120 gieters

Vandaag was het voor ons een finca-dag. In de ochtend bezochten we in het dorp het kantoortje van een instantie die nog het meest  op een soort van landbouwagentschap van de overheid lijkt. Een kenniscentrum voor alles dat met boeren en landbouw te maken heeft, uit naam van het cabildo, de eilandregering.

Op advies van een goede kennis die ook in avocado’s doet, spraken we daar met dhr Betancourt, een landbouwingenieur. Zonder afspraak nam de man uitgebreid de tijd voor ons en onze vragen. Hij gaf ons veel praktische tips en adviezen. Veel van die tips en adviezen had Ruud al gelezen op het internet of gehoord van Kakien, maar we vonden het toch erg fijn dat al die grasduinwetenswaardigheden vanochtend werden bevestigd door iemand die het echt kan weten.

We vonden het prettig om van de landbouwingenieur te horen dat de bodem van onze finca geschikt is voor de teelt van avocado’s. Hij kende ons terrein, nog vanwege zijn adviezen aan  ‘Antonio. el alcalde previo’, de vorige eigenaar van ons terrein. Wel drukte hij ons op het hart om ervoor te zorgen dat de dikke laag van grind en puin die Antonio destijds op het terrein heeft laten storten,  níet moet worden omgespit, maar moet worden weggeschoven. Daar waren Kakien en zijn helpers gelukkig ook al achter.

Aan het eind van de ochtend werd de grond van het laatste stukje van het terras open gebroken met de grote machine. Komende maandag wordt het terrein ge-egaliseerd. Daarna kan Ruud het bewateringssysteem aanleggen.

 

Er staan nog twaalf bomen op het terras, die we graag in leven houden. Die bomen kunnen geen twee weken zonder water. We moeten dus tijdelijk improviseren met gieters, todat begin volgende week voor het terras het nieuwe bewateringssysteem klaar is. Elke boom krijgt elke derde dag tien gieters water, ongeveer honderd liter. Dat is net iets te weinig, maar daar moeten ze het maar mee doen.

Met maar twee gietertjes beschikbaar zijn Ruud en ik aan het begin van de middag meer dan twee uur bezig geweest. Gieter vullen. Naar de boom lopen over een niet-egaal terrein. Water geven. Terug lopen. Alwaar de volgende gieter net vol is.  En je moet ook nog de gieters die je gegeven hebt tellen en niet vergeten hoeveel je er al gedaan hebt. Daar word je heel zen van.

 

El ingeniero vertelde ons met nadruk dat we Hass Avocado’s moeten gaan planten, met hier en daar een boom van het type Fuerte. De Hass avocado’s kunnen langer aan de boom hangen zodat je meer tijd hebt om ze te verkopen. Daarnaast zijn de vruchten rijp op een ‘gunstig’ moment ten opzichte van aanbod uit andere delen van de wereld en zijn de vruchten ook goed bestand tegen transport. De Fuerte-bomen zijn nodig omdat beide soorten elkaar moeten bestuiven om vruchten te kunnen dragen. Op 6 Hass bomen is er 1 Fuerte-boom nodig.

 

Via Betancourt gaan we lid worden van een landbouwcoöperatie. Vanuit die coöperatie krijgen we verder advies en enige begeleiding. In ruil daarvoor staan  we straks een deel van de opbrengst uit fruitverkopen af. Lijkt ons geen slechte transactie. We moeten nog zoveel leren…

Rode Draden

Afgelopen dinsdag (dat was eergisteren) hebben Ruud en ik besloten om te gaan beginnen met het saneren van de zuidelijke terassen van onze boomgaard. Aanvankelijk zouden we hiermee wachten totdat het zware bouwverkeer zou zijn vertrokken. Maar daarop kunnen we wachten tot we samen één ons wegen. Bomen planten doe je op La Palma in de zomer. Dat is nu. Of volgend jaar pas.

 

We gaan de drie zuidelijke terassen grotendeels ontdoen van de aanwezige bomen. Daarna egaliseren. Daarna de nieuwe beregening aanleggen. En tot slot nieuwe bomen inplanten. Kakien helpt ons met het benodigde grote materieel. Daar kent hij ‘zijn mannetjes’ voor.

Qua planning is het vaak stilstaan op La Palma, en dan opeens weer hard hollen. Gisteren in de namiddag ging de telefoon. ‘We komen morgenochtend om acht uur’.  Zo kon het gebeuren dat Ruud en ik gisterenavond halsoverkop met een stuk touw over het bovenste terras van onze finca liepen om het doodvonnis te vellen over de bomen die moeten verdwijnen. Ons vonnis velden we door een rode draad aan de boom te binden. Of niet. Dat zag er ongeveer zó uit. Geween en tandengeknars op de akker. Als bomen konden práten..

 

Vanochtend vroeg verscheen dit bakbeest op het terrein.

 

Na een uur of drie was dit het resultaat. Zo’n 25 sinaasappelbomen gerooid en de hard geworden grond open gespit. Volgende week wordt de grond ge-egaliseerd, met een kleine machine. We gaan hier avocado’s planten. De bomen die we laten staan zijn herstellende avocado’s die gezond genoeg zijn om een toekomst te hebben. Ze herstellen van het watertekort dat ze in de afgelopen jaren opliepen.

 

Zo ging onze vakantiedag onverwacht verloren aan fincawerk. En dat zal morgen nog eens gebeuren en volgende week waarschijnlijk ook. Dat vond Ruud erg jammer voor mij, vreemd genoeg. Niet zo zeer voor hem zelf, kennelijk. Als goedmakertje mocht ik alvast mijn verjaardagscadeautje kopen. Bij de chinese winkel in Los Llanos.

