Verzamelwoede

De donkere decemberdagen zijn al weer voorbij, voorlopig. Met achttien graden en een winterswit zonnetje gingen we het weekend in. Heerlijk om in december, in een t-shirtje, te wandelen over de Pista del Canal. Het horizontale pad met uitzicht over de oceaan, waar jaren geleden onze liefde voor Puntagorda begon.

 

Deze zaterdagmiddag waren we er met een doel. Verzamelen! Nu de bouwvergunning toch wel heel erg binnen handbereik lijkt te komen en we een afstreepkalender van redelijke omvang kunnen maken naar de dag waarop we denken te gaan beginnen met bouwen (nog 35 nachtjes slapen), begint zich een verzamelwoede van mij meester te maken. Ik moet plantjes scoren. Voor in de tuinen en op de hellingen van de finca. En langs de Pista del Canal groeien plantjes die ik zoek, wist ik.

 

De score van de dag. Achtien aloë-achtigen. En 19 cactus-bladeren. De aloë-stekken heb ik met een schepje uitgegraven. Zij moeten wortels gaan aanmaken in de potjes die ik vanuit NL had meegebracht. Groter worden. Groter worden. Verhuizen naar een groter potje. Nog groter worden. En dan een plekje vinden ergens op één van de hellingen van de boomgaard. Eenmaal volwassen hebben ze weinig water en veel zonlicht nodig. Dat komt goed uit, op die hellingen.

 

De cactus blaadjes moeten tien dagen rusten en in die tijd littekenweefsel aanmaken op de plek waar ik ze van de moederplant heb afgehakt. Na tien dagen gaan ook zij de potjes in. Het littekenweefsel moet gaan uitgroeien tot wortels. Ook de cactussen moeten uiteindelijk een plekje vinden op één van de hellingen. Dat is het plan tenminste. Er is plek genoeg..

Ik kan momenteel nergens meer lopen zonder voortdurende blik op de grond om me heen, speurend naar geschikte planten om te stekken. Alles wordt groen nu en alles begint uit te lopen. Lijkt me de goeie tijd van het jaar om op zoek te gaan naar fincaflora.

 

Het voelde geweldig om na de voorbije regendagen weer lekker buiten in de zon te kunnen lopen. In een t-shirtje, op een zaterdagmiddag in december.

 

Ook nog maar even langs gegaan bij de boomgaard, om daar de laatste (denk ik) mango’s van het jaar te plukken of van de grond te rapen. Mango’s zijn de enige vruchten die nog bruikbaar zijn als ze op de grond liggen. Kennelijk vinden de wormpjes en de vliegjes  mango’s niet zo lekker. Wij wel. Dit zijn toch weer twee potjes chutney. Maar ja, de wormpjes en de vliegjes weten dan ook niet hoe ze van mango’s chutney moeten maken..

Donkere December Dagen

Omdat Sinterklaas toch niet hier is, maar elders druk in de weer om verantwoording af te leggen over zijn misschien toch wat gedateerde personeelsbeleid,  breken de donkere dagen voor kerst hier een week eerder aan dan in Nederland. Ik ga proberen om daar maar eens een ‘huiselijk berichtje’ over te schrijven. Anderhalve week niets gepost en dan komen er klachten en vragen… Bericht aan iedereen die zich zorgen maakte: ‘Ja, we leven nog en alles is ok. Maar we zijn niet verslaafd aan het blog, dus af en toe posten we even niets, als dat zo uitkomt’.

Bij ons thuis hebben we gisterenmiddag de lichtjestijd afgekondigd. Ruud is druk in de weer geweest om vanuit de verhuisdozen in de apero de bij ons traditionele en meegenomen ‘eindejaarslampjes’ van stal te halen en op te hangen. Ook dit jaar doen ze het nog  🙂 .

 

Ook het gezelligste tijdelijke donkeregrotkantoor van La Palma is nu feestelijk verlicht en klaar voor de naderende kerstvakantie. Dat werkt een stuk prettiger, moet ik zeggen. Wat mij betreft blijven de lampjes gewoon tot ergens in februari hangen. Normaal gesproken is de woonkamer van het Boeddhahuis een donker hol zonder daglicht. Zelfs als de zon fel  schijnt. We begrijpen de architect van het huis wel vaker niet. En die kerstvakantie: bijna!

