Kris-kras

Ik heb eigenlijk niet zo vreselijk veel te melden over de afgelopen weken, daarom duurde het ook wat langer voordat ik de besissing nam om toch maar wat te schrijven. De leidraad van dit kris-krasverhaal bestaat uit de foto’s die ik vond op mijn telefoon.

 

Om te beginnen zit ik er tegenwoordig warmpjes bij. Teunis en ik hebben ooit besloten dat we geen houtkachels wilden plaatsen in onze huizen; de (slecht gestookte) kachels in de directe omgeving geven rook en stank genoeg. We kozen voor verwarming via een airconditioning die ook verwarmen kan. Het geeft binnenshuis een zacht geruis en verder is met één druk op de knop de temperatuur ingesteld, heerlijk. Ik heb uitgerekend dat het ongeveer een euro per dag aan energie kost, en dat gedurende hooguit drie maanden per jaar. Nu is dat nog fossiele energie, hopelijk wordt het ooit energie van eigen zonnepanelen. Maar daarvoor is het nu nog te vroeg; eerst maar eens het huisje verhuur-klaar krijgen.

 

Naast de schuur moest een reservetank voor drinkwater geplaatst worden. Eén van de vele regels die worden gesteld aan huizen voor toeristische verhuur. De architect had bepaald dat het reservoir drie kubieke meter groot moest zijn, enorm groot en zwaar dus. En omdat al dat drinkwater in de zon bederft, moest er een schuurtje omheen gebouwd worden. Om van de nood een deugd te maken, liet ik voor relatief weinig geld dat schuurtje wat groter maken zodat ik nu één grote schuur heb; links het oude stuk (dat al uit twee delen bestond) en rechts het nieuwe. Eindelijk heb ik nu genoeg ruimte om alle finca-apparatuur te stallen.

 

Het kleine huisje, dat nog steeds bijna (met nadruk op ‘bijna’) klaar is, heeft inmiddels een naam gekregen, Los Cernícalos (de torenvalkjes). Net als Las Andoriñas (de boerenzwaluwen), de naam van het grote huis, hebben Teunis en ik die naam nog samen bedacht. We vonden de namen passend omdat we deze twee vogels regelmatig op de finca kunnen zien.

 

En weer een kleine mijlpaal. De container van aannemer Óscar is door hem opgehaald. We hebben er dankbaar gebruik van gemaakt, hij is lange tijd de opslagplaats geweest van de volledige inboedel van beide huizen. Op de eerste foto zie je de geïmproviseerde dakbedekking bestaande uit landbouwzeil, betonblokken, pallets en tegels, want hij is zo lek als een mandje… Het was een aardig spektakel om te zien hoe hij werd opgetakeld en op de vrachwagen geplaatst. De chauffeur was een goede die ondanks zijn hoge en brede lading geen enkele dennenboom langs het pad beschadigd heeft.

 

De winter is tot nu een afwisseling geweest van warme weken met veel zon, en gure weken met veel wind, regen en lage temperaturen. De tuin en boomgaard varen er wel bij; in de tuin staat de jasmijn in bloei (ruikt héérlijk) en in de boomgaard bloeien de sinaasappelbomen. Ik heb dit jaar veel sinaasappels verloren door de wind, desondanks denk ik dat ik een aardige oogst zal hebben. Ook het onkruid schiet de grond uit, vooral het lantaarnpaalkruid doet het langs de Camino de Pinto goed, blijkbaar dankzij een Europese subsidie. Het zijn ultramoderne palen, met ledverlichting werkend op zonne-energie en een bewegingssensor zodat ze alleen aanspringen als je er net voorbij bent 😉

 

Als uitsmijter enkele foto’s die ik genomen heb tijdens een middagje kijken op de Montaña de la Laguna, een heuvel die in het gebied ligt waar de lava heeft gestroomd. De stroom lijkt hier middenin een weiland tot stilstand gekomen. Eenmaal op de top van de heuvel zie je de desolate zwarte vlakte in zijn volledige omvang, de dader nog steeds nawalmend in de verte…

Het wordt al wat

Deze week zijn Óscar en zijn mannen weer aan de slag gegaan en, het moet gezegd worden, ze zijn aardig opgeschoten. Ik had een lange lijst gemaakt met zaken die nog gedaan moesten worden of beter afgewerkt, en ik kan inmiddels aardig wat afstrepen. Ik moest zelf ook hoognodig aan de slag, en ook dat is redelijk gelukt.

Eén van de dingen die ik heb gedaan, is het leeghalen van de container.  Eindelijk kunnen de meubels die Teunis en ik in de zomer van 2018 via Marktplaats bij elkaar hebben gezocht het daglicht weer zien. Ik ben er aan alle kanten langs gelopen en ik denk dat we ze goed hebben uitgekozen. Tegelijk was het ook weer even een lastig momentje, ik had dit zó graag samen gedaan…

 

Jacques en Francis hebben intussen een mooie tuin ingericht. Onderhoudsarm en met veel inheemse planten, zoals ze me in hun eigen tuin hadden laten zien. De planten zijn nog klein en ze moeten nog aanslaan, maar ik kan me al aardig voorstellen hoe het worden gaat. Ik ben er blij mee.

 

Ik denk dat Óscar, als hij in dit tempo doorgaat, zo rond het einde van de maand klaar kan zijn. Dan blijft alleen de stroomaansluiting nog over. Er moet nog een paal worden geplaatst, en dan kan de aansluiting met het bestaande netwerk worden gemaakt. Vervolgens moet Unelco, de netwerkbeheerder, de zaak komen controleren alvorens de aansluiting in gebruik kan worden genomen. Dat kan helaas een zaak van lange adem worden. We gaan het wederom zien.

Tot het zover is, kan ik me alvast bezighouden met het inrichten van het huis. Het is tijd om de eierdopjes te gaan bestellen!

En deze zonsondergang is weliswaar al even geleden (25 december) maar ik wil hem hier toch nog laten zien.

 

Hij slaapt / Er zit weer schot in

Vandaag precies een week geleden liep ik met de honden het avondrondje toen ik richting het zuiden een witte paddestoelwolk zag. Wat krijgen we nu weer met die vulkaan, dacht ik, en ik ben toen doorgelopen naar de Matos om het allemaal wat beter te kunnen zien. Een enorme wolk van stoom en as, die volgens de kranten vijf kilometer hoog moet zijn geweest en die vanaf de andere eilanden (Tenerife, Gomera) te zien moet zijn geweest.

