Bloemenfinca

Het is alweer drie weken geleden dat ik terugkeerde van mijn bezoek aan Nederland. Op de dag na terugkomst maakte ik onderstaande foto’s. Ruud had tijdens mijn afwezigheid het gras in de boomgaard gemaaid. Dat zag er ongeveer zó uit:

 

Omdat alles nu eenmaal went, lukt het ons niet meer zo goed om het landschap van ons eilandje in het algemeen, en onze boomgaard in het bijzonder, met ‘vreemde ogen’ te bekijken. Als je elke dag sinaasappels aan bomen ziet hangen, hoort dat zo, en is het alsof je appels aan een appelboom ziet hangen. Niks bijzonders dus. Maar ‘vers terug’ uit Nederland, lukte het me weer om onze boomgaard met ‘Nederlandse zintuigen’ in me op te nemen. Ik vond het prachtig!

De fruitbomen staan in bloei. Sinaasappelbloesem. Avocadobloemen. Mangobloesem.

 

In de eerste dagen na mijn terugkomst werd ik soms een beetje overweldigd door de heerlijke geuren buiten: kruiden, bloesems en de geur van pas gemaaid drogend gras.

Ruud heeft de hellingen op de finca nog niet gemaaid. Overal waar je kijkt zie je de meest prachtige veldboeketten staan.

 

Het grote avocadobomenterras (in ontwikkeling) is een grasveld geworden, omzoomd met bloemenborders. Zo kan je het niet bedenken als je een tuinontwerp maakt. Allemaal het gevolg van de regen dit voorjaar. Wij hadden  het zo nog niet eerder gezien, maar deze bloemenpracht schijnt ‘normaal’ te zijn voor La Palma; we hebben na drie droge jaren eindelijk weer eens een ‘normale’ winter gehad, met een ‘normale’  hoeveelheid regen. Zegt men.

 

De noordelijke helft van onze finca, de helft waar de beide kleine huisjes staan of komen te staan, ligt wat meer beschut tegen de harde wind en de felle zon. Het effect van de dennenbomen die ons terrein omzomen. De bloemendiversiteit is daar nog veel groter.

 

Het is een feest om, tussen het vele kantoorwerk door, steeds even een klein rondje te maken en je ogen de kost te geven.

 

Op de achtergrond zijn altijd het Cruz de Matos en de meestal blauwe oceaan aanwezig.

 

Na een week vol grijze luchten in het vaderland (ik had pech met het weer), was de thuiskomst een verademing. Niet alles is ‘hoera’ en ‘fantastisch’ op La Palma, weten we inmiddels, na een verblijf van ruim twee jaar op het eiland en een bouwtraject dat sinds de aankoop van ons grondstuk nu al het vierde jaar is ingegaan. Maar alle kleuren en geuren in het dagelijkse leven compenseren ruimschoots voor alle stress en zorgen, die we soms hebben.

Rijp Fruit, Bloemen en Kanaries

De sinaasappelbomen staan weer volop in de bloesem. De bloei kwam erg vroeg dit jaar, begin januari al. In februari kregen we plots een koude periode en verdwenen alle bloemen. Maar nu is alles toch weer terug gekomen, tot onze opluchting.

De sinaasappels van volgend jaar zijn in de maak en de lichting van dit jaar is nu grotendeels rijp voor de pluk. Ruud heeft eerder deze week  ook voor dit jaar  afspraken kunnen maken met Erwin, een fruithandelaar in het dorp. In de komende maanden mogen we wekelijks vier manden bij hem afleveren. Komen we onze sinaasappels waarschijnlijk weer tegen bij de plaatselijke supemarkt 🙂 , want we weten dat Erwin aan onze Coöp levert.

Vier manden per week is voor onze boomgaard  genoeg om tussen nu en half juni alle vruchten van kwaliteit kwijt te kunnen. Naast de verkoop aan Erwin hebben we bij deze of gene nog wat ‘losse verkoop’ en geven we ook nog wel wat weg aan wie belangstelling heeft. De rest draaien we door, zoals dat heet. Dat gaat de baranco in. Gegeven de prijzen die je voor sinaasappels kunt krijgen, heeft het geen zin om helemaal naar Los Llanos of naar de citrusgroothandel in Breña Baja te rijden. Sinaasappels zijn er op onze finca vooral voor de sfeer. Voor als we straks gasten krijgen in onze huisjes. En voor onze eigen dagelijkse portie sinaasappelsap.

 

Voor onze avocado’s ligt dat heel anders. Ook die kunnen we dit jaar bij Erwin kwijt. Twee manden per week. Dat is met de paar volwassen bomen die we op dit moment hebben staan, voor ons voldoende. Over twee jaar moeten de vijftig bomen op het nieuw aangeplante terras voor het eerst verhandelbare vruchten gaan dragen. Avocado’s leveren veel meer op dan citrusvruchten. Als onze bomen zover zijn, zullen we ‘het groene goud’ moeten gaan verkopen bij een groothandel in Los Llanos. Maar zover is het nog niet. Voor dit jaar zijn we voor de verkoop onder de pannen in ons eigen dorp. Da’s gemakkelijk en levert ons zonder al te veel transportgedoe het ‘pizza-geld’ voor deze zomer op.

 

Naarmate het voorjaar vordert, wordt het steeds mooier op de finca. Ik had al verteld over de valken die voortdurend rond dwarrelen op en over ons terrein. Nog niet over de kanaries. Op windstille, zonnige ochtenden waan ik me soms in een grote openlucht-volliére. Dan word ik vanuit de bomen van alle kanten toe gezongen met de typische uithalen en trillers die ik nog ken van vroeger, toen we bij mijn ouders thuis twee kanaries in twee kooien tegenover elkaar  in de woonkamer hadden staan. Eergisteren lukte het me om iets van een close-up van één van de zangvogels te maken. Als ik ooit toch een mooie camera met een pracht van een zoomlens kan kopen. Er is zoveel moois om te fotograferen hier. Maar voorlopig doe ik het met plaatjes van mijn oude Sony camera, zoals hieronder. Best leuk.

 

De taluds en de randen van de terrassen zijn inmiddels overgenomen door de meest prachtige veldboeketten. Het is een feest om over de finca te lopen en al het moois om je heen te zien opkomen en uitdijen. Tot dat straks weer de Grote Maaier langs komt in zijn astronautenpak. Ruud moet nog maar heel even wachten met de volgende maaironde.

 

Het fruit is rijp. De bomen staan in de bloesem. De bloemen groeien op de hellingen. De kanaries zingen.  Het echte voorjaar is nu aangebroken. Het wordt tijd voor Ruud en mij om binnenkort de Grote Briestas wandeling weer eens te gaan doen. Dat is de ultieme lentewandeling hier op La Palma, vinden wij. Vorig jaar moesten we verstek laten gaan vanwege de lock down die we toen beleefden. Gaat ons dit jaar niet gebeuren 🙂 . Ook dat is mooi.

Grasmaand

Februari, Grasmaand! Althans, hier op La Palma wel. We hebben een periode van mooi voorjaarsweer achter de rug. (Maar morgen gaat het regenen, zegt men, en wordt het niet warmer dan 16 graden). Ruud maakte van de gelegenheid gebruik om voor de tweede keer in vier weken tijd de hele finca te maaien. Drie dagen werk! We zullen weten dat we grond hebben, tegenwoordig. En dat geldt dan vooral Ruud, onze afdeling ‘Finca & Flora’…

 

Van dichtbij ziet dat er zó uit: Het astronautenpak is ter bescherming tegen opvliegende steentjes.

