In de Schaduw van de Matos

Al weer bijna twee weken geleden, op 22 november, aan het begin van de regenperiode die hier in Puntagorda nu al die tijd al  aanhoudt, maakten Ruud en ik een wandeling  vanaf onze finca naar het uitzichtpunt van de Cruz de la Reina, het kruis van de koningin. Een uitgebreide routebeschrijving van de wandeling plaatste ik al eens eerder op dit blog en kan je hier vinden.

 

Met de komst van de regenbuien kleurde het  landschap van bruin naar groen . Ruud en ik wilden wel eens weten hoe dit er aan de andere kant van de Matos uit zou zien. De Matos is het vulkaankegeltje waar we vanaf onze boomgaard altijd tegenaan kijken. Aan de achterkant van de Matos, ver weg in de diepte, heeft men ooit een stenen balkon gebouwd in de steile rotskust en daarop een houten kruis neer gezet; Het kruis van de koningin.

 

We waren net terug uit Nederland en dus nog in vrijwillige thuisquarantaine, vanwege de covid. Je kunt dan niet veel doen als je het huis even uit wil. Maar een wandeling naar dat houten kruis kan wel. Je komt op de weg er naar toe echt niemand tegen. Het kruis is geplaatst aan de rand van het Einde van de Wereld. Voor mijn gevoel. En het kijkt over het Einde van de Wereld uit.

 

Vanaf de voet van de  Matos daal je in ongeveer anderhalf uur af naar een punt op ongeveer vijftig meter hoogte boven zeeniveau. Dichter bij de oceaan kan je niet komen. De rotskust van het eiland is te steil en te gevaarlijk.

 

Tijdens de langzame afdaling wordt het voor je uit steeds blauwer.  Het brede zandpad naar beneden  voert je in brede haarspeldbochten naar de oceaan. Bij elke bocht wordt het uitzicht op de grillige noordwestkust van La Palma indrukwekkender.

 

Ik vind het hier prachtig. De rotsige hellingen, genadeloos bloot gesteld aan de wind. Het weidse water, de golven van de oceaan en de blauwe wolkenlucht daar boven. Het indrukwekkende silhouet van de ongenaakbare vulkaankegel van de Matos. Pas vanaf ‘de achterkant’, de oceaanzijde,  kan je zien dat de Matos  destijds echt een flinke vulkaan is geweest. Vanaf landzijde ziet het bergje er veel meer uit als een vriendelijk heuveltje.

 

Het uitzichtpunt met het kruis is een mooie bestemming voor de wandeling Het uitzicht is er prachtig. Het is er stil, er is geen enkel geluid vanuit de bewoonde wereld te horen. Je hoort alleen de wind en het ruisen van de branding diep onder je. Echt een mooie plek.

 

Wat naar beneden wandelt, moet ook weer naar omhoog wandelen. Als het tenminste terug wil komen op het beginpunt  van de wandeling.

 

Inmiddels hebben Ruud en ik wel wat klimspieren in de benen ontwikkeld. Waar we de klim terug naar boven vroeger best nog wel inspannend vonden, viel de terugtocht nu erg mee. Het is wel een lange terugtocht. Als je anderhalf uur afdaalt, moet je ook minstens weer anderhalf uur klimmen.

 

Onze Münsterlanders zijn waterhonden. Destijds in Twente vonden ze het heerlijk om in de beken achter ons huis te spelen en te zwemmen. Op La Palma komen ze qua waterbeleving niet echt aan hun trekken. Maar vandaag  wel…

 

Dat we direct vanaf huis zo’n prachtig stuk natuur in kunnen lopen. Een plek van leegte en ruimte. Een plek van stilte en vrijheid. We blijven het ervaren als een bron van ongelooflijke luxe en rijkdom.

 

Zo beleefden Ruud en ik met onze roedel van drie harige viervoeters weer een mooie zondagmiddag, wandelend over zanderige, nattige kustweggetjes vol met fijne modderige plassen, waar je je zelf lekker in kunt rollen, ergens op een klein, nietig eilandje midden in de onmetelijk grote Atlantische Oceaan.

Het Bos Dat Geluk Had

Op zondagen wandelen we tegenwoordig in plaats van dat we klussen doen op de finca. Daar moeten we mentaal wel een beetje ons best voor doen, want er is altijd wel werk te doen in de boomgaard. Maar 1x per week een vrije dag, dat is een dag zonder werk, is nodig, vinden we.

Afgelopen zondag liepen we in Het-Bos-Dat-Geluk-Had. We liepen onze vaste boswandeling boven Puntagorda, op de grens tussen onze gemeente en de gemeente Garaffía. Tijdens de bosbrand van ruim twee weken geleden werd juist dit gebied ernstig bedreigd. Maar de bedreigende harde noordoosten wind die voorspeld was, kwam niet en draaide op een gegeven moment zelfs  de andere kant op. Het-Bos-Dat-Geluk-Had, staat er daardoor nog, en daar zijn we blij mee.

 

Ook hier op La Palma gaat de zomer langzaam over in iets dat op nazomer lijkt. Het landschap is gortdroog, en wacht op herfstregens die pas over een  maand of twee worden verwacht, op z’n vroegst. Het eiland kan wel een keer een flink natte winter gebruiken. De hoeveelheid dennennaalden op de grond van het bos groeit weer. Je loopt weer over een nieuwe naaldenlaag, zacht onder je schoenen, maar verraderlijk glad als de weg je over steile hellingen naar beneden voert. De temperaturen zijn nog steeds zomers en vooral in de avond en nacht wil het op het moment maar niet echt afkoelen. Zo kennen Ruud en ik La Palma niet. De nachten zijn meestal fijn koel, hier.