 

We laten het bij de lampjes. Aan kerstbomen en kerstballen doen we nooit. Ook nu niet. Ik zou trouwens niet weten of je hier op het eiland kerstbomen kunt kopen. Ze staan wel in winkeletalages in Los Llanos, maar daar heb ik eigenlijk alleen nog maar kunstbomen gezien. Kerstballen zijn er dan weer wel te koop. En onze overburen hebben de palmboom die voor hun huis staat in felgroen neon kerstlicht uitgedost met als motto Groene Nacht Heilige Nacht.

Het weer op het eiland doet goed mee met de door ons afgekondigde lichtjestijd. Het regent veel, vaak en hard sinds donderdagmiddag. Niet leuk als je nu hier op vakantie bent. Bij het vakantiehuisje achter ons huurhuis zie ik af en toe enkele sombere, wat verveelde gezichten rond het huisje scharrelen of in een auto met mistroostige gezichten heen en weer rijden. Ik heb een beetje met de mensen te doen.  Voor ‘ons’, (min of meer) permanente bewoners is de regen echter erg welkom. Ons bruine eiland wordt weer groen. De lente komt. Maar eerst: ff wat donkere dagen.

 

Als zelfs het weerstation van Ruud opmerkt dat het regent, maar liefst 7,2 mm neerslag meet, en daarbij spreekt van ‘extreme weather’, dan begrijp je dat het hier echt flink naar beneden is komen vallen, gisteren, vannacht en  vandaag. En dat het maar een haar heeft gescheeld of dat Noach in zijn ark kwam langs varen. Ook nu, als ik dit schrijf, klettert de regen weer in harde golven op de dakpannen van het Boeddhahuis. Ik merk dat ik dat wel gezellig vind, voor het moment, al die regen. Het helpt dat het nog altijd minstens vijftien graden is buiten, op zo’n donkere natte dag. In Nederland vond ik de combinatie van regen en koud weer altijd waardeloos. Over regen zonder koude maakte ik mij niet druk, vond ik wel lekker.

 

We merken dat ons Boeddhahuis eigenlijk helemaal niet is ingericht op dagen van harde regen. Onze elektrische fietsen houden we noodgedwongen droog achter het zonnescherm op de veranda van ons huurhuis, dat nu dus dienst doet als regenscherm.

 

Het hondenrestaurant op onze veranda is noodgedwongen ontruimd en geëvacueerd naar ergens in de keuken. Dat is nog niet eerder nodig geweest, zo lang als dat we hier nu wonen.

 

Dit zijn de poten van Auke na een kort plasrondje buiten van nog geen twee minuten. Klei dat klontert aan de voetzolen! Vermenigvuldig deze poten met drie en dat toch wel enkele keren per dagdeel, en je kunt wel ongeveer raden hoe de tegelvloer van ons huurhuis er momenteel uit ziet. Daar is bijna helemaal niks aan te doen, zolang het blijft regenen. Overigens vertikt Fenna het om in de nattigheid naar buiten te gaan. Onze comfort-en-gemak-hond is verwend geraakt op het zomereiland.

 

Wat ik mooi vind aan november/december op La Palma is dat het oogstmaand is. De appelbomen in de achtertuin van ons huis hebben bijna twee maanden lang appels-zonder-beestjes opgeleverd. Ook de mangobomen op onze finca leveren voortdurend nieuw fruit, dat (heel fijn) niet allemaal tegelijk rijp is. Inmiddels heb ik er schik in om taarten, appelmoes en chutneys te maken. En het smaakt allemaal nog erg lekker ook…

 

Ruud baalt wel een beetje van het regenweer. Hij  heeft er wat minder werk door, want als het bewolkt is kan je geen sterrengids-avonden doen en als het regent worden gidswandelingen in de Caldeira de Taburiente afgelast. Erger vindt hij het nog dat hij noodgedwongen een pauze moet inlassen bij het grote hoe-maken-wij-de-terassen-van-de-finca-vrij-van-stenen-project. Ik heb er nu geen foto’s van om te laten zien, maar Ruud heeft in de afgelopen weken echt heel veel en zwaar werk gedaan. Nog twee terassen en dan liggen er geen rotsen en keien meer in onze boomgaard op plekken waar je wil lopen of gras wil maaien. De finca knapt er enorm van op.

