Fietsen in het Noordoosten

Je zou bijna vergeten dat het zomaar kon. Nog maar twee weken geleden. Gewoon op je fiets klimmen en een mooie fietstocht maken. Een fietstocht in de zon. Zorgeloos.

Michel was een paar dagen op bezoek en als Michel er is, gaan we op minstens één van die dagen fietsen. Ruud en ik hebben inmiddels onze eigen bikes. Michel huurde zijn fiets weer bij Tobi en Nina in Los Llanos. Met motortje. We hadden een soort van toertocht over het asfalt bedacht in het noordoosten van het eiland. Startpunt was het stille terras in the middle of nowhere van  Reyes in Roque del Faro. Over de LP1 daalden we af naar het dorp Barlovento. Vandaar klommen we weer omhoog over de LP109 terug richting het terras van Reyes. Een fietstocht van een kleine 40km lengte met een hoogteverschil (eerst machtig dalen, dan geleidelijk weer klimmen) van zo’n 800 meter.

 

De zon scheen. De lucht boven de oceaan was helder. We daalden af over het brede stuk van de noordelijke LP1 met langzame brede slingers, tussen de hoge dennenbomen door, bocht na bocht na bocht. Het ging hard. We stopten daarom met regelmaat om even goed om ons heen te kijken en de prachtige natuur in ons op te nemen.

 

In de buurt van Barlovento, na zo’n twintig kilometer schat ik, veranderde het landschap van groene canyons in een landschap van weidse vergezichten. We zagen diep onder ons de plaatsjes langs de oostkust liggen. We zagen in de verte de weg die we reeds hadden afgelegd. Ik kom niet vaak in deze hoek van het eiland. Maar ik vond het er geweldig mooi. Vaker doen dus. (Zodra het weer kan, na de coronatijd).

 

Als je deze tocht zelf ook zou willen fietsen moet je dat doen op een fiets met minimaal een goede verlichting. Onderweg passeerden we twee keer een tunnel van toch minstens drie á vier honderd meter lengte, zonder tunnelverlichting. Hoewel er weinig autoverkeer is op dit deel van het eiland, kan het toch levensgevaarlijk zijn om zelf zonder licht door deze tunnels te fietsen. Verlichting meenemen dus. Anders niet doen, deze tocht.

 

In Barlovento, halverwege onze toertocht, deden we een korte tussenstop op het terras bij de grote rotonde van het dorp. Bij hamburguesería ‘Bocata el Drago’ beheersten we ons en aten we geen hamburgers, hoewel ze wel erg lekker roken en er erg goed uitzagen. We dronken wat en zagen één voor één de mannen van de bananenplantages een biertje komen doen aan de bar, op het einde van hun werkdag.

Voorbij Barlovento begon de terugweg, en de klim. Met zo’n motortje doet de klim geen centje pijn. Zelfs zonder de fameuze ‘sportstand’ (echt waar) reden we op ons gemak langzaam omhoog, terug naar het westen,  over de LP109. De LP109 is de voormalige ‘oude’ LP1 op dit deel van het  eiland. De weg  kreeg dit nummer nadat de nieuwe veel bredere versie van de  LP1 werd aangelegd, waarover we op de heenweg afdaalden. De LP109 is een bochtige weg, kronkel na kronkel en overal smaller dan smalst. Weinig verkeer. Op een aantal plaatsen kunnen elkaar tegemoetkomende auto’s elkaar niet zonder manoevreren passeren. Gehuld in het groen van laurierbomen, boomheide, massieve canarische dennen en weelderig struikgewas. Af en toe breekt het groen en heb je een geweldig uitzicht op het noorden (en de nieuwe LP1). Een ideale weg voor een fietstocht op een warme dag.

 

Ongeveer vier uur na onze start zagen we het terras van Reyes weer terug. De koude Dorada smaakte heerlijk. Fijn dat Michel er was. Als Michel er is, hebben Ruud en ik vakantie. En zo voelde het vandaag.

 

Terwijl ik de foto’s voor dit blog verzamelde, kreeg ik een beetje een soort van  heimwee-gevoel. Zo kort geleden nog, deze foto’s. Het kan wel maanden duren voordat Ruud en ik weer zo’n fietstocht mogen maken. Die Corona is hopeloos. Ook als je niet ziek bent, hoewel ik een beetje op mijn woorden moet letten en gevoel voor verhoudingen moet blijven houden. Ondanks dat Ruud en ik relatief veel bewegingsruimte krijgen, voelen de beperkingen van de noodmaatregelen voor mij als een soort van gevangenis. Een gouden kooi.  We moeten het maar ondergaan. Hopen dat het uiteindelijk weer voorbij gaat, allemaal. En verder niet zeuren.