 

 

Ik ben pas ver in september jarig. Maar nú is het echt warm op het eiland en eind september misschien al veel minder. Ik zeur er al jaren over dat ik écht een klein zwembadje wil bij ons huis op de finca. En dat een vakantiehuis zonder zwembad geen echt vakantiehuis is. Die zwembadwens is bij mij wat groter dan bij Ruud. Nou, mijn eerste zwembad is binnen 🙂  En ik ben er erg blij mee…

Waterleiding

Volgens de websites van de makelaars die destijds onze finca te koop aanboden, ging het om een sinaasappelboomgaard van tweehonderd bomen, in produktie, met een volledig werkend irrigatiesysteem, inclusief waterrechten. Nou hadden we bij aankoop al wel door dat het met de daadwerkelijke opbrengst van  die ‘produktie’ vanuit de boomgaard wel meeviel, maar de kwaliteit van het irrigatiesysteem viel ons toch een beetje rauw op ons dak. Los van alle waterperikelen (de waterrechten bleken toch niet te koop, waar krijgen we in godsnaam voldoende bananenwater vandaan en hoeveel gaat dat kosten?) bleek al snel dat er door een deel van het systeem al jaren geen water meer had gelopen en dat het nog wél werkende deel van het irrigatiesysteem aan alle kanten op zijn laatste benen liep.

 

Toen we nog in Nederland woonden heeft Kakien heel wat te stellen gehad met kapot springende buizen en sproeiers, als hij voor ons de bomen water gaf. Vanaf eind februari heeft Ruud op grote schaal houtje-touwtje reparaties uitgevoerd. Het systeem werkt nu. Als er nu gesproeid wordt, klapt er meestal niets uit elkaar. Maar daar is ook alles mee gezegd.

Onder ons nieuwe motto: ‘eerst maar de bijzaken, daarna de hoofdzaken’ (het bouwen van onze huizen) is Ruud al een paar weken bezig met de voorbereiding voor het vervangen van het bewateringssysteem. Voor de sinaasappels die er al staan. En voor de avocado’s die we gaan planten. Voordat we iets concreet konden gaan aanpakken, moest er door hem eerst flink wat worden uitgedacht, rondgevraagd en uitgerekend. Het is ook allemaal nieuw. Een ‘intellectuele uitdaging’. Dat is bij ons thuis de afdeling van Ruud.

 

Hieronder zie je hoe het allemaal moet gaan worden. Op een plaatje van google earth staan alle aan te leggen leidingen ingekleurd. Elk terras krijgt zijn eigen deelsysteem. Dat zijn er zeven in totaal.

 

Schematisch ziet het resultaat van het denk- en rekenwerk er zó uit. Bovenaan in donkerblauw zie je de nieuwe hoofdleiding. Daaronder in diverse vrolijke kleurtjes tref je de zeven deelsystemen aan. Naast dit alles is het de bedoeling dat elk van de tuinen rondom de huizen straks ook een eigen aansluiting op De Waterleiding van Ruud en Teunis krijgt. Maar die aansluitingen pasten niet meer goed in het schema.

 

We gaan werken met een druppelsysteem. Na lang aarzelen, wikken en wegen vinden we dat ‘druppelen’ de voorkeur geniet boven al dan niet grotere of kleinere sproeiers.

Ruud heeft een heuse internetstudie gedaan van hoeveel water onze fruitbomen eigenlijk nodig hebben, gegeven temperatuur, neerslag, wind, luchtvochtigheid, bladoppervlak en weet ik welke variabelen. Hiervoor heeft hij een model van de FAO, de Wereldvoedselorganisatie, gevonden. Hij moet zelf maar eens een keer blogpost schrijven, waarin hij het model uitlegt. Aan de hand van dit model en de metingen van het weerstation kunnen we bepalen hoe vaak, en wanneer, we hoeveel water zouden moeten geven. En dat komt aardig overeen met de vuistregels die we ooit van Kakien hebben gekregen en onze eigen waarnemingen als we gewoon met onze ogen kijken naar hoe de bomer er volgens ons bijstaan.

We hebben nu dus een model. En water geven omdat een doordacht model zegt dat het moet, voelt altijd beter dan gewoon je gevoel te volgen. Daar ga je maar van twijfelen.

 

Het modelletje rekent keurig terug dat we in het begin van ons verblijf op La Palma, te weinig water gaven aan onze bomen. Zie in bovenstaande grafiek bij ‘1’.  Het modelletje laat ook precies zien dat we in juni, toen we bijna twee weken in Nederland verbleven, ook onder het kritische beregeningspeil raakten.

Het grote voordeel van een druppelsysteem is dat we  veel nauwkeuriger kunnen bepalen hoeveel water we aan de bomen geven. Als je de druk van het water in de buizen kent en de diameter kent van de leidingen, als je ook nog de grootte van de druppelgaatjes kent en het aantal druppelgaatjes per boom, dan kan je uitrekenen hoeveel water je aan een boom geeft als de beregening een uur aan staat. Of hoe lang de beregening aan moet staan om de juiste hoeveelheid water te geven. Ook kunnen we met een druppelsysteem de stammen van de avocadobomen  droog houden. Dat schijnt belangrijk te zijn, want rotting tegen te gaan.

Het centrale gedeelte van het bewateringssysteem ziet er uit als op de afbeelding  hieronder. Een drukregulator brengt de waterdruk van wel 30(!) bar uit de aanvoerbuis terug naar 3 bar. Het filter zuivert het water van kleine deeltjes, om te voorkomen dat de druppelgaatjes  verderop in het systeem verstopt raken. Met behulp van een ‘venturi injector’ kan af en toe een reinigingsmiddel aan het water worden toegevoegd, eveneens om te voorkomen dat de druppelgaatjes op den duur gaan verstoppen.

