Vijf Landschappen Wandeling

Gisteren (maandag) en vandaag (dinsdag) zijn vrije dagen voor Ruud en mij. We vonden dat we een wel een paar dagen ‘vrij’ hadden verdiend, en nu de ‘april-deadlines’ voorbij zijn, kon het ook.

Voor op de maandag hadden we een lange wandeling op het centrum van het eiland gepland. Ruud had de wandelroute vanachter de laptop bedacht met behulp van de Map-Out-app. Iets ‘nieuws’ voor ons dus, met als begin- en eindpunt de parkeerplaats van het Centro de Visitantes van het natuurpark ‘La Caldeira de Taburiente’.

Het weer zat niet mee. Bijna de gehele route regende het net niet of net wel. Even niet leuk, maar toen ik ontdekte dat dit weertype wel heel mooi ‘fotolicht’ veroorzaakte, besloten we om toch maar door te stappen. We maakten een prachtige wandeling. In het echt nog veel mooier en afwisselender, dan Ruud vanachter de laptop had bedacht. De wandeling kreeg van ons een naam: we noemen haar de ‘Vijf Landschappen Wandeling’.

Landschap1: Llano de las Cuevas. Vanaf de parkeerplaats achter het bezoekerscentrum loop je in de richting van de bus- en taxihalte (waar ik nog nooit een bus of taxi heb zien stoppen). Je gaat rechtsaf en direct na de afscheiding van de parkeerplaats weer rechts af, een klein paadje in. Zo loop je de Llano de las Cuevas op. Het weggetje is aan weerszijden door stenen muurtjes omgeven en voert je door een prachtig landschap met vergezichten alle kanten op. Als je mazzel hebt (helder weer, noordoostenwind) zie je over de bergkam waar naartoe je onderweg bent,  de beroemde Wolk van La Palma voor je uit. Dat ziet er zo uit. Vandaag hadden we pech. Het regende zacht. Zonder dat het koud was overigens. Geen wolk. Wel prachtig fotolicht. En overal nog voorjaarsbloemen.

 

Landschap2: Varens en Laurierbomen. De route voerde ons naar de plaats waar de oude oost-west-tunnel (nog steeds in gebruik als je met de auto  van oost naar west gaat op het eiland) de bergkam doorsnijdt. Zonder dat je het door hebt, voert het pad je naar een plek vlakbij de westelijke tunneluitgang, waar je via een klein voetgangstunneltje met gebogen hoofd onder de weg doorloopt. Om je heen is het weelderig groen. Van het verkeer merk je niet veel. Voorbij het tunneltje loop je over een smal pad door een klein regenwoud met varens en laurierbomen.

 

Landschap3: Bospaden door een woud van Canarische dennen. Vanaf het beginpunt ben je voortdurend heel geleidelijk aan het klimmen. Daar merk je bijna niets van. Maar aan het eind van het regenwoudgedeelte moet je een paar venijnig steile passages overwinnen, voordat je uitkomt op de brede bospaden van het Canarische Dennenbos onder de kampeerplaats El Pilar.

Het bospad loopt grotendeels evenwijdig aan de asfaltweg die van de westuitgang van de tunnel naar El Pilar leidt. Je ziet die weg overigens pas, als je op de plek komt waar je het asfalt moet oversteken. Je loopt door het bos vlak langs de noordhelling van de Volcán Quemada. Nadat je de asfaltweg bent overgestoken maakt de route een scherpe knip naar het oosten en beklim je vrijwel loodrecht op de hoogtelijn de centrale bergkam van het eiland, de Cuembre Nueva. Dit is het zware deel van de wandeling. Als je niet gewend bent om te klimmen: wandelstokken mee. Het laatste stuk van de klim voert je over een veld waarlangs de oostwest-stroomleiding door het bos loopt. Je hebt hier prachtige uitzichten, als je even aan het uitrusten bent. Maar. Je klimt ruim een kilometer lang met een hellingspercentage van vijfentwintig procent. Dat is best een opgave. Voor mij. Alles is de inspanning meer dan waard.

 

Op de top van de Cuembre Nueva loopt een noord-zuid zandpad. Bij dit zandpad aangekomen, sla je rechtsaf richting zuiden. Het pad brengt je terug naar de eerder beschreven asfaltweg. Bij het asfalt sla je rechtsaf en loop je de picknickplaats El Pilar op. Dit is een prachtige plek voor een uitgebreide lunch, die je dan wel zelf moet meenemen. Geen foto’s, want El Pilar is momenteel gesloten vanwege Covid 19. Wij hebben onze broodjes kaas daarom met  gevaar voor eigen leven opgegeten,  omringd door  waarschuwingen, verbodsborden en rode linten.  Dergelijk roekeloos gedrag  kunnen we natuurlijk niet vastleggen met foto’s op het internet…  In Coronavrije tijden is El Pilar een prachtige plek om uit te rusten. En. Je hoeft vanaf nu niet meer te klimmen. De rest van de wandeling gaat bergafwaarts! Op doordeweekse dagen komt er overigens geen sterveling naar El Pilar. Op zaterdagen en zondagen ziet het er zonder linten zwart van de mensen. Palmero’s die er met de hele familie of vriendenkring komen barbecueën in de overdekte stenen keukens.

 

 

Voorbij El Pilar volg je een klein stukje van de asfaltweg naar het westen. Vervolgens sla je links af en volg je een breed bospad. Dit is een kritisch punt op je route, want er staat geen richtingsbord voor je klaar om de juiste richting aan te geven. Kijk dus even goed naar het kaartje aan het einde van dit bericht. Na ongeveer een kilometer moet je rechtsaf om het bos te verlaten. Je komt uit op de Llano del Jable.

Landschap4: de Llano del Jable.  Vanuit het bos loop je aan tegen het grootste uitzichtpunt dat over de zwarte vlakte van de Llano del Jable uitkijkt. Als je hier voor het eerst bent: echt even de tijd nemen om te kijken. Daarna voert het pad onder de mirador door en loop je de zwarte vulkanische vlakte op. Tijdens onze wandeling brak op dit punt net even de zon door. De fotograaf in mij deed een vreugdedansje. Het licht om ons heen werd zo ongelooflijk mooi en fotogeniek! Nu nog een camera die dat ook echt kan vastleggen. Al deze foto’s maakte ik helaas met mijn mobiele telefoon. Maar het was prachtig. Ruud en ik genoten volop!

