Op Zondag naar de Teneguia

Eind vorige week vond Ruud dat het hoognodig tijd was dat ik weer eens een hele dag buiten zou zijn. Voor mijn NL-werk maak ik op doordeweekse dagen best lange dagen achter een laptop met twee schermen in één van de donkerste hoeken van het Boeddhahuis. Omdat op die plek de grote monitor kan blijven staan, als ik klaar ben met het werk. Als je dan de hele dag in zo’n schaduwhoek stil zit te zitten bij een buitentemperatuur van vijftien, zestien graden, zonder kachel in huis, kan je zomaar spontaan in een soort van winterdepressietje schieten. Erop uit dus. De zon in. Ik wilde graag een buitendag met zon en warmte. We besloten daarom op zondagmiddag te gaan wandelen op de uiterste zuidpunt van het eiland, in het warme, droge landschap rondom de Teneguía-vulkaan.

 

De Volcán Teneguía is de meest zuidelijke vulkaan van La Palma en ook de vulkaan die het meest recent van allemaal nog actief was. De laatste uitbarsting vond plaats in 1971. Het eiland werd door de lavastroom van toen een stukje groter. Je kunt de top van de Teneguía beklimmen. Als je dat doet heb je aan het einde van de klim een prachtig uitzicht over de zuidpunt van het eiland, de drie andere dichtbij gelegen  eilanden van de Canarische archipel en de droge wereld rondom de vulkaan waarop je staat en de nabije en veel hogere top van de San Antonio Vulkaan.

Ik had vooraf al verteld aan Ruud dat ik deze keer geen zin had in de klauterpartij naar de top, want een klauterpartij is het, als je de top van de Teneguía wil meemaken. Ik wilde niet klimmen, maar gewoon lekker ronddwalen door het droge landschap van de beide zuidelijke vulkanen. Een landschap vol van ongenaakbare gekleurde rotsen,  dorre droge steenvlaktes en wijnvelden. Want dat is het gekke. Je loopt in dit gebied door een soort van woestijn. Tegelijkertijd loop je echter ook door de wijnvelden van de Teneguíawijn. De wijnranken van deze wijn groeien als een soort van bodembedekker kruipend over het warme zwarte lavazand. De combinatie van woestijn, droogte, vulkaantoppen en druiven zorgt voor een heel vreemd effect, dat me elke keer weer opnieuw betovert.

 

Vanuit het dorp Fuencaliente, het meest zuidelijke dorp op La Palma, reden we via de LP9 naar het gehucht Las Indias en vandaar uit, de LP verlatend in het verlengde van de tweede  haarspelbocht die deze weg maakt, naar het nog kleinere gehuchtje Los Quemados. Aan het einde van de weg, waar deze over gaat in een zandpad, parkeerden we de auto en liepen we op goed geluk het landschap in. Het is handig om een wandelapp op een smartphone bij je te hebben, bijvoorbeeld MapOut. Je kunt dan beredeneerd ronddwalen over de vele wandelpaden en offroadweggetjes die de vlakte doorkruisen. Let erop dat je afstanden niet onderschat en dat je altijd voldoende water bij je hebt. Zeker in de zomer kan het op deze plek zinderend heet worden. Voldoende water is dan een must om geen ongelukken te maken.

 

Vandaag scheen de winterzon. De temperatuur bleef net iets boven de twintig graden steken, denk ik. Prachtig voorjaarsweer. Daar waren Ruud en ik ook wel aan toe. Het is soms een beetje afzien qua kou, of beter gebrek aan verwarming, in het Boeddhahuis. Met drie truien over elkaar aan komen we er dan wel weer doorheen, maar lekker rondwandelen op een t-shirtje ligt ons toch beter.

 

Nog nooit eerder was ik in januari in dit gebied. Het viel me op hoe groen het in de winter is op deze plek. Alles is relatief natuurlijk, maar ik zag veel groens groeien in het zwarte zand. Waaronder één van mijn lievelingsplanten. Zie de laatste foto hierboven. Ik kom er tot op heden niet achter hoe deze plant heet. Er is een variant die paars-blauwe bloemen heeft. De plant groeit op grotere hoogtes in een vochtiger klimaat uit als een grote struik. Die struiken, met de paars-blauwe bloemen, zou ik wel een plek willen geven op onze finca. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. En eerst maar eens uitzoeken of die plant wel past in het klimaat van Puntagorda. Je zou zeggen dat alles dat op de vlakte bij de Teneguía kan groeien overal kan groeien..

