Nieuwe Ronde, Nieuwe Kansen

Via de whatsapp kwam op zondagavond de tip van Kakien binnen  dat er bij de Colmegran op zaterdagmiddag drie pallets met mooie jonge avocadoplanten waren binnen gekomen. ‘Je moet ze maandag gaan halen en la primera hora’, vertelde hij nog aan Ruud, ‘anders zijn ze alweer weg’.  De Colmegran is een soort van ouderwetse Boerenbondwinkel, hier in het dorp.

 

Vanochtend om half negen reed Ruud met een Caddy vol planten het oprijpad van het Boeddhahuis op. De planten zien er inderdaad goed uit. We zijn erg blij dat we ze hebben kunnen krijgen, want nu ze hoog zomer kunnen worden geplant hebben ze nog een maand of vier, vijf de tijd om goed aan te slaan. Een paar weken geleden kregen we bij de Colmegran nog te horen dat de eerstvolgende levering pas in de loop van september zou binnen komen. Avocado’s moeten in de zomer geplant worden. De planten houden van de hitte, als ze maar genoeg water krijgen. Je ziet ze bijna groeien in warme periodes.

 

Vooralsnog staan de planten tijdelijk geparkeerd in de schaduw van de grote boom achter ons huurhuis. Veilig weg gestopt achter een hekje, beschermd tegen de bijtgrage tanden van Sanne. Sanne heeft iets met bloempotten, als ze de kans krijgt. Sanne is dit jaar al met ettelijke plantjes en stekjes van plantjes aan de haal gegaan.

 

Op het moment is er Calima op het eiland, met middagtemperaturen van ver boven de dertig graden. Het is veel te warm om te gaan planten nu, zowel voor ons als voor de nieuwkomers.

Maar ze zijn er! En ze zijn een paar maanden eerder aangekomen dan waarop we gerekend hadden. We kunnen de zwakke broeders van de aanplant van vorig najaar nu gaan vervangen in de hoop  dat er in het najaar alleen nog maar ‘goeie’ avocadobomen en -boompjes op de terassen van onze finca staan. Nieuwe ronde, nieuwe kansen…

Labrador Oceano

Ik ga wat vertellen over Labrador Oceano. Nee, da’s geen mooie leuke hond, dit keer. We hebben het over graniet, een steensoort. We hebben het over granieten aanrechtbladen voor in keukens om nog wat preciezer te zijn.

Afgelopen vrijdag reden Ruud en ik in bijna anderhalf uur naar de andere kant van het eiland, naar het plaatsje Los Sauces. In die plaats is Isromar gevestigd. Isromar is een bedrijf dat doet in graniet. Wij willen graag granieten aanrechtbladen voor in de keukens van onze toekomstige huizen. We hadden via via begrepen dat de prijzen van zulke aanrechtbladen op La Palma best meevallen.

In ons dorp was het prachtig warm en zonnig weer, toen we vertrokken. Onze evenknieën aan de noord-oostkust moesten het doen met een koude wind, nevelslierten en een lookalike Nederlandse lucht boven de oceaan. Stond ik daar, in mijn korte broekje.

Ter plekke was het even zoeken en ruzie maken met google-maps op onze beide telefoons. Uiteindelijk bleek  google gewoon  gelijk te hebben en hadden we ons flink wat heen-en-weer-lopen kunnen besparen, als we wat beter kaart zouden lezen en zouden geloven wat de kaarten ons probeerden te vertellen.

We vonden de werkplaats en de winkel van de granietleverancier in een grote fabriekshal, waarvan wij toch zeker wisten dat dit een ‘bananenhal’ zou zijn. Niet dus.

 

We kwamen terecht in een grote werkplaats met een enorme voorraad van granieten platen uitgestald. We werden erg vriendelijk ontvangen. Kregen van een zichtbaar trotse ondernemer een kleine rondleiding door haar fabriekshal en langs alle ingewikkelde apparatuur, waarmee de granieten platen worden bewerkt. In een klein kantoortje, terug in de tijd naar de jaren zeventig voor mijn gevoel, werden we vervolgens uitgebreid geïnformeerd over alle ins en outs van het installeren en op maat maken van granieten aanrechtbladen. Het werd een erg leuk gesprek met alle drie de kantoormedewerkers. Petje af voor Ruud. Zijn Spaans wordt echt steeds beter, en dan merk je dat mensen heel veel willen vertellen en veel te vertellen hebben op een interessante manier. Nu ik nog, met dat Spaans. Nog steeds: ik versta de mensen hier wel redelijk, maar ik krijg de woorden gewoon mijn strot niet uit als ik iets terug wil zeggen. Op de één of andere manier blokkeer ik, omdat ik bang ben om stomme dingen te zeggen of knoeperds van taalfouten te maken. Daar moet ik nu echt iets aan gaan doen. Heel erg nodig. Maar we hadden het over graniet, vandaag.

 

 

Te midden van al het moois vonden we onze labrador. Labrador Ocean. Graniet met een patroon van zwart en bruin, hier en daar onderbroken door blauwe (ocean) kristallen. Die kristallen komen op de foto hieronder niet zo goed uit de verf. Wat er op de foto hieronder  een beetje bleek wit-blauwig uitziet, ziet er in het echt uit als kleine, heldere, bijna opaal-blauwe ‘spikkels’. Je krijgt een betere indruk als je het plaatje uitvergroot.

Die blauwe kristallen deden het hem. Ruud en ik waren meteen verkocht, toen we de platen zagen. We kunnen wederom een vinkje zetten op onze nog altijd enorme nog-te-doen-lijst.

 

De afgesproken bouwstop van twee weken op de finca is een bouwstop van drie weken geworden. Dat vinden Ruud en ik niet echt fijn, maar we moeten het er mee doen. Komende maandag komen de mannen van Óscar terug op de bouwplaats om het grote huis af te maken. Daar hebben ze dan nog acht weken de tijd voor. Die planning gaat heel krap worden, vrees ik, als ik zie wat er allemaal nog moet gebeuren. We gaan zien wat de plechtige beloftes van Óscar waard zijn en zullen het druk hebben om hem aan zijn belofte te houden.

Afgelopen maandag is Fernando, de timmerman, wel (eindelijk) begonnen aan het dakje boven het halletje. Normaal is dit werk voor één, hooguit anderhalve dag. Zaterdagmiddag zag alles er zo uit, terwijl hij er vijf dagen aan gewerkt heeft. Het dakje is nog steeds niet af. Eén van de beide verbindingspunten past niet en is door Fernando gekit om het passend te maken. Het resultaat ziet er op zich nog wel redelijk uit, maar het hoort niet zo en het moet ook niet nodig zijn om op zo’n manier een canarisch dak in elkaar te zetten.

 

Erger is dat het dakje een scheetje beef staat, als je het van de buitenkant bekijkt. Dat vraagt natuurlijk om een meting. De afwijking bedraagt drie centimeter op een meter, om precies te zijn. Nagemeten door een expert die spontaan kwam in gevlogen vanaf de Camino del Calvario. Waarschijnlijk is alles voor het zicht nog wel te herstellen als de uralita’s op het dak worden geplaatst. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling om een houten dak op deze manier opgeleverd te krijgen. Fernando ontkent overigens dat alles scheef staat. We lijden volgens hem aan gezichtsbedrog. En ook nog:  ‘als straks de dakgoot tussen de daken wordt geplaatst, zal alles goed komen.’ De waterpas liegt niet, wat ons betreft. En mijn ogen liegen ook niet, wat mij betreft.  We zijn zijn het oneens met de timmerman.

 

Maandag kan er door het getreuzel met het dak nog steeds niet voluit aan het huis worden gewerkt. De kwaliteit van het geleverde werk vinden we maar zeer matig. Er zit voor ons niets anders op dan een stevig gesprek aan te gaan  met de aannemer. Je weet nooit precies hoe zo’n gesprek gaat lopen, maar Ruud en ik willen van de timmerman af, dat is één ding dat zeker is. Op een respectvolle wijze, dat wel, Fernando heeft zeker ook zijn goede kanten. Onze grens is echter bereikt en overschreden. Óscar mag het oplossen. Daar hadden we hem voor ingehuurd. We vinden het al met al een best lastige situatie.

