Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..

Groene Vingers (4) Bougainville

In het voorjaar startte ik vol jeugdige overmoed en enthousiasme een aantal projecten met als doel stekjes te maken van struiken om straks het enorme terrein van onze finca mee te vullen. Ik deed maar wat, zonder na te denken over wat ik nou precies aan het doen was. De experimenten mislukten hopeloos.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan,  en de aanhouder wint. Nu het wat koeler is buiten en het steeds duidelijker wordt hoeveel ‘hellingen’ onze boomgaard heeft die moeten worden opgevuld met mooie struiken, ben ik weer aan de slag gegaan. Dit keer heb ik me wat beter voorbereid. Zo vond ik bijvoorbeeld deze site over het vermeerderen van bougainville. Bougainvillestruiken (en dan vooral de paarse variant) zouden wat ons betreft prima in ‘ons landschap’ passen. Ze bloeien negen maanden per jaar, kleuren goed bij het oranje van de sinaasappels en het groen van de avocado’s, kunnen prima tegen de warmte en hebben weinig water nodig. Ideale struiken voor op de hellingen van onze finca dus.

 

 

Zo zagen de stekken er uit die ik bijna drie weken geleden van de struik bij het toegangshek van het Boeddhahuis knipte. Ik maakte dertien stekjes, want had maar dertien lege plastic drinkwaterflessen tot mijn beschikking. De onderkant van de stekken doopte in ik een mengsel van spuug en kaneel, om schimmelvorming te voorkomen. De stekken plantte ik in een mengsel van potgrond en rode aarde uit onze achtertuin.

 

De kweekhoek ziet er zó uit. De afgeknipte flessen dienen als een soort van kas, zodat de stekken niet verdrogen.

 

Na twee-en-halve week al,  zijn vijf van de dertien stokjes kennelijk aangeslagen. Want er worden blaadjes aangemaakt. Veel sneller dan volgens mijn internetbron gebruikelijk is. Helemaal begrijpen en vertrouwen doe ik het daarom nog niet..  Zou het kunnen zijn dat die blaadjes ook kunnen gaan groeien, zónder dat er eerst wortels zijn aangemaakt. Nee toch? Ik heb geen idee, om eerlijk te zijn.  Ik kan overigens wél tellen. ‘Successtekje vijf’ staat niet op de foto, want groeit op in een andere kamer op een andere vensterbank.

Vijf op dertien zou ik een mooi slagingspercentage vinden. Vanochtend keek ik nog maar een keer onder de flessen op de vensterbanken en zag ik iets vaags groens verschijnen op nog eens drie van de kale stokjes.

 

Zó moeten ze ongeveer worden, uiteindelijk. Vanochtend liep ik langs de hellingen van de finca en telde ik uit dat we voor  minstens tien van deze struiken plek zouden hebben op de onderste hellingen. Dan is er nog ruimte genoeg voor de cactussen en aloe die we verder in gedachten hebben voor op de taluds. Het is leuk dat het erop lijkt dat het gestek nu wél gaat lukken. Maar ik houd nog een slag om de arm. Geen enkele ervaring en geen enkel idee. In Nederland was ik een intratuin-tuinier. Gewoon maar afwachten dus hoe het verder gaat en zonder al teveel nadenken de wiki-instructies blijven volgen. En langzaam leren hoe het moet.

Pillen, Sinaasappels en Bouwmaterialen

Het was koud in Puntagorda in de voorbije week. De temperaturen kwamen niet boven de 17 graden uit, de zon liet zich niet of nauwelijks zien en het regende zelfs wat, af en toe. Niet fijn, als je net terug bent uit Nederland en van daar een stevig verkoudheidsvirus meebracht. Niet fijn, als je in een huurhuis zonder verwarming woont. Vooral Ruud is sinds afgelopen dinsdag flink ziek geweest. Onderstaand pakketje van de plaatselijke apotheek hield hem nog enigszins op de been.

