Partij voor de Dieren

Auke en Sanne zijn inmiddels oud genoeg om volwaardig deel te kunnen nemen aan overlegrondes bij ons in huis. Op twee poten staand, komen ze ruimschoots boven onze eettafel uit, en dat is de basiseis voor het afdwingen van inspraakrecht. Op de foto zie je hoe vanavond met 3 tegen 1 stemmen werd besloten dat Ruud op dat moment beter niet de krant kon gaan lezen op zijn laptop. Sommige dingen zijn belangrijker dan de krant, zo besloot de meerderheid. Dat heet democratie.

Caldeira de Taburiente in 44 foto’s

Een van de klassiekers van La Palma op wandelpadgebied is de wandeling door de Caldeira de Taburiente. De Caldeira de Taburiente is de grote krater van de enorme vulkaan die ooit de noordelijke helft van het huidige eiland vormde. Die vulkaan is lang geleden ingezakt en in zee geschoven (als ik het goed heb begrepen). Of gewoon heel geleidelijk aan weggespoeld door regenwater en weggewaaid door de wind, zo luidt een andere theorie. Maar driekwart van de enorme cirkelvormige kraterrand bestaat nog. Die rand vormt het decor van de wandeling.

Vanuit Los Llanos volg je met de auto de bruine borden die je leiden naar het Parque Nacional. De borden voeren je door een woonwijk en over een smalle weg die langs bananenplantages gaat naar een punt boven de stad. Vervolgens daal je langs een smalle bochtige, maar goed te berijden weg af naar de Barranco de las Angustias. Op de bodem van de kloof begint de route. Het beginpunt is niet bereikbaar met het openbaar vervoer (uitgezonderd taxis, natuurlijk).

 

Ik gebruik met nadruk de aanduiding ‘beginpunt van de route’ en niet ‘beginpunt van de wandeling’. Het eerste deel van de wandeling klimt namelijk langs een slecht onderhouden asfaltweg ongeveer 700m omhoog. Da’s een hele klim en niet goed te combineren met het vervolg van de wandeling. MET de klim wordt de wandeling te zwaar en ook te lang voor een dagtocht. Hiervoor is een oplossing bedacht.  Er is een aantal taxibusjes beschikbaar waarmee wandelaars naar het eindpunt van deze klim kunnen rijden. De weg is niet toegankelijk voor privé-autoverkeer. De prijs van een taxirit bedroeg in 2012 (de laatste keer dat wij de wandeling liepen) 50 euro per rit. De taxi wacht totdat er voldoende personen aanwezig zijn om dit bedrag te delen of totdat de bemiddelde wachtende wandelaar bereid is om niet langer te wachten op medestanders maar dit bedrag in zijn of haar eentje op tafel te leggen. Kwestie van toeval en je eigen financiele grens kennen. De chauffeurs spreken uitsluitend Spaans maar er is een soort van bemiddelende dame aanwezig die Duits en een beetje Engels spreekt.

 

De taxi’s besparen je een flinke klim. Op het eindpunt van de weg begin je dan pas echt aan de wandeltocht. Het fijne aan deze wandeling is dat hij vanaf dit punt voor het overgrote deel daalt (en flink ook). Ik zou afraden om het taxigeld uit te sparen en de klim te voet te maken. Wij doen meestal een kleine acht uur over de wandeling en dat is dus MET gebruikmaking van de taxi…

 

Het lastige van zo’n taxi is dat je met een groep mensen tegelijk aan de wandeling begint. Als je niet uitkijkt loop je dan de volle acht uur in hetzelfde clustertje van mensen naar beneden. Niet ons ding. Dus: of heel snel beginnen en maken dat je wegkomt en de ‘meute’ voorblijft. Of: eerst maar even genieten van het uitzicht op de kraterrand en pas na een kwartiertje beginnen aan de wandeling. Het gaat er voor ons om volstrekt alleen te lopen in een stil, soms wat mysterieus landschap.

De wandeling bestaat grofweg uit drie delen. Je begint met een echt relaxte boswandeling. Je loopt op prettige bospaden. Je daalt geleidelijk. Af en toe vang je  een glimp op van de wolkenpartijen boven de kraterrand. Dit deel eindigt met een korte steile afdaling naar de bovenloop van de barranco. Hier kom je uit bij een prachtige natuurcamping, die uitsluitend te voet bereikbaar is. Met picknicktafels. Mooi rustpunt met tijd voor een zelf meegenomen lunch in het gras in de zon.