 

Landschap5: de lavastroom van de Volcán Quemada. Het pad voert je over de gehele vlakte vanaf de mirador naar de ‘pas’ tussen de hellingen van de Volcán Quemada en de Montagne d’Enrique. Je loopt voortdurend in noordelijke richting. Aangekomen op de pas, een kruispunt van paden, houd je rechts aan. Je volgt de borden in de richting van El Paso. Direct voorbij dit kruispunt loop je het vijfde en laatste landschap van de wandeling binnen. Je loopt door de steenwoestijn die is overgebleven na de uitbarsting van de Volcán Quemada. Een kleine ramp die het Eiland trof rond 1480 en een groot deel van de vruchtbare vallei in het centrum van het eiland bedolf onder een dikke laag lava, nu eeuwen later nog steeds  hopeloze badlands.

Maar wel bijzonder om doorheen te lopen 🙂 .

 

De puinhelling van de lavastroom gaat verder in het lager gelegen dennenbos. Hier zijn ommuurde paden aangelegd die je de route naar het Centro de Visitantes wijzen. Verdwalen lukt niet. De wandeling eindigt op een kleine asfaltweg. In de verte kan je het bezoekerscentrum dan al onder je zien liggen. Helemaal op het eind moet je nog om een paar huizen heen lopen over een pad dat wederom door een stukje puinhelling van de Quemada voert. Dan sta je aan de rand van de grote weg, de LP3, tegenover het bezoekerscentrum. Einde wandeling.

 

De wandeling is 16 kilometer lang en overbrugt een hoogteverschil van ruim zes honderd meter. Precies halverwege ligt de picknickplek El Pilar. Daar eindigt ook de klim. Ruud en ik deden, inclusief uitgebreide rustpauze, iets meer dan vijf uur over de wandeling. Op een paar venijnige stukjes na is de klim goed te doen voor iemand die regelmatig wandelt. Voor op die venijnige stukjes kan je overwegen om wandelstokken mee te nemen.

Onze naamgeving zegt het al: wij vonden de wandelroute uitermate afwisselend. Zeker als op een mooie zonnige dag De Wolk op de Llano de las Cuevas te zien is, is de wandeling alle inspanning volgens ons meer dan waard. Op El Pilar kan je je geslonken watervoorraad  aanvullen met drinkbaar water.

Download file: Vijf landschappen wandeling.gpx

Even Een Straatje Om

Als we een wandeling willen maken met de honden, komen Ruud en ik meestal op een wandeling door het bos boven Puntagorda uit. We noemen deze wandeling de Kleine Briestas Wandeling.

Op de tweede paasdag, hier in Spanje een normale werkdag, maar deze keer hielden we voor de verandering de Nederlandse Feestdagenkalender maar eens aan, togen we met de hele roedel weer naar boven. Het was een een wat frisse dag. Op de hoogte van ons wandeltraject (plm 1.300m boven zeeniveau) kwam de temperatuur niet boven de tien graden uit.

We liepen door een prachtig mooi, lentegroen, voorjaarslanschap. De honden hadden plezier voor zes.

 

Onderweg kwamen we dit bankje tegen, stond hier nog niet eerder. Mooi voorbeeld voor op onze finca. Ruud denkt dat hij een bankje als dit zelf kan maken. Zo kunnen we op ons terrein een paar zitplekjes voor ons zelf of voor onze gasten ‘creeëren’.

 

We kennen de wandelroute inmiddels door en door. Maar het is altijd weer mooi hier.

 

Aan het eind van de route lopen we door de druivenvelden van de Vega Norte.

 

Heenweg over bospaden. Terugweg over het asfaltweggetje dat zich tussen de wijngaarden door over de hellingen slingert.

 

Aan het einde van de dag buiten eten met uitzicht op oceaan. Zonsondergang bij de koffie.

 

Prima paasdag, op deze manier!

Meer informatie over de Kleine Briestaswandeling kan je  hier en hier vinden.

Volcán Nambroque

Bijna drie weken geleden alweer, op een mooie zonnige zondagmiddag, maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de picknickplaats bij El Pilar, in het centrum van het eiland, naar de top van de Volcán Nambroque. Een klim waarin we een hoogteverschil van ca vijfhonderd meter zouden overbruggen.

Vanaf de parkeerplaats bij El Pilar volgenden we een paar honderd meter lang de asfaltweg in oostelijke richting, totdat we wegwijzers tegenkwamen die ons naar rechts het bos instuurden, richting Nambroque.

 

We liepen over een breed bospad naar omhoog, met een prettig matig hellingspercentage. ‘An easy stroll’, noemen de Engelsen dat. Geleidelijk werd het aantal bomen steeds minder en werden de contouren van de lagere vulkanische kegels van de Cuembre Vieja zichtbaar. Door de toppen van de dennenbomen heen werden we getracteerd op een prachtig uitzicht op het eiland Tenerife, met een blik op de besneeuwde hellingen van de de grote Teide vulkaan, op dat eiland.

 

De boswandeling passeert een van de gestolde lavastromen die vanuit de Nambroque naar beneden is gekomen. De route voerde ons in eerste instantie langs het einde van de versteende stroom heen, om vervolgens met een brede u-bocht en een wat steiler hellingspercentage nogmaals een oversteek te maken over de lavastroom, maar nu vlak onder de top. Aan het einde van deze klim, zagen we door de bomen heen de top van de vulkaan liggen. Echter vanaf een zijde waar vanuit het onmogelijk is om de top ook daadwerkelijk te bereiken.

 

De groene bewegwijzering leidde ons langs de vulkaantop heen het bos uit, in de richting van de open vulkanische vlakte en het spoor van de bekende Ruta de los Volcanes.

 

Over het traject van de Ruta de los Volcanes vervolgden we onze tocht in zuidelijke richting. Omkijkend zagen we ver weg in de diepte in het oosten de hoofdstad van het eiland liggen. Santa Cruz de la Palma. In het westen keken we uit over de vlakte van de Aridane-vallei met een helicopterview over de stadjes Los LLanos (de Aridane) en Tazacorte.

 

De route voerde ons in eerste instantie weg van ons uiteindelijke doel, de top van de Volcán Nambroque. We kregen daardoor wel een mooi zicht op de vulkaan, met een blikveld vrij van dennenbomen.

 

We passeerden de vulkaankrater van de Hoya Negra, waar in 1949 een uitbarsting plaats vond.