 

Gelukkig is het weer sinds gisteren opgeknapt. De zon schijnt weer. Er staat weer een ‘2’ als eerste getal van de dagelijkse maximumtemperatuur genoteerd, zoals het hoort. Gisterenmiddag brachten we een paar uur door op onze finca in het ‘lentezonnetje’. Ruud, voor het eerst weer buiten, zat lekker in de zon bij te komen en te genieten van hoe goed zijn sproei-installatie wel niet werkt. Hij voelde zich nog steeds te slap om iets te doen. Intussen maakte ik van de gelegenheid gebruik om de resterende geitenmest te verdelen over de volwassen bomen op de bovenste twee ‘zuid-terassen’. De grote avocadobomen wisten niet wat hen overkwam. Ze hebben al jaren geen mest meer gehad.. Dit jaar zitten ze vol met vruchten. Die moeten alleen nog wel flink wat groeien.

 

We ontdekten dat de eerste sinaasappels weer klaar zijn voor de pluk. Onderstaande boom (bovenste foto) heeft de primeur. Hij staat op het tweede zuidterras, vlak onder ons toekomstige huis. Ook de andere bomen beginnen stuk voor stuk, elk in eigen tempo, geleidelijk weer oranje te kleuren. De lente komt er aan…, zo voelt dat. Tot eind juni hoeven we geen sinaasappels meer te kopen in de supermarkt.

 

Een rondje langs de bomen leverde de volgende ‘oogst’ op. Voelt nog altijd bijzonder om sinaasappels, citroenen, mango’s en een verloren avocado te kunnen halen uit je eigen tuin. Ik ben er nog steeds niet aan gewend, dus het zal altijd wel bijzonder blijven voelen.

 

De keukentafel in het Boeddhahuis ziet er nu zó uit (foto hierboven). Werk aan de winkel. Appeltaart, appelmoes, citroencake, mangochutney en guacomole maken. Dan heb je wat te doen op een verloren zondag, zal ik maar zeggen. De appels komen overigens uit de tuin van het Boeddhahuis. Daar hangt nog veel meer, voor ons onduidelijk, fruit dat we niet weg gegeten of verwerkt krijgen.

Intussen geraken de bermen van het betonweggetje, dat midden over onze boomgaard loopt, langzaam maar zeker steeds voller met bouwmaterialen (en bouwafval?). De mannen van Óscar gebruiken ons terrein een beetje als stapelplaats. Het ziet er allemaal niet zo fraai uit, maar Ruud en ik putten er ook hoop uit. Binnenkort gaan de bouwwerkzaamheden dan toch écht beginnen..

 

 

Afgelopen maandag hadden we weer een gesprek met Óscar over de bouwbegroting. Ruud en ik hebben wat bezuinigingen aangedragen die onze aannemer grotendeels heeft overgenomen. Tegelijkertijd heeft Óscar zelf ook ruimte op de begroting gevonden. Met een combinatie van minder zwembaden, goedkopere bouwmaterialen en een langere doorlooptijd van de bouw hebben we de financiële problemen die een paar weken terug opdoken met de kosten van de energietoevoer en de waterzuiveringsinstallatie wel weer zo’n beetje opgelost. Komende week zien we Óscar weer en zetten we naar verwachting de spreekwoordelijke punten op de spreekwoordelijke ‘i’s.

Het lijkt erop dat we tóch niet verplicht zijn om een nieuwe aansluiting met het elektriciteitsnet te laten aanleggen. Voorwaarde is dan wel dat we  op een alternatieve wijze energie opwekken waarmee we continue stroomtoevoer voor de huizen kunnen garanderen. Dat moet lukken met het bedrag dat een aansluiting op het reguliere stroomnet zou gaan kosten. Ruud en ik zijn vast besloten om een installatie op zonne-energie te gaan doen, als we toch meer dan 20.000 euro kwijt zijn aan de stroomvoorziening. Óscar lijkt deze boodschap te hebben begrepen..

We hebben een datum geprikt. IJs en weder dienende, starten de mannen van Óscar op maandag 13 januari met het werk. Direct na de kerst en de (op La Palma) daarop volgende feestdagen van januari. Als het gaat zoals afgesproken, beginnen  we dan ongeveer zeven maanden  later dan gepland te bouwen.

 

Overigens is het vandaag dag 527 na vergunningsaanvraag. We wachten nog altijd  op het zo belangrijke papiertje.  Dát hadden Ruud en ik  toch echt niet gedacht, toen we in februari deze kant op kwamen.  Dat is misschien maar goed ook..

