Leven tussen Hoop en Vrees

Ruud en ik maken een moeilijke tijd door. We maken gebeurtenissen mee  die te heftig voor ons zijn om te verwerken in hapklare blogpostjes. Als gevolg hiervan bleef het al sinds 4 mei stil op dit blog.

Twee weken geleden begon onze zomervakantie. We hadden de vakantie vervroegd, omdat ik me al weken lang erg moe voelde. We dachten dat ik door alle drukte en bouwstress een beetje overwerkt was geraakt.

Op onze eerste vakantiedag maakten we een korte wandeling van een uur of twee, waarbij we niet hoefden te klimmen. Even inkomen op deze manier, was het idee. Zou geen probleem moeten zijn.  Na afloop was ik thuis echter zo volledig total loss, dat we besloten dat het tijd werd om een huisarts te zien. Vanwege de taal, kozen we een Duitse huisarts in El Paso.

De huisarts stelde na een aantal onderzoeken vast dat er vlekjes op mijn lever te zien zijn die kunnen wijzen op een uitgezaaide tumor. Volledige zekerheid hierover kon de man ons niet geven, maar zijn bevindingen waren uiteraard ernstig genoeg om zo snel mogelijk naar Nederland terug te keren. Donderslag bij heldere hemel. We voelden de hemel op ons nek vallen. Sindsdien is het een grote chaos in ons hoofd.

Ruud en ik zijn in Nederland als ik dit schrijf. Vanaf deze week zal ik nadere diagnostische onderzoeken ondergaan. Over een paar weken weten we waarschijnlijk wat er met mij aan de hand is en welke toekomst er voor ons ligt.

Het is  niet mijn bedoeling dat dit blog vanaf nu het karakter van een ziektegeschiedenis gaat krijgen. We zetten het blog daarom voorlopig in de pauze-stand.

 

De voortgang van ons La Palma Project wankelt en het vervolg is uiterst onzeker. Als we echt slecht nieuws krijgen in de komende weken, zullen we het blog sluiten.  Maar we hopen op beter. We leven nu tussen hoop en vrees.

 

Mede namens Teunis hartelijk bedankt voor jullie reacties, hier en via andere wegen. Een hartelijke groet van ons beiden.

Even bijpraten dan maar…

‘April voorbij, boekhoudertjes blij’,  zegt het aloude Nederlandse spreekwoord. En zo is het. Alle deadlines voor het opstellen van jaarrekeningen en het indienen van belastingaangiftes werden weer gehaald. Maar er was niet veel tijd voor iets anders in de afgelopen weken. En als die tijd er even wel was, was er de fut niet. Maar nu is het 2 mei. April is voorbij. De boekhouder is blij. Tijd om even bij te praten. Tijd voor een nieuwe blogpost.

Los van de jaarlijkse werkpiek, kabbelden de dagen eigenlijk een beetje voorbij. We plukten en verkochten sinaasappels en avocado’s, dronken ook heel veel (overheerlijke, zoete) sinaasappelsap en aten veel gerechten met guacomole. De avocado’s zijn voor dit jaar geplukt en de sinaasappeloogst loopt op de laatste benen.

 

De bloesems zijn verdwenen uit de citrusbomen. De nieuwe vruchten voor volgend jaar volop in de maak.

 

Maar met fruitbomen zijn er altijd fruitbomenzorgen, weten we inmiddels. ‘Opeens’ ontstaan er bij een flink  aantal van de sinaasappelbomen kale takken in de richting waar de (koude) noordenwind vandaan komt. Wat is dit nu weer en wat moeten we er aan doen? Zo is het altijd wat. Gelukkig is Marc weer op het eiland. Marc is een goede kennis uit Zwitserland die een paar honderd meter boven ons aan de Camino de Pinto een sinaasappelboomgaard bezit. Die boomgaard heeft hij al meer dan twintig jaar. Hij is dus ‘sinaasappelexpert’. We hopen dat hij kan duiden welk type plaagbeestje er nu weer achter de kaal wordende takken zit en hoe het beestje bestreden moet worden. Er zijn overigens helemaal geen beestjes te zien op de bomen…

 

Boer-en-tuinder-zorgen zijn er ook een beetje over de avocado-bomen. Hieronder zie je een plaatje van een ‘goede’ boom, uit de jonge aanplant. Maakt bloemen aan. Maakt nieuwe bladeren aan. Dat moet ongeveer in april gebeuren. In april stijgen normaal gesproken de temperaturen hier weer en avocadobomen houden van warmte.

 

Maar veel van onze nieuwe-aanplant-bomen die het tot voor kort heel erg goed deden, maken momenteel uitsluitend bloemen aan en geen blad. We hadden een ‘koud’ voorjaar hier, met relatief veel regen. Is het  voor sommige bomen te koud geweest? Is het te nat geweest? En waarom dan voor andere bomen niet? Is er iets anders aan de hand? We weten het niet. Alles blijft gissen. We wachten maar even af, wat er de komende weken gebeurt.

 

Vanuit de bloemen horen bladeren te worden aangemaakt. Bij de probleembomen gebeurt dit echter niet.

 

Op een grote helling, in het midden van onze boomgaard, ben ik vorig jaar een ‘proeftuintje’ begonnen, zeg maar mijn eigen fieldlab, alleen dan wat goedkoper. Ik wilde uitproberen of het zou kunnen lukken om met kleine stekjes uit de bermen hier iets van een natuurlijke, onderhoudsarme beplantingszone te maken. Vorig jaar oktober, aan het einde van de zomer, zag de proeftuin er zó uit:

 

Eind vorig jaar was de conclusie dat het op deze manier haalbaar zou zijn om veel van de droge kale hellingen en taluds in onze boomgaard, met deze werkwijze op een mooie, maar goedkope manier een wat groenere aanblik te geven. Hoewel je het op de foto’s hierboven nog niet echt kunt zien, denk ik, zag ik dat de ienieminiestekjes aansloegen in de grond en na een eerste moeizame periode flink begonnen te groeien.

