Twee Stranden in het Noorden

In de laatste week van het voorbije jaar, op ‘derde kerstdag’,  bezochten Ruud en ik op één dag twee strandjes in het noorden van het eiland. We waren er nog nooit eerder geweest en dus nieuwsgierig naar wat we zouden gaan zien.

Voor de middag klommen we te voet zo’n drie honderd meter naar beneden naar het  Playa de El Calejoncito. Dit rotsstrand ligt op tien kilometer ten noorden van Puntagorda. Het was er prachtig zonnig weer. Terwijl het in ons dorp, op ruim vijf honderd meter boven zeeniveau en twintig minuten rijden naar het zuiden, maar koud en grijs was, hadden we het hier op zeeniveau  lekker warm,  met een temperatuur van boven de twintig graden.

 

Na de middag bezochten we nog iets verder naar het noorden het oude haventje van Santo Domingo. Het weer sloeg er  langzaam om. De lucht werd grijs. Het eerste begin van de regenperiode, die ruim twee weken zou duren.

 

Op de laatste foto van het blok hierboven zie je ‘onze vriendelijke Matos-heuvel’ vanaf zeeniveau vanuit het haventje van Santo Domingo. Vanaf dit lage gezichtspunt is de Matos een echte berg om te zien. Dat verrast mij iedere keer weer.

 

Thuis aangekomen aan het einde van de middag, was het zo koud geworden dat we voor de eerste keer onze twee nieuw gekochte noodkacheltjes beiden tegelijkertijd aan moesten doen. Gordijnen dicht. Kaarsjes aan. Alsof we in Nederland waren. Geen onverdeeld genoegen, natuurlijk. Wij houden meer van zwoele zomeravonden in de buitenlucht. Maar we hadden een mooie dag gehad, vlak voor de regens uit.

Na Regen komt…

Het is alweer even geleden, sinds ik het laatste blogpostje schreef. Ik had er even geen zin in. Noem het maar ‘Januari-dip’. Druk met werk. Erg druk met regel- en denkwerk over de financiën en de energievoorziening van onze huisjes. Erg veel tijd kwijt aan een opflakkering van mijn altijd latent aanwezige gameverslaving (urenlang Forest Village, wat kan het leven op een bosrijk eiland dat je helemaal van nul moet volbouwen met middeleeuwse huisjes toch mooi zijn). En toch ook wel een beetje last van de corona-kater. Ruud en ik vinden het absoluut niet fijn, dat het door de covid op dit moment niet mogelijk is om met enige regelmaat heen en weer te reizen naar Nederland. Dat was ooit echt WEL de planning, toen we onze overstap richting La Palma maakten. We moeten ons aanpassen, net als iedereen.

 

Dan was het ook nog triest, nat en koud buiten in de eerste weken van het nieuwe jaar. Onze regenmeter liep vrijwel dagelijks over. De middagtemperaturen kwamen niet boven de veertien graden uit. Da’s nog net geen sneeuw schuiven, maar erg bevorderlijk voor het toch al kwetsbare humeur was het allemaal niet.

De roedel kwam bijna het huis niet uit en ontwikkelde een eigen overlevingstrategie met als motto: ‘Onderga Het’. En zorg dat je het warm houdt.. Moet je net hebben met Münsterlanders. Als onze Münstermonsters niet buiten kunnen rennen en ravotten zijn ze binnen niet te houden en gaat de ongerichte energie gierend en brullend alle kanten op. We hadden het dus binnen gezellig met elkaar, terwijl de regen buiten maar bleef stromen. Zijn we niet gewend op ons zomereiland!

 

Wél leuk is te zien op het fotootje hieronder. Een jonge torenvalk die op ons terras onder de dennenboom dagelijks enige beschutting zocht voor de harde wind en de horizontale regen. Helemaal niet schuw. Ik zie de vogel sindsdien voortdurend terwijl hij aan het jagen is op ons terrein. Afgelopen zaterdag, terwijl ik een beetje tussen de fruitbomen liep, landde de valk op nog geen drie meter van mij vandaan op de grond, om daar een beetje onduidelijk in het gras te gaan pikken. Steeds even naar mij opkijkend en dan weer met de snavel de bodem in. Totaal geen angst. Het was een bijzonder moment.

 

Ik durf het beestje nog geen naam te geven, want de recente geschiedenis hier op het eiland leert dat het meestal slecht afloopt met dieren die een naam van mij krijgen. We blijven hem maar aanduiden als ‘de jonge torenvalk’.

Maar zoals altijd: na regen komt zonneschijn. De weersverbetering kwam wel heel geleidelijk en langzaam.

 

Inmiddels zijn de dagen weer droog en zonnig. Het blijft alleen best koud, met een middagtemperatuur van 16, hooguit 17 graden.

Het goede nieuws is dat de waterreservoirs weer gevuld zijn. Het eiland had deze regenperiode nodig, broodnodig. Mijn favoriete waterreservoir, op een landje op ongeveer 200 meter beneden ons erf, stroomt nu zelfs over. Hoezo zuinig met water doen, vanwege het watertekort? Ook het grootste reservoir op het eiland, bij Barlovento in het noordoosten, is weer redelijk goed gevuld. In november stond deze bak helemaal leeg.