Fietsen op La Palma met een elektrische fiets. En dan fietsen in het noordoosten. Erg leuk om te doen, als je het eiland bezoekt en wat van de natuur wil zien, zonder dat het glas van het autoraampje in de weg zit.

Download

Playa Los Guirres

Ruud was jarig. Vorige week vrijdag al. Meestal  vieren we elkaars verjaardagen met voor alle2 een vrije dag en een lange wandeling op de dag zelf. En na afloop ergens iets lekkers eten.  Dat deden we in Nederland al zo. En ook nu we op La Palma wonen, doen we dat op die manier. Maar. Nu we al meer dan een jaar op ons Gedroomde Eiland wonen,  wordt het leven soms weer een beetje zoals het vroeger was: te druk voor leuke dingen. Ruud had zijn handen vol aan finca-stuff dat hij klaar moest zien te krijgen tussen de wandelgidsdagen en de stargazingavonden door. Dood hout uit citrusbomen snoeien. Een geautomatiseerd bewateringssysteem aanleggen. Dat soort werk. Ik had ook wel het één en ander om handen. Mijn werk bestaat kort gezegd hoofdzakelijk uit het tellen van geld. En dat kan op zoveel verschillende manieren dat je er nooit mee klaar bent. Kortom: geen lange wandeling op Ruud’s verjaardag, deze keer. We hadden er de tijd niet voor. En eigenlijk ook de puf  niet. Alletwee een 5 in onze leeftijd. Dan krijg je dat. Maar we hadden wél een vrije namiddag en avond.

 

We reden aan het einde van de middag vanuit Puntagorda naar het strandje van Los Guirres.  Het kiezelstrand ligt even ten noorden van Porto Naos, aan de westkust van het eiland. Je rijdt vanuit Porto Naos over een verwaarloosde asfaltweg door een niemandsland van bananenplantages. En opeens ben je er dan: je rijdt een goed verzorgde parkeerplaats op en dan ben je bij  Los Guirres. Een prettig welkomstbord geeft meteen al een gevoel van vrijheid, van ‘thuiskomen’, zal ik maar zeggen. ‘Dat moet anders!’,  is onze boodschap aan de plaatselijke ‘strandmanager’.

 

Los Guirres is geen viersterren toeristische trekpleister. Maar voor Ruud en mij wél een leuke plek. Er is een mooi kiezelstrand. Er is een leuke, vrij grote kiosko, met een mooi open terras pal aan de zee. Daar kan je best een middagje in de zon doorbrengen met één of meer glazen wijn op tafel. Of tegen het vallen van de avond lekker eten op een prachtige plek.

 

We waren voor het eerst hier. Ruud had in El Apuron, dat is een lokaal digitaal krantje, gelezen over een wandelpad dat pal langs de kust is aangelegd tussen de kiosko en het grote Sol-Hotel dat aan de andere kant van Porto Naos ligt. Dát wilde hij wel eens zien. Er ligt inderdaad een mooi, nieuw wandelpad. Alleen. Ter hoogte van de vuurtoren is het pad alweer weggeslagen door de golven van de oceaan. Even klauteren. Of even omlopen over kleine asfaltweggetjes tussen de bananenplantages die samen een doolhof van jewelste vormen als je geen wandelapp op je mobiele telefoon bij je hebt.

 

Wij vinden het altijd wel leuk om een beetje rond te struinen. Weinig mensen. Rust. Oceaan. Wel strak naar het westen blijven kijken. Want dan sta je met je rug naar één van de lelijkste stukken van het eiland. Bananenplantages zijn één ding. Maar verlaten Banananplantages zijn ongeveer wel de allerlelijkste objecten die er op La Palma te zien zijn.

 

Wij negeerden de lelijkheid van het landschap achter ons. We negeerden ook het terras van de kiosko. Komt een andere keer wel. Wij keken uit over de oceaan. En zagen de zon weer eens onder gaan.

 

Op de terugweg naar Puntagorda maakten we in El Jesus een tussenstop bij ‘De Belg’. Lekker gegeten. Na afloop zo’n overheerlijke barrequito. Een verjaardag kan heel leuk zijn zonder spectaculaire dingen te doen.