Ik had echter buiten de winter gerekend. Ik schreef het al: het was hier nat en koud, dit voorjaar. Voor La Palma-begrippen dan. Overal spoot het kruid omhoog met als resultaat dat we ongeveer twee maanden lang konden genieten van een bloemenpracht op onze kale hellingen, zoals we nog nooit hadden gezien. Echt heel mooi. Maar met een desastreus effect op de proeftuin. Er was geen plantje meer te zien, alleen nog maar onkruid.

De foto hieronder geeft je een indruk hoe alles er uit zag, nadat de omgeving van het tuintje door Ruud was gemaaid. Alle proefplanten overwoekerd en vast en zeker verstikt, dacht ik.

 

Maar dat viel mee. Op een zaterdag in april ben ik met mijn blote handen het onkruid gaan verwijderen. De beplanting kwam beetje bij beetje weer te voorschijn. Gezond en wel en flink gegroeid. Alleen de grondbedekkers hebben geen weerstand kunnen bieden aan het onkruidgeweld en werden weggedrukt.

 

De beplanting gaat het wel redden, weet ik nu. Met name de agaves gaan ooit heel groot worden en een een soort van ‘muur’ vormen met elkaar, zoals de bedoeling was. Ik zoek nog naar een idee om totdat het zover is,  toch iets van een begroeiing tussen de planten door te krijgen. Ik ga het deze zomer nog een keer proberen met inheemse grondbedekkers, denk ik.

Twee weken geleden begonnen we eindelijk het het Grand Project van het aanleggen van een volwaardige  aansluiting van ons terrein op het electriciteitsnetwerk. Hieronder zie je een overzichtkaartje. De rode lijn (van rechts naar links) geeft aan wat er moet worden aangelegd om onze huizen te kunnen voorzien van stroom en van supersnel internet. De blauwe lijn geeft de grens aan tussen ons terrein en dat van onze bovenbuurvrouw. Zoals je kunt zien moet het overgrote deel van de  werkzaamheden op haar terrein plaats vinden. We kwamen tot een afspraak. Zij formaliseerde haar toestemming door de verklaring te ondertekenen die het elektriciteitsbedrijf in een situatie als deze verlangt.

 

Ik ben niet zo van de techniek, dus je krijgt van mijn geen beschrijving van alle ins-en-outs van de uitgevoerde werkzaamheden. Maar alles zag er ongeveer zó uit. We vroegen dus nogal wat van onze buurvrouw. Gelukkig was ze niet zelf op het eiland, zodat ze de tijdelijke ontwrichting van haar terrein niet met eigen ogen heeft hoeven te zien.

 

We compenseren haar voor de overlast die we bezorgen. De instorting van haar muur die onze kavels van elkaar scheidt, wordt op onze kosten gerepareerd. Daarnaast wordt er op haar terrein op onze kosten een betonnen weggetje aangelegd, zodat één van haar vakantiehuisjes beter bereikbaar wordt. De werkzaamheden worden door onze aannemer uitgevoerd.

Als ik dit schrijf zijn de werkzaamheden nog niet helemaal afgrond. Alles gaat op z’n Palmees. Een planning, is een planning, is een planning. Maar die voer je stapje voor stapje uit. En pas als je stapje1 hebt gehad, bekijk je welke problemen je tegenkomt bij de uitvoering van stap2.  Uiteindelijk zullen we er wel gaan komen.

Halverwege de werkzaamheden hadden we toch weer een akkefietje met bovenbuurvrouw. Zij legde na een telefoontje aan Ruud met veel misbaar en geschreeuw het werk op haar terrein stil, op een moment dat er onomkeerbaar al heel veel van onze investering in haar grond was gestoken en stelde aanvullende compensatie-eisen die ons veel geld zouden gaan kosten. Stress. Conflict. We voelden ons onheus bejegend en tegelijkertijd ook vakkundig klem gezet. Gelukkig wist iemand uit haar omgeving te bemiddelen en lijkt het erop dat we alsnog een afspraak hebben. Het werk kan in elk geval weer door. Rechtstreekse communicatie met buurvrouw is echter niet meer mogelijk. Het leven op La Palma gaat soms niet over rozen. We hebben het ermee te doen. Inmiddels loopt het werk weer. Onze buurvrouw heet weer ‘boze bovenbuurvrouw’, en we gaan haar maar zoveel mogelijk proberen te negeren. Jammer dat alles zo is gelopen na het overlijden van haar vader. Hij was een prettige man in de omgang.

Met de graafwerkzaamheden voor de stroomaansluiting was er eindelijk ook  een pala, een graafmachine, aanwezig om achter ons Grote Huis de grond aan te vullen. Een half jaar na oplevering is het grondwerk rondom ons huis nu helemaal af.

 

Ook de tuin tussen het huis en de Camino de Pinto begint vorm te krijgen. Geplante struiken en stekjes hadden grote moeite om te aarden in onze ‘lava-klei’. Het duurt soms meerdere  maanden voordat een geplante struik of plant aanslaat. Ik denk dat de grond eenvoudigweg te hard en te zuurstofarm is voor kleine beginnende worteltjes. Maar er is bijna niks over de kop gegaan. Alles groeit en bloeit nu. Over een jaar of twee, drie zijn de struiken zo groot gegroeid dat we ‘vrij’ van de weg zitten, denk ik. Tussen ons terras en de Camino in groeit dan een muur van bloemrijke struiken.

 

In het begin van april hadden we een week lang flink veel regen. Ik schreef het al: het is een koud, nat voorjaar op het eiland. Na de regens verschenen de bichos.

