Na Regen komt…

Het is alweer even geleden, sinds ik het laatste blogpostje schreef. Ik had er even geen zin in. Noem het maar ‘Januari-dip’. Druk met werk. Erg druk met regel- en denkwerk over de financiën en de energievoorziening van onze huisjes. Erg veel tijd kwijt aan een opflakkering van mijn altijd latent aanwezige gameverslaving (urenlang Forest Village, wat kan het leven op een bosrijk eiland dat je helemaal van nul moet volbouwen met middeleeuwse huisjes toch mooi zijn). En toch ook wel een beetje last van de corona-kater. Ruud en ik vinden het absoluut niet fijn, dat het door de covid op dit moment niet mogelijk is om met enige regelmaat heen en weer te reizen naar Nederland. Dat was ooit echt WEL de planning, toen we onze overstap richting La Palma maakten. We moeten ons aanpassen, net als iedereen.

 

Dan was het ook nog triest, nat en koud buiten in de eerste weken van het nieuwe jaar. Onze regenmeter liep vrijwel dagelijks over. De middagtemperaturen kwamen niet boven de veertien graden uit. Da’s nog net geen sneeuw schuiven, maar erg bevorderlijk voor het toch al kwetsbare humeur was het allemaal niet.

De roedel kwam bijna het huis niet uit en ontwikkelde een eigen overlevingstrategie met als motto: ‘Onderga Het’. En zorg dat je het warm houdt.. Moet je net hebben met Münsterlanders. Als onze Münstermonsters niet buiten kunnen rennen en ravotten zijn ze binnen niet te houden en gaat de ongerichte energie gierend en brullend alle kanten op. We hadden het dus binnen gezellig met elkaar, terwijl de regen buiten maar bleef stromen. Zijn we niet gewend op ons zomereiland!

 

Wél leuk is te zien op het fotootje hieronder. Een jonge torenvalk die op ons terras onder de dennenboom dagelijks enige beschutting zocht voor de harde wind en de horizontale regen. Helemaal niet schuw. Ik zie de vogel sindsdien voortdurend terwijl hij aan het jagen is op ons terrein. Afgelopen zaterdag, terwijl ik een beetje tussen de fruitbomen liep, landde de valk op nog geen drie meter van mij vandaan op de grond, om daar een beetje onduidelijk in het gras te gaan pikken. Steeds even naar mij opkijkend en dan weer met de snavel de bodem in. Totaal geen angst. Het was een bijzonder moment.

 

Ik durf het beestje nog geen naam te geven, want de recente geschiedenis hier op het eiland leert dat het meestal slecht afloopt met dieren die een naam van mij krijgen. We blijven hem maar aanduiden als ‘de jonge torenvalk’.

Maar zoals altijd: na regen komt zonneschijn. De weersverbetering kwam wel heel geleidelijk en langzaam.

 

Inmiddels zijn de dagen weer droog en zonnig. Het blijft alleen best koud, met een middagtemperatuur van 16, hooguit 17 graden.

Het goede nieuws is dat de waterreservoirs weer gevuld zijn. Het eiland had deze regenperiode nodig, broodnodig. Mijn favoriete waterreservoir, op een landje op ongeveer 200 meter beneden ons erf, stroomt nu zelfs over. Hoezo zuinig met water doen, vanwege het watertekort? Ook het grootste reservoir op het eiland, bij Barlovento in het noordoosten, is weer redelijk goed gevuld. In november stond deze bak helemaal leeg.

 

Op de veldjes rondom onze boomgaard spoot het groene kruid omhoog. Dagelijks zijn er nu steeds meer bloeiende bloemen te zien. Het is echt lente en het is een feest om af en toe een beetje rond te struinen over de lege graslandjes.

 

Op onze finca is de bloemenpracht alweer voorbij. Ruud heeft eind vorige week alle terrassen gemaaid.

 

Groener dan dat de terassen nu zijn, zal het niet meer worden dit jaar.  We vinden het prachtig. Als de zon schijnt, schitteren de kleuren je tegemoet. De regens en stormen hebben ons wel veel sinaasappels gekost. Bij grote wisselingen van de luchtvochtigheid barsten sinaasappels open, en vallen ze van de boom. Ruud haalt op het moment elke twee dagen zo’n drie tot vier samuro’s (dat zijn manden) van de grond. Gelukkig blijven er nog genoeg vruchten over.

 

Vorige week was het precies een jaar geleden dat Óscar een streep in het zand liet zetten en begon met de bouw van onze huizen.

 

Het Grote Huis is inmiddels zo’n beetje klaar. Maar nog niet helemaal. Het kost ons flink wat moeite om te bewerkstelligen dat ook de laatste afwerkpunten worden uitgevoerd. Ook de beide veranda’s moeten nog worden gemaakt. Die veranda’s hebben we erg gemist tijdens de voorbije regenweken.

Het Eerste Kleine Huis vordert langzaam. Er wordt al een tijd met slechts twee man aan gewerkt. Jorge en Angel werken goed, maar met 2 schiet alles niet op natuurlijk.  Het trage tempo is ook een beetje omdat we op de hypotheek aan het wachten zijn. De aannemer beweegt met onze mogelijkheden mee. Omdat Het Virus nog steeds rondwaart over de wereld, lopen we nauwelijks extra omzet mis door het trage tempo. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat, schrijft de Grote Onbekende Filosoof.  En zo is het.

Het Kleine Huis zag er aan het einde van de vorige week van binnen zó uit. Jorge en Angel vorderen langzaam met het pleisteren van de binnenmuren. Eind maart zal het huis klaar zijn, zo is de bedoeling. Als onze Lieve Heer, het Registro en de Caixabank het willen, kunnen we dan in april starten met de bouw van het Tweede Kleine Huis.

 

 

Over de perikelen rond de voortgang van ons project zal ik binnenkort wat uitgebreider schrijven. Na veel gedoe kregen we toevallig vandaag vanuit twee kanten goede berichten. Althans, daar lijkt het op. Het is altijd maar weer afwachten hoe de hazen uiteindelijk gaan lopen, op ons eilandje. En wanneer ze gaan lopen.

 

Ik sluit maar weer eens af met een zonsondergangfoto. Boven mijn favoriete waterbak.

De Tijd Vliegt Voorbij…

De tijd vliegt voorbij, hier op de finca aan de Camino de Pinto. We hebben het druk met ons NL-werk. Gelukkig maar dat dat zo is in deze corona-tijden, maar aan het schrijven van een blogpostje kom ik soms niet meer toe. Op zondagavond daarom maar even een kleine inhaalslag.

De regenperiode is zo zoetjes aan weer voorbij. Twee weken lang regende het bijna elke dag. Dat is voor ons, nieuw-bakken quasi-Palmero’s, een hele nieuwe ervaring. Mensen die het weten kunnen, vertellen ons dat het ‘vroeger’ normaal was, zo’n regenperiode.  Dat het eigenlijk ook zo hoort te zijn.

Hoe dan ook. Je ziet het land er van opknappen. Het Isla Verde, wat Groen Eiland betekent, doet haar naam weer eer aan. Buitjes zijn er nog steeds, bijna elke dag. Maar dan buitjes van hele fijne waterdruppeltjes en nooit langer dan een kwartiertje durend. Daar krijg je hele mooie plaatjes van..

 

In de vroege ochtend, als de zon in het oosten opkomt maar nog niet over de bergkam is gekomen, zie je vanuit onze oceaanramen de wolken boven de zee al oplichten, terwijl het land zich nog in schemerduister hult. Een geweldig begin van de dag. Daar word je blij van, hoe vol je agenda voor verderop die dag er ook uitziet.

 

Ik had nog niet verteld over onze aanloper, van een paar weken geleden. De Vierde Hond. De Vierde Hond was een jonge  Podenco. Podenco’s worden op La Palma in roedels gehouden. Het zijn jachthonden. Als de roedel niet jaagt, worden de dieren meestal opgesloten in een alleenstaande oude schuur, ergens op het land. De honden worden vaak niet heel erg goed behandeld, althans niet naar onze Martin-Gaus-Je-Hond-Is-Je-Vriend-maatstaven. Op La Palma denkt men meestal heel anders over honden. Honden zijn nuttig. Ze krijgen voer en dat is het dan. Tot dat het zondagochtend is. Op zondagochtend gaan de nuttige honden  los en worden ze ingezet bij de konijnenjacht. Dat gebeurt vaak ook op het wilde land dat zich tussen onze boomgaard en de Matos uitstrekt.

 

Ze gaan met z’n allen tegelijk in een grote kooi op van die oude pickuptruckjes naar het jachtterrein. Daar worden ze dan los gelaten. Soms blijft er één achter op het veld.  En is dan vanaf dat moment gedoemd om te gaan zwerven. Een achterblijvend hondje wordt kennelijk niet echt gemist, want het gebeurt te vaak. Zo’n zwerver kwam in onze bongerd terecht. En bleef daar meer dan  drie weken rond hangen. Schuw voor ons mensen, contactzoekend, onderdanig op zoek naar gezelschap, zo leek het, van onze drie harige huisgenoten. Het hondje was eenzaam. Ze wilde zich wel aansluiten bij ons huishouden. Het beestje had een vriendelijk karakter. Bedelde niet om eten, alleen om aandacht van Auke en Sanne, die de aanloper op hun beurt erg leuk vonden.  Fenna negeerde haar. Dat hoort zo bij Fenna.