Tussen de regenbuien door schijnt natuurlijk ook de zon af en toe. En de naamgever van ons huis ziet met enige regelmaat zijn eigen regenboog verschijnen. Steeds op dezelfde  plek boven zijn hoofd.

 

Het eiland wordt langzaam weer groen. Op onderstaand ‘sfeerplaatje’ van de boomgaard kan je goed zien dat het land geleidelijk aan weer een groene gloed krijgt. Ruud maakte de foto afgelopen vrijdag, toen het nog prachtig weer was. Op zaterdagavond hebben we nog tot half10 in de avond met onze toekomstige buren buiten wijn gedronken en tapas gegeten op het terras in de achtertuin. De dagen kunnen soms donker zijn, maar echt voelen als ‘wintertijd’ doet het allemaal niet.

 

Er klinken nog altijd geen bouwgeluiden in onze boomgaard. En dat komt niet doordat het vandaag regent. Er zijn met vandaag erbij al…

 

…dagen verstreken, sinds Ruud en ik met een optimistisch gevoel onze aanvraag voor een bouwvergunning inleverden op het gemeentehuis van Puntagorda. Maar. We zijn nu toch echt aan het aftellen. Afgelopen dinsdag is de ambtelijke commissie bijeen geweest die op gemeenteniveau de aanvraag moet behandelen, nu deze is goed gekeurd door de overheidsinstanties op eilandniveau. Ruud heeft gisteren van de ‘stads’architect op het gemeentehuis gehoord dat alles ok is. Komende maandag vergadert de burgemeester (met zijn wethouders????) en wordt de licencia de obras formeel afgegeven. Op dinsdag of woensdag worden we dan gebeld dat dit besluit genomen is en of we de leges willen overmaken. We kennen het bedrag al. Het werd voor ons op een briefje geschreven, en (jawel) dit bedrag viel ons erg mee. We waren wel eens toe aan een flinke meevaller op de begroting. Nu, die is er,  als het bedrag van het papiertje klopt.

Zodra we de leges betaald hebben, kunnen we dan de licencia afhalen op het gemeentehuis, aldus de stadsarchitect. Zou het dan toch nog gaan lukken in 2019??? Kunnen we gaan bouwen in januari. Eindelijk.

 

We moeten het gaan zien, maar Ruud en ik hebben er wel vertrouwen in. Volgend jaar doen we de eindejaarslampjes in ons eigen huis, met uitzicht over de sinaasappels en de oceaan. Daar nemen we over een paar weken een oliebol op! We denken toch écht dat ons bouwproject sneller zal gaan dan dat van het optrekje hierboven. Zelfs op La Palma. Maar we gaan het zien. Hoog en droog,  vanuit ons Boeddhahuis.

Novemberlicht

Zaterdagmiddag zat ik aan het einde van de dag buiten op het terras van de achtertuin van het Boeddhahuis wat te lezen, toen het me opeens opviel dat ook hier op La Palma het licht verandert, zo tegen eind november. Net als in Nederland het geval is, krijgt het zonlicht een steeds blekere ‘wittere’ kleur, voor mijn gevoel, naarmate het najaar vordert. Winterlicht. Ook hier dus. Maar dat dan wel bij een temperatuur van achttien, negentien graden, met ruisende palmbomen op de achtergrond. Je krijgt er bepaald geen ‘Thialf-gevoel’ bij. En dat is maar goed ook.

Ik heb geprobeerd om het bleke  licht op de foto’s hieronder vast te leggen. Ik vind het wel mooi.

 

Het voelt goed dat je zoiets kunt overpeinzen in een luie lome tuinstoel, op je t-shirtje, zo ergens rond half vijf op een stille zaterdagmiddag, in november.  Dat maakt alles  toch anders dan in vorige novembermaanden het geval was. Beter.

 

Ik krijg daar een  heel blij en tevreden gevoel van.