 

Niet 1, niet 2, maar misschien wel 10.000. De dag was voor ons, maar de nacht was voor de Bichos. Na elke schoonmaakactie kwamen ze weer met legioenen tegelijk vanuit het gras ons terras en daarna onze muur bezetten. De buitenmuren zaten er helemaal vol mee. Ik heb er geen foto’s van gemaakt, kon het niet aanzien. Inmiddels is de plaag met een ‘middeltje van de Colmegran, dat Ruud mocht kopen omdat er verder geen klant in de winkel aanwezig was,  weer onder controle. Voor het gebruik van dit soort middeltjes moet je op La Palma eigenlijk eerst een cursus volgen en dan een vergunning krijgen, voordat je het in de winkel mag kopen en mag gebruiken bij je eigen huis.

We hadden dus veel proteïnen rond lopen op de stoep van ons huis. Ik heb het er het Klingon-Zomer-Receptenboek op na geslagen en we hebben er heerlijk van gegeten. Gaghschotel met Guacomoledip.

 

Onze Fenna werd twaalf in april. Dat is een hele leeftijd voor een hond. Hoewel alles al een tijdje wat trager gaat bij het hondje, maakt ze op ons nog een fitte,  gezonde en levenslustige indruk. Met het klimmen van de jaren, zien we haar meer en meer karakter krijgen. Eigenzinnig. Op een hele introverte manier nieuwsgierig. Altijd zoeken naar gemak en comfort. Als het op het moment van  brokjes-krijgen aankomt, kan Fenna klok kijken. Wat ons betreft doet Fenna op deze manier nog een flink aantal jaren met ons mee.

 

De maand april stond voor ons ook weer eens in het teken van wachten. We wachtten, en wachten nog steeds, op de zak met geld die ‘hypotheek’ heet. Ik ga de hele geschiedenis hier niet herhalen, maar trouwe lezers weten dat Ruud en ik bezig zijn met een vermelding in het Guiness Book of Records te krijgen als het gaat om de langst lopende hypotheekaanvraag aller tijden.

 

‘Dos semanitas’ vertelde de taxateur ons, toen hij voor de tweede keer de waarde van ons plot kwam opnemen. Twee weekjes had hij nodig om zijn rapport aan de Caixabank te kunnen overleggen. Inmiddels gaan we  Semanita Cinco in. Wachten duurt altijd lang. Op La Palma is wachten op instanties en autoriteiten echter tot een levenskunst verheven. Een levenskunst die Ruud en (vooral) ik niet altijd even goed beheersen. We zullen echter wel moeten. In de maand mei moet alles rond komen, anders is het geld op en zetten we ons project na het afbouwen van het Eerste Kleine Huis stop. In dat scenario sparen we het Tweede Kleine Huis zelf bij elkaar. Dat lukt uiteindelijk wel, maar zou toch een flinke financiële strop voor ons zijn. We lopen dan immers flink wat verhuurinkomsten mis in de komende twee jaar.

We maken er ons nog steeds niet al teveel zorgen over. Cijfers liegen meestal niet, dus die aanvraag komt uiteindelijk wel goed. Maar als iemand ons drie jaar geleden in Nederland zou hebben verklaard dat rond de hypotheekaanvraag dit scenario zich zou gaan ontrollen, weet ik zeker dat we ander plan hadden gemaakt voor onze toekomst. Met dank aan de makelaars met wiens hulp wij destijds de aankoop van ons terrein regelden. Hún onzorgvuldigheid, gecombineerd met óns vertrouwen in hun deskundigheid, liggen ten grondslag aan de problemen met de hypotheek.

Slowmotion Island, noem ik La Palma vaak in mijn gedachten, op de meer sombere momenten. Je moet ermee leven, maar dat valt niet altijd mee. Ik moet dan ook altijd aan een tv-serie uit mijn vroegste jeugd denken. Tita-tovernaar. ‘Dan doe ik DIT.. en alles staat STIL…’ Tica en haar vader waren hier vaak rond. Ik moet maar eens op zoek naar het Luchtkasteel.

 

Tegelijkertijd bedenk ik me dan maar dat Ruud en ik destijds onder andere voor een toekomst op La Palma kozen vanwege de rust en de kalmte die  voor ons gevoel  als een weldadige deken over het dagelijkse leven op het eiland hangt. Die rust en die kalmte kennen natuurlijk ook een keerzijde. Een ietwat verstikkende keerzijde, waarin de tijd langzaam pruttelt in de kookpot van Grobelia en alle haast en initiatief wordt gesmoord in een papje van papier en procedures.  Dat moeten we dan maar accepteren. Niemand lijkt zich echt druk te maken hier 🙂 . Geen 24u-economie hier.  Geen 24/7 bereikbaarheid en actie. Fijn en niet fijn. Tegelijkertijd.

 

Wat vind je trouwens van het uitzicht vanuit mijn kantoortje, aan het einde van een werkdag?

Even Een Straatje Om

Als we een wandeling willen maken met de honden, komen Ruud en ik meestal op een wandeling door het bos boven Puntagorda uit. We noemen deze wandeling de Kleine Briestas Wandeling.

Op de tweede paasdag, hier in Spanje een normale werkdag, maar deze keer hielden we voor de verandering de Nederlandse Feestdagenkalender maar eens aan, togen we met de hele roedel weer naar boven. Het was een een wat frisse dag. Op de hoogte van ons wandeltraject (plm 1.300m boven zeeniveau) kwam de temperatuur niet boven de tien graden uit.

We liepen door een prachtig mooi, lentegroen, voorjaarslanschap. De honden hadden plezier voor zes.

 

Onderweg kwamen we dit bankje tegen, stond hier nog niet eerder. Mooi voorbeeld voor op onze finca. Ruud denkt dat hij een bankje als dit zelf kan maken. Zo kunnen we op ons terrein een paar zitplekjes voor ons zelf of voor onze gasten ‘creeëren’.

 

We kennen de wandelroute inmiddels door en door. Maar het is altijd weer mooi hier.

 

Aan het eind van de route lopen we door de druivenvelden van de Vega Norte.

 

Heenweg over bospaden. Terugweg over het asfaltweggetje dat zich tussen de wijngaarden door over de hellingen slingert.