 

Zoals gezegd had ik voor vandaag een simpel wandelingetje in mijn hoofd, om daarna een fijn terrasje te kunnen pakken, pal aan de kust bij de vuurtoren van Fuencaliente. Een fijne gemakkelijke zondagmiddagwandeling. Maar zo gaat dat niet, als je samen met Ruud wandelt. Ruud zag een helling. En die helling voerde naar een top. En op zo’n top heb je uitzicht. Ruud wil altijd naar de top. Ruud wil altijd naar het uitzicht van bovenaf. Zoals altijd kreeg Ruud na enig heen en weer gepraat hierin  zijn zin. We namen de weg naar de top. Het was afzien.

 

Ik overdrijf niet. Kijk maar. Ongezond ambitieus toch, zo’n helling?

 

Maar goed. Met een half uur geploeter, zuchten & steunen, door het mulle lavazand op een onmogelijke helling naar omhoog, kwamen we uit op een prachtig plateautje, juist beneden het bezoekerscentrum van de San Antonio Vulkaan. Met enige tegenzin moest ik bekennen dat het uitzicht vanaf dit plateau de inspanning van de klim meer dan waard was. 360 graden uitzicht. Met in de verte de eilanden Tenerife, La Gomera en El Hierro. In één woord prachtig! (En niet goed op de foto vast te leggen).

 

Vanaf het plateau wandelden we min of meer vlak, maar dan toch weer wel vals plat omhoog,  naar de bebouwde kom van Fuencaliente. Het was mooi om eerst de toppen van de Vulcan St Martin  te zien verschijnen en daarna langzaam maar zeker het dorp Fuencaliente daaronder in beeld te krijgen.

 

Vanaf het bezoekerscentrum van de San Antonio liepen we over een asfaltweggetje steil naar beneden terug naar Los Quemados. Daar stond de auto op ons te wachten, bakkend in de zon.

Het terras bij de vuurtoren is er niet meer van gekomen. Wel maakten we op de terugweg naar Puntagorda een tussenstop in El Jesus. Zalm-met-Peren-en-Basmatirijst-met-Koriander bij de Belg is ook niet verkeerd. Zo beleefden we weer eens een geweldige zondagmiddag op ons eiland. Hoezo winterdepressie?

Download

Isla Bonita Tours

Na het geslaagde examen van een paar maanden geleden, als wandelgids bij Isla Bonita Tours, bleef het voor Ruud een paar maanden stil. Dat was een beetje een tegenvaller. We kunnen best een extra inkomstenbron gebruiken, momenteel. En Ruud vond het erg leuk om als wandelgids aan de slag te gaan.

 

Maar een paar weken geleden is er plots verandering in deze toestand gekomen. Na wat heen en weer gecommuniceer via whatsapp en een paar ontmoetingen met de eigenaar van de tour-organisatie zijn er concrete afspraken, is er een maandrooster en zijn er zelfs twee zwarte ik-ben-de-gids-t-shirts toegevoegd aan de garderobe van Ruud.

 

Als er voldoende Nederlandstalige of Engelstalige deelnemers zijn, ‘doet’ Ruud sinds kort de wandeling in de Caldeira de Taburiente. Op donderdagen en op zondagen, staat deze wandeling bij Isla Bonita Tours op het programma. Er zijn plannen om vanaf november ook zogenaamde ‘stargaze-avonden’ voor belangstellende eilandbezoekers te gaan verzorgen vanaf de mirador bij  de Llano del Jable, in een co-produktie tussen Isla Bonita en Ruud (met eigen telescoop). Dat zijn mooie ontwikkelingen.

 

Ruud heeft erg veel plezier in zijn gidswerk. Dat er dus maar veel Nederlandse of Vlaamse bezoekers een wandeling mogen gaan boeken bij Isla Bonita Tours. De wandeling is overigens wel echt één van de topwandelingen die je op La Palma kunt maken. Het is een lange wandeling, soms een hele hete wandeling, maar echt de moeite waard. Lees hier over onze eigen ervaringen, van voor de ‘gidstijd’. Echt een aanrader. Mét of zonder gids.