 

Het systeem verdeelt onze finca in zeven zones die elk met een eigen kraan aan- of uit kunnen worden gezet. Daarnaast komen er dus nog drie aansluitingen voor de bewatering van de tuinen rond de drie te bouwen huizen. En. We krijgen een buitenkraan. Op elk van de deelsystemen zit ook nog een tweede drukregulator, zodat de waterdruk op alle terrassen ondanks de hoogteverschillen gelijk is.

Het is de bedoeling om de verschillende zones op termijn met automatische tijdklokken te gaan bedienen. Voorlopig zijn we echter  ‘zuunig’ met dat soort van uitgaven, totdat we zeker weten dat de huisjes er staan en er op dat moment nog geld over is voor ‘luxe-frutsels’ . Nu we eerst de bijzaken gaan uitvoeren, en daarna pas aan de bouw van de huizen kunnen beginnen, is het voor ons wel belangrijk om goed te bewaken dat we ons geld niet uitgeven aan alleen maar de bijzaken.

Het kleine betonnen schuurtje dat op het midden staat van het hoogste terras, wordt het centrale bedieningscentrum van de geheel vernieuwde waterleiding. Dat is in het verrotte systeem dat we gaan vervangen, overigens ook al het geval.

 

Het huidige ‘centrale gedeelte’ ziet er zo uit. Gaat allemaal ‘weg’.

 

Het nieuwe regelcentrum wordt aan de andere kant van het schuurtje geplaatst. (De sinaasappelboom op de foto gaat weg.) Het is de bedoeling dat we het schuurtje aan deze kant gaan uitbreiden, zodat we voldoende ruimte krijgen om spullen op te bergen. Het centrale deel van De Waterleiding komt dan onder dak en achter slot en grendel.

 

De componenten voor het hoofdsysteem zijn al gekocht. We wachten nu op een loodgieter die de aftakking vanuit de aanvoerbuis voor ons zal gaan maken. Daarna kan Ruud zelf aan de slag.

 

Ook de poly etyleen buizen zijn al gekocht en liggen geduldig te wachten op het erf van het Boeddhahuis. Bij elkaar zijn de rollen meer dan twee en een halve kilometer lang…

 

Na de loodgieter zal  Kakien op de drie zuidelijke terrassen met een machine de grond egaliseren en een aantal bomen verwijderen. Dat doet hij terras voor terras.  Vervolgens legt Ruud de bewatering voor het terras aan en kunnen we nieuwe bomen gaan planten. Daarna komen de vier noordelijke terrassen aan de beurt. Op die terrassen blijven de bomen grotendeels staan en hoeven we niet op grote schaal nieuwe aanplant in te brengen.

We hopen dat we over een week of zes klaar zijn. De tijd zal het ons leren…

Erfgrens

Ruud en ik zijn al een tijd aan het nadenken over de manier waarop wij onze boomgaard willen afscheiden van de Camino de Pinto, het doorgaande asfaltweggetje dat aan de zuidkant aan ons kavel voorbij gaat.

 

Een afscheiding is nodig, vinden we. De diefstal van ons zonsondergangbankje heeft destijds indruk op ons gemaakt. Daarbij merken we dat Jan en Alleman nog steeds over ons terrein lopen, als we er zelf niet zijn. Dat is nu nog niet zo’n probleem, maar het is toch handig dat men langzamerhand gaat merken dat er sprake is van een privéterrein waarvan je de grenzen met gepaste terughoudendheid dient te respecteren. En dat men de avocado’s aan de bomen laat hangen, als ze rijp zijn. Tot dat wij ze zelf plukken.

Aan de straatkant wordt onze boomgaard nu begrensd door een aantal eenvoudige stenen muurtjes.

 

Het is de bedoeling, in elk geval gebruikelijk,  dat je op dit soort van muurtjes een metalen hekwerk construeert dat het achterliggende terrein helemaal afsluit. Dat ziet er ongeveer uit als hieronder.

 

De metalen hekken zijn ongetwijfeld  zeer effectief om ongewenste vreemdelingen buiten je terrein te houden. Maar Ruud en ik vinden het alle2 helemaal niks, zo’n raamwerk van ijzer.  We vinden de groene hekken lelijk en we houden er niet van om ons zelf achter tralies op te sluiten. Want dat is wel een beetje het gevoel dat je krijgt, als je langs al die hekken loopt hier in het dorp.

Al een tijdje spelen we met de gedachte om met een hek van houten palen, in combinatie met een haag van groenblijvende struiken een afscheiding te maken die wat vriendelijker oogt. Voor ons zelf en voor voorbijgangers.

Tijdens ons laatste fietstocht naar Garafia, vorige week,  troffen we op de plek van een lachwekkend monument, waarover ik nog wel eens zal schrijven, onderstaand hek aan dat bij Ruud meteen tot een Moment van Algehele Inspiratie leidde. Zó willen wij het ook, ongeveer.

 

Geplaatst op een muurtje ziet het geheel er dan uit als op de foto hieronder. Alweer ongeveer. Geeft toch een hele andere indruk als je dit vergelijkt met zo’n groen metalen hek.

 

Achter de houten palen moet  in ons plan een haag van groenblijvende struiken of lage bomen komen. We denken op dit moment aan olijfbomen of oleander struiken. Daarachter begint dan de boomgaard, met waarschijnlijk op de zuidelijke terassen van ons terrein  nog aan te planten avocadobomen.

 

Aangezien we nu al 415 dagen op onze bouwvergunning wachten, en we volgens onze oorspronkelijke planning al lang aan het bouwen zouden zijn; en gezien het feit dat we op dit moment nog geen enkel uitzicht hebben op een snel afkomen van die vergunning, moeten we in onze planning van werkzaamheden maar zaken gaan omdraaien. Bijzaken eerst. Hoofdzaken later. Ruud heeft zich voor genomen om te kijken of hij zo’n hek als hierboven zelf kan maken, zodra hij klaar is met het aanleggen van het nieuwe irrigatiesysteem.

