Vier weken verder

Vandaag vier weken geleden barstte de vulkaan (die nog altijd geen naam heeft) uit. Vier weken waarin de lava steeds weer een nieuwe route koos, met vernietiging, asregens, smog, gebulder en (de laatste week steeds nadrukkelijker voelbaar) aardbevingen. De vulkaan heeft er duidelijk nog flink zin in, en niemand durft te voorspellen wanneer  het afgelopen zal zijn. Voor degenen die zich zorgen maken: in Puntagorda  is het veilig, en bestaat de enige overlast uit wat as en af en toe een voelbare trilling.

 

Maar elders op het eiland is het toch echt een enorme ramp, met intussen bijna tweeduizend huizen en gebouwen die zijn vernietigd en zevenduizend mensen die geëvacueerd zijn (op een bevolking van 80.000). Wat de schade vooral zo groot maakt, is de lokatie van de uitbarsting, direct boven dichtbebouwd gebied. De kaartjes laten trouwens de situatie zien van gisteren (16 oktober).

 

Intussen proberen Oscar en zijn mannen door te werken aan het kleine huis. Het gaat langzaam want één van de mannen woont in bedreigd gebied en is inmiddels met zijn hele familie geëvacueerd. Dan heb je wel wat anders aan je hoofd dan werk. Ze hebben de veranda nog af kunnen maken, en daarmee is het huisje ook bijna af. Er ontbreekt alleen nog een afdakje boven de voordeur. Daarna kan ik aan de gang met de tuin en met de aarden wallen aan weerszijden van de stenen muur.

 

Het spannendst is nog steeds het dossier “elektriciteitsaansluiting”. De relatie met de bovenbuurvrouw is weer ouderwets moeizaam, en ook gemeente en stroombedrijf werken niet erg mee. Het stroombedrijf wil dat een al aangelegd deel alsnog bovengronds via palen wordt overbrugd, maar de gemeente staat op onze lokatie geen bovengrondse leidingen toe. De oplossing is om voor dit stuk dan maar een andere route te kiezen, met een nieuwe sleuf die vlak langs het terrein van de bovenbuurvrouw gegraven moet moet worden… Het is gelukkig niet óp haar terrein, maar ik kan me haar reaktie al aardig voorstellen. Wordt vervolgd…

Binnenin het kleine huis ben ik zelf aan het werk. De keuken, slaapkamer en  badkamer zijn bijna klaar. Het gaat langzaam maar gestaag. Alleen de woonkamer is nog een puinhoop; die staat vol met spullen uit de schuurtjes omdat die worden opgeknapt. Te zijnertijd krijgen de uit Nederland meegebrachte teakhouten meubelen hier een plek. Ik ben benieuwd in welke staat ze zijn na pakweg drie jaar in de container te hebben gestaan…

 

Het is leuk om het huisje te zien vorderen, maar ook frustrerend dat het zo ontzettend langzaam gaat. De bouwstress is blijkbaar een constante, en het zal een pak van m’n hart zijn als het dossier elektriciteitsaansluiting kan worden afgesloten. Want dan is het toch écht (bijna) klaar.

Opkrabbelen

Het is nu een maand geleden dat Teunis overleed. Sindsdien is het een emotionele en hectische tijd geweest waarbij ik steeds in een soort overlevingsstand heb gestaan. Mijn ene hersenhelft was continu bezig om van alles te regelen, de andere probeerde te bevatten wat Teunis en mij in de voorgaande weken allemaal is overkomen. Gelukkig hebben beide hersenhelften hulp gekregen, van vele kanten.

Het is ook een tijd geweest van nadenken en knopen doorhakken. Ik heb al vrij snel besloten dat ik terug wilde naar La Palma, en dat ik wilde doorgaan met onze plannen. Ik heb besloten om ons project af te maken, in afgeslankte vorm met één huurhuisje-met-zwembad, en dat ik daarna een tijd lang rust wil, zonder bouwactiviteiten om me heen. Ik heb mezelf een jaar de tijd gegeven om erachter te komen of ik het op La Palma weer naar m’n zin ga krijgen, of er weer iets van blijheid terugkomt in het dagelijkse leven. Want ik ben in praktische zin misschien een heel eind opgekrabbeld, emotioneel is er nog een lange weg te gaan. Na dit “bezinningsjaar” zie ik wel weer verder.

En zo heb ik ook, na toch wel lang twijfelen, besloten dat ik een poging ga wagen om het blog voort te zetten. Geen idee of ik het volhou, maar hier gaat ‘ie dan:

Sinds 5 augustus ben ik weer op La Palma, in gezelschap van Angelique die niet wilde dat ik alleen thuis zou komen. Dankzij een invoelende manager mag ze een paar weken op afstand haar werk doen, zodat ik wat kan wennen voordat ik voor het eerst echt alleen thuis ben.

 

Het was ontzettend fijn om te zien hoe goed er tijdens onze afwezigheid voor alles was gezorgd door onze vrienden op La Palma. De voortuin stond er prachtig bij. Als we van een vakantie terugkwamen dan liep Teunis altijd eerst door de tuin, en ik weet zeker dat hij dat nu met veel plezier zou hebben gedaan. Het was voor mij het eerste emotionele momentje bij thuiskomst.

 

Ook de honden hebben het overduidelijk goed naar hun zin gehad. Dankzij lange wandelingen door de velden hier in de omgeving, zat hun vacht helemaal vol met stekelige zaden. De uit Nederland meegebrachte klittenkam en een schaar brachten gelukkig uitkomst. Overigens is het op dit moment erg warm, 37 graden, en doen we het qua wandelen rustig aan. Ik vraag me af wat er in die koppies omgaat, zouden zij Teunis nog missen?

 

De boomgaard had wel enig maaiwerk nodig maar voor mij was het als een soort therapie. ‘s Ochtend een paar uur werken achter de computer, ‘s middags boodschappen doen, de administratie bijwerken, onderhoud aan de boomgaard of klussen in het vakantiehuisje. Een drukke agenda maar zo zal het vanaf nu gaan.

 

Het vakantiehuisje nadert nu echt zijn voltooiing. Nog even en ik kan binnen aan de slag met schoonmaken en het installeren van de keuken. En als het gaat zoals ik hoop, wordt er in september een zwembad  gebouwd en een tuin aangelegd. Daarna moet het klaar zijn. Vamos a ver.

Even bijpraten dan maar…

‘April voorbij, boekhoudertjes blij’,  zegt het aloude Nederlandse spreekwoord. En zo is het. Alle deadlines voor het opstellen van jaarrekeningen en het indienen van belastingaangiftes werden weer gehaald. Maar er was niet veel tijd voor iets anders in de afgelopen weken. En als die tijd er even wel was, was er de fut niet. Maar nu is het 2 mei. April is voorbij. De boekhouder is blij. Tijd om even bij te praten. Tijd voor een nieuwe blogpost.