 

Aan het einde van de dag buiten eten met uitzicht op oceaan. Zonsondergang bij de koffie.

 

Prima paasdag, op deze manier!

Meer informatie over de Kleine Briestaswandeling kan je  hier en hier vinden.

Bloemenfinca

Het is alweer drie weken geleden dat ik terugkeerde van mijn bezoek aan Nederland. Op de dag na terugkomst maakte ik onderstaande foto’s. Ruud had tijdens mijn afwezigheid het gras in de boomgaard gemaaid. Dat zag er ongeveer zó uit:

 

Omdat alles nu eenmaal went, lukt het ons niet meer zo goed om het landschap van ons eilandje in het algemeen, en onze boomgaard in het bijzonder, met ‘vreemde ogen’ te bekijken. Als je elke dag sinaasappels aan bomen ziet hangen, hoort dat zo, en is het alsof je appels aan een appelboom ziet hangen. Niks bijzonders dus. Maar ‘vers terug’ uit Nederland, lukte het me weer om onze boomgaard met ‘Nederlandse zintuigen’ in me op te nemen. Ik vond het prachtig!

De fruitbomen staan in bloei. Sinaasappelbloesem. Avocadobloemen. Mangobloesem.

 

In de eerste dagen na mijn terugkomst werd ik soms een beetje overweldigd door de heerlijke geuren buiten: kruiden, bloesems en de geur van pas gemaaid drogend gras.

Ruud heeft de hellingen op de finca nog niet gemaaid. Overal waar je kijkt zie je de meest prachtige veldboeketten staan.

 

Het grote avocadobomenterras (in ontwikkeling) is een grasveld geworden, omzoomd met bloemenborders. Zo kan je het niet bedenken als je een tuinontwerp maakt. Allemaal het gevolg van de regen dit voorjaar. Wij hadden  het zo nog niet eerder gezien, maar deze bloemenpracht schijnt ‘normaal’ te zijn voor La Palma; we hebben na drie droge jaren eindelijk weer eens een ‘normale’ winter gehad, met een ‘normale’  hoeveelheid regen. Zegt men.

 

De noordelijke helft van onze finca, de helft waar de beide kleine huisjes staan of komen te staan, ligt wat meer beschut tegen de harde wind en de felle zon. Het effect van de dennenbomen die ons terrein omzomen. De bloemendiversiteit is daar nog veel groter.

 

Het is een feest om, tussen het vele kantoorwerk door, steeds even een klein rondje te maken en je ogen de kost te geven.

 

Op de achtergrond zijn altijd het Cruz de Matos en de meestal blauwe oceaan aanwezig.

 

Na een week vol grijze luchten in het vaderland (ik had pech met het weer), was de thuiskomst een verademing. Niet alles is ‘hoera’ en ‘fantastisch’ op La Palma, weten we inmiddels, na een verblijf van ruim twee jaar op het eiland en een bouwtraject dat sinds de aankoop van ons grondstuk nu al het vierde jaar is ingegaan. Maar alle kleuren en geuren in het dagelijkse leven compenseren ruimschoots voor alle stress en zorgen, die we soms hebben.

Eindelijk Weer Een Keer Heen en Weer

Het is alweer even geleden, sinds ik de vorige blogpost schreef. Oorzaak: een reis naar Nederland. Veel werk voor het administratiekantoor in maart. Een aanval van (tijdelijke) oververmoeidheid. En een hele leuke serie op tv waar de avonden aan op gaan.

Laten we maar met de wereldreis beginnen. Tussen 13 maart en 20 maart was ik in Nederland. Het was hoog tijd om mijn moeder op te zoeken die begin maart 80 was geworden. Ik ging alleen op pad. Met twee op reis is momenteel te duur, vanwege de kosten van het omvliegen (nodig omdat de rechtstreekse vluchten tussen La Palma en Nederland zijn opgeschort) en de kosten van de benodigde coronatesten om in en uit Nederland, cq Spanje te komen. Bovendien speelde er op onze finca van alles rond De Langverwachte Aansluiting op Het Electriciteitsnet, zodat minstens één van ons op La Palma moest blijven om alles in goede banen te leiden en voor elkaar te krijgen. Dat is overigens gelukt, maar meer daarover in het volgende blog.

De wereldreis in vogelvlucht: Heenweg. Met Iberia van La Palma naar Madrid. Met Iberia van Madrid naar Düsseldorf. Van daaruit met de Taxi naar ons woonadres in Nederland. Reistijd van deur naar deur: veertien uur. Pfff. Terugweg. Met de taxi naar Schiphol. Met Transavia naar Gran Canaria. Vier uur wachten op Gran Canaria. Met een propellorvliegtuigje van BinterCanarias van Gran Canaria naar La Palma. Reistijd van deur tot deur: zestien uur en een kwartier. Pfff. Pfff. Ook bij ons gaat de Covid niet in de koude kleren zitten. Het wordt tijd om met z’n allen een claim in te dienen in Peking. Waar blijft die Stichting CoronaClaim? Zouden ze daar voor open staan in het land van Alibaba, denk je? Zullen we anders gewoon met z’n allen Alibaba gaan boycotten?

 

Op zondagavond was dít mijn zonsondergangmomentje, vanuit het raam van mijn slaapkamer in Renswoude.

 

Ruud stuurde deze foto’s van zíín zondagavond-zonsondergang-momentje. Grrrr. Heimwee. Al na één dag in het vaderland.

 

Maar het was goed om eindelijk weer even terug te kunnen zijn. Nog een beetje verjaardag vieren met mijn moeder, natuurlijk. Bijpraten. Wat klusjes doen. Toch ook wel weer veel werk te doen, helaas. (Tegelijkertijd is het natuurlijk zo dat zonder dat werk het leven toch een stuk lastiger zou zijn). En het was erg wennen om opeens rond te lopen in een lockdownland. Maar ook: zes keer achter elkaar ‘Bartje’ eten met mijn moeder en met de ouders van Ruud. Thuis wordt ‘Bartje’ (=aardappelen, groente en vlees, zoals het hoort) grotendeels gedwarsboomd door de voorkeuren van  Ruud. Nu werd ik getrakteerd op zes keer een feestmaaltijd. Zés opeenvolgende dagen!  Mét jus erover  🙂 .