Dijk

Ruud is ook vandaag weer in de slag geweest met het verplaatsen van keien en stenen. Het is warm  hier, vanmiddag werd het 29 graden op de finca, dus het gaat om een warme klus!

Maar het resultaat mag er zijn. Kijk maar. De stenen gaan, precies zoals Ruud het al een half jaar in zijn hoofd had zitten, tegen het talud. Zo bouwen wij op 545m boven zeeniveau onze eigen Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Je kan het niet weten met dat klimaat en die stijgende zeespiegels. Wij zijn daar nu helemaal klaar voor.

 

Het talud ziet er nu een stuk ‘prettiger’ uit om naar te kijken. Het is de bedoeling om over een tijdje hier en daar op de steenhellingen ruimte maken voor planten als cactussen, aloë en bougainville. Maar dat is voor later. Nog vier terrassen te gaan…

 

Ook vanavond ging de zon weer op prachtige wijze onder.

Vrij van Stenen

Nu het werk aan het irrigatiesysteem zo’n beetje klaar is, is Ruud alvast aan het volgende karwei op de finca begonnen. De los liggende rotsen en keien moeten worden verwijderd van de verschillende terrassen. Zodat je er in het donker kunt lopen, zonder dat je je benen breekt. En zodat je er gras kunt maaien zonder voortdurend je draad te moeten vervangen. Alles ziet er nu nog weliswaar droog uit, maar de eerste regen is gevallen en binnenkort schiet het kruid van alle kanten weer op richting hemelboog.

Onderstaande foto’s laten een beetje zien hoe het eerste terras dat steenvrij is gemaakt er uit zag voordat Ruud aan zijn monnikenwerk begon. Deze foto’s zijn van mei of juni dit jaar.

 

Sinds afgelopen vrijdag ziet het tweede terras aan de zuidkant er uit zoals op de foto’s hieronder. Strak toch? Het heeft Ruud twee dagen hard werken, anderhalf  kilo aan lichaamsgewicht en zijn vingerafdruk voor op de I-phone gekost. Maar het resultaat mag er zijn. Vinden wij zelf.

 

We moeten nog een bestemming vinden voor alle keien die Ruud nu nog op de helling boven het terras heeft geparkeerd. En dit is nog maar de keienverzameling van één terras. Er volgen er nog vier. Muurtjes maken? Afvoeren? De mensen van het Consejo Insular de Aguas in een hinderlaag lokken en dan stenigen? In de barranco gooien, vanaf het Geheime Weggetje? Nee, dat laatste zeker niet. Iemand een idee?

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de pajero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Gaatjes Prikken

Na de leuke drukte van vorige week, met het bezoek van Angelique en Erika,  een tweetal gidswandelingen in de Caldeira, en dat alles in combinatie met mijn verblijf in Nederland, heeft Ruud deze week eindelijk de tijd om het werk aan het irrigatiesysteem op de finca af te maken.

 

En dat betekent: gaatjes prikken. Heel veel gaatjes prikken. Om de druppelslangen te kunnen inpluggen in de grotere aanvoerslangen. Totdat alle spieren en gewrichten er pijn van gaan doen.

 

Het oude irrigatiesysteem is vandaag definitief uitgeschakeld voor alle vier  noordelijke terrassen. De bomen van de onderste drie terrassen zijn inmiddels aangesloten op ons nieuwe systeem en hebben gisteren en vandaag hun eigen druppelslangen gekregen. Dat ziet er ongeveer zó uit.

 

Het bovenste terras op het noorden volgt morgen. Alleen de bomen op  het middelste zuidelijke terras krijgen nu nog hun water met het oude watersysteem. Maar dat is een kwestie van dagen. De bulldozers van Oscar kunnen komen! Fruitbomenwaterleidingtechnisch zijn we er klaar voor. De jong aangeplante avocado’s op het zuiden krijgen voorlopig nog water met de hand. Hun wortels zijn nog te klein voor een druppelslang.

 

Het heeft afgelopen zondag flink wat geregend op de finca. Voor Puntagorda-begrippen dan. Dat heeft de jongste aanplant goed gedaan. Alles staat er fris, groen en rechtop bij. Ook onze palmboom, die het nu echt lijkt te gaan redden op zijn nieuwe plek..