Mét is eigenlijk wel beter, vinden wij sinds kort. Een wandeling mét Ruud kan je hier boeken.

Clima de Calzoncillos

Het is al een bijna een week lang erg warm op La Palma. Om niet te zeggen: heet! Kalima. Warme lucht overspoelt vanuit de Sahara ons lente-eiland. De lucht uit de Sahara is half augustus erg heet. Op het weerbericht ziet alles er ongeveer zó uit. Rood, roder. roodst.

 

En dit was de situatie om drie uur ‘s middags, afgelopen zondag. Rond 18:00u is het hier op het warmst. Tel er nog maar drie graden bij. In de schaduw. De minimumtemperaturen in de nacht kwamen niet onder de 28 graden. Het was kortom  onderbroekenweer. Clima de calzoncillos op z’n Spaans. Denk ik. Het was te heet voor kleren aan je lijf. Dus liepen Ruud en ik uitsluitend nog in de boxershort rond, zodra het kon.  Daarvan presenteren wij géén foto’s.

 

Ruud en ik wisten niet veel beters te doen dan tijdens de laatste dagen van onze vakantie vrijwel dagelijks naar het strand in Tazacorte te gaan. In de ochtend. Uiterlijk om 14:00u thuis. We vonden het wat eng om onze honden op het allerheetste moment van de dag alleen thuis te laten, want ze hebben het alle3 best moeilijk met dit weer, vooral Fenna.

 

Van huis uit zijn Ruud en ik niet hele grote liefhebbers van het strand. Ruud heeft er de huid niet voor en ik ben mijn jeugd op de stranden van het Henschotermeer in Woudenberg al behoorlijk lang geleden ontgroeid. Vanuit Almelo was het destijds drie (!) uur rijden naar het dichtstbijzijnde strand. Daar word je ook niet heel erg beach minded van.

Maar nu wonen we op La Palma. En is er op 25 minuten rijden vanaf het Boeddhahuis het zandstrand bij de haven van Tazacorte. Je hebt er branding. Je hebt er strandstoelen. Je kunt er wat eten of drinken. Het is er niet superdruk. Er heerst een relaxte atmosfeer met niet al te veel toeristen van buiten en wél veel Palmero’s.  Het zeewater is heerlijk koel. We kochten twee parasolletjes en vonden verkoeling in de zee en  op het zwarte zand…

Tazacorte ligt op zeeniveau. Wij wonen op ongeveer 700m hoogte. Tijdens een kalima is het warmer, naarmate je verder de hoogte in gaat. Dat scheelt al gauw zo’n zes á zeven graden. Tijdens kalima’s in augustus vluchten Ruud en ik daarom voortaan naar Tazacorte.

De Kalima leverde wel weer een paar hele mooie zonsondergangen op. Vanuit de tuin van het Boeddhahuis.

 

Gelukkig hebben we in deze barre tijden de beschikking over mijn ‘verjaardagszwembadje’. Heel goed getimed, die aankoop! Het zwembadje brengt redding en verkoeling als de temperatuur aan het eind van de dag richting veertig graden gaat. Het zwembadje brengt verkoeling in de late avond, voor het slapen gaan. Niets is meer zomers dan liggend in je eigen zwembadje in het donker van een zwoele zomeravond naar de sterren hoog boven je te kijken..

 

Vandaag hebben we een dagje respijt. Als ik dit schrijf is het vier uur in de middag en maar 25 graden. Heel vreemd. Het voelt als een lentedag. Vanaf morgen gaan de temperaturen weer omhoog, zeggen de voorspellers. Tot ver in de volgende week blijft het warm.

Tijdens het komende weekend krijgen we bezoek vanuit Nederland. Ik kan het bezoek geruststellen. Ruud en ik zullen ons decent kleden. Maar bereid je voor op een paar hele warme dagen..  Het is weer eens wat anders dan een lang-weekend-met-michel-in-de-regen. Het zal nu meer in de richting gaan van een lang-weekend-met-michel-die-wanhopig-naar-schaduw-en-verkoeling-zoekt. Wat een roteiland eigenlijk, dat La Palma. Gaan we noooit meer naar toe.

Zomervakantie!