Los van de jaarlijkse werkpiek, kabbelden de dagen eigenlijk een beetje voorbij. We plukten en verkochten sinaasappels en avocado’s, dronken ook heel veel (overheerlijke, zoete) sinaasappelsap en aten veel gerechten met guacomole. De avocado’s zijn voor dit jaar geplukt en de sinaasappeloogst loopt op de laatste benen.

 

De bloesems zijn verdwenen uit de citrusbomen. De nieuwe vruchten voor volgend jaar volop in de maak.

 

Maar met fruitbomen zijn er altijd fruitbomenzorgen, weten we inmiddels. ‘Opeens’ ontstaan er bij een flink  aantal van de sinaasappelbomen kale takken in de richting waar de (koude) noordenwind vandaan komt. Wat is dit nu weer en wat moeten we er aan doen? Zo is het altijd wat. Gelukkig is Marc weer op het eiland. Marc is een goede kennis uit Zwitserland die een paar honderd meter boven ons aan de Camino de Pinto een sinaasappelboomgaard bezit. Die boomgaard heeft hij al meer dan twintig jaar. Hij is dus ‘sinaasappelexpert’. We hopen dat hij kan duiden welk type plaagbeestje er nu weer achter de kaal wordende takken zit en hoe het beestje bestreden moet worden. Er zijn overigens helemaal geen beestjes te zien op de bomen…

 

Boer-en-tuinder-zorgen zijn er ook een beetje over de avocado-bomen. Hieronder zie je een plaatje van een ‘goede’ boom, uit de jonge aanplant. Maakt bloemen aan. Maakt nieuwe bladeren aan. Dat moet ongeveer in april gebeuren. In april stijgen normaal gesproken de temperaturen hier weer en avocadobomen houden van warmte.

 

Maar veel van onze nieuwe-aanplant-bomen die het tot voor kort heel erg goed deden, maken momenteel uitsluitend bloemen aan en geen blad. We hadden een ‘koud’ voorjaar hier, met relatief veel regen. Is het  voor sommige bomen te koud geweest? Is het te nat geweest? En waarom dan voor andere bomen niet? Is er iets anders aan de hand? We weten het niet. Alles blijft gissen. We wachten maar even af, wat er de komende weken gebeurt.

 

Vanuit de bloemen horen bladeren te worden aangemaakt. Bij de probleembomen gebeurt dit echter niet.

 

Op een grote helling, in het midden van onze boomgaard, ben ik vorig jaar een ‘proeftuintje’ begonnen, zeg maar mijn eigen fieldlab, alleen dan wat goedkoper. Ik wilde uitproberen of het zou kunnen lukken om met kleine stekjes uit de bermen hier iets van een natuurlijke, onderhoudsarme beplantingszone te maken. Vorig jaar oktober, aan het einde van de zomer, zag de proeftuin er zó uit:

 

Eind vorig jaar was de conclusie dat het op deze manier haalbaar zou zijn om veel van de droge kale hellingen en taluds in onze boomgaard, met deze werkwijze op een mooie, maar goedkope manier een wat groenere aanblik te geven. Hoewel je het op de foto’s hierboven nog niet echt kunt zien, denk ik, zag ik dat de ienieminiestekjes aansloegen in de grond en na een eerste moeizame periode flink begonnen te groeien.

Ik had echter buiten de winter gerekend. Ik schreef het al: het was hier nat en koud, dit voorjaar. Voor La Palma-begrippen dan. Overal spoot het kruid omhoog met als resultaat dat we ongeveer twee maanden lang konden genieten van een bloemenpracht op onze kale hellingen, zoals we nog nooit hadden gezien. Echt heel mooi. Maar met een desastreus effect op de proeftuin. Er was geen plantje meer te zien, alleen nog maar onkruid.

De foto hieronder geeft je een indruk hoe alles er uit zag, nadat de omgeving van het tuintje door Ruud was gemaaid. Alle proefplanten overwoekerd en vast en zeker verstikt, dacht ik.

 

Maar dat viel mee. Op een zaterdag in april ben ik met mijn blote handen het onkruid gaan verwijderen. De beplanting kwam beetje bij beetje weer te voorschijn. Gezond en wel en flink gegroeid. Alleen de grondbedekkers hebben geen weerstand kunnen bieden aan het onkruidgeweld en werden weggedrukt.

 

De beplanting gaat het wel redden, weet ik nu. Met name de agaves gaan ooit heel groot worden en een een soort van ‘muur’ vormen met elkaar, zoals de bedoeling was. Ik zoek nog naar een idee om totdat het zover is,  toch iets van een begroeiing tussen de planten door te krijgen. Ik ga het deze zomer nog een keer proberen met inheemse grondbedekkers, denk ik.

Twee weken geleden begonnen we eindelijk het het Grand Project van het aanleggen van een volwaardige  aansluiting van ons terrein op het electriciteitsnetwerk. Hieronder zie je een overzichtkaartje. De rode lijn (van rechts naar links) geeft aan wat er moet worden aangelegd om onze huizen te kunnen voorzien van stroom en van supersnel internet. De blauwe lijn geeft de grens aan tussen ons terrein en dat van onze bovenbuurvrouw. Zoals je kunt zien moet het overgrote deel van de  werkzaamheden op haar terrein plaats vinden. We kwamen tot een afspraak. Zij formaliseerde haar toestemming door de verklaring te ondertekenen die het elektriciteitsbedrijf in een situatie als deze verlangt.

 

Ik ben niet zo van de techniek, dus je krijgt van mijn geen beschrijving van alle ins-en-outs van de uitgevoerde werkzaamheden. Maar alles zag er ongeveer zó uit. We vroegen dus nogal wat van onze buurvrouw. Gelukkig was ze niet zelf op het eiland, zodat ze de tijdelijke ontwrichting van haar terrein niet met eigen ogen heeft hoeven te zien.

 

We compenseren haar voor de overlast die we bezorgen. De instorting van haar muur die onze kavels van elkaar scheidt, wordt op onze kosten gerepareerd. Daarnaast wordt er op haar terrein op onze kosten een betonnen weggetje aangelegd, zodat één van haar vakantiehuisjes beter bereikbaar wordt. De werkzaamheden worden door onze aannemer uitgevoerd.

Als ik dit schrijf zijn de werkzaamheden nog niet helemaal afgrond. Alles gaat op z’n Palmees. Een planning, is een planning, is een planning. Maar die voer je stapje voor stapje uit. En pas als je stapje1 hebt gehad, bekijk je welke problemen je tegenkomt bij de uitvoering van stap2.  Uiteindelijk zullen we er wel gaan komen.

Halverwege de werkzaamheden hadden we toch weer een akkefietje met bovenbuurvrouw. Zij legde na een telefoontje aan Ruud met veel misbaar en geschreeuw het werk op haar terrein stil, op een moment dat er onomkeerbaar al heel veel van onze investering in haar grond was gestoken en stelde aanvullende compensatie-eisen die ons veel geld zouden gaan kosten. Stress. Conflict. We voelden ons onheus bejegend en tegelijkertijd ook vakkundig klem gezet. Gelukkig wist iemand uit haar omgeving te bemiddelen en lijkt het erop dat we alsnog een afspraak hebben. Het werk kan in elk geval weer door. Rechtstreekse communicatie met buurvrouw is echter niet meer mogelijk. Het leven op La Palma gaat soms niet over rozen. We hebben het ermee te doen. Inmiddels loopt het werk weer. Onze buurvrouw heet weer ‘boze bovenbuurvrouw’, en we gaan haar maar zoveel mogelijk proberen te negeren. Jammer dat alles zo is gelopen na het overlijden van haar vader. Hij was een prettige man in de omgang.

