Gras

Heel geleidelijk & langzaam, maar zeker, krijgen stukken van onze finca de sfeer die we op termijn graag voor ons zelf en voor onze vakantiegasten willen bereiken. We zijn een beetje op zoek naar de landelijke sfeer, midden in het groen, die we ons van onze vroegere vakanties in Frankrijk herinneren. Grasland onder de fruitbomen. Groen en fris  in de winter en in het voorjaar. Bruin en naar hooi ruikend in de zomer en in het najaar. Met overal hoekjes en plekjes waar je ongestoord van de natuur kunt genieten en naar de stilte kunt luisteren. Je ruikt de dennennaalden of de sinaasappelbloesems, terwijl je een boek leest op je ipad. Je  kijkt naar de jagende valken of de rondkruipende hagedisjes, terwijl je in de zon een wijntje drinkt.  Anders dan in Frankrijk is er altijd de grote blauwe oceaan op de achtergrond aanwezig en weet je alles dat het Isla Bonita te bieden heeft onder handbereik. Een omgeving waarin je na een tijdje vergeet welke dag van de week het ook al weer is. Dat is de gedachte.

Ik moet een beetje handig & leep de stapels met bouwmaterialen buiten beeld houden, maar de foto’s hieronder geven een idee.

 

Op andere plekken moet het allemaal nog wat gaan groeien. Maar Ruud en ik vinden dat je nu al kunt zien hoe het zal gaan worden.

 

Op zondag waren we aan het werk op het terrein. Halverwege de middag, lunchtijd, hielden we uitgebreid pauze en speelden we samen dat we  op vakantie waren. We waren op een leuke plek terecht gekomen, vonden we.

 

Door het slepen met takken en snoeihout van vele jaren. Door het maaien van metershoog gras waar bijna niet door te komen was. Door het verwijderen van oude, zieke bomen en het planten van nieuwe bomen, bedoeld voor de toekomst. Door het verwijderen van enkele generaties oude en lekkende irrigatiesystemen en  het aanleggen van een nieuw bewateringssysteem. Door het sjouwen en sleuren aan stenen en rotsen. Door de zweetdruppels en de stijve spieren. De boomgaard voelt elke week een beetje meer als ‘thuis’ voor ons. Het klinkt vast heel kneuterig, maar het proces van een vreemd, verwaarloosd terrein beetje bij beetje steeds meer naar je hand te  zetten, is prachtig om mee te maken. We worden er flink blij van, elke dag weer.

 

En zonsondergangen op La Palma zullen ons nooit gaan vervelen.

2020 is begonnen..

We hadden een super gezellige kerstweek in Nederland. Veel mensen gezien en veel bijgepraat. Iedereen die ons gastvrij ontving, nogmaals bedankt voor deze gastvrijheid en de gezelligheid! Volgend jaar bij ons?  🙂

Ruud bracht zijn dropspiegel weer terug naar de normale (idioot hoge) waarden, en kan er weer voor een paar weken tegen op ons Droploze Eiland. We beleefden een moment van fijne nostalgie bij het krabben van de voorruit van onze auto.

 

Op oudejaarsochtend keerden we doodmoe maar tevreden weer terug naar ons Lente Eiland.  Doodmoe van het vele praten en het rondreizen in Nederland.  Maar vooral ook doodmoe van het Transaviaritme, dat ons dwingt om om half3 ‘s nachts op te staan om de thuisreis aan te vangen. Het is niet anders.

Op 1 januari nieuwjaarsontbijt op het terras onder de grote boom buiten in een lentezonnetje. Op 2 januari buiten barbecueën. Dat zijn nog eens winterse taferelen die ons aanspreken! Dit zijn de winters waar Ruud en ik van houden!

 

De zonsondergangen op onze finca zijn mooier dan ooit. Mooier ook dan foto’s kunnen vastleggen.  Doordat we vers terug kwamen uit Nederland, roken we weer hoe kruidig de lucht op La Palma ruikt en hoorden we weer hoe stil het hier is. Met ‘ontwende’ ogen zagen we weer hoe bijzonder ons nieuwe plekje en toekomstige vakantiebestemming eigenlijk is.  Daar krijg je een blij gevoel van.