Zo liepen we een tijd lang met vier honden rond op onze uitlaatroutes.  ‘Solo’ werd gedoogd. ‘Solo’ hoorde er op een halve manier bij, maar mocht van ons niet naar binnen komen. Solo, inderdaad. Het beestje had al een naam van mij gekregen. En dan wordt het gevaarlijk. Als het beestje een naam krijgt, gaat  het  baasje zich hechten.  Solo sliep vanaf het eind van de tweede week elke nacht op één van de tuinstoelen in de patio, vanaf het moment dat ze in de gaten kreeg dat ze daar door ons gedoogd werd. Auke, onze opperreu vond het helemaal geweldig allemaal. (Solo was een teefje). Er werd vriendschap gesloten.

 

Maar vier honden is wel wat veel. Te veel. Ruud besloot daarom buiten mij om tot een harde ingreep, waar ik het achteraf wel mee eens was, overigens. Met Auke en Sanne als lokaas, lokte hij het jachthondje de achterbak van onze caddy in en reed hij met het drietal naar het haventje van Puntagorda. Hij koos voor deze plek omdat er  vrij veel mensen komen bij de puerto, maar ook omdat het vanaf de puerto terug naar onze finca toch wel een heel eind lopen is voor een hond. De optimale combinatie voor een harteloze verbanningsactie, zonder al teveel schuldgevoel na afloop.  Aangekomen bij de trap naar het haventje werd Solo door Ruud rücksichtlos de auto uit gezet, voordat ze er erg in had. Het gelukkige toeval wilde dat een andere zwerf-podenco juist op dat moment  wat rond liep te scharrelen. Samen trokken de beide zwervers de wijde wereld in. Zo kwam er een einde aan onze belevenissen met Solo. Zonder schuldgevoel. Beter zo. Maar wel een beetje met pijn in ons hart.

De bouw. De bouw. Hoe is het met de bouw? De bouw vordert. Maar de bouw vordert langzaam. Ik vertelde eerder al over de oorzaken. Voorlopig is het goed zo, wat Ruud en mij betreft. Het dak kwam af deze week en ziet er wat ons betreft prachtig uit. Binnen werden muren gemetseld en werden er voorbereidingen getroffen voor het kunnen plaatsen van ramen en deuren. Allemaal niet zo fotogeniek, dus ik laat het maar bij de drie plaatjes hieronder.

 

De regenweek van vorige week maakte het onmogelijk om aan de achterzijde van het Grote Huis de beide veranda’s te plaatsen. Timmermannen zijn schaars en druk bezet op La Palma, ons tijdslot ging voorbij. In januari zijn we weer aan de beurt. Zo gaat dat.

 

Ruud en ik vinden het wel wat lastig, soms. Het Grote Huis werd op 1 oktober opgeleverd, twee maanden te laat. Nu, ruim twee maanden na de late oplevering,  zijn de laatste klussen nog steeds niet afgerond. De Veranda’s. De luifel boven de voordeur. De laatste schilderbeurt. Binnen nog de afwerking van het houten dak in de hal. Storten van zand in de ‘tuin’ direct rondom het huis. We wachten. We wachten en kunnen voorlopig niets doen aan de aankleding van de tuin en het plaatsen van het geplande houten hek op de stenen muurtjes en het afzetten van een uitloop voor de honden. Plannen op La Palma? Niet doen, niet aan beginnen! Zo werkt het hier niet, hoe erg je ook je best doet.

In het Boeddhahuis hebben we geleerd geduldig te zijn zonder er chagrijnig bij te worden. We hebben het naar ons zin, zoals het is en zoals het gaat. Als je een foto kunt maken als hieronder, van een oerhuiselijk tafereeltje – slapend hondje voor het raam op een vooravond begin december – dat ben je toch al een heel eind gekomen, toch?

 

December, dat begint met Sinterklaas. Ruud en ik beleefden dit jaar voor het eerst Sinterklaas-met-Mojosaus. Door Corona gedwongen vond de sinterklaasviering in de familie Janssen dit jaar digitaal plaats. Dat mocht de pret niet drukken. Gelukkig maar, dat er internet en beeldbellen is. Zo konden ook Ruud en ik vanaf het verre eiland dit jaar toch weer meedoen met het cadeautjesuitpakfestijn. Ondanks de afstand was het erg gezellig en hadden we plezier met elkaar. Grote kans met alle aangekondigde (Duitsland) en aan te kondigen (Nederland) lock-downs in het noorden, dat ook de kerstdagen digitaal gaan dit jaar. Ruud en ik hebben vliegtickets geboekt via Düsseldorf, maar de kans is erg groot dat ook deze tickets op ons voucherstapeltje terecht gaan komen… Je kunt er mee leven, maar echt wennen doet het niet.

 

De decemberdagen leveren op ons eilandje, met steeds weer afwisselend zon, nevelsluiers, wolken en af en toe een bui, prachtige plaatjes op. Het is winter nu. Overdag blijft de temperatuur steken op zeventien, achttien graden. Inmiddels zijn  Ruud en ik dusdanig ingeburgerd dat ook wij dit ‘koud’ vinden. Op dagen als deze trekken we dikke truien aan. Maar het is prachtig wat je kunt zien, als je door het raam naar buiten kijkt of als je in de boomgaard tussen het werken door even een beetje rond loopt. Je ziet winters licht. Je ziet Groene landjes. Je ziet felle kleuren. Echt mooi!

 

In maart, net voor de grote lock-down hier op het eiland, moesten we aan de noordzijde van ons kavel noodgedwongen een groot aantal zieke sinaasappelbomen tot aan de stam terug snoeien. Het voelde alsof we hiermee een enorm risico namen, ondanks de geruststellende woorden van Kakien.

 

Kakkien kreeg gelijk. Een half jaar later ziet de plek-des-onheils er alweer zó uit. De bomen herstelden zich in no-time. Volgend seizoen dragen ze weer vruchten, denk ik.

 

Terwijl in Nederland en omstreken, na het feest van de-man-met-de-mijter de donkere dagen voor kerstmis zijn uitgebroken, kondigt zich hier op het Groene Eiland het voorjaar al heel voorzichtig aan. De eerste sinaasappelbomen laten hun bloesembloemetjes al zien. Nog een paar weken en dan ruikt de finca weer voor weken lang naar sinaasappelbloesem. Dat is het mooie aan La Palma. Na de zomer komt de lente. Aan winters doen we hier niet  🙂

 

Deze torenvalk (linksonder, klik op de foto om te vergroten) zat vorige week op te drogen na  een regenbuitje, op een grote steen vlak voor het Grote Huis. Kan ik uren naar kijken.

 

En inmiddels weet ik dat december-februari het kanarie-seizoen is. Ze vliegen in kleine groepjes van boom naar boom, zoals mussen dat vroeger deden in Nederland. Op zonnige ochtenden lijkt het qua vogelzang alsof je in een grote vollière woont. Het is me nog niet echt gelukt om één en ander vast te leggen in een mooie close-up foto. De foto die ik hieronder maakte van een eenzame zanger in onze perenboom, komt het best in de buurt vooralsnog.

 

Vanavond, vlak voor zonsondergang schoven er onderlangs onze boomgaard voortdurend bruma’s (wolken van zee) van noord naar zuid langs. De wolken en de ondergaande zon zorgden samen voor prachtige kleureffecten.

 

Vroeger woonden we in Almelo. Nu wonen we op La Palma. Ook op La Palma is altijd wat te doen, zoals je kunt zien. Maar dan anders. Ook hier gebeurt er niet zo veel. Maar het voelt vaak heel  sereen en het ziet er prachtig uit, allemaal. De seizoenen hebben hier een  ritme, dat nieuw voor ons is en dat we langzaam leren kennen. Dat is een mooie ervaring. De tijd vliegt voorbij.

Now You Are Here; What Do You Do?

Het is nu ruim een maand geleden dat we vanuit het Boeddhahuis verhuisden naar het Grote Huis op onze finca. De tijd vliegt, als je het naar je zin hebt. Maar het heeft echt even geduurd, voordat Ruud en ik het naar ons zin kregen in ons nieuwe onderkomen. Dat was onverwacht. We voelden ons een beetje zoals bij onze favoriete slogan uit de foldertjes van de National Park Service in Amerika uit de tijd dat we die parken nog met enige regelmaat bezochten. Op de kop van de krantjes stond altijd de vetgedrukte volzin ‘Now You Are Here, What Do You Do? Daarna kwamen de suggesties voor als je een halve dag, een hele dag of enkele dagen de tijd had om in het park te verblijven. Wíj hebben nog een heel léven de tijd om op ons eiland te verblijven.

