eerste twee huizen staan, en de slechte bomen allemaal zijn gerooid of gesnoeid, vallen zaken helemaal op zijn plaats. Er is een ruimtelijk evenwicht op het terrein aan het onstaan. Daarbij wemelt het van de dieren in de bongerd; hagedissen, vlinders, kleine vogels, zoemende insecten en bichos-die-knagen-aan-gevallen-vruchten-in-de-nacht. En dan is er altijd het prachtige uitzicht over oceaan, wolkenluchten en de zonsondergang. Zelfs op een wat sombere, half bewolkte dag ziet het er prachtig uit. Vinden we zelf.

 

Eergisteren lukte het mij eindelijk om een foto te maken die ergens op lijkt van één van onze twee valkenvrienden. De boomgaard is samen met de aanpalende barranco en de graslandjes en dennenbosjes in de directe omgeving het jachtterrein van twee (ik denk) torenvalken. Ze zijn absoluut niet schuw en trekken zich er niets van aan als er mensen over het terrein lopen. Soms vliegen ze vlak boven je hoofd in een glijvlucht richting hagedis. Ik vind het prachtig om te zien en hoop dat ze dit nog jarenlang blijven doen. Ook als er straks (ooit) afgebouwde vakantiehuizen staan met gasten erin.

 

De avocadoplanten slaan goed aan. Het is soms nog wat zoeken hoeveel water we ze moeten geven. De planten zijn nog erg gevoelig voor schommelingen in het weer. En wij zijn nog niet zo heel erg ervaren in het bekijken en lezen van de planten. Zoiets moet je leren.

 

Maar dít hieronder is volgens ons toch echt het avocado-equivalent van een blije blozende mensenbaby. En zo staan de planten er momenteel bijna allemaal bij, zeker op het grote, laagste, avocadoterras. De planten groeien nu zo snel dat Ruud aan de gang moet met het vervangen van de rieten steunstokken voor hogere metalen steunstangen. Alweer zo’n klusje waar een monnik gelukkig van zou kunnen worden. Ruud is een geduldig mens. Hij heeft er echt schik in.

 

We hebben ook een paar ‘zorgenkindjes’ onder de aanplant. Die zorgenkindjes zien er nu zó uit. Volgens verschillende mensen die van La Palma komen, komt het wel goed met ze, zolang  de stam groen is. En inderdaad, na een kale winter beginnen nu ook de zwakke broeders blad aan te maken. Misschien dat ze het nog gaan redden. We geven ze nog een maand of twee.

 

De grote broers staan volop in de vruchten. Ook voor de avocado’s geldt dat het langzamerhand tijd is om ze te plukken en te oogsten. Avocado’s plukken dat ziet er ongeveer zó uit. Onze volwassen bomen zijn erg hoog en de vruchten moeten daarom met flink wat kunst en vliegwerk en klimwerk verzameld worden. We moeten eigenlijk een lange takkenschaar gaan kopen. Sinds vandaag weten we dat ook ‘niet-professionals’ dergelijke spullen weer mogen kopen. Wie weet?

 

Auke en ik plukten gisteren samen de enige avocadoboom die in de achtertuin van het Boeddhahuis groeit leeg. Hele mooie vruchten zonder dat de boom enige verzorging van ons heeft gehad, behalve dan water.

 

Vandaag bracht Ruud onze eerste vruchtenvracht naar Erwin. Erwin is een fruithandelaar in het dorp. Vijfenzeventig kilo avocado’s, Vijfenzeventig kilo sinaasappels. Volgende week horen we hoeveel we ervoor gaan krijgen. De komende weken zullen we wekelijks of 2x per week zo’n vracht langs kunnen brengen. Met zo’n frequentie krijgen we onze bomen wel leeg en hoeven we niet naar de handelaren in Los Llanos, dat op drie kwartier rijden en vier politiecontroles verderop ligt.

 

In de vorige blogpost schreef ik dat we zeker niet naar La Palma zouden zijn vertrokken als we vooraf hadden geweten hoe de zaken zich hier zouden ontwikkelen. Dat leidde tot veel reacties via de ‘informele kanalen’. Maar.

 

Daarom eindig ik dit bericht met de mededeling dat Ruud en ik erg blij zijn met het feit dat we vooraf niet wisten hoe zaken zich zouden ontwikkelen. Ondanks onze zorgen over het thuisfront en het geïsoleerde leventje dat we momenteel noodgedwongen leiden, zijn we nog steeds heel blij met ons leven op het Lente-eiland. We voelen ons nog altijd erg thuis hier. Als de Corona voorbij is, en als we gezond zijn gebleven, gaan we gewoon weer verder met het Grote Plan. Tot die tijd plukken we sinaasappels en avocado’s en schuifelen we wat rond tussen de bomen.