 

Op de heenweg wandelden we met de honden door het dennenbos. Auke en Sanne deden alle hellingen minstens vier keer vaker dan wij. Voor Sanne is er niets leuker dan dat je je roekeloos over de rand van een boshelling stort en dat je  dan kijkt waar je uitkomt en tot stilstand kunt komen. Dat is soms wel veertig meter verder naar beneden! Sanne is een echte meesteres in dit spelletje. Zij werpt zichzelf met ware doodsverachting de diepte in. Zonder brokken te maken. Sanne is een behendig hondje. Auke weet niets beter te doen dan haar te volgen. Hij ontdekt vervolgens steeds weer opnieuw dat Sanne een neus voor leuke spelletjes heeft. Maar op enig moment volgt steevast ook het vergeten inzicht dat de terugweg omhoog naar het begin van de afdaling voor hem met zijn grote lichaam een stuk lastiger is dan voor de behendige en perfect uitgelijnde hellingkampioene. Dan worstelt hij zich op spierkracht en op wilskracht door de laag van dennennaalden heen, totdat ook hij weer boven is. Fenna doet het intussen allemaal wat rustiger aan. De vrolijke tijden van rennen en rond razen zijn voorbij in haar leven. Ze snuffelt nu. Maar ook aandachtig snuffelen in het bos, heeft zo z’n charmes voor een gezond nieuwsgierige  hond van gevorderde leeftijd.

Op de terugweg liepen we over de asfaltweg die kennelijk ooit door het Cabildo is aangelegd, en daarom de Pista del Cabildo heet; de CollegeVanBurgemeesterEnWethoudersWeg, vertaald naar een Nederlandse kontekst. Je moet er maar op komen, op zo’n naam. Maar de Pista del Cabildo is een prachtig asfaltweggetje dat zich  tussen de wijngaarden door slingert, met mooie vergezichten over bosrijke heuvels en de zee. Een weg vrijwel zonder autoverkeer. Een hele mooie wandel- of mountainbikeweg, dus. Goed gedaan Cabildo!

 

We ontdekten een nieuwe terugweg naar het beginpunt van onze wandeling, met een veel minder steile klim op het einde van de route. De lijnwandeling die we altijd volgden, wordt met deze kleine omweg een soort van luswandeling.

 

Op het eind van de wandeling passeerden we de bovenloop van de Barranco  de Izcagua, die de gemeenten Puntagorda en Garafía van elkaar scheidt. Op de plaats waar we begonnen en eindigden liepen we bij wijze van ‘toetje’  nog tegen een prachtig uitzicht over de druivenvelden en de oceaan aan, terwijl de zon zich langzaam klaar maakte voor zijn dagelijkse ondergang.

 

Zo beleefden we weer een hele leuke wandelzondagnamiddag, in het bos en tussen de druiven, ergens op een piepklein eilandje, midden in de weidse wateren van de onmetelijk grote Atlantische Oceaan. 🙂

 

Download file: Het bos dat geluk had.gpx

Zondagmiddag op mijn Favoriete Bergtop

Zondagmiddag. Prachtig weer. Wandelen. Na vier keer uitstel en afstel  in de afgelopen maanden, deden we vandaag eindelijk de wandeling naar mijn favoriete bergtop op La Palma. De Pico Birigoyo. Voor het eerst, dit jaar.

 

Meer uitgebreide informatie over deze wandeling, inclusief routebeschrijving, kan je hier vinden. Voor nu laat ik alleen de plaatjes zien.

Plaatjes van De Klim, van El Pilar,  door het bos en over de lava-hellingen naar boven.

 

Plaatjes van De Wandeling over het kleine plateau dat direct onder de uiteindelijke top ligt.

 

Plaatjes vanaf De Top:

Het is altijd zo mooi hier. Je kunt vanaf hier vrijwel het hele eiland overzien. Het landschap om je heen barst van de kleuren. In de verte zie je de eilanden Tenerife en  La Gomera in het zuidoosten en El Hierro in het zuidwesten.

 

Plaatjes van De Afdaling, terug naar El Pilar. De afdaling is steil! Eigenlijk moet je wandelstokken meenemen om deze afdaling op een veilige manier te kunnen doen. Wij vergeten die stokken altijd en komen er dan steeds weer achter dat we moeten onthouden om de vier extra benen de volgende keer NIET te vergeten…

 

We begonnen aan de wandeling rond half 1 in de middag. Rond vier uur waren we weer terug op de kampeerplaats van El Pilar. Zo beleefden we op onze wandelschoenen weer een hele leuke zondagmiddag, op een bergtop van een piepklein eilandje, ergens midden in de onmetelijk weidse wateren van de enorme Atlantische Oceaan 🙂 .

Rondwandeling Puntagorda

Na de hittegolf die maar bleef duren, was het  afgelopen zondag heerlijk koel met een middagtemperatuur tot rond een graad of vijfentwintig. Er stond daarbij een stevige bries. Ruud en ik besloten een dagje uit te gaan waaien. Zonder in de auto te hoeven stappen. We deden onze rondwandeling (beneden langs) Puntagorda.