 

Hoe dreigend het er ook uitzag, een week later lijkt het er toch echt een beetje op dat de vulkaan hiermee zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Het is stil geworden. De zuidenwind voert geen as meer mee. De grond rommelt niet meer en ook de “tremor” (het getril dat ontstaat door opstijgend magma) wordt niet meer gemeten. De geologische dienst telt af tot tien dagen (de dag voor kerst) voordat zij de vulkaan voor dood verklaren, en iedereen houdt intussen de adem in.

Tien dagen of niet: we mogen niet te vroeg juichen. In 1949 was de vulkaan San Juan drie hele weken stil alvorens hij op drie nieuwe plekken in alle hevigheid opnieuw uitbarstte. En meetstation LP3, dat het dichtst bij de vulkaan ligt en wel vaker gekke metingen doet, meet sinds vandaag een verhoging van de grond van zes centimeter. Het zou toch niet…?

 

Intussen kan worden begonnen met het opmaken van de schade. Die is echt gigantisch. Vergelijk de foto’s hierboven, hetzelfde gebied vóór en ná de uitbarsting. Eens een levendig dorpje (Todoque), nu een marslandschap. De lava is hier tientallen meters dik. Denk maar niet dat hier in de komende jaren weer gebouwd kan worden… en dit is slechts een klein deel van het gebied dat vernietigd is.

Het slapende monster blijkt intussen ook een (bescheiden) schepper. De eerste strandjes vormen zich al langs de rafelranden waar de lava in zee is gestroomd. In de toekomst is dit misschien de lokatie van kiosko’s zoals die in El Remo, als er tenminste een weg naartoe kan worden aangelegd.

 

Hoe gaat het de komende jaren worden op La Palma? Waar gaan de mensen wonen die hun huizen zijn kwijtgeraakt? Gaan gemeenten als Garafía, Puntagorda en Tijarafe, waar in principe nog grond genoeg is, hun bestemmingsplannen wijzigen zodat er gewoond kan worden in gebieden die tot nu toe voor landbouw zijn gereserveerd? En wat als dat niet gebeurt, waar gaan die mensen dán wonen? Vooralsnog hoor je hier erg weinig over en schieten de prijzen van grond en onroerend goed omhoog. Heel erg treurig voor hen die geen geld of benul hadden voor een goede verzekering en die nu wachten op (karige) compensatie door de overheid.

Intussen zit er op de finca gelukkig weer wat schot in de zaak. Misschien helpt het dat aannemer Óscar op een andere plek eindelijk aan de gang kan ;-). Jorge en Angel, metselaars, blijken onder begeleiding van Fernando heel aardig timmermanswerk te kunnen afleveren. Het grote huis heeft nu, 14 maanden nadat Teunis en ik er kwamen wonen, eindelijk twee mooie veranda’s op de westzijde. Voor de kerst zijn ze klaar; ik kan ze nog net op tijd met lichtjes versieren.

 

Er is ook goed nieuws te melden wat betreft stroom en internet. De kabels zijn gelegd over het terrein van de bovenbuurvrouw, en daarmee zijn we niet langer meer afhankelijk van haar nukken. Het laatste stukje van het traject (zo’n veertig meter) kan nu gegraven worden, en de kabels gelegd tot aan de paal waar ze worden aangesloten op het bestaande net. Óscar is hoopvol en denkt het allemaal in één enkele dag (komende woensdag) voor elkaar te krijgen.

De glasvezelverbinding ligt er ook. Tot aan het schuurtje weliswaar, nog niet tot aan beide huizen. Maar dat zou volgens Óscar ook voor de kerst moeten gaan gebeuren. We gaan het zien. Intussen is het vermoedelijk het enige schuurtje op La Palma dat over een 600mbit-verbinding beschikt. Op de foto zie je trouwens hoe Jorge en Angel de meterkast met cement vastzetten. Het is weer zo’n kleine mijlpaal.

 

De andere foto laat zien dat ook de tuin van het kleine huis vordert. Twee weken geleden heb ik Jacques van Jardin El Paraiso hier in Puntagorda gevraagd of hij me wilde helpen met de tuinaanleg. Hij kwam met een paar goede ideeën. Om te beginnen een muurtje van grote keien om ervoor te zorgen dat de taluds niet verzakken. Dat muurtje is vandaag gemaakt en zie je al op de foto. Daarna gaan we tuin en taluds samen beplanten met diverse soorten agaves, aloës en andere vetplanten. In zijn eigen tuin liet hij me zien welke varianten er allemaal zijn; er staat straks het gehele jaar door wel wat in bloei.

 

Om ervoor te zorgen dat de planten straks niet overwoekerd worden door onkruid, gaan we de grond bedekken met vuistgrote stenen. De planten worden daartussen gezet, waarna met fijn zwart vulkaanzand de kieren worden opgevuld. Zo heb je geen worteldoek nodig en oogt het allemaal wat natuurlijker. Op die manier hoop ik straks een mooie en onderhoudsarme tuin te hebben, die ook een beetje past binnen de boomgaard.

Dit is mijn laatste berichtje in het jaar 2021. Hoewel het gemis groot is en ik me over veel dingen zorgen maak: het gaat goed met me. Aan iedereen die Teunis en mij het afgelopen halve jaar heeft geholpen of er “gewoon” voor ons was: dankjewel!

Heel fijne feestdagen toegewenst, geniet van elkaar en van de gezelligheid, ook al is het door de coronamaatregelen misschien in kleine kring.

Met kleine stapjes vooruit

Vijf weken geleden is het alweer sinds mijn laatste blogpost. Ik had toen net met Hans en John een mooie wandeling gemaakt in het noorden. In de tussentijd ben ik nog een week in Nederland geweest, o.a. voor de verjaardag van Angelique. Het was (heel erg!) fijn om er weer even te zijn, maar ik had eigenlijk te weinig tijd voor mijn familie omdat er nog steeds zoveel geregeld moest worden i.v.m. het overlijden van Teunis. In Nederland lijkt wat dat betreft het meeste geregel wel achter de rug, maar in La Palma moet het eigenlijk nog beginnen. En had ik al verteld dat ik een deeltijdbaan heb gevonden, bij hogeschool Saxion in Enschede? Soms is er een pandemie nodig om in te zien dat werken op afstand misschien niet ideaal, maar best wel mogelijk is.