Het tweede deel van de wandeling klimt in eerste instantie omhoog uit de rivierbedding. Een korte, maar erg steile klim. Vervolgens gaat het supersteil een hele tijd naar beneden langs een netwerk van aangelegde haarspeldbochtwandelpaden en ‘switchbacks’ door het bos. Heel mooi als je afdaalt, maar een ramp als je de weg andersom zou moeten doen (die weg is voor de kampeerders… met bepakking).

 

Het derde en laatste deel van de route loopt door de rivierbedding van de barranco. Aanvankelijk volg je (afhankelijk van het jaargetijde) een snel stromend riviertje dat je enkele keren moet zien over te steken. Dit doe je door een springstenenpaadje te vinden of (als het water te hoog staat) je schoenen uit te doen, meegebrachte sandalen of croxen of iets dergelijks aan te schuiven en door het water te waden (hooguit tot kniehoogte). Niet doen op blote voeten tenzij je over de voetzoel van een fakir beschikt. Een ervaring. Avontuurlijk zonder riscio’s.

 

Daarna zoek je je weg door een kloof, waar je toch echt wel moet springwandelen van steen naar steen. Mooi. Bijzonder. Maar ook wel intensief omdat je op deze manier enkele kilometers lang je weg moet vinden. Bij warm weer is het leuk om even een bad te nemen in een van de vele waterpoeltjes die zich op dit punt tussen de stenen hebben gevormd. Over het algemeen is er meer dan voldoende privacy.

 

Wij zijn altijd toch wel weer blij als we het allerlaatste stuk van de wandeling bereikt hebben. Je loopt dan over een vlakke rivierbedding naar het beginpunt met de taxi’s. Ruud en ik vonden de wandeling erg mooi, zeker de eerste keer dat we de tocht liepen. Maar de wandeling duurt ons eigenlijk net iets te lang. Het laatste stukje is op je tandvlees lopen. Omdat je het na acht uur gewoon ‘zat’ bent.

Download

Daarom dus!

Het is weer zo ver. Sneeuw. Gadverdamme. Morgen moet de oprit weer worden ‘schoongeschoven’. Het is koud. Het is nat. Het is vieze kledder. Ruud en ik, we hebben beiden een ongelooflijke hekel aan de winter.

 

Nee, dan de foto hieronder. Ook een winterfoto. Daarom dus!

La Punta – El Jesus en weer terug

In de afgelopen periode waren we twaalf dagen op La Palma. Van die twaalf dagen was er, vanwege afspraken en vanwege mijn werk dat doorging, uiteindelijk slechts 1 dag beschikbaar om een wat langere wandeling te maken. Op de tweede woensdag van ons verblijf wandelden we van het dorpje La Punta naar het gehucht El Jesus. En weer terug. Een rondwandeling van iets meer dan vijftien kilometer. Inclusief zeeeer uitgebreide ‘pauze’ bij de Belg, waar we toevallig langs kwamen, deden we er zo’n vijf uur over.

 

We begonnen als gezegd in La Punta, op de plek waar de grote wandelroute langs de kust, de Camino Real, vanuit het noorden het dorp binnenkomt (zie de eerste foto). Voor het rode huis rechtsaf en daarna nogeens eerste weg rechts. We volgden de slingerende asfaltweg die vanuit La Punta door de bananenplantages naar beneden gaat om uiteindelijk weer uit te komen op de Camino Real. Vlak voor het uitzichtspunt onder El Time, dat uitkijkt op de haven van Tazacorte en de vallei van de Aridane.

 

Na dit uitzichtpunt volgden we een andere asfaltweg, wederom door bananenplantages, naar El Jesus. Deze weg klimt gestaag maar zeer geleidelijk. Langzaam verlieten we het gebied van de open plantages en kwamen we terecht in een veel droger, woestijnachtig gebied.

 

Vlakbij El Jesus veranderde het landschap weer en kwamen we in een gebied met veel palmbomen. Vanuit de zee kwamen wolkenflarden naar boven drijven. Dit kwam niet slecht uit, op deze plek van de wandeling was de klim het meest steil, en het was warm.