Groene Vingers (4) Bougainville

In het voorjaar startte ik vol jeugdige overmoed en enthousiasme een aantal projecten met als doel stekjes te maken van struiken om straks het enorme terrein van onze finca mee te vullen. Ik deed maar wat, zonder na te denken over wat ik nou precies aan het doen was. De experimenten mislukten hopeloos.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan,  en de aanhouder wint. Nu het wat koeler is buiten en het steeds duidelijker wordt hoeveel ‘hellingen’ onze boomgaard heeft die moeten worden opgevuld met mooie struiken, ben ik weer aan de slag gegaan. Dit keer heb ik me wat beter voorbereid. Zo vond ik bijvoorbeeld deze site over het vermeerderen van bougainville. Bougainvillestruiken (en dan vooral de paarse variant) zouden wat ons betreft prima in ‘ons landschap’ passen. Ze bloeien negen maanden per jaar, kleuren goed bij het oranje van de sinaasappels en het groen van de avocado’s, kunnen prima tegen de warmte en hebben weinig water nodig. Ideale struiken voor op de hellingen van onze finca dus.

 

 

Zo zagen de stekken er uit die ik bijna drie weken geleden van de struik bij het toegangshek van het Boeddhahuis knipte. Ik maakte dertien stekjes, want had maar dertien lege plastic drinkwaterflessen tot mijn beschikking. De onderkant van de stekken doopte in ik een mengsel van spuug en kaneel, om schimmelvorming te voorkomen. De stekken plantte ik in een mengsel van potgrond en rode aarde uit onze achtertuin.

 

De kweekhoek ziet er zó uit. De afgeknipte flessen dienen als een soort van kas, zodat de stekken niet verdrogen.

 

Na twee-en-halve week al,  zijn vijf van de dertien stokjes kennelijk aangeslagen. Want er worden blaadjes aangemaakt. Veel sneller dan volgens mijn internetbron gebruikelijk is. Helemaal begrijpen en vertrouwen doe ik het daarom nog niet..  Zou het kunnen zijn dat die blaadjes ook kunnen gaan groeien, zónder dat er eerst wortels zijn aangemaakt. Nee toch? Ik heb geen idee, om eerlijk te zijn.  Ik kan overigens wél tellen. ‘Successtekje vijf’ staat niet op de foto, want groeit op in een andere kamer op een andere vensterbank.

Vijf op dertien zou ik een mooi slagingspercentage vinden. Vanochtend keek ik nog maar een keer onder de flessen op de vensterbanken en zag ik iets vaags groens verschijnen op nog eens drie van de kale stokjes.

 

Zó moeten ze ongeveer worden, uiteindelijk. Vanochtend liep ik langs de hellingen van de finca en telde ik uit dat we voor  minstens tien van deze struiken plek zouden hebben op de onderste hellingen. Dan is er nog ruimte genoeg voor de cactussen en aloe die we verder in gedachten hebben voor op de taluds. Het is leuk dat het erop lijkt dat het gestek nu wél gaat lukken. Maar ik houd nog een slag om de arm. Geen enkele ervaring en geen enkel idee. In Nederland was ik een intratuin-tuinier. Gewoon maar afwachten dus hoe het verder gaat en zonder al teveel nadenken de wiki-instructies blijven volgen. En langzaam leren hoe het moet.

Pillen, Sinaasappels en Bouwmaterialen

Het was koud in Puntagorda in de voorbije week. De temperaturen kwamen niet boven de 17 graden uit, de zon liet zich niet of nauwelijks zien en het regende zelfs wat, af en toe. Niet fijn, als je net terug bent uit Nederland en van daar een stevig verkoudheidsvirus meebracht. Niet fijn, als je in een huurhuis zonder verwarming woont. Vooral Ruud is sinds afgelopen dinsdag flink ziek geweest. Onderstaand pakketje van de plaatselijke apotheek hield hem nog enigszins op de been.

 

Gelukkig is het weer sinds gisteren opgeknapt. De zon schijnt weer. Er staat weer een ‘2’ als eerste getal van de dagelijkse maximumtemperatuur genoteerd, zoals het hoort. Gisterenmiddag brachten we een paar uur door op onze finca in het ‘lentezonnetje’. Ruud, voor het eerst weer buiten, zat lekker in de zon bij te komen en te genieten van hoe goed zijn sproei-installatie wel niet werkt. Hij voelde zich nog steeds te slap om iets te doen. Intussen maakte ik van de gelegenheid gebruik om de resterende geitenmest te verdelen over de volwassen bomen op de bovenste twee ‘zuid-terassen’. De grote avocadobomen wisten niet wat hen overkwam. Ze hebben al jaren geen mest meer gehad.. Dit jaar zitten ze vol met vruchten. Die moeten alleen nog wel flink wat groeien.