 

En dít is het resultaat van al het werk:

 

Tussendoor maakte Ruud ook het houten hek rondom het Grote Huis af. Alle horizontale palen op maat zagen en in de verticale palen passen. Vervolgens de verticale palen in de muren vast zetten met dunne specie. Met Jorge als meester-mengadviseur. Het hek ziet er nu zó uit. Bijna klaar. Alleen het ‘poortje’ bij de voordeur moet nog in elkaar worden gezet en gemonteerd. Helaas was deze week het hout ‘op’ in Los Llanos. Volgende week wordt de container met nieuw hout weer verwacht. Na het poortje volgt nog een hek op de muren van het middelste terras en het laagste terras aan de straatkant. Dan moet de afdeling ‘Finca & Flora’ nog sinaasappels plukken, alles bemesten, dood hout uit de bomen snoeien, bloemetjes uit de jonge avocadoplanten plukken en dreigende enge beestjes in de bomen op tijd ontdekken en bestrijden. Én de bouw ‘regelen’. Én meehelpen op ons administratiekantoor. Er is genoeg te doen voor Ruud, bijna geen bijhouden aan. Soms heb ik een beetje met hem te doen. Maar hij heeft er schik in, meestal.

 

De landjes rondom onze boomgaard kleuren op het ogenblik spetterend naar geel. Op de foto hieronder kan je er een glimp van zien. Een soort koolzaadachtig kruid schiet omhoog en neemt overal het landschap over.

 

Zó zag eerder deze week onze hondenuitlaatroute er uit. We lopen door een weilandje waar het kruid tot borsthoogte opgeschoten is. Ik vind het geweldig. De honden ook. Inmiddels maakt het geel voorzichtig plaats voor andere kleuren. Het ‘koolzaad’ komt kennelijk als eerste, daarna volgen de andere bloemen.

Op de foto zie je trouwens dat het Calima was halverwege de afgelopen week. Lekker warm. Maar ook erg heiïg van het stof dat vanuit Afrika onze eilandje op waait.

 

Daar krijg je dít soort taferelen van. Onder andere van onze eerste Calima BBQ in dit jaar. Je kunt tijdens zo’n Calima ook heel fijn buiten in het donker brownies eten met koffie en amaretto erbij.

 

Eergisteren waaide de Calima weg. We zagen het bijna letterlijk gebeuren. De lucht werd met een flinke bries uit het noordoosten ‘schoon’ geblazen. Bijzonder om te zien. Boven het eiland was de lucht na een half uurtje fris, boven zee bleef de waas van de Calima luchtlaag hangen.

 

Resteert nu alleen nog het laagje stof op onze meubels in huis. Morgen is het weekend. Dan komt eindelijk dat laagje aan de beurt. Eerder lukte niet… Soms is het wel vreemd om op dit prachtige eilandje te wonen, maar tegelijkertijd meer werk te hebben dan ooit in Nederland het geval was. Op afstand werken kan. Beeldbellen is door de covid gewoon geworden. Geen klant die nog moeilijk doet over het feit dat ‘de boekhouder’ op La Palma woont. Lang leve het internet! Vooralsnog zijn we er erg blij mee.

Het Tuinhek van Tanausú

Al sinds we bijna twee jaar geleden naar La Palma kwamen, houden Ruud en ik ons bezig met de vraag  hoe we onze finca gaan omheinen aan de straatzijde (Camino de Pinto). De hoge groene gaashekken, die op het eiland gebruikelijk zijn, vonden we maar niks. Alsof je jezelf opsluit in een soort van openluchtgevangenis. Maar er moest wel iets komen, om ‘vrije inloop en uitloop’ tegen te gaan. En om te voorkomen dat onze honden op verkenningstocht gaan of tol gaan heffen bij passanten langs de weg. ‘Een aaitje of ik bijt je, echt hoor…’.

We besloten uiteindelijk dat we een houten hek wilden maken. Zo ongeveer zoals op het plaatje hieronder, uit ons Grote-Sketchup-Model-Van-Hoe-De-Finca-Worden-Moet uit mei 2020. Het ziet er leuk uit in sketchup. Maar hoe máák je zo’n hek in godsnaam?

 

We deden inspiratie op van houten hekwerken die we zo her en der tegen kwamen. Hieronder zie je model ‘Briestas’, een houten hek langs een bospad-met-een-steile-helling dat we tegenkomen als we onze ‘boswandeling naar Briestas’ doen. Eenvoudig. Goedkoop hout. Balken aan elkaar bevestigd met metalen beugels. Metalen voetstukken voor de staanders met een pin in de grond. De metalen bevestigingsbeugels zijn gevoelig voor breuken (zagen we langs het pad) en ons hekwerk zou bovenop een al bestaand stenen muurtje moeten worden aangelegd. Model ‘Briestas’ werd daarom afgekeurd. Maar wat dán?

 

Tijdens één van onze moutainbiketochten kwamen we langs de grote weg boven Santo Domingo het grote (groteske?) monument voor  Tanausú tegen. Tanausú was de laatste koning van de  oorspronkelijke bewoners van La Palma, uit de tijd van de verovering van het eiland door de Spanjaarden (ca 1480-1490). Het monument is een fraai voorbeeld van ‘Fake History’. Tanausú wordt er gepresenteerd als een held van de Palméro’s. Terwijl hij toch echt als gevangene door de Spanjaarden werd weggevoerd,  per schip naar het vaste land. Met zijn gevangenname schonden de Spanjaarden het vredesverdrag dat met zijn volk was gesloten. De man was op weg vanuit de voor de Spanjaarden onneembare Caldeira de Taburiente, op uitnodiging van die zelfde Spanjaarden, om het verdrag formeel te maken. Op oneervolle wijze verslagen middels een verradelijke list. Zo doe je dat, als je iets wil veroveren, dat je niet krijgen kan. Zo vergaat het je, als je te goed van vertrouwen bent, of wanhopig. Onderweg naar Spanje stierf de laatste koning, volgens de historici aan de gevolgen van het weigeren van voedsel. Een treurig verhaal over winnaars en verliezers.

Maar daarover gaat het allemaal niet. Dit stukje gaat over een hek voor onze finca. We deden inspiratie op bij het monument. Model ‘Tanausú’. We zagen een prachtig houten hek, boven óp een muurtje geplaatst. Mooi afgewerkt, met horizontale liggers bevestigd in ingeboorde gaten in de houten staanders.  We vonden het prachtig, allemaal. Maar veel te moeilijk om te maken. Hoe boor je bijvoorbeeld die ronde gaten in de houten palen? Model ‘Tanausú’ werd afgekeurd wegens ‘te moeilijk’.

 

Dan was er de kerststal van afgelopen december in Los Llanos. De stal stond prachtig weggestopt in een enorm grote maquette van een Palmees landschap. En. Rondom de maquette stond een houten hek om graaiende handjes op afstand te houden. Vierkante staanders. Ronde liggers, toch ook hier weer ingeboord in de staanders. Een gehalveerde grote ronde balk als ‘bovenligger’.  Ook mooi. Ook moeilijk. Model ‘Kerststal Los Llanos’. Dit dan maar doen?

 

Wikken en wegen voor Ruud. Wat doen we? Teunis kan wel heel veel willen (kort samengevat: ‘Tanausú of de gladiolen’), maar Ruud moet het uiteindelijk maken. Teunis is niet zo’n maker. Behalve dan in Sketchup. Hoe boor je die gaten in het hout? Hoe bevestig je de staanders in de oude muurtjes langs de straat (waar al voorgeboorde gaten in aanwezig zijn) en in de nieuwe muurtjes van Óscar (waarin die gaten ‘vergeten’ zijn op de dag dat Óscar zijn werknemers ontsloeg)? Waar haal je het hout vandaan en hoeveel gaat zoiets kosten? Waar haal je het benodigde gereedschap weg? Wikken en wegen voor Ruud. Hieronder zie je hem nadenken. In de zon, dat dan weer wel.