 

Op de veldjes rondom onze boomgaard spoot het groene kruid omhoog. Dagelijks zijn er nu steeds meer bloeiende bloemen te zien. Het is echt lente en het is een feest om af en toe een beetje rond te struinen over de lege graslandjes.

 

Op onze finca is de bloemenpracht alweer voorbij. Ruud heeft eind vorige week alle terrassen gemaaid.

 

Groener dan dat de terassen nu zijn, zal het niet meer worden dit jaar.  We vinden het prachtig. Als de zon schijnt, schitteren de kleuren je tegemoet. De regens en stormen hebben ons wel veel sinaasappels gekost. Bij grote wisselingen van de luchtvochtigheid barsten sinaasappels open, en vallen ze van de boom. Ruud haalt op het moment elke twee dagen zo’n drie tot vier samuro’s (dat zijn manden) van de grond. Gelukkig blijven er nog genoeg vruchten over.

 

Vorige week was het precies een jaar geleden dat Óscar een streep in het zand liet zetten en begon met de bouw van onze huizen.

 

Het Grote Huis is inmiddels zo’n beetje klaar. Maar nog niet helemaal. Het kost ons flink wat moeite om te bewerkstelligen dat ook de laatste afwerkpunten worden uitgevoerd. Ook de beide veranda’s moeten nog worden gemaakt. Die veranda’s hebben we erg gemist tijdens de voorbije regenweken.

Het Eerste Kleine Huis vordert langzaam. Er wordt al een tijd met slechts twee man aan gewerkt. Jorge en Angel werken goed, maar met 2 schiet alles niet op natuurlijk.  Het trage tempo is ook een beetje omdat we op de hypotheek aan het wachten zijn. De aannemer beweegt met onze mogelijkheden mee. Omdat Het Virus nog steeds rondwaart over de wereld, lopen we nauwelijks extra omzet mis door het trage tempo. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat, schrijft de Grote Onbekende Filosoof.  En zo is het.

Het Kleine Huis zag er aan het einde van de vorige week van binnen zó uit. Jorge en Angel vorderen langzaam met het pleisteren van de binnenmuren. Eind maart zal het huis klaar zijn, zo is de bedoeling. Als onze Lieve Heer, het Registro en de Caixabank het willen, kunnen we dan in april starten met de bouw van het Tweede Kleine Huis.

 

 

Over de perikelen rond de voortgang van ons project zal ik binnenkort wat uitgebreider schrijven. Na veel gedoe kregen we toevallig vandaag vanuit twee kanten goede berichten. Althans, daar lijkt het op. Het is altijd maar weer afwachten hoe de hazen uiteindelijk gaan lopen, op ons eilandje. En wanneer ze gaan lopen.

 

Ik sluit maar weer eens af met een zonsondergangfoto. Boven mijn favoriete waterbak.

Met Onze Laatste Nasi Het Jaar Uit.

Langzaam glijden Ruud en ik vandaag het oude jaar uit. Als ik dit schrijf is het 20.00u. Nog vier uur te gaan in het jaar 2020. Het was een wat moeizaam jaar, al met al. Toch?

We begonnen onze oudejaarsavond met onze laatste Nasi uit Nederland. We hebben toch echt wel een boemboetje uit het vaderland nodig om echte nasi te kunnen maken. Onze voorraad is nu op. Onze lieve heer mag weten wanneer we de voorraad weer kunnen aanvullen. Maar de oudejaarsavondmaaltijd smaakte ons uitstekend. En. Buiten eten op 31 december…  Blijft bijzonder 🙂 .

 

Het is kerstvakantie. We hebben geen of weinig werk te doen voor de klanten uit het vaderland, deze week. Drie weken lang geen bouwvakkers op de finca. En ook Ruud doet het rustig aan in de boomgaard. Heerlijk ontspannen. Werd ook wel een beetje tijd, om eerlijk te zijn.

Onze vakantie begon zo’n beetje met de ‘Cosmische Kus’ van de planeten Jupiter en Saturnus. Voor het menselijk oog raakten de planeten elkaar aan de hemel in de vroege avond van 21 december. Zoiets gebeurt ongeveer 1x per acht honderd jaar. Geen wolken op La Palma. We konden de samenstand prima zien. Op de onderste foto een uitvergroting, door Ruud gemaakt,  van (ik geloof) twee dagen eerder.

 

 

We bezochten het haventje van Puntagorda op een dag dat er harde wind stond en de oceaan met hoge golfen op het stenen plateau bij de haven uiteen spatte. Blijft indrukwekkend om mee te maken.

 

We maakten korte wandelingen. Het was te bewolkt om de bergen in te trekken helaas. In dat geval blijf je zo laag mogelijk en wandel je langs de kust. Vooraf kijk je welke kant van het eiland het minst te maken heeft met bewolking. Er is bijna altijd wel een plek aan de kust van het eiland waar de zon toch nog schijnt..

 

Onverwacht bijzonder vond ik het landschap dat we aantroffen bij een wandeling naar het strand van La Veta, onder Tinizara, ongeveer vijf kilometer zuidelijk van Puntagorda. Op het strand waren we al wel eens geweest en dit strand vond ik eerlijk gezegd destijds niet zo bijzonder.