 

We voelden ons een beetje verloren buiten de veilige ommuurde tuin van ons voormalige huurhuis. Waar alles duidelijk, overzichtelijk en tijdelijk was. Met de verhuizing waren we aangekomen op de plaats van bestemming. Er ligt nog zoveel open op deze plek en het is aan ons om daar vorm en inhoud aan te geven, terwijl we daarbij soms erg afhankelijk zijn van De Instanties en Andere Personen. We voelden ons een beetje ontheemd door dat inzicht.

Zo liepen er aanvankelijk bijvoorbeeld voortdurend wandelaars over ons terrein. Vaak vergezeld door los lopende honden. Niet fijn, als je zelf honden hebt en nog geen idee hebt wanneer je kunt beginnen met het afschermen van de boomgaard. Afhankelijk als we hierin zijn van de vervolgplanning van Óscar. Men reed dagelijks op paard dwars door onze avocado’s en keek ons daarbij aanvankelijk aan alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. ‘Zo doen we dat hier altijd’, maar dan in het Duits. Totdat ondergetekende dat misverstand misschien ietwat scherp, maar in elk geval wel heel erg duidelijk, en uiterst beleefd dat dan weer wel,  uit de wereld hielp. Zoiets kost ons moeite.

Onze bovenbuurvrouw stuurde ons vervelende appjes vol met beschuldigingen dat we op haar terrein zouden rond lopen en daar kwalijke dingen zouden  uitvoeren. Appjes vol met vage dreigementen in HOOFDLETTERS. Bovenbuurvrouw woont overigens zelf op Tenerife en heeft geen idee wat er allemaal wel en vooral niet op haar terrein gebeurt.

Na de bouwrush van  rond de oplevering van het Grote Huis viel het activiteitenniveau van de mannen van Edyserca La Palma SL vrijwel volledig stil en leek er een tijd lang geen beweging meer in te krijgen. Er werd tegelijkertijd door het bouwbedrijf flinke druk op ons uitgeoefend om een factuur te betalen, terwijl er nog een waslijst van onafgemaakte werkzaamheden moest worden uitgevoerd en wij er dus nog helemaal niet aan toe waren om te gaan betalen. Er werden bouwvakkers ontslagen die al acht maanden voor ons tot onze volle tevredenheid aan het werk waren. Je gaat je dan afvragen hoe stevig zo’n bouwbedrijf financieel vaart in deze crisistijd.

Dan was er het hopeloze virus, dat ons voortdurend belet om ons oorspronkelijk geplande Tussen-Twee-Landen-In-Bestaan te leiden.

Maar bovenal: Ruud en ik waren verschrikkelijk moe. Moe van het het werk op de finca en het toezien en steeds moeten ‘drukken’ op de bouwwerkzaamheden. Moe van ons werk voor Nederland; onze geplande vakantie in augustus viel ernstig in het water door softwareproblemen bij onze grootste klant, twee dagen voordat onze vakantie zou gaan beginnen. Moe van de verhuizing. Moe van de voortdurende onzekerheid en zorgen over de voortgang en de toekomst van ons Grote Plan in tijden van Corona. Moe van het Coronavirus zelf, dat ons afsnijdt van de contacten met familie en vrienden in Nederland. Moe van alles eigenlijk. We waren ons zelf een beetje voorbij gelopen. Een beetje door eigen schuld en een beetje door de omstandigheden.

 

Maar we hebben ons inmiddels weer wat kunnen ‘herpakken’. We snappen weer wat we hier doen op dit eiland en waarom het, ondanks alles, zo fijn is om hier te zijn. We hebben vooral weer een beetje bij kunnen tanken in onze hoofden. Als je echt moe bent, zie je alles inktzwart, wij wel tenminste. Een beetje rust doet wonderen met je perspectief op hoe de zaken er werkelijk voorstaan.

De bouw van het Eerste Kleine Huis gaat inderdaad niet hard op het moment. We hebben er al wel een goed gesprek met Óscar over gehad en zullen komende woensdag nog zo’n gesprek hebben. Het zal een beetje geven en nemen worden. Daar zitten voor ons nadelen, maar ook voordelen aan. Uiteindelijk houdt alles elkaar wel in evenwicht. Het Covid19-virus  schudt nu eenmaal alles flink door elkaar hier op La Palma, ook al is er op het eiland zelf vrijwel niemand ziek. Daarmee moeten we leren leven. Vorige week is men begonnen met het leggen van de dakpannen. Op onderstaande foto’s zie je hoe ver het huis afgelopen vrijdag gevorderd was. Het zal pas in de loop van  volgend voorjaar klaar zijn. Dan ook pas beginnen we met de bouw van het Tweede Kleine Huis. Op z’n vroegst.

 

We (‘ik’ eigenlijk, de tuin is ‘mijn’ afdeling), we zijn begonnen met het aanleggen van stukjes tuin. De plantenstekken in de ‘proeftuin’ (eerste foto hieronder) doen het prima. Op andere plekken heb ik nu gelijksoortige stekken ingeplant. Na de  regendagen van de afgelopen twee weken, zie je de planten bijna letterlijk groeien. Het is heel bijzonder om dat mee te maken. Sommige plantenstekken spuiten gewoon de grond uit, terwijl ze een hele zomer stil hebben gestaan. De groeiseizoenen zijn hier omgekeerd in vergelijking met wat we van Nederland kennen, leren we hiervan.

 

De boomgaard staat er prima bij. Ruud heeft alles helemaal ‘onder controle’ op het moment. Voor zo lang het duurt, natuurlijk, want de schimmeltjes, luisjes en spinnetjes liggen altijd op de loer om te wachten op hun kans.  Als je erover nadenkt heeft Ruud in een jaar tijd  heel veel geleerd en heel veel gedaan. Natuurlijk is nog niet alles perfect.  Maar de bomen doen het prima, er zijn momenteel geen actieve plagen of ziekten en de combinatie van kale takken en gele bladeren hebben we eveneens achter ons gelaten. Het valt mensen op. Dat is leuk om te horen. We zijn benieuwd of we komend voorjaar ook gaan mee maken dat de fruitopbrengst van de bomen navenant groter zal zijn, of in elk geval van een betere kwaliteit.

 

De doorgang tussen ons terrein en het terrein van boze bovenbuurvrouw  hebben we provisorisch afgesloten. Dat geeft ons vooral psychologisch een hoop rust. En het scheelt toch ook wel flink wat aanloop van  Duitstalige hondenuitlaters uit de buurt op ons terrein (en op het terrein van boze bovenbuurvrouw, die eigenlijk boos was op de Duitse hondenuitlaters en niet op ons, maar dat weet ze niet). Kennelijk beschouwen onze vecino’s de hele wereld als hun speeltuin, zolang er geen groot hek rondom heen staat. Alweer een verklaring voor al die hekken hier op het eiland. Ons touwhekwerkje heeft de ongewenste verkeersstroom gestopt.

 

Vaak kijken we met z’n allen naar de zon die zich  elke dag weer onder dompelt in het zeewater. Daar worden we blij van. Eerst altijd twee van ons en dan ook de andere drie, omdat de baasjes blij zijn.

 

Afgelopen weekend vonden we voor het eerst sinds lang weer de tijd om wat rond  te wandelen op het eiland en te herontdekken waarom we het hier zo leuk vinden. Zaterdag liepen we een korte wandeling onderlangs Tijarafe. De wandelroute heb ik eerder al eens hier beschreven. Daarna: hamburgertje eten en biertje drinken in de zon op het terras van de Kiosko in het centrum van het dorp. In je t-shirtje, begin november! En je mondmasker mag af, zodra er iets op tafel staat…

 

Na de hamburger nog even de honden ophalen en met z’n allen uitwaaien op de top van de Matos, in een heerlijk lome zaterdagnamiddagbries. Zoveel stilte. Zoveel kleuren. Zoveel oceaan. Zoveel ruimte om je heen.

 

Op zondag reden we naar het uitzichtpunt van Miraflores, een heuvel aan de rand van Puntagorda. Vanaf de top van Miraflores kijk je uit over het centrum van het dorp. Men heeft ooit bedacht om op deze top  een astronomisch observatiepunt in te richten. Onder de dennenbomen. Met een mooie lantaarnpaal erbij. Maar wel met hele mooie muurtjes. Vroeger begonnen Ruud en ik vaak onze LaPalma vakanties met een broodje mojo op deze plek. In afwachting van de ‘openingstijd’ van ons vakantiehuisje. Blij en verheugd dat we er weer waren. Fantaserend (maar absoluut nog niet met een plan in ons achterhoofd) hoe het zou zijn, als je op deze plek zou wonen. Bijzonder hoe de dingen kunnen lopen in een mensenleven.