 

Het reizen tussen La Palma en Nederland is er dankzij de vulkaan niet gemakkelijker op geworden. Omdat El Monstruo (Het Monster; een officiële naam heeft de vulkaan al die tijd nog niet gekregen) met zijn asregens het vliegverkeer regelmatig ontregelt, is het maar de vraag hoe je van het eiland vertrekt (of er weer aankomt). Je vlucht kan zomaar enkele uren van tevoren worden geannuleerd als de wind de verkeerde richting uit waait. Ook de korte vluchten tussen de eilanden vallen regelmatig uit. Dan resteert de veerboot. Die gaat altijd, maar met ruwe zee is het bepaald geen pretje. Vanaf  buur-eiland Tenerife vlieg je dan alsnog op en neer naar Nederland, al dan niet met een tussenstop in Madrid.

Op de foto zie je trouwens hoe de landingsbaan wordt schoongemaakt. De foto komt uit een Duits krantje en de journalist schreef erbij “bijna de hel op aarde”. Het lijkt me geen gezond werk.

 

Elf weken houdt de vulkaan het inmiddels vol. Terwijl de lava steeds weer nieuwe routes zoekt en nieuwe gebieden bedekt, regent het as en zijn er onophoudelijk kleinere en grotere aardbevingen die je tot hier aan toe kunt voelen. Afgelopen vrijdag en zaterdag werd het ineens rustig; zou het misschien…? Maar nee, vandaag opende zich een nieuwe mond en was het gebulder tot in Puntagorda te horen. Het is echt een loodzware beproeving voor de mensen in het Aridanedal. En soms zie je foto’s in de krant die bijna niet te geloven zijn, wat te denken van een nieuwe kratermond die zich in de voortuin van een huis opent? Of een kei zo groot als een vrachtwagen die als gevolg van een aardbeving naar beneden komt rollen? Het ooit zo levendige Puerto Naos? Al sinds het begin van de uitbarsting een spookstadje waar een steeds dikkere aslaag zich op de straten en daken verzamelt.

 

Terug naar huis dus, voor vrolijker berichten. De bouw vordert, zoals altijd, traag maar gestaag. De elektriciteitskabels zijn geplaatst zodat we daarvoor alvast niet meer op het terrein van de bovenbuurvrouw hoeven te zijn. Helaas kwamen de mannen van de glasvezel niet opdagen wegens een foutje bij de verwerking van de aanvraag. Hopelijk komen ze volgende week alsnog… Pas daarna kan het laatste deel van de sleuf worden gegraven tot aan het aansluitpunt op het bestaande netwerk en kan er een moeilijk hoofdstuk worden afgesloten.

Op eigen terrein wordt er gewerkt aan de veranda’s en afdakjes bij beide huizen. Jorge en Angel zijn eigenlijk metselaars, maar met advies van timmerman Fernando (inmiddels met pensioen) zijn ze goed bezig. Langzaam maar zeker ronden ze zo de bouw af, en kan begonnen worden met de laatste details.

 

Ik ben zelf begonnen om een hek te maken langs de rand van het terras van het huurhuisje. Ik wilde iets maken dat landelijk is, dat de rand goed markeert en dat níet uitnodigt om er even flink tegenaan te leunen. Tussen de palen komt daarom een dik koord, maar dat moest nog worden besteld.

 

Inmiddels beginnen zich ook de eerste ideeën voor de inrichting van de tuin van het huisje te vormen. Maar daarover meer in een ander bericht.

Opkrabbelen

Het is nu een maand geleden dat Teunis overleed. Sindsdien is het een emotionele en hectische tijd geweest waarbij ik steeds in een soort overlevingsstand heb gestaan. Mijn ene hersenhelft was continu bezig om van alles te regelen, de andere probeerde te bevatten wat Teunis en mij in de voorgaande weken allemaal is overkomen. Gelukkig hebben beide hersenhelften hulp gekregen, van vele kanten.

Het is ook een tijd geweest van nadenken en knopen doorhakken. Ik heb al vrij snel besloten dat ik terug wilde naar La Palma, en dat ik wilde doorgaan met onze plannen. Ik heb besloten om ons project af te maken, in afgeslankte vorm met één huurhuisje-met-zwembad, en dat ik daarna een tijd lang rust wil, zonder bouwactiviteiten om me heen. Ik heb mezelf een jaar de tijd gegeven om erachter te komen of ik het op La Palma weer naar m’n zin ga krijgen, of er weer iets van blijheid terugkomt in het dagelijkse leven. Want ik ben in praktische zin misschien een heel eind opgekrabbeld, emotioneel is er nog een lange weg te gaan. Na dit “bezinningsjaar” zie ik wel weer verder.

En zo heb ik ook, na toch wel lang twijfelen, besloten dat ik een poging ga wagen om het blog voort te zetten. Geen idee of ik het volhou, maar hier gaat ‘ie dan:

Sinds 5 augustus ben ik weer op La Palma, in gezelschap van Angelique die niet wilde dat ik alleen thuis zou komen. Dankzij een invoelende manager mag ze een paar weken op afstand haar werk doen, zodat ik wat kan wennen voordat ik voor het eerst echt alleen thuis ben.

 

Het was ontzettend fijn om te zien hoe goed er tijdens onze afwezigheid voor alles was gezorgd door onze vrienden op La Palma. De voortuin stond er prachtig bij. Als we van een vakantie terugkwamen dan liep Teunis altijd eerst door de tuin, en ik weet zeker dat hij dat nu met veel plezier zou hebben gedaan. Het was voor mij het eerste emotionele momentje bij thuiskomst.

 

Ook de honden hebben het overduidelijk goed naar hun zin gehad. Dankzij lange wandelingen door de velden hier in de omgeving, zat hun vacht helemaal vol met stekelige zaden. De uit Nederland meegebrachte klittenkam en een schaar brachten gelukkig uitkomst. Overigens is het op dit moment erg warm, 37 graden, en doen we het qua wandelen rustig aan. Ik vraag me af wat er in die koppies omgaat, zouden zij Teunis nog missen?

 

De boomgaard had wel enig maaiwerk nodig maar voor mij was het als een soort therapie. ‘s Ochtend een paar uur werken achter de computer, ‘s middags boodschappen doen, de administratie bijwerken, onderhoud aan de boomgaard of klussen in het vakantiehuisje. Een drukke agenda maar zo zal het vanaf nu gaan.