 

Afgelopen vrijdag tekenden we het bouwcontract met onze aannemer. Óscar en zijn mannen gaan op maandag 13 januari beginnen met het werk. 2020 gaat voor ons vast een enerverend jaar worden met veel dubben & keuzes maken, veel werk en zweetdruppeltjes en uiteindelijk een begin van een oordeel of alles dat we in ons hoofd hebben ook werkelijkheid kan gaan worden. Ruud en ik verheugen ons erop. Nog acht nachtjes slapen…

圣诞快乐

 

Wij wensen iedereen die ons blog volgt, zelfs de 140 robots uit China die ons hoekje op het wereldwijde web de laatste tijd met enige regelmaat verrassen met een visite,  en dan met z’n allen zo’n 2.500 keer per dag komen kijken of er nog iets leuks te halen valt, en op die manier ‘mijn bezoekers-statistiek’ vernaggelen, wij wensen voor íedereen dus:  een heel erg Feliz Navidad y Próspero Año Nuevo!

 

Vrede op Aarde voor alle mensen. In het noorden. In het zuiden. In het westen. En in het (verre) oosten. Minder trekkers op de weg in Nederland en hogere dijken daar, voor in de toekomst. Gezondheid en blijdschap voor een ieder die ons lief is, en liefst ook voor alle anderen. Drie prachtige nieuwe vakantiehuisjes tussen de sinaasappelbomen in Puntagorda/La Palma en dat we daar nog een heel jaar lang een blog over mogen schrijven, zonder al te veel in herhalingen te vervallen. En een nieuwe president in Amerika. Dát zijn onze beste wensen voor een ieder in…

Ruud en ik brengen de kerstdagen door in Nederland. Er ligt daar een overvol, maar gezellig ‘sociaal programma’ op ons te wachten. Op oudejaarsdag keren we weer terug naar ons Stilte-Eiland.  Vanaf dat moment kunnen we nog een kleine week bijkomen van alle kerstballendrukte op ons steeds groener wordende vluchtheuveltje, midden in de  onmetelijk grote Atlantische Oceaan. Kerstvakantie!  De lente komt! We hebben er zin in…

 

Hasta Luego!  Tot in het nieuwe jaar!

Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..

Donkere December Dagen

Omdat Sinterklaas toch niet hier is, maar elders druk in de weer om verantwoording af te leggen over zijn misschien toch wat gedateerde personeelsbeleid,  breken de donkere dagen voor kerst hier een week eerder aan dan in Nederland. Ik ga proberen om daar maar eens een ‘huiselijk berichtje’ over te schrijven. Anderhalve week niets gepost en dan komen er klachten en vragen… Bericht aan iedereen die zich zorgen maakte: ‘Ja, we leven nog en alles is ok. Maar we zijn niet verslaafd aan het blog, dus af en toe posten we even niets, als dat zo uitkomt’.

Bij ons thuis hebben we gisterenmiddag de lichtjestijd afgekondigd. Ruud is druk in de weer geweest om vanuit de verhuisdozen in de apero de bij ons traditionele en meegenomen ‘eindejaarslampjes’ van stal te halen en op te hangen. Ook dit jaar doen ze het nog  🙂 .

 

Ook het gezelligste tijdelijke donkeregrotkantoor van La Palma is nu feestelijk verlicht en klaar voor de naderende kerstvakantie. Dat werkt een stuk prettiger, moet ik zeggen. Wat mij betreft blijven de lampjes gewoon tot ergens in februari hangen. Normaal gesproken is de woonkamer van het Boeddhahuis een donker hol zonder daglicht. Zelfs als de zon fel  schijnt. We begrijpen de architect van het huis wel vaker niet. En die kerstvakantie: bijna!

 

We laten het bij de lampjes. Aan kerstbomen en kerstballen doen we nooit. Ook nu niet. Ik zou trouwens niet weten of je hier op het eiland kerstbomen kunt kopen. Ze staan wel in winkeletalages in Los Llanos, maar daar heb ik eigenlijk alleen nog maar kunstbomen gezien. Kerstballen zijn er dan weer wel te koop. En onze overburen hebben de palmboom die voor hun huis staat in felgroen neon kerstlicht uitgedost met als motto Groene Nacht Heilige Nacht.