Op Zondag naar de Teneguia

Eind vorige week vond Ruud dat het hoognodig tijd was dat ik weer eens een hele dag buiten zou zijn. Voor mijn NL-werk maak ik op doordeweekse dagen best lange dagen achter een laptop met twee schermen in één van de donkerste hoeken van het Boeddhahuis. Omdat op die plek de grote monitor kan blijven staan, als ik klaar ben met het werk. Als je dan de hele dag in zo’n schaduwhoek stil zit te zitten bij een buitentemperatuur van vijftien, zestien graden, zonder kachel in huis, kan je zomaar spontaan in een soort van winterdepressietje schieten. Erop uit dus. De zon in. Ik wilde graag een buitendag met zon en warmte. We besloten daarom op zondagmiddag te gaan wandelen op de uiterste zuidpunt van het eiland, in het warme, droge landschap rondom de Teneguía-vulkaan.

 

De Volcán Teneguía is de meest zuidelijke vulkaan van La Palma en ook de vulkaan die het meest recent van allemaal nog actief was. De laatste uitbarsting vond plaats in 1971. Het eiland werd door de lavastroom van toen een stukje groter. Je kunt de top van de Teneguía beklimmen. Als je dat doet heb je aan het einde van de klim een prachtig uitzicht over de zuidpunt van het eiland, de drie andere dichtbij gelegen  eilanden van de Canarische archipel en de droge wereld rondom de vulkaan waarop je staat en de nabije en veel hogere top van de San Antonio Vulkaan.

Ik had vooraf al verteld aan Ruud dat ik deze keer geen zin had in de klauterpartij naar de top, want een klauterpartij is het, als je de top van de Teneguía wil meemaken. Ik wilde niet klimmen, maar gewoon lekker ronddwalen door het droge landschap van de beide zuidelijke vulkanen. Een landschap vol van ongenaakbare gekleurde rotsen,  dorre droge steenvlaktes en wijnvelden. Want dat is het gekke. Je loopt in dit gebied door een soort van woestijn. Tegelijkertijd loop je echter ook door de druivenvelden van de Teneguíawijn. De wijnranken van deze wijn groeien als een soort van bodembedekker kruipend over het warme zwarte lavazand. De combinatie van woestijn, droogte, vulkaantoppen en druiven zorgt voor een heel vreemd effect, dat me elke keer weer opnieuw betovert.

 

Vanuit het dorp Fuencaliente, het meest zuidelijke dorp op La Palma, reden we via de LP9 naar het gehucht Las Indias en vandaar uit, de LP verlatend in het verlengde van de tweede  haarspelbocht die deze weg maakt, naar het nog kleinere gehuchtje Los Quemados. Aan het einde van de weg, waar het asfalt over gaat in een zandpad, parkeerden we de auto en liepen we op goed geluk het landschap in. Het is handig om een wandelapp op een smartphone bij je te hebben, bijvoorbeeld MapOut. Je kunt dan beredeneerd ronddwalen over de vele wandelpaden en offroadweggetjes die de vlakte doorkruisen. Let erop dat je afstanden niet onderschat en dat je altijd voldoende water bij je hebt. Zeker in de zomer kan het op deze plek zinderend heet worden. Voldoende water is dan een must om geen ongelukken te maken.

 

Vandaag scheen de winterzon. De temperatuur bleef net iets boven de twintig graden steken, denk ik. Prachtig voorjaarsweer. Daar waren Ruud en ik ook wel aan toe. Het is soms een beetje afzien qua kou, of beter gebrek aan verwarming, in het Boeddhahuis. Met drie truien over elkaar aan komen we er dan wel weer doorheen, maar lekker rondwandelen op een t-shirtje ligt ons toch beter.

 

Nog nooit eerder was ik in januari in dit gebied. Het viel me op hoe groen het in de winter is op deze plek. Alles is relatief natuurlijk, maar ik zag veel groens groeien in het zwarte zand. Waaronder één van mijn lievelingsplanten. Zie de laatste foto hierboven. Ik kom er tot op heden niet achter hoe deze plant heet. Er is een variant die paars-blauwe bloemen heeft. De plant groeit op grotere hoogtes in een vochtiger klimaat uit als een grote struik. Die struiken, met de paars-blauwe bloemen, zou ik wel een plek willen geven op onze finca. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. En eerst maar eens uitzoeken of die plant wel past in het klimaat van Puntagorda. Je zou zeggen dat alles dat op de vlakte bij de Teneguía kan groeien overal kan groeien..

 

Zoals gezegd had ik voor vandaag een simpel wandelingetje in mijn hoofd, om daarna een fijn terrasje te kunnen pakken, pal aan de kust bij de vuurtoren van Fuencaliente. Een fijne gemakkelijke zondagmiddagwandeling. Maar zo gaat dat niet, als je samen met Ruud wandelt. Ruud zag een helling. En die helling voerde naar een top. En op zo’n top heb je uitzicht. Ruud wil altijd naar de top. Ruud wil altijd naar het uitzicht van bovenaf. Zoals altijd kreeg Ruud na enig heen en weer gepraat hierin  zijn zin. We namen de weg naar de top. Het was afzien.