 

We hadden deze wandeling zelf bedacht met behulp van de wandelapp (MapOut) op de mobiel van Ruud. We hadden het zo gepland dat we min of meer op het hoogste punt van de wandeling, op ongeveer tweede derde van de totale afstand, de brouwerij Isla Verde (‘De Belg’) konden aandoen. Daar hadden we een uitgebreide lunch, avondeten overbodig.

 

Het laatste stuk van de wandeling liep redelijk vlak. Van De Belg ging het weer richting La Punta. We liepen door een droog gebied zonder landbouw. De route steekt de LP1 over en loopt een tijdje vlak boven deze weg.

 

Ruud en ik vonden de wandeling echt de moeite waard. Weinig puur natuur onderweg, maar wel veel ‘cultuurlandschap’. Veel afwisseling. Niet te zwaar.  In de lente, als alles veel groener is, is deze wandeling vast nog veel mooier. We waren trouwens erg aan een wandeling toe. Het is toch wel vreemd om op La Palma te zijn, maar geen vakantie te hebben…

Download

Doe de 50.000-gulden-vraag

Ik vroeg aan Ruud vanmiddag of hij onze finca weer zou willen verkopen als we er vijftigduizend gulden meer voor zouden kunnen krijgen dan dat we ervoor betaald hebben. De directe aanleiding voor deze vraag was dat Ruud er vanmiddag achter kwam dat onze finca nog steeds ‘te koop’ staat op de websites van diverse makelaars. En ja: ik stelde de vraag ruim zestien (…) jaar na de invoering van de euro nog steeds in termen van  guldens.

 

Ruud antwoordde direct en  resoluut ontkennend. En ik voelde hetzelfde. Da’s een goed teken, toch? Kennelijk zijn we wel blij met onze aankoop.

Die briefjes van toen waren toch eigenlijk best mooi…

Bovenbuurman

In de afgelopen periode hebben we kennisgemaakt met onze bovenbuurman. Onze bovenbuurman heet Miguel. Hij bezit het kavel boven ons en heeft hierop twee huizen verbouwd. De huizen zijn nu zo goed als gereed en hij wil ze gaan verhuren als vakantiewoningen, net zoals wij van plan zijn.

Vanuit zijn perspectief is het uiteraard niet handig dat wij op termijn gaan bouwen. Niet zozeer om de concurrentie die we hem gaan aandoen met het aanbod van onze vakantiewoningen; er is een behoorlijk gebrek aan goede vakantiewoningen op La Palma. De vraag overtreft het aanbod verre, door al het gedoe in Turkije, Tunesië, Egypte en in mindere mate Griekenland. Maar als wij aan het bouwen zijn, zorgt dat natuurlijk voor overlast bij ‘zijn’ gasten.

We hebben onze plannen met hem doorgesproken. Tot onze opluchting lijkt hij hier niet echt een probleem van te maken. Het hoort erbij. En hij had al een oplossing bedacht voor het huis dat het meest met onze overlast te maken zou krijgen.

We hebben van hem het aanbod gekregen om het huis dat direct boven onze eigen cuarto de apero is gelegen voor langere tijd te huren als onze eigen huizen gebouwd worden. Dat is een prima oplossing voor ons beiden. We zijn erg blij met dit aanbod.

 

Miguel loopt tegen de zeventig (denk ik). Hij vindt zichzelf in elk geval te oud voor al het geregel rond het beheren van zijn casas. Tegelijkertijd vindt hij (terecht) de kosten van de intermediairs die op dit gebied actief zijn veel te hoog. Daarom heeft hij ons gevraagd of wij op termijn zijn huisjes voor hem zouden willen beheren. We hebben hierover ideeën uitgewisseld en we zullen in februari verder praten.

 

Toen Ruud en ik dit voorjaar besloten dat we het kavel-dat-nu-onze-finca-is wilden kopen, fantaseerden we al over de mogelijkheid het leegstaande huis boven ons kavel te kunnen huren. Ongelooflijk dat dit nu wellicht mogelijk blijkt te zijn. Uhm… We moeten het nog wel eens worden over de prijs, maar ik denk dat we hier wel uit gaan komen.

 

Miguel heeft jaren lang in Zwitserland en in Engeland gewerkt. Hij spreekt goed Engels, wat vrij bijzonder is voor Palmero’s.  Onze eerste indruk is dat hij een prettige, vriendelijke man in de omgang is. Het is fijn om op zo’n manier welkom te worden geheten.