Fruit!

Het was een drukke maand opeens, de afgelopen maand. Eerst vertrok Ruud drie dagen naar NL, onder andere om mijn moeder op te halen. Daarna hadden we dertien dagen lang ‘Mama Cara’ op bezoek. Vervolgens was ik een week in Nederland voor mijn werk, terwijl Ruud op het groene eiland achterbleef. We  komen er proefondervindelijk achter dat het aan de ene kant erg leuk is om bezoek uit NL te ontvangen, maar dat het gastheerschap ook best veel tijd en energie kost, zeker in combinatie met het niet te vermijden woonwerkverkeer richting vaderland. Dát hadden we van tevoren niet bedacht…  Maar goed. Sinds afgelopen dinsdag zijn we weer met ons 2 (pardon, met ons 5) in het grote Boeddhahuis en komen we geleidelijk weer terug in ons inmiddels vertrouwde en fijne La Palma Ritme. Gisteren liepen we onze hondenuitlaatronde vanaf onze finca en maakte ik onderstaande foto. Mooi toch?

 

Een bouwvergunning hebben we nog steeds niet. We komen niet verder dan de mededeling vanuit het Conseja de Aguas dat ‘het afhandelen van beoordeelde aanvragen grote vertraging oploopt, vanwege de politiek’. Wat men daar precies mee bedoelt, weten we eigenlijk niet. Moet er na de recente verkiezingen hier een nieuw tekenbevoegd persoon worden benoemd of speelt er iets anders? We moeten het afwachten. Ik zal maar stoppen met het vermelden van het aantal dagen dat verstreek sinds het indienen van onze aanvraag. Het zijn er veel. Voor ons onverwacht veel. Ruud en ik zijn inmiddels behoorlijk gefrustreerd over de gang van zaken. We willen zo graag beginnen met het bouwen van de huizen! Tegelijkertijd realiseren we ons dat het helemaal geen zin heeft om gefrustreerd te zijn. In een kwade bui heb ik mij wel eens laten ontvallen dat een Spanjaard iemand is die de hele dag door ‘vale, vale’ roept en er eer in legt om anderen ergens op te laten wachten, tegelijkertijd zelf lijdzaam wachtend op tal van zaken die voor hem door  andere Spanjaarden moeten worden geregeld, die hetzelfde doen. ‘Wat een land!’, denk ik dan in zo’n bui.  Grrrr.  Maar het leven is hier wel super relaxed.. En dat trage, relaxte bestaan was voor ons één van de redenen om hier naar toe te komen. Dus wat zeuren we nou?

 

Deze week kregen we ook goed nieuws binnen. In afwachting van de vergunning heeft de Caixa Bank ten lange leste onze hypotheekaanvraag maar alvast beoordeeld en goed gekeurd. Dat was natuurlijk fijn om te horen.

 

Die goedkeuring had echter ook een schaduwzijde. Vanuit de Caixa Bank stelt men als voorwaarde voor het verstrekken van de hypotheek onder meer dat men zich actief wil bemoeien met de planning van de bouwactiviteiten en pas gelden beschikbaar stelt voor een volgende bouwfase  als een Caixa-functionaris vindt dat de voorgaande bouwfase naar behoren is afgerond en er voldoende ‘eigen geld’ in is geïnvesteerd. ‘Nieuwe Wet vanuit de Europese Unie’, wordt er monter bij vermeld. Volgens mij krijgt de Europese Unie tegenwoordig overal de schuld van, als men iets vervelends introduceert. Dat is in Nederland niet anders.

Als gevolg van deze voorwaarde zou er zich nóg iemand met ons project gaan bemoeien. Iemand die vast voortdurend tijd nodig heeft om tot ondertekening van een noodzakelijk formulier over te kunnen gaan, met als gevolg dat de bouw vertraging oploopt. Daarop zitten we helemaal niet te wachten!

Áls we het hypotheekaanbod accepteren zullen we in elk geval niet, zoals het plan was, de huizen in serie laten bouwen, maar één voor één. Het zal ons niet overkomen dat de CaixaMeekijkMan halverwege de bouw laat weten dat hij er nog eens goed naar heeft gekeken en uiteindelijk tot de conclusie moet komen om toch geen gelden beschikbaar te stellen, ons met drie  half afgebouwde huizen achterlatend. We vinden het een idiote constructie.

Gelukkig is het voor ons ook een optie om alles zonder hypotheek voor elkaar te krijgen. Maar  in dat scenario moeten we gaan werken in deelprojecten (huis voor huis, en steeds met een bouwpauze om te kunnen sparen) en zijn we zo een paar jaar verder, voordat alles is afgerond. Dat willen we eigenlijk niet. Onze volgende afspraak met de Caixa is begin september. We hebben dus nog even tijd om te wikken en te wegen  en te beslissen of we dit allemaal op deze manier wel willen.

Blij met de hypotheek maar Nietzoblij met de Meekijkman. Bouwen op La Palma voelt soms zó. En dan is er nog geen steen gelegd…

 

Nu de start van de bouw vertraging oploopt, zien Ruud en ik ons genoodzaakt om alvast te beginnen met het ‘renoveren’ van de boomgaard, nog vóórdat het zware bouwverkeer vertrokken is. Ruud heeft inmiddels uitgedacht hoe hij het nieuwe bewateringssysteem wil gaan inrichten en aanleggen. Daarover meer in een volgende blogpost.

Op basis van voortschrijdend inzicht hebben we inmiddels besloten om een deel van de sinaasappelbomen te gaan rooien en er andere, meer renderende,  vruchtenbomen voor in de plaats te planten. Oorspronkelijk was ons plan om ons toekomstig inkomen volledig uit de verhuur van vakantiehuizen te halen, maar als je zo’n groot terrein hebt is het eigenlijk doodzonde om dit niet wat beter te benutten, vinden we nu.