 

Voorbij de Hoya Negra gaat de Vulkaanroute rechtdoor, verder naar het zuiden,  maar maken wandelaars die naar de Nambroque willen een afslag links af. Deze afslag is met duidelijke bewegwijzering aan gegeven. Over steeds smallere paadjes kwamen we dan eindelijk in de buurt van ‘onze’ vulkaan-van-de-dag.

 

Een laatste korte klauterpartij, met handen en voeten,  over een steil pad met kleine losse keitjes, bracht ons uiteindelijk bij de top. In alle jaren dat we op het eiland vakantie vierden, was dit ons nog niet eerder gelukt op een zonnige dag. En een zonnige dag heb je nodig om vanaf de top het hele eiland te kunnen overzien. Het is er prachtig. We zijn zeker drie kwartier, misschien wel een klein uur,  op de top blijven rond hangen.

 

Naar alle kanten zijn de bekende plekken van het eiland te zien. De noordelijke kraterrand van de Taburiente, met daarop de telescopen van de sterrenobservatoria. De kale top van de Pico Birigoyo. De twee toppen van de Deseada vulkaan. De rug van de Cumbre Nueva in het noorden, diep onder ons. Het spoor van de Ruta de los Volcanes in het zuiden over de Cumbre Vieja. Ruud en ik vinden het altijd erg leuk om hier op het eiland op een bergtop te staan en dan alle plekken te kunnen zien waar we ook al eens waren en die we dus kennen. We krijgen er een wat bezitterig gevoel van. We zijn op óns eiland.

 

Na een lange pauze op de top van de vulkaan, liepen we via de Ruta de Los Volcanes in noordelijke richting terug naar het beginpunt van de wandeling, bij El Pilar.

 

De zon begon al te dalen. Het licht kleurde steeds meer naar oranje. Voor mij de mooiste tijd van de dag om een wandeling te maken.

 

In het laatste bosgedeelte van deze wandeling, het laatste stukje van de afdaling naar El Pilar, zorgden de oude dennenbomen in combinatie met de zwarte schaduw van de helling van de Pico Birigoyo en het licht van de laagstaande zon voor een sprookjesachtige sfeer. Het was er doodstil. En het spel van zonlicht en schaduwen was prachtig. Niet goed vast te leggen op foto’s, maar ik heb het toch maar geprobeerd.

 

We begonnen rond kwart over één in de middag aan deze wandeling. Vlak over zessen kregen we de inmiddels vrijwel lege parkeerplaats bij El Pilar weer in zicht. Zo beleefden we weer een superleuke zondagmiddag op de vulkaanhellingen van ons kleine eilandje, gelegen in de onmetelijk weidse wateren van de Atlantische Oceaan. 🙂

Download file: Volcán Nambroque.gpx

Van Puntagorda naar Las Tricias en Terug

Twee zondagen geleden, op 31 januari, nog voordat hier de sneeuw viel in de bergen, maakten Ruud en ik een wandeling van Puntagorda naar Las Tricias (en weer terug). Het is (was) Amandelbloesemtijd en die bloesems zijn op zijn best te bewonderen op de berghellingen  in en rond Las Tricias. Het was prachtig weer. We maakten een geweldige lentewandeling van zo’n dertien kilometer lang.

 

We startten onze tocht direct vanuit ons huis. Pure luxe! We wandelden vanaf de Camino de Pinto  de Pista del Canal op in noordelijke richting, tot aan de kruising met de Camino Matos. Langs die weg klommen we een klein stukje omhoog, richting het dorp, tot we na ongeveer 200 meter (direct na de bocht) links af, via een klein zandgraspad, (Geel-Witte Wandelroutemarkering) de ‘berg’ opklommen richting de Mercadillo van Puntagorda. Het pad voerde ons langs een aantal bebouwde bospercelen en daarna langs de rand van de Barranco de Izcagua, totdat we bij de Mercadillo uit kwamen. Ruud en ik noemen dit gebied de ‘Duitse Bocht’, je loopt er door een immigrantenwijk met Duits als voertaal.

 

Bij de Mercadillo vervolgden we onze weg in de richting van de drie miradores-met-glazen-vloer die op de parkeerplaats van de Mercadillo zijn aangelegd en uitkijken over de barranco. Ruud wilde al heel lang de wandeling door de Barranco de Izcagua maken, maar het kwam er maar steeds niet van. Een beetje mijn schuld, vrees ik. Vandaag kwam het er wel van.

Hieronder zie je door het glas van één van de drie uitzichtpunten de kern van onze wandeling van vandaag. Op de heuvel rechts van de barranco ligt Las Tricias. Je ziet het pad dat vanuit dit dorpje naar beneden, naar de boden van de kloof leidt. Links zie je een breder pad dat vanuit de kloof weer naar boven voert, naar het buitengebied beneden Puntagorda.

 

Voorbij de drie glazen uitzichtpunten vonden we aan onze linkerhand een bospad met groenwitte wandelmarkering, dat ons langs de rand van de Barranco de Izcagua verder richting Las Tricias moest brengen. Het pad voert eerst langs en later door de bovenloop van de barranco. Ik ontdekte een nieuwe prachtige plek op het eiland, vlakbij huis nog wel. De bodem van de barranco heeft veel weg van een regenwoud. Weelderig groen. Prachtige bloemen. Hoge rotswanden links en rechts. Jij loopt er tussen door in een smalle kloof, waar de zon bijna niet komt. Adembenemend om mee te maken, zo mooi.

 

Voorbij de barranco liepen we over een smal pad langzaam maar zeker het dorpje Las Tricias in.

 

Voorbij elke nieuwe bocht zagen we meer Amandelbloesems in de bomen, terwijl we het dorpje inliepen. Tussendoor liepen we langs de meest prachtige bloeiende planten en bloemen. Daar krijg je een soort van Keukenhof-gevoel van. En dat op 31 januari. Het is best leuk hier op het eiland 🙂

 

In Las Tricias maakten we een tussenstop op het kerkpleintje. Aan het kerkpleintje ligt het restaurant Camu Camu waar je binnen of op het terras  van een fijne (vegetarische) lunch of iets uitgebreiders kunt genieten. Wij aten beiden een broodje schapenkaastomaat en dronken huisgemaakte limonada en een kop koffie.  Daarna konden we er weer tegenaan.

 

Vanaf het kerkplein daalden we via kruipdoorsluipdoorpaden af in de richting van de ‘Buracas’, de grotwoningen die in elke toeristische gids over La Palma worden beschreven. Ruud kent er de weg vanwege zijn (vóór-corona)gidswerk, dat hielp. Maar je kunt voor je route ook gewoon de houten  borden van de ‘buracas-bewegwijzering’ volgen.