 

Het vakantiehuisje nadert nu echt zijn voltooiing. Nog even en ik kan binnen aan de slag met schoonmaken en het installeren van de keuken. En als het gaat zoals ik hoop, wordt er in september een zwembad  gebouwd en een tuin aangelegd. Daarna moet het klaar zijn. Vamos a ver.

Even bijpraten dan maar…

‘April voorbij, boekhoudertjes blij’,  zegt het aloude Nederlandse spreekwoord. En zo is het. Alle deadlines voor het opstellen van jaarrekeningen en het indienen van belastingaangiftes werden weer gehaald. Maar er was niet veel tijd voor iets anders in de afgelopen weken. En als die tijd er even wel was, was er de fut niet. Maar nu is het 2 mei. April is voorbij. De boekhouder is blij. Tijd om even bij te praten. Tijd voor een nieuwe blogpost.

Los van de jaarlijkse werkpiek, kabbelden de dagen eigenlijk een beetje voorbij. We plukten en verkochten sinaasappels en avocado’s, dronken ook heel veel (overheerlijke, zoete) sinaasappelsap en aten veel gerechten met guacomole. De avocado’s zijn voor dit jaar geplukt en de sinaasappeloogst loopt op de laatste benen.

 

De bloesems zijn verdwenen uit de citrusbomen. De nieuwe vruchten voor volgend jaar volop in de maak.

 

Maar met fruitbomen zijn er altijd fruitbomenzorgen, weten we inmiddels. ‘Opeens’ ontstaan er bij een flink  aantal van de sinaasappelbomen kale takken in de richting waar de (koude) noordenwind vandaan komt. Wat is dit nu weer en wat moeten we er aan doen? Zo is het altijd wat. Gelukkig is Marc weer op het eiland. Marc is een goede kennis uit Zwitserland die een paar honderd meter boven ons aan de Camino de Pinto een sinaasappelboomgaard bezit. Die boomgaard heeft hij al meer dan twintig jaar. Hij is dus ‘sinaasappelexpert’. We hopen dat hij kan duiden welk type plaagbeestje er nu weer achter de kaal wordende takken zit en hoe het beestje bestreden moet worden. Er zijn overigens helemaal geen beestjes te zien op de bomen…

 

Boer-en-tuinder-zorgen zijn er ook een beetje over de avocado-bomen. Hieronder zie je een plaatje van een ‘goede’ boom, uit de jonge aanplant. Maakt bloemen aan. Maakt nieuwe bladeren aan. Dat moet ongeveer in april gebeuren. In april stijgen normaal gesproken de temperaturen hier weer en avocadobomen houden van warmte.

 

Maar veel van onze nieuwe-aanplant-bomen die het tot voor kort heel erg goed deden, maken momenteel uitsluitend bloemen aan en geen blad. We hadden een ‘koud’ voorjaar hier, met relatief veel regen. Is het  voor sommige bomen te koud geweest? Is het te nat geweest? En waarom dan voor andere bomen niet? Is er iets anders aan de hand? We weten het niet. Alles blijft gissen. We wachten maar even af, wat er de komende weken gebeurt.

 

Vanuit de bloemen horen bladeren te worden aangemaakt. Bij de probleembomen gebeurt dit echter niet.

 

Op een grote helling, in het midden van onze boomgaard, ben ik vorig jaar een ‘proeftuintje’ begonnen, zeg maar mijn eigen fieldlab, alleen dan wat goedkoper. Ik wilde uitproberen of het zou kunnen lukken om met kleine stekjes uit de bermen hier iets van een natuurlijke, onderhoudsarme beplantingszone te maken. Vorig jaar oktober, aan het einde van de zomer, zag de proeftuin er zó uit:

 

Eind vorig jaar was de conclusie dat het op deze manier haalbaar zou zijn om veel van de droge kale hellingen en taluds in onze boomgaard, met deze werkwijze op een mooie, maar goedkope manier een wat groenere aanblik te geven. Hoewel je het op de foto’s hierboven nog niet echt kunt zien, denk ik, zag ik dat de ienieminiestekjes aansloegen in de grond en na een eerste moeizame periode flink begonnen te groeien.

Ik had echter buiten de winter gerekend. Ik schreef het al: het was hier nat en koud, dit voorjaar. Voor La Palma-begrippen dan. Overal spoot het kruid omhoog met als resultaat dat we ongeveer twee maanden lang konden genieten van een bloemenpracht op onze kale hellingen, zoals we nog nooit hadden gezien. Echt heel mooi. Maar met een desastreus effect op de proeftuin. Er was geen plantje meer te zien, alleen nog maar onkruid.

De foto hieronder geeft je een indruk hoe alles er uit zag, nadat de omgeving van het tuintje door Ruud was gemaaid. Alle proefplanten overwoekerd en vast en zeker verstikt, dacht ik.

 

Maar dat viel mee. Op een zaterdag in april ben ik met mijn blote handen het onkruid gaan verwijderen. De beplanting kwam beetje bij beetje weer te voorschijn. Gezond en wel en flink gegroeid. Alleen de grondbedekkers hebben geen weerstand kunnen bieden aan het onkruidgeweld en werden weggedrukt.

 

De beplanting gaat het wel redden, weet ik nu. Met name de agaves gaan ooit heel groot worden en een een soort van ‘muur’ vormen met elkaar, zoals de bedoeling was. Ik zoek nog naar een idee om totdat het zover is,  toch iets van een begroeiing tussen de planten door te krijgen. Ik ga het deze zomer nog een keer proberen met inheemse grondbedekkers, denk ik.

Twee weken geleden begonnen we eindelijk het het Grand Project van het aanleggen van een volwaardige  aansluiting van ons terrein op het electriciteitsnetwerk. Hieronder zie je een overzichtkaartje. De rode lijn (van rechts naar links) geeft aan wat er moet worden aangelegd om onze huizen te kunnen voorzien van stroom en van supersnel internet. De blauwe lijn geeft de grens aan tussen ons terrein en dat van onze bovenbuurvrouw. Zoals je kunt zien moet het overgrote deel van de  werkzaamheden op haar terrein plaats vinden. We kwamen tot een afspraak. Zij formaliseerde haar toestemming door de verklaring te ondertekenen die het elektriciteitsbedrijf in een situatie als deze verlangt.