 

Ons eigenlijke doel was niet de heuveltop van Miraflores, maar de nog net iets hogere heuvel direct achter dit uitzichtpunt. Deze heuvel-zonder-naam heeft altijd al tot de verbeelding van Ruud gesproken. Ruud wil altijd naar het hoogste punt, als hij ergens is. Bovendien kijken we tegenwoordig op deze heuvel uit vanaf het terras van het Grote Huis. Het leek er altijd op dat het hoogste punt, de tweede heuvel dus, onbereikbaar is voor wandelaars zonder over privéterreinen te lopen. Vandaag gingen we het toch nog eens proberen. Inmiddels hebben we een Spaanse mond, zodat we de weg kunnen vragen. We leerden dat je vanaf Miraflores kunt doorlopen, en steeds rechts moet aanhouden, tot dat je vlak boven het bouwvalhuisje met het rode dakpannendak een geitenpaadje naar links aantreft. Dat smalle pad leidt naar een veel breder pad dat richting de top van heuvel2 voert, zonder dat je over boerenerf of door boomgaarden en tuinen hoeft te lopen. Het was er mooi. We zagen het dorp Puntagorda in volle glorie onder ons liggen. We zagen door de telelens van de fotocamera ons eigen nietige fincaatje ver weg in de diepte  te midden van al het andere liggen.

Op de heuvelrand aan de horizon zagen we ook het verbrande bos bij Las Tricias en Briestas. Het is altijd weer schrikken als we beseffen hoe dichtbij het vuur is gekomen tijdens de bosbrand van afgelopen augustus. Je kunt de bruine bomen zien als je de voorlaatste foto van het blok hieronder uitvergroot.

 

We besloten om met de auto even te gaan kijken hoe het er nu is. Dat hadden we nog niet eerder gedaan sinds de brand. We schrokken flink. Onze prachtige fietsroute door Briestas en El Castillo richting Santo Domingo, helemaal in de as. Zo’n triest gezicht, want het was hier zo verschrikkelijk groen en mooi met uitbundig bloeiende bloemen. Ook de route van Ruud’s gidswandeling rondom Las Tricias voert nu voor een groot deel langs bruine dennen en verkoold struikgewas. Over drie jaar zal je niet veel meer merken van dit alles. Maar drie jaar duurt nog zo lang…

 

We reden door naar de kust onder Santo Domingo. En daarna weer een hamburger in de zon, dit maal op het terras op het kerkpleintje van Las Tricias. Een vegetarische hamburger uiteraard. Las Tricias is de hoofdstad van het alternatieve, vaak veganistische,  leven op La Palma. Maar echt heel erg lekker. Ik miste de runderinbreng niet op het geheel.

 

Zo’n weekend zonder verplichtingen in de zon doet wonderen. We hadden weer even het vakantiegevoel te pakken. We weten weer waarom we op La Palma zijn 🙂 .

Avocado Glamping

Twee weken geleden alweer, kochten we een nieuwe set van jonge avocado-planten. Om de achterblijvers uit de lichting van vorig najaar te vervangen. We waren erg blij dat we de planten op de kop hadden kunnen tikken. Er is nog steeds veel vraag naar avocado-aanplant. We zouden ze snel gaan inplanten.

 

Maar de calima kwam met nachttemperaturen van tegen de dertig graden en een luchtvochtigheidsgraad van bijna nul. Daarna kwam de zus van Ruud een week lang op bezoek. Daarna volgde er een nieuwe calima, met nog hogere temperaturen dan de voorgaande. En zo werd het ongemerkt twee weken later, en stonden de plantjes nog steeds met hun wortels in zwarte plastic zakken in de wachtstand onder de grote boom achter het Boeddhahuis.

 

Hoe lang kan je wachten met het planten van jonge avocadoplanten? Afgelopen zaterdag en zondag, de calima was er nog steeds met saharatemperaturen en een gortdroge lucht, besloten Ruud en ik dat het genoeg was. In de relatief koelere ochtenduren vervingen we oude, zwakke avocadoplanten voor de nieuwe exemplaren. Op hoop van zegen.

 

Tijdens het uitgraven van de oude planten merkten we dat de grond in de nieuwe terrassen toch wel wat aan de droge kant geworden was. Niet helemaal droog maar aan de droge kant. In combinatie met de hitte krijg je dan onderstaand effect, bij jonge planten met slechts nog een klein wortelstelsel. De bladeren gaan in de lengte krullen. Tegelijkertijd staan de grote avocadobomen en de sinaasappelbomen, die diepere wortels hebben, er prima bij. Ruud paste de hoeveelheid water die we ‘s nachts geven aan en overdag sproeien we met de hand bij. Alleen op de twee terrassen met jonge planten.

 

Op advies van Kakien en (onafhankelijk van elkaar) Jesus, heeft Ruud gisteren voor de nieuw aangeplante boompjes een extra bescherming tegen de zon gemaakt. Jesus is de vierde medewerker van Óscar die gisteren aan ‘het bouwteam’ op de finca is toegevoegd. Hij werkte eerder dit jaar ook al bij ons.

Aanvankelijk kwam Ruud met behulp van een rol bouwlinnen, die op de afvalstapel van de bouwvakkers lag, tot onderstaande oplossing: model ‘Kukluxclan’.

 

Wij zijn alle2 niet zo van die denkrichting. Bovendien had het aanvankelijke model toch wel een wat drukkende en verstikkende werking op de plantjes die beschermd moesten worden. Met behulp van kleine metalen steunstaven, die we nog op voorraad hebben, werd model KKC uitgebouwd tot model ‘Brede Schaduw’. De nieuwe avocado’s kregen zo hun eigen glamping-experience.

Volgens Jesus moeten de schaduwschermpjes tot begin september blijven staan om de avocado’s tegen de zon te beschermen. We hopen dat er tussen nu en begin september geen harde wind op steekt. Begin september? Hey, dan wonen we al op finca! Als we onze aannemer mogen geloven. Oh, happy day!

 

Gisteren aan het einde van de middag trok de hete calima-lucht eindelijk weg van ons deel van het eiland De koelte was na vijf opeenvolgende berehete avonden en nachten meer dan welkom. We werden er blij en vrolijk van.

 

Op het betonnen stoepje van het grote-huis-in-aanbouw genoten we van de koelte en de ondergaande zon. Wat is het toch een prachtplek, denk ik iedere keer weer als ik er zit en om me heen kijk, terwijl het daglicht langzaam uit de wereld trekt.

Nieuwe Ronde, Nieuwe Kansen

Via de whatsapp kwam op zondagavond de tip van Kakien binnen  dat er bij de Colmegran op zaterdagmiddag drie pallets met mooie jonge avocadoplanten waren binnen gekomen. ‘Je moet ze maandag gaan halen en la primera hora’, vertelde hij nog aan Ruud, ‘anders zijn ze alweer weg’.  De Colmegran is een soort van ouderwetse Boerenbondwinkel, hier in het dorp.

 

Vanochtend om half negen reed Ruud met een Caddy vol planten het oprijpad van het Boeddhahuis op. De planten zien er inderdaad goed uit. We zijn erg blij dat we ze hebben kunnen krijgen, want nu ze hoog zomer kunnen worden geplant hebben ze nog een maand of vier, vijf de tijd om goed aan te slaan. Een paar weken geleden kregen we bij de Colmegran nog te horen dat de eerstvolgende levering pas in de loop van september zou binnen komen. Avocado’s moeten in de zomer geplant worden. De planten houden van de hitte, als ze maar genoeg water krijgen. Je ziet ze bijna groeien in warme periodes.

 

Vooralsnog staan de planten tijdelijk geparkeerd in de schaduw van de grote boom achter ons huurhuis. Veilig weg gestopt achter een hekje, beschermd tegen de bijtgrage tanden van Sanne. Sanne heeft iets met bloempotten, als ze de kans krijgt. Sanne is dit jaar al met ettelijke plantjes en stekjes van plantjes aan de haal gegaan.

 

Op het moment is er Calima op het eiland, met middagtemperaturen van ver boven de dertig graden. Het is veel te warm om te gaan planten nu, zowel voor ons als voor de nieuwkomers.

Maar ze zijn er! En ze zijn een paar maanden eerder aangekomen dan waarop we gerekend hadden. We kunnen de zwakke broeders van de aanplant van vorig najaar nu gaan vervangen in de hoop  dat er in het najaar alleen nog maar ‘goeie’ avocadobomen en -boompjes op de terassen van onze finca staan. Nieuwe ronde, nieuwe kansen…

Labrador Oceano

Ik ga wat vertellen over Labrador Oceano. Nee, da’s geen mooie leuke hond, dit keer. We hebben het over graniet, een steensoort. We hebben het over granieten aanrechtbladen voor in keukens om nog wat preciezer te zijn.

Afgelopen vrijdag reden Ruud en ik in bijna anderhalf uur naar de andere kant van het eiland, naar het plaatsje Los Sauces. In die plaats is Isromar gevestigd. Isromar is een bedrijf dat doet in graniet. Wij willen graag granieten aanrechtbladen voor in de keukens van onze toekomstige huizen. We hadden via via begrepen dat de prijzen van zulke aanrechtbladen op La Palma best meevallen.

In ons dorp was het prachtig warm en zonnig weer, toen we vertrokken. Onze evenknieën aan de noord-oostkust moesten het doen met een koude wind, nevelslierten en een lookalike Nederlandse lucht boven de oceaan. Stond ik daar, in mijn korte broekje.