 

De essentiële voorraden die nodig zijn voor een rimpelloos bestaan op ons zomereiland konden weer worden aangevuld. Eindelijk. Net op tijd! De paradontax (die je hier uitsluitend in hele kleine, dure tubetjes bij de apotheek kunt krijgen) was bijna op. De smaak van drop en nasi-met-satésaus al bijna vergeten.

 

En dan viel er in het vaderland ook nog te te kiezen wie er vanaf ongeveer einde zomer  voor een tijdje in Het Torentje mag gaan werken. Door toeval viel mijn verblijf samen met de stemmingsdag(en). Ruud kon mij geen volmacht meegeven, want daarvoor had ik zijn paspoort moeten meenemen. Dat vonden we te link. (Zo’n terugvlucht kan altijd weer gecanceld worden, tegenwoordig). Maar míjn stem werd geteld…

Voor mijn partij, de voormalige brede volkspartij voor arbeiders, moest ik flink naar rechts op het enorme verkiezingsvel. Dat is wel eens anders geweest, en dat is nog niet zo heel lang geleden. Een treurige uitslag werd het voor de partij van mijn keuze. Definitief geen brede volkspartij meer, vrees ik. Moet je jezelf ook maar niet ‘voor de Arbeid’ noemen en uitsluitend academici op je kieslijst zetten. Eigen schuld, dikke bult. (Maar ik moet er nog steeds op stemmen van me zelf, omdat ik denk dat dat goed is voor het land waar naar toe ik nog steeds heen-en-weer wil gaan.)

 

Ruud bleef intussen maar plaatjes sturen. Terwijl ik in Nederland was, maaide hij alle zeven terrassen van de finca weer eens. Daar krijg je deze plaatjes van.

 

Ik ben nu alweer ruim tien dagen terug op het zomereiland. Maar nu pas tijd voor een blog. Ik was moe! Van lange werkdagen sinds het begin van dit jaar. Van de wereldreis, heen en weer. Van de corona. Van het lange wachten op personen en instanties hier op ons SlowmotionEiland. Van het duwen, trekken en sleuren aan ons bouwproject dat steeds weer op mitsen en maaren stuit, mitsen en maaren die overigens tot op heden altijd wel weer goed komen, maar nooit vanzelf goedkomen.

Afgelopen weekend heb ik alleen maar geslapen en helemaal niets gedaan. Dat heeft geholpen. Inmiddels is het batterijtje weer wat opgeladen. Ruud en ik organiseren de komende tijd nog wat langere oplaadmomenten, om ongelukken te voorkomen. In juni nemen we drie weken vakantie.

 

En dan is er nog een tv-serie die ons van de straat houdt. Als je elke avond twee afleveringen bekijkt, blijft er weinig tijd over voor iets anders. The Expanse. Sf, spanning en onnavolgbare plotwendingen met elke tien minuten een crisis. Vrolijk word je er niet van. Maar toch. Gaat het zien!

 

Morgen of overmorgen weer verder. Dan zal ik een korte update geven over hoe dat bouwproject van ons er nu eigenlijk voorstaat.

Verjaardagsfeest

Ruud was jarig, eergisteren. We vierden zijn verjaardag voor de derde keer op La Palma. En al voor de 30ste keer, traditiegetrouw, met ons 2, zonder verjaardagsvisite.

 

Het was een dag met prachtig zonnig weer. We besloten om op onze moutainbikes een tocht te maken over de kleine weggetjes beneden Puntagorda, zover mogelijk naar het zuiden, totdat we zouden moeten stoppen bij de barranco die tussen ons dorp en het gehucht Tinizara ligt. Bij die barranco houden de kleine weggetjes op.

 

We deden er de hele middag over, zonder dat we heel erg veel kilometers maakten. We bekeken de grote avocado-plantages, omdat er altijd iets te leren valt. We genoten van het zonlicht, het groene landschap en de wijde vergezichten over de oceaan.

 

Op de laatste foto van het blok hierboven zie je een huis dat enige tijd geleden door Óscar is gebouwd. Op de foto hieronder zie je het model zwembad dat hij ook bij ons Eerste Kleine Huis wil gaan aanleggen. Alleen de oriëntatie naar de zee is bij ons anders, namelijk over de lange zijde.

 

We reden langs het andere ‘zwembad’, de Balsa. Eén van de twee grote waterbekkens waar het irrigatiewater voor het dorp wordt opgeslagen. De Balsa is weer helemaal gevuld. Dat is lang geleden!

 

We staan er op een middag als deze altijd nog versteld van dat we op deze plek mogen wonen. Het is hier zo mooi, en er is zoveel ruimte.

 

Na ons bezoek aan de grote avocadoplantages, klommen we langs het kerkhof van het dorp een meter of tweehonderd naar omhoog om onze fietsmiddag te vervolgen op de Pista del Canal. Wederom naar het zuiden.

 

Op de Pista del Canal keken we nog eens goed naar het tuinontwerp van één van de vakantiehuizen die daar staan. Zo’n terrasje ziet er leuk uit en is toch redelijk eenvoudig te ontwerpen, lijkt ons. Toch?

 

Dat is al moeilijker met het stukje tuinontwerp hieronder. We gaan het te zijnertijd tóch proberen.

 

Langs de pista ligt ook de heuveltop van Don Pancho. Aan deze top bewaren we goede herinneringen. Aan de voet van de heuvel ligt het vakantiehuis El Polear. Met de vakanties die we doorbrachten in dát huisje, begon onze liefde voor Puntagorda en het noordwesten van La Palma. De eerste van deze vakanties was in 2008. Alweer zo lang geleden…

Vanaf de heuveltop heb je naar alle kanten een prachtig uitzicht, als je langs de telecommast heen kijkt. (Maar dat lukt, het is een brede heuveltop).