Dit keer wandelden we rond door het kliffenlandschap ter hoogte van het parkeerplaatsje op ongeveer 150 meter boven het strand.

 

De verticale lagen in de rotsmuren laten zien dat het ooit niet heel erg pluis is geweest op ons vulkanische  zomereilandje. De grond smolt destijds lettelijk onder je voeten weg.

 

Ik vond het er erg mooi. En het was er boven twintig graden op een relatief koude dag.

 

Op eerste kerstdag aten we ook al buiten. Kerstdiner via facetime met mijn moeder. Erg gezellig. Daarna een ondergaande zon, vrede op aarde en in de menschen een welbehagen.

 

De vakantieweek hebben we gebruikt om een stukje van de tuin te beplanten. Twee keer kwamen we met een volle auto terug vanuit het tuincentrum in San Pedro, aan de andere kant van het eiland. Van buurvrouw Annewies kregen we een lading stekjes van grondbedekkers cadeau.

 

De tuin tussen het Grote Huis en de Camino de Pinto ziet er nu zó uit. Het moet allemaal nog wat groeien. En ooit, ooit, ooit, zullen de twee geplante Chinese Wolmispels heel groot zijn, met hun kruinen in elkaar overgroeien en voor een schaduwtuin zorgen op het zuiden. Tot die tijd: bloeiende planten in de zon. Het ziet er nog kaal uit. Alle begin is moeilijk.

 

De regen van de afgelopen weken heeft zijn uitwerking op het landschap niet gemist. Het is prachtig overal. Zo groen! Dagelijks zie je nu meer bloemen en bloeiend kruid tussen het gras opkomen. Het is lente. Deze plaatjes schoot ik vanmorgen toen ik de honden uitliet in het terrein tussen onze boomgaard en de Matos.

 

Een zwerm dansende kraaien vloog over. Daar kan ik uren naar kijken.

 

Ook de boomgaard is groener dan groen. De sinaasappelbloesem staat nu echt op doorbreken. De bomen hangen vol met fruit. We hebben nog nooit zoveel sinaasappels gehad als dit jaar.

 

De smaaktest die Ruud en ik vanochtend deden bevestigde ons vermoeden. Het sap van de sinaasappels smaakt ook beter dan ooit. Het werk van Ruud in het afgelopen jaar proef je terug. Heerlijk zoet. Daarmee kunnen we voor de dag komen bij de fruithandel op het dorp. Helaas brengen sinaasappels bijna niks op.

 

Zo glijden we langzaam het oude jaar uit en maken we de sprong naar het nieuwe jaar. Laten we hopen dat de coronaplaag verdwijnt in de loop van het nieuwe jaar. En. in de loop van het jaar: Hele mooie vakantiehuisjes… Denken we. We gaan zien wat het nieuwe jaar brengt.

 

Voor alle lezers van dit blog: Feliz Año Nuevo! Gelukkig Nieuwjaar!

Feliz Fiestas!

Voor het eerst vieren Ruud en ik kerst op La Palma. Noodgedwongen. Veel liever waren waren we in Nederland geweest nu. Vooral om onze ouders te zien. Maar alle corona-shit staat het ons niet toe… Onze kerstdiners met familie doen we dit jaar digitaal. Fijn dat dat tenminste nog kan.

 

Het is niet allemaal kommer en kwel, natuurlijk. In plaats van miezerige natte sneeuw, koude korte dagen,  overvolle supermarkten, grijze luchten, gordijnen dicht en kaarsjes aan,  plantte ik vandaag heerlijk geurende jasmijnstruiken in onze tuin-in-wording en maaide ruud het gras tussen de sinaasappelbloesems met uitzicht op de oceaan. In een t-shirtje. Het is kerst. Alles voelt als lente. En het is vakantie! Wat wil je nog meer?

Wij wensen alle lezers van ons blog een fijne en gezellige tijd toe de komende twee weken. En dat het in 2021 maar weer een beetje terug mag naar het ‘oude’ normaal!

 

FELIZ FIESTAS!

Strijkwerk

Jorge en Angel zijn vanochtend vroeg begonnen met het afstrijken van de buitenmuren van het Eerste Kleine Huis. Aan het einde van de werkdag hadden ze twee van de buitenmuren af. Zo’n huisje ziet er meteen heel anders uit!

 

Binnen moet er nog wel het één en ander gebeuren…

 

Ik schreef er al eerder over: Aan de avondhemel kruipen voor het menselijk oog de planeten Jupiter en Saturnus steeds dichter naar elkaar toe. Volgende week maandag zullen ze elkaar zo dicht zijn genaderd dat je voor het oog naar een dubbelster kijkt. In Nederland staan de beide planeten laag aan de hemel, maar hier op La Palma hebben we beter zicht.

 

Prachtige foto toch? Het gaat om de twee ‘grote sterren’, vlak boven de wolk…  De grootste ‘ster’ is Jupiter. De kleinere ‘ster’ daar links boven is Saturnus. Je kunt ze zien aan de zuidwestelijke hemel. Deze foto maakte ik vanavond rond half8.