Gelukkig biedt de zonsondergang elke avond een beetje troost en afleiding, als je dat nodig hebt. Deze  is van vrijdagavond.

 

Toen we dachten dat alles ‘klaar’ was met dat ondergaan van de zon voor deze dag, werden we getrakteerd op onderstaande explosie van oranje en rood. We zullen waarschijnlijk nooit genoeg krijgen van dit dagelijks terugkerende moois, al zouden we hier nog dertig jaar blijven wonen.

 

In de boomgaard gaat alles zijn gangetje. De ene plaag gaat, de andere komt. Ruud weet inmiddels dat een boer altijd zorgen aan de kop heeft. Het lijkt erop dat de plaag van de Serpeetaatjes, die met zijn allen aan het hout van de  sinaasappelbomen knaagden, onder controle is. Begin vorige week dienden zich echter plotseling kleine rode avocado-spinnetjes aan op enkele van de nieuwe planten, die subiet hun blad lieten vallen.  Araña Cristalina, heten ze, die spinnetjes. Zou zomaar de naam van één van onze drie ‘prinsesjes’ kunnen zijn, dacht ik, toen ik deze naam voor het eerst hoorde. Het gaat om miniscule roodbruine spinnetjes. Met het blote oog kan je eigenlijk niet zien dat het spinnetjes zijn. Ruud heeft geprobeerd alles plat en weg te spuiten met jabón potasico. Hopen dat dit voldoende effect heeft.

 

Ondanks de spinnetjes staan de bomen er over het algemeen best goed bij. Met donkergroen blad staan ze te stralen in de hete zomerzon van de afgelopen dagen. Als je op een bloedhete middag een beetje rond dwaalt over de zeven terrassen van onze boomgaard en de landweggetjes die er omheen liggen, voelt dat fantastisch. Het is echt een mooie plek om straks te wonen. Het is echt een mooie plek om vakantie te vieren ooit. Voorlopig zijn we echter nog aan het bouwen, met alle zorgen en beslommeringen die daarbij horen.

 

De komende week staat voor ons in het teken van lang verwachte visite uit Nederland. Het weer op La Palma is er alvast helemaal klaar voor. De amaretto is al gekocht 🙂

Intussen in de Boomgaard (5)

Na al het geploeter van Ruud in de voorbije maanden, was het de afgelopen weken vrij rustig met werkzaamheden in de boomgaard. Alle aandacht van Ruud ging uit naar de bouw van het grote huis, waarmee hij best druk is als er bouwvakkers zijn. Daarnaast hielp Ruud flink mee bij het werk  in ons administratiekantoor. Er is nog genoeg te doen in de boomgaard, maar het grote puin ruimen is gelukkig voorbij nu, en we vonden het voor onze ‘mentale gezondheid’ nodig om te stoppen met groenwerk in de weekenden. We merkten dat we ongemerkt  alleen nog maar aan het werk waren, zeven dagen per week, en het is natuurlijk niet goed als je zoiets te lang volhoudt. Daarbij komt dat we nog wel een tijdje dóór moeten, voordat alles er staat en alles loopt zoals het lopen moet. Dat gaat allemaal nog minstens een maand of acht duren,  denken we… We temporiseren dus in de boomgaard.

 

In mei is Ruud erg druk geweest met het snoeien en wegzagen van (delen van) dennenbomen bij de toekomstige gasteningang van de finca. Ik liet het al eerder zien in dit blog. Het resultaat van al het werk vinden we nog steeds geweldig. Je kunt nu vanaf ons terrein ‘door het bos heen’ kijken naar de zee en naar de heuvel van het Cruz de Matos, waar je eerder tegen een groenbruine muur van dennennaalden aankeek. Andersom zie je vanaf de zandpaden rondom nu pas goed hoe mooi de finca eigenlijk is en hoe prachtig onze zeven terrassen liggen in een klein beschut dalletje.

 

Door al het gehak en gezaag heeft het laagst gelegen noordelijke terras, waar later dit jaar het tweede kleine huisje moet gaan verrijzen, een direct uitzicht op de zee gekregen. Dat oceaanzicht kan nog wel wat beter, maar die laatste verbetering moeten we beetje bij beetje, stapje voor stapje en met beleid voor elkaar zien te  krijgen. De tweede boom van links op de onderste foto van het fotoblok hierboven, de boom met de dubbele kruin, moet wat ons betreft nog sneuvelen, ergens in de loop van de zomer. Maar die boom is vrij groot en staat een ietsiepietsie niet op ons landje, maar op een stuk land dat het eigendom is van meerdere personen die in Venezuela wonen en die voor ons niet bereikbaar zijn. Dat maakt het allemaal wat lastig.

Het uitzicht op de oceaan, zoals het nu is,  vinden wij echter al heel acceptabel. Zeker als we bedenken hoe het eerst was en als we bedenken  dat we voor de gasten van het tweede huisje nog een mooie  ‘uitzicht-plek’ op één van de hoger gelegen terrassen boven het huisje  in de planning hebben staan.

 

In mei en in juni plukten we onze vruchten, volgens het ritme van het jaar. Eerst de vroege sinaasappels. Daarna de avocado’s erbij. Op het einde van mei en  begin juni ook de durasno’s en de perziken. Het ritme van de rijpende vruchten beginnen we langzaam te herkennen, nu ons eerste jaar hier op La Palma ruimschoots verstreken is, en alles voor de tweede keer aan ons  voorbij komt. Binnenkort zijn de abrikozen aan de beurt. De abrikozenopbrengst valt dit jaar echter wat tegen.

Het plukken-op-het-juiste-moment ging overigens nog niet zo heel erg goed met de perziken van de foto’s hierboven. Die zagen er prachtig rijp uit, vonden Ruud en ik. Pas nadat we de boom half leeg geplukt hadden, bedachten we dat het misschien handig zou zijn om ook eens te proeven of de vruchten al rijp waren. Dat waren ze nog niet. En aangezien perziken niet verder rijpen, nadat ze geplukt zijn, konden we drie halfvolle samuro’s met zure vruchten weg gooien. Doodzonde! Gaan we volgend jaar anders doen.

 

We hadden het overigens kunnen weten, dat van de zure vruchten, want De Fruitspecialist bij ons thuis haalde haar neus op voor de perziken die tijdens het plukken op de grond terecht kwamen. Voortaan eerst beter naar ons bruine hondje kijken, voordat we iets van een boom afhalen.

 

In de eerste week van juni vonden we Ito uit Puntagorda die voor een schappelijke prijs onze twee enorme stapels met snoei- en rooi-afval wilde afvoeren (dank je wel voor de tip, Marja!). Daar was vooral Ruud erg blij mee, want die stapels lagen in zijn hoofd wel heel erg in de weg. Het spul verbranden, wat hier in het dorp de normale gang van zaken is,  durfden we niet aan, met alle droge dennen in de buurt. Wachten tot het moment dat de mannen van Óscar alles zouden gaan afvoeren lukte ons niet. Ito bracht uitkomst.

 

Half mei bewerkte Kakkien de sinaasappelbomen voor ons met twee soorten gif. Door Corona heeft Ruud nog niet de verplichte ‘gifspuitcursus’ voor boeren kunnen volgen. We beschikken om die reden nog niet over een vergunning om zelf landbouwgif te kunnen kopen en moesten daarom de hulp van Kakkien inschakelen die zo’n vergunning wél heeft. We gebruikten Movento en Gazelle Plus SG (secunda generación – generación 1 is inmiddels verboden..) om de dreigende serpeta-plaag te bestrijden. Tussendoor spoot Ruud de bomen nog een keer helemaal schoon met jabón potásico (kaliumzeep) onder hoge druk. Dat is alles bij elkaar een hele hoop ‘behandeling’ tegelijk, maar het lijkt erop dat het op deze manier  gelukt is om het Verschrikkelijke Beestje in bedwang te krijgen. Ons eigen Outbreak Management Team, dat is die jongen met het rode haar van op de foto’s,  kan tevreden zijn. Een flinke opluchting, natuurlijk, want de enige resterende behandeling zou het volledig terugsnoeien naar de stam van alle sinaasappelbomen zijn geweest, en twee jaar lang een sinaasappelboomgaard zonder sinaasappels. We denken maar niet aan een eventuele terugkeer van de Serpeta in een Tweede Golf.