 

Het ligt voor de hand om de sinaasappels te vervangen voor avocado’s. We zouden zo’n hondertwintig tot honderdertig avocado bomen kwijt kunnen. We zullen ook zeker avocado bomen gaan planten. Maar dat doet momenteel iedereen op La Palma, en vast ook op de andere eilanden. Ruud en ik zijn een beetje huiverig voor een avocado-‘varkenscyclus’; als iedereen avocado’s gaat planten zullen de verkoopprijzen op termijn gaan inzakken. We overwegen daarom om naast avocado’s ook andere boomsoorten te gaan planten.

We denken aan Mango’s.

 

Of misschien wel Papaya’s.

 

Of Kiwi’s.

 

En vast ook een aantal olijfbomen.

 

We zijn begonnen om ons hierop te oriënteren en dat is mooi om te doen. Maar er moet nog veel gebeuren. Als ‘fruitboer’ zijn er tal van regels waaraan je je moet houden. En we zullen een hoop informatie moeten verzamelen en kennis moeten vergaren, voordat we serieus met fruitbomen aan de slag kunnen. En durven. Een plan is een plan. We gaan zien wat het wordt.

 

Vooralsnog hebben we nu, op korte termijn, vooral een ‘Perenprobleem’.  Onze twee perenbomen hangen barstensvol vruchten en we weten bij god niet wat we ermee moeten. Af en toe een peer eten is prima. Maar deze twee fruitboeren houden zelf helemaal niet zo van fruit. Perentaart dan maar weer? Je kan niet elke dag taart eten.  Ruud fluistert: ‘Perenlikeur’. Beetje voorspelbaar is’t-ie soms wel. Perenlikeur. Zou dat smaken?

 

Tot overmaat van ramp kregen we ook nog bovenstaande tros bananen cadeau bij inschrijving van onze SL als klant van CuPalma, één van de landbouwcoöperaties hier. Maar ook daarover meer in een volgende blogpost. Denk ik. Wil je net je peren weg eten, krijg je ‘banaan’ door je strot geduwd. Het leven op La Palma is soms niet eenvoudig.

‘Intratuin’ Puntagorda

Bijna net de intratuin. Maar dan anders. Veel leuker.  In Puntagorda, vlak bij de Mercadillo, woont een Nederlands echtpaar uit (ik denk) Limburg. Zij hebben van het perceel rond hun huis een prachtige siertuin gemaakt. Op de mercadillo verkopen ze uit deze tuin plantjes. Je kunt op zaterdagen en zondagen ook in  de tuin  zelf rond kijken. Dat deden Ruud en ik afgelopen zondag. De tuin ziet er ongeveer zó uit.

 

We vonden het allemaal erg mooi wat we zagen. De mensen van de tuin hebben ongeveer een zelfde idee als dat Ruud en ik hebben over de inrichting een mooie tuin. Alleen. Zij hebben er veel meer verstand van… Als we zover zijn, komt mijnheer bij ons op het kavel kijken en krijgen we advies van hem over wat volgens hem  wel werkt en wat niet werkt.

 

Als het zo ver is… We wachten nu al 393 dagen op onze bouwvergunning.

Abrikozentijd

De abrikozentijd is al weer een paar weken voorbij. Maar ik had nog foto’s liggen, dus die laat ik toch nog maar even ‘in retrospectief’ zien.

We hebben vier grote abrikozenbomen in onze boomgaard staan. Om de vruchten te beschermen tegen vogels en insecten en knagend ongedierte moeten er in het voorjaar netten om de bomen worden gewikkeld. Die netten (helemaal kapot na jaren van gebruik) hadden we nou juist grotendeels weg gegooid bij de eerste schoonmaakoperaties van vorig jaar. Zodoende konden we, met behulp van Antonio, maar twee van de vier bomen beschermen.

 

Als de abrikozen rijp zijn, zijn ze ook écht rijp. Dan moeten ze meteen, allemaal tegelijk, geplukt worden en verwerkt worden (of verkocht worden). Dat verkopen gaan we niet doen. Teveel werk. Handelaren verwachten dat de vruchten netjes gesorteerd in platte kratten, daarop 1 voor 1 zachtjes neergelegd, worden aangeleverd. Er zijn grenzen aan onze beschikbare  tijd.

Het was jammer dat de abrikozen net allemaal rijp waren in de week dat Ruud en ik in Nederland verbleven. Dat hadden we met onze ongeoefende ogen niet zien aankomen. Toen we terugkwamen, lag het merendeel al op de grond. Net of geen net, het maakt dan niet meer uit. Vruchten die eenmaal op de grond liggen zijn niet meer bruikbaar. Dat heeft ons ongeveer twee derde van de oogst gekost. Doodzonde! Al doende leert men?

 

Het resterende deel van de abrikozen (1/3 van 2 van de 4 bomen = 1/6 van het totaal) leverde toch nog ongeveer 10kg op. Veel te veel om te eten of te verwerken. We aten in de afgelopen tijd daarom abrikozenjam (dank je wel, Anky!), abrikozentaart en abrikozenchutney. Wel erg lekker allemaal en het voelt goed om te eten vanaf je eigen land. De diepvries ligt vol met abrikoos (en perzik) voor later. Natuurlijk hebben we wat abrikozen weg gegeven, maar zoveel mensen in Puntagorda die abrikoos willen krijgen kennen we (nog) niet.. De rest moest weg.