 

Zoals het zo vaak gaat met Ruud als hij iets voor elkaar moet krijgen dat hij nog nooit eerder heeft hoeven doen. Veel uitdenktijd. Maar dan komt het er ook van. De bestaande gaten in de oude muurtjes rondom het Grote Huis werden uitgeboord.

 

In de nieuwe muurtjes werden nieuwe gaten voor de staande palen uitgeboord.

 

De houten palen werden gevonden én gekocht in Los Llanos. Ruud dacht uit hoe hij de gaten voor de liggers zou kunnen uitboren in het hout én maakte het voor elkaar. Ik vind het knap.

 

En zo stond er vorige week opeens het begin van een houten hek rondom ons Grote Huis.

 

Gisterenochtend werden de lange houten liggers gebracht vanuit Los Llanos met het vrachtwagentje van Óscar. Die palen waren te lang om in onze eigen Caddy te vervoeren. Gisteren aan het einde van de middag stond er dan een echt houten hek rondom ons Grote Huis.

 

Het hek is nog niet helemaal rondom af, maar we zien dat het project gaat lukken en we vinden dat het mooi gaat worden. Uiteindelijk heeft alles toch het meest weg van het ‘Model Tanausú’. De beste man moest eens weten hoe zijn naam in dit stukje bezoedeld wordt en wordt gekoppeld aan een tuinhek.

Vannacht regende het weer flink en ook de komende dagen wordt er regen verwacht in Puntagorda. Het hout zet hierdoor uit. Het zal dus nog even duren (ergens eind volgende week?) voordat Ruud ook het ontbrekende stuk langs de weg kan afmaken. Maar het wordt mooi. En zo komt onze finca weer een stukje meer ‘af’. Daarna is het onze bedoeling om ook de overige muren langs de lagere terassen van een zelfde houten hek te voorzien.

Poco á poco, zeggen ze hier op het eiland. Beetje bij beetje. (En dat zeggen ze heel vaak…)  Maar zo doen wij het inmiddels ook.

Na Regen komt…

Het is alweer even geleden, sinds ik het laatste blogpostje schreef. Ik had er even geen zin in. Noem het maar ‘Januari-dip’. Druk met werk. Erg druk met regel- en denkwerk over de financiën en de energievoorziening van onze huisjes. Erg veel tijd kwijt aan een opflakkering van mijn altijd latent aanwezige gameverslaving (urenlang Forest Village, wat kan het leven op een bosrijk eiland dat je helemaal van nul moet volbouwen met middeleeuwse huisjes toch mooi zijn). En toch ook wel een beetje last van de corona-kater. Ruud en ik vinden het absoluut niet fijn, dat het door de covid op dit moment niet mogelijk is om met enige regelmaat heen en weer te reizen naar Nederland. Dat was ooit echt WEL de planning, toen we onze overstap richting La Palma maakten. We moeten ons aanpassen, net als iedereen.

 

Dan was het ook nog triest, nat en koud buiten in de eerste weken van het nieuwe jaar. Onze regenmeter liep vrijwel dagelijks over. De middagtemperaturen kwamen niet boven de veertien graden uit. Da’s nog net geen sneeuw schuiven, maar erg bevorderlijk voor het toch al kwetsbare humeur was het allemaal niet.

De roedel kwam bijna het huis niet uit en ontwikkelde een eigen overlevingstrategie met als motto: ‘Onderga Het’. En zorg dat je het warm houdt.. Moet je net hebben met Münsterlanders. Als onze Münstermonsters niet buiten kunnen rennen en ravotten zijn ze binnen niet te houden en gaat de ongerichte energie gierend en brullend alle kanten op. We hadden het dus binnen gezellig met elkaar, terwijl de regen buiten maar bleef stromen. Zijn we niet gewend op ons zomereiland!

 

Wél leuk is te zien op het fotootje hieronder. Een jonge torenvalk die op ons terras onder de dennenboom dagelijks enige beschutting zocht voor de harde wind en de horizontale regen. Helemaal niet schuw. Ik zie de vogel sindsdien voortdurend terwijl hij aan het jagen is op ons terrein. Afgelopen zaterdag, terwijl ik een beetje tussen de fruitbomen liep, landde de valk op nog geen drie meter van mij vandaan op de grond, om daar een beetje onduidelijk in het gras te gaan pikken. Steeds even naar mij opkijkend en dan weer met de snavel de bodem in. Totaal geen angst. Het was een bijzonder moment.

 

Ik durf het beestje nog geen naam te geven, want de recente geschiedenis hier op het eiland leert dat het meestal slecht afloopt met dieren die een naam van mij krijgen. We blijven hem maar aanduiden als ‘de jonge torenvalk’.

Maar zoals altijd: na regen komt zonneschijn. De weersverbetering kwam wel heel geleidelijk en langzaam.

 

Inmiddels zijn de dagen weer droog en zonnig. Het blijft alleen best koud, met een middagtemperatuur van 16, hooguit 17 graden.

Het goede nieuws is dat de waterreservoirs weer gevuld zijn. Het eiland had deze regenperiode nodig, broodnodig. Mijn favoriete waterreservoir, op een landje op ongeveer 200 meter beneden ons erf, stroomt nu zelfs over. Hoezo zuinig met water doen, vanwege het watertekort? Ook het grootste reservoir op het eiland, bij Barlovento in het noordoosten, is weer redelijk goed gevuld. In november stond deze bak helemaal leeg.

 

Op de veldjes rondom onze boomgaard spoot het groene kruid omhoog. Dagelijks zijn er nu steeds meer bloeiende bloemen te zien. Het is echt lente en het is een feest om af en toe een beetje rond te struinen over de lege graslandjes.

 

Op onze finca is de bloemenpracht alweer voorbij. Ruud heeft eind vorige week alle terrassen gemaaid.

 

Groener dan dat de terassen nu zijn, zal het niet meer worden dit jaar.  We vinden het prachtig. Als de zon schijnt, schitteren de kleuren je tegemoet. De regens en stormen hebben ons wel veel sinaasappels gekost. Bij grote wisselingen van de luchtvochtigheid barsten sinaasappels open, en vallen ze van de boom. Ruud haalt op het moment elke twee dagen zo’n drie tot vier samuro’s (dat zijn manden) van de grond. Gelukkig blijven er nog genoeg vruchten over.

 

Vorige week was het precies een jaar geleden dat Óscar een streep in het zand liet zetten en begon met de bouw van onze huizen.

 

Het Grote Huis is inmiddels zo’n beetje klaar. Maar nog niet helemaal. Het kost ons flink wat moeite om te bewerkstelligen dat ook de laatste afwerkpunten worden uitgevoerd. Ook de beide veranda’s moeten nog worden gemaakt. Die veranda’s hebben we erg gemist tijdens de voorbije regenweken.

Het Eerste Kleine Huis vordert langzaam. Er wordt al een tijd met slechts twee man aan gewerkt. Jorge en Angel werken goed, maar met 2 schiet alles niet op natuurlijk.  Het trage tempo is ook een beetje omdat we op de hypotheek aan het wachten zijn. De aannemer beweegt met onze mogelijkheden mee. Omdat Het Virus nog steeds rondwaart over de wereld, lopen we nauwelijks extra omzet mis door het trage tempo. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat, schrijft de Grote Onbekende Filosoof.  En zo is het.