We zullen in elk geval in februari het witte huis gaan huren. We zitten dan bovenop onze finca. Letterlijk. Dat is een mooi vooruitzicht.

Champagne

Donderdag dronken we champagne met goede kennissen uit Puntagorda. De champagne hadden we van hen gekregen om ‘het’ te vieren. Geen foto’s van de fles of van de drinkers. We zijn een beetje terughoudend met het plaatsen van foto’s van mensen op het internet. Maar dit was het uitzicht…

 

Hans en Ank: we vonden het erg gezellig donderdag! En willen jullie langs deze weg nog een keer bedanken voor alle hulp en  informatie die we van jullie mochten ontvangen.

 

Daarna: pizza in Flor de Lotus! Afsluiting van ons verblijf op La Palma voor deze keer. We kunnen niet wachten om weer terug te gaan…

Verder niks

Onze eerste aankopen op La Palma zijn een feit. Vier plastic stoeltjes en een koffiesetje uit de ‘Blokker’ van Puntagorda en een plastic tuintafel van ‘Frapper’ uit El Paso. Afgelopen donderdagmiddag zat ik in zo’n stoeltje met mijn benen op een van de andere stoeltjes. Ruud was een boodschap aan het doen in het dorp. Ik zat voor het eerst alleen op de ‘veranda’. Ik zou wat gaan lezen, maar het kwam er niet van. Ik heb een half uur lang alleen maar voor me uit zitten kijken naar de oceaan. En zitten luisteren naar het geluid van de wind in de dennenbomen. Verder niks. Totdat Ruud terug kwam.  Ik voelde me een koning te rijk.

 

De pallets en de kartonnen doos zijn een ‘gift’ van de verkoper. Voorlopig ons dressoir.

Roads to Nowhere

Onze finca wordt halverwege doorsneden door een betonnen weggetje. Dit weggetje is de eigenlijke toegangsweg tot de boomgaard. Hieronder zie je hoe je het terrein oprijdt (of loopt) vanaf de Camino de la Capilla tot aan het eindpunt van de weg ter hoogte van het betonblokkenschuurtje met de bewateringsinstallatie.

 

Ons kavel wordt aan de rand ook doorsneden door een asfaltweg, de Camino de Pinto. Aan de overkant van deze weg ligt nog een klein reepje van ‘ons’ land. Het gaat om een deel van de helling van een barranco. Je kunt er niks mee, maar dit stukje is wel belangrijk. Doordat we eigenaar zijn van dit reepje grond komt de totale oppervlakte van ons kavel uit boven de 10.000m2. En dat is een voorwaarde om binnen het bestemmingsplan een aantal huisjes te kunnen bouwen, zoals we van plan zijn. Het paadje dat op deze helling naar beneden loopt, de barranco in, noemen Ruud en ik het Vergeten Weggetje. Het Vergeten Weggetje loopt overigens dood en leidt nergens naartoe. Daar moeten we ooit nog eens iets op bedenken.

De achterkant van de Matos

Aan de achterkant van de Matos, dat is van ons uit gezien de kant van de oceaan, loopt een weggetje halverwege de helling. Je kunt het vanuit de verte duidelijk zien liggen, maar Ruud en ik kwamen er nooit achter waar het beginpunt van de weg lag en hoe je er dus op kon komen. Kom op, dachten we. Nu we we er toch zijn, wagen we er een expeditie aan om het mysterie op te lossen.

 

Het begin van het weggetje hebben we gevonden. Voorbij het groepje drakenbomen, juist ten noorden van het aardappelveldje. De eerste vijfhonderd meter van het zandpad zijn overwoekerd door struikgewas. Vandaar dat we het beginpunt nooit konden vinden.

 

Aan de achterkant van de Matos is het overweldigend mooi. En er komt echt niemand! Op maar een stief kwartiertje lopen vanaf huis. Kennelijk had het op deze plek een paar dagen geleden geregend, want de hellingen waren begroeid met groen gras. We hebben zeker een half uur lang in de zon in het gras gezeten. Staren naar de oceaan. Met zoute pinda’s. Zeker weten dat dit voor mij in de toekomst een van de plekken zal zijn, waar ik met regelmaat even zal gaan zitten.

 

De weg die achter de Matos langs gaat, loopt uiteindelijk dood. We moesten dezelfde route terugnemen. Doorgaan offroad was niet verantwoord. De helling was te steil.

Download