Afgelopen vrijdagavond begon onze zomervakantie. Twee weken lang hoeven we bijna niet te werken. Daar waren Ruud en ik stiekum erg aan toe, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Twee weken lang gaan we doen wat we altijd deden op het eiland, toen we nog in Nederland woonden. Twee weken lang geen deadlines te halen, geen dagenlange klussen op de finca en geen zorgen over vergunningen.

Uiteraard begon onze vakantie op vrijdagavond bij Flor de Lotus, de moeder aller pizzeria’s. Wereldberoemd in hééél Puntagorda.

 

We hebben flink mazzel met het weer tijdens onze vakantie. Het is nu echt hoog zomer op het eiland. Overdag is het warm en ook in de nacht komt het kwik niet onder de 17 graden. Dat geeft wel een fijn zomers gevoel.

Op zaterdagmiddag fietsten we op onze e-bikes naar de haven van Puntagorda. Vanuit het Boeddhahuis 10km heen en 10km terug. Zeven honderd meter dalen. Zeven honderd meter klimmen. Fluitend. In de sportstand.

 

In  het haventje was het druk zomers. Ook veel Palmero’s hebben vakantie in augustus. Veel van de weekendhuisjes waren bezet en er lagen flink wat motorbootjes voor anker in de puerto. Je kunt er zwemmen in een klein natuurbad (als de oceaan tenminste rustig is, wat vandaag het geval was). Ruud en ik bewaarden onze zwembroeken voor de maandag. Na een half uurtje klommen we de trappen weer op en fietsten we omhoog, terug naar het dorp.

 

Op zaterdagavond zagen we deze prachtige zonsondergang vanaf de plek van ons toekomstige keukenraam.

 

Op zondag deden we niks. Luieren, computeren, in de zon zitten, met de honden spelen in het Boeddhahuis. Hoewel ons huurhuis geen zwembad heeft en geen direct zicht heeft over de oceaan is het toch een super vakantiehuis. In de namiddag moest Ruud de bomen water geven op de finca. Ik maakte in de tussentijd nog wat resterend werk af.

Maandag werd een stranddag op het strand bij de haven van Tazacorte. Hadden we nog nooit gedaan, het strand bij Tazacorte. Meestal zoeken we iets stillers. Maar. Voor herhaling vatbaar. Het was er leuk. En het was super om in de oceaan te zwemmen zonder branding-met-keien. We vonden een plek onder een rieten strandparasol. Zelfs Ruud heeft niet hoeven smeren! Hij houdt af en toe wel van een gokje.

 

In de namiddag vertrokken we naar het noorden. Ooit hadden we tijdens een wandeling van El Tablado naar Roque del Faro (en weer terug) een strandje ontdekt, in de diepte. Dat strandje wilden we nu gaan verkennen. La Fajana, vlakbij het gehucht Franceses. Niet te verwarren met het complex La Fajana op de noordoostpunt van het eiland, waar een groot natuurzwembad is uitgehouwen in de rotsen.

Het noorden van La Palma is prachtig, zeker op een mooie heldere dag als op deze maandag. De autorit vanuit Tazacorte was al de moeite waard. Met muziekjes van Manu Chao, REM en Amadou & Mariam hard aan en de autoramen open. Maar in de afdaling naar het La Fajana werd het landschap pas echt adembenemend.

 

We kwamen uit op een prachtige plek. Een klein gehuchtje, pal aan de kust, bijna op zeeniveau, te midden van oude bananenplantages. Bij 27 graden een fijne plek om een beetje rond te dwalen. Maar een strand hebben we er niet aangetroffen. Wel een rots- en keienkust, waar je het water van de oceaan kunt aanraken. Te gevaarlijk om te zwemmen.

 

In de avond natuurlijk buiten ons eten opeten. (Maar dat doen we tegenwoordig bijna altijd al – da’s normaal geworden). Nog dertien dagen te gaan 🙂

Llano de las Ánimas

 

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de Roque de los Muchachos over de rand van de Caldeira de Taburiente naar de Pico Chico. We liepen op het Dak van Puntagorda. Tijdens de wandeling ontdekten we boven Puntagorda een betonweggetje dat omhoog klom tot bijna aan de kraterrand. Volgens een bordje heet het eindpunt van deze weg de Llano de las Ánimas. Wij noemen het de Zolder van Puntagorda. Een hele mooie plek met een fantastisch uitzicht op het dorp en de oceaan. We namen ons voor om snel te gaan ontdekken hoe we vanaf beneden tot aan deze plek zouden kunnen komen. Vandaag was de dag. Samen met moeders, gingen we op expeditie in het hoogland boven ons dorp. In de auto, uiteraard.