Het Kleine Huis zag er aan het einde van de vorige week van binnen zó uit. Jorge en Angel vorderen langzaam met het pleisteren van de binnenmuren. Eind maart zal het huis klaar zijn, zo is de bedoeling. Als onze Lieve Heer, het Registro en de Caixabank het willen, kunnen we dan in april starten met de bouw van het Tweede Kleine Huis.

 

 

Over de perikelen rond de voortgang van ons project zal ik binnenkort wat uitgebreider schrijven. Na veel gedoe kregen we toevallig vandaag vanuit twee kanten goede berichten. Althans, daar lijkt het op. Het is altijd maar weer afwachten hoe de hazen uiteindelijk gaan lopen, op ons eilandje. En wanneer ze gaan lopen.

 

Ik sluit maar weer eens af met een zonsondergangfoto. Boven mijn favoriete waterbak.

De Tijd Vliegt Voorbij…

De tijd vliegt voorbij, hier op de finca aan de Camino de Pinto. We hebben het druk met ons NL-werk. Gelukkig maar dat dat zo is in deze corona-tijden, maar aan het schrijven van een blogpostje kom ik soms niet meer toe. Op zondagavond daarom maar even een kleine inhaalslag.

De regenperiode is zo zoetjes aan weer voorbij. Twee weken lang regende het bijna elke dag. Dat is voor ons, nieuw-bakken quasi-Palmero’s, een hele nieuwe ervaring. Mensen die het weten kunnen, vertellen ons dat het ‘vroeger’ normaal was, zo’n regenperiode.  Dat het eigenlijk ook zo hoort te zijn.

Hoe dan ook. Je ziet het land er van opknappen. Het Isla Verde, wat Groen Eiland betekent, doet haar naam weer eer aan. Buitjes zijn er nog steeds, bijna elke dag. Maar dan buitjes van hele fijne waterdruppeltjes en nooit langer dan een kwartiertje durend. Daar krijg je hele mooie plaatjes van..

 

In de vroege ochtend, als de zon in het oosten opkomt maar nog niet over de bergkam is gekomen, zie je vanuit onze oceaanramen de wolken boven de zee al oplichten, terwijl het land zich nog in schemerduister hult. Een geweldig begin van de dag. Daar word je blij van, hoe vol je agenda voor verderop die dag er ook uitziet.

 

Ik had nog niet verteld over onze aanloper, van een paar weken geleden. De Vierde Hond. De Vierde Hond was een jonge  Podenco. Podenco’s worden op La Palma in roedels gehouden. Het zijn jachthonden. Als de roedel niet jaagt, worden de dieren meestal opgesloten in een alleenstaande oude schuur, ergens op het land. De honden worden vaak niet heel erg goed behandeld, althans niet naar onze Martin-Gaus-Je-Hond-Is-Je-Vriend-maatstaven. Op La Palma denkt men meestal heel anders over honden. Honden zijn nuttig. Ze krijgen voer en dat is het dan. Tot dat het zondagochtend is. Op zondagochtend gaan de nuttige honden  los en worden ze ingezet bij de konijnenjacht. Dat gebeurt vaak ook op het wilde land dat zich tussen onze boomgaard en de Matos uitstrekt.

 

Ze gaan met z’n allen tegelijk in een grote kooi op van die oude pickuptruckjes naar het jachtterrein. Daar worden ze dan los gelaten. Soms blijft er één achter op het veld.  En is dan vanaf dat moment gedoemd om te gaan zwerven. Een achterblijvend hondje wordt kennelijk niet echt gemist, want het gebeurt te vaak. Zo’n zwerver kwam in onze bongerd terecht. En bleef daar meer dan  drie weken rond hangen. Schuw voor ons mensen, contactzoekend, onderdanig op zoek naar gezelschap, zo leek het, van onze drie harige huisgenoten. Het hondje was eenzaam. Ze wilde zich wel aansluiten bij ons huishouden. Het beestje had een vriendelijk karakter. Bedelde niet om eten, alleen om aandacht van Auke en Sanne, die de aanloper op hun beurt erg leuk vonden.  Fenna negeerde haar. Dat hoort zo bij Fenna.

Zo liepen we een tijd lang met vier honden rond op onze uitlaatroutes.  ‘Solo’ werd gedoogd. ‘Solo’ hoorde er op een halve manier bij, maar mocht van ons niet naar binnen komen. Solo, inderdaad. Het beestje had al een naam van mij gekregen. En dan wordt het gevaarlijk. Als het beestje een naam krijgt, gaat  het  baasje zich hechten.  Solo sliep vanaf het eind van de tweede week elke nacht op één van de tuinstoelen in de patio, vanaf het moment dat ze in de gaten kreeg dat ze daar door ons gedoogd werd. Auke, onze opperreu vond het helemaal geweldig allemaal. (Solo was een teefje). Er werd vriendschap gesloten.

 

Maar vier honden is wel wat veel. Te veel. Ruud besloot daarom buiten mij om tot een harde ingreep, waar ik het achteraf wel mee eens was, overigens. Met Auke en Sanne als lokaas, lokte hij het jachthondje de achterbak van onze caddy in en reed hij met het drietal naar het haventje van Puntagorda. Hij koos voor deze plek omdat er  vrij veel mensen komen bij de puerto, maar ook omdat het vanaf de puerto terug naar onze finca toch wel een heel eind lopen is voor een hond. De optimale combinatie voor een harteloze verbanningsactie, zonder al teveel schuldgevoel na afloop.  Aangekomen bij de trap naar het haventje werd Solo door Ruud rücksichtlos de auto uit gezet, voordat ze er erg in had. Het gelukkige toeval wilde dat een andere zwerf-podenco juist op dat moment  wat rond liep te scharrelen. Samen trokken de beide zwervers de wijde wereld in. Zo kwam er een einde aan onze belevenissen met Solo. Zonder schuldgevoel. Beter zo. Maar wel een beetje met pijn in ons hart.

De bouw. De bouw. Hoe is het met de bouw? De bouw vordert. Maar de bouw vordert langzaam. Ik vertelde eerder al over de oorzaken. Voorlopig is het goed zo, wat Ruud en mij betreft. Het dak kwam af deze week en ziet er wat ons betreft prachtig uit. Binnen werden muren gemetseld en werden er voorbereidingen getroffen voor het kunnen plaatsen van ramen en deuren. Allemaal niet zo fotogeniek, dus ik laat het maar bij de drie plaatjes hieronder.

 

De regenweek van vorige week maakte het onmogelijk om aan de achterzijde van het Grote Huis de beide veranda’s te plaatsen. Timmermannen zijn schaars en druk bezet op La Palma, ons tijdslot ging voorbij. In januari zijn we weer aan de beurt. Zo gaat dat.

 

Ruud en ik vinden het wel wat lastig, soms. Het Grote Huis werd op 1 oktober opgeleverd, twee maanden te laat. Nu, ruim twee maanden na de late oplevering,  zijn de laatste klussen nog steeds niet afgerond. De Veranda’s. De luifel boven de voordeur. De laatste schilderbeurt. Binnen nog de afwerking van het houten dak in de hal. Storten van zand in de ‘tuin’ direct rondom het huis. We wachten. We wachten en kunnen voorlopig niets doen aan de aankleding van de tuin en het plaatsen van het geplande houten hek op de stenen muurtjes en het afzetten van een uitloop voor de honden. Plannen op La Palma? Niet doen, niet aan beginnen! Zo werkt het hier niet, hoe erg je ook je best doet.

In het Boeddhahuis hebben we geleerd geduldig te zijn zonder er chagrijnig bij te worden. We hebben het naar ons zin, zoals het is en zoals het gaat. Als je een foto kunt maken als hieronder, van een oerhuiselijk tafereeltje – slapend hondje voor het raam op een vooravond begin december – dat ben je toch al een heel eind gekomen, toch?