Op het onderste avocadoterras op het zuiden ligt nog één plantgat open. We komen een plant tekort. En er is nergens nog een avocadobaby te krijgen. Winter is coming. Het plantseizoen is voorbij. We maken het laatste gat gewoon maar weer dicht. Nog steeds gelukkig dat we de rest wel op tijd bij elkaar hebben kunnen sprokkelen.

 

Ik dacht appeltaart te gaan maken, van deze appels. Ze zien er op de foto zo gezellig uit en sinds we hier wonen weet ik hoe ik taarten moet bakken.

 

Maar het feest ging niet door. Althans niet met deze eigen appels. Gaatjes prikken. Dachten de bichos. Net als eerder dit jaar bij  een groot deel van de perenoogst het geval was, zaten de appels vol met wormholes en wormpjes.

Ik ga de fruitboomnetten van Antonio steeds beter begrijpen. Volgend jaar doen we een fruitbomennettenplan en maken de bichos geen kans. Al doende leert men. Dan heeft het appelboompje van op de foto overigens al plaats gemaakt voor een vakantiehuis. Gaan we vanuit 🙂  🙁 .

 

En dat vakantiehuis zal dít uitzicht hebben. Mooi toch?

Steeds meer avocado’s…

Sinds afgelopen vrijdag zijn Ruud en ik weer avocado’s aan het inplanten. Het warme, droge weer dat altijd meekomt met een Calima liep vrijdag op zijn einde. De temperaturen zijn nu weer aangenaam zomers.

 

Het is echt heel veel werk om alle resterende vijftig planten op tijd in de grond te krijgen. Als we er dertien op een dag doen, er passen dertien planten in de auto, zijn we na afloop knap moe.

 

Beetje bij beetje begint het onderste zuidterras zich nu echter te vullen met kleine groene plantjes. Het is een bijzonder gevoel om op je eigen landje avocado-boertje te mogen spelen en langzaam maar zeker te zien hoe alles wat je bedenkt ook daadwerkelijk vorm krijgt.

 

Hier is het uiteindelijke allemaal om begonnen. De pakweg vijftien ‘oude’ avocadobomen dragen al volop vrucht. Het is eigenlijk voor het eerst dat we dat zien gebeuren. In het verleden kregen ze jarenlang echt veel te weinig water. Op een avocadoblog (ja, die bestaan), las ik dat een volwassen avocadoboom gemiddeld zo’n 500-600 vruchten per seizoen kan produceren. Zo goed doen onze bomen het bepaald niet. Als ik honderdvijftig avocado’s tel aan een boom, zijn het er veel.

In het eerste oogstjaar, dat is in 2022 of 2023 mogen we overigens gemiddeld tussen de tien en twintig avocado’s per aangeplante boom verwachten. Ons harde werken dient dus een doel voor de lange termijn.

 

De voorbije kalimaweek is niet bepaald een zegen geweest voor onze palmboom. De wereld is ook wreed. Nét als je wordt overgezet, als je op je kwetsbaarst bent als plant, komt de nachttemperatuur niet onder de 23 graden uit en daalt de luchtvochtigheid naar richting tien procent. Zie dan maar eens te overleven. Onze palm doet zijn best. Meer kunnen we niet vragen of verwachten.

 

De roedel is inmiddels goed thuis op de finca. Hieronder zie je een actiefoto van een gezamenlijke hagendissenjacht. Drie honden om een boom. Hagedis maakt geen kans. Samenwerking heet dat.

 

Gisteren zagen we ook voor de eerste keer de roedel in actie om ‘hun’ territorium te bewaken. Er liep een niets vermoedende mevrouw met hond ons terrein op. Dat doet ze waarschijnlijk al jarenlang, want onze finca is jarenlang een braakliggend verlaten gebiedje geweest, waar bijvoorbeeld ook gejaagd werd op konijnen. Nu kreeg mevrouw de schrik van haar leven. En haar hondje ook. Drie grote hard blaffende honden kwamen er van achter de sinaasappels op haar af stormen. Niet helemaal de bedoeling natuurlijk, maar Ruud en ik vonden het stiekum ook wel best zo. Mevrouw had inmiddels kunnen weten dat het terrein niet meer verlaten is.  De roedel bleef keurig bij de achteringang van de boomgaard ‘de wacht houden’. Je snapt niet goed hoe die honden kunnen begrijpen tot waar ‘de grens loopt’.  Maar ze weten het.