 

Ik ben niet zo van de techniek, dus je krijgt van mijn geen beschrijving van alle ins-en-outs van de uitgevoerde werkzaamheden. Maar alles zag er ongeveer zó uit. We vroegen dus nogal wat van onze buurvrouw. Gelukkig was ze niet zelf op het eiland, zodat ze de tijdelijke ontwrichting van haar terrein niet met eigen ogen heeft hoeven te zien.

 

We compenseren haar voor de overlast die we bezorgen. De instorting van haar muur die onze kavels van elkaar scheidt, wordt op onze kosten gerepareerd. Daarnaast wordt er op haar terrein op onze kosten een betonnen weggetje aangelegd, zodat één van haar vakantiehuisjes beter bereikbaar wordt. De werkzaamheden worden door onze aannemer uitgevoerd.

Als ik dit schrijf zijn de werkzaamheden nog niet helemaal afgrond. Alles gaat op z’n Palmees. Een planning, is een planning, is een planning. Maar die voer je stapje voor stapje uit. En pas als je stapje1 hebt gehad, bekijk je welke problemen je tegenkomt bij de uitvoering van stap2.  Uiteindelijk zullen we er wel gaan komen.

Halverwege de werkzaamheden hadden we toch weer een akkefietje met bovenbuurvrouw. Zij legde na een telefoontje aan Ruud met veel misbaar en geschreeuw het werk op haar terrein stil, op een moment dat er onomkeerbaar al heel veel van onze investering in haar grond was gestoken en stelde aanvullende compensatie-eisen die ons veel geld zouden gaan kosten. Stress. Conflict. We voelden ons onheus bejegend en tegelijkertijd ook vakkundig klem gezet. Gelukkig wist iemand uit haar omgeving te bemiddelen en lijkt het erop dat we alsnog een afspraak hebben. Het werk kan in elk geval weer door. Rechtstreekse communicatie met buurvrouw is echter niet meer mogelijk. Het leven op La Palma gaat soms niet over rozen. We hebben het ermee te doen. Inmiddels loopt het werk weer. Onze buurvrouw heet weer ‘boze bovenbuurvrouw’, en we gaan haar maar zoveel mogelijk proberen te negeren. Jammer dat alles zo is gelopen na het overlijden van haar vader. Hij was een prettige man in de omgang.

Met de graafwerkzaamheden voor de stroomaansluiting was er eindelijk ook  een pala, een graafmachine, aanwezig om achter ons Grote Huis de grond aan te vullen. Een half jaar na oplevering is het grondwerk rondom ons huis nu helemaal af.

 

Ook de tuin tussen het huis en de Camino de Pinto begint vorm te krijgen. Geplante struiken en stekjes hadden grote moeite om te aarden in onze ‘lava-klei’. Het duurt soms meerdere  maanden voordat een geplante struik of plant aanslaat. Ik denk dat de grond eenvoudigweg te hard en te zuurstofarm is voor kleine beginnende worteltjes. Maar er is bijna niks over de kop gegaan. Alles groeit en bloeit nu. Over een jaar of twee, drie zijn de struiken zo groot gegroeid dat we ‘vrij’ van de weg zitten, denk ik. Tussen ons terras en de Camino in groeit dan een muur van bloemrijke struiken.

 

In het begin van april hadden we een week lang flink veel regen. Ik schreef het al: het is een koud, nat voorjaar op het eiland. Na de regens verschenen de bichos.

 

Niet 1, niet 2, maar misschien wel 10.000. De dag was voor ons, maar de nacht was voor de Bichos. Na elke schoonmaakactie kwamen ze weer met legioenen tegelijk vanuit het gras ons terras en daarna onze muur bezetten. De buitenmuren zaten er helemaal vol mee. Ik heb er geen foto’s van gemaakt, kon het niet aanzien. Inmiddels is de plaag met een ‘middeltje van de Colmegran, dat Ruud mocht kopen omdat er verder geen klant in de winkel aanwezig was,  weer onder controle. Voor het gebruik van dit soort middeltjes moet je op La Palma eigenlijk eerst een cursus volgen en dan een vergunning krijgen, voordat je het in de winkel mag kopen en mag gebruiken bij je eigen huis.

We hadden dus veel proteïnen rond lopen op de stoep van ons huis. Ik heb het er het Klingon-Zomer-Receptenboek op na geslagen en we hebben er heerlijk van gegeten. Gaghschotel met Guacomoledip.

 

Onze Fenna werd twaalf in april. Dat is een hele leeftijd voor een hond. Hoewel alles al een tijdje wat trager gaat bij het hondje, maakt ze op ons nog een fitte,  gezonde en levenslustige indruk. Met het klimmen van de jaren, zien we haar meer en meer karakter krijgen. Eigenzinnig. Op een hele introverte manier nieuwsgierig. Altijd zoeken naar gemak en comfort. Als het op het moment van  brokjes-krijgen aankomt, kan Fenna klok kijken. Wat ons betreft doet Fenna op deze manier nog een flink aantal jaren met ons mee.

 

De maand april stond voor ons ook weer eens in het teken van wachten. We wachtten, en wachten nog steeds, op de zak met geld die ‘hypotheek’ heet. Ik ga de hele geschiedenis hier niet herhalen, maar trouwe lezers weten dat Ruud en ik bezig zijn met een vermelding in het Guiness Book of Records te krijgen als het gaat om de langst lopende hypotheekaanvraag aller tijden.

 

‘Dos semanitas’ vertelde de taxateur ons, toen hij voor de tweede keer de waarde van ons plot kwam opnemen. Twee weekjes had hij nodig om zijn rapport aan de Caixabank te kunnen overleggen. Inmiddels gaan we  Semanita Cinco in. Wachten duurt altijd lang. Op La Palma is wachten op instanties en autoriteiten echter tot een levenskunst verheven. Een levenskunst die Ruud en (vooral) ik niet altijd even goed beheersen. We zullen echter wel moeten. In de maand mei moet alles rond komen, anders is het geld op en zetten we ons project na het afbouwen van het Eerste Kleine Huis stop. In dat scenario sparen we het Tweede Kleine Huis zelf bij elkaar. Dat lukt uiteindelijk wel, maar zou toch een flinke financiële strop voor ons zijn. We lopen dan immers flink wat verhuurinkomsten mis in de komende twee jaar.

