Intussen in de Boomgaard (3)

Het leven in Coronatijd gaat voor Ons Soort Mensen min of meer ongestoord door. We mogen dan weliswaar vanwege de noodtoestand het huis niet uit. Maar Ons Soort Mensen bezit een finca. En sinds vandaag weten we helemaal 100% zeker dat we ondanks De Grote Nationale Corona Winterslaap ongestoord vrij heen en weer mogen reizen van het Boeddhahuis naar onze finca. We ontvingen onderstaand bericht van Cocampa, de coöperatie waarbij we zijn aangesloten.

 

Ruud en ik waren best blij met dat bericht, Want hoewel het voor ons al wel duidelijk was dat ‘boeren’ gewoon mogen doorwerken, twijfelden we toch of dit ook voor ons gold. Er wordt nu stevig gecontroleerd door politie of je je met een reden op straat begeeft, zelfs in een dorpje als Puntagorda, en we willen geen regels overtreden in het land waar we te gast zijn. Officieel zijn Ruud en ik geen ‘boeren’, maar ‘verhuurders van woningen bedoeld voor kortdurend toeristisch verblijf’.  In Spanje luistert het heel erg nauw, voor welke activiteit je bedrijf geregistreerd staat. Het is zelfs een probleem om de opbrengst van de fruitverkopen netjes op te geven bij de belastingdienst als je niet als ‘boer’ geregistreerd staat. Daar kan je een flinke boete voor krijgen.

In bovenstaand bericht staat echter dat iedereen die een finca heeft vrij heen en weer mag reizen vanaf zijn huis naar die finca, en weer terug,  om voor beesten, bomen, planten of bloemen te zorgen. Mits de finca op het zelfde eiland staat als waarop je huis staat. En dat mag ook als je geen ‘professional’ bent.  Dit laatste gaat over ons. Geen beperkingen meer vanaf nu. En af en toe een kleine omweg… wie doet ons wat? Even naar de finca voelt als luchten tijdens gevangenisstraf.

Tussen het schilderen van het hout voor het dak van het grote huis door, heeft Ruud in de afgelopen weken monnikenwerk uitgevoerd in de boomgaard. Groot onderhoud aan de sinaasappelbomen. Met engelengeduld. Hieronder zie je Ruud bezig met de agendaplanning van een willekeurige werkdag.

 

Alle sinaasappelbomen die in de afgelopen drie jaar niet werden gesnoeid door Kakien,  waren toe aan een ‘grote onderhoudsbeurt’ met de motorzaag, de takkenschaar en de snoeischaar. De bomen hadden veel dood hout en droegen ziekten in zich. Maar niet alle bomen kunnen we  op de ‘Kakien-manier’ rigoreus terugsnoeien naar de stam, wat het beste zou zijn, omdat we dan een kale finca hebben. Sommige bomen moeten gewoon ‘groot’ blijven om ervoor te zorgen dat er geen zichtlijnen tussen de toekomstige huizen ontstaan. Al die bomen heeft Ruud nu onderhanden genomen. Dat waren er een stuk of dertig. Per boom zo’n drie tot vier uur werk. Met engelengeduld werden de bomen in model gezaagd en geknipt. Hieronder zie je een boom vóór de knipbeurt en ná de knipbeurt.

 

De foto’s hieronder geven een idee van het ‘totaal-effect’ op hoe de sinaasappelterrassen van de finca eruit zien na het werk van de sinaasappelbomenkapper. Het begint er op sommige terrassen nu eindelijk echt een beetje op te lijken, vinden we zelf.

 

Uiteindelijk doe je het allemaal  hier voor. De sinaasappeloogst is begonnen…

 

Als ik dit schrijf, moet Ruud de laatste twee bomen nog ‘knippen’. Dan is het voorbij. Dan is ook het allerlaatste stukje achterstallige onderhoud van de boomgaard voorbij. Daar hebben we een jaar over gedaan. Een mijlpaal. Grote grijns van Ruud 🙂 . Mag hij daarna beginnen met het reguliere onderhoud. Grote grijns van Teunis 🙂 🙂 🙂 .

Intussen wordt het voor ons steeds duidelijker dat we echt een hele mooie plek op La Palma hebben gevonden. Nu de silhouetten van de eerste twee huizen staan, en de slechte bomen allemaal zijn gerooid of gesnoeid, vallen zaken helemaal op zijn plaats. Er is een ruimtelijk evenwicht op het terrein aan het onstaan. Daarbij wemelt het van de dieren in de bongerd; hagedissen, vlinders, kleine vogels, zoemende insecten en bichos-die-knagen-aan-gevallen-vruchten-in-de-nacht. En dan is er altijd het prachtige uitzicht over oceaan, wolkenluchten en de zonsondergang. Zelfs op een wat sombere, half bewolkte dag ziet het er prachtig uit. Vinden we zelf.

 

Eergisteren lukte het mij eindelijk om een foto te maken die ergens op lijkt van één van onze twee valkenvrienden. De boomgaard is samen met de aanpalende barranco en de graslandjes en dennenbosjes in de directe omgeving het jachtterrein van twee (ik denk) torenvalken. Ze zijn absoluut niet schuw en trekken zich er niets van aan als er mensen over het terrein lopen. Soms vliegen ze vlak boven je hoofd in een glijvlucht richting hagedis. Ik vind het prachtig om te zien en hoop dat ze dit nog jarenlang blijven doen. Ook als er straks (ooit) afgebouwde vakantiehuizen staan met gasten erin.

 

De avocadoplanten slaan goed aan. Het is soms nog wat zoeken hoeveel water we ze moeten geven. De planten zijn nog erg gevoelig voor schommelingen in het weer. En wij zijn nog niet zo heel erg ervaren in het bekijken en lezen van de planten. Zoiets moet je leren.

 

Maar dít hieronder is volgens ons toch echt het avocado-equivalent van een blije blozende mensenbaby. En zo staan de planten er momenteel bijna allemaal bij, zeker op het grote, laagste, avocadoterras. De planten groeien nu zo snel dat Ruud aan de gang moet met het vervangen van de rieten steunstokken voor hogere metalen steunstangen. Alweer zo’n klusje waar een monnik gelukkig van zou kunnen worden. Ruud is een geduldig mens. Hij heeft er echt schik in.