De Tijd Vliegt Voorbij…

De tijd vliegt voorbij, hier op de finca aan de Camino de Pinto. We hebben het druk met ons NL-werk. Gelukkig maar dat dat zo is in deze corona-tijden, maar aan het schrijven van een blogpostje kom ik soms niet meer toe. Op zondagavond daarom maar even een kleine inhaalslag.

De regenperiode is zo zoetjes aan weer voorbij. Twee weken lang regende het bijna elke dag. Dat is voor ons, nieuw-bakken quasi-Palmero’s, een hele nieuwe ervaring. Mensen die het weten kunnen, vertellen ons dat het ‘vroeger’ normaal was, zo’n regenperiode.  Dat het eigenlijk ook zo hoort te zijn.

Hoe dan ook. Je ziet het land er van opknappen. Het Isla Verde, wat Groen Eiland betekent, doet haar naam weer eer aan. Buitjes zijn er nog steeds, bijna elke dag. Maar dan buitjes van hele fijne waterdruppeltjes en nooit langer dan een kwartiertje durend. Daar krijg je hele mooie plaatjes van..

 

In de vroege ochtend, als de zon in het oosten opkomt maar nog niet over de bergkam is gekomen, zie je vanuit onze oceaanramen de wolken boven de zee al oplichten, terwijl het land zich nog in schemerduister hult. Een geweldig begin van de dag. Daar word je blij van, hoe vol je agenda voor verderop die dag er ook uitziet.

 

Ik had nog niet verteld over onze aanloper, van een paar weken geleden. De Vierde Hond. De Vierde Hond was een jonge  Podenco. Podenco’s worden op La Palma in roedels gehouden. Het zijn jachthonden. Als de roedel niet jaagt, worden de dieren meestal opgesloten in een alleenstaande oude schuur, ergens op het land. De honden worden vaak niet heel erg goed behandeld, althans niet naar onze Martin-Gaus-Je-Hond-Is-Je-Vriend-maatstaven. Op La Palma denkt men meestal heel anders over honden. Honden zijn nuttig. Ze krijgen voer en dat is het dan. Tot dat het zondagochtend is. Op zondagochtend gaan de nuttige honden  los en worden ze ingezet bij de konijnenjacht. Dat gebeurt vaak ook op het wilde land dat zich tussen onze boomgaard en de Matos uitstrekt.

 

Ze gaan met z’n allen tegelijk in een grote kooi op van die oude pickuptruckjes naar het jachtterrein. Daar worden ze dan los gelaten. Soms blijft er één achter op het veld.  En is dan vanaf dat moment gedoemd om te gaan zwerven. Een achterblijvend hondje wordt kennelijk niet echt gemist, want het gebeurt te vaak. Zo’n zwerver kwam in onze bongerd terecht. En bleef daar meer dan  drie weken rond hangen. Schuw voor ons mensen, contactzoekend, onderdanig op zoek naar gezelschap, zo leek het, van onze drie harige huisgenoten. Het hondje was eenzaam. Ze wilde zich wel aansluiten bij ons huishouden. Het beestje had een vriendelijk karakter. Bedelde niet om eten, alleen om aandacht van Auke en Sanne, die de aanloper op hun beurt erg leuk vonden.  Fenna negeerde haar. Dat hoort zo bij Fenna.

Zo liepen we een tijd lang met vier honden rond op onze uitlaatroutes.  ‘Solo’ werd gedoogd. ‘Solo’ hoorde er op een halve manier bij, maar mocht van ons niet naar binnen komen. Solo, inderdaad. Het beestje had al een naam van mij gekregen. En dan wordt het gevaarlijk. Als het beestje een naam krijgt, gaat  het  baasje zich hechten.  Solo sliep vanaf het eind van de tweede week elke nacht op één van de tuinstoelen in de patio, vanaf het moment dat ze in de gaten kreeg dat ze daar door ons gedoogd werd. Auke, onze opperreu vond het helemaal geweldig allemaal. (Solo was een teefje). Er werd vriendschap gesloten.

 

Maar vier honden is wel wat veel. Te veel. Ruud besloot daarom buiten mij om tot een harde ingreep, waar ik het achteraf wel mee eens was, overigens. Met Auke en Sanne als lokaas, lokte hij het jachthondje de achterbak van onze caddy in en reed hij met het drietal naar het haventje van Puntagorda. Hij koos voor deze plek omdat er  vrij veel mensen komen bij de puerto, maar ook omdat het vanaf de puerto terug naar onze finca toch wel een heel eind lopen is voor een hond. De optimale combinatie voor een harteloze verbanningsactie, zonder al teveel schuldgevoel na afloop.  Aangekomen bij de trap naar het haventje werd Solo door Ruud rücksichtlos de auto uit gezet, voordat ze er erg in had. Het gelukkige toeval wilde dat een andere zwerf-podenco juist op dat moment  wat rond liep te scharrelen. Samen trokken de beide zwervers de wijde wereld in. Zo kwam er een einde aan onze belevenissen met Solo. Zonder schuldgevoel. Beter zo. Maar wel een beetje met pijn in ons hart.