We merken overigens dat de bomen die we dit voorjaar hebben terug gesnoeid, weer heel snel herstellen. Sneller dan in de tijd dat Antonio de bomen liet snoeien. De hoeveelheid water die voor de bomen beschikbaar is, maakt waarschijnlijk het verschil. De gesnoeide sinaasappelbomen op de noordelijke terrassen zien er nu al weer zó uit:

 

Nu de behandeling met gif vier weken achter ons ligt, is er hier en daar nog wel wat kleine schade zichtbaar in de vorm van lokale plukjes met kale takjes. Volgens mensen die het weten kunnen (Marc, onze Zwitserse bovenbovenbovenbuurman die al maanden niet naar La Palma heeft kunnen komen om zijn eigen boomgaard te bekijken) moet dergelijke schade echter worden gezien als het laatste merkbare effect van de laatste serpeta-generatie, die vergiftigd is en voorbij is. De kale takken lijken zich inderdaad niet opnieuw uit te breiden. We hopen er maar het beste van.  Op naar de volgende plaag..

 

Doordat we met gif spoten, konden we vier weken lang geen sinaasappels plukken en dus ook niet verkopen. Dat was jammer. Veel van de vruchten vielen van de boom en moesten we afvoeren. Sinds afgelopen weekend mogen we weer plukken en uitpersen. En echt: onze sinaasappelsap is de allerlekkerste!

 

Alle bomen, sinaasappels, avocado’s en de rest,  krijgen maandelijks bladmest van Ruud. Het gelige blad maakte plaats voor groen blad. We leren langzaam maar zeker te lezen wanneer de bomen water moeten krijgen  en wanneer we even moeten stoppen met water geven.   Bij avocado’s gaat het blad in de lengte krullen als de wortels te nat staan, zo hebben we geleerd, en als we dat zien gebeuren gaat ‘de watercomputer’  één of twee nachten uit. In principe krijgen de bomen elke nacht een vaste hoeveelheid water. Dat is tegen alle gewoonteregels van de Palmero’s die we kennen , maar we kennen in het dorp een eigenwijze Hollander met prachtige avocadobomen in zijn boomgaard, die het ook zo doet. Goed voorbeeld doet volgen en het lijkt te werken. Alles staat er fris en groen bij.

De avocado’s die we vorig najaar plantten, laten rond deze tijd zien wat ze waard zijn. Veel van de aanplant staat er sterk en gezond bij. De grootste avocado’s  zijn al zover gegroeid dat ze tot aan ‘borsthoogte’ reiken.

 

Maar voor ongeveer 15% van de plantjes geldt dat ze er zó bijstaan. Ze hebben het niet gered. Deze planten  moeten we gaan vervangen. Dat kan pas in het najaar, want momenteel is er nergens een plant te krijgen.

 

Vooral  onder de avocado’s die we op het bovenste zuidterras, pal naast het grote huis, hebben geplant, is het percentage uitvallers hoog. Na veel wikken en wegen (is de bodem hier wel geschikt voor avocado’s?) hebben Ruud en ik bedacht dat we het in het najaar toch nog een keer gaan proberen met vervangers. We willen die vervangende avocado-planten dan gaan kopen bij de Colmegran, een ‘boerenbond-winkel’ hier op het dorp. De planten die we vorig jaar op dit adres hebben gekocht blijken het sterkste van allemaal te zijn, hoewel ze er bij de aankoop destijds het meest kwetsbaar uitzagen. Eerste indrukken zetten je soms helemaal op het verkeerde been, zo blijkt maar weer.

 

Dat bovenste terras aan de zuidkant is wel een beetje ons ‘zorgen-terras’. Vorig najaar hebben we hier een groot aantal bomen gerooid, maar ook een aantal bomen laten staan. Dat hadden we achteraf niet moeten doen. Doordat die bomen bleven staan kon het terras niet goed worden omgeploegd en geëgaliseerd. Dat merken we nu; het blijft een beetje een rommeltje hier. Als straks de eerste twee huizen zijn opgeleverd, gaan we er maar weer mee aan de slag.. Tot mijn grote verbazing hoorde ik Ruud onlangs zeggen dat hij het grindpad van Antonio weer in ere zou willen herstellen, terwijl we juist zoveel tijd en moeite hadden gestoken om het grind en de keien weg te krijgen uit het zand. Niets is veranderlijker dan een mens met voortschrijdend inzicht, die zijn mening durft te herzien.

 

In mei en in juni hebben zijn we weer wat verder gekomen met het vraagstuk  hoe we de hellingen tussen onze terrassen in de toekomst mooier kunnen  maken en welke soorten struiken we hiervoor willen gebruiken.  De planten op onze proefhelling doen het vooralsnog prima. Die helling gaan we daarom op andere plekken herhalen. De eerste stekken staan al weer klaar op de stoep van het Boeddhahuis.

 

De hellingen moeten wat ons betreft begroeid raken met inheemse, droogte minnende planten. Naast de aloës en de vetplanten die we al bedacht hadden,  denken we nu ook aan grotere, bloeiende struiken. Blauwe en Witte ‘laagland’ Tajinastes. Vijgenboompjes, die in de directe omgeving van de boomgaard overal in het wild groeien. En hier een daar een niet zo inheemse, maar wel droogte minnende Paarse Bougainvillea, die we over de hoge rotshellingen willen laten woekeren. Alles moet natuurlijk wel in Het Grote Favoriete Kleurenschema van ondergetekende passen. Gele, oranje  en knalrode planten komen er straks niet in op onze finca, als het aan mij ligt.

 

We stekken ons suf op het moment. Maar we zullen toch ook wel het één en ander aan struiken moeten gaan kopen om nog vóór 2030 iets van resultaten te kunnen zien. Het terrein is zo gigantisch groot als je denkt in termen van beplanting…

 

 

We  zijn dus aan het stekken. Met wisselend succes, maar dat hoort zo bij stekken, geloof ik. Onze drakenboom krijgt straks in elk geval gezelschap van tien broertjes en zusjes. We zullen naast heel veel bij elkaar gesprokkelde aloë ook minstens een stuk of acht zelf gekweekte paarse bougainvillea’s kunnen planten en zelfs een enkele stek van een olijfboom, als alles goed gaat. Het stekken van vijgenbomen lukt vooralsnog niet zo heel erg goed. Terwijl iedereen op het internet mij vertelt dat juist vijgenbomen zo gemakkelijk zijn om op te kweken.

 

Ook buiten onze finca helpt men hier en daar met het verfraaien van ons uitzicht. In het verlengde van de Camino de Pinto, in de richting van de oceaan, stond tot voor kort een oude, vervallen bananenplantage met gescheurde plastic zeilen die rafelden en klapperden in de wind. Iemand heeft de braak liggende plantage  kennelijk gekocht, want de bananenrestanten zijn weg en er ligt nu een pracht van een omgeploegde akker te stralen in de zomerzon. Men gaat er druiven verbouwen. Met mooie stenen muurtjes er omheen. Op de foto hieronder te zien in de verte, links van de heuvel, rechtsvoor de helikopterhaven van de brandweer.

 

Iedere avond, als we met ons vijf onze zonsondergang-ronde doen tussen de fruitbomen, vergeten we de zorgen van de dag en zijn we blij met het landschap waar we doorheen mogen lopen.

 

We kunnen niet wachten tot dat we er ook echt mogen wónen.  Nog twee maanden te gaan, vertelde Óscar ons gisteren nog maar eens. Dan is het zover.

Tuinontwerp

Deze week was er  tijd om af en toe weer eens ouderwets te knutselen in Sketchup. Tijd voor een tuinontwerp; een ontwerp voor de tuin rondom het grote huis op de finca.

In augustus 2018 had ik al eens een ontwerp gemaakt voor de tuin, of eigenlijk voor de drie zuidelijke terrassen in de directe omgeving van het grote huis, dat we toen nog ‘de villa’ noemden. Dat ontwerp zag er zó uit.