 

We begonnen de wandeling bij de Mercadillo van Puntagorda. Voorlangs het marktterrein, aan de kant van het dorp, gaat een zandpad naar beneden het dennenbos in. Als je dit pad op loopt kom je al snel  een wegwijzer tegen. Vanaf hier  volg je de geelwit gemarkeerde route naar het Mirador de los Dragos, de grote drakenboom bij Puntagorda. Bij de drakenboom aangekomen, loop je langs een andere weg weer terug naar het dorp. In totaal loop je dan ruim vijftien kilometer. Wij begonnen rond 12.00u en waren om 18:30 weer terug in ons huurhuis. Tussendoor brachten we een klein uur door op onze finca, die op een derde van de loopweg langs de route ligt.

 

De wandeling voert je door een afwisselend ‘cultuurlandschap’. Je loopt door  kleine dennenbossen en langs boomgaarden en akkers, over smalle zandpaadjes en binnenweggetjes. Het gaat heuvel op en heuvel af. Op de achtergrond is altijd de blauwe oceaan aanwezig. Zeker als je de tocht voor het eerst loopt, zie je voorbij elke bocht in de weg weer iets nieuws, dat je aandacht vangt.

 

Bij de schuurtjes op de foto hieronder begin je aan de afdaling van de eerste barranco op de route; de Barranco de Animas. Voorbij deze schuurtjes twintig meter doorlopend over de weg, zie je de links van de weg een bekend plaatje opdoemen, als je een trouwe lezer van dit blog bent. Voor ons was er lunch met brood, mojo en koffie zittend op de drempel van ons huis in aanbouw.

 

Terug naar de schuurtjes en dan in korte tijd twee barranco’s doorkruisen; de Barranco de Animas en de Barranco San Mauro.

 

Na de laatstgenoemde barranco kom je uit bij het kerkje van San Mauro. Op het onverharde pleintje voor de kerk is een watertap aanwezig met drinkbaar water. Voorbij de kerk sla je links af en klim je over de asfaltweg een klein stukje de bebouwde kom van Puntagorda in.  Vrij snel vind je een wegwijzer die je langs de rand van de bebouwing naar rechts stuurt. Door verlaten boomgaardjes klim je langszaam omhoog naar de heuvels ten zuiden van het dorp.

 

Na de geleidelijke klim volgt een vrij scherpe afdaling, ter hoogte van Don Pancho, een heuvel met een vlakke top waarop een grote telecominstallatie is gebouwd. Je daalt af naar de Pista del Canal, een vlakke weg die parallel loopt aan het irrigatiekanaal voor bananenwater. Dit pad volg je een tijd lang in zuidelijke richting.

 

Op ongeveer twee derde van de route, tref je deze wegwijzer aan. Helaas moet je de aangewezen route ook echt gaan lopen. Wat volgt is een best zware klim, waarin je in ongeveer 1,2 kilometer een hoogteverschil van ca. 300 meter overbrugt. Ja, klopt, dat is een kleine anderhalve kilometer lang klimmen met een gemiddeld hellingspercentage van 25%. Dat is best zwaar. Maar te doen. Rust nemen als je buiten adem bent. Even om je heen kijken. Dan weer verder klimmen. Het is mooi hier, als je aan het uithijgen bent.

 

Het einde van de klim is wat minder zwaar. Je loopt over een glooiend landschap, nu veel geleidelijker naar omhoog.

 

Aan het einde van de klim, wordt het eindpunt van de route zichtbaar. De drakenboom ten zuiden van Puntagorda. Beetje misleidend is dit uitzicht echter wel. Je moet voordat je bij het uitzichtpunt onder de boom arriveert, eerst nog afdalen in de Barranco del Roque, en hier weer uit klimmen. Dat is niet altijd een straf. In de winter en in het voorjaar is het  prachtig groen in deze barranco. Vanaf maart tot eind mei loop je er door een zee van bloeiende veldbloemen. Onder de drakenboom vind je wederom een tap met drinkbaar water.

 

Vanaf de Mirador de los Dragos daal je weer een klein stukje af om langs de roodwit gemarkeerde route terug naar Puntagorda en de Mercadillo te lopen. Je volgt een stukje van de Camino Real, de wandeling die langs de kust van het hele eiland loopt. Vanaf hier loopt de wandeling vlak of dalend. Je bent aan het uitlopen. Je loopt door de wijk El Roque totdat je arriveert bij de grote weg, de LP1. De Camino Real voert je over deze weg naar boven. Wij kiezen ervoor om langs de stoep met de witte ballustrades langs de LP1 rechtstreeks naar het dorp te lopen.

 

Ter hoogte van de wijk Fagundo verlaat je de LP1. Als je links  een lampenwinkel (Ayumar) ziet, sla je schuin links af een dalende asfaltweg in en loop je naar het centrum van het dorp. Er gaan op dit punt meerdere affaltweggetjes linksaf naar beneden; je moet de meest noordelijke van deze wegen inlopen. Je komt dan na een minuut of vijf  uit bij het gemeentehuis. Rechts van het gemeentehuis loop je langs ‘de klok’ de brede weg op. Over de ‘Avenida de los Almendros’ loop je dwars door het dorp terug naar de Mercadillo.  Voor ons lag het eindpunt van de wandeling in het dorp zelf.