 

December, dat begint met Sinterklaas. Ruud en ik beleefden dit jaar voor het eerst Sinterklaas-met-Mojosaus. Door Corona gedwongen vond de sinterklaasviering in de familie Janssen dit jaar digitaal plaats. Dat mocht de pret niet drukken. Gelukkig maar, dat er internet en beeldbellen is. Zo konden ook Ruud en ik vanaf het verre eiland dit jaar toch weer meedoen met het cadeautjesuitpakfestijn. Ondanks de afstand was het erg gezellig en hadden we plezier met elkaar. Grote kans met alle aangekondigde (Duitsland) en aan te kondigen (Nederland) lock-downs in het noorden, dat ook de kerstdagen digitaal gaan dit jaar. Ruud en ik hebben vliegtickets geboekt via Düsseldorf, maar de kans is erg groot dat ook deze tickets op ons voucherstapeltje terecht gaan komen… Je kunt er mee leven, maar echt wennen doet het niet.

 

De decemberdagen leveren op ons eilandje, met steeds weer afwisselend zon, nevelsluiers, wolken en af en toe een bui, prachtige plaatjes op. Het is winter nu. Overdag blijft de temperatuur steken op zeventien, achttien graden. Inmiddels zijn  Ruud en ik dusdanig ingeburgerd dat ook wij dit ‘koud’ vinden. Op dagen als deze trekken we dikke truien aan. Maar het is prachtig wat je kunt zien, als je door het raam naar buiten kijkt of als je in de boomgaard tussen het werken door even een beetje rond loopt. Je ziet winters licht. Je ziet Groene landjes. Je ziet felle kleuren. Echt mooi!

 

In maart, net voor de grote lock-down hier op het eiland, moesten we aan de noordzijde van ons kavel noodgedwongen een groot aantal zieke sinaasappelbomen tot aan de stam terug snoeien. Het voelde alsof we hiermee een enorm risico namen, ondanks de geruststellende woorden van Kakien.

 

Kakkien kreeg gelijk. Een half jaar later ziet de plek-des-onheils er alweer zó uit. De bomen herstelden zich in no-time. Volgend seizoen dragen ze weer vruchten, denk ik.

 

Terwijl in Nederland en omstreken, na het feest van de-man-met-de-mijter de donkere dagen voor kerstmis zijn uitgebroken, kondigt zich hier op het Groene Eiland het voorjaar al heel voorzichtig aan. De eerste sinaasappelbomen laten hun bloesembloemetjes al zien. Nog een paar weken en dan ruikt de finca weer voor weken lang naar sinaasappelbloesem. Dat is het mooie aan La Palma. Na de zomer komt de lente. Aan winters doen we hier niet  🙂

 

Deze torenvalk (linksonder, klik op de foto om te vergroten) zat vorige week op te drogen na  een regenbuitje, op een grote steen vlak voor het Grote Huis. Kan ik uren naar kijken.

 

En inmiddels weet ik dat december-februari het kanarie-seizoen is. Ze vliegen in kleine groepjes van boom naar boom, zoals mussen dat vroeger deden in Nederland. Op zonnige ochtenden lijkt het qua vogelzang alsof je in een grote vollière woont. Het is me nog niet echt gelukt om één en ander vast te leggen in een mooie close-up foto. De foto die ik hieronder maakte van een eenzame zanger in onze perenboom, komt het best in de buurt vooralsnog.

 

Vanavond, vlak voor zonsondergang schoven er onderlangs onze boomgaard voortdurend bruma’s (wolken van zee) van noord naar zuid langs. De wolken en de ondergaande zon zorgden samen voor prachtige kleureffecten.

 

Vroeger woonden we in Almelo. Nu wonen we op La Palma. Ook op La Palma is altijd wat te doen, zoals je kunt zien. Maar dan anders. Ook hier gebeurt er niet zo veel. Maar het voelt vaak heel  sereen en het ziet er prachtig uit, allemaal. De seizoenen hebben hier een  ritme, dat nieuw voor ons is en dat we langzaam leren kennen. Dat is een mooie ervaring. De tijd vliegt voorbij.

Now You Are Here; What Do You Do?

Het is nu ruim een maand geleden dat we vanuit het Boeddhahuis verhuisden naar het Grote Huis op onze finca. De tijd vliegt, als je het naar je zin hebt. Maar het heeft echt even geduurd, voordat Ruud en ik het naar ons zin kregen in ons nieuwe onderkomen. Dat was onverwacht. We voelden ons een beetje zoals bij onze favoriete slogan uit de foldertjes van de National Park Service in Amerika uit de tijd dat we die parken nog met enige regelmaat bezochten. Op de kop van de krantjes stond altijd de vetgedrukte volzin ‘Now You Are Here, What Do You Do? Daarna kwamen de suggesties voor als je een halve dag, een hele dag of enkele dagen de tijd had om in het park te verblijven. Wíj hebben nog een heel léven de tijd om op ons eiland te verblijven.

 

We voelden ons een beetje verloren buiten de veilige ommuurde tuin van ons voormalige huurhuis. Waar alles duidelijk, overzichtelijk en tijdelijk was. Met de verhuizing waren we aangekomen op de plaats van bestemming. Er ligt nog zoveel open op deze plek en het is aan ons om daar vorm en inhoud aan te geven, terwijl we daarbij soms erg afhankelijk zijn van De Instanties en Andere Personen. We voelden ons een beetje ontheemd door dat inzicht.

Zo liepen er aanvankelijk bijvoorbeeld voortdurend wandelaars over ons terrein. Vaak vergezeld door los lopende honden. Niet fijn, als je zelf honden hebt en nog geen idee hebt wanneer je kunt beginnen met het afschermen van de boomgaard. Afhankelijk als we hierin zijn van de vervolgplanning van Óscar. Men reed dagelijks op paard dwars door onze avocado’s en keek ons daarbij aanvankelijk aan alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. ‘Zo doen we dat hier altijd’, maar dan in het Duits. Totdat ondergetekende dat misverstand misschien ietwat scherp, maar in elk geval wel heel erg duidelijk, en uiterst beleefd dat dan weer wel,  uit de wereld hielp. Zoiets kost ons moeite.

Onze bovenbuurvrouw stuurde ons vervelende appjes vol met beschuldigingen dat we op haar terrein zouden rond lopen en daar kwalijke dingen zouden  uitvoeren. Appjes vol met vage dreigementen in HOOFDLETTERS. Bovenbuurvrouw woont overigens zelf op Tenerife en heeft geen idee wat er allemaal wel en vooral niet op haar terrein gebeurt.

Na de bouwrush van  rond de oplevering van het Grote Huis viel het activiteitenniveau van de mannen van Edyserca La Palma SL vrijwel volledig stil en leek er een tijd lang geen beweging meer in te krijgen. Er werd tegelijkertijd door het bouwbedrijf flinke druk op ons uitgeoefend om een factuur te betalen, terwijl er nog een waslijst van onafgemaakte werkzaamheden moest worden uitgevoerd en wij er dus nog helemaal niet aan toe waren om te gaan betalen. Er werden bouwvakkers ontslagen die al acht maanden voor ons tot onze volle tevredenheid aan het werk waren. Je gaat je dan afvragen hoe stevig zo’n bouwbedrijf financieel vaart in deze crisistijd.

Dan was er het hopeloze virus, dat ons voortdurend belet om ons oorspronkelijk geplande Tussen-Twee-Landen-In-Bestaan te leiden.