 

Met de kennis, ervaringen en gewijzigde inzichten van anderhalf jaar later, gaat dit ontwerp de vuilnisbak in. Het zwembad bij het grote huis werd weg bezuinigd. De uitbreiding van de muur onder het grote huis bleek bouwtechnisch niet nodig en onderging het zelfde lot. Naast deze bezuiningingen vonden Ruud en ik het geheel ook net niet passend bij hoe we willen leven en welke sfeer we aan onze finca willen geven, voor ons zelf en voor onze toekomstige gasten. Tot slot bezuinigden we nog op het aantal vierkante meters aan te leggen terras.

 

De uitgangspunten voor het nieuwe ontwerp? Eén: We noemen ons zelf een ‘finca’ (een boerderijtje in het Spaans). Daar past geen sjieke tuin vol met fancy tierelantijnen en trendy palmbomen en andere Canarische ‘vakantie-vegetatie’ bij. Niet als hoofdmoot van het ontwerp, tenminste.  We willen een ‘boerentuin’. Twee: We moeten het kunnen betalen. Drie: Niet al teveel verschillende soorten bomen en struiken. Herhaling van een paar mooie soorten maakt dat het geheel rust en harmonie uitstraalt. De variatie komt wel door te zijnertijd kleinere planten en bloemen te planten. Vier: zeker in het begin geen uitbreide bloemenperken. We hebben helemaal geen tijd voor het onderhoud! En een tuinman gaan we écht niet doen…

We doen een rondleiding door het nieuwe ontwerp. Op het plaatje hieronder zie je de toegang naar het grote huis, als je vanuit het dorp komt aanrijden over de Camino de Pinto. Aan de wegkant willen we een houten hek van ronde palen op de muur plaatsen. Groot vraagteken is nog hoeveel zoiets kost en waar je op La Palma hout kunt kopen. (We missen de Gamma, echt waar…).

 

Hier zie je de oprit en het terreinstuk tussen de voorgevel van het grote huis en het hoge gevangenishek van onze achterbuurvrouw. We gaan mangobomen voor dat hek zetten. Mangobomen dragen het hele jaar blad en zien er mooi uit. Daarnaast kunnen we wel wat met mango’s. Een tip van Jorge is om geen mangobomen maar mangAbomen te planten. Die schijnen het hele jaar door vrucht te dragen. Misschien een idee, zoeken we nog uit.

De roze struiken zijn bougainvillea-struiken. Die zijn ook het hele jaar groen. Daarbij een groot deel van het jaar bloeiend. En ze hebben weinig water nodig.

De boom achter de bougainvillea’s is een olijfboom (nadat hij een aantal jaren heeft kunnen groeien – dat geldt voor alles uiteraard). Ook olijfbomen hebben niet heel erg veel water nodig.

 

Hieronder zie je de oprit vanaf de voordeur gezien. ‘KomtVastGauw’ krijgt een parkeerplaatsje vóór het huis.

 

Als je vanaf de voordeur door loopt naar de achterdeur kom je uit op de patio. Hier kunnen we bij mooi, maar winderig, weer toch lekker buiten zitten, ondanks dat het waait. Op La Palma waait het vaak best hard als het mooi weer is.

 

Verder lopend vanuit de patio naar de veranda aan de oceaanzijde van het grote huis, kom je uit aan de voet van de trap die naar het ondergelegen terras leidt. Het is nog even de vraag of het mogelijk is om de trap zonder U-bocht te kunnen aanleggen en zo een hoogte van ca drie meter te kunnen overbruggen. Als dit mogelijk is, heeft het wel onze voorkeur.

 

Want. Dan ontstaat er links van de trap ruimte voor een soort van klein balkon of een uitzichtpunt. Dit wordt dan direct het meest centrale punt van de tuin. Vanaf het balkon kan je alles overzien.

 

Op het plaatje hieronder zie je de straatzijde van de tuin, naast het grote huis. De bougainvillea-struiken en de olijfboom zorgen voor privacy op de veranda. De helling van de weg  ten opzichte van ons terrein maakt het voor iemand die in de auto ons huis passeert sowieso onmogelijk om te bekijken hoe wij ons vermaken op de veranda. Dat is zelfs niet mogelijk als de stille gluurder in een vrachtwagen voorbij komt. Maar boom en hoge struiken zorgen ervoor dat je je ook niet bekeken vóélt, als je op het terras van de veranda zit.

 

Zó ziet de veranda eruit vanaf het zuidelijke uiteinde (de wegkant) gezien. Het bankje is helaas nog steeds gejat, en zullen we opnieuw moeten kopen.

 

Vanaf het noordelijke uiteinde (fincakant) ziet het terras van de veranda er uit zoals hieronder te zien is.

 

Vanaf de veranda lopen we de trap af naar beneden. Rechts zien we het zonneterras en de waslijnpalen. Links zien we de fruitbomen die onze tuin afschermen van de weg. Op de foto staan citroenbomen afgebeeld. Teunis vindt citroenbomen mooi, ook al omdat deze bomen het hele jaar door vrucht dragen. Ruud wil hier graag ortanique-bomen planten. Ortanique-vruchten zijn een kruising tussen een sinaasappel en een mandarijn. Je kunt ze tegen een redelijke prijs verkopen (in tegenstelling tot citroenen). En ook deze bomen dragen het hele jaar door vrucht en bieden, eenmaal uitgegroeid, voldoende privacy. Bovendien smaakt Ortaniquesap uitstekend terwijl wij citroenen eigenlijk alleen maar gebruiken als sluitstuk op flesjes coronabier.

 

Als je op het zonneterras zit, en je kijkt naar het grote huis, dan ziet dat er uit als op het plaatje hieronder. De struiken rondom het terras zijn oleanders. Ze bieden privacy tegen blikken vanaf het balkon van het vakantiehuis van onze achterbuurvrouw en vormen een extra ‘groenscherm’ om niet vanaf de weg gezien te worden als je rustig wil zitten. Als iemand in de auto over de Camino de Pinto langs rijdt, heeft hij of zij vrij zicht op dit deel van de tuin. Deze zichtlijn moet dus worden geblokkeerd. Dat doen we met losse bomen en struiken, zonder heg of schutting. Het zonneterras is ook een goede plek voor Ruud om zijn telescoop op te zetten. Maar daarvoor zijn er verder weg van het grote huis meer geschikte locaties op ons terrein, met meer ‘zichtvrije hemel’.

 

Dit zie je als je vanuit de uiterste hoek van de tuin, aan de fincakant, terug kijkt naar het grote huis.

 

En dit zie je als vanuit de uiterste hoek van de tuin aan de wegkant naar het huis kijkt.

 

Het is nu zaak om te kijken hoeveel geld dit alles gaat kosten en of we alles in één keer kunnen aanleggen, komend najaar, of dat we het in etappes gaan doen.  Maar het helpt om alvast een plan te hebben gemaakt. En als je een plan hebt, is het ook een stuk eenvoudiger om dat plan weer te veranderen en aan te passen als dit nodig is. Ook hier geldt weer: we gaan zien wat ‘t wordt.

Overigens, zou het zo maar kunnen dat we ons huis toch geen kleurtje gaan geven, maar ‘gewoon’ wit pleisteren aan de buitenkant. Die kleur past namelijk best goed  in ons tuinontwerp…  Nog zoveel keuzes om te maken…

‘Dakpannenfase’

Dakpannen leggen is een tijdrovende klus, kennelijk. Na het zeer voortvarende tempo waarin de bouw van onze huizen begon, is de snelheid van het bouwproces er toch wel een klein beetje uit gegaan in de ‘dakpannenfase’. We zijn nu twee weken verder sinds het vorige blog over het dak en de pannen zijn nog altijd niet allemaal gelegd. Wel bijna, overigens. Alleen de sierranden op het dak ontbreken nu nog.

 

Het grote huis ziet er inmiddels al wel uit als een ‘echt huis’. Dat is een mooi gevoel. Óscar houdt vol dat de planning blijft staan en dat het grote huis begin augustus opgeleverd zal worden. Volgende week wordt de afwerking van het dak afgerond en zullen de binnenmuren worden afgemetseld, zo is het plan. Ook de waterleidingen zullen dan worden aangelegd. Als God en Fernando het willen, kunnen Ruud en ik in de loop van volgende week starten met het lakken van het hout voor het dakje dat over het halletje moet komen. Direct daar achteraan volgt volgens Óscar dan ook het hout voor het dak van het eerste kleine huis. Á ver, zeggen  ze hier. We wachten het rustig af.