Vanuit het dorp hadden we een mooi uitzicht op hellingen vol bloeiende amandelbomen.

 

De route door het dorp voerde ons naar een lang steil-dalend keienpad met links en rechts drakenbomen en kleine (‘hippie’) huisjes, half in de rotsbodem. Het pad voert je als het ware over het dak van sommige van deze huisjes heen.

Vanaf halverwege dit pad kan je ‘onze’ Matosberg (in Puntagorda) zien blaken in het zonlicht. De Matos is voor mij  altijd een mooi ankerpunt, als we in het noordwesten wandelen. Als ik de Matos zie, weet ik dat al het moois waar ik langs heen loop heel dichtbij huis ligt. Dat is een fijn gevoel.

 

Ter hoogte van het ‘hippie-restaurant’ Finca Aloe verlieten we het pad naar de grotwoningen. We sloegen linksaf richting de asfaltweg, die je op dit punt kunt zien liggen. Een zandpad maakt de verbinding. Over de asfaltweg klommen we vervolgens naar boven, zuidwaarts in bochten, tot dat we aankwamen bij de gofio-molen (met museumpje) van Las Tricias. Het museumpje sloegen we over.

 

Voorbij de gofio-molen begon de terugtocht naar Puntagorda, door de benedenloop van de Barranco de Izcagua. Het was voor ons even zoeken naar dit vervolg van de route. Over het terrein van de molen daalden we af naar dezelfde asfaltweg van zo-even. We liepen nog een klein stukje over de weg  totdat we net boven het bushokje een klein geitenpaadje vonden dat de barranco in voerde.

Na ongeveer twintig meter het pad op te hebben gelopen (naar beneden), wisten we dat we goed zaten. Er wordt hier niets aangegeven, maar gelukkig had Ruud zijn wandelapp bij zich.

We liepen in de afdaling een prachtige wereld binnen die ons een beetje deed denken aan onze ervaringen, ooit in Arizona, aan de afdalingen in de Grand Canyon over de South Kaibab Trail. Uit onze mond is dat een compliment aan de ‘route-manager’ want onze beide Grand Canyon Hikes behoren wel tot de hoogtepunten in onze leventjes. Smal, steil dalend pad door een prachtige natuur, dat was het gevoel. We zagen hier wat meer bloeiende bloemen dan in Arizona. Maar goed, dat kan ook niet anders. Dit pad ligt op het Isla Bonita.

 

We liepen zigzaggend over de haarspeldbochten van het  geitenpad steil naar beneden de Barranco in, zonder te kunnen zien hoe het vervolg van onze weg er precies uit zou zien. Voor ons uit doemde de imponerende rotswand aan de overzijde van de barranco steeds vervaarlijker voor ons op. Rode steen. Grand Canyon 🙂 Leuk!

Uiteindelijk kregen we de bodem van de barranco in het zicht. Het pad bracht ons naar de droge beekbedding op het laagste punt. Door de beekbedding liepen we naar de plek waar het irrigatiewater vanuit het noorden richting het zuiden  in buizen de kloof overbrugt. Hoog tegen de rotswand zagen we enkele klimsporters op een hele andere manier een  leuke zondagmiddag beleven. Fascinerend om naar te kijken, maar ik doe het ze voor geen goud na. Voor geen miljoen!

 

We kwamen uit bij een pozo, een waterput die niet meer in gebruik is. Daar zagen we de onderdelen al vast klaar liggen voor de nieuwe kabelbaan die men vanaf de Mercadillo over de kloof heen wil aanleggen naar de overzijde bij  Las Tricias. Ooit. Is het plan. Ruud en ik hopen dat het er niet van gaat komen.

 

Vanaf de waterput klommen we over een betonnen weg de baranco weer uit, naar de zijde van ons eigen dorp, Puntagorda. Ruim vijf uur nadat we onze wandeling begonnen, keerden we zo terug op onze vertrouwde ‘Pista del Canal’. Over de pista liepen we terug naar het beginpunt van de tocht bij de voordeur van ons huis. Moe maar voldaan.

Zo beleefden we weer een geweldige wandelzondag op de noordwestpunt van ons ienie-minie-kleine eilandje, midden in de onmetelijke wijdsheid van de Atlantische Oceaan 🙂 . De wandeling komt met stip binnen in mijn persoonlijke top tien van La Palma hikes.

 

Als je deze wandeling zelf ook zou willen doen, moet je je echt vooraf goed oriënteren op de verschillende wandelpaden. De route vormt geen onderdeel van het routenetwerk van het eiland en je kunt dus niet terugvallen op de bewegwijzering die normaal op het eiland overal aanwezig is.

Als startpunt raad ik de kruising aan tussen de Camino Matos en de Pista del Canal in Puntagorda. Van hieruit klim je naar boven naar de Mercadillo van Puntagorda. Op deze manier voorkom je dat je op het einde van de wandeling een hele lange klim vanaf de bodem van de Barranco de Izcuagua naar de marktplaats moet maken; je parkeert je auto halverwege deze klim.

De wandeling is op zijn mooist in de tweede helft van januari, als de amandelbloesems zich laten zien. De afdaling vanaf de gofio-molen is gevaarlijk als het regent of als het onlangs geregend heeft,  of als het hard waait. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom deze wandeling geen deel uitmaakt van het standaard routenetwerk op het eiland. Onder deze omstandigheden: Niet doen!

Download file: Van Puntagorda naar Las Tricias en terug.gpx

Vulkaantjes Hoppen

Afgelopen zondag maakten Ruud en ik een wandeling over het lavaveld van Tacande, een uitloper van de veel grotere Llano del Jable in het centrum van het eiland. We wandelden in de schaduw van de Pico Birigoyo (meest linkse vulkaantop op de foto hieronder), mijn favoriete bergtop op het eiland.

 

De Pico Birigoyo is een vulkaan die zo’n zes duizend jaar geleden tot uitbarsting kwam. Een hete as- en gruisregen vormde aan de voet van de berg een uitgestrekt zwart landschap, de Llano del Jable, dat nog altijd zwart gekleurd ligt te bakken in de felle zon, slechts hier en daar onderbroken door groepjes groene dennenbomen. Een prachtig landschap om vanaf uitzichtpunten te bekijken vanuit je auto. Maar beter nog: een prachtig landschap om doorheen te wandelen of (Michel) doorheen te mountainbiken, als het niet te heet is. Op deze zondag in januari wándelden wij. We maakten een tocht van zo’n tien kilometer. Onze bestemming: twee kleine kegeltjes van vulkanen die veel later dan de Birigoyo-uitbarsting met hun koppen door de Birigoyo-afzetting heen brandden.