Het weer op het eiland doet goed mee met de door ons afgekondigde lichtjestijd. Het regent veel, vaak en hard sinds donderdagmiddag. Niet leuk als je nu hier op vakantie bent. Bij het vakantiehuisje achter ons huurhuis zie ik af en toe enkele sombere, wat verveelde gezichten rond het huisje scharrelen of in een auto met mistroostige gezichten heen en weer rijden. Ik heb een beetje met de mensen te doen.  Voor ‘ons’, (min of meer) permanente bewoners is de regen echter erg welkom. Ons bruine eiland wordt weer groen. De lente komt. Maar eerst: ff wat donkere dagen.

 

Als zelfs het weerstation van Ruud opmerkt dat het regent, maar liefst 7,2 mm neerslag meet, en daarbij spreekt van ‘extreme weather’, dan begrijp je dat het hier echt flink naar beneden is komen vallen, gisteren, vannacht en  vandaag. En dat het maar een haar heeft gescheeld of dat Noach in zijn ark kwam langs varen. Ook nu, als ik dit schrijf, klettert de regen weer in harde golven op de dakpannen van het Boeddhahuis. Ik merk dat ik dat wel gezellig vind, voor het moment, al die regen. Het helpt dat het nog altijd minstens vijftien graden is buiten, op zo’n donkere natte dag. In Nederland vond ik de combinatie van regen en koud weer altijd waardeloos. Over regen zonder koude maakte ik mij niet druk, vond ik wel lekker.

 

We merken dat ons Boeddhahuis eigenlijk helemaal niet is ingericht op dagen van harde regen. Onze elektrische fietsen houden we noodgedwongen droog achter het zonnescherm op de veranda van ons huurhuis, dat nu dus dienst doet als regenscherm.

 

Het hondenrestaurant op onze veranda is noodgedwongen ontruimd en geëvacueerd naar ergens in de keuken. Dat is nog niet eerder nodig geweest, zo lang als dat we hier nu wonen.

 

Dit zijn de poten van Auke na een kort plasrondje buiten van nog geen twee minuten. Klei dat klontert aan de voetzolen! Vermenigvuldig deze poten met drie en dat toch wel enkele keren per dagdeel, en je kunt wel ongeveer raden hoe de tegelvloer van ons huurhuis er momenteel uit ziet. Daar is bijna helemaal niks aan te doen, zolang het blijft regenen. Overigens vertikt Fenna het om in de nattigheid naar buiten te gaan. Onze comfort-en-gemak-hond is verwend geraakt op het zomereiland.

 

Wat ik mooi vind aan november/december op La Palma is dat het oogstmaand is. De appelbomen in de achtertuin van ons huis hebben bijna twee maanden lang appels-zonder-beestjes opgeleverd. Ook de mangobomen op onze finca leveren voortdurend nieuw fruit, dat (heel fijn) niet allemaal tegelijk rijp is. Inmiddels heb ik er schik in om taarten, appelmoes en chutneys te maken. En het smaakt allemaal nog erg lekker ook…

 

Ruud baalt wel een beetje van het regenweer. Hij  heeft er wat minder werk door, want als het bewolkt is kan je geen sterrengids-avonden doen en als het regent worden gidswandelingen in de Caldeira de Taburiente afgelast. Erger vindt hij het nog dat hij noodgedwongen een pauze moet inlassen bij het grote hoe-maken-wij-de-terassen-van-de-finca-vrij-van-stenen-project. Ik heb er nu geen foto’s van om te laten zien, maar Ruud heeft in de afgelopen weken echt heel veel en zwaar werk gedaan. Nog twee terassen en dan liggen er geen rotsen en keien meer in onze boomgaard op plekken waar je wil lopen of gras wil maaien. De finca knapt er enorm van op.

Tussen de regenbuien door schijnt natuurlijk ook de zon af en toe. En de naamgever van ons huis ziet met enige regelmaat zijn eigen regenboog verschijnen. Steeds op dezelfde  plek boven zijn hoofd.

 

Het eiland wordt langzaam weer groen. Op onderstaand ‘sfeerplaatje’ van de boomgaard kan je goed zien dat het land geleidelijk aan weer een groene gloed krijgt. Ruud maakte de foto afgelopen vrijdag, toen het nog prachtig weer was. Op zaterdagavond hebben we nog tot half10 in de avond met onze toekomstige buren buiten wijn gedronken en tapas gegeten op het terras in de achtertuin. De dagen kunnen soms donker zijn, maar echt voelen als ‘wintertijd’ doet het allemaal niet.