 

Met behulp van de ‘map out’ app op de mobiele telefoon was de autoroute naar het eindpunt van de betonweg op de Llano de las Ánimas, niet heel erg moeilijk te vinden. De weg ook daadwerkelijk ríjden was iets minder eenvoudig. Maar Ruud is een goede chauffeur en zonder echte problemen reden we over steeds smaller wordende weggetjes door een prachtig berglandschap. Op twee plekken waren de haarspeldbochten te scherp om zonder een keer ‘te steken ‘ te kunnen nemen.

 

Vanuit het dorp, dat op zo’n 700 meter boven zeeniveau ligt, reden we de berg op tot een hoogte van ongeveer 2.000 meter. We reden in een half uur omhoog. Over de terugweg deden we veel langer, want al deze foto’s moesten natuurlijk worden gescoord. Sommige foto’s hebben een beetje rare kleur. Ik moest ze nemen vanaf de achterbank van onze caddy, door het voorraam heen. Dat raam heb ik niet overal helemaal kunnen wegpoetsen achter mijn laptop.

 

We keken onze ogen uit. Ruud en ik vinden het landschap op deze plek erg mooi. Zelfs moeders vergat na een kwartiertje haar hoogtevrees.

 

In Augustus hebben Ruud en ik twee weken vakantie. We hebben ons voorgenomen om over deze weg te gaan wandelen. Vanaf de Repsol, tot aan de kraterrand. En weer terug. En hééél misschien, als we kunnen, door tot aan de Roque de los Muchachos. Voor de sport. Dat wordt een dagtocht. En het zal afzien zijn… Maar wel een hele mooie wandeling, denk ik. Een grote wens van Ruud.

 

Toch maar even een waarschuwing, voor je weet maar nooit. Wij reden deze route met onze auto, een VW Caddy. Dat was goed te doen. Maar Ruud is een goede chauffeur, zeker ook in de bergen. En Ruud heeft absoluut geen last van hoogtevrees. De weggetjes zijn smal, zonder vangrails. Op een paar plekken is de smalle weg ook nog eens erg steil. De route kent twee echt lastige haarspeldbochten. Op de weggetjes kunnen twee auto’s elkaar niet passeren, zonder voorzichtig te manoevreren . Als je dit alles eng vindt, of als je de kracht van de motor in je auto niet helemaal vertrouwt, moet je onze route niet navolgen. In elk geval niet met de auto.

Download

La Palma Thai

Sinds eergisteren zijn we weer terug van een weekje in Nederland. Een weekje NL is leuk en gezellig, en noodzakelijk voor mijn werk, maar ‘thuis is waar de honden zijn’, zegt Ruud altijd. En die zijn op La Palma.

Zó zag onze aankomst in NL er uit, ongeveer twintig minuten na het moment van landing op Schiphol. Let vooral op de details rechts in beeld. Venco, Redband en zoete harlekijndrop. Dat hebben ze hier allemaal niet, op La Palma, en dat is toch wel een groot gemis. Maar ‘thuis is waar de harlekijndrop is?”. Nou, nee, zo erg is het nu ook weer niet, dat gemis. La Palma blijft ons thuis.

 

Na aankomst op het eiland, woensdag vroeg in de middag, hadden we twee uur te overbruggen voordat het hondenpension weer zou openen, na de middagpauze. We hadden ons voorgenomen om ons best te doen en ook aan de oostkant van het eiland eens een plek te vinden, waar je lekker kunt eten op een terras met uitzicht over de oceaan. Dat was ons in al die jaren nog niet gelukt. Maar nu wel! We vonden Thai!! We ontdekten dat er langs het ‘oude’ strandje bij de hoofdstad Santa Cruz een kleine kiosko is, waar je thais kunt eten. De grote wens van Ruud, vervuld. Thai food op La Palma.