 

Het startpunt van onze wandeling lag langs de LP-301. Vanaf de tunnel door de Cumbre Nueva (LP3 van Santa Cruz naar Los Llanos) is dit een zijweg die je brengt naar El Pilar. Ter hoogte van kilometerpaal 4, vanaf de tunnel, vind je een kleine parkeerplaats in het zwarte zand, aan de rechterkant van de weg. Van hieruit loop je de vlakte op. Verdwalen kan je er niet. Wegwijzers langs de paden die door de vlakte voeren, wijzen je om de paar honderd meter de weg naar alle bestemmingen die er zijn.

Onze eerste bestemming was de kraterrand van de Montaña Quemada, ook wel bekend als de Vólcan Tacande. Dit vulkaantje kwam rond 1480 tot uitbarsting, vlak voordat de Spanjaarden begonnen aan hun verovering van  La Palma op de oorspronkelijke bewoners. Een grote, supersnelle lavastroom stroomde met een ruime bocht door het land de oceaan in. Ruud, die heel veel weet van vulkanen, maar daar niets over wil schrijven in dit blog, wist mij te vertellen dat de lavastroom wel tot zo’n 100 kilometer per uur moet hebben gestroomd. Het moet een enorme ramp zijn geweest voor de Benahoares, de voor-Spaanse bevolking van het eiland.

 

Een smal, steil, maar goed begaanbaar keienpad leidt je aan de voet van de vulkaan door kleine dennenbosjes en langs een dichter dennenbos naar de kraterrand toe. Je kunt van hieruit via een nog smaller pad naar de top klauteren. Maar waarom zou je dat willen? De top van de Quemada is begroeid met bomen. Je ziet dus niets, geen uitzicht. Wel een mooie, beetje mystieke wandeling naar de kraterrand. Het valt me in dit gebied altijd weer op: je loopt onder de rook van de stadjes El Paso en Los Llanos, en toch kom je geen mens tegen en hoor je alleen het suizen van de wind en het ruisen van de dennenbomen.

 

Aan het eind van het wandelpad heb je een goed uitzicht op de nog altijd kale gestolde lavastroom en het landschap daarachter. Je ziet de Pico Bejenado in volle glorie voor je liggen en aan de voet daarvan de groene weilandjes van Llano de las Cuevas. Als je geluk hebt komt de wind uit het noordoosten en stroomt de beroemde wolkenwaterval over de kam van de Cumbre Nueva. Dat geluk hadden we vandaag niet. Het uitzichtpunt is een prachtige plek als je wilt zien hoe het vulkanische landschap van dit deel van het eiland laag over laag en uitbarsting na uitbarsting vorm heeft gekregen.

 

Na een korte lunchpauze keerden we over hetzelfde pad terug naar de zwarte zandvlakte. Langs de rand van de vlakte liepen we vervolgens, gestuurd door de bewegwijzeringsbordjes, over bospaden richting onze tweede bestemming van vandaag: de Montaña de Enrique. De afwisseling van bos en zwart zand in combinatie met blauwe lucht en stralende zon maakte ons tot blije lente-wandelaars. We zijn mentaal nog steeds een beetje aan het bijkomen van de afgelopen koude en sombere regenweken.

 

Op de grens van de zandvlakte en het dennenbos kwamen we ‘bloedmos’ tegen. Kleine rode mosplantjes die de grond rood doen kleuren. Ik weet niet wat de echte naam van het ‘bloedmos’ is, de naam is van mij zelf. Wel heb ik gelezen en ook op foto’s gezien dat dit plantje heel soms de hele zwarte Llano del Jable voor een paar dagen rood kleurt. Waarschijnlijk als het echt heel veel geregend heeft, want we kwamen het plantje nu  uitsluitend op vochtige plekken tegen. Ik hoop het ooit nog eens mee te maken om een volledig rood gekleurde mosvlakte te kunnen zien.

 

De Montaña de Enrique is een vulkaan die van veel oudere datum is dan de Quemada. De berg is volledig bebost. De kraterrand is goed toegankelijk en je kunt een rondje rondom de krater lopen. Tot onze verrassing zagen we door de bomen heen een prachtig groen grasland met stenen muurtjes op de bodem van de vulkaan liggen. Daarover stond niets beschreven in de boekjes. We moesten er dus naar toe, op ontdekkingstocht.

 

Na onze ronde over de kraterrand te hebben volbracht vonden we een pad naar beneden. Aanvankelijk een gewoon bospad. Later (geen foto’s) kruipdoor sluipdoor langs struikgewas en bosheide.

 

Uiteindelijk kwamen we al zoekend en dwalend aan op de bodem van de krater en stuitten we op onderstaande bemoste muur. Aan de overkant van de muur begon het grasland.

 

Een groot contrast met het zwarte zand en het dennenbos waardoor we hadden gewandeld. Een klein paradijsje, zo groen en zo beschut en zo verborgen voor de wereld door de kraterrand. We troffen een verlaten boeren landschap aan. Compleet met terrassen met tamme kastanjebomen, (inmiddels afgestorven) amandelbomen en kleine ommuurde voormalige akkerlandjes. Nergens een spoor van een vervallen huis of gebouw. Ruud en ik hebben er misschien wel een uur rond gelopen. Op zoek naar de restanten van een boerderij (die we niet vonden) en het geheime landje in al zijn pracht opzuigend met onze ogen. Wat een mooie, geborgen plek hadden we gevonden.

 

Later weer thuisgekomen, moest er natuurlijk een bureaustudie worden uitgevoerd. Ruud vond onderstaande kleurenfoto’s uit 2019 en onderstaande zwartwitfoto’s uit 1951. De muurtjes staan er al heel lang. Maar ook in 1951 zag de krater er al verlaten uit. We zijn best nieuwsgierig geworden naar wie ooit heeft geprobeerd om in de krater een boerderij te stichten, op de boden van de vulkaan. Ene Enrique misschien? En hoe lang is het geleden dat al die muurtjes zijn gestapeld? Hoe lang is het geleden dat de kraterwereld weer werd verlaten?

 

Teruglopend door het bos en de zwarte zandvlakte kwamen we ruim drie-en-een-half uur na onze start weer terug bij onze witte caddy. In de schaduw van de grote vulkaantoppen ligt een landschap waarin je uren kunt ronddwalen, ontdekten we. Gaan we vast nog vaker doen.