Met de graafwerkzaamheden voor de stroomaansluiting was er eindelijk ook  een pala, een graafmachine, aanwezig om achter ons Grote Huis de grond aan te vullen. Een half jaar na oplevering is het grondwerk rondom ons huis nu helemaal af.

 

Ook de tuin tussen het huis en de Camino de Pinto begint vorm te krijgen. Geplante struiken en stekjes hadden grote moeite om te aarden in onze ‘lava-klei’. Het duurt soms meerdere  maanden voordat een geplante struik of plant aanslaat. Ik denk dat de grond eenvoudigweg te hard en te zuurstofarm is voor kleine beginnende worteltjes. Maar er is bijna niks over de kop gegaan. Alles groeit en bloeit nu. Over een jaar of twee, drie zijn de struiken zo groot gegroeid dat we ‘vrij’ van de weg zitten, denk ik. Tussen ons terras en de Camino in groeit dan een muur van bloemrijke struiken.

 

In het begin van april hadden we een week lang flink veel regen. Ik schreef het al: het is een koud, nat voorjaar op het eiland. Na de regens verschenen de bichos.

 

Niet 1, niet 2, maar misschien wel 10.000. De dag was voor ons, maar de nacht was voor de Bichos. Na elke schoonmaakactie kwamen ze weer met legioenen tegelijk vanuit het gras ons terras en daarna onze muur bezetten. De buitenmuren zaten er helemaal vol mee. Ik heb er geen foto’s van gemaakt, kon het niet aanzien. Inmiddels is de plaag met een ‘middeltje van de Colmegran, dat Ruud mocht kopen omdat er verder geen klant in de winkel aanwezig was,  weer onder controle. Voor het gebruik van dit soort middeltjes moet je op La Palma eigenlijk eerst een cursus volgen en dan een vergunning krijgen, voordat je het in de winkel mag kopen en mag gebruiken bij je eigen huis.

We hadden dus veel proteïnen rond lopen op de stoep van ons huis. Ik heb het er het Klingon-Zomer-Receptenboek op na geslagen en we hebben er heerlijk van gegeten. Gaghschotel met Guacomoledip.

 

Onze Fenna werd twaalf in april. Dat is een hele leeftijd voor een hond. Hoewel alles al een tijdje wat trager gaat bij het hondje, maakt ze op ons nog een fitte,  gezonde en levenslustige indruk. Met het klimmen van de jaren, zien we haar meer en meer karakter krijgen. Eigenzinnig. Op een hele introverte manier nieuwsgierig. Altijd zoeken naar gemak en comfort. Als het op het moment van  brokjes-krijgen aankomt, kan Fenna klok kijken. Wat ons betreft doet Fenna op deze manier nog een flink aantal jaren met ons mee.

 

De maand april stond voor ons ook weer eens in het teken van wachten. We wachtten, en wachten nog steeds, op de zak met geld die ‘hypotheek’ heet. Ik ga de hele geschiedenis hier niet herhalen, maar trouwe lezers weten dat Ruud en ik bezig zijn met een vermelding in het Guiness Book of Records te krijgen als het gaat om de langst lopende hypotheekaanvraag aller tijden.

 

‘Dos semanitas’ vertelde de taxateur ons, toen hij voor de tweede keer de waarde van ons plot kwam opnemen. Twee weekjes had hij nodig om zijn rapport aan de Caixabank te kunnen overleggen. Inmiddels gaan we  Semanita Cinco in. Wachten duurt altijd lang. Op La Palma is wachten op instanties en autoriteiten echter tot een levenskunst verheven. Een levenskunst die Ruud en (vooral) ik niet altijd even goed beheersen. We zullen echter wel moeten. In de maand mei moet alles rond komen, anders is het geld op en zetten we ons project na het afbouwen van het Eerste Kleine Huis stop. In dat scenario sparen we het Tweede Kleine Huis zelf bij elkaar. Dat lukt uiteindelijk wel, maar zou toch een flinke financiële strop voor ons zijn. We lopen dan immers flink wat verhuurinkomsten mis in de komende twee jaar.

We maken er ons nog steeds niet al teveel zorgen over. Cijfers liegen meestal niet, dus die aanvraag komt uiteindelijk wel goed. Maar als iemand ons drie jaar geleden in Nederland zou hebben verklaard dat rond de hypotheekaanvraag dit scenario zich zou gaan ontrollen, weet ik zeker dat we ander plan hadden gemaakt voor onze toekomst. Met dank aan de makelaars met wiens hulp wij destijds de aankoop van ons terrein regelden. Hún onzorgvuldigheid, gecombineerd met óns vertrouwen in hun deskundigheid, liggen ten grondslag aan de problemen met de hypotheek.

Slowmotion Island, noem ik La Palma vaak in mijn gedachten, op de meer sombere momenten. Je moet ermee leven, maar dat valt niet altijd mee. Ik moet dan ook altijd aan een tv-serie uit mijn vroegste jeugd denken. Tita-tovernaar. ‘Dan doe ik DIT.. en alles staat STIL…’ Tica en haar vader waren hier vaak rond. Ik moet maar eens op zoek naar het Luchtkasteel.

 

Tegelijkertijd bedenk ik me dan maar dat Ruud en ik destijds onder andere voor een toekomst op La Palma kozen vanwege de rust en de kalmte die  voor ons gevoel  als een weldadige deken over het dagelijkse leven op het eiland hangt. Die rust en die kalmte kennen natuurlijk ook een keerzijde. Een ietwat verstikkende keerzijde, waarin de tijd langzaam pruttelt in de kookpot van Grobelia en alle haast en initiatief wordt gesmoord in een papje van papier en procedures.  Dat moeten we dan maar accepteren. Niemand lijkt zich echt druk te maken hier 🙂 . Geen 24u-economie hier.  Geen 24/7 bereikbaarheid en actie. Fijn en niet fijn. Tegelijkertijd.

 

Wat vind je trouwens van het uitzicht vanuit mijn kantoortje, aan het einde van een werkdag?

Laatste Loodjes voor het Eerste Kleine Huis

De bouw van het Eerste Kleine Huis is in de fase van de Laatste Loodjes aanbeland. En zo als het gaat met laatste loodjes, ze wegen altijd zwaar. De afronding van alles verloopt in een tergend traag tempo. Semana Santa (dat is de week voorafgaand aan Pasen, waarin vrijwel heel Spanje vrij heeft, een beetje vergelijkbaar met de week tussen kerst en oud-en-nieuw in Nederland); De meniscus-blessure van Jorge;  Een overlijdensgeval in de familie van Óscar;  En natuurlijk het trage tempo waarin onze hypotheek tot stand komt;  het werkt allemaal niet mee aan een snelle afronding. Terwijl Ruud en ik er zó aan toe zijn om het huisje ‘af’ te hebben…  Maar goed, uiteindelijk komt alles toch wel goed, op La Palma. Dus het huisje zal ook wel afkomen.