De bouw. De bouw. Hoe is het met de bouw? De bouw vordert. Maar de bouw vordert langzaam. Ik vertelde eerder al over de oorzaken. Voorlopig is het goed zo, wat Ruud en mij betreft. Het dak kwam af deze week en ziet er wat ons betreft prachtig uit. Binnen werden muren gemetseld en werden er voorbereidingen getroffen voor het kunnen plaatsen van ramen en deuren. Allemaal niet zo fotogeniek, dus ik laat het maar bij de drie plaatjes hieronder.

 

De regenweek van vorige week maakte het onmogelijk om aan de achterzijde van het Grote Huis de beide veranda’s te plaatsen. Timmermannen zijn schaars en druk bezet op La Palma, ons tijdslot ging voorbij. In januari zijn we weer aan de beurt. Zo gaat dat.

 

Ruud en ik vinden het wel wat lastig, soms. Het Grote Huis werd op 1 oktober opgeleverd, twee maanden te laat. Nu, ruim twee maanden na de late oplevering,  zijn de laatste klussen nog steeds niet afgerond. De Veranda’s. De luifel boven de voordeur. De laatste schilderbeurt. Binnen nog de afwerking van het houten dak in de hal. Storten van zand in de ‘tuin’ direct rondom het huis. We wachten. We wachten en kunnen voorlopig niets doen aan de aankleding van de tuin en het plaatsen van het geplande houten hek op de stenen muurtjes en het afzetten van een uitloop voor de honden. Plannen op La Palma? Niet doen, niet aan beginnen! Zo werkt het hier niet, hoe erg je ook je best doet.

In het Boeddhahuis hebben we geleerd geduldig te zijn zonder er chagrijnig bij te worden. We hebben het naar ons zin, zoals het is en zoals het gaat. Als je een foto kunt maken als hieronder, van een oerhuiselijk tafereeltje – slapend hondje voor het raam op een vooravond begin december – dat ben je toch al een heel eind gekomen, toch?

 

December, dat begint met Sinterklaas. Ruud en ik beleefden dit jaar voor het eerst Sinterklaas-met-Mojosaus. Door Corona gedwongen vond de sinterklaasviering in de familie Janssen dit jaar digitaal plaats. Dat mocht de pret niet drukken. Gelukkig maar, dat er internet en beeldbellen is. Zo konden ook Ruud en ik vanaf het verre eiland dit jaar toch weer meedoen met het cadeautjesuitpakfestijn. Ondanks de afstand was het erg gezellig en hadden we plezier met elkaar. Grote kans met alle aangekondigde (Duitsland) en aan te kondigen (Nederland) lock-downs in het noorden, dat ook de kerstdagen digitaal gaan dit jaar. Ruud en ik hebben vliegtickets geboekt via Düsseldorf, maar de kans is erg groot dat ook deze tickets op ons voucherstapeltje terecht gaan komen… Je kunt er mee leven, maar echt wennen doet het niet.

 

De decemberdagen leveren op ons eilandje, met steeds weer afwisselend zon, nevelsluiers, wolken en af en toe een bui, prachtige plaatjes op. Het is winter nu. Overdag blijft de temperatuur steken op zeventien, achttien graden. Inmiddels zijn  Ruud en ik dusdanig ingeburgerd dat ook wij dit ‘koud’ vinden. Op dagen als deze trekken we dikke truien aan. Maar het is prachtig wat je kunt zien, als je door het raam naar buiten kijkt of als je in de boomgaard tussen het werken door even een beetje rond loopt. Je ziet winters licht. Je ziet Groene landjes. Je ziet felle kleuren. Echt mooi!

 

In maart, net voor de grote lock-down hier op het eiland, moesten we aan de noordzijde van ons kavel noodgedwongen een groot aantal zieke sinaasappelbomen tot aan de stam terug snoeien. Het voelde alsof we hiermee een enorm risico namen, ondanks de geruststellende woorden van Kakien.

 

Kakkien kreeg gelijk. Een half jaar later ziet de plek-des-onheils er alweer zó uit. De bomen herstelden zich in no-time. Volgend seizoen dragen ze weer vruchten, denk ik.

 

Terwijl in Nederland en omstreken, na het feest van de-man-met-de-mijter de donkere dagen voor kerstmis zijn uitgebroken, kondigt zich hier op het Groene Eiland het voorjaar al heel voorzichtig aan. De eerste sinaasappelbomen laten hun bloesembloemetjes al zien. Nog een paar weken en dan ruikt de finca weer voor weken lang naar sinaasappelbloesem. Dat is het mooie aan La Palma. Na de zomer komt de lente. Aan winters doen we hier niet  🙂

 

Deze torenvalk (linksonder, klik op de foto om te vergroten) zat vorige week op te drogen na  een regenbuitje, op een grote steen vlak voor het Grote Huis. Kan ik uren naar kijken.

 

En inmiddels weet ik dat december-februari het kanarie-seizoen is. Ze vliegen in kleine groepjes van boom naar boom, zoals mussen dat vroeger deden in Nederland. Op zonnige ochtenden lijkt het qua vogelzang alsof je in een grote vollière woont. Het is me nog niet echt gelukt om één en ander vast te leggen in een mooie close-up foto. De foto die ik hieronder maakte van een eenzame zanger in onze perenboom, komt het best in de buurt vooralsnog.