 

Zo beleefden we weer een fijne zondagwandelmiddag, dit keer  op het zwarte zand in het centrum van ons piepkleine eilandje midden in de onmetelijk grote Atlantische Oceaan. 🙂

 

Download file: Vulkaantjes hoppen.gpx

In de Schaduw van de Matos

Al weer bijna twee weken geleden, op 22 november, aan het begin van de regenperiode die hier in Puntagorda nu al die tijd al  aanhoudt, maakten Ruud en ik een wandeling  vanaf onze finca naar het uitzichtpunt van de Cruz de la Reina, het kruis van de koningin. Een uitgebreide routebeschrijving van de wandeling plaatste ik al eens eerder op dit blog en kan je hier vinden.

 

Met de komst van de regenbuien kleurde het  landschap van bruin naar groen . Ruud en ik wilden wel eens weten hoe dit er aan de andere kant van de Matos uit zou zien. De Matos is het vulkaankegeltje waar we vanaf onze boomgaard altijd tegenaan kijken. Aan de achterkant van de Matos, ver weg in de diepte, heeft men ooit een stenen balkon gebouwd in de steile rotskust en daarop een houten kruis neer gezet; Het kruis van de koningin.

 

We waren net terug uit Nederland en dus nog in vrijwillige thuisquarantaine, vanwege de covid. Je kunt dan niet veel doen als je het huis even uit wil. Maar een wandeling naar dat houten kruis kan wel. Je komt op de weg er naar toe echt niemand tegen. Het kruis is geplaatst aan de rand van het Einde van de Wereld. Voor mijn gevoel. En het kijkt over het Einde van de Wereld uit.

 

Vanaf de voet van de  Matos daal je in ongeveer anderhalf uur af naar een punt op ongeveer vijftig meter hoogte boven zeeniveau. Dichter bij de oceaan kan je niet komen. De rotskust van het eiland is te steil en te gevaarlijk.

 

Tijdens de langzame afdaling wordt het voor je uit steeds blauwer.  Het brede zandpad naar beneden  voert je in brede haarspeldbochten naar de oceaan. Bij elke bocht wordt het uitzicht op de grillige noordwestkust van La Palma indrukwekkender.

 

Ik vind het hier prachtig. De rotsige hellingen, genadeloos bloot gesteld aan de wind. Het weidse water, de golven van de oceaan en de blauwe wolkenlucht daar boven. Het indrukwekkende silhouet van de ongenaakbare vulkaankegel van de Matos. Pas vanaf ‘de achterkant’, de oceaanzijde,  kan je zien dat de Matos  destijds echt een flinke vulkaan is geweest. Vanaf landzijde ziet het bergje er veel meer uit als een vriendelijk heuveltje.

 

Het uitzichtpunt met het kruis is een mooie bestemming voor de wandeling Het uitzicht is er prachtig. Het is er stil, er is geen enkel geluid vanuit de bewoonde wereld te horen. Je hoort alleen de wind en het ruisen van de branding diep onder je. Echt een mooie plek.

 

Wat naar beneden wandelt, moet ook weer naar omhoog wandelen. Als het tenminste terug wil komen op het beginpunt  van de wandeling.

 

Inmiddels hebben Ruud en ik wel wat klimspieren in de benen ontwikkeld. Waar we de klim terug naar boven vroeger best nog wel inspannend vonden, viel de terugtocht nu erg mee. Het is wel een lange terugtocht. Als je anderhalf uur afdaalt, moet je ook minstens weer anderhalf uur klimmen.

 

Onze Münsterlanders zijn waterhonden. Destijds in Twente vonden ze het heerlijk om in de beken achter ons huis te spelen en te zwemmen. Op La Palma komen ze qua waterbeleving niet echt aan hun trekken. Maar vandaag  wel…

 

Dat we direct vanaf huis zo’n prachtig stuk natuur in kunnen lopen. Een plek van leegte en ruimte. Een plek van stilte en vrijheid. We blijven het ervaren als een bron van ongelooflijke luxe en rijkdom.

 

Zo beleefden Ruud en ik met onze roedel van drie harige viervoeters weer een mooie zondagmiddag, wandelend over zanderige, nattige kustweggetjes vol met fijne modderige plassen, waar je je zelf lekker in kunt rollen, ergens op een klein, nietig eilandje midden in de onmetelijk grote Atlantische Oceaan.

Het Bos Dat Geluk Had

Op zondagen wandelen we tegenwoordig in plaats van dat we klussen doen op de finca. Daar moeten we mentaal wel een beetje ons best voor doen, want er is altijd wel werk te doen in de boomgaard. Maar 1x per week een vrije dag, dat is een dag zonder werk, is nodig, vinden we.

Afgelopen zondag liepen we in Het-Bos-Dat-Geluk-Had. We liepen onze vaste boswandeling boven Puntagorda, op de grens tussen onze gemeente en de gemeente Garaffía. Tijdens de bosbrand van ruim twee weken geleden werd juist dit gebied ernstig bedreigd. Maar de bedreigende harde noordoosten wind die voorspeld was, kwam niet en draaide op een gegeven moment zelfs  de andere kant op. Het-Bos-Dat-Geluk-Had, staat er daardoor nog, en daar zijn we blij mee.

 

Ook hier op La Palma gaat de zomer langzaam over in iets dat op nazomer lijkt. Het landschap is gortdroog, en wacht op herfstregens die pas over een  maand of twee worden verwacht, op z’n vroegst. Het eiland kan wel een keer een flink natte winter gebruiken. De hoeveelheid dennennaalden op de grond van het bos groeit weer. Je loopt weer over een nieuwe naaldenlaag, zacht onder je schoenen, maar verraderlijk glad als de weg je over steile hellingen naar beneden voert. De temperaturen zijn nog steeds zomers en vooral in de avond en nacht wil het op het moment maar niet echt afkoelen. Zo kennen Ruud en ik La Palma niet. De nachten zijn meestal fijn koel, hier.