We maken er ons nog steeds niet al teveel zorgen over. Cijfers liegen meestal niet, dus die aanvraag komt uiteindelijk wel goed. Maar als iemand ons drie jaar geleden in Nederland zou hebben verklaard dat rond de hypotheekaanvraag dit scenario zich zou gaan ontrollen, weet ik zeker dat we ander plan hadden gemaakt voor onze toekomst. Met dank aan de makelaars met wiens hulp wij destijds de aankoop van ons terrein regelden. Hún onzorgvuldigheid, gecombineerd met óns vertrouwen in hun deskundigheid, liggen ten grondslag aan de problemen met de hypotheek.

Slowmotion Island, noem ik La Palma vaak in mijn gedachten, op de meer sombere momenten. Je moet ermee leven, maar dat valt niet altijd mee. Ik moet dan ook altijd aan een tv-serie uit mijn vroegste jeugd denken. Tita-tovernaar. ‘Dan doe ik DIT.. en alles staat STIL…’ Tica en haar vader waren hier vaak rond. Ik moet maar eens op zoek naar het Luchtkasteel.

 

Tegelijkertijd bedenk ik me dan maar dat Ruud en ik destijds onder andere voor een toekomst op La Palma kozen vanwege de rust en de kalmte die  voor ons gevoel  als een weldadige deken over het dagelijkse leven op het eiland hangt. Die rust en die kalmte kennen natuurlijk ook een keerzijde. Een ietwat verstikkende keerzijde, waarin de tijd langzaam pruttelt in de kookpot van Grobelia en alle haast en initiatief wordt gesmoord in een papje van papier en procedures.  Dat moeten we dan maar accepteren. Niemand lijkt zich echt druk te maken hier 🙂 . Geen 24u-economie hier.  Geen 24/7 bereikbaarheid en actie. Fijn en niet fijn. Tegelijkertijd.

 

Wat vind je trouwens van het uitzicht vanuit mijn kantoortje, aan het einde van een werkdag?

Bloemenfinca

Het is alweer drie weken geleden dat ik terugkeerde van mijn bezoek aan Nederland. Op de dag na terugkomst maakte ik onderstaande foto’s. Ruud had tijdens mijn afwezigheid het gras in de boomgaard gemaaid. Dat zag er ongeveer zó uit:

 

Omdat alles nu eenmaal went, lukt het ons niet meer zo goed om het landschap van ons eilandje in het algemeen, en onze boomgaard in het bijzonder, met ‘vreemde ogen’ te bekijken. Als je elke dag sinaasappels aan bomen ziet hangen, hoort dat zo, en is het alsof je appels aan een appelboom ziet hangen. Niks bijzonders dus. Maar ‘vers terug’ uit Nederland, lukte het me weer om onze boomgaard met ‘Nederlandse zintuigen’ in me op te nemen. Ik vond het prachtig!

De fruitbomen staan in bloei. Sinaasappelbloesem. Avocadobloemen. Mangobloesem.

 

In de eerste dagen na mijn terugkomst werd ik soms een beetje overweldigd door de heerlijke geuren buiten: kruiden, bloesems en de geur van pas gemaaid drogend gras.

Ruud heeft de hellingen op de finca nog niet gemaaid. Overal waar je kijkt zie je de meest prachtige veldboeketten staan.

 

Het grote avocadobomenterras (in ontwikkeling) is een grasveld geworden, omzoomd met bloemenborders. Zo kan je het niet bedenken als je een tuinontwerp maakt. Allemaal het gevolg van de regen dit voorjaar. Wij hadden  het zo nog niet eerder gezien, maar deze bloemenpracht schijnt ‘normaal’ te zijn voor La Palma; we hebben na drie droge jaren eindelijk weer eens een ‘normale’ winter gehad, met een ‘normale’  hoeveelheid regen. Zegt men.

 

De noordelijke helft van onze finca, de helft waar de beide kleine huisjes staan of komen te staan, ligt wat meer beschut tegen de harde wind en de felle zon. Het effect van de dennenbomen die ons terrein omzomen. De bloemendiversiteit is daar nog veel groter.

 

Het is een feest om, tussen het vele kantoorwerk door, steeds even een klein rondje te maken en je ogen de kost te geven.

 

Op de achtergrond zijn altijd het Cruz de Matos en de meestal blauwe oceaan aanwezig.

 

Na een week vol grijze luchten in het vaderland (ik had pech met het weer), was de thuiskomst een verademing. Niet alles is ‘hoera’ en ‘fantastisch’ op La Palma, weten we inmiddels, na een verblijf van ruim twee jaar op het eiland en een bouwtraject dat sinds de aankoop van ons grondstuk nu al het vierde jaar is ingegaan. Maar alle kleuren en geuren in het dagelijkse leven compenseren ruimschoots voor alle stress en zorgen, die we soms hebben.

Rijp Fruit, Bloemen en Kanaries

De sinaasappelbomen staan weer volop in de bloesem. De bloei kwam erg vroeg dit jaar, begin januari al. In februari kregen we plots een koude periode en verdwenen alle bloemen. Maar nu is alles toch weer terug gekomen, tot onze opluchting.

De sinaasappels van volgend jaar zijn in de maak en de lichting van dit jaar is nu grotendeels rijp voor de pluk. Ruud heeft eerder deze week  ook voor dit jaar  afspraken kunnen maken met Erwin, een fruithandelaar in het dorp. In de komende maanden mogen we wekelijks vier manden bij hem afleveren. Komen we onze sinaasappels waarschijnlijk weer tegen bij de plaatselijke supemarkt 🙂 , want we weten dat Erwin aan onze Coöp levert.

Vier manden per week is voor onze boomgaard  genoeg om tussen nu en half juni alle vruchten van kwaliteit kwijt te kunnen. Naast de verkoop aan Erwin hebben we bij deze of gene nog wat ‘losse verkoop’ en geven we ook nog wel wat weg aan wie belangstelling heeft. De rest draaien we door, zoals dat heet. Dat gaat de baranco in. Gegeven de prijzen die je voor sinaasappels kunt krijgen, heeft het geen zin om helemaal naar Los Llanos of naar de citrusgroothandel in Breña Baja te rijden. Sinaasappels zijn er op onze finca vooral voor de sfeer. Voor als we straks gasten krijgen in onze huisjes. En voor onze eigen dagelijkse portie sinaasappelsap.