 

Ik overdrijf niet. Kijk maar. Ongezond ambitieus toch, zo’n helling?

 

Maar goed. Met een half uur geploeter, zuchten & steunen, door het mulle lavazand op een onmogelijke helling naar omhoog, kwamen we uit op een prachtig plateautje, juist beneden het bezoekerscentrum van de San Antonio Vulkaan. Met enige tegenzin moest ik bekennen dat het uitzicht vanaf dit plateau de inspanning van de klim meer dan waard was. 360 graden uitzicht. Met in de verte de eilanden Tenerife, La Gomera en El Hierro. In één woord prachtig! (En niet goed op de foto vast te leggen).

 

Vanaf het plateau wandelden we min of meer vlak, maar dan toch weer wel vals plat omhoog,  naar de bebouwde kom van Fuencaliente. Het was mooi om eerst de toppen van de Vulcan St Martin  te zien verschijnen en daarna langzaam maar zeker het dorp Fuencaliente daaronder in beeld te krijgen.

 

Vanaf het bezoekerscentrum van de San Antonio liepen we over een asfaltweggetje steil naar beneden terug naar Los Quemados. Daar stond de auto op ons te wachten, bakkend in de zon.

Het terras bij de vuurtoren is er niet meer van gekomen. Wel maakten we op de terugweg naar Puntagorda een tussenstop in El Jesus. Zalm-met-Peren-en-Basmatirijst-met-Koriander bij de Belg is ook niet verkeerd. Zo beleefden we weer eens een geweldige zondagmiddag op ons eiland. Hoezo winterdepressie?

Download

Isla Bonita Tours

Na het geslaagde examen van een paar maanden geleden, als wandelgids bij Isla Bonita Tours, bleef het voor Ruud een paar maanden stil. Dat was een beetje een tegenvaller. We kunnen best een extra inkomstenbron gebruiken, momenteel. En Ruud vond het erg leuk om als wandelgids aan de slag te gaan.

 

Maar een paar weken geleden is er plots verandering in deze toestand gekomen. Na wat heen en weer gecommuniceer via whatsapp en een paar ontmoetingen met de eigenaar van de tour-organisatie zijn er concrete afspraken, is er een maandrooster en zijn er zelfs twee zwarte ik-ben-de-gids-t-shirts toegevoegd aan de garderobe van Ruud.

 

Als er voldoende Nederlandstalige of Engelstalige deelnemers zijn, ‘doet’ Ruud sinds kort de wandeling in de Caldeira de Taburiente. Op donderdagen en op zondagen, staat deze wandeling bij Isla Bonita Tours op het programma. Er zijn plannen om vanaf november ook zogenaamde ‘stargaze-avonden’ voor belangstellende eilandbezoekers te gaan verzorgen vanaf de mirador bij  de Llano del Jable, in een co-produktie tussen Isla Bonita en Ruud (met eigen telescoop). Dat zijn mooie ontwikkelingen.

 

Ruud heeft erg veel plezier in zijn gidswerk. Dat er dus maar veel Nederlandse of Vlaamse bezoekers een wandeling mogen gaan boeken bij Isla Bonita Tours. De wandeling is overigens wel echt één van de topwandelingen die je op La Palma kunt maken. Het is een lange wandeling, soms een hele hete wandeling, maar echt de moeite waard. Lees hier over onze eigen ervaringen, van voor de ‘gidstijd’. Echt een aanrader. Mét of zonder gids.

Mét is eigenlijk wel beter, vinden wij sinds kort. Een wandeling mét Ruud kan je hier boeken.

Clima de Calzoncillos

Het is al een bijna een week lang erg warm op La Palma. Om niet te zeggen: heet! Kalima. Warme lucht overspoelt vanuit de Sahara ons lente-eiland. De lucht uit de Sahara is half augustus erg heet. Op het weerbericht ziet alles er ongeveer zó uit. Rood, roder. roodst.

 

En dit was de situatie om drie uur ‘s middags, afgelopen zondag. Rond 18:00u is het hier op het warmst. Tel er nog maar drie graden bij. In de schaduw. De minimumtemperaturen in de nacht kwamen niet onder de 28 graden. Het was kortom  onderbroekenweer. Clima de calzoncillos op z’n Spaans. Denk ik. Het was te heet voor kleren aan je lijf. Dus liepen Ruud en ik uitsluitend nog in de boxershort rond, zodra het kon.  Daarvan presenteren wij géén foto’s.