 

We hebben ons voorgenomen om volgend jaar in ons heen-en-weer-schema wat beter rekening te houden met de abrikozentijd (en de perzikentijd) . Maar ach, we moeten in dat schema zoveel plannen en combineren, dat we er bijna een supercomputer voor nodig hebben om alles optimaal te krijgen. We gaan wel zien hoe het volgend jaar uiteindelijk zal gaan met die abrikozen.  Ik kan in elk geval inmiddels chutney maken en taart bakken. Jam maken moet ik nog gaan proberen. En ik hoor Ruud steeds ‘Apricot Brandy’ mompelen…

Geluksmomenten

Pacheco, de Cubaanse kapper in Puntagorda, zit bijna om de hoek vanaf het Boeddhahuis. Het is twee minuten lopen. Toch heeft het meer dan vier maanden geduurd, voordat ik voor het eerst de weg naar de ‘peluquero a la vuelta de la esquina’ wist te vinden. Ik heb het niet zo op kappers en al helemaal niet op Spaanse kappers. Daar moet je Spaans mee praten. Dat vind ik maar lastig.

Maar Pacheco is een aardige vent. En ik ontdekte dat ik eigenlijk al best wel een soort van gesprek in het Spaans kan voeren. Dat was na afloop, op de weg terug naar huis, een geluksmomentje. Thuis aangekomen moest ik  alleen wel erg aan de strakke spaanse scheiding in mijn haar wennen. Die is er inmiddels al weer uit..

 

Vervolgens via Skype aan het werk. Ik kreeg afgelopen woensdag, tijdens een vergadering,  een foto toegestuurd van ‘de andere kant’ in Nederland. Zo zie ik er in Almelo uit, als ik vanuit Puntagorda zeg wat ik ervan vind of hoe ik erover denk. Ik vond het een grappige foto. Zo’n grote mond op zo’n klein schermpje..

 

Ik ben diep in mijn hart nog altijd een beetje verbaasd dat het allemaal kan, dagelijks contact houden op 4.500 km afstand met skype, whatsapp, mail en yammer. Ik heb ‘de telefooncel’ nog mee gemaakt… en dat je daar dan in stond om te bellen met Ruud en dat dan je kwartjes op waren, terwijl je nog zoveel te vertellen had… In 1990 was de gevoelsafstand tussen Renswoude en Eindhoven groter dan nu tussen Puntagorda en Almelo.

Vanavond heb ik een begin gemaakt met mijn ‘Grande Projet’ op de finca voor de rest van de zomer (en het najaar) (en de winter). Ruud en ik ergeren ons al een tijdje kapot aan alle stenen en rotsen die op de terassen van onze boomgaard liggen. De vorige eigenaar heeft jaren geleden vrachtwagens vol rotsen en gravel laten aanrukken omdat hij een hekel had aan modder. Die stenen liggen nu overal en nergens verspreid. Met als gevolg dat je nergens gemakkelijk kunt lopen en altijd gedoe hebt met puntige rotsen als je gras aan het maaien bent of fruit plukt of gewoon tussen de bomen aan het rondstruinen bent.

 

Het wordt mijn taak om alle stenen te verzamelen en zo het terrein beter begaanbaar te maken. Dat moet met de hand (en een kruiwagen). Ons terrein is  10.000m2 groot. Monnikenwerk dus. We hebben bedacht dat we de stenen kunnen gebruiken om looppaden mee af te zetten. Binnen de looppaden moet de grond zo vlak en kiezelvrij zijn, dat je er op teenslippers kunt lopen. Daarbuiten moeten alle scherpe stenen gewoon weg zijn. Op de ‘s onderste twee foto’s van het fotoblok hierboven, zie je de eerste vierkante meters ‘ervoor’ en ‘erna’. Ik had wel schik in het werk. Het terrein knapt er van op. Alweer een geluksmomentje vandaag.

Maar direct na het gesjouw met de stenen, volgde Het Moment van de dag. Ik zat op de grond voor onze pajero met mijn rug tegen de nog warme muur. En keek hoe het licht in het landschap en op de oceaan veranderde, terwijl de zon onderging. In volledige stilte. Drie blije honden om me heen. Kijken naar de zwaluwen die elke avond rond zonsondergangstijd boven onze finca naar insecten zoeken. Kijken naar de twee jonge valkjes die in onze boomgaard dagelijks samen op zoek zijn naar eten. Het was zo fijn om daar een beetje te zitten en te kijken. Heel tevreden stelde ik vast dat het een erg goed idee is geweest om naar dit eiland te verhuizen. Ook al wachten we nu al 385 dagen op onze bouwvergunning. Maakt eigenlijk allemaal niet zo uit. We zijn er! Ja, dit was een geluksmoment.

 

Gisterochtend bracht ik Ruud naar het vliegveld. De honden waren een paar uur alleen thuis. Voordat we vertrokken had Ruud een dekentje in hun hok gelegd, omdat hij het zo zielig voor ze vond dat ze op de koude tegels zouden moeten liggen. Dom! Hoe lang hebben we die honden nou al Ruud, en hoeveel dekens zijn er inmiddels doorheen gegaan?

 

Bij thuiskomst vroeg ik nog met barse stem wie van de drie de schuldige was. Maar het gespuis dekte  elkaar af en niemand stak een poot op. Ik vermoed dat onze domheid een geluksmoment voor Fenna heeft veroorzaakt. Fenna is sinds jaar en dag onze dekenknauwkampioen. Maar Sanne heeft vast geholpen..

Perzikentijd

De sinaasappeltijd is voorbij. De bomen zijn vrijwel leeg geplukt. De manden met sinaasappels zijn weg gebracht. Onze finca glijdt langzaam de zomer in.