Ter plekke was het even zoeken en ruzie maken met google-maps op onze beide telefoons. Uiteindelijk bleek  google gewoon  gelijk te hebben en hadden we ons flink wat heen-en-weer-lopen kunnen besparen, als we wat beter kaart zouden lezen en zouden geloven wat de kaarten ons probeerden te vertellen.

We vonden de werkplaats en de winkel van de granietleverancier in een grote fabriekshal, waarvan wij toch zeker wisten dat dit een ‘bananenhal’ zou zijn. Niet dus.

 

We kwamen terecht in een grote werkplaats met een enorme voorraad van granieten platen uitgestald. We werden erg vriendelijk ontvangen. Kregen van een zichtbaar trotse ondernemer een kleine rondleiding door haar fabriekshal en langs alle ingewikkelde apparatuur, waarmee de granieten platen worden bewerkt. In een klein kantoortje, terug in de tijd naar de jaren zeventig voor mijn gevoel, werden we vervolgens uitgebreid geïnformeerd over alle ins en outs van het installeren en op maat maken van granieten aanrechtbladen. Het werd een erg leuk gesprek met alle drie de kantoormedewerkers. Petje af voor Ruud. Zijn Spaans wordt echt steeds beter, en dan merk je dat mensen heel veel willen vertellen en veel te vertellen hebben op een interessante manier. Nu ik nog, met dat Spaans. Nog steeds: ik versta de mensen hier wel redelijk, maar ik krijg de woorden gewoon mijn strot niet uit als ik iets terug wil zeggen. Op de één of andere manier blokkeer ik, omdat ik bang ben om stomme dingen te zeggen of knoeperds van taalfouten te maken. Daar moet ik nu echt iets aan gaan doen. Heel erg nodig. Maar we hadden het over graniet, vandaag.

 

 

Te midden van al het moois vonden we onze labrador. Labrador Ocean. Graniet met een patroon van zwart en bruin, hier en daar onderbroken door blauwe (ocean) kristallen. Die kristallen komen op de foto hieronder niet zo goed uit de verf. Wat er op de foto hieronder  een beetje bleek wit-blauwig uitziet, ziet er in het echt uit als kleine, heldere, bijna opaal-blauwe ‘spikkels’. Je krijgt een betere indruk als je het plaatje uitvergroot.

Die blauwe kristallen deden het hem. Ruud en ik waren meteen verkocht, toen we de platen zagen. We kunnen wederom een vinkje zetten op onze nog altijd enorme nog-te-doen-lijst.

 

De afgesproken bouwstop van twee weken op de finca is een bouwstop van drie weken geworden. Dat vinden Ruud en ik niet echt fijn, maar we moeten het er mee doen. Komende maandag komen de mannen van Óscar terug op de bouwplaats om het grote huis af te maken. Daar hebben ze dan nog acht weken de tijd voor. Die planning gaat heel krap worden, vrees ik, als ik zie wat er allemaal nog moet gebeuren. We gaan zien wat de plechtige beloftes van Óscar waard zijn en zullen het druk hebben om hem aan zijn belofte te houden.

Afgelopen maandag is Fernando, de timmerman, wel (eindelijk) begonnen aan het dakje boven het halletje. Normaal is dit werk voor één, hooguit anderhalve dag. Zaterdagmiddag zag alles er zo uit, terwijl hij er vijf dagen aan gewerkt heeft. Het dakje is nog steeds niet af. Eén van de beide verbindingspunten past niet en is door Fernando gekit om het passend te maken. Het resultaat ziet er op zich nog wel redelijk uit, maar het hoort niet zo en het moet ook niet nodig zijn om op zo’n manier een canarisch dak in elkaar te zetten.

 

Erger is dat het dakje een scheetje beef staat, als je het van de buitenkant bekijkt. Dat vraagt natuurlijk om een meting. De afwijking bedraagt drie centimeter op een meter, om precies te zijn. Nagemeten door een expert die spontaan kwam in gevlogen vanaf de Camino del Calvario. Waarschijnlijk is alles voor het zicht nog wel te herstellen als de uralita’s op het dak worden geplaatst. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling om een houten dak op deze manier opgeleverd te krijgen. Fernando ontkent overigens dat alles scheef staat. We lijden volgens hem aan gezichtsbedrog. En ook nog:  ‘als straks de dakgoot tussen de daken wordt geplaatst, zal alles goed komen.’ De waterpas liegt niet, wat ons betreft. En mijn ogen liegen ook niet, wat mij betreft.  We zijn zijn het oneens met de timmerman.

 

Maandag kan er door het getreuzel met het dak nog steeds niet voluit aan het huis worden gewerkt. De kwaliteit van het geleverde werk vinden we maar zeer matig. Er zit voor ons niets anders op dan een stevig gesprek aan te gaan  met de aannemer. Je weet nooit precies hoe zo’n gesprek gaat lopen, maar Ruud en ik willen van de timmerman af, dat is één ding dat zeker is. Op een respectvolle wijze, dat wel, Fernando heeft zeker ook zijn goede kanten. Onze grens is echter bereikt en overschreden. Óscar mag het oplossen. Daar hadden we hem voor ingehuurd. We vinden het al met al een best lastige situatie.

Gelukkig biedt de zonsondergang elke avond een beetje troost en afleiding, als je dat nodig hebt. Deze  is van vrijdagavond.

 

Toen we dachten dat alles ‘klaar’ was met dat ondergaan van de zon voor deze dag, werden we getrakteerd op onderstaande explosie van oranje en rood. We zullen waarschijnlijk nooit genoeg krijgen van dit dagelijks terugkerende moois, al zouden we hier nog dertig jaar blijven wonen.

 

In de boomgaard gaat alles zijn gangetje. De ene plaag gaat, de andere komt. Ruud weet inmiddels dat een boer altijd zorgen aan de kop heeft. Het lijkt erop dat de plaag van de Serpeetaatjes, die met zijn allen aan het hout van de  sinaasappelbomen knaagden, onder controle is. Begin vorige week dienden zich echter plotseling kleine rode avocado-spinnetjes aan op enkele van de nieuwe planten, die subiet hun blad lieten vallen.  Araña Cristalina, heten ze, die spinnetjes. Zou zomaar de naam van één van onze drie ‘prinsesjes’ kunnen zijn, dacht ik, toen ik deze naam voor het eerst hoorde. Het gaat om miniscule roodbruine spinnetjes. Met het blote oog kan je eigenlijk niet zien dat het spinnetjes zijn. Ruud heeft geprobeerd alles plat en weg te spuiten met jabón potasico. Hopen dat dit voldoende effect heeft.

 

Ondanks de spinnetjes staan de bomen er over het algemeen best goed bij. Met donkergroen blad staan ze te stralen in de hete zomerzon van de afgelopen dagen. Als je op een bloedhete middag een beetje rond dwaalt over de zeven terrassen van onze boomgaard en de landweggetjes die er omheen liggen, voelt dat fantastisch. Het is echt een mooie plek om straks te wonen. Het is echt een mooie plek om vakantie te vieren ooit. Voorlopig zijn we echter nog aan het bouwen, met alle zorgen en beslommeringen die daarbij horen.

 

De komende week staat voor ons in het teken van lang verwachte visite uit Nederland. Het weer op La Palma is er alvast helemaal klaar voor. De amaretto is al gekocht 🙂

Intussen in de Boomgaard (5)

Na al het geploeter van Ruud in de voorbije maanden, was het de afgelopen weken vrij rustig met werkzaamheden in de boomgaard. Alle aandacht van Ruud ging uit naar de bouw van het grote huis, waarmee hij best druk is als er bouwvakkers zijn. Daarnaast hielp Ruud flink mee bij het werk  in ons administratiekantoor. Er is nog genoeg te doen in de boomgaard, maar het grote puin ruimen is gelukkig voorbij nu, en we vonden het voor onze ‘mentale gezondheid’ nodig om te stoppen met groenwerk in de weekenden. We merkten dat we ongemerkt  alleen nog maar aan het werk waren, zeven dagen per week, en het is natuurlijk niet goed als je zoiets te lang volhoudt. Daarbij komt dat we nog wel een tijdje dóór moeten, voordat alles er staat en alles loopt zoals het lopen moet. Dat gaat allemaal nog minstens een maand of acht duren,  denken we… We temporiseren dus in de boomgaard.

 

In mei is Ruud erg druk geweest met het snoeien en wegzagen van (delen van) dennenbomen bij de toekomstige gasteningang van de finca. Ik liet het al eerder zien in dit blog. Het resultaat van al het werk vinden we nog steeds geweldig. Je kunt nu vanaf ons terrein ‘door het bos heen’ kijken naar de zee en naar de heuvel van het Cruz de Matos, waar je eerder tegen een groenbruine muur van dennennaalden aankeek. Andersom zie je vanaf de zandpaden rondom nu pas goed hoe mooi de finca eigenlijk is en hoe prachtig onze zeven terrassen liggen in een klein beschut dalletje.