 

We hebben ook een paar ‘zorgenkindjes’ onder de aanplant. Die zorgenkindjes zien er nu zó uit. Volgens verschillende mensen die van La Palma komen, komt het wel goed met ze, zolang  de stam groen is. En inderdaad, na een kale winter beginnen nu ook de zwakke broeders blad aan te maken. Misschien dat ze het nog gaan redden. We geven ze nog een maand of twee.

 

De grote broers staan volop in de vruchten. Ook voor de avocado’s geldt dat het langzamerhand tijd is om ze te plukken en te oogsten. Avocado’s plukken dat ziet er ongeveer zó uit. Onze volwassen bomen zijn erg hoog en de vruchten moeten daarom met flink wat kunst en vliegwerk en klimwerk verzameld worden. We moeten eigenlijk een lange takkenschaar gaan kopen. Sinds vandaag weten we dat ook ‘niet-professionals’ dergelijke spullen weer mogen kopen. Wie weet?

 

Auke en ik plukten gisteren samen de enige avocadoboom die in de achtertuin van het Boeddhahuis groeit leeg. Hele mooie vruchten zonder dat de boom enige verzorging van ons heeft gehad, behalve dan water.

 

Vandaag bracht Ruud onze eerste vruchtenvracht naar Erwin. Erwin is een fruithandelaar in het dorp. Vijfenzeventig kilo avocado’s, Vijfenzeventig kilo sinaasappels. Volgende week horen we hoeveel we ervoor gaan krijgen. De komende weken zullen we wekelijks of 2x per week zo’n vracht langs kunnen brengen. Met zo’n frequentie krijgen we onze bomen wel leeg en hoeven we niet naar de handelaren in Los Llanos, dat op drie kwartier rijden en vier politiecontroles verderop ligt.

 

In de vorige blogpost schreef ik dat we zeker niet naar La Palma zouden zijn vertrokken als we vooraf hadden geweten hoe de zaken zich hier zouden ontwikkelen. Dat leidde tot veel reacties via de ‘informele kanalen’. Maar.

 

Daarom eindig ik dit bericht met de mededeling dat Ruud en ik erg blij zijn met het feit dat we vooraf niet wisten hoe zaken zich zouden ontwikkelen. Ondanks onze zorgen over het thuisfront en het geïsoleerde leventje dat we momenteel noodgedwongen leiden, zijn we nog steeds heel blij met ons leven op het Lente-eiland. We voelen ons nog altijd erg thuis hier. Als de Corona voorbij is, en als we gezond zijn gebleven, gaan we gewoon weer verder met het Grote Plan. Tot die tijd plukken we sinaasappels en avocado’s en schuifelen we wat rond tussen de bomen.

Intussen in de Boomgaard (2)

De foto hieronder kopieerde ik ergens vorige week uit De Volkskrant. Dit is Twente. In Twente zijn ze blij met de vele regen die er de laatste tijd is gevallen. Althans, men is blij op het kantoor van het Waterschap. Volgens de Volkskrant. Eindelijk is er weer genoeg grondwater na twee belachelijk hete zomers. De foto is leuk voor mij, omdat ik de plek van de foto ken. De brug staat niet ver van ons oude huis vandaan. We wandelden er regelmatig met de honden. Dat is Nederland.

 

Bij ons in Puntagorda liggen de zaken een beetje anders. Hieronder zie je de Balsa Montaña del Arco. Dit waterbassin ligt een paar honderd meter boven het dorp. Ons irrigatiewater komt er vandaan. We hebben een rechtstreekse verbinding. De zomer moet nog komen. Maar het spaarbekken staat maar voor een kwart vol. En het water zit vol met algen.

 

Dat laatste vermoedde Ruud al. Daarom ging hij er eens kijken. Hieronder zie je de drukmeters van ons watersysteem, direct vóór (achterste meter op de foto) en direct ná (voorste meter op de foto) het waterfilter. De meters staan niet gelijk. En dat betekent dat het filter dicht zit. Met algen. Heel vervelend, want dat betekent 1) dat er mogelijk iets mis aan het gaan is met de wateraanvoer (check, zie boven, klopt) en 2) dat Ruud om de twintig minuten het waterfilter moet schoonmaken als de bomen allemaal tegelijk water krijgen.

 

Dat schoonmaken van het filter gaat zo. Je kunt zien dat Ruud dit echt een leuk kwarweitje vindt, dat hij fluitend uitvoert. Elke keer weer.

 

Twee weken geleden heeft Kakien de citrusbomen bespoten met het breedspectrumgif tegen de Serpeta Fina.  Een week geleden heeft hij op de bovenste terrassen aan de noordkant een aantal sinaasappelbomen met de motorzaag gesnoeid. Over drie jaar zijn ze weer prachtig. Tot die tijd is het even slikken.

We hebben er weer een nieuwe grote stapel hout bij. Normaal gesproken zouden we dat hout verbranden, maar dat durven we niet goed. Niet vanwege de droogte. Niet vanwege de nabijheid van nog droger dennenbos. En niet vanwege de broze relatie met onze bovenbuurvrouw die het toch wel lastig vindt dat we aan het bouwen zijn op onze finca. Begrijpelijk, want vlak boven ons probeert ook zij vakantiehuisjes te verhuren. We laten het hout dus maar afvoeren. Dat kan alleen maar helemaal aan de andere kant van het eiland, bij Brena Baja.

 

Naast de gesnoeide bomen zijn we ook bezig een groot aantal andere bomen te ‘knippen’; we halen met een snoeischaar het dode hout uit de boom en proberen de boom zo weer een beetje in model en in het groen te krijgen. Soms pakt dat heel goed uit. Soms is het resultaat wat minder. Dan zit er zoveel dood hout in de boom dat knippen tóch snoeien wordt. Ook na zo’n mindere knipbeurt komt het weer helemaal goed met de boom, vertelt iedereen die het weten kan ons. Daar hopen we dan maar op.