 

De boomgaard ziet er nu zó uit. Naast het plukken van bijna honderd samura’s  met naranjas, is het gras gemaaid, is overal het snoeihout van vorige jaren verwijderd, is het resterende vuilnis en restantafval van vorige generaties bewateringssystemen dat nog op het terrein rond slingerde opgeruimd en afgevoerd en is er hier en daar een dwarse boom omgezaagd. Er moet nog gesnoeid worden en er moet nog het één en ander aan bemesting en ongediertebestrijding worden gedaan.

 

Bijna al het werk op de finca kwam terecht op het bordje van Ruud. Twee maanden lang heeft bij er min of meer een dagtaak aan gehad. Maar het resultaat mag er zijn. Onze boomgaard ligt er steeds beter bij, vinden we zelf. We zijn trots op ons stukje grond. Nu al. En we moeten nog beginnen aan het verwijderen van de rotsen en stenen die overal liggen en ervoor zorgen dat het terrein gevaarlijk is als je er in het donker zou rond lopen.

Na de sinaasappeltijd volgt de perzikentijd. Onze durasnera-bomen bezwijken bijna onder de rijpe vruchten. Durasneras zijn een soort van ouderwetse perziken. Ze zijn iets kleiner van stuk, maar net zo lekker. De eerste mand vol is inmiddels gearriveerd bij het Boeddhahuis.

 

Midden op ons terrein ligt deze hoge houtstapel. Snoeihout. Met de motorzaag gaan we er haardhout van maken. Onze huizen krijgen allen een houtkachel.

 

Langs de zuidkant van het kavel hebben we al het snoeihout verzameld dat niet geschikt is om blokken van te maken. Het fijnere spul, zeg maar. We hebben besloten dat we de houtwal voorlopig maar laten liggen waar hij ligt. We gaan ‘Model Rustica’, toepassen. Er ligt misschien wel van twintig jaar houtafval verzameld. Teveel om te verbranden. Teveel om te versnipperen. Teveel om af te voeren. Vanaf het lagere bosperceeltje dat onder ons kavel ligt kijk je tegen een houtwal van soms wel vijf of zes meter hoogte op.

 

De bomen staan er weer veel beter bij als vorig jaar om deze tijd., en nog veel meer beter dan twee jaar geleden, toen we het kavel kochten. We kennen onze finca nu zo’n twee-en-een-half jaar en het is mooi om te zien dat alles wat dood en afgeschreven leek, zich toch weer weet te herstellen, na het nodige snoeiwerk van Kakien en door voldoende toevoer van water en mest. Overal op ons terrein stonden schijndode avocadobomen. Schijndood, want ze komen tot onze blijde verrassing bijna allemaal weer tot leven. Zoals deze op het plaatje hieronder. Zo staan er alles bij elkaar misschien wel een stuk of twintig avocadobomen tussen de sinaasappelbomen  in. Binnenkort ga ik een heuse boomtelling houden en komen ze in een excelletje, met elk een eigen nummer 🙂 . Zoals het hoort.

 

En dan is er natuurlijk onze vondeling. Onze gratis palmboom op het onderste terras. Omdat hij tegelijkertijd met de sinaasappels water krijgt, groeit de palmboom als kool. Ik denk dat hij inmiddels al te groot is geworden, om succesvol te kunnen verplaatsen. In dat geval blijft hij gewoon staan waar hij staat en halen we de sinaasappelboom naast hem weg. Dan wordt het palmboompje over een paar jaar onze trots in de tuin van het vierde vakantiehuisje, dat we ooit nog willen gaan bouwen op deze plek.

Vlakbij onze trots, staat trouwens nog een kleiner exemplaar dat is komen aanwaaien. Nog klein genoeg om wel te verplanten. Ook in de tuin van het Boeddhahuis staan nog wat palmboombabies die niet kunnen blijven staan waar ze zijn gaan groeien, omdat ze in dat geval het fundament van het huis zouden gaan aantasten. In het najaar moeten we maar eens een goed palmboomverplantingsplan gaan opstellen en uitvoeren.

 

Ruud heeft het betonweggetje dat vanaf de achteringang ons terrein op loopt, helemaal aangeveegd. Ziet er dan toch heel anders uit.

 

Intussen vorderen de bouwplannen heel langzaam (maar zeker?). We hebben een akkoord met Oscar over de offerte en de uitvoering van het proyecto. Dat ging niet helemaal van zelf. We werden even verrast door een enorm hoge tussenofferte. Het zal erbij horen.

We wachten nog steeds nog steeds nog steeds op het afkomen van de bouwvergunning. Dat waterschap heeft wel heel veel tijd nodig om een handtekening te zetten. We weten immers al  sinds een week of drie, dat men akkoord is met het ingediende verbetervoorstel omtrent de afvoer van het riool. De gang van zaken is best wel een beetje frustrerend. Maar het hoort erbij. Volgende week is het precies een jaar geleden, dat we de aanvraag voor de bouwvergunning indienden… Zo gaat dat op La Palma. De pizzaman had ons er al voor gewaarschuwd.

 

Met het gras zo kort gemaaid en bruin verkleurd ziet de finca er wel erg zomers uit. Tot ongeveer november zal alles alleen nog maar droger gaan worden. Als de vergunning op tijd los komt, wil Oscar in de tweede week van juli met de bouwwerkzaamheden gaan beginnen. We houden ons hart een beetje vast wat er vanaf dat moment allemaal overhoop zal worden gehaald en kapot zal worden gereden op ons nu zo ‘keurig aangeharkte’ terrein. Bouwvakkers blijven bouwvakkers.

 

O ja, we hebben een nieuw zonsondergangsbankje. Met dank aan de alvast geparkeerde bouwmaterialen van Oscar.