Maar bovenal: Ruud en ik waren verschrikkelijk moe. Moe van het het werk op de finca en het toezien en steeds moeten ‘drukken’ op de bouwwerkzaamheden. Moe van ons werk voor Nederland; onze geplande vakantie in augustus viel ernstig in het water door softwareproblemen bij onze grootste klant, twee dagen voordat onze vakantie zou gaan beginnen. Moe van de verhuizing. Moe van de voortdurende onzekerheid en zorgen over de voortgang en de toekomst van ons Grote Plan in tijden van Corona. Moe van het Coronavirus zelf, dat ons afsnijdt van de contacten met familie en vrienden in Nederland. Moe van alles eigenlijk. We waren ons zelf een beetje voorbij gelopen. Een beetje door eigen schuld en een beetje door de omstandigheden.

 

Maar we hebben ons inmiddels weer wat kunnen ‘herpakken’. We snappen weer wat we hier doen op dit eiland en waarom het, ondanks alles, zo fijn is om hier te zijn. We hebben vooral weer een beetje bij kunnen tanken in onze hoofden. Als je echt moe bent, zie je alles inktzwart, wij wel tenminste. Een beetje rust doet wonderen met je perspectief op hoe de zaken er werkelijk voorstaan.

De bouw van het Eerste Kleine Huis gaat inderdaad niet hard op het moment. We hebben er al wel een goed gesprek met Óscar over gehad en zullen komende woensdag nog zo’n gesprek hebben. Het zal een beetje geven en nemen worden. Daar zitten voor ons nadelen, maar ook voordelen aan. Uiteindelijk houdt alles elkaar wel in evenwicht. Het Covid19-virus  schudt nu eenmaal alles flink door elkaar hier op La Palma, ook al is er op het eiland zelf vrijwel niemand ziek. Daarmee moeten we leren leven. Vorige week is men begonnen met het leggen van de dakpannen. Op onderstaande foto’s zie je hoe ver het huis afgelopen vrijdag gevorderd was. Het zal pas in de loop van  volgend voorjaar klaar zijn. Dan ook pas beginnen we met de bouw van het Tweede Kleine Huis. Op z’n vroegst.

 

We (‘ik’ eigenlijk, de tuin is ‘mijn’ afdeling), we zijn begonnen met het aanleggen van stukjes tuin. De plantenstekken in de ‘proeftuin’ (eerste foto hieronder) doen het prima. Op andere plekken heb ik nu gelijksoortige stekken ingeplant. Na de  regendagen van de afgelopen twee weken, zie je de planten bijna letterlijk groeien. Het is heel bijzonder om dat mee te maken. Sommige plantenstekken spuiten gewoon de grond uit, terwijl ze een hele zomer stil hebben gestaan. De groeiseizoenen zijn hier omgekeerd in vergelijking met wat we van Nederland kennen, leren we hiervan.

 

De boomgaard staat er prima bij. Ruud heeft alles helemaal ‘onder controle’ op het moment. Voor zo lang het duurt, natuurlijk, want de schimmeltjes, luisjes en spinnetjes liggen altijd op de loer om te wachten op hun kans.  Als je erover nadenkt heeft Ruud in een jaar tijd  heel veel geleerd en heel veel gedaan. Natuurlijk is nog niet alles perfect.  Maar de bomen doen het prima, er zijn momenteel geen actieve plagen of ziekten en de combinatie van kale takken en gele bladeren hebben we eveneens achter ons gelaten. Het valt mensen op. Dat is leuk om te horen. We zijn benieuwd of we komend voorjaar ook gaan mee maken dat de fruitopbrengst van de bomen navenant groter zal zijn, of in elk geval van een betere kwaliteit.

 

De doorgang tussen ons terrein en het terrein van boze bovenbuurvrouw  hebben we provisorisch afgesloten. Dat geeft ons vooral psychologisch een hoop rust. En het scheelt toch ook wel flink wat aanloop van  Duitstalige hondenuitlaters uit de buurt op ons terrein (en op het terrein van boze bovenbuurvrouw, die eigenlijk boos was op de Duitse hondenuitlaters en niet op ons, maar dat weet ze niet). Kennelijk beschouwen onze vecino’s de hele wereld als hun speeltuin, zolang er geen groot hek rondom heen staat. Alweer een verklaring voor al die hekken hier op het eiland. Ons touwhekwerkje heeft de ongewenste verkeersstroom gestopt.

 

Vaak kijken we met z’n allen naar de zon die zich  elke dag weer onder dompelt in het zeewater. Daar worden we blij van. Eerst altijd twee van ons en dan ook de andere drie, omdat de baasjes blij zijn.

 

Afgelopen weekend vonden we voor het eerst sinds lang weer de tijd om wat rond  te wandelen op het eiland en te herontdekken waarom we het hier zo leuk vinden. Zaterdag liepen we een korte wandeling onderlangs Tijarafe. De wandelroute heb ik eerder al eens hier beschreven. Daarna: hamburgertje eten en biertje drinken in de zon op het terras van de Kiosko in het centrum van het dorp. In je t-shirtje, begin november! En je mondmasker mag af, zodra er iets op tafel staat…

 

Na de hamburger nog even de honden ophalen en met z’n allen uitwaaien op de top van de Matos, in een heerlijk lome zaterdagnamiddagbries. Zoveel stilte. Zoveel kleuren. Zoveel oceaan. Zoveel ruimte om je heen.

 

Op zondag reden we naar het uitzichtpunt van Miraflores, een heuvel aan de rand van Puntagorda. Vanaf de top van Miraflores kijk je uit over het centrum van het dorp. Men heeft ooit bedacht om op deze top  een astronomisch observatiepunt in te richten. Onder de dennenbomen. Met een mooie lantaarnpaal erbij. Maar wel met hele mooie muurtjes. Vroeger begonnen Ruud en ik vaak onze LaPalma vakanties met een broodje mojo op deze plek. In afwachting van de ‘openingstijd’ van ons vakantiehuisje. Blij en verheugd dat we er weer waren. Fantaserend (maar absoluut nog niet met een plan in ons achterhoofd) hoe het zou zijn, als je op deze plek zou wonen. Bijzonder hoe de dingen kunnen lopen in een mensenleven.

 

Ons eigenlijke doel was niet de heuveltop van Miraflores, maar de nog net iets hogere heuvel direct achter dit uitzichtpunt. Deze heuvel-zonder-naam heeft altijd al tot de verbeelding van Ruud gesproken. Ruud wil altijd naar het hoogste punt, als hij ergens is. Bovendien kijken we tegenwoordig op deze heuvel uit vanaf het terras van het Grote Huis. Het leek er altijd op dat het hoogste punt, de tweede heuvel dus, onbereikbaar is voor wandelaars zonder over privéterreinen te lopen. Vandaag gingen we het toch nog eens proberen. Inmiddels hebben we een Spaanse mond, zodat we de weg kunnen vragen. We leerden dat je vanaf Miraflores kunt doorlopen, en steeds rechts moet aanhouden, tot dat je vlak boven het bouwvalhuisje met het rode dakpannendak een geitenpaadje naar links aantreft. Dat smalle pad leidt naar een veel breder pad dat richting de top van heuvel2 voert, zonder dat je over boerenerf of door boomgaarden en tuinen hoeft te lopen. Het was er mooi. We zagen het dorp Puntagorda in volle glorie onder ons liggen. We zagen door de telelens van de fotocamera ons eigen nietige fincaatje ver weg in de diepte  te midden van al het andere liggen.

Op de heuvelrand aan de horizon zagen we ook het verbrande bos bij Las Tricias en Briestas. Het is altijd weer schrikken als we beseffen hoe dichtbij het vuur is gekomen tijdens de bosbrand van afgelopen augustus. Je kunt de bruine bomen zien als je de voorlaatste foto van het blok hieronder uitvergroot.