 

We ontdekten dat de eerste sinaasappels weer klaar zijn voor de pluk. Onderstaande boom (bovenste foto) heeft de primeur. Hij staat op het tweede zuidterras, vlak onder ons toekomstige huis. Ook de andere bomen beginnen stuk voor stuk, elk in eigen tempo, geleidelijk weer oranje te kleuren. De lente komt er aan…, zo voelt dat. Tot eind juni hoeven we geen sinaasappels meer te kopen in de supermarkt.

 

Een rondje langs de bomen leverde de volgende ‘oogst’ op. Voelt nog altijd bijzonder om sinaasappels, citroenen, mango’s en een verloren avocado te kunnen halen uit je eigen tuin. Ik ben er nog steeds niet aan gewend, dus het zal altijd wel bijzonder blijven voelen.

 

De keukentafel in het Boeddhahuis ziet er nu zó uit (foto hierboven). Werk aan de winkel. Appeltaart, appelmoes, citroencake, mangochutney en guacomole maken. Dan heb je wat te doen op een verloren zondag, zal ik maar zeggen. De appels komen overigens uit de tuin van het Boeddhahuis. Daar hangt nog veel meer, voor ons onduidelijk, fruit dat we niet weg gegeten of verwerkt krijgen.

Intussen geraken de bermen van het betonweggetje, dat midden over onze boomgaard loopt, langzaam maar zeker steeds voller met bouwmaterialen (en bouwafval?). De mannen van Óscar gebruiken ons terrein een beetje als stapelplaats. Het ziet er allemaal niet zo fraai uit, maar Ruud en ik putten er ook hoop uit. Binnenkort gaan de bouwwerkzaamheden dan toch écht beginnen..

 

 

Afgelopen maandag hadden we weer een gesprek met Óscar over de bouwbegroting. Ruud en ik hebben wat bezuinigingen aangedragen die onze aannemer grotendeels heeft overgenomen. Tegelijkertijd heeft Óscar zelf ook ruimte op de begroting gevonden. Met een combinatie van minder zwembaden, goedkopere bouwmaterialen en een langere doorlooptijd van de bouw hebben we de financiële problemen die een paar weken terug opdoken met de kosten van de energietoevoer en de waterzuiveringsinstallatie wel weer zo’n beetje opgelost. Komende week zien we Óscar weer en zetten we naar verwachting de spreekwoordelijke punten op de spreekwoordelijke ‘i’s.

Het lijkt erop dat we tóch niet verplicht zijn om een nieuwe aansluiting met het elektriciteitsnet te laten aanleggen. Voorwaarde is dan wel dat we  op een alternatieve wijze energie opwekken waarmee we continue stroomtoevoer voor de huizen kunnen garanderen. Dat moet lukken met het bedrag dat een aansluiting op het reguliere stroomnet zou gaan kosten. Ruud en ik zijn vast besloten om een installatie op zonne-energie te gaan doen, als we toch meer dan 20.000 euro kwijt zijn aan de stroomvoorziening. Óscar lijkt deze boodschap te hebben begrepen..

We hebben een datum geprikt. IJs en weder dienende, starten de mannen van Óscar op maandag 13 januari met het werk. Direct na de kerst en de (op La Palma) daarop volgende feestdagen van januari. Als het gaat zoals afgesproken, beginnen  we dan ongeveer zeven maanden  later dan gepland te bouwen.

 

Overigens is het vandaag dag 527 na vergunningsaanvraag. We wachten nog altijd  op het zo belangrijke papiertje.  Dát hadden Ruud en ik  toch echt niet gedacht, toen we in februari deze kant op kwamen.  Dat is misschien maar goed ook..

Twee Fantastische Dagen..

Dinsdagochtend vertrokken Ruud en ik naar Nederland. Gisteren (vrijdag) ochtend landden we alweer op het vliegveld van La Palma, zittend in de eerste vlucht die vertrok vanaf Schiphol, langs de befaamde randen van de nacht. Diep in de nacht van donderdag op vrijdag dus al opstaan. Transaviatijden. Een extreem kort verblijf in het vaderland. Met als motto de reclameslogan ‘het waren twee  fantastische dagen’. Voor mij voelde het ongeveer zo. Maar dan zonder stropdas, want die draag ik niet.