 

Vanavond, vlak voor zonsondergang schoven er onderlangs onze boomgaard voortdurend bruma’s (wolken van zee) van noord naar zuid langs. De wolken en de ondergaande zon zorgden samen voor prachtige kleureffecten.

 

Vroeger woonden we in Almelo. Nu wonen we op La Palma. Ook op La Palma is altijd wat te doen, zoals je kunt zien. Maar dan anders. Ook hier gebeurt er niet zo veel. Maar het voelt vaak heel  sereen en het ziet er prachtig uit, allemaal. De seizoenen hebben hier een  ritme, dat nieuw voor ons is en dat we langzaam leren kennen. Dat is een mooie ervaring. De tijd vliegt voorbij.

In de Schaduw van de Matos

Al weer bijna twee weken geleden, op 22 november, aan het begin van de regenperiode die hier in Puntagorda nu al die tijd al  aanhoudt, maakten Ruud en ik een wandeling  vanaf onze finca naar het uitzichtpunt van de Cruz de la Reina, het kruis van de koningin. Een uitgebreide routebeschrijving van de wandeling plaatste ik al eens eerder op dit blog en kan je hier vinden.

 

Met de komst van de regenbuien kleurde het  landschap van bruin naar groen . Ruud en ik wilden wel eens weten hoe dit er aan de andere kant van de Matos uit zou zien. De Matos is het vulkaankegeltje waar we vanaf onze boomgaard altijd tegenaan kijken. Aan de achterkant van de Matos, ver weg in de diepte, heeft men ooit een stenen balkon gebouwd in de steile rotskust en daarop een houten kruis neer gezet; Het kruis van de koningin.

 

We waren net terug uit Nederland en dus nog in vrijwillige thuisquarantaine, vanwege de covid. Je kunt dan niet veel doen als je het huis even uit wil. Maar een wandeling naar dat houten kruis kan wel. Je komt op de weg er naar toe echt niemand tegen. Het kruis is geplaatst aan de rand van het Einde van de Wereld. Voor mijn gevoel. En het kijkt over het Einde van de Wereld uit.

 

Vanaf de voet van de  Matos daal je in ongeveer anderhalf uur af naar een punt op ongeveer vijftig meter hoogte boven zeeniveau. Dichter bij de oceaan kan je niet komen. De rotskust van het eiland is te steil en te gevaarlijk.

 

Tijdens de langzame afdaling wordt het voor je uit steeds blauwer.  Het brede zandpad naar beneden  voert je in brede haarspeldbochten naar de oceaan. Bij elke bocht wordt het uitzicht op de grillige noordwestkust van La Palma indrukwekkender.

 

Ik vind het hier prachtig. De rotsige hellingen, genadeloos bloot gesteld aan de wind. Het weidse water, de golven van de oceaan en de blauwe wolkenlucht daar boven. Het indrukwekkende silhouet van de ongenaakbare vulkaankegel van de Matos. Pas vanaf ‘de achterkant’, de oceaanzijde,  kan je zien dat de Matos  destijds echt een flinke vulkaan is geweest. Vanaf landzijde ziet het bergje er veel meer uit als een vriendelijk heuveltje.

 

Het uitzichtpunt met het kruis is een mooie bestemming voor de wandeling Het uitzicht is er prachtig. Het is er stil, er is geen enkel geluid vanuit de bewoonde wereld te horen. Je hoort alleen de wind en het ruisen van de branding diep onder je. Echt een mooie plek.

 

Wat naar beneden wandelt, moet ook weer naar omhoog wandelen. Als het tenminste terug wil komen op het beginpunt  van de wandeling.

 

Inmiddels hebben Ruud en ik wel wat klimspieren in de benen ontwikkeld. Waar we de klim terug naar boven vroeger best nog wel inspannend vonden, viel de terugtocht nu erg mee. Het is wel een lange terugtocht. Als je anderhalf uur afdaalt, moet je ook minstens weer anderhalf uur klimmen.

 

Onze Münsterlanders zijn waterhonden. Destijds in Twente vonden ze het heerlijk om in de beken achter ons huis te spelen en te zwemmen. Op La Palma komen ze qua waterbeleving niet echt aan hun trekken. Maar vandaag  wel…

 

Dat we direct vanaf huis zo’n prachtig stuk natuur in kunnen lopen. Een plek van leegte en ruimte. Een plek van stilte en vrijheid. We blijven het ervaren als een bron van ongelooflijke luxe en rijkdom.

 

Zo beleefden Ruud en ik met onze roedel van drie harige viervoeters weer een mooie zondagmiddag, wandelend over zanderige, nattige kustweggetjes vol met fijne modderige plassen, waar je je zelf lekker in kunt rollen, ergens op een klein, nietig eilandje midden in de onmetelijk grote Atlantische Oceaan.

Grijs en Groen

Het is opeens regentijd hier op La Palma. Ruud en ik vermoeden dat Michel stiekem op het eiland is, zonder dat wij het weten. Al ruim tien dagen zien we wolkenluchten en regenbuien boven de zee hangen. En die komen met enige regelmaat het land op. Voor de buien uit ziet het er dan ongeveer zó uit. Dit was afgelopen zaterdag, nog net op tijd ons middageten in de buitenlucht kunnen ‘doen’.