 

Voor onze avocado’s ligt dat heel anders. Ook die kunnen we dit jaar bij Erwin kwijt. Twee manden per week. Dat is met de paar volwassen bomen die we op dit moment hebben staan, voor ons voldoende. Over twee jaar moeten de vijftig bomen op het nieuw aangeplante terras voor het eerst verhandelbare vruchten gaan dragen. Avocado’s leveren veel meer op dan citrusvruchten. Als onze bomen zover zijn, zullen we ‘het groene goud’ moeten gaan verkopen bij een groothandel in Los Llanos. Maar zover is het nog niet. Voor dit jaar zijn we voor de verkoop onder de pannen in ons eigen dorp. Da’s gemakkelijk en levert ons zonder al te veel transportgedoe het ‘pizza-geld’ voor deze zomer op.

 

Naarmate het voorjaar vordert, wordt het steeds mooier op de finca. Ik had al verteld over de valken die voortdurend rond dwarrelen op en over ons terrein. Nog niet over de kanaries. Op windstille, zonnige ochtenden waan ik me soms in een grote openlucht-volliére. Dan word ik vanuit de bomen van alle kanten toe gezongen met de typische uithalen en trillers die ik nog ken van vroeger, toen we bij mijn ouders thuis twee kanaries in twee kooien tegenover elkaar  in de woonkamer hadden staan. Eergisteren lukte het me om iets van een close-up van één van de zangvogels te maken. Als ik ooit toch een mooie camera met een pracht van een zoomlens kan kopen. Er is zoveel moois om te fotograferen hier. Maar voorlopig doe ik het met plaatjes van mijn oude Sony camera, zoals hieronder. Best leuk.

 

De taluds en de randen van de terrassen zijn inmiddels overgenomen door de meest prachtige veldboeketten. Het is een feest om over de finca te lopen en al het moois om je heen te zien opkomen en uitdijen. Tot dat straks weer de Grote Maaier langs komt in zijn astronautenpak. Ruud moet nog maar heel even wachten met de volgende maaironde.

 

Het fruit is rijp. De bomen staan in de bloesem. De bloemen groeien op de hellingen. De kanaries zingen.  Het echte voorjaar is nu aangebroken. Het wordt tijd voor Ruud en mij om binnenkort de Grote Briestas wandeling weer eens te gaan doen. Dat is de ultieme lentewandeling hier op La Palma, vinden wij. Vorig jaar moesten we verstek laten gaan vanwege de lock down die we toen beleefden. Gaat ons dit jaar niet gebeuren 🙂 . Ook dat is mooi.

Grasmaand

Februari, Grasmaand! Althans, hier op La Palma wel. We hebben een periode van mooi voorjaarsweer achter de rug. (Maar morgen gaat het regenen, zegt men, en wordt het niet warmer dan 16 graden). Ruud maakte van de gelegenheid gebruik om voor de tweede keer in vier weken tijd de hele finca te maaien. Drie dagen werk! We zullen weten dat we grond hebben, tegenwoordig. En dat geldt dan vooral Ruud, onze afdeling ‘Finca & Flora’…

 

Van dichtbij ziet dat er zó uit: Het astronautenpak is ter bescherming tegen opvliegende steentjes.

 

En dít is het resultaat van al het werk:

 

Tussendoor maakte Ruud ook het houten hek rondom het Grote Huis af. Alle horizontale palen op maat zagen en in de verticale palen passen. Vervolgens de verticale palen in de muren vast zetten met dunne specie. Met Jorge als meester-mengadviseur. Het hek ziet er nu zó uit. Bijna klaar. Alleen het ‘poortje’ bij de voordeur moet nog in elkaar worden gezet en gemonteerd. Helaas was deze week het hout ‘op’ in Los Llanos. Volgende week wordt de container met nieuw hout weer verwacht. Na het poortje volgt nog een hek op de muren van het middelste terras en het laagste terras aan de straatkant. Dan moet de afdeling ‘Finca & Flora’ nog sinaasappels plukken, alles bemesten, dood hout uit de bomen snoeien, bloemetjes uit de jonge avocadoplanten plukken en dreigende enge beestjes in de bomen op tijd ontdekken en bestrijden. Én de bouw ‘regelen’. Én meehelpen op ons administratiekantoor. Er is genoeg te doen voor Ruud, bijna geen bijhouden aan. Soms heb ik een beetje met hem te doen. Maar hij heeft er schik in, meestal.

 

De landjes rondom onze boomgaard kleuren op het ogenblik spetterend naar geel. Op de foto hieronder kan je er een glimp van zien. Een soort koolzaadachtig kruid schiet omhoog en neemt overal het landschap over.

 

Zó zag eerder deze week onze hondenuitlaatroute er uit. We lopen door een weilandje waar het kruid tot borsthoogte opgeschoten is. Ik vind het geweldig. De honden ook. Inmiddels maakt het geel voorzichtig plaats voor andere kleuren. Het ‘koolzaad’ komt kennelijk als eerste, daarna volgen de andere bloemen.

Op de foto zie je trouwens dat het Calima was halverwege de afgelopen week. Lekker warm. Maar ook erg heiïg van het stof dat vanuit Afrika onze eilandje op waait.

 

Daar krijg je dít soort taferelen van. Onder andere van onze eerste Calima BBQ in dit jaar. Je kunt tijdens zo’n Calima ook heel fijn buiten in het donker brownies eten met koffie en amaretto erbij.

 

Eergisteren waaide de Calima weg. We zagen het bijna letterlijk gebeuren. De lucht werd met een flinke bries uit het noordoosten ‘schoon’ geblazen. Bijzonder om te zien. Boven het eiland was de lucht na een half uurtje fris, boven zee bleef de waas van de Calima luchtlaag hangen.

 

Resteert nu alleen nog het laagje stof op onze meubels in huis. Morgen is het weekend. Dan komt eindelijk dat laagje aan de beurt. Eerder lukte niet… Soms is het wel vreemd om op dit prachtige eilandje te wonen, maar tegelijkertijd meer werk te hebben dan ooit in Nederland het geval was. Op afstand werken kan. Beeldbellen is door de covid gewoon geworden. Geen klant die nog moeilijk doet over het feit dat ‘de boekhouder’ op La Palma woont. Lang leve het internet! Vooralsnog zijn we er erg blij mee.

Het Tuinhek van Tanausú

Al sinds we bijna twee jaar geleden naar La Palma kwamen, houden Ruud en ik ons bezig met de vraag  hoe we onze finca gaan omheinen aan de straatzijde (Camino de Pinto). De hoge groene gaashekken, die op het eiland gebruikelijk zijn, vonden we maar niks. Alsof je jezelf opsluit in een soort van openluchtgevangenis. Maar er moest wel iets komen, om ‘vrije inloop en uitloop’ tegen te gaan. En om te voorkomen dat onze honden op verkenningstocht gaan of tol gaan heffen bij passanten langs de weg. ‘Een aaitje of ik bijt je, echt hoor…’.