 

Meer foto’s van deze wandeling vind je op deze pagina.  Je krijgt dan vooral een idee hoe het landschap langs de route er in het voorjaar uitziet. Tot slot nog een tip: Zoals bij elke rondwandeling kan je ook deze rondwandeling in omgekeerde richting lopen. Doe dit dan niet zonder wandelstokken mee te nemen. De beschreven steile klim op het einde van de route, vlak onder de drakenboom, wordt in omgekeerde richting een steile afdaling. Zonder wandelstokken is deze afdaling erg lastig en zelfs een beetje gevaarlijk. Je kunt gemakkelijk een schuiver maken als je uitglijdt over de droge dennennaalden op het hellende pad. Als je hier schuift, schuif je meteen een heel stuk naar beneden. Dat wil je niet. Stokken meenemen dus als je de wandeling in de omgekeerde richting maakt!

 

Download file: Rondwandeling Puntagorda.gpx

Lopen naar Tijarafe

De zondag is bij ons thuis  weer ‘de wandeldag’, sinds het afgedwongen corona-huisarrest op La Palma voorbij is. Afgelopen zondag, op de eerste dag van wat ze hier in Spanje het ‘nueva normalidad’ noemen, maar ook op de eerste dag van de zomer 🙂 , maakten Ruud en ik ons bekende wandeltochtje van Puntagorda naar Tijarafe.

We vertrokken te voet vanuit het Boeddhahuis en liepen het dorp in.

 

Voorbij het dorp kwamen we terecht in het mooie baranco-dalletje onder de grote drakenboom van Puntagorda.

 

Door het bos naar Tinizara, klimmen en dalen. Met af en toe geweldig mooi uitzicht op het blauw van de de oceaan en de hemel daarboven.

 

Voorbij Tinizara steil naar beneden, naar de bodem van weer een nieuwe, diepe baranco. En weer omhoog, die baranco uit.

 

Daarna kuierend over min of meer vlakke landweggetjes tot aan Tijarafe.

 

Ik zou nog veel meer prachtige foto’s gemaakt kunnen hebben en kunnen laten zien, ware het niet dat deze wandeling misschien al voor de vierde keer op dit blog beschreven wordt. Ruud en ik zijn nou eenmaal nooit te beroerd om dingen die we leuk vinden om te doen, nóg een keer te doen, en daarna nóg eens, en daarna nóg eens. Voor meer foto’s en meer uitgebreide informatie over deze wandeling, verwijs ik daarom naar  deze blogpost uit 2018.

 

De kiosko van Tijarafe, waar we een lekkere hamburger hadden gepland, was helaas gesloten. We moesten ons behelpen met een drankje op een van de stoepterrasjes langs de hoofdweg van het dorp, waar de tafeltjes tegenwoordig keurig anderhalve meter uit elkaar staan,  en een zak meegenomen winegums bij de bushalte.

Daarna met de bus terug naar Puntagorda en het Boeddhahuis. Wederom beleefden we een bijzonder leuke wandelmiddag op ons kleine, nietige eilandje, een puntje van rots en zand in de onmetelijke weidse watermassa’s van de  Atlantische Oceaan. 🙂

Llano de las Cuevas

We hadden iets te vieren, dit weekend. Daarom hadden we als plan bedacht om op zaterdag iets te gaan doen wat we alle2 echt heel erg leuk vinden; we zouden naar de top van de Pico Birigoyo gaan wandelen, van waar je het hele eiland kunt overzien. Bij helder weer.

Zodra we in de auto bij El Time de bocht omdraaiden om af te dalen in de Barranco de las Angustias, zagen we dat het beter was om een nieuw plan te maken; de toppen van de Birigoyo en de andere zuidelijke vulkaankegels waren in donkere, grijze wolken gehuld. We besloten te gaan wandelen op de Llano de las Cuevas, de vlakte van De Wolk. Eigenlijk een wandeling die je in het voorjaar moet doen bij oosten- of noordoostenwind. In juni is het op deze vlakte geen voorjaar meer, maar heerst al de droogte van de zomer. En de wind kwam ook al niet uit het oosten. Toch bleek onze b-wandeling van de dag verrassend mooi en afwisselend te zijn.

Ons startpunt was de parkeerplaats van het Centro de Visitantes, het bezoekerscentrum, van het Nationale Park van de Caldeira de Taburiente, even ten oosten van El Paso, aan de LP3.  Van daaruit wandelden we het asfaltweggetje richting de Cumbrecita op, om al heel snel rechts af te slaan en het landschap-met-de-stenen-muurtjes van de Llano de las Cuevas in te wandelen.

 

We liepen tussen de stenen muurtjes door richting het oosten, richting de steile helling van de Cumbre Nueva. Hoe verder je dit landschap inloopt hoe mooier alles wordt. De lelijke prikkeldraadhekken en irrigatiebuizen die je aan het begin van je route nog tegenkomt en waar je dan omheen moet kijken om te zien hoe bijzonder het landschap is, verdwijnen en maken plaats voor steeds meer bloemen, authentieke stenen omheiningen en vergezichten naar de bergen in het noorden, het oosten en het zuiden.

 

Je loopt in het centrum van het eiland, even ten oosten van de vlakte van Los Llanos en El Paso, een van de drukste gebieden van het eiland. Je hoort alleen het gras waaien in de wind. In de verte krijst een buizerd. Er vliegen wat kraaien rond. Af en toe tref je een verdwaald groepje (magere) koeien of een koppel paarden. Verder is er helemaal niemand. Je hebt de vlakte voor jezelf.