 

Ruud en ik wisten niet veel beters te doen dan tijdens de laatste dagen van onze vakantie vrijwel dagelijks naar het strand in Tazacorte te gaan. In de ochtend. Uiterlijk om 14:00u thuis. We vonden het wat eng om onze honden op het allerheetste moment van de dag alleen thuis te laten, want ze hebben het alle3 best moeilijk met dit weer, vooral Fenna.

 

Van huis uit zijn Ruud en ik niet hele grote liefhebbers van het strand. Ruud heeft er de huid niet voor en ik ben mijn jeugd op de stranden van het Henschotermeer in Woudenberg al behoorlijk lang geleden ontgroeid. Vanuit Almelo was het destijds drie (!) uur rijden naar het dichtstbijzijnde strand. Daar word je ook niet heel erg beach minded van.

Maar nu wonen we op La Palma. En is er op 25 minuten rijden vanaf het Boeddhahuis het zandstrand bij de haven van Tazacorte. Je hebt er branding. Je hebt er strandstoelen. Je kunt er wat eten of drinken. Het is er niet superdruk. Er heerst een relaxte atmosfeer met niet al te veel toeristen van buiten en wél veel Palmero’s.  Het zeewater is heerlijk koel. We kochten twee parasolletjes en vonden verkoeling in de zee en  op het zwarte zand…

Tazacorte ligt op zeeniveau. Wij wonen op ongeveer 700m hoogte. Tijdens een kalima is het warmer, naarmate je verder de hoogte in gaat. Dat scheelt al gauw zo’n zes á zeven graden. Tijdens kalima’s in augustus vluchten Ruud en ik daarom voortaan naar Tazacorte.

De Kalima leverde wel weer een paar hele mooie zonsondergangen op. Vanuit de tuin van het Boeddhahuis.

 

Gelukkig hebben we in deze barre tijden de beschikking over mijn ‘verjaardagszwembadje’. Heel goed getimed, die aankoop! Het zwembadje brengt redding en verkoeling als de temperatuur aan het eind van de dag richting veertig graden gaat. Het zwembadje brengt verkoeling in de late avond, voor het slapen gaan. Niets is meer zomers dan liggend in je eigen zwembadje in het donker van een zwoele zomeravond naar de sterren hoog boven je te kijken..

 

Vandaag hebben we een dagje respijt. Als ik dit schrijf is het vier uur in de middag en maar 25 graden. Heel vreemd. Het voelt als een lentedag. Vanaf morgen gaan de temperaturen weer omhoog, zeggen de voorspellers. Tot ver in de volgende week blijft het warm.

Tijdens het komende weekend krijgen we bezoek vanuit Nederland. Ik kan het bezoek geruststellen. Ruud en ik zullen ons decent kleden. Maar bereid je voor op een paar hele warme dagen..  Het is weer eens wat anders dan een lang-weekend-met-michel-in-de-regen. Het zal nu meer in de richting gaan van een lang-weekend-met-michel-die-wanhopig-naar-schaduw-en-verkoeling-zoekt. Wat een roteiland eigenlijk, dat La Palma. Gaan we noooit meer naar toe.

Zomervakantie!

Afgelopen vrijdagavond begon onze zomervakantie. Twee weken lang hoeven we bijna niet te werken. Daar waren Ruud en ik stiekum erg aan toe, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Twee weken lang gaan we doen wat we altijd deden op het eiland, toen we nog in Nederland woonden. Twee weken lang geen deadlines te halen, geen dagenlange klussen op de finca en geen zorgen over vergunningen.

Uiteraard begon onze vakantie op vrijdagavond bij Flor de Lotus, de moeder aller pizzeria’s. Wereldberoemd in hééél Puntagorda.

 

We hebben flink mazzel met het weer tijdens onze vakantie. Het is nu echt hoog zomer op het eiland. Overdag is het warm en ook in de nacht komt het kwik niet onder de 17 graden. Dat geeft wel een fijn zomers gevoel.

Op zaterdagmiddag fietsten we op onze e-bikes naar de haven van Puntagorda. Vanuit het Boeddhahuis 10km heen en 10km terug. Zeven honderd meter dalen. Zeven honderd meter klimmen. Fluitend. In de sportstand.

 

In  het haventje was het druk zomers. Ook veel Palmero’s hebben vakantie in augustus. Veel van de weekendhuisjes waren bezet en er lagen flink wat motorbootjes voor anker in de puerto. Je kunt er zwemmen in een klein natuurbad (als de oceaan tenminste rustig is, wat vandaag het geval was). Ruud en ik bewaarden onze zwembroeken voor de maandag. Na een half uurtje klommen we de trappen weer op en fietsten we omhoog, terug naar het dorp.