 

En dan hadden we natuurlijk de zandstorm. Ruim een week geleden stormde het hier met wind vanuit het oosten, waar de Sahara ligt. Er ligt veel zand in de Sahara en er kwam dus veel zand met de wind mee naar de Canarische Eilanden. Behoudens een grote stofenzandwegveegendweilbeurt die noodzakelijk was in het Boeddahuis, dat vol met kieren en gaten zit, hebben we eigenlijk niet heel veel last van de storm gehad. De wind kwam uit het oosten. De eilanden Tenerife en La Gomera pakten het meeste zand voor ons eilandje uit de lucht. Wat er aan zand overbleef kwam de berg niet echt over en bleef hangen in het oosten van het eiland.

 

Ook op de finca viel de stormschade reuze mee. Onze boomgaard ligt in een beschutte kom, zeker als de wind uit het oosten komt. Zelfs de dennennaalden die ik een tijdje terug op het avocadoterras uitstrooide, zijn blijven liggen. Dat zegt genoeg, denk ik. We hadden geluk, want elders aan de westkant van het eiland was de schade door de stormwind voor bananen of avocado’s enorm. Één van de mannen die aan onze huizen bouwen vertelde bijvoorbeeld dat hij zijn hele avocadoboomgaard kan kappen omdat de bomen onherstelbaar beschadigd zijn. Het zal je gebeuren…

 

Sinds een kleine week hebben we een Rain Bird op onze finca. Ruud heeft de beregening geautomatiseerd. Vanaf nu krijgen de terrassen volautomatisch één voor één water. Dat scheelt een hoop herrie in de metalen aanvoerbuizen van ons irrigatiesysteem en ook een hoop gestress bij Ruud als het warm wordt op het eiland terwijl wij net dán in Nederland zijn. De bomen krijgen in het nieuwe schema elke nacht een beetje water. Dat is tegen de plaatselijke zeden en gewoonten. Men vindt dat met name avocadobomen af en toe veel water moeten krijgen, en dan weer droog moeten vallen. Ruud gelooft er niet in. Hij heeft via het internet geleerd dat het anders zou zitten en we hebben het goede voorbeeld van Avocadogoeroe Hans onder handbereik. Elke nacht een beetje water dus. Is beter. Denken wij. Met Hans.

 

Het is lente op de finca. De sinaasappelbomen komen weer in de bloesem. Het ruikt heerlijk als je ons terrein op rijdt. En dit is nog maar het begin..

 

Ook de oude  avocadobomen die mochten blijven staan,  beginnen op grote schaal bloemen aan te maken. Dat zijn de vruchten voor het volgend jaar. Maar ook dit jaar mogen we al vruchten plukken. Een wereld van verschil met het vorige jaar, toen onze bomen nauwelijks vrucht droegen en ook niet zo heel best in het blad zaten. Een beetje water, een beetje mest en af en toe een praatje doen wonderen, kennelijk.  Ruud en ik zijn benieuwd hoeveel manden vol er uiteindelijk van de bomen af zullen komen.

 

Rond de jaarwisseling maakten we ons best wel een beetje zorgen over de staat van onze bomen. Bladeren die geel waren, bomen die kaal werden. We hadden geen idee wat er aan de hand was, maar het voelde allemaal niet goed. Een paar maanden later, met de nodige hulp en instructie van Marc, onze Zwitserse citrusvruchtenbijnabuurman, Oswaldo Avocado van Cocampa en de nuchtere praktijkervaring van Kakien beginnen we een beetje grip op de situatie te krijgen, voor ons gevoel.

 

De bomen staan er nu uiteindelijk best goed bij, toch? Zelfs onze barancohelling ziet er mooi uit, eind februari begin maart.  Het blijft puzzelen, zoeken, gokken, uitproberen en leren, zo’n boomgaard. Maar dat is best leuk. Heel erg leuk.

Dennennaalden en Mais

Vorig najaar hebben we het laagste terras onder ons toekomstige grote huis opnieuw beplant met avocadoboompjes. Voordat die planten de grond in gingen werden op het hele terras eerst de oude bomen gerooid en werd het terras opnieuw geëgaliseerd en steen/rotsvrij gemaakt.

Normaal gesproken rond deze tijd van het jaar, half februari, zou de regen ervoor hebben gezorgd dat er rondom de avocadoplanten grassen en bloemen in vele varianten groeien. Maar het regent niet. Door de droogte blijft het maar een kale zandvlakte op het terras. Dat is niet gunstig voor de nieuwe planten. Van Oswaldo kreeg Ruud daarom het advies om zoveel mogelijk organisch materiaal rondom de planten te brengen. Hoeft niet persé mest te zijn. Organisch materiaal helpt de grond in droge tijden om het schaarse vocht langer vast te houden. Daarbij biedt het een ‘thuis’ voor nuttige insecten en beestjes. Tot slot stijgt door het aanbrengen van een laagje organisch materiaal rondom de avocadoplanten de temperatuur van de grond net iets minder snel op warme dagen. Alle kleine beetjes helpen om de planten door hun kwetsbare periode heen te loodsen.

 

We kregen het advies om dennennaalden, die elders op ons terrein rijkelijk aanwezig zijn, naar het terras te brengen. Dit heb ik afgelopen weekend gedaan. Bijna vijftig kruiwagens vol.

Eerst de naalden bijelkaar harken in onze ‘dennennaaldenmijn’ op de hellingen aan de uiterste noordkant van onze boomgaard

 

Met de kruiwagens vol dennennaalden ruim twee honderd meter lopen naar het kale terras.

 

En daar de dennennaalden in ruime kringen rondom de avocadoplanten verspreiden. Een zenwerkje waar ik gelukkig van kan worden. Wel een werkje met een hoog ‘creatief-met-kurk’-gehalte. Basismateriaal: dennennaalden.