Vandaag komt de taxateur om de waarde van ons grondstuk en ons project te bepalen. We hopen dat hij een beetje tempo kan maken met het opstellen van zijn rapport. Als het goed is, geeft dat rapport het laatste groene licht dat nodig is voor onze hypotheek.

Het Eerste Kleine Huis staat er nu zó bij: Aan de buitenkant is alles klaar, behalve de laatste verflaag op de muren en het terras aan de oceaanzijde van het huis. Ook moet er nog een halve veranda aan de oceaanzijde van het huisje worden gemaakt door de timmermannen. In een vervolgfase komt er dan nog het zwembad, ook aan de oceaanzijde van het huis. En natuurlijk moeten we de tuin rondom het huis nog gaan inrichten.

 

Ook binnen is alles vrijwel afgerond. De binnenzijde van het dak moet nog met een laatste brandwerende laklaag worden afgewerkt. Die laag geeft het dak ook een nog net iets donkerder kleur en zorgt ervoor dat het hout een beetje gaat glimmen. De muren zijn afgewerkt. De stenen vloer en stenen plinten zijn afgewerkt. De binnenhuis-aansluitingen voor de elektra en het water zijn afgerond. Normaal gesproken zou Ruud nu bezig zijn met het inbouwen van de keuken. Maar. We wachten op het los komen van de hypotheek. In de douche moet nog een glazen spatscherm worden aangebracht. Na dit alles kunnen we gaan schoonmaken en kunnen de meubels vanuit de container en vanuit diverse winkels worden ingevlogen.

 

Tijdens de voorbije regenperiode gebeurde er achter ons betonnen schuurtje dít. De terrasmuur van onze bovenbuurvrouw, tevens de erfgrens tussen ons terrrein en haar terrein, stortte gedeeltelijk in. De instorting gaf gelukkig geen grote schade, hoewel dat wel had kunnen zijn, want onze irrigatiewaterleiding (waarop een enorm hoge waterdruk staat) werd bedolven onder een aantal grote rotsblokken. Buurvrouw in paniek. Want dit moet zij repareren. Maar zo’n reparatie is nog niet zo gemakkelijk en kost een hoop geld.

 

De ineenstorting van het muurtje was voor ons een beetje een geluk bij een ongeluk. Door het voorval kwamen we in gesprek met Marcos, de zoon van boze bovenbuurvrouw. Hij beheert het terrein en de vakantiewoningen op het terrein tijdens haar aanwezigheid. Marcos is de redelijkheid zelve en wist met zijn moeder in gesprek te komen over de door ons gewenste aansluiting van ons terrein op het elektriciteitsnet. In de veruit goedkoopste variant loopt zo’n aansluiting dwars over het terrein van de bovenburen.

 

Inmiddels liggen de kabels klaar. Dankzij Marcos hebben we alsnog een afspraak kunnen maken met zijn moeder, ruim anderhalf jaar na ons eerste verzoek dat toen nog vol boosheid en fanatisme werd afgewezen.

In het verlengde van ons betonweggetje, dat midden over onze boomgaard loopt…

 

…leidt op het terrein van bovenbuurvrouw dit door kruid overwoekende weggetje rechtstreeks naar de dichtstbijzijnde stroomkabel en telefoonpaal. Over dit weggetje mag Óscar nu alsnog de kabels ingraven, zodat we de kortste weg kunnen gebruiken om onze vakantiehuizen op stroom en op supersnel internet te kunnen aansluiten.

 

Als compensatie voor het feit dat bovenbuurvrouw haar huurhuisjes twee weken dicht moet doen, repareert Óscar op onze kosten de ingestorte muur en legt hij, eveneens op onze kosten, een betonnen rijspoor aan tussen één van buurvrouw’s vakantiehuizen en de openbare weg. Een allerzins redelijke ruil, vinden Ruud en ik. Zeker als je bedenkt dat bovenbuurvrouw in het afgelopen jaar toch best veel overlast heeft ervaren van onze bouwactiviteiten. Inmiddels begrijpen wij ook iets meer van het fanatisme waarmee ons oorspronkelijke voorstel werd afgewezen. Óscar en bovenbuurvrouw groeiden ooit op in het zelfde dorp en er ligt iets van ‘oud zeer’ tussen beiden. Bovenbuurvrouw wil absoluut niet rechtstreeks met Óscar spreken. Óscar gebruikt nogal eens het bijvoegelijk naamwoord ‘mala’ als we over bovenbuurvrouw spreken. Ruud en ik gaan daar verder maar niet in graven… Hoewel we natuurlijk wel nieuwsgierig zijn 🙂 .

Inmiddels heeft bovenbuurvrouw haar handtekening gezet onder de toestemmingsverklaring die het energiebedrijf eist vóór aanvang van de werkzaamheden. Óscar gaat volgende week beginnen met de graafwerkzaamheden. Onze electriciteitskast komt hier te staan. Voor die tijd moet de oude irrigatie-installatie  (het deel vanaf de hoofdkraan) nog ontmanteld worden. Dat wordt misschien nog een dingetje.

 

Inmiddels gaan de praktische gedachten van Ruud en mij geleidelijk aan uit naar de bouw van het Tweede Kleine Huis. De precieze locatie van dat huis moeten we nog bepalen, maar het zal op dit grasveldje gaan gebeuren. Het grasveldje ligt vlak bij de ‘gasten-ingang’ van onze boomgaard, aan de Camino de la Capilla (het Paz-y-Libertad-weggetje).

 

Vanuit het huisje belemmeren de dennenbomen het zicht op zonsondergangen. Daarom hebben we voor dit huisje een zonsondergangsterras op het hoogst gelegen niveau van onze finca in de planning staan. Langs de noordgrens van ons kavel loopt een pad naar dit terras toe. Dit pad moeten we nog gaan verharden met beton

 

Ongeveer op déze manier.

 

Langs dit toekomstige pad moet een aanplant gaan ontstaan van inheemse planten en struiken. Afgelopen donderdag zetten we hiervoor de eerste stap. We plantten drie palmboomstekjes. Twee stekjes kregen we gift van Jorge, één stekje kregen we van Ankie. Als de stekjes aan slaan, wordt het hier straks heel mooi.

 

 

Dat zonsondergangsterras moet,  als het zo ver is, op dit grasveldje een plek krijgen.

 

Tot slot nog maar weer eens een zonsondergang, vanaf ons eigen terras. Deze is van gisteravond. Na een koude periode is het nu weer wat warmer, gelukkig. Buiten eten. En daarna dit bekijken.

 

Het blijft één van onze favoriete bezigheden.