 

Er klinken nog altijd geen bouwgeluiden in onze boomgaard. En dat komt niet doordat het vandaag regent. Er zijn met vandaag erbij al…

 

…dagen verstreken, sinds Ruud en ik met een optimistisch gevoel onze aanvraag voor een bouwvergunning inleverden op het gemeentehuis van Puntagorda. Maar. We zijn nu toch echt aan het aftellen. Afgelopen dinsdag is de ambtelijke commissie bijeen geweest die op gemeenteniveau de aanvraag moet behandelen, nu deze is goed gekeurd door de overheidsinstanties op eilandniveau. Ruud heeft gisteren van de ‘stads’architect op het gemeentehuis gehoord dat alles ok is. Komende maandag vergadert de burgemeester (met zijn wethouders????) en wordt de licencia de obras formeel afgegeven. Op dinsdag of woensdag worden we dan gebeld dat dit besluit genomen is en of we de leges willen overmaken. We kennen het bedrag al. Het werd voor ons op een briefje geschreven, en (jawel) dit bedrag viel ons erg mee. We waren wel eens toe aan een flinke meevaller op de begroting. Nu, die is er,  als het bedrag van het papiertje klopt.

Zodra we de leges betaald hebben, kunnen we dan de licencia afhalen op het gemeentehuis, aldus de stadsarchitect. Zou het dan toch nog gaan lukken in 2019??? Kunnen we gaan bouwen in januari. Eindelijk.

 

We moeten het gaan zien, maar Ruud en ik hebben er wel vertrouwen in. Volgend jaar doen we de eindejaarslampjes in ons eigen huis, met uitzicht over de sinaasappels en de oceaan. Daar nemen we over een paar weken een oliebol op! We denken toch écht dat ons bouwproject sneller zal gaan dan dat van het optrekje hierboven. Zelfs op La Palma. Maar we gaan het zien. Hoog en droog,  vanuit ons Boeddhahuis.

Novemberlicht

Zaterdagmiddag zat ik aan het einde van de dag buiten op het terras van de achtertuin van het Boeddhahuis wat te lezen, toen het me opeens opviel dat ook hier op La Palma het licht verandert, zo tegen eind november. Net als in Nederland het geval is, krijgt het zonlicht een steeds blekere ‘wittere’ kleur, voor mijn gevoel, naarmate het najaar vordert. Winterlicht. Ook hier dus. Maar dat dan wel bij een temperatuur van achttien, negentien graden, met ruisende palmbomen op de achtergrond. Je krijgt er bepaald geen ‘Thialf-gevoel’ bij. En dat is maar goed ook.

Ik heb geprobeerd om het bleke  licht op de foto’s hieronder vast te leggen. Ik vind het wel mooi.

 

Het voelt goed dat je zoiets kunt overpeinzen in een luie lome tuinstoel, op je t-shirtje, zo ergens rond half vijf op een stille zaterdagmiddag, in november.  Dat maakt alles  toch anders dan in vorige novembermaanden het geval was. Beter.

 

Ik krijg daar een  heel blij en tevreden gevoel van.

Pillen, Sinaasappels en Bouwmaterialen

Het was koud in Puntagorda in de voorbije week. De temperaturen kwamen niet boven de 17 graden uit, de zon liet zich niet of nauwelijks zien en het regende zelfs wat, af en toe. Niet fijn, als je net terug bent uit Nederland en van daar een stevig verkoudheidsvirus meebracht. Niet fijn, als je in een huurhuis zonder verwarming woont. Vooral Ruud is sinds afgelopen dinsdag flink ziek geweest. Onderstaand pakketje van de plaatselijke apotheek hield hem nog enigszins op de been.