Gemengde Berichten

Zaterdag. Ruud en ik besloten dat het ook een échte zaterdag moest zijn. Een zaterdag zonder werk. Een dag vrij omdat dit af en toe nodig is, en we er een beetje voor moeten waken dat we alleen nog maar aan het werk zijn, sinds we op La Palma wonen.

Onze stemming is er in de afgelopen dagen niet beter op geworden. We voelen de dreiging van Covid-19 om ons heen en zien de nabije toekomst somber in.  In Spanje gaat het niet goed met de indamming van het virus en als je goed naar de Nederlandse cijfers van het RIVM kijkt, zie je ook aan die cijfers dat het ergste echt nog moet gaan komen, ondanks alle gematigd positieve berichten die we in de Nederlandse media lezen.

Maar op zaterdag werden we weer wat vrolijker. Afgelopen donderdag werd de betonnen kroon op de muren van het eerste kleine huis gestort.

 

Vrijdag aan het einde van de dag werd de houten bekisting verwijderd. Op zaterdag in de lentezon zag ons huisje er zó uit. We zijn er blij mee. Het ziet er gaaf uit allemaal. Het wordt mooi!

 

Ruud deed zijn inspectietochtje over ‘de landerijen’ en zag dat vrijwel alle jonge, ingeplante avocadoplanten aanslaan. Zelfs de meeste planten waarover we ons zorgen maakten lijken zich te herstellen en maken knoppen en blad aan.

 

Woensdag, donderdag en vrijdag heeft Jorge, de voorman van Óscar op ons project, samen met een collega de belangrijkste binnenmuren in de aanbouw van het grote huis en in het kleine huis gemetseld. De indeling van de huizen komt nu ook in cement en steen steeds duidelijker naar voren.

Een grote woonkeuken in het grote huis.

 

De verplichte tweede slaapkamer in het grote huis, dat zomaar als een kantoor zou kunnen worden ingericht in de toekomst.

 

De woonkamer/keuken in het eerste kleine huis.

 

De slaapkamer in het kleine huis.

 

En de badkamer in het kleine  huis. Ruud en ik hebben besloten dat we het muurtje bij de douche niet zullen laten bouwen en op die plek een volledige glaswand zullen laten plaatsen.

 

Achter het kleine huis onstaat, een beetje per toeval, een prachtig groen binnenplaatsje tussen de noordelijke buitenmuur van het huis en de fruitbomen van de boomgaard. We gaan daar iets bijzonders mee doen, besloten we gisteren. Het plekje is te mooi om niets mee te doen.

 

Zo ziet het eerste kleine huis eruit als je als gast straks ons terrein op komt rijden. Je ziet het grijze beton juist boven de sinaasappelbomen uitsteken. Helemaal links op de foto, op het onderste terras, willen we het tweede kleine huisje gaan bouwen. Gegeven al het gedoe, moeten Ruud en ik nog een keer heel goed nadenken over het moment waarop we met de bouw van dat tweede huisje gaan beginnen.

 

Het was na een aantal grijze, natte dagen weer heerlijk lenteweer. We maakten na de lunch-in-de-zon het huis schoon en konden daarna op ons gemak buiten van de zon genieten in de tuin van het Boeddhahuis, met laptop en ipad. Door het ‘huisarrest’ dat iedereen heeft op het moment, is het met name in het weekend wezenloos stil buiten. Je hoort alleen de vogels fluiten. En het geruis van palmbladeren in de wind. Ondanks dat je weet hoe dat zo komt, geeft die stilte je toch een prettig relaxed gevoel.

 

Een biertje erbij. Toepasselijke liedjes die toevallig achter elkaar langskwamen op een radioplaylist van spotify. Ik werd er vrolijk van. De moed erin houden enzo.  We hobbelden de zaterdagavond in met pizza, facetime naar Nederland en mijn favoriete computergame. Een echt fijne zaterdag.

 

En toen kwam dit bericht binnen.

 

Totale stilstand in Spanje, vanaf komende maandag. Naast het bestaande ‘huisarrest’, mag vanaf maandag bijna niemand meer naar zijn werk. Als we het goed begrijpen moeten werknemers min of meer verplicht vakantie opnemen en thuis blijven. Werkgevers moeten hen doorbetalen. Werknemers moeten de verlofuren verderop in het jaar weer terugverdienen. Prachtig bedacht. Maar hoeveel bedrijven zullen er nu failliet gaan hier? Er zijn geen steunmaatregelen voor bedrijven, alleen voor werknemers die werkloos worden en zzp-ers. ‘De oplossing moet van Europa komen’, zegt de premier van dit land. Maar daar is bijvoorbeeld de minister-president van  ons land het vooralsnog nog niet zo mee eens…