Hieronder zie je uitgebreid overleg in beeld over hoe de waterafvoer van de drie verschillende daken van het grote huis vorm moet krijgen. Dat is een lastig op te lossen probleem, maar de heren zijn er uitgekomen, gisteren.

 

Gisterenmiddag zag de ‘dakpannensituatie’ van het grote huis er als volgt uit. Ruud en ik zijn er best blij mee.

 

Deze week werden we ook blij op een ander front. Na een hoop heen en weer gepraat is er min of meer duidelijkheid over wie er schuld heeft aan het feit dat de omvang van ons terrein niet goed is geregistreerd in de ‘Escritura’, een soort van kadaster. En vooral ook wie de notaris gaat betalen om ervoor te zorgen dat deze omissie verholpen wordt. De vorige eigenaar van ons terrein vindt dat de notaris zelf een steek heeft laten vallen, en anders wel ‘zijn’ verkoopmakelaar. Hij weigert de kosten van de herinschrijving te dragen, hoewel het koopcontract stelt dat de verkoper voor deze kosten aansprakelijk is. De verkoopmakelaar vindt op zijn beurt dat de vorige eigenaar blaam treft. De notaris in Los Llanos is van mening dat iedereen fouten heeft gemaakt, behalve hij zelf. Wij denken er het onze van, maar stellen ons op als consumenten die gewaarschuwd hadden moeten worden door de aanwezige professionals dat de stukken ten tijde van de aankoop nog niet op orde waren.  Dat laatste is niet gebeurd, en daar is iedereen het weer over eens. Uiteindelijk hebben de beide makelaars (onze aankoopmakelaar en de verkopend makelaar) besloten het overgrote deel van de kosten van de herinschrijving te voldoen. Wij passen een klein deel bij. De verkopend makelaar gaat het geld juridisch verhalen op de verkoper is ons verteld. Wij zijn tevreden met deze oplossing. We zijn tevreden met de rol die onze eigen makelaar speelde bij de oplossing van het probleem. We waren uiteraard veel minder tevreden over het feit dat alle professionele aanwezigen destijds tijdens het passeren van de verkoopakte niet hebben opgemerkt dat de stukken nog niet volledig correct waren afgehandeld. Hun financiële compensatie vinden we dan ook meer dan terecht. Het tweede goede nieuws is dat de Caixabank kennelijk afziet van een volledige herbeoordeling van onze hypotheekaanvraag, als we maar opschieten met die aanvraag. Het klonk een beetje als: ‘Willen jullie nou alsjeblieft eens dat geld bij ons komen lenen?’ Nou, dat komt goed nu. Nog drie maanden wachten, tot dat de wijziging van de Escritura door de bevoegde instanties is verwerkt en dan komen we bij het filiaal in Tazacorte onze hand ophouden en zal de langstlopende hypotheekaanvraag allertijden kunnen worden afgerond. We zijn al sinds zomer 2017 met die aanvraag bezig.  Op La Palma komt alles uiteindelijk meestal wel goed. Grotendeels. Als je maar geduld hebt en op voorwaarde dat je in omstandigheden verkeert waarin je geduld kunt hebben.

Terwijl de mannen van Óscar dakpannen sjouwden en stapelden, ging Ruud de afgelopen week verder met zijn snoei-de-dennenbomen-klus. Hij heeft wel een meesterwerkje afgeleverd. De ingang voor de gasten ziet er nu uit als op een plaatje. En. Het tweede kleine vakantiehuis, dat veel lager op het terrein komt te liggen,  heeft zelfs een begin van direct oceaanzicht gekregen door de acties van Ruud (middelste foto hieronder).  We zijn overigens nog niet helemaal klaar met dat uitzicht over de zee.  Poco a poco veranderen we het landschap rondom onze boomgaard. Gelukkig vinden onze directe buren ook dat het resultaat van ons werk-in-stilte een flinke verbetering is.

 

Zelf ben ik op mijn vrije vrijdag-na-hemelvaartsdag uitgebreid in de weer geweest met het maken van stekken. Nieuwe experimenten, die ik aandurf omdat het erop lijkt dat ik ‘de manier’ van stekken maken gevonden heb. Afwachten nu. Inmiddels staan er bij elkaar zo’n 75 stekken van aloës, drakenbomen, olijfbomen, vijgestruiken en bougainvilles wortel te schieten of blaadjes te verzamelen in een beschutte omgeving of te harden in de buitenlucht op de veranda van het Boeddhahuis. De eerdere stekken die ik heb ingeplant op de probeerhelling in de boomgaard slaan vrijwel allemaal goed aan en beginnen te groeien. Nu het slagingspercentage van al het gestek langzaam stijgt van 0,5% naar zeg 60%, begin ik er weer schik in te krijgen.

 

Met mondmaskertjes op brachten Ruud en ik afgelopen donderdag een bezoek aan het grootste tuincentrum hier op het eiland.  We zagen daar een prima aanbod van bloeiende planten, struiken en fruitbomen voor een redelijke prijs. Dus ook van daaruit zullen we over een paar maanden het nodige bij elkaar gaan sprokkelen. Dat tuincentrum ligt wel op meer dan een uur rijden van ons huis. Alleen daarom al zullen we qua ‘groenvoorziening’ moeten proberen om grotendeels zelfvoorzienend te zijn. Ik ben van plan een soort van kas of een aantal kweekbakken te gaan maken op de finca. Dat wordt mijn project en daar mag Ruud zich niet mee bemoeien, ook al is hij veel handiger dan ik en heb ik twee linker handen als het op klussen aankomt. Ruud mag adviseren. Ik ga het doen. Is het plan.

Metamorfose

Ruud is in de afgelopen dagen druk in de weer geweest met handzaag en motorzaag. Hij nam de dennenbomen bij de achteringang van onze boomgaard, ooit de toekomstige hoofdingang voor onze gasten, aan de Camino de la Capilla flink onder handen. De bomen en het oprijlaantje  ondergingen een kleine metamorfose.

Het betonweggetje waarover je ons terrein oprijdt, zag er nog niet zo heel erg lang geleden ongeveer zó uit.

 

Vanavond zag het weggetje er zó uit.

 

Wij vinden het een verbetering.

Intussen in de Boomgaard (4)

De boomgaard, de boomgaard, de boomgaard. Ruud kan er soms niet van slapen. De boomgaard is overwegend zíjn werkterrein. En er is zoveel te doen, en vooral zoveel dat nog geleerd moet worden en dus onzeker maakt.

Feit is dat alles er, behoudens de plekken waar de huizen gebouwd worden, pico bello bij ligt. Er staan geen doodzieke bomen meer in de bongerd. Alle bomen die geel blad hadden door een tekort aan mest hebben nu groen blad, of in elk geval veel groener blad dan vorige jaar rond deze tijd. De nieuw geplante avocadostruiken van vorig najaar doen het overwegend goed. De meeste struiken groeien goed en gaan getooid met kerngezond donkergroen en -rood glimmend blad.

 

De serpeta is echter nog steeds niet helemaal verdwenen uit onze ‘huerta’. Er staan geen half kale citrusbomen meer in onze tuin. De bomen die er het ergst aan toe waren zijn op de stam terug gesnoeid. Op de oude stronken komt met grote snelheid nieuw blad op, zonder kleine serpetaatjes of ander ongedierte erop. De bomen die we niet wilden snoeien of die er minder ernstig aan toe waren, heeft Ruud met engelengeduld bijgeknipt. Op die terrassen is de serpeta op dit moment weg.

 

Maar elders is het rotbeestje aan een kleine come back bezig. En dat zit ons, maar vooral Ruud, mateloos dwars. Het is nu zaak om de parasiet er onder te krijgen door afwisselend elke paar weken de bomen te besproeien met verschillende soorten gif en aceito de verano. Dat is wat we nu proberen te doen. Maar het beestje blijft aan bladeren en takjes knagen en daardoor knaagt bij ons de onzekerheid. Doen we het wel goed? Waar komt de plaag opeens vandaan? Of was het ongedierte er altijd al, en herkennen we het pas sinds een paar maanden als een plaag? We denken dat dit laatste het geval is. We zijn gewaarschuwd. Hoewel zoiets bijna nooit nodig is, moeten we in het ergste geval straks alle sinaasappelbomen  gaan terugsnoeien naar de stam. Dat willen we natuurlijk niet. We moeten vertrouwen op de produkten van Bayer en trawanten. Zoiets voelt niet goed, maar het is even niet anders. Die beesten zien er ook gewoon vies uit op een foto, trouwens. Weg ermee!