Kleurtje Erop

Het Eerste Kleine Huis heeft deze week een kleurtje gekregen. Nadat Angel eerder alle binnenmuren netjes had afgewerkt, zette hij deze week de buitenmuren in de grondverf. Angel werkt momenteel helemaal eenzaam in zijn eentje. Jorge is met ziekteverlof en de electriciens die vorige week aan het werk waren zijn vertrokken.

Een paar dagen geleden zag het huisje er van buiten nog zó uit.

 

Vanmiddag was dít de look. Een kleurtje doet er toe, blijkt wel, ook al is het nog maar de grondlaag. Het Huisje wordt steeds meer huis en eist steeds duidelijker zijn plek op in het totaalbeeld van onze finca.

 

Van binnen zijn de muren klaar. Het dak moet nog worden gereinigd en krijgt nog een laatste, brandwerende, laklaag. Het aanleggen van de bedrading is vorige week net niet af gekomen, dat moet dus nog. Ook de aansluiting op het water is nog niet klaar.  De binnendeuren moeten nog worden ingezet. De timmermannen moeten nog een houten plafond maken boven het verbindingshalletje,  met een luik naar de opbergzolder. Het sanitair in de badkamer moet nog geinstalleerd.

Daarna is Ruud aan de beurt voor het inbouwen van badkamermeubel en keuken.

 

Er moet dus nog veel gebeuren, maar het Eerste Kleine Huis begint op een klein huis te lijken. Daar worden Ruud en ik blij van.

En er is meer waar we blij van worden. Afgelopen maandag ontvingen we eindelijk goed nieuws van de Caixabank. Onder voorbehoud van de uitkomst van de taxatie is onze hypotheekaanvraag goed gekeurd. Da’s net op tijd, want ons bouwgeld is zo goed als op. We zijn al een tijdje aan het vertragen om zo steeds op het einde van elke maand weer goed uit te komen met het beschikbare bouwbudget. We hopen vanaf half april (zo’n taxatie duurt vast nog minimaal een maand) weer voluit in tempo ons project af te kunnen maken. In mei wil Óscar beginnen aan het Tweede Kleine Huis. Dat mag van ons als we onze handtekeningen onder de hypotheekakte hebben kunnen zetten.

We zijn wel opgelucht, want zonder hypotheek was ons project op twee huizen blijven steken, terwijl we oorspronkelijk toch vier huisjes wilden bouwen. Nu worden het er drie, en dat vinden we eigenlijk ook wel best. Met vier huisjes was ons terrein net iets te vol en te druk geworden, vinden we nu.

Het Tweede Kleine Huis krijgt een zwembad en een kleine Canarische Tuin, zo is de bedoeling. Hieronder krijg je een indruk van hoe het worden moet, op basis van onze ideeën en de informatie over het zwembad die we van Óscar hebben gekregen.

 

Bijna een jaar geleden stonden we op het zelfde punt, qua hypotheek. Toen bleek tijdens de taxatie tot onze verbijstering dat ons kavel niet correct stond ingeschreven in het ‘Registro’, dat is het tweede kadaster dat in Spanje bestaat naast het ‘Catastro’, het eerste kadaster. Dit ondanks alle verzekeringen van onze aankoopmakelaar destijds, dat alles in orde was.  Het  heeft bijna een jaar geduurd, voordat dit probleem kon worden opgelost, en we weer terug zijn op het punt waar onze eerdere aanvraag toen eindigde. Ruud en ik zijn er niet eens ongelukkig van geworden 🙂 .  Alles went, kennelijk. We bljjven in onze verwachtingen echter nog een beetje voorzichtig en prijzen de dag niet voordat de avond valt. De uitkomst van de nieuwe taxatie wachten we  daarom geduldig  af. We gaan pas een feestje bouwen als we terug komen uit het kantoor van de notaris te Los Llanos, mét een ondertekende hypotheekakte in de tas. Zo gaat dat, op La Palma.

We doen als afsluiting voor vandaag  nog ff een zonsondergangetje uit de collectie, om te laten zien dat alles hier het wachten  en het gedoe écht waard is..

 

Want dat is het! Het is nog steeds fijn om hier te zijn en beetje bij beetje ons plannetje voor elkaar te krijgen.

Ramen en Deuren

Gisteren kwamen de mannen van het ramen- en deurenbedrijf om in het Eerste Kleine Huis de ramen en deuren te plaatsen. Het Eerste Kleine Huis is vanaf nu een echt huis, zo voelt het. ‘Binnen’ en ‘buiten’ zijn nu definitief van elkaar gescheiden.

Het huisje ziet er nu zó uit. Onder de foto zie je hoe het volgens ons sketchup ontwerp allemaal bedacht was. De schoorsteen die op het sketchup-plaatje nog te zien is, komt overigens te vervallen. Ruud en ik hebben een tijd terug al besloten dat we geen houtkacheltjes in de huisjes plaatsen, maar dat we kiezen voor een vorm van elektrische verwarming. We hebben het helemaal gehad met de haardhoutlucht die hier tussen de huizen hangt op koude dagen. We willen het op ons terrein graag nog enigszins fris houden als er ‘callefacción’ nodig is.

 

Hieronder zie je een vergelijking tussen het sketchup-ontwerp en ‘het echie’ voor wat betreft de voorgevel, de oceaanzijde, van het huisje.

 

Van binnenuit gezien, ziet alles er momenteel zó uit. Achtereenvolgens: keukenraam, slaapkamerdeur, raam boven de zithoek, badkamerraam en deur van de zithoek, met uitzicht op het Cruz-de-Matos als je op de bank zit.

 

De keuken.

 

De zithoek.

 

Dit prachtige bloesemboompje moest ook op de foto. Het staat pal naast het Eerste Kleine Huis. Verderop, in de zomer,  eten we hier perziken van.

 

De ramen en deuren kwamen dus volgens plan. Alle andere zaken die voor deze week op de rol stonden, het schilderen van de binnenmuren en de start van de aanleg van het terras, konden niet door gaan. Jorge moest zich ziek melden vanwege een opspelende blessure in de knieën. Stratenmakerskwaal, vrees ik. Angel kon een week niet werken omdat zijn vrouw voor een operatie moest worden opgenomen voor een operatie in het ziekenhuis in Tenerife, en hij bij haar wilde zijn. We hopen dat alles goed gaat en dat ze snel weer kunnen komen werken. Tegelijkertijd is voor ons al een tijdje alle tijdsdruk weg gevallen. We zien wel wanneer alles afkomt, en we komen er mee weg als we rond december helemaal klaar zullen zijn. Met alles. We gaan er vooralsnog vanuit dat dat gaat lukken. Het Eerste Kleine Huis zal eind maart/begin april klaar zijn. Het zwembad volgt dan in mei of juni. Is het plan. Op dit moment.

Deze week kwam ook het hek rondom het Grote Huis helemaal af. Het toegangshek bij de voordeur van het huis, laatste ontbrekende schakel, werd door Ruud uitgedacht, ontworpen, ingekocht, in elkaar gezet en gemonteerd. Hieronder zie je de trotse ontwerper vanachter zijn ontwerp.