Beetje bij beetje glijden Ruud en ik nu de ‘crisis-stand’ in. En nemen we de maatregelen die daarbij horen, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Komende maandag zal er niet gebouwd worden aan onze huizen. En dat kan zomaar een paar maanden gaan duren. Als we allemaal gezond blijven, zal dit alles niet de doodsteek zijn voor onze plannen met onze finca. Dankzij ons stabiele inkomen vanuit Nederland, dat gelukkig weinig te lijden heeft van de gevolgen van het virus, kunnen we wel voort. Maar. De uitvoering van ons LaPalmaPlan loopt wel voor de zoveelste keer een flinke vertraging op. En. Als we dit alles van tevoren hadden geweten, waren we natuurlijk nooit uit Nederland vertrokken…

 

We houden ons vast aan plaatjes als hierboven. Ik was in overtreding toen ik deze foto gisteren maakte, op honderdvijftig meter buiten het terrein van onze finca. Maar er was geen mens in de buurt, dus niemand kon mij besmetten, of andersom. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet. Zo voelt het. Zo is het. Vrij letterlijk zelfs.

‘…Ruud en Teunis willen in Puntagorda gaan wonen, een klein dorp op het Canarische eiland La Palma. In dit blog beschrijven ze waarom ze dit willen en hoe ze dit aanpakken. Aan het einde van het blog weet je of het hen gelukt is…’

Sinds zaterdagavond weet ik zeker dat dit een blog met een flink lange looptijd gaat worden. Jaren langer dan gepland. Vamos á ver. We gaan zien wat het wordt. Aan het einde van het blog weet je of het ons gelukt is.

Verloren Paradijs

Zo voelt het voor ons op La Palma. Vanaf de veranda van het Boeddhahuis kunnen we uitkijken op het dorp en zien we dit plaatje. Een verloren paradijs.

 

Het uitzicht is nog net zo mooi als vorig jaar om deze tijd, toen we hier net een maandje bivakeerden. Maar het gevoel dat er bij hoort is heel anders nu. De straten van het dorp zijn bijna leeg. In de supermarkten hangt een nerveuze grafstemming en loopt iedereen met handschoenen aan en vaak ook mondmaskers op. De mensen zijn bang. Bang voor het virus en bang voor hun inkomen. Het is somberheid troef, ondanks het mooie plaatje. Er kan echt bij bijna niemand nog een glimlachje van af. Daar word je somber van.

Er zijn natuurlijk ook wel lichtpuntjes, zoals altijd. Gisteren en vandaag, maar vooral gisteren, regende het flink. De regenmeter van Ruud, die niet zo heel erg goed is in het meten van regen, telde 32mm in twee dagen tijd. Daar waren de boeren (wij ook 😉 ) heel erg blij mee en er was geen toerist (meer over), die hier nog last van had.

 

Tussen de buien door groeit en bloeit het bij ons in de boomgaard. Als je er rond loopt hoor je overal het gezoem van bijtjes om je heen. Je ruikt de nadruppende sinaasappelbloesems. Je ziet de helderblauwe oceaan. Het is er nog steeds prachtig. En het is onze plek!

 

Ook de bouw vordert nog altijd goed. Gewapend met mondkapjes, handschoenen en een wat geforceerd goed humeur soms, zijn de mannen van Oscar nog altijd aan het werk. De Kroon van het eerste kleine huis is aan het einde van de week af. Een klein beetje later dan dat de planning was, maar dat wordt veroorzaakt door de maatregelen die van kracht zijn om de verpreiding van  het Virus af te remmen.

 

Dit is het uitzicht als je in het vakantiehuis op de bank zit en door het glas van de openslaande deur van de woonkamer-keuken  naar buiten kijkt. Ruud en ik vinden het uitzicht niet verkeerd.

 

Dit zie je als je op die bank zit en de tuinman komt langs.

 

Ruud en ik merken in ons dagelijkse leven eigenlijk niet veel van alle bewegingsbeperkende anti-corona-maatregelen die van kracht zijn. Zoals ik eerder schreef hebben we een vergunning om op onze finca te werken. We kunnen dus wanneer we willen het huis uit. Daarnaast zijn we flink druk voor onze klanten in Nederland. Het is jaarrekeningentijd en er is behoorlijk wat extra werk vanwege alle steunmaatregelen voor bedrijven en zzp-ers in Nederland. Alweer Corona. We zijn er druk mee en vervelen ons in elk geval niet.

Het werk op de finca staat in het teken van deze kleur. (Ik hoop dat die kleur een beetje goed overkomt op een beeldscherm; het is bruin met een beetje een roodteint erin).