 

Aangezien we om half vier in de ochtend de wekker al hadden horen aflopen, besloten we dat het tijd was voor een warme maaltijd. Tom Ka Kai soep, gebakken rijst en een rode curry met kip. Naast Venco, Redband en Harlekijndrop hadden we ook Thais eten erg gemist op La Palma. Maar dat gemis is nu voorbij.

 

Zo ziet een tevreden Ruud er uit als hij net uit een Thai’s restaurantje komt gelopen.

 

Tudtu Thai Food. Bijna net zo lekker als Baan Isaan uit Nijmegen of Bai Yok uit Zwolle. Adressen uit ons voorbije leven in Nederland. Nu op La Palma alleen nog een winkel vinden waar ze Harlekijndrop verkopen. Of tikkels. Of winegums. Of Grimbergen Dubbel.  Of een adres vinden waar je biftekia met giros en Griekse salade kunt eten. Tips zijn welkom!

Na ons gelukmoment bij Tudtu Thai Food, snel naar Breña Baja om onze harige huisgenoten op te halen.

 

Thuis is waar de honden zijn 🙂 …

Hoppen op Zondag.

We deden het rustig aan vandaag met de bezoekende Janssens. Het werd een dag van hoppen. Hoppen van bezienswaardigheid naar terras naar bezienswaardigheid naar terras. Rustig aan & relaxed. Zodat we het allemaal een beetje konden uithouden in de hitte. Want het is warm op La Palma op het moment. Calima. Als het Calima is, stroomt er een warme luchtlaag vanaf de Saharawoestijn over de Canarische Eilanden. Hoe hoger je dan boven zeeniveau uitstijgt, des te warmer het wordt. In Puntagorda, op 700m boven zee niveau, liep het tegen de dertig graden aan. Dat vinden de mensen van hier ook warm.

 

De dag begon met een vrolijk ontbijt in de ochtendzon.

 

Daarna bezochten we de boerenmarkt op de Mercadillo van Puntagorda.

 

Even een bibberfoto staande op de glasplaat op één van de drie panoramapunten die bij de Mercadillo zijn gemaakt. Door de glasplaat heen kijk je langs je voeten  zo’n  honderdvijftig meter naar beneden. Gelukkig was ik de fotograaf en hoefde ik mijn hoogtevrees niet te bedwingen, maar kon ik de visite aanwijzingen geven hoe ze op de glasplaat moesten gaan staan.

 

Daarna een rondje over het kerkplein van Tijarafe.

 

En een bezoekje aan het terras-met-uitzicht bij Torre-El-Time.

 

Verlate lunch op de strandboulevard van Tazacorte.

 

En na een lome siësta in het Boeddhahuis pizza eten bij Flor de Lotus. Hoppen op zondag. We hadden weer een gezellige dag met elkaar. Het leek verdorie wel weer vakantie!

 

Regenwoud

Michel wilde op de laatste dag van zijn bezoek aan ons graag de waterval  bij Los Tilos zien. Dat kwam goed uit. Het was een regendag. Het groen van het regenwoud bij Los Tilos komt het best tot zijn recht als het regent..  En de waterval stroomt dan ook beter. Denk ik.

 

Ruud en ik hadden het regen-laurierbos bij Los Tilos al een paar keer eerder bezocht. De waterval hadden we echter nog nooit gezien. Om eerlijk te zijn hadden we de plek waar het water valt nog nooit kunnen vinden. Nu liepen we er in één keer zomaar tegenop. Als je vanaf de parkeerplaatsen naar het bezoekerscentrum van Los Tilos loopt, zie je vlak voordat je bij het hoofdgebouwtje bent een smal groen zijpad aan je linkerhand. Geen bordjes of aanduiding of wat dan ook. Dat pad is de weg naar de waterval. Een wandeling van een paar minuten. Eerst loop je door een soort van half open tunnel. Aan het eind kom je terecht in een prachtige groene kleine kloof. Aan het eind van de kloof vind je de waterval. Je bent er binnen tien minuten.

 

Het is een mooie waterval. Ik moest denken aan een dagtrip op één van onze Amerikareizen. Lower Calfcreek Falls, in Utah. De waterval van Los Tilos ligt net zo mooi besloten. Het groen is hier alleen veel groener, natuurlijk. We hadden mazzel. Door de regen was het niet druk. Ik kan me voorstellen dat het hier soms zwart staat van de mensen. De waterval werd van alle kanten door ons gefotografeerd, zoals het hoort als je een waterval ziet.