De Sterfhoek

Het wordt warmer op La Palma. Sinds een week of twee is het zomer en komt  ook in de relatief hoog gelegen dorpskern van Puntagorda de temperatuur dagelijks ruim boven de twintig graden uit. Het is zonnig. Het is droog. Heerlijk zomers weer. Maar niet echt ideaal voor kleine, kwetsbare,  opkomende kruidenplantjes of struikenstekjes in een bak vol rode aarde, die de hele dag in de felle zon en de warme wind staat te branden en te roosteren. Twee  weken  geleden heb ik de inhoud van de twee kruidenbakken daarom geëvacueerd naar een schaduwrijke plek in onze tuin. Het was toch tijd om de rijtjes opkomend groen uit te dunnen.

 

Aan de voorzijde van het Boedhahuis is in de uiterste hoek van de tuin een klein zithoekje gemaakt onder een schaduwrijke boom. Ik denk dat dit terrasje vroeger bedoeld was om de zonsondergang te kunnen bekijken. Helaas staat er tegenwoordig een nieuw gebouwd huis tussen het terrasje en de oceaan in en kijk je vanaf het plaatsje uit op hekken en muren. Jammer, maar niets aan te doen. Het lege terras leek me echter de ideale plek voor het opzetten van ‘de kwekerij’. Het ligt beschut voor de wind en er valt alleen in de vroege ochtend en in de avond direct zonlicht op de grond.

Inmiddels zijn de koriander, de peterselie, de munt en de tomatenplantjes verplaatst vanuit de grote met rood aarde gevulde bakken in de achtertuin naar kleine kweekpotjes, gevuld met een mengsel van die zelfde rode grond en potgrond, naar de nieuwe kweekhoek in de voortuin. Dat zag er twee weken geleden ongeveer zó uit.

 

De kruidenbakjes zijn aangevuld met stekken die ik heb gemaakt van oleanderstruiken en van de grote bouganvillestruik bij de ingang van ons huis staat. Ook heb ik geprobeerd om op vrij grote schaal (30 stuks) stekken te maken van sommige rozenstruiken uit de tuin van het Boeddhahuis, ook al weet ik wel dat je rozen moet vermeerderen via de wortels of door te enten. Als je niks probeert, vind je ook nooit iets nieuws uit.

 

In de tuin van ons huurhuis staan mooie rozenstruiken. Wij denken erover om onze finca aan de ‘straatkant’ te zijner tijd op een oogvriendelijke manier af te sluiten voor de boze buitenwereld met een bescheiden hek, een haag van oleanderstruiken en daarvoor lagere rozenstruiken, ongeveer zoals deze hieronder. Een experiment is dus op zijn plaats, want we zullen een hoop van die struiken en planten nodig hebben. Wat je zelf kunt opkweken hoef je straks niet te kopen.

 

Deze kamerplant, Lepelplant of Spathiphyllum (volgens Wikipedia), groeit buiten onder de schaduwboom. Ik heb er drie stekken van gemaakt, op de manier waarop ik dat als lagere schoolkind deed: een blad afknippen, paar dagen in een glas water zetten en dan in de grond. Inmiddels heb ik gelezen dat ook deze planten eigenlijk door middel van het scheuren van wortels moeten worden vermeerderd, maar twee weken later leven twee van de drie stekken nog. Er is dus hoop..  Deze planten willen we graag in potten buiten op de veranda zetten, als het ooit zo ver komt.

 

Mijn groenevingerwijsheid bestond in Nederland vooral uit het kopen van planten en bloemen en deze vervolgens goed te verzorgen. Dat moet hier op La Palma anders. Er moet worden gestekt en opgekweekt, en hoe dat precies in zijn werk gaat moet ik nog leren. Er zijn hier hele andere planten en bloemen in de aanbieding. De keuze voor het kopen van planten of bloemen is veel beperkter en op sommige adressen schreeuwend duur, prijspeil waar de intratuin zich voor zou schamen. Maar vooral: Er is  ruimte en een goed klimaat om in het wilde weg gewoon wat te experimenteren. Daarbij maak ik gebruik van de wijsheid uit dit boek, dat in Nederland al heel lang ongebruikt in de kast lag.

 

Leren en Experimenteren dus. En hoe! Vorige week rond deze tijd zonk de moed me een beetje in de schoenen, elke avond als ik naar de kweekhoek liep om de plantjes water te geven. Alles leek te verpieteren en dood te gaan. Ik noemde het de Sterfhoek. En gestorven is er. De selderij, de munt en de rozenstekken hebben het experiment niet overleefd. Maar een groot deel van de tomatenplanten doet het uitstekend, een week later. En ook de overgepotte koriander staat er redelijk goed bij. Voor de fincaplannen is het goed nieuws dat het er naar uitziet  dat ook de oleander en de bougainville zich lijkt te laten stekken. Al het andere (qumkwats, rozen, selderij, munt) is hopeloos aan het mislukken. Ik geef het nog een paar dagen.

In juni moeten we weer een week naar Nederland. Dat wordt een kritische week voor het spul. Dagelijks water geven is dan niet mogelijk. Daarna maar weer verder kijken en zien waar het experiment moet worden bijgesteld en waar het succesvol genoeg  is om door te gaan. In elk geval leuke materie om mee bezig te zijn.

 

Overigens hebben wij vorige week in tussen Los Llanos en El Paso, op de weg naar de Caldeira de Taburiente, een adres gevonden waar we redelijk goedkoop terecht zouden kunnen als we op grote schaal tuinplanten zouden moeten aanschaffen. De kwekerij heet Katyflor. We kochten daar op verzoek van de eigenaresse van het huurhuis wat planten voor in de lekke vijver achter het huis. Daar moeten we nog eens goed rond gaan kijken. Ook hebben we op de mercadillo van Puntagorda vorige week zaterdag gesproken met een Nederlandse man die daar plantjes verkoopt. Binnenkort gaan we ook bij hem langs om in zijn tuin te kijken wat hij voor ons in de aanbieding zou kunnen hebben.