 

Op de heenweg wandelden we met de honden door het dennenbos. Auke en Sanne deden alle hellingen minstens vier keer vaker dan wij. Voor Sanne is er niets leuker dan dat je je roekeloos over de rand van een boshelling stort en dat je  dan kijkt waar je uitkomt en tot stilstand kunt komen. Dat is soms wel veertig meter verder naar beneden! Sanne is een echte meesteres in dit spelletje. Zij werpt zichzelf met ware doodsverachting de diepte in. Zonder brokken te maken. Sanne is een behendig hondje. Auke weet niets beter te doen dan haar te volgen. Hij ontdekt vervolgens steeds weer opnieuw dat Sanne een neus voor leuke spelletjes heeft. Maar op enig moment volgt steevast ook het vergeten inzicht dat de terugweg omhoog naar het begin van de afdaling voor hem met zijn grote lichaam een stuk lastiger is dan voor de behendige en perfect uitgelijnde hellingkampioene. Dan worstelt hij zich op spierkracht en op wilskracht door de laag van dennennaalden heen, totdat ook hij weer boven is. Fenna doet het intussen allemaal wat rustiger aan. De vrolijke tijden van rennen en rond razen zijn voorbij in haar leven. Ze snuffelt nu. Maar ook aandachtig snuffelen in het bos, heeft zo z’n charmes voor een gezond nieuwsgierige  hond van gevorderde leeftijd.

Op de terugweg liepen we over de asfaltweg die kennelijk ooit door het Cabildo is aangelegd, en daarom de Pista del Cabildo heet; de CollegeVanBurgemeesterEnWethoudersWeg, vertaald naar een Nederlandse kontekst. Je moet er maar op komen, op zo’n naam. Maar de Pista del Cabildo is een prachtig asfaltweggetje dat zich  tussen de wijngaarden door slingert, met mooie vergezichten over bosrijke heuvels en de zee. Een weg vrijwel zonder autoverkeer. Een hele mooie wandel- of mountainbikeweg, dus. Goed gedaan Cabildo!

 

We ontdekten een nieuwe terugweg naar het beginpunt van onze wandeling, met een veel minder steile klim op het einde van de route. De lijnwandeling die we altijd volgden, wordt met deze kleine omweg een soort van luswandeling.

 

Op het eind van de wandeling passeerden we de bovenloop van de Barranco  de Izcagua, die de gemeenten Puntagorda en Garafía van elkaar scheidt. Op de plaats waar we begonnen en eindigden liepen we bij wijze van ‘toetje’  nog tegen een prachtig uitzicht over de druivenvelden en de oceaan aan, terwijl de zon zich langzaam klaar maakte voor zijn dagelijkse ondergang.

 

Zo beleefden we weer een hele leuke wandelzondagnamiddag, in het bos en tussen de druiven, ergens op een piepklein eilandje, midden in de weidse wateren van de onmetelijk grote Atlantische Oceaan. 🙂

 

Download file: Het bos dat geluk had.gpx

Zondagmiddag op mijn Favoriete Bergtop

Zondagmiddag. Prachtig weer. Wandelen. Na vier keer uitstel en afstel  in de afgelopen maanden, deden we vandaag eindelijk de wandeling naar mijn favoriete bergtop op La Palma. De Pico Birigoyo. Voor het eerst, dit jaar.

 

Meer uitgebreide informatie over deze wandeling, inclusief routebeschrijving, kan je hier vinden. Voor nu laat ik alleen de plaatjes zien.

Plaatjes van De Klim, van El Pilar,  door het bos en over de lava-hellingen naar boven.

 

Plaatjes van De Wandeling over het kleine plateau dat direct onder de uiteindelijke top ligt.

 

Plaatjes vanaf De Top:

Het is altijd zo mooi hier. Je kunt vanaf hier vrijwel het hele eiland overzien. Het landschap om je heen barst van de kleuren. In de verte zie je de eilanden Tenerife en  La Gomera in het zuidoosten en El Hierro in het zuidwesten.

 

Plaatjes van De Afdaling, terug naar El Pilar. De afdaling is steil! Eigenlijk moet je wandelstokken meenemen om deze afdaling op een veilige manier te kunnen doen. Wij vergeten die stokken altijd en komen er dan steeds weer achter dat we moeten onthouden om de vier extra benen de volgende keer NIET te vergeten…

 

We begonnen aan de wandeling rond half 1 in de middag. Rond vier uur waren we weer terug op de kampeerplaats van El Pilar. Zo beleefden we op onze wandelschoenen weer een hele leuke zondagmiddag, op een bergtop van een piepklein eilandje, ergens midden in de onmetelijk weidse wateren van de enorme Atlantische Oceaan 🙂 .

Rondwandeling Puntagorda

Na de hittegolf die maar bleef duren, was het  afgelopen zondag heerlijk koel met een middagtemperatuur tot rond een graad of vijfentwintig. Er stond daarbij een stevige bries. Ruud en ik besloten een dagje uit te gaan waaien. Zonder in de auto te hoeven stappen. We deden onze rondwandeling (beneden langs) Puntagorda.

 

We begonnen de wandeling bij de Mercadillo van Puntagorda. Voorlangs het marktterrein, aan de kant van het dorp, gaat een zandpad naar beneden het dennenbos in. Als je dit pad op loopt kom je al snel  een wegwijzer tegen. Vanaf hier  volg je de geelwit gemarkeerde route naar het Mirador de los Dragos, de grote drakenboom bij Puntagorda. Bij de drakenboom aangekomen, loop je langs een andere weg weer terug naar het dorp. In totaal loop je dan ruim vijftien kilometer. Wij begonnen rond 12.00u en waren om 18:30 weer terug in ons huurhuis. Tussendoor brachten we een klein uur door op onze finca, die op een derde van de loopweg langs de route ligt.

 

De wandeling voert je door een afwisselend ‘cultuurlandschap’. Je loopt door  kleine dennenbossen en langs boomgaarden en akkers, over smalle zandpaadjes en binnenweggetjes. Het gaat heuvel op en heuvel af. Op de achtergrond is altijd de blauwe oceaan aanwezig. Zeker als je de tocht voor het eerst loopt, zie je voorbij elke bocht in de weg weer iets nieuws, dat je aandacht vangt.

 

Bij de schuurtjes op de foto hieronder begin je aan de afdaling van de eerste barranco op de route; de Barranco de Animas. Voorbij deze schuurtjes twintig meter doorlopend over de weg, zie je de links van de weg een bekend plaatje opdoemen, als je een trouwe lezer van dit blog bent. Voor ons was er lunch met brood, mojo en koffie zittend op de drempel van ons huis in aanbouw.

 

Terug naar de schuurtjes en dan in korte tijd twee barranco’s doorkruisen; de Barranco de Animas en de Barranco San Mauro.