 

De serpeta-dreiging is enige schaduw die soms over onze boomgaard valt. Verder is het eigenlijk vooral genieten op de zeven terrassen. Het grote onderhoud is voorbij. Ruud is bezig met gewoon onderhoud. Maaien. Mesten. Vruchten plukken,  die we verkopen, zelf opeten of weg geven.

 

We zien bijna elke avond de zon ondergaan in de oceaan,  achter de dennenbomen.  Dat was vooral heel erg fijn in de periode dat we hier allemaal huisarrest hadden. Wandelen mocht niet. Maar zitten op de stoep van onze Apero en kijken naar de oceaan, dat mocht wel.

 

Er liggen nog twee grote stapels met snoeihout in de weg. Die stapels liggen vooral mentaal in de weg. We weten dat Óscar ze kan en gaat afvoeren. Maar het duurt ons te lang. Die stapels moeten gewoon weg. Nu. Ik denk dat we binnenkort zelf iets gaan proberen te regelen. Ik las op een blog van iemand anders hier op La Palma dat je containers kunt laten komen, waarin dit soort afval tegen betaling wordt afgevoerd. Misschien moeten we zoiets maar gaan doen.

 

Er ligt nóg een stapel hout, bedoeld voor onze toekomstige houtkachels. Ruud heeft een klein beginnetje maakt met het verwerken van deze stapel. Er liggen nu twéé stapels toekomstig haardhout in de boomgaard. Maar er is nog tijd genoeg…

 

Het nieuw aangelegde avocadoterras langs de Camino de Pinto is onze stille trots. De planten staan er echt goed bij. Als we de planten vergelijken met de planten op andere landjes die ongeveer tegelijkertijd zijn ingeplant, dan scoren we een ‘dikke negen’.

 

Vorige week heeft Ruud de beschermkappen rondom de stammetjes verwijderd. De plastic kappen vielen uit elkaar door de kracht van de zon. Zonder kappen zien de plantjes er toch weer wat kwetsbaarder uit.

 

De nieuwe avocadoplanten op het hoge terras doen het vreemd genoeg een stuk slechter. Vooral de planten die we pal onder het huis van onze achterbuurvrouw hadden neer gezet hebben het relatief moeilijk.

 

Dat is jammer. Want dít was op termijn onze bedoeling. Dat er avocadobomen van onderstaande omvang zouden gaan groeien onder het balkon van de buurvrouw, zodat we onder/tussen de bomen door met wat meer privacy over ons terras zouden kunnen lopen.

 

Nou heb ik uit betrouwbare bron begrepen dat er onlangs iemand uit het dorp die wij redelijk goed kennen, kiwistruiken heeft geplant in zijn boomgaard. Als dat allemaal lukt met die kiwi’s, is dat voor ons ook een idee. Kiwi’s zijn kruipende struiken die je over een soort van pergola of draadconstructie moet leiden. Als er onder het balcon van de achterburen geen  bomen willen groeien, zouden we met kiwi-constructies alsnog onze privcay kunnen pakken. En. Kiwi’s zijn heel erg lekker. Succes Hans! Ruud en ik kijken weer eens belangstellend met je mee!

 

Valken. Er vliegen steeds weer valken over en in onze boomgaard. Prachtige beesten! Vind ik.

 

Het heeft regelmatig geregend in de afgelopen weken. Onze abrikozenbomen klommen direct in het blad, na de eerste regenachtige dag. Ook de mangos staan er fris en groen bij. Net als de rest van de finca, eigenlijk.

 

Nu de Grote Renovatie op haar einde loopt, begint de Wederopbouw. Niet alleen met betrekking tot de fruitbomen. Maar ook als het gaat om de verdere ‘aankleding’ van ons terrein. Ons terrein is groot en onze financiële middelen zijn toch enigszins beperkt. Na diverse min of meer mislukte experimenten hebben we nu dan toch langzaam maar zeker genoeg geleerd om met enig succes zelf plantjes te stekken. Het is de bedoeling dat we de hellingen op onze finca beetje bij beetje gaan beplanten met ‘tuinbeplanting’ die van nature groeit op het eiland. Aloë, vetplanten, rotsplanten. Je plukt ze weg uit de berm. Je geeft ze de tijd om in een kweekpotje wortels aan te maken. Je zet ze uit op een helling. Dat is het idee. We zijn begonnen. Het eerste begin is veelbelovend. Vijfenzestig plantjes gekweekt en gepoot. Nog twee duizend te gaan? Een jarenplan. Maar wel een leuk jarenplan.

 

Aan de kopse kant van het middelste terras aan de zuidkant op ons kavel staat langs de Camino de Pinto onze enige echte Drakenboom. Het is een jonkie. Maar hij doet het goed. Zeker nu hij af en toe een beetje water van ons krijgt. En. Over een tijdje krijgt hij gezelschap. Vanaf de route van de Las Tricias gidswandeling nam Ruud een paar maanden geleden een aantal Drakenboomzaden mee. Negen plantjes staan op de nominatie om te zijnertijd samen een miniscuul drakenboombosje te gaan vormen.

 

In de afgelopen week was het tijd om onze enige overgebleven durasno-boom leeg te plukken.  Durasno’s zijn een soort van kleine perziken. Vorig jaar hadden we onder licht dwingend advies van de vorige eigenaar van ons terrein nog een groot net om de durasnoboom gehangen. Ruud en ik vonden dat net eigenlijk geen gezicht, maar volgens Antonio was zo’n net de enige manier om vogels en ‘bichos’ bij de vruchten weg te houden. En nogmaals: het advies was licht dwingend.

Dit jaar deden we geen net, maar hadden we  ook geen bichos en wél rijpe vruchten. Een toevalstreffer? Of hebben we hiervan iets geleerd? Dat weten we volgend jaar rond deze tijd. In elk geval heb ik vorige week vijf durasnotaarten gescoord. En vanavond zag ik dat er nog een paar taarten aan de boom hangen, klaar om geplukt te worden.

 

Als je dit soort foto’s van je ‘tuin’ kunt maken, dan moet je verder niet zeuren over Corona of zo en al het nare en vervelende  dat hieruit voortkomt. Dan ben je gewoon een mazzelpik.

 

Zeuren doen we dan ook maar niet. We zijn nog altijd blij met ons hoekje onder de zon. Ook al ligt dat hoekje nu op een afgelegen eilandje, bijna aan het eind van de bewoonde wereld (vanuit Nederland gezien).

Werken aan de Toekomst

Vanavond kwamen we op een wat later tijdstip dan gebruikelijk is aan op onze finca voor onze ‘avondronde’. We hadden een wat langer face-timegesprek gehad met familie in Nederland. Eén van de goede dingen van deze tijd: je praat vaker met mensen die je na staan en de gesprekken gaan met enige regelmaat  wat dieper dan normaal het geval is. Maar daardoor kwamen we dus wel wat later aan op de finca.

 

De zon was al zo’n beetje onder toen we begonnen aan ons rondje tussen de fruitbomen. We maken dit rondje nu dagelijks, want we hebben ‘serpeta’ in de naranjas en Ruud houdt nauwlettend in de gaten hoe deze plaag zich ontwikkelt. Het ziet er naar uit dat we de serpeta-beperkende maatregelen voorlopig nog niet kunnen versoepelen. Daarover een andere keer meer.

Op het eind van het tweede terras aan de noordzijde kwamen we dit echtpaar tegen.

 

Twee libelles innig met elkaar verstrengeld op een takje in de top van een serpetavrije sinaasappelboom. Werkend aan hun toekomst.

 

In de vergroting is het een hele mooie foto geworden, vind ik zelf. En dat met een lullig cameraatje dat na vele jaren van veelgebruikerij bijna uit elkaar valt van ellende.