 

Al die grijze luchten maken dat het landschap nu snel groen kleurt. Op onze finca schiet het gras omhoog. Tijdens de vorige winter regende het bijna niet. De toen kort gemaaide en deels net omgeploegde terassen in onze boomgaard bleven kaal en zanderig door de droogte. Daar komt dit jaar dan eindelijk toch nog verandering in.

 

Vanmiddag werden we getrakteerd op een enorme plensbui van ruim twintig minuten met heel veel water en zelfs wat hagelstenen tussendoor. Van achter het vensterglas zag dat er zó uit. Het voelde voor Ruud en mij allemaal  heel onwezenlijk. Zoveel regenwater hadden we sinds we op La Palma wonen nog niet gezien. Volgens het weerstation van Ruud viel er in een kwartiertje tijd meer dan 20mm. Plassen water tussen de avocadostruiken. We zagen hele nieuwe dingen. Nog nooit vertoond op onze finca.

 

In totaal viel er vandaag meer dan 40mm op onze plek. Da’s echt een boel. En ook veel meer dan bij de meteostations, die bij ons in de buurt staan, gevallen is. Lokale bui. Inmiddels hebben we zo’n ouderwets maatbekertje achter het huis gekocht, waarmee we toen het droog was geworden de elektronische meting van Ruud’s niet zo heel erg betrouwbare weerstation (qua regenmeting dan) konden bevestigen. Het asfalt van de Camino de Pinto, die langs ons Grote Huis loopt, veranderde tijdelijk in een snel stromend beekje.

 

En wat doe je dan, als het buiten regent? Je kunt niet naar buiten, want daar beland je in een modderpoel. Je leest daarom samen maar een astronomisch tijdschrift.

 

Of je warmt je wat op voor de kachel. Comfort & Gemak dienen de moderne hond op leeftijd.

 

Het is fijn dat er door de weergoden eindelijk gewerkt wordt aan de watervoorraad van het eiland, na drie opeenvolgende superdroge winters. Alleen jammer dat ze net aan hun Goede Werken zijn begonnen  in de week waarop ons Grote Huis een veranda zou krijgen. Geen timmerman gezien op de finca, gisteren en vandaag. Dat kon ook niet, gegeven de omstandigheden. Maar dus geen veranda voor Ruud en Teunis deze week. Geen veranda meer voor Ruud en Teunis dit jaar? Het leven is hard en moeilijk, soms. Maar de finca kleurt er tenminste groen bij 🙂 …

Dakpannen en Binnenmuren

Het Eerste Kleine Huis krijgt beetje bij beetje vaste vorm. De bouw van het huisje bevindt zich in de ‘dakpannenfase’. Er zijn nog slechts twee man aan het werk, Jorge en Angel. De bouw vordert hierdoor langzaam, maar de mannen verstaan hun vak en er wordt prima werk afgeleverd. Aan het einde van vorige week zag het huisje er zó uit.

 

Op de laatste foto van het blok  hierboven zie je dat er flink wat zand is gestort op de helling voor het huisje. In deze helling zullen we definitief een zwembad gaan aanleggen. Óscar heeft een ontwerp gemaakt, waar we geen nee tegen konden zeggen, ondanks de prijs. Het vakantiehuis krijgt een prachtige ‘infinity pool’ van vijf bij bijna drie meter, zo is het plan. Het huisje zal volgens de huidige planning eind maart klaar zijn. In juli wordt het zwembad aangelegd, tegelijk met de ‘estructura’ (het fundament en de betonnen peilers) van het Tweede Kleine Huis, waarvan de bouw dan naar verwachting zal gaan starten. Planningen zijn planningen, we gaan zien wat het wordt. In het voorjaar hopen we eindelijk de benodigde hypotheek voor dit alles definitief rond te krijgen…

Inmiddels zijn we een week verder met de bouw. De centrale binnenmuur werd  in deze week tot aan het houten dak afgemetseld.

 

Met deze muur krijgen de vertrekken van het huisje geleidelijk hun vorm. Hieronder zie je achtereenvolgens de keuken, de zithoek, de slaapkamer en de doucheruimte, in wording. De muur tussen de slaapkamer en de doucheruimte moet nog tot aan het dak worden afgemetseld.

 

Het werk op het dak kwam deze week bijna af. Net niet helemaal, omdat we donderdag en vrijdag weer regendagen hadden. Ook voor de komende week wordt er het een en ander aan regenbuien verwacht. Heel fijn voor de boomgaard en voor de waterhuishouding van het eiland. Minder fijn voor de voortgang van het werk aan het dak. Gelukkig kunnen Jorge en Angel ook binnen aan het werk.

 

Als alles goed gaat, en als de regen geen roet in het eten gooit, komt morgen de timmerman van Óscar een start maken met het in elkaar zetten van de beide veranda’s aan de oceaanzijde van het Grote Huis. Verderop in december wordt een start gemaakt met het maken van een stenen trap die het mogelijk maakt om vanuit de achterdeur van het Grote Huis het ondergelegen terras met fruitbomen te bereiken. Pas als deze trap af is, kunnen we beginnen met het afzetten van een deel van dit terras voor de honden. Kunnen ze eindelijk weer buiten rondscharrelen. De stenen trap komt direct links van de stenen muur op de foto hieronder.