 

Sinds kort is er voor de mannen van Óscar een koffiezetapparaat aanwezig in het betonnen gereedschapsschuurtje dat op onze finca staat. Waarom Ruud of ik zo’n apparaat niet eerder in het schuurtje hebben neergezet, begrijp ik achteraf ook niet. Hoe dan ook, tijdens de grootscheepse verplaatsing van het basismateriaal was er tijd voor twee bakken koffie per ochtend.  In je eentje koffie te drinken op een vroege zaterdag- of zondagochtend. Zittend op de toekomstige stoep van het grote  huis op de stille finca, waar de eerste sinaasappelbloesems aan de bomen verschijnen. Of voor de allereerste keer in een ommuurde toekomstige keuken, nog zonder dak, die je tot voor kort uitsluitend via een sketchup-modelletje kon ervaren op het scherm van je laptop. Dit alles terwijl de zon schijnt, de wind zacht door de bomen ruist en het verder overal nog muisstil is. Een stilte die alleen wordt verstoord door het gezang van kanarie-achtige vogeltjes, hoog uit de grote dennenboom, waaronder jij je koffie zit te drinken,  op de stoep of in de keuken-zonder-dak. Mooie momenten zijn dat. Koffie op die manier is veel lekkerder dan normaal het geval is.

 

Op het onderste terras aan de noordkant van onze finca stonden twee jaar geleden vrijwel dode sinaasappelbomen. Kakien snoeide ze een paar maanden nadat wij de finca kochten, in februari 2018. Twee jaar later staan de bomen erbij als hieronder. Klein nog, maar je ziet het sinaasappelbomenlaantje in de richting van het tweede vakantiehuisje, dat helemaal op het eind van dat laantje zal worden gebouwd, al vorm krijgen. Eén foto verder zie je hoe het er twee jaar geleden uitzag op dit terras.

 

Intussen staat de duraznoboom op die plek al weer mooi in de bloesem.

 

Na mijn dennennaaldenboogie,  die een zaterdagochtend en een zondagochtend duurde, ziet het onderste zuid-terras er nu uit, zoals op de foto’s hieronder. We denken er nog over na om hier en daar  mais en aardappels tijdelijk in groepen bij te planten. Dat was ook een tip van zowel Oswaldo als Kakien. Met name de mais schijnt een thuis te zijn voor de natuurlijke vijand van de grootste vijand van de avocadobomen. Dat zijn miniscuulkleine rode spinnetjes. De vijand van mijn vijand is mijn vriend, en daar moet je een huis voor maken, als je wil dat hij je vijand bestrijdt . En verder vinden we het gewoon leuk om mais en aardappels te planten, en te kijken hoe het opkomt (óf het opkomt). Als we er tijd voor kunnen vinden. Want er ligt wel het één en ander voor ons in het verschiet, qua klussen,  in de komende weken. Binnenkort wordt het hout voor het dak van het grote huis geleverd. Dat hout moeten Ruud en ik gaan schuren, bewerken met een beschermende laag tegen houtvretende insecten en voorzien van een donkerbruine, ebbenhouten, kleur. Daar zien we een klein beetje tegenop, om heel eerlijk te zijn. Maar op deze manier besparen we een flink bedrag op de bouwkosten.

 

In het aankomende weekend zal Kakien op een aantal andere plekken op de finca de citrusbomen gaan snoeien. En voordoen aan Ruud en mij hoe we dit in de toekomst zelf kunnen doen. We snoeien de bomen een beetje met pijn in het hart. Het zal er de komende twee, drie jaar behoorlijk kaal uitzien op enkele van de snoeiplekken. Maar het inkorten en saneren is op langere termijn het behoud van onze bomen. Ze zijn jarenlang niet goed bijgehouden en daardoor uit hun krachten gegroeid. Slechte vruchten. Veel dood hout. Bevattelijk voor ziekten. Uiteindelijk ten dode opgeschreven, als we er niets aan doen. Slechte heelmeesters maken stinkende wonden. Laten we het dan maar snel doen.

Beetje bij beetje krijgt alles wat nog moet gebeuren op de finca, een plek in ons hoofd. Daar hebben we best lang over gedaan, vinden we zelf. Maar. Dat is helemaal niet erg.

Intussen in de boomgaard

Alle aandacht gaat op dit moment natuurlijk uit naar de bouw van het eerste huis. Er ligt een fundament. Er komen muren omhoog. Het huis krijgt vorm. Dat is bijzonder om mee te maken. Daarbij kennelijk ook leuk om over te lezen, want de bezoekersaantallen van ons blog schieten omhoog. En daar zit geen Chinees bij, deze keer.

Maar intussen gebeurt er van alles in de boomgaard dat minstens net zo belangrijk is voor ons grotere plan. Ruud heeft er min of meer een dagtaak aan om grip te krijgen op de fruitbomen. Want wát moet je wánneer doen om ervoor te zorgen dat die bomen (weer) in vorm komen? Verzin het maar. En vervolgens: dóe het dan ook maar… Mucho trabajo! Veel werk! Met het hoofd en met de handen.

Anderhalve week geleden hebben we onze eerste twee manden met sinaasappels van dit seizoen naar Erwin gebracht. Erwin is  de fruithandelaar in het dorp. De meeste sinaasappels op onze boomgaard zijn pas klaar voor de pluk vanaf eind maart / begin april. Maar we hebben een paar bomen staan met vroege ‘navelinas’.  Die kunnen we nu al beetje bij beetje leeg plukken. Voor ons zelf en dus nu ook voor Erwin en daarmee voor onze zwarte pizza-kas.

 

We leerden Marc kennen. Marc is een Zwitser van tegen de zeventig die al zo’n twintig jaar heen en weer reist tussen zijn vaderland en Puntagorda. Ongeveer honderd meter boven ons, ca 750 meter loopafstand, bezit hij een finca vol met allerlei soorten citrusbomen. Het telen van citrusvruchten is zijn grote passie. Ruud is er op bezoek geweest en keek er zijn ogen uit. Zo mooi als alles erbij stond. Kom daar bij ons maar eens om, op Finca Kreupelhout…  Marc weet alles van citrusbomen. Hij kan er hele avonden over vertellen. Ruud heeft al veel van hem geleerd. Marc is van mening dat we ons zelf de tijd moeten gunnen met onze bomen. Minstens drie jaar voordat alles er een beetje bij staat, zoals we voor ogen hebben. Gezond, met blad, zonder ziekten en veel vruchten dragend.