 

Wij vinden het alle2 een cool hekje geworden. Let bijvoorbeeld eens op het sluitingsmechanisme, hieronder in (niet heel erg scherpe) close-up. Door Ruud bedacht, nadat het nergens lukte om passende grendels te vinden.

 

Ruud werkt nog aan een app waarmee Siri of Google Home het hekje kunnen openen voor je. Eergisteren mislukte de pilot, helaas. Het hekje is al wel Sanne-proof. Ze komt er niet doorheen.

 

Voorlopig gaat het hek alleen open met deze applicatie. (En voor alle duidelijkheid:  die hangt áchter het hek).

Torenvalk

Dit is hem, mijn vriend de torenvalk van Pinto. Voor het eerst in close-up. Het beestje is absoluut niet schuw. De finca is zijn jachtterrein. De muurtjes rondom ons huis en de denneboom achter ons huis maken deel uit van zijn verzameling van vaste rust- en uitkijkpunten. De valk laat zich benaderen, zolang er geen hond in de buurt is. Hij  heeft Sanne natuurlijk bezig gezien, destijds, met de kat en de kip. Ik kan hem geen ongelijk geven. Ik denk dat hij een ‘man’ is. Als ik het goed heb uitgegoogled, hebben Torenvalk-mannen een gele buik. Je moet de foto eigenlijk even ‘groot’ bekijken om te zien hoe mooi het beestje is.

 

Vanochtend kwamen we elkaar tegen toen ik door de achterdeur naar buiten liep. Gisterenmiddag zat hij zelfs enkele minuten in de vensterbank van het keukenraam op de patio, naar binnen te kijken. Volgens ons was hij zelf ook erg verbaasd over hoe hij daar terecht was gekomen. Ik weet het nog niet honderd procent zeker, om eerlijk te zijn. Maar ik denk dat het steeds om dezelfde vogel gaat. Ik vind het harstikke gaaf.

Het is trouwens torenvalkenparingstijd op het moment. De beesten vechten met elkaar in de lucht. Maken wilde capriolen tussen de bomen. En copuleren volgens onze Duitse achterbuurvrouwen in de dennenboom die voor hún huis staat. Ze maken bij dit alles veel geluid. We horen voortdurend Torenvalkgekrijs in en boven onze boomgaard.

 

In diezelfde boomgaard vordert de bouw van het Eerste Kleine Huis nu gestaag.

 

De foto’s hieronder zijn gemaakt aan het eind van de vorige week. We zijn nu al weer een stukje verder. Ik had vanmiddag foto’s zullen maken, maar het regende totdat het donker werd. Recentere plaatjes volgen dus nog.

Hieronder zie je de keuken-zitkamer-in-wording van het vakantiehuis. Boven het keukengedeelte. Onder het zitgedeelte.

 

Het (vanwege bouwvoorschriften verplichte) verbindingshalletje tussen de drie vertrekken van het huisje.

 

De slaapkamer.

 

De badkamer. Ziet er inmiddels al veel mooier uit..

 

Het huisje heeft ook nog een ‘trastero’,  een washok. Buitenom bereikbaar. Maar hiervan heb ik geen foto’s gemaakt.

Het is het plan van Óscar om volgende week de deuren en ramen te laten plaatsen. Plannen zijn er op La Palma natuurlijk om naar uit te kunnen kijken. We moeten nog even afwachten wat er van komt. Daarna wil hij beginnen met het schilderwerk van de muren aan de binnenzijde, terwijl rondom het huisje het terras wordt aangelegd en de voorbereidingen worden getroffen voor het zwembad. Dat zwembad gaan we definitief bij dit huisje laten aanleggen. Het wordt een kleine ‘infinity-pool’, op de rand van het terras waarop het huisje gebouwd is, aan de voorzijde van het huis, met uitzicht over sinaasappelbomen en over de oceaan. Gaat het vast goed doen op foto’s.

 

Met uitzondering van het zwembad moet alles eind maart klaar zijn. Vanaf dat moment kunnen Ruud en ik beginnen aan de inrichting. Het duurt even, maar dan krijgen we ook wat… Vorige week was het precies twee jaar geleden dat we naar La Palma kwamen 🙂 .

Vorstverlet

In Nederland maakt iedereen zich klaar voor een weekje winter, maar ook hier in Puntagorda was het berekoud vandaag. Kijk maar op het weerplaatje van ons eigen blog. Een minimumtemperatuur van 6 graden en een maximumtemperatuur van 10 graden. Brrrr. ‘Historisch Koud’, noemden de kranten het hier. Wij hebben het zo nog nooit meegemaakt. Terwijl wij in het verleden toch best vaak in januari of begin februari een ‘Weekje La Palma’ deden.

 

Op het dak van het eiland ligt een dik pak sneeuw. Maar dat is niet echt vreemd. Het is daar meer dan 2.400m boven zeeniveau. Komt vaker voor.

 

Maar ook de Pico Birgoyo was wit vandaag, en dat komt toch niet zo heel vaak voor.

 

Ook de andere vulkaantoppen waren min of meer wit vandaag. Deze foto’s komen uit de internetkrantjes ‘El Time’ en ‘El Apuron’.

 

De druivenvelden boven Puntagorda, die al aanmerkelijk lager liggen, op zo’n 1.100 meter hoogte, pakten vandaag eveneens een winters laagje mee. Zoiets gebeurt echt nooit.

 

En zelfs op onze finca, 550 meter boven zeeniveau, stapelde de sneeuw zich op.

 

Jorge en Angel hadden het vanochtend niet meer van de kou. Rond 11u gaven ze het op en besloten ze met vorstverlet te gaan. We begrepen het wel. De mannen wisten echt niet meer hoe ze het warm moesten krijgen en liepen te blauwbekken onder deze voor hen extreme omstandigheden. Regen. Hagel. Harde koude wind. Een gevoelstemperatuur, vertaald naar Nederlandse bouwvakkers, van min 15. En geen warme erwtensoep om de kou uit je lichaam te krijgen. Dan heb je als Palmero bouwvakker recht op vorstverlet.

 

Het Eerste Kleine Huis begint overigens al aardig vorm te krijgen. Binnen zijn de muren allemaal afgestreken. Het plafond boven de douche en het verbindingshalletje is klaar. De ramen en deuren zijn gereed gemaakt voor het plaatsen van de kozijnen. De betonvloeren zijn gelegd en glad gestreken. De betegeling van de keuken is aangebracht.

Hieronder zie je de keuken en een deel van de zithoek.

 

De slaapkamer.

 

De badruimte.

 

Gisteren is Jorge begonnen met het leggen van de vloertegels. Vandaag zijn er precies twee rijtjes bij gekomen tov deze foto’s.

 

Het wordt wel wat, alles bij elkaar, vinden Ruud en ik. De bouwplaats begint nu een echt huisje te worden. Langzaam maar zeker zien we een kleinere kopie ontstaan van ons Grote Huis. Zoals het bedoeld was.