 

We liepen over zandweggetjes steeds verder het groen-bruine landschap in tot dat we stuitten op een eerste asfaltweggetje. Dit weggetje staken we over om verder richting de voet van de Cumbre Nueva te lopen. Gelukkig maken de glazen van de nieuwe zonnebril van Ruud een mooie spiegel, zodat ik ook eens een keer in mijn eigen blog te zien ben..

 

Aan de voet van de Cumbre Nueva belandden we op kleine weggetjes die ons door kleine bosjes van kastanjebomen leidden. Kruipdoor, sluipdoor. Leuk. Voor ons een nieuw stukje van La Palma. Het is mooi hier. De kastanjebomen stonden in bloei.

 

Na een klein uurtje (geloof ik) kruisten we een tweede asfaltweg, de Calle Virgen del Pino. We besloten niet verder te klimmen en deze weg noordwaarts te volgen, op weg naar het kerkje dat gewijd is aan diezelfde Virgen del Pino.

 

Na de ommuurde weilandjes, de bloeiende kastanjebomen en de vergezichten over de vlakte, kwamen we aan in het dennenbos waar de Maagd van de Dennenbomen geëerd wordt. Men is lang bezig geweest om het kerkje te restaureren, maar het werk lijkt nu klaar te zijn. Het kerkje straalt de argeloze wandelaar weer tegemoet. Inmiddels waren alle wolken verdwenen. Vanaf het kerkpleintje zagen we hoe de top van de Pico Bejenado lag te baden in het licht van zon.

 

En ook de Pico Birigoyo was weer helemaal vrij van wolken. Achteraf was het niet nodig geweest om deze b-wandeling te doen. Maar dat was achteraf. Bovendien bleek de b-wandeling veel leuker dan gedacht. We nemen hem gewoon op in onze wandelgids.

 

Vanaf het kerkje liepen we over de asfaltweg weer terug naar ons beginpunt op de parkeerplaats van het bezoekercentrum. In totaal een wandelingetje van ik schat iets meer dan vijf kilometer waar we een kleine twee uur over deden.

 

 

Terug in het Boeddhahuis, aten we macaroni met witte wijn erbij in de avondzon. Daarna zagen we vanaf de terrassen van onze finca die zon op een prachtige manier ondergaan in de oceaan.

De eerste dag van ons ‘feestweekend’ was meer dan geslaagd.

 

Download file: Llano de las Cuevas.gpx

Rust en Ruimte

Gisterenmiddag, zondagmiddag, maakten Ruud en ik een wandeling door het bos in de bergen boven Puntagorda. ‘Beneden’ in het dorp op ca 700m boven zeeniveau, was het een mooie, zonnige dag. ‘Boven’ op ca 1.300m boven de zeespiegel, liepen we net onder of soms in de wolken. Altijd een mooie ervaring.

De honden waren mee op hun eerste lange wandeling na het Grote Huisarrest. Helling op, helling af, ze waren niet te houden.

Drie uur wandelen, zonder ook maar iemand tegen te komen. Rust en Ruimte. Ik kom er steeds meer achter dat dít het ding is waardoor ik het zo naar mijn zin heb, hier op het eiland. De zon? De oceaan? De restaurantjes? Onze boomgaard? Het ontbreken van vrieskou in de winter? Ook geweldig. Maar het is de stilte die het meest aantrekkelijk is. Nederland is gewoon te vol voor mensen zoals ik.

Wandel met ons mee, in 28 foto’s.

 

Het wandelpad voert door dennenbossen, droog gevallen beekbeddingen uit vroeger tijden en de druivenvelden van de Traviesa en de Vega Norte. Het keerpunt van de lijnwandeling is voor ons normaal gesproken het terras van het restaurant Las Briestas. Nu we met de honden op stap waren, stopten we op een graslandje dat net iets vóór dat restaurant gelegen is. Daar lagen we   in het lange droge gras, tussen de amandelbomen een tijd lang als de enige twee mensen op aarde en lieten we de weldadige stilte van de wereld op ons inwerken, terwijl onze drie metgezellen op sprinkhanenjacht gingen.

 

 

Daarna weer terug naar ons vertrekpunt. Het was goed om te zien dat ook onze Fenna, alweer 11 jaar oud inmiddels, de wandeling goed kon volhouden. Dat is wel eens anders geweest. Het buitenleven op La Palma en haar gevarieerde menu van vallend fruit en hagedis, naast de traditionele brokjes, doet haar kennelijk goed.

 

 

Het wandelnetwerk in Twente uit onze ‘Almelotijd’ was mooi vroeger, zeker in de zomer. Maar de bossen boven Puntagorda bevallen toch een stuk beter. Als je deze wandeling ooit ook zou willen maken, vind je hier meer informatie over begin- en eindpunt.

Zo hadden we weer een leuke zondagmiddag met z’n allen, wandelend op een klein eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Eerst Groen, Dan Blauw.

Michel had de website van Isla Bonita Tours eens goed bekeken en had bedacht dat hij het leuk zou vinden om in het ‘Sprookjesbos’ te wandelen. Díe wandeling liepen we daarom afgelopen donderdag met ons drieën. Isla Bonita Tours is de club waarvoor Ruud met regelmaat gidswandelingen of sterrenkijkavonden verzorgt.