We besloten uiteindelijk dat we een houten hek wilden maken. Zo ongeveer zoals op het plaatje hieronder, uit ons Grote-Sketchup-Model-Van-Hoe-De-Finca-Worden-Moet uit mei 2020. Het ziet er leuk uit in sketchup. Maar hoe máák je zo’n hek in godsnaam?

 

We deden inspiratie op van houten hekwerken die we zo her en der tegen kwamen. Hieronder zie je model ‘Briestas’, een houten hek langs een bospad-met-een-steile-helling dat we tegenkomen als we onze ‘boswandeling naar Briestas’ doen. Eenvoudig. Goedkoop hout. Balken aan elkaar bevestigd met metalen beugels. Metalen voetstukken voor de staanders met een pin in de grond. De metalen bevestigingsbeugels zijn gevoelig voor breuken (zagen we langs het pad) en ons hekwerk zou bovenop een al bestaand stenen muurtje moeten worden aangelegd. Model ‘Briestas’ werd daarom afgekeurd. Maar wat dán?

 

Tijdens één van onze moutainbiketochten kwamen we langs de grote weg boven Santo Domingo het grote (groteske?) monument voor  Tanausú tegen. Tanausú was de laatste koning van de  oorspronkelijke bewoners van La Palma, uit de tijd van de verovering van het eiland door de Spanjaarden (ca 1480-1490). Het monument is een fraai voorbeeld van ‘Fake History’. Tanausú wordt er gepresenteerd als een held van de Palméro’s. Terwijl hij toch echt als gevangene door de Spanjaarden werd weggevoerd,  per schip naar het vaste land. Met zijn gevangenname schonden de Spanjaarden het vredesverdrag dat met zijn volk was gesloten. De man was op weg vanuit de voor de Spanjaarden onneembare Caldeira de Taburiente, op uitnodiging van die zelfde Spanjaarden, om het verdrag formeel te maken. Op oneervolle wijze verslagen middels een verradelijke list. Zo doe je dat, als je iets wil veroveren, dat je niet krijgen kan. Zo vergaat het je, als je te goed van vertrouwen bent, of wanhopig. Onderweg naar Spanje stierf de laatste koning, volgens de historici aan de gevolgen van het weigeren van voedsel. Een treurig verhaal over winnaars en verliezers.

Maar daarover gaat het allemaal niet. Dit stukje gaat over een hek voor onze finca. We deden inspiratie op bij het monument. Model ‘Tanausú’. We zagen een prachtig houten hek, boven óp een muurtje geplaatst. Mooi afgewerkt, met horizontale liggers bevestigd in ingeboorde gaten in de houten staanders.  We vonden het prachtig, allemaal. Maar veel te moeilijk om te maken. Hoe boor je bijvoorbeeld die ronde gaten in de houten palen? Model ‘Tanausú’ werd afgekeurd wegens ‘te moeilijk’.

 

Dan was er de kerststal van afgelopen december in Los Llanos. De stal stond prachtig weggestopt in een enorm grote maquette van een Palmees landschap. En. Rondom de maquette stond een houten hek om graaiende handjes op afstand te houden. Vierkante staanders. Ronde liggers, toch ook hier weer ingeboord in de staanders. Een gehalveerde grote ronde balk als ‘bovenligger’.  Ook mooi. Ook moeilijk. Model ‘Kerststal Los Llanos’. Dit dan maar doen?

 

Wikken en wegen voor Ruud. Wat doen we? Teunis kan wel heel veel willen (kort samengevat: ‘Tanausú of de gladiolen’), maar Ruud moet het uiteindelijk maken. Teunis is niet zo’n maker. Behalve dan in Sketchup. Hoe boor je die gaten in het hout? Hoe bevestig je de staanders in de oude muurtjes langs de straat (waar al voorgeboorde gaten in aanwezig zijn) en in de nieuwe muurtjes van Óscar (waarin die gaten ‘vergeten’ zijn op de dag dat Óscar zijn werknemers ontsloeg)? Waar haal je het hout vandaan en hoeveel gaat zoiets kosten? Waar haal je het benodigde gereedschap weg? Wikken en wegen voor Ruud. Hieronder zie je hem nadenken. In de zon, dat dan weer wel.

 

Zoals het zo vaak gaat met Ruud als hij iets voor elkaar moet krijgen dat hij nog nooit eerder heeft hoeven doen. Veel uitdenktijd. Maar dan komt het er ook van. De bestaande gaten in de oude muurtjes rondom het Grote Huis werden uitgeboord.

 

In de nieuwe muurtjes werden nieuwe gaten voor de staande palen uitgeboord.

 

De houten palen werden gevonden én gekocht in Los Llanos. Ruud dacht uit hoe hij de gaten voor de liggers zou kunnen uitboren in het hout én maakte het voor elkaar. Ik vind het knap.

 

En zo stond er vorige week opeens het begin van een houten hek rondom ons Grote Huis.

 

Gisterenochtend werden de lange houten liggers gebracht vanuit Los Llanos met het vrachtwagentje van Óscar. Die palen waren te lang om in onze eigen Caddy te vervoeren. Gisteren aan het einde van de middag stond er dan een echt houten hek rondom ons Grote Huis.

 

Het hek is nog niet helemaal rondom af, maar we zien dat het project gaat lukken en we vinden dat het mooi gaat worden. Uiteindelijk heeft alles toch het meest weg van het ‘Model Tanausú’. De beste man moest eens weten hoe zijn naam in dit stukje bezoedeld wordt en wordt gekoppeld aan een tuinhek.

Vannacht regende het weer flink en ook de komende dagen wordt er regen verwacht in Puntagorda. Het hout zet hierdoor uit. Het zal dus nog even duren (ergens eind volgende week?) voordat Ruud ook het ontbrekende stuk langs de weg kan afmaken. Maar het wordt mooi. En zo komt onze finca weer een stukje meer ‘af’. Daarna is het onze bedoeling om ook de overige muren langs de lagere terassen van een zelfde houten hek te voorzien.

Poco á poco, zeggen ze hier op het eiland. Beetje bij beetje. (En dat zeggen ze heel vaak…)  Maar zo doen wij het inmiddels ook.