 

Vanaf de Pista klommen we door de wijken Fagundo en El Roque naar de hoofdweg, de LP1, die op ongeveer zeven honderd meter boven zeeniveau ligt.

 

We reden over de brede hoofdweg van het dorp, de Avenida, terug richting ons huis.

 

Daar aangekomen stond ‘de verjaardagstaart’ op het programma. Eénenvijfig chocoladestokjes (voor kinderen vanaf zeven jaar) voor de jarige job. Jarige Job slaagde er (geheel conform verwachting) in om de eerste achtentwintig jaren  in no-time weg te werken. Helaas geen foto, maar ze werden op een gegeven moment met drie levensjaren tegelijk naar binnen gewerkt, zonder er bij na te denken. Ruud is soms zó voorspelbaar 🙂

 

Zo rond half negen was de verjaardagstaart voldoende in de maag gezakt om te kunnen afsluiten bij de Favoriete Pizzeria, Flor de Lotus.

 

Voorspelbare verjaardagen, zonder al teveel poespas, maar lekker in de zon, zijn het leukst. Vinden wij. Volgend jaar hopen we het weer zo te kunnen doen.

Torenvalk

Dit is hem, mijn vriend de torenvalk van Pinto. Voor het eerst in close-up. Het beestje is absoluut niet schuw. De finca is zijn jachtterrein. De muurtjes rondom ons huis en de denneboom achter ons huis maken deel uit van zijn verzameling van vaste rust- en uitkijkpunten. De valk laat zich benaderen, zolang er geen hond in de buurt is. Hij  heeft Sanne natuurlijk bezig gezien, destijds, met de kat en de kip. Ik kan hem geen ongelijk geven. Ik denk dat hij een ‘man’ is. Als ik het goed heb uitgegoogled, hebben Torenvalk-mannen een gele buik. Je moet de foto eigenlijk even ‘groot’ bekijken om te zien hoe mooi het beestje is.

 

Vanochtend kwamen we elkaar tegen toen ik door de achterdeur naar buiten liep. Gisterenmiddag zat hij zelfs enkele minuten in de vensterbank van het keukenraam op de patio, naar binnen te kijken. Volgens ons was hij zelf ook erg verbaasd over hoe hij daar terecht was gekomen. Ik weet het nog niet honderd procent zeker, om eerlijk te zijn. Maar ik denk dat het steeds om dezelfde vogel gaat. Ik vind het harstikke gaaf.

Het is trouwens torenvalkenparingstijd op het moment. De beesten vechten met elkaar in de lucht. Maken wilde capriolen tussen de bomen. En copuleren volgens onze Duitse achterbuurvrouwen in de dennenboom die voor hún huis staat. Ze maken bij dit alles veel geluid. We horen voortdurend Torenvalkgekrijs in en boven onze boomgaard.

 

In diezelfde boomgaard vordert de bouw van het Eerste Kleine Huis nu gestaag.

 

De foto’s hieronder zijn gemaakt aan het eind van de vorige week. We zijn nu al weer een stukje verder. Ik had vanmiddag foto’s zullen maken, maar het regende totdat het donker werd. Recentere plaatjes volgen dus nog.

Hieronder zie je de keuken-zitkamer-in-wording van het vakantiehuis. Boven het keukengedeelte. Onder het zitgedeelte.

 

Het (vanwege bouwvoorschriften verplichte) verbindingshalletje tussen de drie vertrekken van het huisje.

 

De slaapkamer.

 

De badkamer. Ziet er inmiddels al veel mooier uit..

 

Het huisje heeft ook nog een ‘trastero’,  een washok. Buitenom bereikbaar. Maar hiervan heb ik geen foto’s gemaakt.

Het is het plan van Óscar om volgende week de deuren en ramen te laten plaatsen. Plannen zijn er op La Palma natuurlijk om naar uit te kunnen kijken. We moeten nog even afwachten wat er van komt. Daarna wil hij beginnen met het schilderwerk van de muren aan de binnenzijde, terwijl rondom het huisje het terras wordt aangelegd en de voorbereidingen worden getroffen voor het zwembad. Dat zwembad gaan we definitief bij dit huisje laten aanleggen. Het wordt een kleine ‘infinity-pool’, op de rand van het terras waarop het huisje gebouwd is, aan de voorzijde van het huis, met uitzicht over sinaasappelbomen en over de oceaan. Gaat het vast goed doen op foto’s.

 

Met uitzondering van het zwembad moet alles eind maart klaar zijn. Vanaf dat moment kunnen Ruud en ik beginnen aan de inrichting. Het duurt even, maar dan krijgen we ook wat… Vorige week was het precies twee jaar geleden dat we naar La Palma kwamen 🙂 .

Grasmaand

Februari, Grasmaand! Althans, hier op La Palma wel. We hebben een periode van mooi voorjaarsweer achter de rug. (Maar morgen gaat het regenen, zegt men, en wordt het niet warmer dan 16 graden). Ruud maakte van de gelegenheid gebruik om voor de tweede keer in vier weken tijd de hele finca te maaien. Drie dagen werk! We zullen weten dat we grond hebben, tegenwoordig. En dat geldt dan vooral Ruud, onze afdeling ‘Finca & Flora’…

 

Van dichtbij ziet dat er zó uit: Het astronautenpak is ter bescherming tegen opvliegende steentjes.