 

Ook Ruud en ik werken aan de toekomst. Vanochtend hadden we een prima gesprek met Óscar, onze aannemer. Ook dat was een gesprek met diepgang. We zaten zo’n twee-en-een-half uur rond de tafel (op gepaste afstand van elkaar). We hebben onze planning aangepast aan de omstandigheden.  Ruud en ik zijn blij en ietwat opgelucht met de uitkomsten van het overleg. Maar daarover in een volgende blogpost meer.  Hey! Dit lijkt wel een cliffhanger!  🙂

Als de toekomst gearriveerd is, koop ik een nieuwe camera. Eén met een pracht van een zoomlens. Er valt hier veel moois te fotograferen in de uitvergrootstand. In de boomgaard en daarbuiten. Maar eerst: huizen bouwen!

Intussen in de Boomgaard (3)

Het leven in Coronatijd gaat voor Ons Soort Mensen min of meer ongestoord door. We mogen dan weliswaar vanwege de noodtoestand het huis niet uit. Maar Ons Soort Mensen bezit een finca. En sinds vandaag weten we helemaal 100% zeker dat we ondanks De Grote Nationale Corona Winterslaap ongestoord vrij heen en weer mogen reizen van het Boeddhahuis naar onze finca. We ontvingen onderstaand bericht van Cocampa, de coöperatie waarbij we zijn aangesloten.

 

Ruud en ik waren best blij met dat bericht, Want hoewel het voor ons al wel duidelijk was dat ‘boeren’ gewoon mogen doorwerken, twijfelden we toch of dit ook voor ons gold. Er wordt nu stevig gecontroleerd door politie of je je met een reden op straat begeeft, zelfs in een dorpje als Puntagorda, en we willen geen regels overtreden in het land waar we te gast zijn. Officieel zijn Ruud en ik geen ‘boeren’, maar ‘verhuurders van woningen bedoeld voor kortdurend toeristisch verblijf’.  In Spanje luistert het heel erg nauw, voor welke activiteit je bedrijf geregistreerd staat. Het is zelfs een probleem om de opbrengst van de fruitverkopen netjes op te geven bij de belastingdienst als je niet als ‘boer’ geregistreerd staat. Daar kan je een flinke boete voor krijgen.

In bovenstaand bericht staat echter dat iedereen die een finca heeft vrij heen en weer mag reizen vanaf zijn huis naar die finca, en weer terug,  om voor beesten, bomen, planten of bloemen te zorgen. Mits de finca op het zelfde eiland staat als waarop je huis staat. En dat mag ook als je geen ‘professional’ bent.  Dit laatste gaat over ons. Geen beperkingen meer vanaf nu. En af en toe een kleine omweg… wie doet ons wat? Even naar de finca voelt als luchten tijdens gevangenisstraf.

Tussen het schilderen van het hout voor het dak van het grote huis door, heeft Ruud in de afgelopen weken monnikenwerk uitgevoerd in de boomgaard. Groot onderhoud aan de sinaasappelbomen. Met engelengeduld. Hieronder zie je Ruud bezig met de agendaplanning van een willekeurige werkdag.

 

Alle sinaasappelbomen die in de afgelopen drie jaar niet werden gesnoeid door Kakien,  waren toe aan een ‘grote onderhoudsbeurt’ met de motorzaag, de takkenschaar en de snoeischaar. De bomen hadden veel dood hout en droegen ziekten in zich. Maar niet alle bomen kunnen we  op de ‘Kakien-manier’ rigoreus terugsnoeien naar de stam, wat het beste zou zijn, omdat we dan een kale finca hebben. Sommige bomen moeten gewoon ‘groot’ blijven om ervoor te zorgen dat er geen zichtlijnen tussen de toekomstige huizen ontstaan. Al die bomen heeft Ruud nu onderhanden genomen. Dat waren er een stuk of dertig. Per boom zo’n drie tot vier uur werk. Met engelengeduld werden de bomen in model gezaagd en geknipt. Hieronder zie je een boom vóór de knipbeurt en ná de knipbeurt.

 

De foto’s hieronder geven een idee van het ‘totaal-effect’ op hoe de sinaasappelterrassen van de finca eruit zien na het werk van de sinaasappelbomenkapper. Het begint er op sommige terrassen nu eindelijk echt een beetje op te lijken, vinden we zelf.

 

Uiteindelijk doe je het allemaal  hier voor. De sinaasappeloogst is begonnen…

 

Als ik dit schrijf, moet Ruud de laatste twee bomen nog ‘knippen’. Dan is het voorbij. Dan is ook het allerlaatste stukje achterstallige onderhoud van de boomgaard voorbij. Daar hebben we een jaar over gedaan. Een mijlpaal. Grote grijns van Ruud 🙂 . Mag hij daarna beginnen met het reguliere onderhoud. Grote grijns van Teunis 🙂 🙂 🙂 .

Intussen wordt het voor ons steeds duidelijker dat we echt een hele mooie plek op La Palma hebben gevonden. Nu de silhouetten van de eerste twee huizen staan, en de slechte bomen allemaal zijn gerooid of gesnoeid, vallen zaken helemaal op hun plaats. Er is een ruimtelijk evenwicht op het terrein aan het onstaan. Daarbij wemelt het van de dieren in de bongerd; hagedissen, vlinders, kleine vogels, zoemende insecten en bichos-die-knagen-aan-gevallen-vruchten-in-de-nacht. En dan is er altijd het prachtige uitzicht over oceaan, wolkenluchten en de zonsondergang. Zelfs op een wat sombere, half bewolkte dag ziet het er prachtig uit. Vinden we zelf.

 

Eergisteren lukte het mij eindelijk om een foto te maken die ergens op lijkt van één van onze twee valkenvrienden. De boomgaard is samen met de aanpalende barranco en de graslandjes en dennenbosjes in de directe omgeving het jachtterrein van twee (ik denk) torenvalken. Ze zijn absoluut niet schuw en trekken zich er niets van aan als er mensen over het terrein lopen. Soms vliegen ze vlak boven je hoofd in een glijvlucht richting hagedis. Ik vind het prachtig om te zien en hoop dat ze dit nog jarenlang blijven doen. Ook als er straks (ooit) afgebouwde vakantiehuizen staan met gasten erin.

 

De avocadoplanten slaan goed aan. Het is soms nog wat zoeken hoeveel water we ze moeten geven. De planten zijn nog erg gevoelig voor schommelingen in het weer. En wij zijn nog niet zo heel erg ervaren in het bekijken en lezen van de planten. Zoiets moet je leren.

 

Maar dít hieronder is volgens ons toch echt het avocado-equivalent van een blije blozende mensenbaby. En zo staan de planten er momenteel bijna allemaal bij, zeker op het grote, laagste, avocadoterras. De planten groeien nu zo snel dat Ruud aan de gang moet met het vervangen van de rieten steunstokken voor hogere metalen steunstangen. Alweer zo’n klusje waar een monnik gelukkig van zou kunnen worden. Ruud is een geduldig mens. Hij heeft er echt schik in.

 

We hebben ook een paar ‘zorgenkindjes’ onder de aanplant. Die zorgenkindjes zien er nu zó uit. Volgens verschillende mensen die van La Palma komen, komt het wel goed met ze, zolang  de stam groen is. En inderdaad, na een kale winter beginnen nu ook de zwakke broeders blad aan te maken. Misschien dat ze het nog gaan redden. We geven ze nog een maand of twee.

 

De grote broers staan volop in de vruchten. Ook voor de avocado’s geldt dat het langzamerhand tijd is om ze te plukken en te oogsten. Avocado’s plukken dat ziet er ongeveer zó uit. Onze volwassen bomen zijn erg hoog en de vruchten moeten daarom met flink wat kunst en vliegwerk en klimwerk verzameld worden. We moeten eigenlijk een lange takkenschaar gaan kopen. Sinds vandaag weten we dat ook ‘niet-professionals’ dergelijke spullen weer mogen kopen. Wie weet?

 

Auke en ik plukten gisteren samen de enige avocadoboom die in de achtertuin van het Boeddhahuis groeit leeg. Hele mooie vruchten zonder dat de boom enige verzorging van ons heeft gehad, behalve dan water.