 

Het is leuk om te bedenken dat mensen die nu nog grote onbekenden voor ons zijn, in de toekomst hier hun vakantie gaan vieren. We gaan ons best doen om er iets moois van te maken 🙂 . Maar eerst: sneeuwschuiven!

Zwaluwen

Ik schreef er al eerder over in dit blog; Ruud en ik hebben eind vorig jaar een nieuwe naam voor het Grote Huis en tegelijkertijd voor onze finca bedacht. ‘Finca de Pinto’, naamgever van  dit blog,  dateert nog uit onze Nederlandse tijd, toen de sinaasappelboomgaard langs de Camino de Pinto in Puntagorda nog een hoog abstractiegehalte voor ons had en we nog geen idee hadden van hoe wij ons fruitbomenlandje met uitzicht over de oceaan in het echt zouden gaan beleven. Daarbij komt dat onze bovenbuurvrouw op haar terrein drie vakantiehuisjes verhuurt onder de naam ‘Casa’s Pinto’. Wij vonden het niet kies om haar naamtechnisch in de wielen te rijden. Wisten we toen ook allemaal nog niet. Een nieuwe naam dus.

 

We kozen voor de zwaluw. Zwaluwen trekken van noord naar zuid, en weer terug, net zoals wij dat (weer) doen (zodra de corona voorbij is). Toepasselijk dus. Bij het woord zwaluw denk je aan het voorjaar en aan de zomer. Dat is bijna altijd  het weertype op onze finca. En het is een fijne associatie voor onze toekomstige gasten. Als ze Spaans spreken, tenminste. Maar bovenal: vanaf het voorjaar tot in de late zomer vliegen ze rond boven ons terrein, de zwaluwen. Ze komen vanaf hun nesten aan de rotskust onder de heuvel van de Matos aanvliegen, door de baranco die naast ons huis ligt naar boven, op insectenjacht in de lucht boven de veldjes rond onze finca en boven  de terassen van de finca zelf. Ze komen op windstille zomernamiddagen en -avonden met  vele tientallen tegelijk. Een machtig gezicht.  Ik heb het spectakel nog nooit op de foto gezet, omdat het zo moeilijk is om de snelle vogels in het beeld te vangen. En ze zijn er ook niet elke dag. Maar indrukwekkend is het, als ze er zijn. En vredig. En mooi. Een nieuwe naam dus voor onze finca. Onze finca heet vanaf nu: Finca ‘Las Andoriñas’.  Finca ‘De Zwaluwen’,  in het Nederlands.

Op dertig december, nog net in het oude jaar, plakte Ruud de naamtegeltjes aan de muur van het Grote Huis, terwijl ik met mijn timmermansogen en fototoestel toekeek en aanwijzingen gaf.

 

De zwaluwen die bij ons rondvliegen heten eigenlijk in het Spaans Vencejos. Het zijn gierzwaluwen. Maar dat mag de pret niet drukken. In Spanje heeft elke zwaluwsoort een eigen naam. En ‘Andoriña’ is de gemeenschappelijke verzamelnaam voor al die namen. Tenminste: Op de Canarische Eilanden is dat de verzamelnaam. De verzamelnaam op het vaste land van Spanje voor alle zwaluwsoorten is ‘Golondrina’. Behalve in het noordwesten aan de grens met Portugal: daar is het verzamelwoord  ‘Anduriña’, met een U dus. Ook mooie namen. We hebben een tijd lang overwogen om onze finca ‘Las Golondrinas’ te noemen. Maar wij wonen niet op het vaste land. We wonen op La Palma. Finca ‘Las Andoriñas’ is het daarom geworden.

 

Zoals iedereen weet, maakt één zwaluw nog geen zomer. Het is een lastige tijd om een project als het onze van de grond te krijgen en, vooral, af te krijgen. Het Coronavirus gooit veel overhoop, ook hier op La Palma. Maar vandaag ontvingen we na lang wachten eindelijk een goed bericht. Ons kavel staat nu in álle registers die ertoe doen op de juiste wijze beschreven. Dat wordt bevestigd door onderstaande drie akten. Daarin staat dat ook volgens het ‘Registro’, het tweede kadaster dat hier in gebruik is, ons kavel 10.495 m2 groot is. Net zoals dit in het ‘Cadastro’, het eerste kadaster, al beschreven stond.

 

Met deze juridische vaststelling op schrift kunnen we eindelijk de aanvraag afronden voor de hypotheek die we nodig hebben om de beide andere huizen af te kunnen bouwen. Mét een electriciteitsaansluiting. Mét Fibra optica. En mét een zwembad (of iets dergelijks). Drie zwaluwen maken wat ons betreft wél een zomer. Van de Caixabank weten we al dat de aanvraag gehonoreerd zal worden. We zijn daarom erg blij met deze aktes. Overigens: Op La Palma weet je als domme Nederlander nooit echt waar je aan toe bent, dus Ruud en ik gaan pas definitief blij zijn als de hypotheekakte is ondertekend bij de notaris in Los Llanos. Daar gaat nog wel een maand of twee overheen, denken wij.  Ik schreef in het vorige bericht al: veel zo niet alles gaat hier  ‘poco á poco’, beetje bij beetje, stap voor stap. Maar we hebben weer een stapje gezet. Het heeft acht maanden geduurd voordat dit kleine juridische opstakeltje voor onze hypotheek uit de weg kon worden geruimd.

En dan hadden we nog De Prijsvraag openstaan. Dít waren de letters met als vraag: hoe luidt de nieuwe naam voor onze finca? Stiekem hadden we ook ons huisnummer (14d) aan de letters toegevoegd. Het moest niet te gemakkelijk zijn allemaal.

 

Want. Dít was de hoofdprijs die we in het vooruitzicht stelden aan de winnaars van de prijsvraag. Onder de correcte inzendingen zouden we een fles overheerlijke Vega Norte Blanco (de lekkerste wijn van de hele wereld) verloten. Gratis af te halen bij ons thuis. Niet dit exemplaar natuurlijk. Die is al lang op. We kopen voor de winnaar een nieuwe fles.

 

Dít hieronder was de goede oplossing.

 

Uiteindelijk kwamen er drie goede inzendingen bij ons binnen. De juiste naam voor onze finca werd geraden door, op volgorde van binnenkomst:

  • Mevrouw van Oostenbrugge uit Nederland (niet helemaal toevallig mijn moeder, maar ze was écht de eerste met de goede inzending.)
  • Jeroen en Anita uit Nederland
  • Jan en Herma uit Nederland

Inmiddels hebben Ruud en ik de verloting afgerond. We hebben hiervoor maar geen onpartijdige notaris ingeschakeld, want die zijn hier op La Palma nog veel duurder dan in Nederland, weten we inmiddels. Geloof ons dus op onze blauwe ogen dat de verloting van de fles wijn eerlijk is verlopen. En de winnaars van de fles overheerlijke Vega Norte Blanco zijn: (tromgeroffel)… Jeroen en Anita!

Jeroen en Anita: gefeliciteerd! Als jullie te zijnertijd weer op La Palma zijn, moeten we een afspraak maken voor de officiële prijsuitreiking… Misschien op jullie landje?