Met de term ‘Sprookjesbos’ wordt het laurierbos in de omgeving van de Cubo de la Galga aangeprezen in de toeristenfolder. Ruud en ik liepen de wandeling al eens eerder tijdens een vakantie in 2009.  Destijds vond ik de wandeling een beetje netnietleukgenoeg, mede doordat ik de klimpartijen zwaar vond. Elf jaar later, met inmiddels geoefende bergkuiten (?) vond ik de wandeling helemaal niet zwaar. Het kan verkeren. Misschien hielp het ook dat Ruud een alternatief startpunt voor de wandeling vond, waardoor de klim naar het dichte deel van het bos een paar honderd meter langer met de auto kon worden afgelegd.

 

We begonnen met een korte steile klim. Daarna ging het op en af zonder al te veel inspanning door een prachtig dichtbegroeid regenwoud. Veel varens. Veel witte bloemetjes in de schaduw. Af en toe een prachtig spel van fel zonlicht en donkere, groene schaduwen. Overal de kruidige lucht van vochtig blad.

 

De wandeling ging van groen, groener, groenst. Overal hoorde je vogels fluiten, vooral merels. De zon scheen fel en je zag voortdurend kleine insectjes in het zonlicht dansen. We liepen door een prachtig betoverend landschap.

 

Klimmend door het groen kwamen we uit op de het uitzichtpunt van La Somada Alta. Van hier hadden we een prachtig uitzicht op de oostkust van het eiland. Het was er wel wat druk. Cubo de la Galga staat in alle toeristische wandelgidsjes en dat merk je wel onderweg.

 

Vanaf de Somada Alta daalden we via smalle holle weggetjes tussen rotsen en onderlangs boomheide terug naar ons beginpunt.

 

De wandeling had een lengte van ongeveer drie en een halve kilometer. We deden er ruim twee uur over.

 

Na het groen het blauw. Vlakbij de Cubo ligt het natuurzwembad van Charco Azul. Verscholen achter de banananplantages is er bij Charco Azul een klein afgeschermd zwembad uitgehouwen in de rotskust, afgeschermd van de golfslag van de Atlantische Oceaan.

 

Ruud en ik hadden in al onze jaren op La Palma het zwembad van Charco Azul nog nooit bezocht. We vonden het er mooi. Al dat heldere blauw is een verademing voor je ogen na al het groen van het laurierbos. Maar het zwembad van La Fajana, dat iets verder naar het noorden ligt, vinden we uiteindelijk toch leuker.

 

We hadden een mooie afwisselende dag in het prachtige noorden van La Palma.

Download file: Eerst groen, dan blauw.gpx

Droompaden

Afgelopen zondag maakten Ruud en ik een wandeling door het landschap rond het gehucht Las Tricias. We volgden de zogenaamde ‘droompaden-route’. Ruud oefende als gids op deze route. Over twee weken loopt hij hier zijn eerste rondje als zelfstandige gids voor Isla Bonita Tours.

De wandeling begint op de parkeerplaats aan de voorzijde van het kerkje van Las Tricias. Van daar loop je linksom langs de kerk om op een groot plein uit te komen. Aan de rechterzijde van dit plein vind je een kleine bar met keuken en terrasje. Aan de linkerzijde, in de verre hoek, daalt een smal rotsig pad af naar een kleine baranco. Het begin van de wandeling.

 

Las Tricias staat onder andere bekend om de vele amandelbomen die het minidorpje omringen. Vanaf de tweede helft van januari tot de eerste helft van februari staan de amandelbomen in bloei. Op het hoogtepunt van de bloeitijd loop je door een prachtig rose landschap. Op dit moment loopt de bloesemtijd alweer naar het einde. Het overweldigende wit en rose van de bloesems is al niet meer te zien, maar het landschap ziet er op plekken nog steeds prachtig uit. Nog een dag of tien, denk ik. Dan zijn de bloesems weg en krijgt het landschap rond Las Tricias geleidelijk aan alle kleuren van de regenboog door de vele weidebloemen die gaan bloeien.

 

De wandelroute voerde ons door een rustig boerenlandschap, waar de tijd lijkt stil te staan. Volgens mij gebeurt er nooit iets in Las Tricias. En dat kan heel fijn en bevrijdend zijn. Soms. Overal waar je loopt heb je uitzicht over de machtige blauwe oceaan. Ten noorden van Las Tricias loop je door een beroemd ‘bos’ van Drakenbloedbomen. Te vinden in elke reisgids. De bomen zijn karakteristiek voor het noorden en noordwesten van  La Palma. Als je een kerf maakt in de bast van de boom, loopt er een rood-oranje sap uit, het drakenbloed waar de boom zijn naam aan ontleent. Prachtige, bijzondere bomen om te zien.

 

Onze wandeling duurde zo’n vier uur. We liepen ongeveer tien kilometer, waarbij we eerst vier honderd meter daalden om vervolgens dezelfde meters weer omhoog te klimmen, maar dan langs een andere weg.  We volgden uiteraard, vanwege Ruud’s generale repetitie, de route die door Isla Bonita Tours is bedacht. Deze route wijkt af van de routes uit de reisgidsjes of het wandelnetwerk van La Palma. Vanaf het pad door de baranco onder het kerkplein waar je start, volg je kleine bruine bordjes die je de weg naar de oude grotten van Las Tricias, Las Buracas, wijzen. Daar aangekomen loopt er slechts één pad naar omhoog. Dit pad brengt je vanzelf naar een asfaltweg. Als je hier rechtsaf gaat slinger je gestaag klimmend terug naar het dorpje.