 

Door al het gehak en gezaag heeft het laagst gelegen noordelijke terras, waar later dit jaar het tweede kleine huisje moet gaan verrijzen, een direct uitzicht op de zee gekregen. Dat oceaanzicht kan nog wel wat beter, maar die laatste verbetering moeten we beetje bij beetje, stapje voor stapje en met beleid voor elkaar zien te  krijgen. De tweede boom van links op de onderste foto van het fotoblok hierboven, de boom met de dubbele kruin, moet wat ons betreft nog sneuvelen, ergens in de loop van de zomer. Maar die boom is vrij groot en staat een ietsiepietsie niet op ons landje, maar op een stuk land dat het eigendom is van meerdere personen die in Venezuela wonen en die voor ons niet bereikbaar zijn. Dat maakt het allemaal wat lastig.

Het uitzicht op de oceaan, zoals het nu is,  vinden wij echter al heel acceptabel. Zeker als we bedenken hoe het eerst was en als we bedenken  dat we voor de gasten van het tweede huisje nog een mooie  ‘uitzicht-plek’ op één van de hoger gelegen terrassen boven het huisje  in de planning hebben staan.

 

In mei en in juni plukten we onze vruchten, volgens het ritme van het jaar. Eerst de vroege sinaasappels. Daarna de avocado’s erbij. Op het einde van mei en  begin juni ook de durasno’s en de perziken. Het ritme van de rijpende vruchten beginnen we langzaam te herkennen, nu ons eerste jaar hier op La Palma ruimschoots verstreken is, en alles voor de tweede keer aan ons  voorbij komt. Binnenkort zijn de abrikozen aan de beurt. De abrikozenopbrengst valt dit jaar echter wat tegen.

Het plukken-op-het-juiste-moment ging overigens nog niet zo heel erg goed met de perziken van de foto’s hierboven. Die zagen er prachtig rijp uit, vonden Ruud en ik. Pas nadat we de boom half leeg geplukt hadden, bedachten we dat het misschien handig zou zijn om ook eens te proeven of de vruchten al rijp waren. Dat waren ze nog niet. En aangezien perziken niet verder rijpen, nadat ze geplukt zijn, konden we drie halfvolle samuro’s met zure vruchten weg gooien. Doodzonde! Gaan we volgend jaar anders doen.

 

We hadden het overigens kunnen weten, dat van de zure vruchten, want De Fruitspecialist bij ons thuis haalde haar neus op voor de perziken die tijdens het plukken op de grond terecht kwamen. Voortaan eerst beter naar ons bruine hondje kijken, voordat we iets van een boom afhalen.

 

In de eerste week van juni vonden we Ito uit Puntagorda die voor een schappelijke prijs onze twee enorme stapels met snoei- en rooi-afval wilde afvoeren (dank je wel voor de tip, Marja!). Daar was vooral Ruud erg blij mee, want die stapels lagen in zijn hoofd wel heel erg in de weg. Het spul verbranden, wat hier in het dorp de normale gang van zaken is,  durfden we niet aan, met alle droge dennen in de buurt. Wachten tot het moment dat de mannen van Óscar alles zouden gaan afvoeren lukte ons niet. Ito bracht uitkomst.

 

Half mei bewerkte Kakkien de sinaasappelbomen voor ons met twee soorten gif. Door Corona heeft Ruud nog niet de verplichte ‘gifspuitcursus’ voor boeren kunnen volgen. We beschikken om die reden nog niet over een vergunning om zelf landbouwgif te kunnen kopen en moesten daarom de hulp van Kakkien inschakelen die zo’n vergunning wél heeft. We gebruikten Movento en Gazelle Plus SG (secunda generación – generación 1 is inmiddels verboden..) om de dreigende serpeta-plaag te bestrijden. Tussendoor spoot Ruud de bomen nog een keer helemaal schoon met jabón potásico (kaliumzeep) onder hoge druk. Dat is alles bij elkaar een hele hoop ‘behandeling’ tegelijk, maar het lijkt erop dat het op deze manier  gelukt is om het Verschrikkelijke Beestje in bedwang te krijgen. Ons eigen Outbreak Management Team, dat is die jongen met het rode haar van op de foto’s,  kan tevreden zijn. Een flinke opluchting, natuurlijk, want de enige resterende behandeling zou het volledig terugsnoeien naar de stam van alle sinaasappelbomen zijn geweest, en twee jaar lang een sinaasappelboomgaard zonder sinaasappels. We denken maar niet aan een eventuele terugkeer van de Serpeta in een Tweede Golf.

We merken overigens dat de bomen die we dit voorjaar hebben terug gesnoeid, weer heel snel herstellen. Sneller dan in de tijd dat Antonio de bomen liet snoeien. De hoeveelheid water die voor de bomen beschikbaar is, maakt waarschijnlijk het verschil. De gesnoeide sinaasappelbomen op de noordelijke terrassen zien er nu al weer zó uit:

 

Nu de behandeling met gif vier weken achter ons ligt, is er hier en daar nog wel wat kleine schade zichtbaar in de vorm van lokale plukjes met kale takjes. Volgens mensen die het weten kunnen (Marc, onze Zwitserse bovenbovenbovenbuurman die al maanden niet naar La Palma heeft kunnen komen om zijn eigen boomgaard te bekijken) moet dergelijke schade echter worden gezien als het laatste merkbare effect van de laatste serpeta-generatie, die vergiftigd is en voorbij is. De kale takken lijken zich inderdaad niet opnieuw uit te breiden. We hopen er maar het beste van.  Op naar de volgende plaag..

 

Doordat we met gif spoten, konden we vier weken lang geen sinaasappels plukken en dus ook niet verkopen. Dat was jammer. Veel van de vruchten vielen van de boom en moesten we afvoeren. Sinds afgelopen weekend mogen we weer plukken en uitpersen. En echt: onze sinaasappelsap is de allerlekkerste!

 

Alle bomen, sinaasappels, avocado’s en de rest,  krijgen maandelijks bladmest van Ruud. Het gelige blad maakte plaats voor groen blad. We leren langzaam maar zeker te lezen wanneer de bomen water moeten krijgen  en wanneer we even moeten stoppen met water geven.   Bij avocado’s gaat het blad in de lengte krullen als de wortels te nat staan, zo hebben we geleerd, en als we dat zien gebeuren gaat ‘de watercomputer’  één of twee nachten uit. In principe krijgen de bomen elke nacht een vaste hoeveelheid water. Dat is tegen alle gewoonteregels van de Palmero’s die we kennen , maar we kennen in het dorp een eigenwijze Hollander met prachtige avocadobomen in zijn boomgaard, die het ook zo doet. Goed voorbeeld doet volgen en het lijkt te werken. Alles staat er fris en groen bij.

De avocado’s die we vorig najaar plantten, laten rond deze tijd zien wat ze waard zijn. Veel van de aanplant staat er sterk en gezond bij. De grootste avocado’s  zijn al zover gegroeid dat ze tot aan ‘borsthoogte’ reiken.

 

Maar voor ongeveer 15% van de plantjes geldt dat ze er zó bijstaan. Ze hebben het niet gered. Deze planten  moeten we gaan vervangen. Dat kan pas in het najaar, want momenteel is er nergens een plant te krijgen.

 

Vooral  onder de avocado’s die we op het bovenste zuidterras, pal naast het grote huis, hebben geplant, is het percentage uitvallers hoog. Na veel wikken en wegen (is de bodem hier wel geschikt voor avocado’s?) hebben Ruud en ik bedacht dat we het in het najaar toch nog een keer gaan proberen met vervangers. We willen die vervangende avocado-planten dan gaan kopen bij de Colmegran, een ‘boerenbond-winkel’ hier op het dorp. De planten die we vorig jaar op dit adres hebben gekocht blijken het sterkste van allemaal te zijn, hoewel ze er bij de aankoop destijds het meest kwetsbaar uitzagen. Eerste indrukken zetten je soms helemaal op het verkeerde been, zo blijkt maar weer.

 

Dat bovenste terras aan de zuidkant is wel een beetje ons ‘zorgen-terras’. Vorig najaar hebben we hier een groot aantal bomen gerooid, maar ook een aantal bomen laten staan. Dat hadden we achteraf niet moeten doen. Doordat die bomen bleven staan kon het terras niet goed worden omgeploegd en geëgaliseerd. Dat merken we nu; het blijft een beetje een rommeltje hier. Als straks de eerste twee huizen zijn opgeleverd, gaan we er maar weer mee aan de slag.. Tot mijn grote verbazing hoorde ik Ruud onlangs zeggen dat hij het grindpad van Antonio weer in ere zou willen herstellen, terwijl we juist zoveel tijd en moeite hadden gestoken om het grind en de keien weg te krijgen uit het zand. Niets is veranderlijker dan een mens met voortschrijdend inzicht, die zijn mening durft te herzien.