 

Gelukkig is het weer sinds gisteren opgeknapt. De zon schijnt weer. Er staat weer een ‘2’ als eerste getal van de dagelijkse maximumtemperatuur genoteerd, zoals het hoort. Gisterenmiddag brachten we een paar uur door op onze finca in het ‘lentezonnetje’. Ruud, voor het eerst weer buiten, zat lekker in de zon bij te komen en te genieten van hoe goed zijn sproei-installatie wel niet werkt. Hij voelde zich nog steeds te slap om iets te doen. Intussen maakte ik van de gelegenheid gebruik om de resterende geitenmest te verdelen over de volwassen bomen op de bovenste twee ‘zuid-terassen’. De grote avocadobomen wisten niet wat hen overkwam. Ze hebben al jaren geen mest meer gehad.. Dit jaar zitten ze vol met vruchten. Die moeten alleen nog wel flink wat groeien.

 

We ontdekten dat de eerste sinaasappels weer klaar zijn voor de pluk. Onderstaande boom (bovenste foto) heeft de primeur. Hij staat op het tweede zuidterras, vlak onder ons toekomstige huis. Ook de andere bomen beginnen stuk voor stuk, elk in eigen tempo, geleidelijk weer oranje te kleuren. De lente komt er aan…, zo voelt dat. Tot eind juni hoeven we geen sinaasappels meer te kopen in de supermarkt.

 

Een rondje langs de bomen leverde de volgende ‘oogst’ op. Voelt nog altijd bijzonder om sinaasappels, citroenen, mango’s en een verloren avocado te kunnen halen uit je eigen tuin. Ik ben er nog steeds niet aan gewend, dus het zal altijd wel bijzonder blijven voelen.

 

De keukentafel in het Boeddhahuis ziet er nu zó uit (foto hierboven). Werk aan de winkel. Appeltaart, appelmoes, citroencake, mangochutney en guacomole maken. Dan heb je wat te doen op een verloren zondag, zal ik maar zeggen. De appels komen overigens uit de tuin van het Boeddhahuis. Daar hangt nog veel meer, voor ons onduidelijk, fruit dat we niet weg gegeten of verwerkt krijgen.

Intussen geraken de bermen van het betonweggetje, dat midden over onze boomgaard loopt, langzaam maar zeker steeds voller met bouwmaterialen (en bouwafval?). De mannen van Óscar gebruiken ons terrein een beetje als stapelplaats. Het ziet er allemaal niet zo fraai uit, maar Ruud en ik putten er ook hoop uit. Binnenkort gaan de bouwwerkzaamheden dan toch écht beginnen..

 

 

Afgelopen maandag hadden we weer een gesprek met Óscar over de bouwbegroting. Ruud en ik hebben wat bezuinigingen aangedragen die onze aannemer grotendeels heeft overgenomen. Tegelijkertijd heeft Óscar zelf ook ruimte op de begroting gevonden. Met een combinatie van minder zwembaden, goedkopere bouwmaterialen en een langere doorlooptijd van de bouw hebben we de financiële problemen die een paar weken terug opdoken met de kosten van de energietoevoer en de waterzuiveringsinstallatie wel weer zo’n beetje opgelost. Komende week zien we Óscar weer en zetten we naar verwachting de spreekwoordelijke punten op de spreekwoordelijke ‘i’s.

Het lijkt erop dat we tóch niet verplicht zijn om een nieuwe aansluiting met het elektriciteitsnet te laten aanleggen. Voorwaarde is dan wel dat we  op een alternatieve wijze energie opwekken waarmee we continue stroomtoevoer voor de huizen kunnen garanderen. Dat moet lukken met het bedrag dat een aansluiting op het reguliere stroomnet zou gaan kosten. Ruud en ik zijn vast besloten om een installatie op zonne-energie te gaan doen, als we toch meer dan 20.000 euro kwijt zijn aan de stroomvoorziening. Óscar lijkt deze boodschap te hebben begrepen..

We hebben een datum geprikt. IJs en weder dienende, starten de mannen van Óscar op maandag 13 januari met het werk. Direct na de kerst en de (op La Palma) daarop volgende feestdagen van januari. Als het gaat zoals afgesproken, beginnen  we dan ongeveer zeven maanden  later dan gepland te bouwen.

 

Overigens is het vandaag dag 527 na vergunningsaanvraag. We wachten nog altijd  op het zo belangrijke papiertje.  Dát hadden Ruud en ik  toch echt niet gedacht, toen we in februari deze kant op kwamen.  Dat is misschien maar goed ook..

Twee Fantastische Dagen..