Op de foto hieronder zie je hoever we gisterenmiddag om één uur waren gekomen. Alle ‘Fuertes’ zijn geplant. Met de ‘Hass-bomen’ zijn we op de helft. ‘Fuertes’ en ‘Hass’ bevruchten elkaar. De beste avocado’s komen van de Hass. Maar op elke zesde of zevende Hass-avocadoboom moet er een Fuerte-avocadoboom worden ‘ingeroosterd’. Anders gaat het allemaal niet werken met die avocado’s. Zegt men.

 

Die calima kwam overigens wel op een heel vervelend moment. Niet alleen voor de palmboom, maar ook voor ons. Er moeten  nu nog zo’n 25 bomen worden geplant en dat werk komt door het calima-uitstel nu helemaal op het bordje van Ruud terecht. Vanwege het NL-werk kan ik niet meer meehelpen. Als ik terug kom uit Nederland moeten de bomen echt in de grond staan, voordat de regendagen komen. Het leven van een avocadoboer gaat soms niet over rozen.

Nog meer avocado’s

De afgelopen drie weken zijn we, tussen alle andere bedrijven door, flink druk geweest met ons ‘derde terras’ aan de zuidkant van de boomgaard. Dit is het grootste van alle zeven terrassen die gezamenlijk onze finca vormen. Door een groot, ondergronds, lek in het irrigatiesysteem hebben de bomen op dit terras  jarenlang geen of heel erg weinig water gekregen. De helft van het terras bestond uit kale verdroogde grond, toen we ons perceel kochten. Op de andere helft stonden een stuk of tien, moegestreden avocoadobomen. Ook een jaar mét voldoende water, was voor deze bomen niet genoeg om nog  te kunnen herstellen. De sinaasappelbomen op het terras herstelden wel goed. Maar daar hebben we er zó veel van. En sinaasappels brengen bijna niks op. Dus werd het ‘time for a change’, vonden Ruud en ik.

In mei van dit jaar zag het derde zuidterras er nog zó uit.

 

Inmiddels zijn deze plaatjes voltooid verleden tijd. De ‘pala’ van José kwam, zag en overwon. Als eerste werden de bomen gerooid en afgevoerd. Daarna werd de de bovenlaag van 60 cm picon weg geschoven en werd de grond vrij gemaakt van grote keien en resten van archeologische irrigatiesystemen. Er is wat aan ‘buis’ in de grond gestopt in de voorbije jaren.

 

De grond werd open open gebroken met alweer de ‘pala’ en ge-egaliseerd met een tractor.

 

Vorig weekend kon Ruud bedenken op welke plekken we avocado-bomen gaan planten. De bomen moeten minimaal 4,5m uit elkaar staan. Sommige mensen zeggen die afstand zeven meter moet zijn. Andere mensen zeggen dat dit ouderwets en achterhaald is.  Minder ruimte tussen de bomen, en de bomen korter houden. Dat levert meer vruchten per m2 op. Allemaal Palmero’s, die het kunnen weten.  Modern als we zijn, kozen wij uiteindelijk voor de 4,5 meter.  Bij elk plastic pijpje komt een boom.

 

Afgelopen zaterdagmiddag werden met een mini graafmachine de plantkuilen voor ons gegraven. Vijftig stuks. Het werk was in een uurtje gepiept. Je moet er toch niet aan denken dat je dit allemaal met de hand zou moeten doen..

 

Ruud is er in geslaagd om op diverse adressen in Los Llanos, El Paso en ons eigen dorp de ontbrekende avocado planten bij elkaar te scharrelen. Rond het Boeddhahuis hebben we er nu vijftig klaar staan om in te planten. We wachten er nog even mee, omdat er deze week warm weer wordt voorspeld. Aan het einde van de week zou het moeten kunnen.

 

Onze palm staat nu ruim een week op zijn nieuwe plek. Om de andere dag krijgt de ‘vondeling’ enkele kruiwagens vol met water. Zoals het er nu naar uit ziet, gaat de boom het redden op zijn ereplaats. Maar ik denk dat we een jaar verder moeten zijn, voordat we dat zeker zullen weten. Hij was zo klein toen we hem voor het eerst zagen opschieten, vanuit een klodder geitenmest, tussen de takken van een kale sinaasappelboom door. Nu is hij al bijna groter dan een volwassen man. Binnen anderhalf jaar. Hopen dat hij het redt.