 

Vandaag bracht Ruud onze eerste vruchtenvracht naar Erwin. Erwin is een fruithandelaar in het dorp. Vijfenzeventig kilo avocado’s, Vijfenzeventig kilo sinaasappels. Volgende week horen we hoeveel we ervoor gaan krijgen. De komende weken zullen we wekelijks of 2x per week zo’n vracht langs kunnen brengen. Met zo’n frequentie krijgen we onze bomen wel leeg en hoeven we niet naar de handelaren in Los Llanos, dat op drie kwartier rijden en vier politiecontroles verderop ligt.

 

In de vorige blogpost schreef ik dat we zeker niet naar La Palma zouden zijn vertrokken als we vooraf hadden geweten hoe de zaken zich hier zouden ontwikkelen. Dat leidde tot veel reacties via de ‘informele kanalen’. Maar.

 

Daarom eindig ik dit bericht met de mededeling dat Ruud en ik erg blij zijn met het feit dat we vooraf niet wisten hoe zaken zich zouden ontwikkelen. Ondanks onze zorgen over het thuisfront en het geïsoleerde leventje dat we momenteel noodgedwongen leiden, zijn we nog steeds heel blij met ons leven op het Lente-eiland. We voelen ons nog altijd erg thuis hier. Als de Corona voorbij is, en als we gezond zijn gebleven, gaan we gewoon weer verder met het Grote Plan. Tot die tijd plukken we sinaasappels en avocado’s en schuifelen we wat rond tussen de bomen.

Intussen in de Boomgaard (2)

De foto hieronder kopieerde ik ergens vorige week uit De Volkskrant. Dit is Twente. In Twente zijn ze blij met de vele regen die er de laatste tijd is gevallen. Althans, men is blij op het kantoor van het Waterschap. Volgens de Volkskrant. Eindelijk is er weer genoeg grondwater na twee belachelijk hete zomers. De foto is leuk voor mij, omdat ik de plek van de foto ken. De brug staat niet ver van ons oude huis vandaan. We wandelden er regelmatig met de honden. Dat is Nederland.

 

Bij ons in Puntagorda liggen de zaken een beetje anders. Hieronder zie je de Balsa Montaña del Arco. Dit waterbassin ligt een paar honderd meter boven het dorp. Ons irrigatiewater komt er vandaan. We hebben een rechtstreekse verbinding. De zomer moet nog komen. Maar het spaarbekken staat maar voor een kwart vol. En het water zit vol met algen.

 

Dat laatste vermoedde Ruud al. Daarom ging hij er eens kijken. Hieronder zie je de drukmeters van ons watersysteem, direct vóór (achterste meter op de foto) en direct ná (voorste meter op de foto) het waterfilter. De meters staan niet gelijk. En dat betekent dat het filter dicht zit. Met algen. Heel vervelend, want dat betekent 1) dat er mogelijk iets mis aan het gaan is met de wateraanvoer (check, zie boven, klopt) en 2) dat Ruud om de twintig minuten het waterfilter moet schoonmaken als de bomen allemaal tegelijk water krijgen.

 

Dat schoonmaken van het filter gaat zo. Je kunt zien dat Ruud dit echt een leuk kwarweitje vindt, dat hij fluitend uitvoert. Elke keer weer.

 

Twee weken geleden heeft Kakien de citrusbomen bespoten met het breedspectrumgif tegen de Serpeta Fina.  Een week geleden heeft hij op de bovenste terrassen aan de noordkant een aantal sinaasappelbomen met de motorzaag gesnoeid. Over drie jaar zijn ze weer prachtig. Tot die tijd is het even slikken.

We hebben er weer een nieuwe grote stapel hout bij. Normaal gesproken zouden we dat hout verbranden, maar dat durven we niet goed. Niet vanwege de droogte. Niet vanwege de nabijheid van nog droger dennenbos. En niet vanwege de broze relatie met onze bovenbuurvrouw die het toch wel lastig vindt dat we aan het bouwen zijn op onze finca. Begrijpelijk, want vlak boven ons probeert ook zij vakantiehuisjes te verhuren. We laten het hout dus maar afvoeren. Dat kan alleen maar helemaal aan de andere kant van het eiland, bij Brena Baja.

 

Naast de gesnoeide bomen zijn we ook bezig een groot aantal andere bomen te ‘knippen’; we halen met een snoeischaar het dode hout uit de boom en proberen de boom zo weer een beetje in model en in het groen te krijgen. Soms pakt dat heel goed uit. Soms is het resultaat wat minder. Dan zit er zoveel dood hout in de boom dat knippen tóch snoeien wordt. Ook na zo’n mindere knipbeurt komt het weer helemaal goed met de boom, vertelt iedereen die het weten kan ons. Daar hopen we dan maar op.

 

En dan hadden we natuurlijk de zandstorm. Ruim een week geleden stormde het hier met wind vanuit het oosten, waar de Sahara ligt. Er ligt veel zand in de Sahara en er kwam dus veel zand met de wind mee naar de Canarische Eilanden. Behoudens een grote stofenzandwegveegendweilbeurt die noodzakelijk was in het Boeddahuis, dat vol met kieren en gaten zit, hebben we eigenlijk niet heel veel last van de storm gehad. De wind kwam uit het oosten. De eilanden Tenerife en La Gomera pakten het meeste zand voor ons eilandje uit de lucht. Wat er aan zand overbleef kwam de berg niet echt over en bleef hangen in het oosten van het eiland.

 

Ook op de finca viel de stormschade reuze mee. Onze boomgaard ligt in een beschutte kom, zeker als de wind uit het oosten komt. Zelfs de dennennaalden die ik een tijdje terug op het avocadoterras uitstrooide, zijn blijven liggen. Dat zegt genoeg, denk ik. We hadden geluk, want elders aan de westkant van het eiland was de schade door de stormwind voor bananen of avocado’s enorm. Één van de mannen die aan onze huizen bouwen vertelde bijvoorbeeld dat hij zijn hele avocadoboomgaard kan kappen omdat de bomen onherstelbaar beschadigd zijn. Het zal je gebeuren…

 

Sinds een kleine week hebben we een Rain Bird op onze finca. Ruud heeft de beregening geautomatiseerd. Vanaf nu krijgen de terrassen volautomatisch één voor één water. Dat scheelt een hoop herrie in de metalen aanvoerbuizen van ons irrigatiesysteem en ook een hoop gestress bij Ruud als het warm wordt op het eiland terwijl wij net dán in Nederland zijn. De bomen krijgen in het nieuwe schema elke nacht een beetje water. Dat is tegen de plaatselijke zeden en gewoonten. Men vindt dat met name avocadobomen af en toe veel water moeten krijgen, en dan weer droog moeten vallen. Ruud gelooft er niet in. Hij heeft via het internet geleerd dat het anders zou zitten en we hebben het goede voorbeeld van Avocadogoeroe Hans onder handbereik. Elke nacht een beetje water dus. Is beter. Denken wij. Met Hans.

 

Het is lente op de finca. De sinaasappelbomen komen weer in de bloesem. Het ruikt heerlijk als je ons terrein op rijdt. En dit is nog maar het begin..

 

Ook de oude  avocadobomen die mochten blijven staan,  beginnen op grote schaal bloemen aan te maken. Dat zijn de vruchten voor het volgend jaar. Maar ook dit jaar mogen we al vruchten plukken. Een wereld van verschil met het vorige jaar, toen onze bomen nauwelijks vrucht droegen en ook niet zo heel best in het blad zaten. Een beetje water, een beetje mest en af en toe een praatje doen wonderen, kennelijk.  Ruud en ik zijn benieuwd hoeveel manden vol er uiteindelijk van de bomen af zullen komen.

 

Rond de jaarwisseling maakten we ons best wel een beetje zorgen over de staat van onze bomen. Bladeren die geel waren, bomen die kaal werden. We hadden geen idee wat er aan de hand was, maar het voelde allemaal niet goed. Een paar maanden later, met de nodige hulp en instructie van Marc, onze Zwitserse citrusvruchtenbijnabuurman, Oswaldo Avocado van Cocampa en de nuchtere praktijkervaring van Kakien beginnen we een beetje grip op de situatie te krijgen, voor ons gevoel.

 

De bomen staan er nu uiteindelijk best goed bij, toch? Zelfs onze barancohelling ziet er mooi uit, eind februari begin maart.  Het blijft puzzelen, zoeken, gokken, uitproberen en leren, zo’n boomgaard. Maar dat is best leuk. Heel erg leuk.