 

De redenen van ons flitsbezoek waren werkgerelateerd. Ik moest voor een klant in Nederland een aantal dingen doen, waarbij mijn fysieke aanwezigheid vereist was. Soms is dat niet te vermijden. Het lukte ons om alles succesvol af te ronden. Kroon op voorbereidend werk van enkele maanden. Erg tevreden dus. Maar wel erg intensief en energie vretend. Natuurlijk kwam er nog eens van alles tussendoor, waardoor de nachten kort werden en het improvisatietalent op de proef werd gesteld. Met als grootste onverwachte gebeurtenis toch wel deze.

 

Op woensdagochtend vertelde onze auto ons met een hele duidelijke foutmelding, pontificaal in beeld, direct na  het starten, dat hij het niet meer ging doen. ‘Direct uitzetten graag, en een monteur bellen’, zo luidde ongeveer het advies op het display. Onze uiterst betrouwbare, uiterst comfortabele, nooit-iets-mee-aan-de-hand-auto, vijf jaar oud, die mogelijk nog verkocht gaat worden om onze grote plannen op het zomereiland mede te financieren, hield er op eens mee op. En niet een beetje ook. De volkswagenanwbmonteur die binnen een half uur ter plekke was, kon er helemaal niets mee. Dus werd het voertuig opgehaald om naar een garage te worden gebracht. Daar constateerde men feitelijk dat de auto ‘technisch total-loss’ was, al gebruikte men daar een wat klantvriendelijker woord voor. Zomaar ineens, zonder enige aankondiging: Het hele electronische hybridesysteem, inclusief accu,  volslagen kapot en volledig te vervangen . Een reparatie van meer dan 7.700 (!) euro. Dat konden we er nog wel bij hebben na alle bedragen die hier op La Palma onlangs nog door de lucht naar beneden kwamen dwarrelen.

En zo bracht ik mijn twee dagen werkend door in Almelo, niet meer aan de auto denkend, terwijl Ruud hele dagen aan het bellen en mailen was met de dealer en met de importeur van Volkswagen in Nederland.

 

 

Half verdoofd van slaaptekort (ik) en autostress (Ruud en ik) arriveerden we  op vrijdagochtend terug op ons eilandje. Daar bleek het regenbogendag te zijn. Op het hele eiland (we doorkruizen tijdens onze autorit vanaf het vliegveld, via het hondenpension in Breña Alta naar het Boeddhahuis in Puntagorda, ongeveer het hele eiland diagonaal van zuidoost naar noordwest), op het hele eiland regende het steeds net wel, net niet. Daardoor werden we onderweg getrakteerd op de meest prachtige regenbogen. Bovenstaande foto is de enige die een beetje gelukt is, met mobiel, vanuit een rijdende auto. Je ziet de regenboog boven de gehuchtjes rondom El Paso, met de zuidelijke helling en de top van de Pico Bejenado op de achtergrond. Het voelt steeds zo supergoed om over ons mooie eiland weer terug te rijden naar huis, na een verblijf in Nederland. Daar werden we weer  blij van.

Nog blijer werden we  in de loop van de middag. Ruud ontving een telefoontje vanuit Nederland met de verlossende mededeling van Volkswagen dat de volledige reparatie onder de garantieregeling gaat vallen. Pak van ons hart. Deze nieuwe tegenvaller zou er één teveel zijn geweest. In elk geval gevoelsmatig.

 

Ons opgeluchte gevoel werd versterkt door het effect van een nieuwe regenboog vlakbij ons huis, pal boven het hoofd van onze Boeddha. Zo kan het gaan soms in het leven van twee bijna-landverhuizers.

Bofkonten

Ik wilde de wijnvelden boven Puntagorda zien. Of moet je zeggen: druivenvelden? Op de een of andere manier vind ik dat niet klinken. Ik wilde de wijnvelden zien, met het blad in de herfstkleuren. Dus gingen Ruud en ik op zaterdagmiddag aan de wandel. Tien minuten rijden met de auto om de klim boven het dorp naar een hoogte van zo’n 1.000m – 1.100m boven zeeniveau te maken. En daarna: uitstappen, lopen en om je heen kijken. We keken onze ogen uit.