Ook het kleine drakenboompje langs de weg heeft het geweld van de pala overleefd.

 

Intussen groeit en bloeit elders in de boomgaard alles door alsof er niets aan de hand is. De mango’s komen er aan. Citroenen zijn er altijd. En natuurlijk maken de sinaasappels zich langzaam maar zeker alweer op voor de pluk van  het volgende voorjaar.

 

Over drie of vier jaar zullen de nieuwe avocado bomen mee doen met dit spel.

En nu moeten ze groeien!

Zo begon het, een maand of drie geleden. We gingen bomen tellen. Hoeveel bomen stonden er nu eigenlijk op onze finca, en van welke soort? De precieze aantallen ben ik al weer vergeten. Al tellend veranderde voor Ruud en mij  namelijk de onderzoeksvraag. Hoeveel bomen zouden er KUNNEN staan op onze finca? Er was zoveel ongebruikte ruimte. We zagen zoveel sinaasappelbomen in slechte conditie die nauwelijks iets opbrengen. Op sommige plekken stonden de bomen op en in elkaar, elkaar verdrukkend in een hopeloos grid. We besloten dat het roer om moest. Zonde om al die ruimte niet wat meer economisch te benutten. Weg met de voorzichtigheid!  We vonden dat het tijd werd voor een Grote Ingreep in onze boomgaard.

 

Avocado’s. We besloten avocado’s te gaan planten, zoals iedereen hier doet, als men een terrein op de hoogte van onze finca bezit. Avocado’s op de drie zuidelijke terrassen van onze finca. Of in elk geval op het bovenste en het onderste terras. Wat we precies met het middelste terras gaan doen, weten we nog niet. Sinaasappelbomen zijn best mooi om te zien vanuit je huis, grote delen van het jaar. Misschien laten we ze daarom toch maar staan op dit terras.

Tijdens de Grote Bomentelling zag ons bovenste terras aan de zuidkant er zó uit.

 

Anderhalve week geleden zag het zelfde terras er uit als op de foto hieronder. Het deed ons aanvankelijk wel een heel klein beetje pijn om alles er zo bij te zien liggen, want plaatje 1 ziet er er natuurlijk veel beter uit dan plaatje 2. Maar veel van die bomen stonden er écht niet goed bij.

 

Na de rode lintjes en de komst van het Bakbeest hielden we vijf goede sinaasappelbomen en zes redelijk goede avocadobomen over. Zo maakten we ruimte voor zeventien nieuwe avocadobomen op dit terras. Vandaag was het voor hen de grote dag. BoomPlantdag! De laatste keer dat ik een boomplantdag meemaakte, zat ik in de zesde klas van de lagere school. Stompzinnige activiteit, dat bomen planten vond ik toen. Met z’n allen elkaar een beetje in de weg lopen op een modderveldje in een of andere  uithoek van het dorp, ‘omdat kinderen en bomen nu eenmaal de toekomst hebben’. Ik was ook op mijn elfde al niet zo’n groepsmens en niet zo into lege slogans. Alle parkjes waar ik destijds zo’n boomplantdag meemaakte, zijn inmiddels al weer verdwenen en volgebouwd. Bijna alle kinderen van toen zijn er gelukkig nog. De ene toekomst is de andere niet. Maar dat kon ik toen nog niet weten.

 

Dat planten van die zeventien boompjes nam uiteindelijk bijna een hele dag in beslag. Notoire slowstarters als Ruud en ik zijn, begon de boomplantdag-voor-oudere-jongeren op onze finca pas rond elf uur. Even voor zessen en vele zweetdruppeltjes en uithijgmomenten later, waren we klaar en stonden de aguacates, zoals avocado’s hier heten,  in gelid in de grond. Het planten van een boompje kostte ons gemiddeld dus 25 minuten. Dat kan vast sneller en efficiënter. Maar we deden alles met de hand en hadden ook pauzes voor de fun. We hadden het erg naar ons zin op onze finca. De zon scheen. De oceaan was prachtig blauw. Er scheerden voortdurend een paar kleine valkjes laag over de terrassen heen en weer,  op zoek naar muis en hagedis. En er moet eigenlijk ook  best veel gebeuren, voordat zo’n boompje staat.