Als je wandelt met Isla Bonita Tours hoef je de laatste klim van 350 meter niet te maken, maar word je opgewacht door een bus. Voor ons stond die bus er niet. Wij liepen langs de asfaltweg terug naar het dorp. Een gemakkelijke klim met prachtige vergezichten over het landschap waar we eerder doorheen wandelden.

Als je geen zin hebt in deze klim, en ook geen zin hebt in Isla Bonita Tours, maar wél deze wandeling wil maken, kan je een groot deel van de klim met de streekbus doen. De streekbus (Garafia-Puntagorda, richting Puntagorda) rijdt 1x per twee uur, en slaat in dit schema 1x over in de middag. Goed plannen dus. De bus rijdt ook op zaterdagen en zondagen. Voor actuele informatie over de busverbinding kan je kijken op de website van TILP, dat is de streekbusmaatschappij op La Palma.

 

Op zo’n tweederde van de wandeling loop je langs een klein cafe-terras, met de naam Finca Aloe. Hier kan je op een prachtige plek wat drinken, of kleine gerechten eten. De Duitse eigenaresse hanteert wel West-Europese prijzen. Daar ben je aan gewend, dus je vind het niet erg, maar een beetje jammer is het wel. Het café is dagelijks van 12.00u tot 17.00u open.

 

De nieuwe toekomstige werkplek van Ruud is in één woord prachtig. Het landschap rond Las Tricias is geweldig mooi, vind ik. Bijna overal waar je kijkt is iets bijzonders te zien, van het begin tot het eind van de wandeling. Oceaan, bloemen, verstilde boerderijtjes, drakenbloedbomen. Zonnetje erbij en dan kan je het eigenlijk niet beter hebben op een vrije zondagmiddag. Ruud en ik hadden het weer erg naar ons zin op ons kleine eiland.

 

Hoewel Ruud vindt dat hij nog moet studeren op de ‘flora’ langs de route, was de generale repetitie wat mij betreft geslaagd. Ik heb veel ditjes-datjes-wetenswaardigheden gehoord over de zaken waar  we op onze tocht voorbij liepen en Ruud kende de weg zonder één keer fout te lopen of zelfs maar te twijfelen. Meer mag je van een gids niet verwachten, toch?

 

Ik had deze wandeling, op deze manier, nog nooit eerder gedaan. De wandeling komt met stip binnen in mijn top tien van La Palma Wandelingen. Het leuke van de Isla Bonita Tours variant is dat je de vele andere wandelaars, die met je meegenieten van het landschap, een beetje ontwijkt. Zoals gezegd, ‘Las Tricias’ staat in elke reisgids genoemd en staat ook nog eens bekend als de ‘gemakkelijkste wandeling op La Palma’. Het is er dus vrij druk, zeker voor Palma-begrippen.

 

We startten iets over elven in de ochtend. Vlak voor drie uur stonden we weer bij de kerk van Las Tricias. Onderweg dronken we zo’n vijfentwintig minuten een cortado en daarna nog een zuma de naranja in het Aloe Café.

 

Op het eindpunt wachtte ons nog een kleine verrassing. Vast Nederlanders. Ik hoor het de chauffeur-met-de-vrolijk-geruite-korte-broek zeggen. ‘Schat als jij nou alvast even uitstapt, past-ie er precies tussen. Hebben wij even mazzel, dat de laatste parkeerplek voor ons is’. Fijne mentaliteit hebben sommige mensen. Gelukkig is Ruud nog lenig genoeg om via de passagiersstoel op de bestuurdersstoel te belanden. Voor alle duidelijkheid; de witte auto is van ons, de zwarte huurauto is van maffe, ongemanierde medewandelaars.

 

Las Tricias in het vroege voorjaar is een absolute aanrader voor wie wil wandelen op La Palma.

Download file: Droompaden.gpx

Op Zondag naar de Teneguia

Eind vorige week vond Ruud dat het hoognodig tijd was dat ik weer eens een hele dag buiten zou zijn. Voor mijn NL-werk maak ik op doordeweekse dagen best lange dagen achter een laptop met twee schermen in één van de donkerste hoeken van het Boeddhahuis. Omdat op die plek de grote monitor kan blijven staan, als ik klaar ben met het werk. Als je dan de hele dag in zo’n schaduwhoek stil zit te zitten bij een buitentemperatuur van vijftien, zestien graden, zonder kachel in huis, kan je zomaar spontaan in een soort van winterdepressietje schieten. Erop uit dus. De zon in. Ik wilde graag een buitendag met zon en warmte. We besloten daarom op zondagmiddag te gaan wandelen op de uiterste zuidpunt van het eiland, in het warme, droge landschap rondom de Teneguía-vulkaan.

 

De Volcán Teneguía is de meest zuidelijke vulkaan van La Palma en ook de vulkaan die het meest recent van allemaal nog actief was. De laatste uitbarsting vond plaats in 1971. Het eiland werd door de lavastroom van toen een stukje groter. Je kunt de top van de Teneguía beklimmen. Als je dat doet heb je aan het einde van de klim een prachtig uitzicht over de zuidpunt van het eiland, de drie andere dichtbij gelegen  eilanden van de Canarische archipel en de droge wereld rondom de vulkaan waarop je staat en de nabije en veel hogere top van de San Antonio Vulkaan.