De kennis van Marc moeten we nu gaan toepassen. We begonnen maar met de schaartjes. Op voorspraak van Marc kochten we  via het internet bij een bedrijf in Murcia onderstaande oogstschaartjes. Zo’n internetbestelling gaat niet helemaal vanzelf op ons Lente-Eiland. Met name de afhandeling in het plaatselijke postkantoor is nog wel eens een dingetje. Vergeet het Nederlandse ‘vóór 22.00u besteld = de volgende dag bezorgd aan huis’. Vertaal dit ongeveer naar ‘als je zo dapper-en-moedig bent om over het internet bij ons iets te bestellen, komt het bestelde op een dag tóch nog bij je thuis.’ Mits je het pakketje zélf gaat ophalen bij het postkantoor en mits je er rekening mee houdt dat je voor het afhalen van één internetpakketje ongeveer vier bezoekjes aan het postkantoor nodig hebt. En een NIEnummer. Alle vier de keren dat je er bent.  En een zonnig humeur. Ook alle vier de keren dat je er bent. Alles went. Het valt ons eerlijk gezegd al heel erg mee dat we op La Palma gewoon spullen via het internet kunnen blijven bestellen. Dat hadden we niet verwacht, toen we hier naar toe kwamen. Ruud is er echter maar druk mee. Zaken die in Nederland vanzelfsprekend lijken te zijn, en weinig van je tijd in beslag nemen, kosten hier soms de helft van je werkdag en godallejezus veel geduld en relativeringsvermogen. Ruud krijgt er rimpels van.. Maar.  We zijn dan toch de trotse bezitters van twee oogstschaartjes uit Murcia.

 

Hieronder zie je een sinaasappel waar Marc wel een beetje van schrok, toen hij met Ruud onze sinaasappelterassen inspecteerde. De vlekjes op deze sinaasappel zijn geen vlekjes maar hele kleine beestjes. Ze zitten in de sinaasappelbomen in de uiterste noordoosthoek van onze boomgaard. De bomen daar zijn kaal aan het worden. We wisten niet goed hoe dat kwam, en wat we ermee moesten. Nu weten we dat dus wél. Op de tweede foto zie je een sterk vergrote afbeelding van de beestjes, afkomstig van een internetbron. Serpeta Fina. De diertjes vreten de boom van binnen uit op en vernietigen zo de hele boom, als ze niet met grof geweld worden bestreden. Bomen waar de beestjes hun gang konden gaan, zien er nu uit als op de onderste foto van het blokje hieronder. Organische bestrijdingsmiddelen helpen niet tegen Serpeta Fina. We zijn daarom gedwongen om op de sinaasappelterrassen nog een keer met een breedspectrum systeemgif te gaan spuiten. Dat systemisch gif is  niet alleen dodelijk voor de serpeta, maar ook voor alle andere insecten rond de fruitbomen. We willen het  dus eigenlijk niet, maar kregen dringend advies toch maar te gaan spuiten. Om te voorkomen dat het huidige kreupelhout op onze finca straks alleen nog brandhout kan zijn. Dat advies volgen we op.

Kakien gaat het gif voor ons kopen. Je hebt op La Palma namelijk een carnet, een vergunning,  nodig om landbouwgif te kunnen kopen en te gebruiken. Om dat carnet te krijgen moet je eerst  een cursus volgen en een examen afleggen. In het Spaans, uiteraard. Dat is nu nog nét een brug te ver voor Ruud. (Maar dat duurt niet lang meer, denk ik, want Ruud gaat heel goed in het Spaans). Kakien zal de citrusbomen komende zaterdag voor ons onderhanden  nemen.

De bomen laten in maart hun oude bladeren vallen, om eerst bloesems en daarna nieuw blad aan te maken. De nieuwe bladeren zouden gezond moeten zijn, na de gifsessie met Kakien.  In maart moet Ruud als vervolgactie op de gifspuiterij het nieuwe blad besproeien met jabón potásico (dat is kaliumzeep, biologisch spul) om de komst van  nieuwe Serpeta-diertjes in de kiem te smoren. Ze stikken in een zeeplaag op de blaadjes, is de bedoeling.

 

 

Inmiddels is Ruud ook begonnen om op advies van Marc de sinaasappelbomen systematisch van mest te voorzien. Maandelijks krijgen ze nu bladmest (stikstof) en per boom 200g mestkorrels met daarin stikstof, fosfor en kalium. Veel bomen hadden lichtgroene of geelachtige bladeren. Donkergroen blad betekent dat ze gezond zijn. Het licht gekleurde blad duidde op een tekort aan meststoffen, volgens Marc. Je moet veel leren als je zo dom bent om een boomgaard vol met sinaasappelbomen te kopen, zonder enige kennis van zaken over hoe je die bomen in leven houdt. Het is fijn dat er mensen in het dorp rondlopen die ongevraagd behulpzaam willen zijn. Het is leuk om al deze materie beetje bij beetje onder de knie te krijgen.