 

Je kunt door een nauwe ‘slotcanyon’ tot aan de voet van het vallende water lopen. Vervolgens kan je er ook langs heen lopen. Je komt dan uit in een prachtige brede kloof, de bedding van een (droge) rivier. Het groen van de weelderige plantengroei spat je hier echt van alle kanten tegemoet. Je kunt deze kloof een stuk inlopen en de natuur in je opnemen. Wij liepen maar een stukje, vanwege de regen. En vanwege de gedachte aan flashfloods in Amerikaanse slotcanyons, waarvoor gewaarschuwd wordt als het een keer regent in de woestijn. Hier geen waarschuwingen, dus het risico van flashfloods zal wel los lopen. Maar wat eenmaal in je hoofd zit, krijg je er niet zomaar weer uit… Dat geldt zeker voor sommigen van ons.

 

Ter hoogte van de eerste parkeerplaatsen bevindt zich een tweede wandelpad. Over dit pad kom je na zo’n drie kwartier bij het uitzichtpunt van Mirador Espigón Atravesado. We besloten deze wandeling te gaan maken, hoewel dit uitzichtpunt niet heel bijzonder is. De wandeling er naartoe is het doel. De weergoden besloten echter anders. Na een paar minuten te hebben gelopen, begon het zo hard te regenen, dat we noodgedwongen het kleine restaurant onder het centro visitante maar opzochten en daar papas fritas aten. Dat restaurant ligt midden in het bos  met een mooi buitenterras. Vast een hele leuke plek bij zonnig weer. Maar wij bezochten het regenwoud in de regen.

 

Op de terugweg naar Puntagorda reden we door dít weer.

 

Het bleef de hele verdere dag regenen op ons zomereiland. Onze geplande bbq op de laatste avond van Michel’s bezoek viel enigszins in het water. Gelukkig heeft ons Boeddhahuis een brede veranda, en met een beetje improviseren kom je een heel eind. We zullen aan alle weermannen en weervrouwen van de Canarias doorgeven wanneer Michel de volgende keer weer op bezoek komt. Het regent dan namelijk altijd. Kunnen ze dat alvast meenemen in hun vooruitzichten voor op die dagen.

Meer informatie over Los Tilos, en dan met name de grote wandeling bij Los Tilos, kan je hier vinden.

Rondje Puntagorda

Broertje is in Town.  En dat betekent dat we weer moeten fietsen. Maar fietsen op La Palma is geen straf. Vrijdagavond haalden Ruud en Michel met onze spiksplinternieuwe caddy drie moutainbikes op in Los Llanos.  Drie fietsen tegelijk bleken in één rit mee te kunnen in onze supercaddy, zodat we de hele zaterdag beschikbaar hadden om te kunnen fietsen in de buurt van Puntagorda en niet verplicht waren om onze fietsdag te beginnen op de stoep van ‘Emocion Cycling’ in Los Llanos.

Ruud en ik hadden een route bedacht met ons Boeddhahuurhuis als begin- en eindpunt. Geen tocht over met keien bezaaide bospaden dit keer. Meer een toertocht, maar wel een hele mooie toertocht. Vanuit Puntagorda reden we zuidwaarts de LP1 op tot aan het uitzichtpunt bij de Grote Drakenboom. Even voorbij de Drakenboom verlieten we de LP en sloegen we linksaf een asfaltweg bergopwaarts in. Vanaf dit punt begint het ‘Rondje Puntagorda’ pas echt. Je volgt het eerste stuk van de ‘Routa de Traviesa’ en rijdt door de wijnvelden naar omhoog.

 

De weersvoorspellingen waren slecht. De voorspellers voorspelden dat het eiland uitgerekend in het ‘Michel-weekend’ in ruime mate zou worden voorzien van het achterstallige regenwater, waarop iedereen die boer is op La Palma (en dat is bijna iedereen hier, uiteindelijk) met smart zat te wachten. Het voorspelde water kwam echter met vertraging en zou zich pas een paar dagen later  aandienen. Vandaag scheen de zon! Hadden wij even mazzel..