 

Aan alle kanten moeten de planken en balken worden bewerkt met een insectenwerend middel dat zo ongelooflijk chemisch ruikt en ademt dat elk coronavirusje dat zich in onze longen mocht bevinden spontaan op de vlucht slaat. We hadden er hoofdpijn van. Vast niet gezond. Daarna twee keer een laklaag met de roodbruine lak, op de zijden van het hout die straks van binnenuit te zien zijn. Tot slot nog een afwerklaklaag die een brandwerende werking heeft. En dit is nog maar het eerste dak… Er volgen er nog twee, plus een klein dakje, plus (en daar zien we flink tegenop) het bestaande dak van de cuarto de apero.

 

Terwijl we druk zijn met het hout en terwijl we de huisjes langzaam maar zeker vorm zien krijgen, is het plezier dat we hadden een beetje weg op het moment. We vragen ons soms af waar we het voor doen. Wordt alles ooit weer ‘normaal’ of onstaat er straks een ‘nieuw normaal’? Komen de toeristen ooit weer terug naar ons eiland? En wanneer dan? En welke vliegtuigmaatschappijen, barretjes, restaurants, bemiddelaars, aanbieders van vakantiehuisjes en andere vermaakbedrijven die samen de toeristische infrastructuur van het eiland vormen zijn er dan nog over?

We moeten binnenkort beslissen of we volgens planning van start gaan met de bouw van het derde huisje. Daar is hypotheek voor nodig. We weten op dit moment nog niet of we dit wel willen aangaan. Het is moeilijk om dergelijke beslissingen te nemen als de tijden zo onzeker zijn. Gelukkig hebben we nog heel even respijt, voordat we deze beslissing moeten gaan nemen.

Voor nu is dít het beeld dat op ons netvlies staat. En daar worden we niet vrolijk van.

 

 

We hopen dat we zonder al te veel kleerscheuren kunnen

 

Zo heeft iedereen momenteel zijn eigen sores. We  wensen iedereen die dit leest voor de komende tijd veel wijsheid, doorzettingsvermogen en een beetje mazzel toe. En elke middag om half3 een kopje koffie met iemand die ver weg is, maar via facetime toch weer heel dichtbij kan zijn.

 

Ma, we vinden het harstikke knap hoe je je in je eentje aanpast aan de situatie en vinden het heel vervelend dat we voorlopig niet naar Nederland kunnen komen. Pas goed op jezelf!

Hout!

De straten zijn stil in Puntagorda. Maar niet zo stil als dat je zou denken, bij een land dat de noodtoestand heeft afgekondigd en min of meer een straatverbod heeft opgelegd aan haar burgers. Je kunt boodschappen doen. Je mag naar de bank. Je mag naar de apotheek. Je mag naar je werk. Je mag alleen niet met meer dan 1 persoon in een auto zitten. Zelfs niet als jij en die andere persoon onder hetzelfde dak wonen. Onder hetzelfde plafond slapen zelfs. Da’s wel lastig. Gelukkig hebben we fietsen. En je hond uitlaten mag ook nog. We hebben drie honden 🙂 .

 

Sinds gisteren hebben Ruud en ik officieel toestemming om van maandag tot en met vrijdag tussen 10.00u en 18.00 op onze finca te zijn om er te werken. We mogen maar acht uur werken op een dag. En maar vijf dagen per week. Daar zijn we heel blij mee. Want de hele toestand van het straatverbod kan nog wel een hele tijd gaan duren. We zouden in de problemen komen als we niet meer op onze finca mochten komen. Bovenstaand papiertje moeten we op zak hebben als we naar onze boomgaard gaan of in onze boomgaard zijn.

 

Op die finca gaat alles min of meer gewoon door. Gisteren heeft Fernando, de timmerman die door Óscar is ingehuurd om het hout voor de daken van onze huizen te leveren en op maat te zagen, het hout voor het dak van het grote huis gebracht. Ook lukte het hem nog om vanochtend voor ons beits, insectenwerend middel en lak met kwasten en rollers en stuff op de kop te tikken. Een geluk, want alle nonfoodwinkels zijn hier dicht. Sinds vanmiddag zijn Ruud en ik dus in ‘houtbewerkingsmodus’.

 

Dat is nog een hele tour. Niet zo zeer vanwege het impregneren of schilderen. Maar ‘stapelen’ is een beetje een probleem. We werken in onze apero, het al bestaande deel van het toekomstige ‘grote huis’. Het is daar eigenlijk net iets te klein. We zijn daarom voortdurend hout aan het verplaatsen. Hout om te schuren. Hout om te schilderen. Hout om te drogen. Zondag aan het einde van de dag moet het klaar zijn. Gaat goed komen, denken wij na een lange middag werken. Komende zaterdag en zondag zijn we even domme buitenlanders en begrijpen we onze permiso even niet zo goed.