 

In mei en in juni hebben zijn we weer wat verder gekomen met het vraagstuk  hoe we de hellingen tussen onze terrassen in de toekomst mooier kunnen  maken en welke soorten struiken we hiervoor willen gebruiken.  De planten op onze proefhelling doen het vooralsnog prima. Die helling gaan we daarom op andere plekken herhalen. De eerste stekken staan al weer klaar op de stoep van het Boeddhahuis.

 

De hellingen moeten wat ons betreft begroeid raken met inheemse, droogte minnende planten. Naast de aloës en de vetplanten die we al bedacht hadden,  denken we nu ook aan grotere, bloeiende struiken. Blauwe en Witte ‘laagland’ Tajinastes. Vijgenboompjes, die in de directe omgeving van de boomgaard overal in het wild groeien. En hier een daar een niet zo inheemse, maar wel droogte minnende Paarse Bougainvillea, die we over de hoge rotshellingen willen laten woekeren. Alles moet natuurlijk wel in Het Grote Favoriete Kleurenschema van ondergetekende passen. Gele, oranje  en knalrode planten komen er straks niet in op onze finca, als het aan mij ligt.

 

We stekken ons suf op het moment. Maar we zullen toch ook wel het één en ander aan struiken moeten gaan kopen om nog vóór 2030 iets van resultaten te kunnen zien. Het terrein is zo gigantisch groot als je denkt in termen van beplanting…

 

 

We  zijn dus aan het stekken. Met wisselend succes, maar dat hoort zo bij stekken, geloof ik. Onze drakenboom krijgt straks in elk geval gezelschap van tien broertjes en zusjes. We zullen naast heel veel bij elkaar gesprokkelde aloë ook minstens een stuk of acht zelf gekweekte paarse bougainvillea’s kunnen planten en zelfs een enkele stek van een olijfboom, als alles goed gaat. Het stekken van vijgenbomen lukt vooralsnog niet zo heel erg goed. Terwijl iedereen op het internet mij vertelt dat juist vijgenbomen zo gemakkelijk zijn om op te kweken.

 

Ook buiten onze finca helpt men hier en daar met het verfraaien van ons uitzicht. In het verlengde van de Camino de Pinto, in de richting van de oceaan, stond tot voor kort een oude, vervallen bananenplantage met gescheurde plastic zeilen die rafelden en klapperden in de wind. Iemand heeft de braak liggende plantage  kennelijk gekocht, want de bananenrestanten zijn weg en er ligt nu een pracht van een omgeploegde akker te stralen in de zomerzon. Men gaat er druiven verbouwen. Met mooie stenen muurtjes er omheen. Op de foto hieronder te zien in de verte, links van de heuvel, rechtsvoor de helikopterhaven van de brandweer.

 

Iedere avond, als we met ons vijf onze zonsondergang-ronde doen tussen de fruitbomen, vergeten we de zorgen van de dag en zijn we blij met het landschap waar we doorheen mogen lopen.

 

We kunnen niet wachten tot dat we er ook echt mogen wónen.  Nog twee maanden te gaan, vertelde Óscar ons gisteren nog maar eens. Dan is het zover.

Tuinontwerp

Deze week was er  tijd om af en toe weer eens ouderwets te knutselen in Sketchup. Tijd voor een tuinontwerp; een ontwerp voor de tuin rondom het grote huis op de finca.

In augustus 2018 had ik al eens een ontwerp gemaakt voor de tuin, of eigenlijk voor de drie zuidelijke terrassen in de directe omgeving van het grote huis, dat we toen nog ‘de villa’ noemden. Dat ontwerp zag er zó uit.

 

Met de kennis, ervaringen en gewijzigde inzichten van anderhalf jaar later, gaat dit ontwerp de vuilnisbak in. Het zwembad bij het grote huis werd weg bezuinigd. De uitbreiding van de muur onder het grote huis bleek bouwtechnisch niet nodig en onderging het zelfde lot. Naast deze bezuiningingen vonden Ruud en ik het geheel ook net niet passend bij hoe we willen leven en welke sfeer we aan onze finca willen geven, voor ons zelf en voor onze toekomstige gasten. Tot slot bezuinigden we nog op het aantal vierkante meters aan te leggen terras.

 

De uitgangspunten voor het nieuwe ontwerp? Eén: We noemen ons zelf een ‘finca’ (een boerderijtje in het Spaans). Daar past geen sjieke tuin vol met fancy tierelantijnen en trendy palmbomen en andere Canarische ‘vakantie-vegetatie’ bij. Niet als hoofdmoot van het ontwerp, tenminste.  We willen een ‘boerentuin’. Twee: We moeten het kunnen betalen. Drie: Niet al teveel verschillende soorten bomen en struiken. Herhaling van een paar mooie soorten maakt dat het geheel rust en harmonie uitstraalt. De variatie komt wel door te zijnertijd kleinere planten en bloemen te planten. Vier: zeker in het begin geen uitbreide bloemenperken. We hebben helemaal geen tijd voor het onderhoud! En een tuinman gaan we écht niet doen…

We doen een rondleiding door het nieuwe ontwerp. Op het plaatje hieronder zie je de toegang naar het grote huis, als je vanuit het dorp komt aanrijden over de Camino de Pinto. Aan de wegkant willen we een houten hek van ronde palen op de muur plaatsen. Groot vraagteken is nog hoeveel zoiets kost en waar je op La Palma hout kunt kopen. (We missen de Gamma, echt waar…).

 

Hier zie je de oprit en het terreinstuk tussen de voorgevel van het grote huis en het hoge gevangenishek van onze achterbuurvrouw. We gaan mangobomen voor dat hek zetten. Mangobomen dragen het hele jaar blad en zien er mooi uit. Daarnaast kunnen we wel wat met mango’s. Een tip van Jorge is om geen mangobomen maar mangAbomen te planten. Die schijnen het hele jaar door vrucht te dragen. Misschien een idee, zoeken we nog uit.

De roze struiken zijn bougainvillea-struiken. Die zijn ook het hele jaar groen. Daarbij een groot deel van het jaar bloeiend. En ze hebben weinig water nodig.

De boom achter de bougainvillea’s is een olijfboom (nadat hij een aantal jaren heeft kunnen groeien – dat geldt voor alles uiteraard). Ook olijfbomen hebben niet heel erg veel water nodig.

 

Hieronder zie je de oprit vanaf de voordeur gezien. ‘KomtVastGauw’ krijgt een parkeerplaatsje vóór het huis.

 

Als je vanaf de voordeur door loopt naar de achterdeur kom je uit op de patio. Hier kunnen we bij mooi, maar winderig, weer toch lekker buiten zitten, ondanks dat het waait. Op La Palma waait het vaak best hard als het mooi weer is.

 

Verder lopend vanuit de patio naar de veranda aan de oceaanzijde van het grote huis, kom je uit aan de voet van de trap die naar het ondergelegen terras leidt. Het is nog even de vraag of het mogelijk is om de trap zonder U-bocht te kunnen aanleggen en zo een hoogte van ca drie meter te kunnen overbruggen. Als dit mogelijk is, heeft het wel onze voorkeur.

 

Want. Dan ontstaat er links van de trap ruimte voor een soort van klein balkon of een uitzichtpunt. Dit wordt dan direct het meest centrale punt van de tuin. Vanaf het balkon kan je alles overzien.

 

Op het plaatje hieronder zie je de straatzijde van de tuin, naast het grote huis. De bougainvillea-struiken en de olijfboom zorgen voor privacy op de veranda. De helling van de weg  ten opzichte van ons terrein maakt het voor iemand die in de auto ons huis passeert sowieso onmogelijk om te bekijken hoe wij ons vermaken op de veranda. Dat is zelfs niet mogelijk als de stille gluurder in een vrachtwagen voorbij komt. Maar boom en hoge struiken zorgen ervoor dat je je ook niet bekeken vóélt, als je op het terras van de veranda zit.

 

Zó ziet de veranda eruit vanaf het zuidelijke uiteinde (de wegkant) gezien. Het bankje is helaas nog steeds gejat, en zullen we opnieuw moeten kopen.

 

Vanaf het noordelijke uiteinde (fincakant) ziet het terras van de veranda er uit zoals hieronder te zien is.

 

Vanaf de veranda lopen we de trap af naar beneden. Rechts zien we het zonneterras en de waslijnpalen. Links zien we de fruitbomen die onze tuin afschermen van de weg. Op de foto staan citroenbomen afgebeeld. Teunis vindt citroenbomen mooi, ook al omdat deze bomen het hele jaar door vrucht dragen. Ruud wil hier graag ortanique-bomen planten. Ortanique-vruchten zijn een kruising tussen een sinaasappel en een mandarijn. Je kunt ze tegen een redelijke prijs verkopen (in tegenstelling tot citroenen). En ook deze bomen dragen het hele jaar door vrucht en bieden, eenmaal uitgegroeid, voldoende privacy. Bovendien smaakt Ortaniquesap uitstekend terwijl wij citroenen eigenlijk alleen maar gebruiken als sluitstuk op flesjes coronabier.