 

We besloten om met de auto even te gaan kijken hoe het er nu is. Dat hadden we nog niet eerder gedaan sinds de brand. We schrokken flink. Onze prachtige fietsroute door Briestas en El Castillo richting Santo Domingo, helemaal in de as. Zo’n triest gezicht, want het was hier zo verschrikkelijk groen en mooi met uitbundig bloeiende bloemen. Ook de route van Ruud’s gidswandeling rondom Las Tricias voert nu voor een groot deel langs bruine dennen en verkoold struikgewas. Over drie jaar zal je niet veel meer merken van dit alles. Maar drie jaar duurt nog zo lang…

 

We reden door naar de kust onder Santo Domingo. En daarna weer een hamburger in de zon, dit maal op het terras op het kerkpleintje van Las Tricias. Een vegetarische hamburger uiteraard. Las Tricias is de hoofdstad van het alternatieve, vaak veganistische,  leven op La Palma. Maar echt heel erg lekker. Ik miste de runderinbreng niet op het geheel.

 

Zo’n weekend zonder verplichtingen in de zon doet wonderen. We hadden weer even het vakantiegevoel te pakken. We weten weer waarom we op La Palma zijn 🙂 .

Avocado Glamping

Twee weken geleden alweer, kochten we een nieuwe set van jonge avocado-planten. Om de achterblijvers uit de lichting van vorig najaar te vervangen. We waren erg blij dat we de planten op de kop hadden kunnen tikken. Er is nog steeds veel vraag naar avocado-aanplant. We zouden ze snel gaan inplanten.

 

Maar de calima kwam met nachttemperaturen van tegen de dertig graden en een luchtvochtigheidsgraad van bijna nul. Daarna kwam de zus van Ruud een week lang op bezoek. Daarna volgde er een nieuwe calima, met nog hogere temperaturen dan de voorgaande. En zo werd het ongemerkt twee weken later, en stonden de plantjes nog steeds met hun wortels in zwarte plastic zakken in de wachtstand onder de grote boom achter het Boeddhahuis.

 

Hoe lang kan je wachten met het planten van jonge avocadoplanten? Afgelopen zaterdag en zondag, de calima was er nog steeds met saharatemperaturen en een gortdroge lucht, besloten Ruud en ik dat het genoeg was. In de relatief koelere ochtenduren vervingen we oude, zwakke avocadoplanten voor de nieuwe exemplaren. Op hoop van zegen.

 

Tijdens het uitgraven van de oude planten merkten we dat de grond in de nieuwe terrassen toch wel wat aan de droge kant geworden was. Niet helemaal droog maar aan de droge kant. In combinatie met de hitte krijg je dan onderstaand effect, bij jonge planten met slechts nog een klein wortelstelsel. De bladeren gaan in de lengte krullen. Tegelijkertijd staan de grote avocadobomen en de sinaasappelbomen, die diepere wortels hebben, er prima bij. Ruud paste de hoeveelheid water die we ‘s nachts geven aan en overdag sproeien we met de hand bij. Alleen op de twee terrassen met jonge planten.

 

Op advies van Kakien en (onafhankelijk van elkaar) Jesus, heeft Ruud gisteren voor de nieuw aangeplante boompjes een extra bescherming tegen de zon gemaakt. Jesus is de vierde medewerker van Óscar die gisteren aan ‘het bouwteam’ op de finca is toegevoegd. Hij werkte eerder dit jaar ook al bij ons.

Aanvankelijk kwam Ruud met behulp van een rol bouwlinnen, die op de afvalstapel van de bouwvakkers lag, tot onderstaande oplossing: model ‘Kukluxclan’.

 

Wij zijn alle2 niet zo van die denkrichting. Bovendien had het aanvankelijke model toch wel een wat drukkende en verstikkende werking op de plantjes die beschermd moesten worden. Met behulp van kleine metalen steunstaven, die we nog op voorraad hebben, werd model KKC uitgebouwd tot model ‘Brede Schaduw’. De nieuwe avocado’s kregen zo hun eigen glamping-experience.

Volgens Jesus moeten de schaduwschermpjes tot begin september blijven staan om de avocado’s tegen de zon te beschermen. We hopen dat er tussen nu en begin september geen harde wind op steekt. Begin september? Hey, dan wonen we al op finca! Als we onze aannemer mogen geloven. Oh, happy day!

 

Gisteren aan het einde van de middag trok de hete calima-lucht eindelijk weg van ons deel van het eiland De koelte was na vijf opeenvolgende berehete avonden en nachten meer dan welkom. We werden er blij en vrolijk van.

 

Op het betonnen stoepje van het grote-huis-in-aanbouw genoten we van de koelte en de ondergaande zon. Wat is het toch een prachtplek, denk ik iedere keer weer als ik er zit en om me heen kijk, terwijl het daglicht langzaam uit de wereld trekt.

Nieuwe Ronde, Nieuwe Kansen

Via de whatsapp kwam op zondagavond de tip van Kakien binnen  dat er bij de Colmegran op zaterdagmiddag drie pallets met mooie jonge avocadoplanten waren binnen gekomen. ‘Je moet ze maandag gaan halen en la primera hora’, vertelde hij nog aan Ruud, ‘anders zijn ze alweer weg’.  De Colmegran is een soort van ouderwetse Boerenbondwinkel, hier in het dorp.

 

Vanochtend om half negen reed Ruud met een Caddy vol planten het oprijpad van het Boeddhahuis op. De planten zien er inderdaad goed uit. We zijn erg blij dat we ze hebben kunnen krijgen, want nu ze hoog zomer kunnen worden geplant hebben ze nog een maand of vier, vijf de tijd om goed aan te slaan. Een paar weken geleden kregen we bij de Colmegran nog te horen dat de eerstvolgende levering pas in de loop van september zou binnen komen. Avocado’s moeten in de zomer geplant worden. De planten houden van de hitte, als ze maar genoeg water krijgen. Je ziet ze bijna groeien in warme periodes.

 

Vooralsnog staan de planten tijdelijk geparkeerd in de schaduw van de grote boom achter ons huurhuis. Veilig weg gestopt achter een hekje, beschermd tegen de bijtgrage tanden van Sanne. Sanne heeft iets met bloempotten, als ze de kans krijgt. Sanne is dit jaar al met ettelijke plantjes en stekjes van plantjes aan de haal gegaan.

 

Op het moment is er Calima op het eiland, met middagtemperaturen van ver boven de dertig graden. Het is veel te warm om te gaan planten nu, zowel voor ons als voor de nieuwkomers.

Maar ze zijn er! En ze zijn een paar maanden eerder aangekomen dan waarop we gerekend hadden. We kunnen de zwakke broeders van de aanplant van vorig najaar nu gaan vervangen in de hoop  dat er in het najaar alleen nog maar ‘goeie’ avocadobomen en -boompjes op de terassen van onze finca staan. Nieuwe ronde, nieuwe kansen…

Labrador Oceano

Ik ga wat vertellen over Labrador Oceano. Nee, da’s geen mooie leuke hond, dit keer. We hebben het over graniet, een steensoort. We hebben het over granieten aanrechtbladen voor in keukens om nog wat preciezer te zijn.

Afgelopen vrijdag reden Ruud en ik in bijna anderhalf uur naar de andere kant van het eiland, naar het plaatsje Los Sauces. In die plaats is Isromar gevestigd. Isromar is een bedrijf dat doet in graniet. Wij willen graag granieten aanrechtbladen voor in de keukens van onze toekomstige huizen. We hadden via via begrepen dat de prijzen van zulke aanrechtbladen op La Palma best meevallen.