Dinsdagochtend vertrokken Ruud en ik naar Nederland. Gisteren (vrijdag) ochtend landden we alweer op het vliegveld van La Palma, zittend in de eerste vlucht die vertrok vanaf Schiphol, langs de befaamde randen van de nacht. Diep in de nacht van donderdag op vrijdag dus al opstaan. Transaviatijden. Een extreem kort verblijf in het vaderland. Met als motto de reclameslogan ‘het waren twee  fantastische dagen’. Voor mij voelde het ongeveer zo. Maar dan zonder stropdas, want die draag ik niet.

 

De redenen van ons flitsbezoek waren werkgerelateerd. Ik moest voor een klant in Nederland een aantal dingen doen, waarbij mijn fysieke aanwezigheid vereist was. Soms is dat niet te vermijden. Het lukte ons om alles succesvol af te ronden. Kroon op voorbereidend werk van enkele maanden. Erg tevreden dus. Maar wel erg intensief en energie vretend. Natuurlijk kwam er nog eens van alles tussendoor, waardoor de nachten kort werden en het improvisatietalent op de proef werd gesteld. Met als grootste onverwachte gebeurtenis toch wel deze.

 

Op woensdagochtend vertelde onze auto ons met een hele duidelijke foutmelding, pontificaal in beeld, direct na  het starten, dat hij het niet meer ging doen. ‘Direct uitzetten graag, en een monteur bellen’, zo luidde ongeveer het advies op het display. Onze uiterst betrouwbare, uiterst comfortabele, nooit-iets-mee-aan-de-hand-auto, vijf jaar oud, die mogelijk nog verkocht gaat worden om onze grote plannen op het zomereiland mede te financieren, hield er op eens mee op. En niet een beetje ook. De volkswagenanwbmonteur die binnen een half uur ter plekke was, kon er helemaal niets mee. Dus werd het voertuig opgehaald om naar een garage te worden gebracht. Daar constateerde men feitelijk dat de auto ‘technisch total-loss’ was, al gebruikte men daar een wat klantvriendelijker woord voor. Zomaar ineens, zonder enige aankondiging: Het hele electronische hybridesysteem, inclusief accu,  volslagen kapot en volledig te vervangen . Een reparatie van meer dan 7.700 (!) euro. Dat konden we er nog wel bij hebben na alle bedragen die hier op La Palma onlangs nog door de lucht naar beneden kwamen dwarrelen.

En zo bracht ik mijn twee dagen werkend door in Almelo, niet meer aan de auto denkend, terwijl Ruud hele dagen aan het bellen en mailen was met de dealer en met de importeur van Volkswagen in Nederland.

 

 

Half verdoofd van slaaptekort (ik) en autostress (Ruud en ik) arriveerden we  op vrijdagochtend terug op ons eilandje. Daar bleek het regenbogendag te zijn. Op het hele eiland (we doorkruizen tijdens onze autorit vanaf het vliegveld, via het hondenpension in Breña Alta naar het Boeddhahuis in Puntagorda, ongeveer het hele eiland diagonaal van zuidoost naar noordwest), op het hele eiland regende het steeds net wel, net niet. Daardoor werden we onderweg getrakteerd op de meest prachtige regenbogen. Bovenstaande foto is de enige die een beetje gelukt is, met mobiel, vanuit een rijdende auto. Je ziet de regenboog boven de gehuchtjes rondom El Paso, met de zuidelijke helling en de top van de Pico Bejenado op de achtergrond. Het voelt steeds zo supergoed om over ons mooie eiland weer terug te rijden naar huis, na een verblijf in Nederland. Daar werden we weer  blij van.

Nog blijer werden we  in de loop van de middag. Ruud ontving een telefoontje vanuit Nederland met de verlossende mededeling van Volkswagen dat de volledige reparatie onder de garantieregeling gaat vallen. Pak van ons hart. Deze nieuwe tegenvaller zou er één teveel zijn geweest. In elk geval gevoelsmatig.

 

Ons opgeluchte gevoel werd versterkt door het effect van een nieuwe regenboog vlakbij ons huis, pal boven het hoofd van onze Boeddha. Zo kan het gaan soms in het leven van twee bijna-landverhuizers.