Gelukkig had Jose voor ons de kuilen al uitgegraven met een kleine graafmachine.

 

In elke kuil gooiden we als eerste stap van het boomplantproces een handje ongebluste kalk over de grond. De ongebluste kalk schijnt de wortels van  het plantje te beschermen  tegen schimmelziekten en te zorgen voor een wat hogere PH-waarde van de grond. Avocado’s vinden dat fijn, is ons verteld.

 

Na de kalk was het mest halen op de aangevoerde mesthoop. Dennennaalden, gemengd met geitenpis. Voor elke boom een kruiwagen plus een emmer vol.

 

De emmer mest gooiden we over het laagje ongebluste kalk. Daarna  hakten we de mest fijn met een steekschop uit de tuingereedschapserfenis van mijn vader, die ik koester. Zo leuk dat al die schoppen en spaden en harken en schoffels, die herinneringen tastbaar houden, mee zijn gekomen uit Nederland en nu in een schuurtje in Puntagorda staan.

 

Laagje grond over de mest, want de wortels van jonge avocadoboompjes moeten niet meteen in aanraking komen met het dennennaaldengeitenpismengsel. Daar zijn ze nog te klein en te teer voor. De mest is voor later, als ze groter en sterker zijn en meer eten nodig hebben.

 

Na de mest en het zandbedje, nog een keer een laagje mest en een zandbedje indoen in de kuil. Daarna kijken of het plantje past en niet boven of onder het maaiveld uitsteekt.

 

Dan het Grote Moment: De avocadobaby wordt voorzichtig uit het potje gehaald, waarbij het belangrijk is dat je ervoor zorgt dat de kluit niet breekt.

 

De kluit helemaal ingraven met zand. De kuil moet helemaal dicht. Zonder graafmachine dit keer, gewoon met twee scheppen en vier handen. Valt niet mee als de zon schijnt en als je tere laptophandjes hebt. Maar ik heb maar één blaar opgelopen, dus dat valt best mee.

 

Als het plantje  vast op zijn plek staat, kieper je de kruiwagen met mest leeg. Met je handen maak je een mooie ring van de mest om de avocado heen.

 

Vervolgens gooi je het allerlaatste zand van de zandstapel naast de kuil over de mest heen. Het plantje staat nu in een ondiepe kuil. De ring van mest is straks het fundament voor de nog aan te leggen druppelslang van het irrigatiesysteem en zal geleidelijk oplossen en inklinken.

 

Maar de eerste tijd is het plantje nog te te klein voor de druppelslang. De wortels moeten zich nog gaan verspreiden over de boden. Tot dat het zover is, en dat duurt enkele maanden zegt Kakien, moeten de plantjes liefst met de hand water krijgen. Vandaag kregen ze allemaal één emmer. Voorzichtig in het kuiltje gegoten. Vanaf volgende week doen we dit met een grote tuinslang of misschien tóch met een druppelslang, maar dan één die ‘strak’ om de stam van de avocado gerold is. Dat laatste hebben we afgekeken van een paar grote avocadovelden die onlangs in de buurt zijn aangeplant en waar men echt niet alle 1.380 boompjes met de hand water gaat geven, dag in, dag uit.

 

Als laatste krijgt het plantje een beschermingskraag. Hiermee wordt voorkomen dat de stam van het plantje kapot wordt gevreten door konijnen of andere bichos met scherpe tanden.

 

Zoals altijd bij dit soort klussen, lag de algehele coördinatie vandaag weer in handen van Fenna. Fenna is een kei in het delegeren van werkzaamheden. Zij bewaakt de hoofdlijnen en zorgt dat de targets of the day gemeet worden.

 

Ons terras ziet er nu uit als hieronder. Ruud en ik zijn erg tevreden met het resultaat. En nu moeten ze groeien! Over een jaar of drie kunnen we de eerste avocado’s plukken en verkopen, zegt iedereen die het hier weten kan, hetgeen wordt bevestigd door de ‘vakliteratuur’ die we van het internet hebben geplukt. Avocado’s verkopen in de toekomst, daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen.

 

Kiek’nwattwordt, zeggen ze in Twente.