 

Op zaterdagavond zagen we deze prachtige zonsondergang vanaf de plek van ons toekomstige keukenraam.

 

Op zondag deden we niks. Luieren, computeren, in de zon zitten, met de honden spelen in het Boeddhahuis. Hoewel ons huurhuis geen zwembad heeft en geen direct zicht heeft over de oceaan is het toch een super vakantiehuis. In de namiddag moest Ruud de bomen water geven op de finca. Ik maakte in de tussentijd nog wat resterend werk af.

Maandag werd een stranddag op het strand bij de haven van Tazacorte. Hadden we nog nooit gedaan, het strand bij Tazacorte. Meestal zoeken we iets stillers. Maar. Voor herhaling vatbaar. Het was er leuk. En het was super om in de oceaan te zwemmen zonder branding-met-keien. We vonden een plek onder een rieten strandparasol. Zelfs Ruud heeft niet hoeven smeren! Hij houdt af en toe wel van een gokje.

 

In de namiddag vertrokken we naar het noorden. Ooit hadden we tijdens een wandeling van El Tablado naar Roque del Faro (en weer terug) een strandje ontdekt, in de diepte. Dat strandje wilden we nu gaan verkennen. La Fajana, vlakbij het gehucht Franceses. Niet te verwarren met het complex La Fajana op de noordoostpunt van het eiland, waar een groot natuurzwembad is uitgehouwen in de rotsen.

Het noorden van La Palma is prachtig, zeker op een mooie heldere dag als op deze maandag. De autorit vanuit Tazacorte was al de moeite waard. Met muziekjes van Manu Chao, REM en Amadou & Mariam hard aan en de autoramen open. Maar in de afdaling naar het La Fajana werd het landschap pas echt adembenemend.

 

We kwamen uit op een prachtige plek. Een klein gehuchtje, pal aan de kust, bijna op zeeniveau, te midden van oude bananenplantages. Bij 27 graden een fijne plek om een beetje rond te dwalen. Maar een strand hebben we er niet aangetroffen. Wel een rots- en keienkust, waar je het water van de oceaan kunt aanraken. Te gevaarlijk om te zwemmen.

 

In de avond natuurlijk buiten ons eten opeten. (Maar dat doen we tegenwoordig bijna altijd al – da’s normaal geworden). Nog dertien dagen te gaan 🙂

Llano de las Ánimas

 

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de Roque de los Muchachos over de rand van de Caldeira de Taburiente naar de Pico Chico. We liepen op het Dak van Puntagorda. Tijdens de wandeling ontdekten we boven Puntagorda een betonweggetje dat omhoog klom tot bijna aan de kraterrand. Volgens een bordje heet het eindpunt van deze weg de Llano de las Ánimas. Wij noemen het de Zolder van Puntagorda. Een hele mooie plek met een fantastisch uitzicht op het dorp en de oceaan. We namen ons voor om snel te gaan ontdekken hoe we vanaf beneden tot aan deze plek zouden kunnen komen. Vandaag was de dag. Samen met moeders, gingen we op expeditie in het hoogland boven ons dorp. In de auto, uiteraard.

 

Met behulp van de ‘map out’ app op de mobiele telefoon was de autoroute naar het eindpunt van de betonweg op de Llano de las Ánimas, niet heel erg moeilijk te vinden. De weg ook daadwerkelijk ríjden was iets minder eenvoudig. Maar Ruud is een goede chauffeur en zonder echte problemen reden we over steeds smaller wordende weggetjes door een prachtig berglandschap. Op twee plekken waren de haarspeldbochten te scherp om zonder een keer ‘te steken ‘ te kunnen nemen.

 

Vanuit het dorp, dat op zo’n 700 meter boven zeeniveau ligt, reden we de berg op tot een hoogte van ongeveer 2.000 meter. We reden in een half uur omhoog. Over de terugweg deden we veel langer, want al deze foto’s moesten natuurlijk worden gescoord. Sommige foto’s hebben een beetje rare kleur. Ik moest ze nemen vanaf de achterbank van onze caddy, door het voorraam heen. Dat raam heb ik niet overal helemaal kunnen wegpoetsen achter mijn laptop.

 

We keken onze ogen uit. Ruud en ik vinden het landschap op deze plek erg mooi. Zelfs moeders vergat na een kwartiertje haar hoogtevrees.