 

Ook de bouw gaat door en nog steeds vol op tempo. Kijk maar naar deze foto’s van het eerste kleine huis. Alleen Jorge en Thomás mogen nog werken. De andere twee werknemers van Óscar blijven thuis, want momenteel mogen er slechts twee mensen op een bouwplaats aan het werk zijn, volgens de richtlijnen. Ook het vervoer naar de bouwplaats is een probleem door de één-persoon-per-auto-regel. Jorge en Thomás compenseren door nog harder te werken en lange dagen te maken. We zijn echt superblij met hen en onze aannemer.

Óscar hoopt volgende week toch weer drie of vier man in te kunnen zetten. Die zijn nodig, omdat hij dan de Kroon op de muren van het eerste kleine huis wil plaatsen. Ruud en ik hebben aangeboden om in te springen als dit nodig is. Is ook nog een optie. We gaan het zien. Volgende week wil Óscar ook beginnen aan het dak van het grote huis, waar we nu het hout voor aan het bewerken zijn.

 

Hoewel we er in ons dagelijkse leven niet al te veel van merken, het leven is niet heel veel anders dan anders in de praktijk, is de Grote Corona Stop die is afgekondigd natuurlijk niet fijn. Niemand weet hoe lang alles zal gaan duren. Maar als je een beetje rekent zijn we er de eerste paar maanden nog niet klaar mee. Op enig moment is de creativiteit op en gaat ook ons bouwproject vertraging oplopen, vrezen we. En dan gaan we  er vanuit dat er niemand ziek wordt..

De virusuitbraak is op het eiland echt een ramp voor iedereen die zich bezig houdt met toeristische activiteiten en voor iedereen die toerist is. Inkomende vluchten zijn niet meer toegestaan. Iedereen die in een toeristische locatie verblijft moet het eiland verlaten, zo snel als dit kan. En tot die tijd binnen blijven op het vakantieadres. Zoiets is natuurlijk gewoon triest, als je je verheugd hebt op een fijne vakantie op ons prachtige eilandje. Maar. Zo is het leven in Corona-tijd. Je kunt het echt erger treffen op het moment.

Ruud en ik schrokken even, want we dachten bij het lezen van de Spaanse krant vanavond ongeveer een kwartier lang dat ook wij het eiland zouden moeten verlaten. Gelukkig heeft het Boeddhahuis dat wij huren geen toeristische bestemming. We mogen blijven 🙂  En ja, daar zijn we ondanks alles nog steeds blij om. ‘Thuis is waar de honden zijn’. En die zijn hier…

 

Het voelt alleen echt niet goed dat we niet of slechts heel moeizaam terug kunnen naar Nederland, als zich daar een soort van calamiteit mocht voordoen. En als we dan gaan, kunnen we voorlopig niet meer terug naar hier. Een rotgevoel, dat we maar proberen te negeren. Het heeft geen zin om je druk te maken over zaken die je niet kunt veranderen.

 

Dít zag ik vanmiddag toen ik uit de deur van de apero stapte om even pauze te houden en voor een moment de chemische dampen van het insectenwerende middel te ontlopen. Zo’n uitzicht relativeert alle problemen en probleempjes. Het is zo mooi op La Palma!

Het Dagelijkse Leven in Tijden van Corona

Vorige week vrijdag vertrokken Ruud en ik voor een lang weekend naar Nederland. We zagen er onze ouders en de rest van de Janssen-clan, vierden twee verjaardagen en kochten er..

 

en..

 

Het was erg leuk en gezellig om iedereen weer te spreken en te zien. Maar we merken dat we zo’n bezoek aan Nederland op de één of andere manier ook erg vermoeiend vinden. De relatieve rust van ons huis op La Palma verruilen we voor dagenlang vol continu sociaal-doen in Nederland. Ruud en ik zijn er beiden niet voor gemaakt om voortdurend in het gezelschap van anderen te zijn. Maar gezellig was het tóch, we zouden het niet anders willen.

Op dinsdag keerden we al weer terug van ons flitsbezoek. We namen Broertje Michel met ons mee. Michel kwam op tegen-flits-bezoek en is gisteren (vrijdag) weer vertrokken. Zowel op de heen- als op de terugweg zat het vliegtuig barstensvol. Een beetje tot onze verrassing. We hadden al wel een beetje rekening gehouden met wat meer reisruimte door een klein Corona-effectje. Maar zomaar een vakantie annuleren vanwege een virusje, dat doen de meeste mensen kennelijk toch nog niet.

 

Wat niet is, kan nog komen. Want Het Virus krijgt onze landen nu toch redelijk snel in zijn greep. In Nederland is de eeuwige laconieke grijns van het gezicht van onze minister-president inmiddels verdwenen en begrijpt iedereen nu zo langzamerhand wel dat dit stormpje toch wel enige tijd over de dijken zal razen. Ook in Spanje is het goed raak, vooral op wat men hier het Pensinsula noemt, het Schiereiland, het vaste land van Spanje. De teller staat op 5.200 bevestigde personen die besmet zijn met het virus en 132 personen die gestorven zijn als gevolg van zo’n besmetting. Gisteren heeft de Spaanse premier voor het hele land de noodtoestand afgekondigd.  Wat dat precies betekent voor ons op La Palma, horen we vandaag aan het einde van de dag.