 

En dít is het resultaat van al het werk:

 

Tussendoor maakte Ruud ook het houten hek rondom het Grote Huis af. Alle horizontale palen op maat zagen en in de verticale palen passen. Vervolgens de verticale palen in de muren vast zetten met dunne specie. Met Jorge als meester-mengadviseur. Het hek ziet er nu zó uit. Bijna klaar. Alleen het ‘poortje’ bij de voordeur moet nog in elkaar worden gezet en gemonteerd. Helaas was deze week het hout ‘op’ in Los Llanos. Volgende week wordt de container met nieuw hout weer verwacht. Na het poortje volgt nog een hek op de muren van het middelste terras en het laagste terras aan de straatkant. Dan moet de afdeling ‘Finca & Flora’ nog sinaasappels plukken, alles bemesten, dood hout uit de bomen snoeien, bloemetjes uit de jonge avocadoplanten plukken en dreigende enge beestjes in de bomen op tijd ontdekken en bestrijden. Én de bouw ‘regelen’. Én meehelpen op ons administratiekantoor. Er is genoeg te doen voor Ruud, bijna geen bijhouden aan. Soms heb ik een beetje met hem te doen. Maar hij heeft er schik in, meestal.

 

De landjes rondom onze boomgaard kleuren op het ogenblik spetterend naar geel. Op de foto hieronder kan je er een glimp van zien. Een soort koolzaadachtig kruid schiet omhoog en neemt overal het landschap over.

 

Zó zag eerder deze week onze hondenuitlaatroute er uit. We lopen door een weilandje waar het kruid tot borsthoogte opgeschoten is. Ik vind het geweldig. De honden ook. Inmiddels maakt het geel voorzichtig plaats voor andere kleuren. Het ‘koolzaad’ komt kennelijk als eerste, daarna volgen de andere bloemen.

Op de foto zie je trouwens dat het Calima was halverwege de afgelopen week. Lekker warm. Maar ook erg heiïg van het stof dat vanuit Afrika onze eilandje op waait.

 

Daar krijg je dít soort taferelen van. Onder andere van onze eerste Calima BBQ in dit jaar. Je kunt tijdens zo’n Calima ook heel fijn buiten in het donker brownies eten met koffie en amaretto erbij.

 

Eergisteren waaide de Calima weg. We zagen het bijna letterlijk gebeuren. De lucht werd met een flinke bries uit het noordoosten ‘schoon’ geblazen. Bijzonder om te zien. Boven het eiland was de lucht na een half uurtje fris, boven zee bleef de waas van de Calima luchtlaag hangen.

 

Resteert nu alleen nog het laagje stof op onze meubels in huis. Morgen is het weekend. Dan komt eindelijk dat laagje aan de beurt. Eerder lukte niet… Soms is het wel vreemd om op dit prachtige eilandje te wonen, maar tegelijkertijd meer werk te hebben dan ooit in Nederland het geval was. Op afstand werken kan. Beeldbellen is door de covid gewoon geworden. Geen klant die nog moeilijk doet over het feit dat ‘de boekhouder’ op La Palma woont. Lang leve het internet! Vooralsnog zijn we er erg blij mee.

Vorstverlet

In Nederland maakt iedereen zich klaar voor een weekje winter, maar ook hier in Puntagorda was het berekoud vandaag. Kijk maar op het weerplaatje van ons eigen blog. Een minimumtemperatuur van 6 graden en een maximumtemperatuur van 10 graden. Brrrr. ‘Historisch Koud’, noemden de kranten het hier. Wij hebben het zo nog nooit meegemaakt. Terwijl wij in het verleden toch best vaak in januari of begin februari een ‘Weekje La Palma’ deden.

 

Op het dak van het eiland ligt een dik pak sneeuw. Maar dat is niet echt vreemd. Het is daar meer dan 2.400m boven zeeniveau. Komt vaker voor.

 

Maar ook de Pico Birgoyo was wit vandaag, en dat komt toch niet zo heel vaak voor.

 

Ook de andere vulkaantoppen waren min of meer wit vandaag. Deze foto’s komen uit de internetkrantjes ‘El Time’ en ‘El Apuron’.

 

De druivenvelden boven Puntagorda, die al aanmerkelijk lager liggen, op zo’n 1.100 meter hoogte, pakten vandaag eveneens een winters laagje mee. Zoiets gebeurt echt nooit.

 

En zelfs op onze finca, 550 meter boven zeeniveau, stapelde de sneeuw zich op.

 

Jorge en Angel hadden het vanochtend niet meer van de kou. Rond 11u gaven ze het op en besloten ze met vorstverlet te gaan. We begrepen het wel. De mannen wisten echt niet meer hoe ze het warm moesten krijgen en liepen te blauwbekken onder deze voor hen extreme omstandigheden. Regen. Hagel. Harde koude wind. Een gevoelstemperatuur, vertaald naar Nederlandse bouwvakkers, van min 15. En geen warme erwtensoep om de kou uit je lichaam te krijgen. Dan heb je als Palmero bouwvakker recht op vorstverlet.

 

Het Eerste Kleine Huis begint overigens al aardig vorm te krijgen. Binnen zijn de muren allemaal afgestreken. Het plafond boven de douche en het verbindingshalletje is klaar. De ramen en deuren zijn gereed gemaakt voor het plaatsen van de kozijnen. De betonvloeren zijn gelegd en glad gestreken. De betegeling van de keuken is aangebracht.

Hieronder zie je de keuken en een deel van de zithoek.

 

De slaapkamer.

 

De badruimte.

 

Gisteren is Jorge begonnen met het leggen van de vloertegels. Vandaag zijn er precies twee rijtjes bij gekomen tov deze foto’s.

 

Het wordt wel wat, alles bij elkaar, vinden Ruud en ik. De bouwplaats begint nu een echt huisje te worden. Langzaam maar zeker zien we een kleinere kopie ontstaan van ons Grote Huis. Zoals het bedoeld was.

 

Het is leuk om te bedenken dat mensen die nu nog grote onbekenden voor ons zijn, in de toekomst hier hun vakantie gaan vieren. We gaan ons best doen om er iets moois van te maken 🙂 . Maar eerst: sneeuwschuiven!