Zo’n zelfde verhaal hebben we te vertellen over de avocado’s. Ruud en ik hebben  dan wel een stuk of zeventig van die bomen aangeplant, maar wat weten wij, kantoorkneuters uit Nederland, nou goedbeschouwd van avocado’s? We zijn daarom lid geworden van een landbouwcoöperatie die gespecialiseerd is in de teelt van de groene vettige vrucht met de dikke pit in het hart. Cocampa is de naam van de coöperatie. Het idee is dat je (te zijner tijd, in ons geval) de vruchten via Cocampa verkoopt en daarbij een percentage van de opbrengst afstaat aan de vereniging. In ruil daarvoor krijg je ondersteuning en advies over hoe je de opbrengst van je bomen zo maximaal mogelijk kunt laten zijn. Dat advies hebben we hard nodig. No sabemos nada.. We weten van niets. ‘You know nothing, John Snow’, dat is het gevoel…

 

De adviseur die namens Cocampa de leden van de coöperatie in Puntagorda bezoekt en met advies bijstaat heet Oswaldo. In de afgelopen twee weken heeft hij twee keer een bezoek gebracht aan Ruud en de finca. Bij elkaar heeft hij er wel een paar uur rond gelopen en Ruud over veel dingen bijgepraat. Oswaldo vond dat we het niet slecht hadden gedaan met de aanplant van de avocado’s en de wijze waarop Ruud de beregening had aangelegd. De jonge planten staan er over het algemeen goed bij, ondanks dat we erg laat waren met het inplanten vorig jaar. Da’s toch wel fijn om te horen, soms. Want, we doen maar wat, met al onze goede bedoelingen. Op basis van bodemmonsters die Oswaldo heeft genomen op de avocado-terassen, zal hij binnenkort een bemestingsschema naar ons sturen. We ontvangen daarnaast nog een schema om veel voorkomende ziekten preventief te bestrijden. Dat is nou net de informatie die Ruud nodig heeft, want verzin het allemaal maar eens als Hollander zonder landbouwachtergrond in een vreemd land. Internet is ook niet alles.

Vorige week heeft Ruud de druppelslangen rond de kleine plantjes aangelegd. Het is de bedoeling dat we nu stoppen met het handmatig water geven. De wortels van de planten moeten de druppelslangen gaan opzoeken. Dat is even spannend. Een kritisch moment in het leven van een avocadostek. Het is voor ons harstikke moeilijk om te bepalen of een plantje er slap bij hangt omdat het teveel of te weinig water heeft gekregen op een bepaald moment. Daar moeten we nog gevoel voor gaan krijgen, moeten we nog leren.

 

De jonge aanplant heeft het zwaar gehad in december en januari. Het was op de meeste dagen eigenlijk te koud voor avocadobabies in de volle grond en veel van het jonge blad werd verscheurd door de harde wind. Toen we rond de kerst een week in Nederland waren, was het juist weer onverwacht en onaangekondigd erg warm op het eiland. De plantjes kregen een tik omdat ze te weinig water van ons hadden gekregen, voordat we naar NL vertrokken. Sinds een week of twee is het opnieuw warmer op het eiland. Lekker warm nu, 22-23 graden. Té warm voor wat normaal is op het eiland voor de tijd van het jaar, zegt iedereen die het weten kan. Maar onze babies houden ervan en knappen zienderogen op. De plantjes maken bloemen en nieuw blad aan. In maart, juni en september mogen we drie echte groeispurts verwachten. Als de planten dit jaar goed doorkomen zijn ze, aan het einde van hun eerste jaar in de grond, struiken geworden. Dan hebben ze nog twee volle jaren te gaan om kleine boompjes te worden en hun eerste vruchten voort te brengen. Tot zover de theorie. We gaan zien of het lukt.

In afwachting van het definitieve bemestingsplan krijgen ook de avocado’s nu alvast hun periodieke voedingstoffen toegediend van Ruud. Aminozuren (isabion), omdat ze dat zo lekker vinden, en stikstof, omdat álle planten daarvan houden.

 

Oswaldo heeft verteld dat de bloemetjes die nu groeien, en waar we zo blij mee waren, moeten worden verwijderd. De planten moeten hun energie steken in het ontwikkelen van een wortelstelsel en blad. Niet nu al in bloemen en vruchten. Oswaldo heeft verteld dat alle nieuwe bladeren en stengels die zijn gaan groeien op een plek  ónder het punt waar de avocadoplant is geënt op een andere variëteit, moeten worden verwijderd. De entplant is uitsluitend bedoeld om goede wortels aan te leveren voor zijn gast. Het is niet de bedoeling dat dit wortelstelsel een eigen wil gaat krijgen en de plant alsnog in zijn geheel overneemt. De gastplant levert immers de betere vruchten en is meer resistent tegen ziekten. Vóór de komst van Oswaldo was ik er mij niet eens van bewust dat onze planten geënt zijn. Ruud wist dit overigens al wel. Hoe dan ook: hij is er maar druk mee. Maar. Hij heeft er schik in.

 

Eergisteren kwam ik na afloop van mijn laptopdag naar de finca om samen met Ruud een stukje te gaan wandelen. Ruud was echter nog druk met het afknippen van bloemetjes enzo. Ik liep het rondje dus alleen om even mijn hoofd leeg te maken, en maakte onderstaande foto’s.

 

Gewoon op een doordeweekse woensdagavond in februari. Het is hier zó leuk…

Lente in Puntagorda

Het is lente in Puntagorda. Kijk maar. Onze amandelboom staat vol in de bloesem.

 

Tegelijkertijd wacht iedereen hier met smart op een paar regendagen. Het heeft nog vrijwel niet geregend in het noordwesten van La Palma tijdens dit ‘regenseizoen’.  De grond is gortdroog (als er niet gesproeid wordt). We maken ons er wel een beetje zorgen over. Als het nu al zo droog is overal, hoe zal het dan komende zomer zijn? Amandelbomen kunnen uit met heel weinig water. Maar de rest?

Harken, Kruien, Planten

In de afgelopen weken stonden de werkzaamheden op de finca in het teken van Stenen. Stenen bij elkaar harken. Stenen in een kruiwagen gooien. Stenen verplaatsen naar plekken waar ze geen kwaad kunnen, zelfs een beetje nuttig zijn.

We verwijderden alle losliggende stenen van de terrassen en legden de keien tegen afbrokkelende randen van sommige hellingen als versteviging, met als motto ‘opgeruimd staat netjes’.

 

Daarna begon het Grote Harken. Op de nieuw aangeplante terassen lag het nog vol met onnoemelijke aantallen kleinere stenen, lavabrokken en grote kiezels, daar twaalf jaar geleden met vrachtwagens tegelijk gestort door de vorige eigenaar, zo heeft men ons verteld. Als je op die terrassen liep, brak je je enkels bij elke stap. De vorige eigenaar had een  hekel aan modder in de winter, vandaar de stenen. Wij hebben laarzen in de winter, als het nodig is na een regenbui. De stenen moeten dus weg.