 

In Augustus hebben Ruud en ik twee weken vakantie. We hebben ons voorgenomen om over deze weg te gaan wandelen. Vanaf de Repsol, tot aan de kraterrand. En weer terug. En hééél misschien, als we kunnen, door tot aan de Roque de los Muchachos. Voor de sport. Dat wordt een dagtocht. En het zal afzien zijn… Maar wel een hele mooie wandeling, denk ik. Een grote wens van Ruud.

 

Toch maar even een waarschuwing, voor je weet maar nooit. Wij reden deze route met onze auto, een VW Caddy. Dat was goed te doen. Maar Ruud is een goede chauffeur, zeker ook in de bergen. En Ruud heeft absoluut geen last van hoogtevrees. De weggetjes zijn smal, zonder vangrails. Op een paar plekken is de smalle weg ook nog eens erg steil. De route kent twee echt lastige haarspeldbochten. Op de weggetjes kunnen twee auto’s elkaar niet passeren, zonder voorzichtig te manoevreren . Als je dit alles eng vindt, of als je de kracht van de motor in je auto niet helemaal vertrouwt, moet je onze route niet navolgen. In elk geval niet met de auto.

Download

La Palma Thai

Sinds eergisteren zijn we weer terug van een weekje in Nederland. Een weekje NL is leuk en gezellig, en noodzakelijk voor mijn werk, maar ‘thuis is waar de honden zijn’, zegt Ruud altijd. En die zijn op La Palma.

Zó zag onze aankomst in NL er uit, ongeveer twintig minuten na het moment van landing op Schiphol. Let vooral op de details rechts in beeld. Venco, Redband en zoete harlekijndrop. Dat hebben ze hier allemaal niet, op La Palma, en dat is toch wel een groot gemis. Maar ‘thuis is waar de harlekijndrop is?”. Nou, nee, zo erg is het nu ook weer niet, dat gemis. La Palma blijft ons thuis.

 

Na aankomst op het eiland, woensdag vroeg in de middag, hadden we twee uur te overbruggen voordat het hondenpension weer zou openen, na de middagpauze. We hadden ons voorgenomen om ons best te doen en ook aan de oostkant van het eiland eens een plek te vinden, waar je lekker kunt eten op een terras met uitzicht over de oceaan. Dat was ons in al die jaren nog niet gelukt. Maar nu wel! We vonden Thai!! We ontdekten dat er langs het ‘oude’ strandje bij de hoofdstad Santa Cruz een kleine kiosko is, waar je thais kunt eten. De grote wens van Ruud, vervuld. Thai food op La Palma.

 

Aangezien we om half vier in de ochtend de wekker al hadden horen aflopen, besloten we dat het tijd was voor een warme maaltijd. Tom Ka Kai soep, gebakken rijst en een rode curry met kip. Naast Venco, Redband en Harlekijndrop hadden we ook Thais eten erg gemist op La Palma. Maar dat gemis is nu voorbij.

 

Zo ziet een tevreden Ruud er uit als hij net uit een Thai’s restaurantje komt gelopen.

 

Tudtu Thai Food. Bijna net zo lekker als Baan Isaan uit Nijmegen of Bai Yok uit Zwolle. Adressen uit ons voorbije leven in Nederland. Nu op La Palma alleen nog een winkel vinden waar ze Harlekijndrop verkopen. Of tikkels. Of winegums. Of Grimbergen Dubbel.  Of een adres vinden waar je biftekia met giros en Griekse salade kunt eten. Tips zijn welkom!

Na ons gelukmoment bij Tudtu Thai Food, snel naar Breña Baja om onze harige huisgenoten op te halen.

 

Thuis is waar de honden zijn 🙂 …

Hoppen op Zondag.

We deden het rustig aan vandaag met de bezoekende Janssens. Het werd een dag van hoppen. Hoppen van bezienswaardigheid naar terras naar bezienswaardigheid naar terras. Rustig aan & relaxed. Zodat we het allemaal een beetje konden uithouden in de hitte. Want het is warm op La Palma op het moment. Calima. Als het Calima is, stroomt er een warme luchtlaag vanaf de Saharawoestijn over de Canarische Eilanden. Hoe hoger je dan boven zeeniveau uitstijgt, des te warmer het wordt. In Puntagorda, op 700m boven zee niveau, liep het tegen de dertig graden aan. Dat vinden de mensen van hier ook warm.

 

De dag begon met een vrolijk ontbijt in de ochtendzon.

 

Daarna bezochten we de boerenmarkt op de Mercadillo van Puntagorda.