 

De karretjes van de mensen die boodschappen doen in de supermarkt zijn wat voller dan anders. Iedereen praat over Corona en begrijpt geleidelijk aan wel dat het virus ook aan La Palma niet voorbij zal gaan. De scholen zijn dicht. Verder merken we nog niet veel van alles. Het dagelijkse leven loopt door. Maar we weten dat er zaken in het verschiet liggen.

We hadden Michel op bezoek. En als Michel  komt logeren, betekent dit dat: 1) We een paar dagen vakantie nemen om leuke dingen te gaan doen en dat: 2) het gaat regenen. Het eerste is alvast gelukt. Onder een stralende zon fietsten we in het noorden van het eiland, in de streek rond Barlovento, en wandelden we alweer in het noorden rond de Cubo de la Galga. Komt later nog wel terug in het blog.

 

Het tweede dingetje is nog niet helemaal gelukt en blijft nog even staan. Maar Michel heeft zijn best gedaan en uiteindelijk ‘mañana-wolkjes’ beloofd. Het lijkt erop dat zijn voorspelling uit gaat komen. Toch knap, hoe hij dit altijd weer voor ons flikt.

 

Voor het eiland is zo’n viruspandemie natuurlijk een kleine ramp. De toeristische sector staat te schudden op haar grondvesten. Vakantieboekingen blijven uit, geboekte reserveringen worden geannuleerd. Wij brachten onze honden bijvoorbeeld vorige week vrijdag naar een vrijwel leeg hondenpension. De eigenaresse vertelde ons heel veel annuleringen te krijgen. Ook de stargazinginkomsten en wandelgidsinkomsten van Ruud liggen stil. Vanaf vandaag worden deze groepsevenementen verboden, hoorde Ruud gisteren van zijn werkgever. Die laatste vreest dat er de komende weken grote touroperators gaan omvallen, zodat ook na het uitwoeden van de pandemie  zijn belangrijkste bron van inkomsten blijvend droog blijft staan.

 

En zo krijgt dat visje, of dat slangetje, dat verkocht werd op de vismarkt van Wuhan,  in het verre China,  een gemeen venijnige staart. Ook voor mensen die niet ziek zijn of ziek worden. Zitten we met zijn allen in het oog van een Perfect Storm.

 

De Lidl in Los Llanos verkoopt geen Corona bier meer, ontdekte Ruud gisteren. Klap op klap op klap, krijgen we te verwerken. We gaan zien waar het stopt.

Intussen vordert de bouw van onze huizen gestaag. De fundering van het tweede huis kwam af. De betonpeilers staan al en men is begonnen aan het metselen van de buitenmuur. Het is de bedoeling om de muren en de corona (uhmm, dat is weer een andere corona, het gaat hier om een betonnen dwarsbalk die boven de muren wordt gestort en die het dak steunt; ‘kroon’ in goed Nederlandse vertaling, en ja dat is in het spaans ‘corona’), muren en corona dus, zullen aan het eind van de komende week klaar zijn, is ons verteld.

 

Als alles gaat zoals Óscar denkt dat het gaan zal, wordt maandag het hout voor het dak van de aanbouw van het grote huis bezorgd. Ruud en ik moeten dan als een bezetene gaan schuren en beitsen, want Óscar wil het liefst op vrijdag al beginnen met het dak van het eerste huis. Haast. Hij heeft haast.  DAt vinden wij fijn! Ruud en ik werken dit weekend daarom maar gewoon door om in de komende week ‘houtbewerkingsdagen’ vrij te kunnen spelen voor ons beiden. Het dagelijkse leven in tijden van Corona sukkelt gewoon door. Zoals het hoort. Zolang het kan.

We vonden het weer gezellig dat je er was Michel! 🙂

Playa Los Guirres

Ruud was jarig. Vorige week vrijdag al. Meestal  vieren we elkaars verjaardagen met voor alle2 een vrije dag en een lange wandeling op de dag zelf. En na afloop ergens iets lekkers eten.  Dat deden we in Nederland al zo. En ook nu we op La Palma wonen, doen we dat op die manier. Maar. Nu we al meer dan een jaar op ons Gedroomde Eiland wonen,  wordt het leven soms weer een beetje zoals het vroeger was: te druk voor leuke dingen. Ruud had zijn handen vol aan finca-stuff dat hij klaar moest zien te krijgen tussen de wandelgidsdagen en de stargazingavonden door. Dood hout uit citrusbomen snoeien. Een geautomatiseerd bewateringssysteem aanleggen. Dat soort werk. Ik had ook wel het één en ander om handen. Mijn werk bestaat kort gezegd hoofdzakelijk uit het tellen van geld. En dat kan op zoveel verschillende manieren dat je er nooit mee klaar bent. Kortom: geen lange wandeling op Ruud’s verjaardag, deze keer. We hadden er de tijd niet voor. En eigenlijk ook de puf  niet. Alletwee een 5 in onze leeftijd. Dan krijg je dat. Maar we hadden wél een vrije namiddag en avond.