 

Na de laatstgenoemde barranco kom je uit bij het kerkje van San Mauro. Op het onverharde pleintje voor de kerk is een watertap aanwezig met drinkbaar water. Voorbij de kerk sla je links af en klim je over de asfaltweg een klein stukje de bebouwde kom van Puntagorda in.  Vrij snel vind je een wegwijzer die je langs de rand van de bebouwing naar rechts stuurt. Door verlaten boomgaardjes klim je langszaam omhoog naar de heuvels ten zuiden van het dorp.

 

Na de geleidelijke klim volgt een vrij scherpe afdaling, ter hoogte van Don Pancho, een heuvel met een vlakke top waarop een grote telecominstallatie is gebouwd. Je daalt af naar de Pista del Canal, een vlakke weg die parallel loopt aan het irrigatiekanaal voor bananenwater. Dit pad volg je een tijd lang in zuidelijke richting.

 

Op ongeveer twee derde van de route, tref je deze wegwijzer aan. Helaas moet je de aangewezen route ook echt gaan lopen. Wat volgt is een best zware klim, waarin je in ongeveer 1,2 kilometer een hoogteverschil van ca. 300 meter overbrugt. Ja, klopt, dat is een kleine anderhalve kilometer lang klimmen met een gemiddeld hellingspercentage van 25%. Dat is best zwaar. Maar te doen. Rust nemen als je buiten adem bent. Even om je heen kijken. Dan weer verder klimmen. Het is mooi hier, als je aan het uithijgen bent.

 

Het einde van de klim is wat minder zwaar. Je loopt over een glooiend landschap, nu veel geleidelijker naar omhoog.

 

Aan het einde van de klim, wordt het eindpunt van de route zichtbaar. De drakenboom ten zuiden van Puntagorda. Beetje misleidend is dit uitzicht echter wel. Je moet voordat je bij het uitzichtpunt onder de boom arriveert, eerst nog afdalen in de Barranco del Roque, en hier weer uit klimmen. Dat is niet altijd een straf. In de winter en in het voorjaar is het  prachtig groen in deze barranco. Vanaf maart tot eind mei loop je er door een zee van bloeiende veldbloemen. Onder de drakenboom vind je wederom een tap met drinkbaar water.

 

Vanaf de Mirador de los Dragos daal je weer een klein stukje af om langs de roodwit gemarkeerde route terug naar Puntagorda en de Mercadillo te lopen. Je volgt een stukje van de Camino Real, de wandeling die langs de kust van het hele eiland loopt. Vanaf hier loopt de wandeling vlak of dalend. Je bent aan het uitlopen. Je loopt door de wijk El Roque totdat je arriveert bij de grote weg, de LP1. De Camino Real voert je over deze weg naar boven. Wij kiezen ervoor om langs de stoep met de witte ballustrades langs de LP1 rechtstreeks naar het dorp te lopen.

 

Ter hoogte van de wijk Fagundo verlaat je de LP1. Als je links  een lampenwinkel (Ayumar) ziet, sla je schuin links af een dalende asfaltweg in en loop je naar het centrum van het dorp. Er gaan op dit punt meerdere affaltweggetjes linksaf naar beneden; je moet de meest noordelijke van deze wegen inlopen. Je komt dan na een minuut of vijf  uit bij het gemeentehuis. Rechts van het gemeentehuis loop je langs ‘de klok’ de brede weg op. Over de ‘Avenida de los Almendros’ loop je dwars door het dorp terug naar de Mercadillo.  Voor ons lag het eindpunt van de wandeling in het dorp zelf.

 

Meer foto’s van deze wandeling vind je op deze pagina.  Je krijgt dan vooral een idee hoe het landschap langs de route er in het voorjaar uitziet. Tot slot nog een tip: Zoals bij elke rondwandeling kan je ook deze rondwandeling in omgekeerde richting lopen. Doe dit dan niet zonder wandelstokken mee te nemen. De beschreven steile klim op het einde van de route, vlak onder de drakenboom, wordt in omgekeerde richting een steile afdaling. Zonder wandelstokken is deze afdaling erg lastig en zelfs een beetje gevaarlijk. Je kunt gemakkelijk een schuiver maken als je uitglijdt over de droge dennennaalden op het hellende pad. Als je hier schuift, schuif je meteen een heel stuk naar beneden. Dat wil je niet. Stokken meenemen dus als je de wandeling in de omgekeerde richting maakt!

 

Download file: Rondwandeling Puntagorda.gpx

Lopen naar Tijarafe

De zondag is bij ons thuis  weer ‘de wandeldag’, sinds het afgedwongen corona-huisarrest op La Palma voorbij is. Afgelopen zondag, op de eerste dag van wat ze hier in Spanje het ‘nueva normalidad’ noemen, maar ook op de eerste dag van de zomer 🙂 , maakten Ruud en ik ons bekende wandeltochtje van Puntagorda naar Tijarafe.

We vertrokken te voet vanuit het Boeddhahuis en liepen het dorp in.

 

Voorbij het dorp kwamen we terecht in het mooie baranco-dalletje onder de grote drakenboom van Puntagorda.

 

Door het bos naar Tinizara, klimmen en dalen. Met af en toe geweldig mooi uitzicht op het blauw van de de oceaan en de hemel daarboven.

 

Voorbij Tinizara steil naar beneden, naar de bodem van weer een nieuwe, diepe baranco. En weer omhoog, die baranco uit.

 

Daarna kuierend over min of meer vlakke landweggetjes tot aan Tijarafe.

 

Ik zou nog veel meer prachtige foto’s gemaakt kunnen hebben en kunnen laten zien, ware het niet dat deze wandeling misschien al voor de vierde keer op dit blog beschreven wordt. Ruud en ik zijn nou eenmaal nooit te beroerd om dingen die we leuk vinden om te doen, nóg een keer te doen, en daarna nóg eens, en daarna nóg eens. Voor meer foto’s en meer uitgebreide informatie over deze wandeling, verwijs ik daarom naar  deze blogpost uit 2018.

 

De kiosko van Tijarafe, waar we een lekkere hamburger hadden gepland, was helaas gesloten. We moesten ons behelpen met een drankje op een van de stoepterrasjes langs de hoofdweg van het dorp, waar de tafeltjes tegenwoordig keurig anderhalve meter uit elkaar staan,  en een zak meegenomen winegums bij de bushalte.

Daarna met de bus terug naar Puntagorda en het Boeddhahuis. Wederom beleefden we een bijzonder leuke wandelmiddag op ons kleine, nietige eilandje, een puntje van rots en zand in de onmetelijke weidse watermassa’s van de  Atlantische Oceaan. 🙂