 

Even een bibberfoto staande op de glasplaat op één van de drie panoramapunten die bij de Mercadillo zijn gemaakt. Door de glasplaat heen kijk je langs je voeten  zo’n  honderdvijftig meter naar beneden. Gelukkig was ik de fotograaf en hoefde ik mijn hoogtevrees niet te bedwingen, maar kon ik de visite aanwijzingen geven hoe ze op de glasplaat moesten gaan staan.

 

Daarna een rondje over het kerkplein van Tijarafe.

 

En een bezoekje aan het terras-met-uitzicht bij Torre-El-Time.

 

Verlate lunch op de strandboulevard van Tazacorte.

 

En na een lome siësta in het Boeddhahuis pizza eten bij Flor de Lotus. Hoppen op zondag. We hadden weer een gezellige dag met elkaar. Het leek verdorie wel weer vakantie!

 

Regenwoud

Michel wilde op de laatste dag van zijn bezoek aan ons graag de waterval  bij Los Tilos zien. Dat kwam goed uit. Het was een regendag. Het groen van het regenwoud bij Los Tilos komt het best tot zijn recht als het regent..  En de waterval stroomt dan ook beter. Denk ik.

 

Ruud en ik hadden het regen-laurierbos bij Los Tilos al een paar keer eerder bezocht. De waterval hadden we echter nog nooit gezien. Om eerlijk te zijn hadden we de plek waar het water valt nog nooit kunnen vinden. Nu liepen we er in één keer zomaar tegenop. Als je vanaf de parkeerplaatsen naar het bezoekerscentrum van Los Tilos loopt, zie je vlak voordat je bij het hoofdgebouwtje bent een smal groen zijpad aan je linkerhand. Geen bordjes of aanduiding of wat dan ook. Dat pad is de weg naar de waterval. Een wandeling van een paar minuten. Eerst loop je door een soort van half open tunnel. Aan het eind kom je terecht in een prachtige groene kleine kloof. Aan het eind van de kloof vind je de waterval. Je bent er binnen tien minuten.

 

Het is een mooie waterval. Ik moest denken aan een dagtrip op één van onze Amerikareizen. Lower Calfcreek Falls, in Utah. De waterval van Los Tilos ligt net zo mooi besloten. Het groen is hier alleen veel groener, natuurlijk. We hadden mazzel. Door de regen was het niet druk. Ik kan me voorstellen dat het hier soms zwart staat van de mensen. De waterval werd van alle kanten door ons gefotografeerd, zoals het hoort als je een waterval ziet.

 

Je kunt door een nauwe ‘slotcanyon’ tot aan de voet van het vallende water lopen. Vervolgens kan je er ook langs heen lopen. Je komt dan uit in een prachtige brede kloof, de bedding van een (droge) rivier. Het groen van de weelderige plantengroei spat je hier echt van alle kanten tegemoet. Je kunt deze kloof een stuk inlopen en de natuur in je opnemen. Wij liepen maar een stukje, vanwege de regen. En vanwege de gedachte aan flashfloods in Amerikaanse slotcanyons, waarvoor gewaarschuwd wordt als het een keer regent in de woestijn. Hier geen waarschuwingen, dus het risico van flashfloods zal wel los lopen. Maar wat eenmaal in je hoofd zit, krijg je er niet zomaar weer uit… Dat geldt zeker voor sommigen van ons.

 

Ter hoogte van de eerste parkeerplaatsen bevindt zich een tweede wandelpad. Over dit pad kom je na zo’n drie kwartier bij het uitzichtpunt van Mirador Espigón Atravesado. We besloten deze wandeling te gaan maken, hoewel dit uitzichtpunt niet heel bijzonder is. De wandeling er naartoe is het doel. De weergoden besloten echter anders. Na een paar minuten te hebben gelopen, begon het zo hard te regenen, dat we noodgedwongen het kleine restaurant onder het centro visitante maar opzochten en daar papas fritas aten. Dat restaurant ligt midden in het bos  met een mooi buitenterras. Vast een hele leuke plek bij zonnig weer. Maar wij bezochten het regenwoud in de regen.

 

Op de terugweg naar Puntagorda reden we door dít weer.

 

Het bleef de hele verdere dag regenen op ons zomereiland. Onze geplande bbq op de laatste avond van Michel’s bezoek viel enigszins in het water. Gelukkig heeft ons Boeddhahuis een brede veranda, en met een beetje improviseren kom je een heel eind. We zullen aan alle weermannen en weervrouwen van de Canarias doorgeven wanneer Michel de volgende keer weer op bezoek komt. Het regent dan namelijk altijd. Kunnen ze dat alvast meenemen in hun vooruitzichten voor op die dagen.

Meer informatie over Los Tilos, en dan met name de grote wandeling bij Los Tilos, kan je hier vinden.