Ik had vooraf al verteld aan Ruud dat ik deze keer geen zin had in de klauterpartij naar de top, want een klauterpartij is het, als je de top van de Teneguía wil meemaken. Ik wilde niet klimmen, maar gewoon lekker ronddwalen door het droge landschap van de beide zuidelijke vulkanen. Een landschap vol van ongenaakbare gekleurde rotsen,  dorre droge steenvlaktes en wijnvelden. Want dat is het gekke. Je loopt in dit gebied door een soort van woestijn. Tegelijkertijd loop je echter ook door de druivenvelden van de Teneguíawijn. De wijnranken van deze wijn groeien als een soort van bodembedekker kruipend over het warme zwarte lavazand. De combinatie van woestijn, droogte, vulkaantoppen en druiven zorgt voor een heel vreemd effect, dat me elke keer weer opnieuw betovert.

 

Vanuit het dorp Fuencaliente, het meest zuidelijke dorp op La Palma, reden we via de LP9 naar het gehucht Las Indias en vandaar uit, de LP verlatend in het verlengde van de tweede  haarspelbocht die deze weg maakt, naar het nog kleinere gehuchtje Los Quemados. Aan het einde van de weg, waar het asfalt over gaat in een zandpad, parkeerden we de auto en liepen we op goed geluk het landschap in. Het is handig om een wandelapp op een smartphone bij je te hebben, bijvoorbeeld MapOut. Je kunt dan beredeneerd ronddwalen over de vele wandelpaden en offroadweggetjes die de vlakte doorkruisen. Let erop dat je afstanden niet onderschat en dat je altijd voldoende water bij je hebt. Zeker in de zomer kan het op deze plek zinderend heet worden. Voldoende water is dan een must om geen ongelukken te maken.

 

Vandaag scheen de winterzon. De temperatuur bleef net iets boven de twintig graden steken, denk ik. Prachtig voorjaarsweer. Daar waren Ruud en ik ook wel aan toe. Het is soms een beetje afzien qua kou, of beter gebrek aan verwarming, in het Boeddhahuis. Met drie truien over elkaar aan komen we er dan wel weer doorheen, maar lekker rondwandelen op een t-shirtje ligt ons toch beter.

 

Nog nooit eerder was ik in januari in dit gebied. Het viel me op hoe groen het in de winter is op deze plek. Alles is relatief natuurlijk, maar ik zag veel groens groeien in het zwarte zand. Waaronder één van mijn lievelingsplanten. Zie de laatste foto hierboven. Ik kom er tot op heden niet achter hoe deze plant heet. Er is een variant die paars-blauwe bloemen heeft. De plant groeit op grotere hoogtes in een vochtiger klimaat uit als een grote struik. Die struiken, met de paars-blauwe bloemen, zou ik wel een plek willen geven op onze finca. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. En eerst maar eens uitzoeken of die plant wel past in het klimaat van Puntagorda. Je zou zeggen dat alles dat op de vlakte bij de Teneguía kan groeien overal kan groeien..

 

Zoals gezegd had ik voor vandaag een simpel wandelingetje in mijn hoofd, om daarna een fijn terrasje te kunnen pakken, pal aan de kust bij de vuurtoren van Fuencaliente. Een fijne gemakkelijke zondagmiddagwandeling. Maar zo gaat dat niet, als je samen met Ruud wandelt. Ruud zag een helling. En die helling voerde naar een top. En op zo’n top heb je uitzicht. Ruud wil altijd naar de top. Ruud wil altijd naar het uitzicht van bovenaf. Zoals altijd kreeg Ruud na enig heen en weer gepraat hierin  zijn zin. We namen de weg naar de top. Het was afzien.

 

Ik overdrijf niet. Kijk maar. Ongezond ambitieus toch, zo’n helling?

 

Maar goed. Met een half uur geploeter, zuchten & steunen, door het mulle lavazand op een onmogelijke helling naar omhoog, kwamen we uit op een prachtig plateautje, juist beneden het bezoekerscentrum van de San Antonio Vulkaan. Met enige tegenzin moest ik bekennen dat het uitzicht vanaf dit plateau de inspanning van de klim meer dan waard was. 360 graden uitzicht. Met in de verte de eilanden Tenerife, La Gomera en El Hierro. In één woord prachtig! (En niet goed op de foto vast te leggen).

 

Vanaf het plateau wandelden we min of meer vlak, maar dan toch weer wel vals plat omhoog,  naar de bebouwde kom van Fuencaliente. Het was mooi om eerst de toppen van de Vulcan St Martin  te zien verschijnen en daarna langzaam maar zeker het dorp Fuencaliente daaronder in beeld te krijgen.

 

Vanaf het bezoekerscentrum van de San Antonio liepen we over een asfaltweggetje steil naar beneden terug naar Los Quemados. Daar stond de auto op ons te wachten, bakkend in de zon.

Het terras bij de vuurtoren is er niet meer van gekomen. Wel maakten we op de terugweg naar Puntagorda een tussenstop in El Jesus. Zalm-met-Peren-en-Basmatirijst-met-Koriander bij de Belg is ook niet verkeerd. Zo beleefden we weer eens een geweldige zondagmiddag op ons eiland. Hoezo winterdepressie?

Download file: Op Zondag naar de Teneguia.gpx