Herfst in Puntagorda

We zitten al een heel eind in november. Het is dus herfst. Onze eerste herfst op La Palma. Hoewel ook hier het echte zomerweer plaats heeft gemaakt voor iets anders, ervaren Ruud en ik dit niet als het onheil van de naderende winter, zoals we dat in Nederland wel hadden. De dagen zijn niet somber, grijs en koud. Soms waait het hard. Soms regent het even (meestal aan een andere kant van het eiland), soms schuift er een wolk vanaf de oceaan het land op. Maar meestal schijnt de zon gewoon. We blijven licht in ons hoofd 🙂 .

 

Het is al alweer twee weken geleden dat de klok een uur achterwaarts sprong en de zomertijd overging naar wintertijd. Op de avond van de overgang zaten Ruud en ik buiten te… barbecueën (ja – dit is écht de correcte spelling volgens het Genootschap van de Nederlandse taal). Dat is toch wel een andere mindset dan dat we in Nederland hadden op het moment van de officiële start van de wintertijd.

We eten nog steeds erg vaak buiten. Onder de grote boom in de achtertuin van het Boeddhahuis. In de avondschemering rond een uur of half 7. De zon gaat hier pas onder rond half zéven, dus niet al om kwart over vijf of zo.  Het is erg fijn dat de dagen hier langer zijn.

 

Maar de grootste ‘winnaars’ van ons vertrek naar het zomereiland zijn toch wel onze drie harige huisgenoten. De intense tevredenheid spat er elke dag weer af. Zoveel buiten! Zoveel ruimte! Zoveel om te ruiken! Zoveel rennen en spelen! Zoveel muizen en hagedissen! Zoveel pure hondenfun!

 

Nu de extreem warme dagen voorlopig niet terug zullen keren ben ik voorzichtig gestart met een nieuwe poging om plantjes op te kweken voor onze finca. In de tuin van het Boeddhahuis ontstaan steeds meer hoekjes met kleine potjes vol probeersels. Ook de vensterbanken van het Boeddhahuis ondergaan een gedaanteverwisseling. Deze keer heb ik me wat beter voorbereid en flink wat ingelezen op het internet hoe je dat nou precies moet doen, dat stekken. Hopelijk gaat het succespercentage van de probeersels daardoor flink omhoog. We gaan het zien.

 

Het is mangotijd. In onze boomgaard hebben we (nog) een handvol mangobomen staan. De mango’s zijn nu rijp. Ruud en ik zijn nog steeds geen echte fruiteters, en dat zullen we waarschijnlijk nooit worden ook. Maar mango in de salade is heel erg lekker. En ergens aan het einde van de komende week zal ik vast tijd vinden om een aantal potten mangochutney te gaan maken. Onze mango’s blijven geel en krijgen geen rode blos, weten we nu. Maar ze zijn echt rijp..

 

Ruud ‘doet’ de finca nog steeds vrijwel in zijn eentje, tot mijn grote verdriet. Ik ben op doordeweekse dagen te druk met mijn NL-werk. Hoewel het heel fijn is, en goed uitkomt, dat daar nog steeds ‘groei’ in zit, valt het soms wat tegen om hele dagen binnen achter de laptop, skype, whatsapp en mobiele telefoon te zitten werken. Bovendien zou Ruud best wat meer hulp kunnen gebruiken, want de finca is zo gróót… en er is nog zoveel te dóen…

Ik hoorde mezelf laatst tegen iemand zeggen dat ik me soms net zo’n slecht geïntegreerde turkse of marrokaanse huismoeder voel, maar dan zonder hoofddoekje. Ik kom soms dagen bijna het huis niet uit en vind dat ik de taal, spaans bedoel ik,  nog steeds veel te gebrekkig spreek. Gelukkig lukt het ons meestal wel om al het cijferwerk op enig moment met een welgemikte worp op een grote hoop in een hoek te gooien en bijvoorbeeld een prachtige wandeling te maken. Gisterenmiddag deden we dat nog. De foto’s die ik maakte,  zet ik binnenkort op het blog.

Terwijl Ruud afgelopen week aan het werk was op de finca, gloorde er aan de horizon een prachtige regenboog. De voet van de regenboog schoof akelig dicht richting ons terrein. En je weet wat je kunt vinden bij het begin van de regenboog. We gaan zoeken!

 

Komt het misschien toch nog goed met die bouwbegroting 🙂  . Dat horen we volgende week maandag..

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de pajero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…