 

Het zijn spannende tijden voor ons qua financiële planning. We naderen het moment dat ons eigen geld op is en het geld van de hypotheek nodig is om het bouwproject te kunnen vervolgen. De aanpassing van het ‘registro’ is inmiddels door de notaris rond gemaakt en ter verwerking naar de betreffende overheidsinstantie gezonden. Daar had-ie maar drie maanden voor nodig.  Als nu ook de verwerkingsslag door de ambtenaren van het registro gereed is, kunnen we opnieuw de hypotheekaanvraag in gang gaan zetten. Met het tempo dat op La Palma gebruikelijk is, hopen we in maart dan echt over het hypotheekbedrag te kunnen beschikken.

Met Óscar hebben we goede afspraken kunnen maken over de aanpassing van onze planning aan de kasstromen. Daar zijn Ruud en ik heel erg blij mee, want op zeker moment begonnen we toch een beetje zenuwachtig te worden. Ook het bedrijf van Óscar heeft zo zijn problemen, vanwege covid19 en trage ambtelijke molens waardoor bouwvergunningen van potentiële klanten maar niet los komen. Beiden hebben we daardoor een zelfde belang in het vertragen van het bouwtempo.

Ook hebben we een scenario uitgewerkt voor als de hypotheek onverhoopt toch niet rond mocht komen. Het is niet onze verwachting en zeker niet onze bedoeling, dat die hypotheek er niet komt. Maar altijd een plan B en een plan C achter de hand hebben, kan op ons eilandje geen kwaad… Zoals bekend komt op La Palma uiteindelijk alles goed. Na een tijdje. Maar dan moet je wel geduld hebben en flexibel kunnen zijn.

 

We gaan zien wat het wordt met de veranda’s deze week. Ruud en ik zijn erg toe aan de komst van het afdak achter het huis. Zeker in deze regenperiode.

Soep

Gisteravond zijn Ruud en ik weer thuis gekomen op ons eiland, na een zesdaags bezoek aan Nederland. Het was fijn om weer even terug te zijn en iedereen weer te zien en te spreken. Maar de reis zelf was wel weer een surrealistische ervaring.

Het was stil en leeg op de vliegvelden. Hieronder zie je een foto die ik op de dag van ons vertrek naar Nederland nam in de uitgestorven vertrekhal op het vliegveld van La Palma. Geen kans om het  beruchte virus hier op te lopen.

 

En dit is een sfeerbeeld van ons vertrek vanaf Schiphol,  volgens wikipedia de op-een-na-drukste luchthaven van Europa. De treurigheid spat van het beeld af, wat mij betreft. Het was er… leeg.

 

We vlogen naar Nederland (en ook weer terug) noodgedwongen met een tussenstop op het eiland Gran Canaria. Rechtstreekse vluchten tussen La Palma en Nederland zijn op het moment niet mogelijk. Ook op Gran Canaria troffen we een treurig leeg vliegveld aan, maar daar maakte ik geen foto’s.

Het TUI-vliegtuig dat ons van Gran Canaria naar Amsterdam bracht, was voor zo’n 40% bezet. Tot onze verrassing zat het Transavia-toestel waarmee we weer terugvlogen naar de Canarias helemaal vol… Toch nog een beetje hoop?

Voor wie vanuit Nederland naar La Palma wil reizen, komen er steeds weer nieuwe reisbelemmeringen bij. Vanaf volgende week is het verplicht om een negatieve covid-test verklaring bij je te dragen als je vanuit het buitenland naar Spanje wil reizen. Ook de Nederlandse regering is voornemens om vanaf komend voorjaar zo’n negatieve testverklaring te gaan eisen van iedereen die het land binnen wil gaan. Voor ons betekent dit alles nog weer een extra kostenpost van een paar honderd euro, want vier testen, per reis. Ons heen-en-weer-model wordt dan langzamerhand financieel onhoudbaar. Daar balen we flink van. We gaan zien of de soep net zo heet gegeten moet  worden als dat zij nu wordt opgediend.

 

In elk geval gaan Ruud en ik er vanuit dat ook 2021 een verloren jaar zal zijn voor het toerisme op La Palma in zijn algemeenheid en voor het verhuren van hele leuke vakantiehuisjes op onze prachtige finca in het bijzonder. Dat zagen we overigens al wel aankomen toen begin dit jaar de ernst van het corona-virus duidelijk werd. Maar zoiets hadden we natuurlijk nooit voor mogelijk gehouden toen we in 2017 aan ons avontuur begonnen.

Het wordt nu tijd om consequenties te verbinden aan wat er gebeurt. Ons project gaat definitief in de pauze-stand. We gaan de uitvoering van de bouwwerkzaamheden vertragen. Het heeft geen zin om voor leegstand te bouwen en kosten te maken zonder dat hier omzet tegenover staat. We wensen ons zelf nu al vast een gelukkig en voorspoedig 2022 (..) toe, en proberen er naar toe te werken dat we vanaf januari 2022 kunnen beginnen met de verhuur van onze vakantiehuizen. Wederom een flinke vertraging. Het is niet anders.

En in 2021? In het Verloren Jaar wonen we voor straf op La Palma. Dat dan weer wel 🙂 .