 

Als je op het zonneterras zit, en je kijkt naar het grote huis, dan ziet dat er uit als op het plaatje hieronder. De struiken rondom het terras zijn oleanders. Ze bieden privacy tegen blikken vanaf het balkon van het vakantiehuis van onze achterbuurvrouw en vormen een extra ‘groenscherm’ om niet vanaf de weg gezien te worden als je rustig wil zitten. Als iemand in de auto over de Camino de Pinto langs rijdt, heeft hij of zij vrij zicht op dit deel van de tuin. Deze zichtlijn moet dus worden geblokkeerd. Dat doen we met losse bomen en struiken, zonder heg of schutting. Het zonneterras is ook een goede plek voor Ruud om zijn telescoop op te zetten. Maar daarvoor zijn er verder weg van het grote huis meer geschikte locaties op ons terrein, met meer ‘zichtvrije hemel’.

 

Dit zie je als je vanuit de uiterste hoek van de tuin, aan de fincakant, terug kijkt naar het grote huis.

 

En dit zie je als vanuit de uiterste hoek van de tuin aan de wegkant naar het huis kijkt.

 

Het is nu zaak om te kijken hoeveel geld dit alles gaat kosten en of we alles in één keer kunnen aanleggen, komend najaar, of dat we het in etappes gaan doen.  Maar het helpt om alvast een plan te hebben gemaakt. En als je een plan hebt, is het ook een stuk eenvoudiger om dat plan weer te veranderen en aan te passen als dit nodig is. Ook hier geldt weer: we gaan zien wat ‘t wordt.

Overigens, zou het zo maar kunnen dat we ons huis toch geen kleurtje gaan geven, maar ‘gewoon’ wit pleisteren aan de buitenkant. Die kleur past namelijk best goed  in ons tuinontwerp…  Nog zoveel keuzes om te maken…

‘Dakpannenfase’

Dakpannen leggen is een tijdrovende klus, kennelijk. Na het zeer voortvarende tempo waarin de bouw van onze huizen begon, is de snelheid van het bouwproces er toch wel een klein beetje uit gegaan in de ‘dakpannenfase’. We zijn nu twee weken verder sinds het vorige blog over het dak en de pannen zijn nog altijd niet allemaal gelegd. Wel bijna, overigens. Alleen de sierranden op het dak ontbreken nu nog.

 

Het grote huis ziet er inmiddels al wel uit als een ‘echt huis’. Dat is een mooi gevoel. Óscar houdt vol dat de planning blijft staan en dat het grote huis begin augustus opgeleverd zal worden. Volgende week wordt de afwerking van het dak afgerond en zullen de binnenmuren worden afgemetseld, zo is het plan. Ook de waterleidingen zullen dan worden aangelegd. Als God en Fernando het willen, kunnen Ruud en ik in de loop van volgende week starten met het lakken van het hout voor het dakje dat over het halletje moet komen. Direct daar achteraan volgt volgens Óscar dan ook het hout voor het dak van het eerste kleine huis. Á ver, zeggen  ze hier. We wachten het rustig af.

Hieronder zie je uitgebreid overleg in beeld over hoe de waterafvoer van de drie verschillende daken van het grote huis vorm moet krijgen. Dat is een lastig op te lossen probleem, maar de heren zijn er uitgekomen, gisteren.

 

Gisterenmiddag zag de ‘dakpannensituatie’ van het grote huis er als volgt uit. Ruud en ik zijn er best blij mee.

 

Deze week werden we ook blij op een ander front. Na een hoop heen en weer gepraat is er min of meer duidelijkheid over wie er schuld heeft aan het feit dat de omvang van ons terrein niet goed is geregistreerd in de ‘Escritura’, een soort van kadaster. En vooral ook wie de notaris gaat betalen om ervoor te zorgen dat deze omissie verholpen wordt. De vorige eigenaar van ons terrein vindt dat de notaris zelf een steek heeft laten vallen, en anders wel ‘zijn’ verkoopmakelaar. Hij weigert de kosten van de herinschrijving te dragen, hoewel het koopcontract stelt dat de verkoper voor deze kosten aansprakelijk is. De verkoopmakelaar vindt op zijn beurt dat de vorige eigenaar blaam treft. De notaris in Los Llanos is van mening dat iedereen fouten heeft gemaakt, behalve hij zelf. Wij denken er het onze van, maar stellen ons op als consumenten die gewaarschuwd hadden moeten worden door de aanwezige professionals dat de stukken ten tijde van de aankoop nog niet op orde waren.  Dat laatste is niet gebeurd, en daar is iedereen het weer over eens. Uiteindelijk hebben de beide makelaars (onze aankoopmakelaar en de verkopend makelaar) besloten het overgrote deel van de kosten van de herinschrijving te voldoen. Wij passen een klein deel bij. De verkopend makelaar gaat het geld juridisch verhalen op de verkoper is ons verteld. Wij zijn tevreden met deze oplossing. We zijn tevreden met de rol die onze eigen makelaar speelde bij de oplossing van het probleem. We waren uiteraard veel minder tevreden over het feit dat alle professionele aanwezigen destijds tijdens het passeren van de verkoopakte niet hebben opgemerkt dat de stukken nog niet volledig correct waren afgehandeld. Hun financiële compensatie vinden we dan ook meer dan terecht. Het tweede goede nieuws is dat de Caixabank kennelijk afziet van een volledige herbeoordeling van onze hypotheekaanvraag, als we maar opschieten met die aanvraag. Het klonk een beetje als: ‘Willen jullie nou alsjeblieft eens dat geld bij ons komen lenen?’ Nou, dat komt goed nu. Nog drie maanden wachten, tot dat de wijziging van de Escritura door de bevoegde instanties is verwerkt en dan komen we bij het filiaal in Tazacorte onze hand ophouden en zal de langstlopende hypotheekaanvraag allertijden kunnen worden afgerond. We zijn al sinds zomer 2017 met die aanvraag bezig.  Op La Palma komt alles uiteindelijk meestal wel goed. Grotendeels. Als je maar geduld hebt en op voorwaarde dat je in omstandigheden verkeert waarin je geduld kunt hebben.

Terwijl de mannen van Óscar dakpannen sjouwden en stapelden, ging Ruud de afgelopen week verder met zijn snoei-de-dennenbomen-klus. Hij heeft wel een meesterwerkje afgeleverd. De ingang voor de gasten ziet er nu uit als op een plaatje. En. Het tweede kleine vakantiehuis, dat veel lager op het terrein komt te liggen,  heeft zelfs een begin van direct oceaanzicht gekregen door de acties van Ruud (middelste foto hieronder).  We zijn overigens nog niet helemaal klaar met dat uitzicht over de zee.  Poco a poco veranderen we het landschap rondom onze boomgaard. Gelukkig vinden onze directe buren ook dat het resultaat van ons werk-in-stilte een flinke verbetering is.

 

Zelf ben ik op mijn vrije vrijdag-na-hemelvaartsdag uitgebreid in de weer geweest met het maken van stekken. Nieuwe experimenten, die ik aandurf omdat het erop lijkt dat ik ‘de manier’ van stekken maken gevonden heb. Afwachten nu. Inmiddels staan er bij elkaar zo’n 75 stekken van aloës, drakenbomen, olijfbomen, vijgestruiken en bougainvilles wortel te schieten of blaadjes te verzamelen in een beschutte omgeving of te harden in de buitenlucht op de veranda van het Boeddhahuis. De eerdere stekken die ik heb ingeplant op de probeerhelling in de boomgaard slaan vrijwel allemaal goed aan en beginnen te groeien. Nu het slagingspercentage van al het gestek langzaam stijgt van 0,5% naar zeg 60%, begin ik er weer schik in te krijgen.

 

Met mondmaskertjes op brachten Ruud en ik afgelopen donderdag een bezoek aan het grootste tuincentrum hier op het eiland.  We zagen daar een prima aanbod van bloeiende planten, struiken en fruitbomen voor een redelijke prijs. Dus ook van daaruit zullen we over een paar maanden het nodige bij elkaar gaan sprokkelen. Dat tuincentrum ligt wel op meer dan een uur rijden van ons huis. Alleen daarom al zullen we qua ‘groenvoorziening’ moeten proberen om grotendeels zelfvoorzienend te zijn. Ik ben van plan een soort van kas of een aantal kweekbakken te gaan maken op de finca. Dat wordt mijn project en daar mag Ruud zich niet mee bemoeien, ook al is hij veel handiger dan ik en heb ik twee linker handen als het op klussen aankomt. Ruud mag adviseren. Ik ga het doen. Is het plan.

Metamorfose

Ruud is in de afgelopen dagen druk in de weer geweest met handzaag en motorzaag. Hij nam de dennenbomen bij de achteringang van onze boomgaard, ooit de toekomstige hoofdingang voor onze gasten, aan de Camino de la Capilla flink onder handen. De bomen en het oprijlaantje  ondergingen een kleine metamorfose.

Het betonweggetje waarover je ons terrein oprijdt, zag er nog niet zo heel erg lang geleden ongeveer zó uit.

 

Vanavond zag het weggetje er zó uit.

 

Wij vinden het een verbetering.