In ons dorp was het prachtig warm en zonnig weer, toen we vertrokken. Onze evenknieën aan de noord-oostkust moesten het doen met een koude wind, nevelslierten en een lookalike Nederlandse lucht boven de oceaan. Stond ik daar, in mijn korte broekje.

Ter plekke was het even zoeken en ruzie maken met google-maps op onze beide telefoons. Uiteindelijk bleek  google gewoon  gelijk te hebben en hadden we ons flink wat heen-en-weer-lopen kunnen besparen, als we wat beter kaart zouden lezen en zouden geloven wat de kaarten ons probeerden te vertellen.

We vonden de werkplaats en de winkel van de granietleverancier in een grote fabriekshal, waarvan wij toch zeker wisten dat dit een ‘bananenhal’ zou zijn. Niet dus.

 

We kwamen terecht in een grote werkplaats met een enorme voorraad van granieten platen uitgestald. We werden erg vriendelijk ontvangen. Kregen van een zichtbaar trotse ondernemer een kleine rondleiding door haar fabriekshal en langs alle ingewikkelde apparatuur, waarmee de granieten platen worden bewerkt. In een klein kantoortje, terug in de tijd naar de jaren zeventig voor mijn gevoel, werden we vervolgens uitgebreid geïnformeerd over alle ins en outs van het installeren en op maat maken van granieten aanrechtbladen. Het werd een erg leuk gesprek met alle drie de kantoormedewerkers. Petje af voor Ruud. Zijn Spaans wordt echt steeds beter, en dan merk je dat mensen heel veel willen vertellen en veel te vertellen hebben op een interessante manier. Nu ik nog, met dat Spaans. Nog steeds: ik versta de mensen hier wel redelijk, maar ik krijg de woorden gewoon mijn strot niet uit als ik iets terug wil zeggen. Op de één of andere manier blokkeer ik, omdat ik bang ben om stomme dingen te zeggen of knoeperds van taalfouten te maken. Daar moet ik nu echt iets aan gaan doen. Heel erg nodig. Maar we hadden het over graniet, vandaag.

 

 

Te midden van al het moois vonden we onze labrador. Labrador Ocean. Graniet met een patroon van zwart en bruin, hier en daar onderbroken door blauwe (ocean) kristallen. Die kristallen komen op de foto hieronder niet zo goed uit de verf. Wat er op de foto hieronder  een beetje bleek wit-blauwig uitziet, ziet er in het echt uit als kleine, heldere, bijna opaal-blauwe ‘spikkels’. Je krijgt een betere indruk als je het plaatje uitvergroot.

Die blauwe kristallen deden het hem. Ruud en ik waren meteen verkocht, toen we de platen zagen. We kunnen wederom een vinkje zetten op onze nog altijd enorme nog-te-doen-lijst.

 

De afgesproken bouwstop van twee weken op de finca is een bouwstop van drie weken geworden. Dat vinden Ruud en ik niet echt fijn, maar we moeten het er mee doen. Komende maandag komen de mannen van Óscar terug op de bouwplaats om het grote huis af te maken. Daar hebben ze dan nog acht weken de tijd voor. Die planning gaat heel krap worden, vrees ik, als ik zie wat er allemaal nog moet gebeuren. We gaan zien wat de plechtige beloftes van Óscar waard zijn en zullen het druk hebben om hem aan zijn belofte te houden.

Afgelopen maandag is Fernando, de timmerman, wel (eindelijk) begonnen aan het dakje boven het halletje. Normaal is dit werk voor één, hooguit anderhalve dag. Zaterdagmiddag zag alles er zo uit, terwijl hij er vijf dagen aan gewerkt heeft. Het dakje is nog steeds niet af. Eén van de beide verbindingspunten past niet en is door Fernando gekit om het passend te maken. Het resultaat ziet er op zich nog wel redelijk uit, maar het hoort niet zo en het moet ook niet nodig zijn om op zo’n manier een canarisch dak in elkaar te zetten.

 

Erger is dat het dakje een scheetje beef staat, als je het van de buitenkant bekijkt. Dat vraagt natuurlijk om een meting. De afwijking bedraagt drie centimeter op een meter, om precies te zijn. Nagemeten door een expert die spontaan kwam in gevlogen vanaf de Camino del Calvario. Waarschijnlijk is alles voor het zicht nog wel te herstellen als de uralita’s op het dak worden geplaatst. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling om een houten dak op deze manier opgeleverd te krijgen. Fernando ontkent overigens dat alles scheef staat. We lijden volgens hem aan gezichtsbedrog. En ook nog:  ‘als straks de dakgoot tussen de daken wordt geplaatst, zal alles goed komen.’ De waterpas liegt niet, wat ons betreft. En mijn ogen liegen ook niet, wat mij betreft.  We zijn zijn het oneens met de timmerman.

 

Maandag kan er door het getreuzel met het dak nog steeds niet voluit aan het huis worden gewerkt. De kwaliteit van het geleverde werk vinden we maar zeer matig. Er zit voor ons niets anders op dan een stevig gesprek aan te gaan  met de aannemer. Je weet nooit precies hoe zo’n gesprek gaat lopen, maar Ruud en ik willen van de timmerman af, dat is één ding dat zeker is. Op een respectvolle wijze, dat wel, Fernando heeft zeker ook zijn goede kanten. Onze grens is echter bereikt en overschreden. Óscar mag het oplossen. Daar hadden we hem voor ingehuurd. We vinden het al met al een best lastige situatie.

Gelukkig biedt de zonsondergang elke avond een beetje troost en afleiding, als je dat nodig hebt. Deze  is van vrijdagavond.

 

Toen we dachten dat alles ‘klaar’ was met dat ondergaan van de zon voor deze dag, werden we getrakteerd op onderstaande explosie van oranje en rood. We zullen waarschijnlijk nooit genoeg krijgen van dit dagelijks terugkerende moois, al zouden we hier nog dertig jaar blijven wonen.

 

In de boomgaard gaat alles zijn gangetje. De ene plaag gaat, de andere komt. Ruud weet inmiddels dat een boer altijd zorgen aan de kop heeft. Het lijkt erop dat de plaag van de Serpeetaatjes, die met zijn allen aan het hout van de  sinaasappelbomen knaagden, onder controle is. Begin vorige week dienden zich echter plotseling kleine rode avocado-spinnetjes aan op enkele van de nieuwe planten, die subiet hun blad lieten vallen.  Araña Cristalina, heten ze, die spinnetjes. Zou zomaar de naam van één van onze drie ‘prinsesjes’ kunnen zijn, dacht ik, toen ik deze naam voor het eerst hoorde. Het gaat om miniscule roodbruine spinnetjes. Met het blote oog kan je eigenlijk niet zien dat het spinnetjes zijn. Ruud heeft geprobeerd alles plat en weg te spuiten met jabón potasico. Hopen dat dit voldoende effect heeft.

 

Ondanks de spinnetjes staan de bomen er over het algemeen best goed bij. Met donkergroen blad staan ze te stralen in de hete zomerzon van de afgelopen dagen. Als je op een bloedhete middag een beetje rond dwaalt over de zeven terrassen van onze boomgaard en de landweggetjes die er omheen liggen, voelt dat fantastisch. Het is echt een mooie plek om straks te wonen. Het is echt een mooie plek om vakantie te vieren ooit. Voorlopig zijn we echter nog aan het bouwen, met alle zorgen en beslommeringen die daarbij horen.

 

De komende week staat voor ons in het teken van lang verwachte visite uit Nederland. Het weer op La Palma is er alvast helemaal klaar voor. De amaretto is al gekocht 🙂