Sinds onze thuiskomst op oudejaarsdag heeft Ruud dagen lang geharkt. Hij droomt er van. In zijn dromen blijft hij eeuwig harken en komen er steeds weer nieuwe stenen door het zand naar boven drijven…

 

Op de bovenste foto hieronder zie je het effect van het harken. De foto is van het onderste terras aan de zuidkant van onze boomgaard. Links zie je de keien voordat Ruud met zijn grote hark is langs gekomen. Rechts zie je hoe alles er uit ziet, ná Ruud-met-de-hark. Wij vinden dat het resultaat de moeite van het al het werken meer dan waard is.

Op de onderste foto zie je hoe alles wordt als het gras is terug gekomen. Grasveld rondom de bomen!

 

De laatste grote stenenklus voor het moment is nu het wegkruien van de bij elkaar geharkte stenen. Ik heb afgelopen zondag het bovenste terras aan de zuidzijde van onze finca leeg gekruid en gestort op een plek waar dit nodig was om een al te steile helling wat vlakker te maken en daarmee veiliger voor onze toekomstige gasten, mochten zij gaan ronddwalen in de nacht.

 

Ruud heeft in de afgelopen week een begin gemaakt met het leegkruien van het onderste zuidterras. Dit weekend maken we het samen af.

 

Zoals altijd deed Fenna  de Algehele Organisatie, de Kwaliteitsbewaking en Het Toezicht. Daar is ze een meester in. Op een strategisch punt, van waaruit ze alle werkzaamheden goed kon overzien,  had ze haar ‘control centre’ ingericht. Een bewijs van haar onbetwiste kwaliteiten als ‘green belt’,  aanjager en kwartiermaker.

 

Onder haar deskundige leiding begon ik vorige week zondag aan een nieuwe mijlpaal in de realisatie van ons plan. Voor het eerst zette ik plantjes in de grond die vorm moeten geven aan een onderdeel van het tuinontwerp dat we voor ogen hebben. Dat ontwerp moet overigens nog gemaakt worden. Vooralsnog hebben we slechts globale ideeën. Maar deze plantjes staan er dus al. Kunnen ze alvast gaan groeien. Aloë, Vetplanten en grondbedekkers. We hopen op enig respect van de bouwvakkers.

 

We doen nog even een overzichtsfoto van de werkzaamheden van afgelopen zondag.

 

Na afloop van de werkzaamheden  op maandag kreeg Ruud deze voorstelling.

 

Daarna kwam hij  met een voldaan gevoel, terug naar het Boeddhahuis, alwaar ik juist mijn werklaptop dichtklapte.

Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..

Groene Vingers (4) Bougainville

In het voorjaar startte ik vol jeugdige overmoed en enthousiasme een aantal projecten met als doel stekjes te maken van struiken om straks het enorme terrein van onze finca mee te vullen. Ik deed maar wat, zonder na te denken over wat ik nou precies aan het doen was. De experimenten mislukten hopeloos.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan,  en de aanhouder wint. Nu het wat koeler is buiten en het steeds duidelijker wordt hoeveel ‘hellingen’ onze boomgaard heeft die moeten worden opgevuld met mooie struiken, ben ik weer aan de slag gegaan. Dit keer heb ik me wat beter voorbereid. Zo vond ik bijvoorbeeld deze site over het vermeerderen van bougainville. Bougainvillestruiken (en dan vooral de paarse variant) zouden wat ons betreft prima in ‘ons landschap’ passen. Ze bloeien negen maanden per jaar, kleuren goed bij het oranje van de sinaasappels en het groen van de avocado’s, kunnen prima tegen de warmte en hebben weinig water nodig. Ideale struiken voor op de hellingen van onze finca dus.

 

 

Zo zagen de stekken er uit die ik bijna drie weken geleden van de struik bij het toegangshek van het Boeddhahuis knipte. Ik maakte dertien stekjes, want had maar dertien lege plastic drinkwaterflessen tot mijn beschikking. De onderkant van de stekken doopte in ik een mengsel van spuug en kaneel, om schimmelvorming te voorkomen. De stekken plantte ik in een mengsel van potgrond en rode aarde uit onze achtertuin.

 

De kweekhoek ziet er zó uit. De afgeknipte flessen dienen als een soort van kas, zodat de stekken niet verdrogen.

 

Na twee-en-halve week al,  zijn vijf van de dertien stokjes kennelijk aangeslagen. Want er worden blaadjes aangemaakt. Veel sneller dan volgens mijn internetbron gebruikelijk is. Helemaal begrijpen en vertrouwen doe ik het daarom nog niet..  Zou het kunnen zijn dat die blaadjes ook kunnen gaan groeien, zónder dat er eerst wortels zijn aangemaakt. Nee toch? Ik heb geen idee, om eerlijk te zijn.  Ik kan overigens wél tellen. ‘Successtekje vijf’ staat niet op de foto, want groeit op in een andere kamer op een andere vensterbank.

Vijf op dertien zou ik een mooi slagingspercentage vinden. Vanochtend keek ik nog maar een keer onder de flessen op de vensterbanken en zag ik iets vaags groens verschijnen op nog eens drie van de kale stokjes.

 

Zó moeten ze ongeveer worden, uiteindelijk. Vanochtend liep ik langs de hellingen van de finca en telde ik uit dat we voor  minstens tien van deze struiken plek zouden hebben op de onderste hellingen. Dan is er nog ruimte genoeg voor de cactussen en aloe die we verder in gedachten hebben voor op de taluds. Het is leuk dat het erop lijkt dat het gestek nu wél gaat lukken. Maar ik houd nog een slag om de arm. Geen enkele ervaring en geen enkel idee. In Nederland was ik een intratuin-tuinier. Gewoon maar afwachten dus hoe het verder gaat en zonder al teveel nadenken de wiki-instructies blijven volgen. En langzaam leren hoe het moet.