 

We reden aan het einde van de middag vanuit Puntagorda naar het strandje van Los Guirres.  Het kiezelstrand ligt even ten noorden van Porto Naos, aan de westkust van het eiland. Je rijdt vanuit Porto Naos over een verwaarloosde asfaltweg door een niemandsland van bananenplantages. En opeens ben je er dan: je rijdt een goed verzorgde parkeerplaats op en dan ben je bij  Los Guirres. Een prettig welkomstbord geeft meteen al een gevoel van vrijheid, van ‘thuiskomen’, zal ik maar zeggen. ‘Dat moet anders!’,  is onze boodschap aan de plaatselijke ‘strandmanager’.

 

Los Guirres is geen viersterren toeristische trekpleister. Maar voor Ruud en mij wél een leuke plek. Er is een mooi kiezelstrand. Er is een leuke, vrij grote kiosko, met een mooi open terras pal aan de zee. Daar kan je best een middagje in de zon doorbrengen met één of meer glazen wijn op tafel. Of tegen het vallen van de avond lekker eten op een prachtige plek.

 

We waren voor het eerst hier. Ruud had in El Apuron, dat is een lokaal digitaal krantje, gelezen over een wandelpad dat pal langs de kust is aangelegd tussen de kiosko en het grote Sol-Hotel dat aan de andere kant van Porto Naos ligt. Dát wilde hij wel eens zien. Er ligt inderdaad een mooi, nieuw wandelpad. Alleen. Ter hoogte van de vuurtoren is het pad alweer weggeslagen door de golven van de oceaan. Even klauteren. Of even omlopen over kleine asfaltweggetjes tussen de bananenplantages die samen een doolhof van jewelste vormen als je geen wandelapp op je mobiele telefoon bij je hebt.

 

Wij vinden het altijd wel leuk om een beetje rond te struinen. Weinig mensen. Rust. Oceaan. Wel strak naar het westen blijven kijken. Want dan sta je met je rug naar één van de lelijkste stukken van het eiland. Bananenplantages zijn één ding. Maar verlaten Banananplantages zijn ongeveer wel de allerlelijkste objecten die er op La Palma te zien zijn.

 

Wij negeerden de lelijkheid van het landschap achter ons. We negeerden ook het terras van de kiosko. Komt een andere keer wel. Wij keken uit over de oceaan. En zagen de zon weer eens onder gaan.

 

Op de terugweg naar Puntagorda maakten we in El Jesus een tussenstop bij ‘De Belg’. Lekker gegeten. Na afloop zo’n overheerlijke barrequito. Een verjaardag kan heel leuk zijn zonder spectaculaire dingen te doen.

Gras

Heel geleidelijk & langzaam, maar zeker, krijgen stukken van onze finca de sfeer die we op termijn graag voor ons zelf en voor onze vakantiegasten willen bereiken. We zijn een beetje op zoek naar de landelijke sfeer, midden in het groen, die we ons van onze vroegere vakanties in Frankrijk herinneren. Grasland onder de fruitbomen. Groen en fris  in de winter en in het voorjaar. Bruin en naar hooi ruikend in de zomer en in het najaar. Met overal hoekjes en plekjes waar je ongestoord van de natuur kunt genieten en naar de stilte kunt luisteren. Je ruikt de dennennaalden of de sinaasappelbloesems, terwijl je een boek leest op je ipad. Je  kijkt naar de jagende valken of de rondkruipende hagedisjes, terwijl je in de zon een wijntje drinkt.  Anders dan in Frankrijk is er altijd de grote blauwe oceaan op de achtergrond aanwezig en weet je alles dat het Isla Bonita te bieden heeft onder handbereik. Een omgeving waarin je na een tijdje vergeet welke dag van de week het ook al weer is. Dat is de gedachte.

Ik moet een beetje handig & leep de stapels met bouwmaterialen buiten beeld houden, maar de foto’s hieronder geven een idee.

 

Op andere plekken moet het allemaal nog wat gaan groeien. Maar Ruud en ik vinden dat je nu al kunt zien hoe het zal gaan worden.

 

Op zondag waren we aan het werk op het terrein. Halverwege de middag, lunchtijd, hielden we uitgebreid pauze en speelden we samen dat we  op vakantie waren. We waren op een leuke plek terecht gekomen, vonden we.