 

We reden op moutainbikes ‘con’, dus mét motortje. Onze tocht zou ons grotendeels voeren over kleine, verlaten geasfalteerde wegen en weggetjes. Eerst door de wijnvelden van de Traviesa en de Vega Norte, boven Puntagorda. Daarna door de dennenbossen op de hoog gelegen delen van de gemeente Garafia. Vervolgens in een superafdaling naar het laag gelegen Garafia zelf. Tot slot van Garafia, via het toeristentrekkergehucht Las Tricias, terug naar Puntagorda. Een prachtige afwisseling in landschappen, samen geperst in ongeveer vijftig kilometer. We deden er, inclusief horeca stops en veel fotomomenten, ongeveer vijf-en-een-half uur over.

 

Een toertocht op La Palma is volgens ons pas écht leuk als je tijdens je fietstocht op lege wegen door mooie natuur op gezette tijden ook iets van horeca tegen komt. Op deze route zit dat wel snor. Horeca kan je vinden bij Las Briestas, op ruim een uur na het startpunt in Puntagorda. Las Briestas is een restaurant met een binnentuin voor als het koud is en een schaduwrijk bos-terras voor op warme dagen. Vandaag was het koud, op zo’n 1.300m hoogte. Ruud, Michel en ik zaten dus op het schaduwrijke bos-terras. Twee van ons met een korte broek aan. Achteraf niet de slimste keuze, misschien. Bij Las Briestas kan je lekkere lokale gerechten eten. Of gewoon iets drinken en verder fietsen.

 

Ook op het mooie kerkplein van Garafia, ruim over de helft van de fietsroute kan je even lekker uitblazen op een terrasje in de zon. Met drie  Baraquito’s (sin) in de zon werden we daar weer lekker warm. Ten slotte is er het café-restaurant achter het kerkje van Las Tricias, op het einde van de route, waar je ook goed kunt zitten.

 

Op de fiets hadden we een prachtige dag. Veel gezien. Veel foto’s. Niet al te veel inspanning. Een Teunisvriendelijke fietstocht dus. Aan het einde van de middag reden we weer door de straten van Puntagorda  om te eindigen bij het Grote Beeld  dat ons huis zijn naam geeft.

Als je deze route zou willen na-fietsen, maar niet over een Boeddhahuis in Puntagorda beschikt, kan je het best beginnen vanaf de parkeerplaats bij de Mercadillo. Je fiets dan over de  Avenida, de ‘dorpstraat’, het dorp in naar het zuiden, totdat je bij de klok aankomt. Bij de klok ga je linksaf naar boven en rijd je naar de  LP1.  Over de LP1 rijd je vervolgens een stukje van ongeveer 2 1/2km  naar het zuiden, tot dat je de afslag naar boven, even voorbij de Drakenboom, tegenkomt.

 

Download

 

 

 

Poederfeest

Het is carnaval, ook op La Palma. Alleen duurt het carnaval hier de hele week. Ruud en ik zijn niet zo van die carnavalgangers. Maar we kregen van kennissen de uitnodiging om met hen mee te gaan naar het feest in Los Llanos, en dat hebben we afgelopen zaterdag gedaan.

Op La Palma bekogel je elkaar tijdens de carnaval met wit poeder. Verder hijs je je in een kostuum, drink je wat, dans je wat en ben je met je vrienden blij. Erg leuk om mee te maken en ook om naar te kijken.

 

Ik vond het erg leuk in Los Llanos. Carnaval in de open lucht onder een half bewolkte hemel,  bij 18 graden, zónder polonaises, is toch heel anders dan vernikkelen in de kou bij minus drie graden celcius, verzuipen in je pakje in de stromende regen of omvallen door gebrek aan zuurstof in bedompte overvolle zaaltjes en cafés, waar de lucht van verschaald bier hangt, om maar niet te spreken over andere luchtjes.

Het zou zo maar kunnen dat we volgend jaar meer werk gaan maken van de carnaval, nu we in het verre zuiden zijn. Ruud en ik zouden in elk geval ‘Los Indianos’, het carnavalsfeest van Santa Cruz de la Palma een keer mee willen maken. Dat wordt vandaag gevierd. Maar, vandaag moet ik werken… En met een (simpel) kostuum aan wat ronddwalen door Los Llanos volgend jaar, lijkt me ook wel wat.