Pillen, Sinaasappels en Bouwmaterialen

Het was koud in Puntagorda in de voorbije week. De temperaturen kwamen niet boven de 17 graden uit, de zon liet zich niet of nauwelijks zien en het regende zelfs wat, af en toe. Niet fijn, als je net terug bent uit Nederland en van daar een stevig verkoudheidsvirus meebracht. Niet fijn, als je in een huurhuis zonder verwarming woont. Vooral Ruud is sinds afgelopen dinsdag flink ziek geweest. Onderstaand pakketje van de plaatselijke apotheek hield hem nog enigszins op de been.

 

Gelukkig is het weer sinds gisteren opgeknapt. De zon schijnt weer. Er staat weer een ‘2’ als eerste getal van de dagelijkse maximumtemperatuur genoteerd, zoals het hoort. Gisterenmiddag brachten we een paar uur door op onze finca in het ‘lentezonnetje’. Ruud, voor het eerst weer buiten, zat lekker in de zon bij te komen en te genieten van hoe goed zijn sproei-installatie wel niet werkt. Hij voelde zich nog steeds te slap om iets te doen. Intussen maakte ik van de gelegenheid gebruik om de resterende geitenmest te verdelen over de volwassen bomen op de bovenste twee ‘zuid-terassen’. De grote avocadobomen wisten niet wat hen overkwam. Ze hebben al jaren geen mest meer gehad.. Dit jaar zitten ze vol met vruchten. Die moeten alleen nog wel flink wat groeien.

 

We ontdekten dat de eerste sinaasappels weer klaar zijn voor de pluk. Onderstaande boom (bovenste foto) heeft de primeur. Hij staat op het tweede zuidterras, vlak onder ons toekomstige huis. Ook de andere bomen beginnen stuk voor stuk, elk in eigen tempo, geleidelijk weer oranje te kleuren. De lente komt er aan…, zo voelt dat. Tot eind juni hoeven we geen sinaasappels meer te kopen in de supermarkt.

 

Een rondje langs de bomen leverde de volgende ‘oogst’ op. Voelt nog altijd bijzonder om sinaasappels, citroenen, mango’s en een verloren avocado te kunnen halen uit je eigen tuin. Ik ben er nog steeds niet aan gewend, dus het zal altijd wel bijzonder blijven voelen.

 

De keukentafel in het Boeddhahuis ziet er nu zó uit (foto hierboven). Werk aan de winkel. Appeltaart, appelmoes, citroencake, mangochutney en guacomole maken. Dan heb je wat te doen op een verloren zondag, zal ik maar zeggen. De appels komen overigens uit de tuin van het Boeddhahuis. Daar hangt nog veel meer, voor ons onduidelijk, fruit dat we niet weg gegeten of verwerkt krijgen.

Intussen geraken de bermen van het betonweggetje, dat midden over onze boomgaard loopt, langzaam maar zeker steeds voller met bouwmaterialen (en bouwafval?). De mannen van Óscar gebruiken ons terrein een beetje als stapelplaats. Het ziet er allemaal niet zo fraai uit, maar Ruud en ik putten er ook hoop uit. Binnenkort gaan de bouwwerkzaamheden dan toch écht beginnen..

 

 

Afgelopen maandag hadden we weer een gesprek met Óscar over de bouwbegroting. Ruud en ik hebben wat bezuinigingen aangedragen die onze aannemer grotendeels heeft overgenomen. Tegelijkertijd heeft Óscar zelf ook ruimte op de begroting gevonden. Met een combinatie van minder zwembaden, goedkopere bouwmaterialen en een langere doorlooptijd van de bouw hebben we de financiële problemen die een paar weken terug opdoken met de kosten van de energietoevoer en de waterzuiveringsinstallatie wel weer zo’n beetje opgelost. Komende week zien we Óscar weer en zetten we naar verwachting de spreekwoordelijke punten op de spreekwoordelijke ‘i’s.

Het lijkt erop dat we tóch niet verplicht zijn om een nieuwe aansluiting met het elektriciteitsnet te laten aanleggen. Voorwaarde is dan wel dat we  op een alternatieve wijze energie opwekken waarmee we continue stroomtoevoer voor de huizen kunnen garanderen. Dat moet lukken met het bedrag dat een aansluiting op het reguliere stroomnet zou gaan kosten. Ruud en ik zijn vast besloten om een installatie op zonne-energie te gaan doen, als we toch meer dan 20.000 euro kwijt zijn aan de stroomvoorziening. Óscar lijkt deze boodschap te hebben begrepen..

We hebben een datum geprikt. IJs en weder dienende, starten de mannen van Óscar op maandag 13 januari met het werk. Direct na de kerst en de (op La Palma) daarop volgende feestdagen van januari. Als het gaat zoals afgesproken, beginnen  we dan ongeveer zeven maanden  later dan gepland te bouwen.

 

Overigens is het vandaag dag 527 na vergunningsaanvraag. We wachten nog altijd  op het zo belangrijke papiertje.  Dát hadden Ruud en ik  toch echt niet gedacht, toen we in februari deze kant op kwamen.  Dat is misschien maar goed ook..

Dijk

Ruud is ook vandaag weer in de slag geweest met het verplaatsen van keien en stenen. Het is warm  hier, vanmiddag werd het 29 graden op de finca, dus het gaat om een warme klus!

Maar het resultaat mag er zijn. Kijk maar. De stenen gaan, precies zoals Ruud het al een half jaar in zijn hoofd had zitten, tegen het talud. Zo bouwen wij op 545m boven zeeniveau onze eigen Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Je kan het niet weten met dat klimaat en die stijgende zeespiegels. Wij zijn daar nu helemaal klaar voor.

 

Het talud ziet er nu een stuk ‘prettiger’ uit om naar te kijken. Het is de bedoeling om over een tijdje hier en daar op de steenhellingen ruimte maken voor planten als cactussen, aloë en bougainville. Maar dat is voor later. Nog vier terrassen te gaan…

 

Ook vanavond ging de zon weer op prachtige wijze onder.