Ook voor huis2 en en huis3 hebben Ruud en ik al namen bedacht. Maar die verklappen we pas als ze in de verhuur gaan. Dat gaat nog even duren.

Het Tuinhek van Tanausú

Al sinds we bijna twee jaar geleden naar La Palma kwamen, houden Ruud en ik ons bezig met de vraag  hoe we onze finca gaan omheinen aan de straatzijde (Camino de Pinto). De hoge groene gaashekken, die op het eiland gebruikelijk zijn, vonden we maar niks. Alsof je jezelf opsluit in een soort van openluchtgevangenis. Maar er moest wel iets komen, om ‘vrije inloop en uitloop’ tegen te gaan. En om te voorkomen dat onze honden op verkenningstocht gaan of tol gaan heffen bij passanten langs de weg. ‘Een aaitje of ik bijt je, echt hoor…’.

We besloten uiteindelijk dat we een houten hek wilden maken. Zo ongeveer zoals op het plaatje hieronder, uit ons Grote-Sketchup-Model-Van-Hoe-De-Finca-Worden-Moet uit mei 2020. Het ziet er leuk uit in sketchup. Maar hoe máák je zo’n hek in godsnaam?

 

We deden inspiratie op van houten hekwerken die we zo her en der tegen kwamen. Hieronder zie je model ‘Briestas’, een houten hek langs een bospad-met-een-steile-helling dat we tegenkomen als we onze ‘boswandeling naar Briestas’ doen. Eenvoudig. Goedkoop hout. Balken aan elkaar bevestigd met metalen beugels. Metalen voetstukken voor de staanders met een pin in de grond. De metalen bevestigingsbeugels zijn gevoelig voor breuken (zagen we langs het pad) en ons hekwerk zou bovenop een al bestaand stenen muurtje moeten worden aangelegd. Model ‘Briestas’ werd daarom afgekeurd. Maar wat dán?

 

Tijdens één van onze moutainbiketochten kwamen we langs de grote weg boven Santo Domingo het grote (groteske?) monument voor  Tanausú tegen. Tanausú was de laatste koning van de  oorspronkelijke bewoners van La Palma, uit de tijd van de verovering van het eiland door de Spanjaarden (ca 1480-1490). Het monument is een fraai voorbeeld van ‘Fake History’. Tanausú wordt er gepresenteerd als een held van de Palméro’s. Terwijl hij toch echt als gevangene door de Spanjaarden werd weggevoerd,  per schip naar het vaste land. Met zijn gevangenname schonden de Spanjaarden het vredesverdrag dat met zijn volk was gesloten. De man was op weg vanuit de voor de Spanjaarden onneembare Caldeira de Taburiente, op uitnodiging van die zelfde Spanjaarden, om het verdrag formeel te maken. Op oneervolle wijze verslagen middels een verradelijke list. Zo doe je dat, als je iets wil veroveren, dat je niet krijgen kan. Zo vergaat het je, als je te goed van vertrouwen bent, of wanhopig. Onderweg naar Spanje stierf de laatste koning, volgens de historici aan de gevolgen van het weigeren van voedsel. Een treurig verhaal over winnaars en verliezers.

Maar daarover gaat het allemaal niet. Dit stukje gaat over een hek voor onze finca. We deden inspiratie op bij het monument. Model ‘Tanausú’. We zagen een prachtig houten hek, boven óp een muurtje geplaatst. Mooi afgewerkt, met horizontale liggers bevestigd in ingeboorde gaten in de houten staanders.  We vonden het prachtig, allemaal. Maar veel te moeilijk om te maken. Hoe boor je bijvoorbeeld die ronde gaten in de houten palen? Model ‘Tanausú’ werd afgekeurd wegens ‘te moeilijk’.

 

Dan was er de kerststal van afgelopen december in Los Llanos. De stal stond prachtig weggestopt in een enorm grote maquette van een Palmees landschap. En. Rondom de maquette stond een houten hek om graaiende handjes op afstand te houden. Vierkante staanders. Ronde liggers, toch ook hier weer ingeboord in de staanders. Een gehalveerde grote ronde balk als ‘bovenligger’.  Ook mooi. Ook moeilijk. Model ‘Kerststal Los Llanos’. Dit dan maar doen?

 

Wikken en wegen voor Ruud. Wat doen we? Teunis kan wel heel veel willen (kort samengevat: ‘Tanausú of de gladiolen’), maar Ruud moet het uiteindelijk maken. Teunis is niet zo’n maker. Behalve dan in Sketchup. Hoe boor je die gaten in het hout? Hoe bevestig je de staanders in de oude muurtjes langs de straat (waar al voorgeboorde gaten in aanwezig zijn) en in de nieuwe muurtjes van Óscar (waarin die gaten ‘vergeten’ zijn op de dag dat Óscar zijn werknemers ontsloeg)? Waar haal je het hout vandaan en hoeveel gaat zoiets kosten? Waar haal je het benodigde gereedschap weg? Wikken en wegen voor Ruud. Hieronder zie je hem nadenken. In de zon, dat dan weer wel.

 

Zoals het zo vaak gaat met Ruud als hij iets voor elkaar moet krijgen dat hij nog nooit eerder heeft hoeven doen. Veel uitdenktijd. Maar dan komt het er ook van. De bestaande gaten in de oude muurtjes rondom het Grote Huis werden uitgeboord.

 

In de nieuwe muurtjes werden nieuwe gaten voor de staande palen uitgeboord.

 

De houten palen werden gevonden én gekocht in Los Llanos. Ruud dacht uit hoe hij de gaten voor de liggers zou kunnen uitboren in het hout én maakte het voor elkaar. Ik vind het knap.

 

En zo stond er vorige week opeens het begin van een houten hek rondom ons Grote Huis.

 

Gisterenochtend werden de lange houten liggers gebracht vanuit Los Llanos met het vrachtwagentje van Óscar. Die palen waren te lang om in onze eigen Caddy te vervoeren. Gisteren aan het einde van de middag stond er dan een echt houten hek rondom ons Grote Huis.

 

Het hek is nog niet helemaal rondom af, maar we zien dat het project gaat lukken en we vinden dat het mooi gaat worden. Uiteindelijk heeft alles toch het meest weg van het ‘Model Tanausú’. De beste man moest eens weten hoe zijn naam in dit stukje bezoedeld wordt en wordt gekoppeld aan een tuinhek.

Vannacht regende het weer flink en ook de komende dagen wordt er regen verwacht in Puntagorda. Het hout zet hierdoor uit. Het zal dus nog even duren (ergens eind volgende week?) voordat Ruud ook het ontbrekende stuk langs de weg kan afmaken. Maar het wordt mooi. En zo komt onze finca weer een stukje meer ‘af’. Daarna is het onze bedoeling om ook de overige muren langs de lagere terassen van een zelfde houten hek te voorzien.

Poco á poco, zeggen ze hier op het eiland. Beetje bij beetje. (En dat zeggen ze heel vaak…)  Maar zo doen wij het inmiddels ook.