Na Regen komt…

Het is alweer even geleden, sinds ik het laatste blogpostje schreef. Ik had er even geen zin in. Noem het maar ‘Januari-dip’. Druk met werk. Erg druk met regel- en denkwerk over de financiën en de energievoorziening van onze huisjes. Erg veel tijd kwijt aan een opflakkering van mijn altijd latent aanwezige gameverslaving (urenlang Forest Village, wat kan het leven op een bosrijk eiland dat je helemaal van nul moet volbouwen met middeleeuwse huisjes toch mooi zijn). En toch ook wel een beetje last van de corona-kater. Ruud en ik vinden het absoluut niet fijn, dat het door de covid op dit moment niet mogelijk is om met enige regelmaat heen en weer te reizen naar Nederland. Dat was ooit echt WEL de planning, toen we onze overstap richting La Palma maakten. We moeten ons aanpassen, net als iedereen.

 

Dan was het ook nog triest, nat en koud buiten in de eerste weken van het nieuwe jaar. Onze regenmeter liep vrijwel dagelijks over. De middagtemperaturen kwamen niet boven de veertien graden uit. Da’s nog net geen sneeuw schuiven, maar erg bevorderlijk voor het toch al kwetsbare humeur was het allemaal niet.

De roedel kwam bijna het huis niet uit en ontwikkelde een eigen overlevingstrategie met als motto: ‘Onderga Het’. En zorg dat je het warm houdt.. Moet je net hebben met Münsterlanders. Als onze Münstermonsters niet buiten kunnen rennen en ravotten zijn ze binnen niet te houden en gaat de ongerichte energie gierend en brullend alle kanten op. We hadden het dus binnen gezellig met elkaar, terwijl de regen buiten maar bleef stromen. Zijn we niet gewend op ons zomereiland!

 

Wél leuk is te zien op het fotootje hieronder. Een jonge torenvalk die op ons terras onder de dennenboom dagelijks enige beschutting zocht voor de harde wind en de horizontale regen. Helemaal niet schuw. Ik zie de vogel sindsdien voortdurend terwijl hij aan het jagen is op ons terrein. Afgelopen zaterdag, terwijl ik een beetje tussen de fruitbomen liep, landde de valk op nog geen drie meter van mij vandaan op de grond, om daar een beetje onduidelijk in het gras te gaan pikken. Steeds even naar mij opkijkend en dan weer met de snavel de bodem in. Totaal geen angst. Het was een bijzonder moment.

 

Ik durf het beestje nog geen naam te geven, want de recente geschiedenis hier op het eiland leert dat het meestal slecht afloopt met dieren die een naam van mij krijgen. We blijven hem maar aanduiden als ‘de jonge torenvalk’.

Maar zoals altijd: na regen komt zonneschijn. De weersverbetering kwam wel heel geleidelijk en langzaam.

 

Inmiddels zijn de dagen weer droog en zonnig. Het blijft alleen best koud, met een middagtemperatuur van 16, hooguit 17 graden.

Het goede nieuws is dat de waterreservoirs weer gevuld zijn. Het eiland had deze regenperiode nodig, broodnodig. Mijn favoriete waterreservoir, op een landje op ongeveer 200 meter beneden ons erf, stroomt nu zelfs over. Hoezo zuinig met water doen, vanwege het watertekort? Ook het grootste reservoir op het eiland, bij Barlovento in het noordoosten, is weer redelijk goed gevuld. In november stond deze bak helemaal leeg.

 

Op de veldjes rondom onze boomgaard spoot het groene kruid omhoog. Dagelijks zijn er nu steeds meer bloeiende bloemen te zien. Het is echt lente en het is een feest om af en toe een beetje rond te struinen over de lege graslandjes.

 

Op onze finca is de bloemenpracht alweer voorbij. Ruud heeft eind vorige week alle terrassen gemaaid.

 

Groener dan dat de terassen nu zijn, zal het niet meer worden dit jaar.  We vinden het prachtig. Als de zon schijnt, schitteren de kleuren je tegemoet. De regens en stormen hebben ons wel veel sinaasappels gekost. Bij grote wisselingen van de luchtvochtigheid barsten sinaasappels open, en vallen ze van de boom. Ruud haalt op het moment elke twee dagen zo’n drie tot vier samuro’s (dat zijn manden) van de grond. Gelukkig blijven er nog genoeg vruchten over.

 

Vorige week was het precies een jaar geleden dat Óscar een streep in het zand liet zetten en begon met de bouw van onze huizen.

 

Het Grote Huis is inmiddels zo’n beetje klaar. Maar nog niet helemaal. Het kost ons flink wat moeite om te bewerkstelligen dat ook de laatste afwerkpunten worden uitgevoerd. Ook de beide veranda’s moeten nog worden gemaakt. Die veranda’s hebben we erg gemist tijdens de voorbije regenweken.

Het Eerste Kleine Huis vordert langzaam. Er wordt al een tijd met slechts twee man aan gewerkt. Jorge en Angel werken goed, maar met 2 schiet alles niet op natuurlijk.  Het trage tempo is ook een beetje omdat we op de hypotheek aan het wachten zijn. De aannemer beweegt met onze mogelijkheden mee. Omdat Het Virus nog steeds rondwaart over de wereld, lopen we nauwelijks extra omzet mis door het trage tempo. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat, schrijft de Grote Onbekende Filosoof.  En zo is het.

Het Kleine Huis zag er aan het einde van de vorige week van binnen zó uit. Jorge en Angel vorderen langzaam met het pleisteren van de binnenmuren. Eind maart zal het huis klaar zijn, zo is de bedoeling. Als onze Lieve Heer, het Registro en de Caixabank het willen, kunnen we dan in april starten met de bouw van het Tweede Kleine Huis.

 

 

Over de perikelen rond de voortgang van ons project zal ik binnenkort wat uitgebreider schrijven. Na veel gedoe kregen we toevallig vandaag vanuit twee kanten goede berichten. Althans, daar lijkt het op. Het is altijd maar weer afwachten hoe de hazen uiteindelijk gaan lopen, op ons eilandje. En wanneer ze gaan lopen.

 

Ik sluit maar weer eens af met een zonsondergangfoto. Boven mijn favoriete waterbak.