 

Door het slepen met takken en snoeihout van vele jaren. Door het maaien van metershoog gras waar bijna niet door te komen was. Door het verwijderen van oude, zieke bomen en het planten van nieuwe bomen, bedoeld voor de toekomst. Door het verwijderen van enkele generaties oude en lekkende irrigatiesystemen en  het aanleggen van een nieuw bewateringssysteem. Door het sjouwen en sleuren aan stenen en rotsen. Door de zweetdruppels en de stijve spieren. De boomgaard voelt elke week een beetje meer als ‘thuis’ voor ons. Het klinkt vast heel kneuterig, maar het proces van een vreemd, verwaarloosd terrein beetje bij beetje steeds meer naar je hand te  zetten, is prachtig om mee te maken. We worden er flink blij van, elke dag weer.

 

En zonsondergangen op La Palma zullen ons nooit gaan vervelen.

2020 is begonnen..

We hadden een super gezellige kerstweek in Nederland. Veel mensen gezien en veel bijgepraat. Iedereen die ons gastvrij ontving, nogmaals bedankt voor deze gastvrijheid en de gezelligheid! Volgend jaar bij ons?  🙂

Ruud bracht zijn dropspiegel weer terug naar de normale (idioot hoge) waarden, en kan er weer voor een paar weken tegen op ons Droploze Eiland. We beleefden een moment van fijne nostalgie bij het krabben van de voorruit van onze auto.

 

Op oudejaarsochtend keerden we doodmoe maar tevreden weer terug naar ons Lente Eiland.  Doodmoe van het vele praten en het rondreizen in Nederland.  Maar vooral ook doodmoe van het Transaviaritme, dat ons dwingt om om half3 ‘s nachts op te staan om de thuisreis aan te vangen. Het is niet anders.

Op 1 januari nieuwjaarsontbijt op het terras onder de grote boom buiten in een lentezonnetje. Op 2 januari buiten barbecueën. Dat zijn nog eens winterse taferelen die ons aanspreken! Dit zijn de winters waar Ruud en ik van houden!

 

De zonsondergangen op onze finca zijn mooier dan ooit. Mooier ook dan foto’s kunnen vastleggen.  Doordat we vers terug kwamen uit Nederland, roken we weer hoe kruidig de lucht op La Palma ruikt en hoorden we weer hoe stil het hier is. Met ‘ontwende’ ogen zagen we weer hoe bijzonder ons nieuwe plekje en toekomstige vakantiebestemming eigenlijk is.  Daar krijg je een blij gevoel van.

 

Afgelopen vrijdag tekenden we het bouwcontract met onze aannemer. Óscar en zijn mannen gaan op maandag 13 januari beginnen met het werk. 2020 gaat voor ons vast een enerverend jaar worden met veel dubben & keuzes maken, veel werk en zweetdruppeltjes en uiteindelijk een begin van een oordeel of alles dat we in ons hoofd hebben ook werkelijkheid kan gaan worden. Ruud en ik verheugen ons erop. Nog acht nachtjes slapen…

圣诞快乐

 

Wij wensen iedereen die ons blog volgt, zelfs de 140 robots uit China die ons hoekje op het wereldwijde web de laatste tijd met enige regelmaat verrassen met een visite,  en dan met z’n allen zo’n 2.500 keer per dag komen kijken of er nog iets leuks te halen valt, en op die manier ‘mijn bezoekers-statistiek’ vernaggelen, wij wensen voor íedereen dus:  een heel erg Feliz Navidad y Próspero Año Nuevo!

 

Vrede op Aarde voor alle mensen. In het noorden. In het zuiden. In het westen. En in het (verre) oosten. Minder trekkers op de weg in Nederland en hogere dijken daar, voor in de toekomst. Gezondheid en blijdschap voor een ieder die ons lief is, en liefst ook voor alle anderen. Drie prachtige nieuwe vakantiehuisjes tussen de sinaasappelbomen in Puntagorda/La Palma en dat we daar nog een heel jaar lang een blog over mogen schrijven, zonder al te veel in herhalingen te vervallen. En een nieuwe president in Amerika. Dát zijn onze beste wensen voor een ieder in…

Ruud en ik brengen de kerstdagen door in Nederland. Er ligt daar een overvol, maar gezellig ‘sociaal programma’ op ons te wachten. Op oudejaarsdag keren we weer terug naar ons Stilte-Eiland.  Vanaf dat moment kunnen we nog een kleine week bijkomen van alle kerstballendrukte op ons steeds groener wordende vluchtheuveltje, midden in de  onmetelijk grote Atlantische Oceaan. Kerstvakantie!  De lente komt! We hebben er zin in…

 

Hasta Luego!  Tot in het nieuwe jaar!

Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..