 

Boven de berg was de lucht blauw en scheen de zon. Onder ons bij de zee was de lucht ook blauw en scheen de zon ook. Over ons wandelpad hingen echter nevelslierten en wolkenflarden. Het landschap werd zo betoverd door een prachtig mooi herfstig licht. Overal waar je keek zagen we het geel-oranje herfstblad van de druivenranken. Nog even en alles is hier weer kaal, denk ik. We waren nog op tijd.

 

De druiven voor de Vega Norte en de Traviesa zijn inmiddels geplukt. We hebben begrepen dat het een slecht druivenjaar is in ons gebied. ‘Menos que el promedio’.  Het jaar was te droog en in de zomer was het een paar weken lang echt veel te heet. Ik ken mensen waar de paniek inmiddels een beetje toeslaat. Want hoe moet je je door het leven slaan, als de Vega Norte op is?

 

We begonnen laat en Ruud zou deze avond nog moeten werken. We maakten dus maar een korte wandeling, van een uur of twee. We besloten een paar honderd meter te klimmen tot boven de hoogte van de wijnvelden. We klommen over steile beton- en asfaltweggetjes naar de plek die wij eerder deze zomer tijdens een bergwandeling toevallig ontdekten en die we de ‘zolder van Puntagorda’ noemen. Het dak van Puntagorda is in deze beeldspraak  de kraterrand van de Caldeira de Taburiente, waar we vorige week nog wandelden. Die rand ligt nog weer een paar honderd meter hoger.

 

Op deze hoogte zijn de uitzichten overweldigend.

 

We hadden wederom een prachtige middag. Ik kon het daarom niet laten om alle 34 gemaakte foto’s in hun volle glorie te laten zien. Het lijken wel vakantiefoto’s! Maar dat zijn het niet. En dat is nou nét het leuke. Zulke mooie landschappen om te zien. Zulke prachtige wandelingen om te maken. Op maar tien minuten rijden vanaf de plek waar we wonen. We zijn bofkonten.

Download

Herfst in Puntagorda

We zitten al een heel eind in november. Het is dus herfst. Onze eerste herfst op La Palma. Hoewel ook hier het echte zomerweer plaats heeft gemaakt voor iets anders, ervaren Ruud en ik dit niet als het onheil van de naderende winter, zoals we dat in Nederland wel hadden. De dagen zijn niet somber, grijs en koud. Soms waait het hard. Soms regent het even (meestal aan een andere kant van het eiland), soms schuift er een wolk vanaf de oceaan het land op. Maar meestal schijnt de zon gewoon. We blijven licht in ons hoofd 🙂 .

 

Het is al alweer twee weken geleden dat de klok een uur achterwaarts sprong en de zomertijd overging naar wintertijd. Op de avond van de overgang zaten Ruud en ik buiten te… barbecueën (ja – dit is écht de correcte spelling volgens het Genootschap van de Nederlandse taal). Dat is toch wel een andere mindset dan dat we in Nederland hadden op het moment van de officiële start van de wintertijd.

We eten nog steeds erg vaak buiten. Onder de grote boom in de achtertuin van het Boeddhahuis. In de avondschemering rond een uur of half 7. De zon gaat hier pas onder rond half zéven, dus niet al om kwart over vijf of zo.  Het is erg fijn dat de dagen hier langer zijn.

 

Maar de grootste ‘winnaars’ van ons vertrek naar het zomereiland zijn toch wel onze drie harige huisgenoten. De intense tevredenheid spat er elke dag weer af. Zoveel buiten! Zoveel ruimte! Zoveel om te ruiken! Zoveel rennen en spelen! Zoveel muizen en hagedissen! Zoveel pure hondenfun!

 

Nu de extreem warme dagen voorlopig niet terug zullen keren ben ik voorzichtig gestart met een nieuwe poging om plantjes op te kweken voor onze finca. In de tuin van het Boeddhahuis ontstaan steeds meer hoekjes met kleine potjes vol probeersels. Ook de vensterbanken van het Boeddhahuis ondergaan een gedaanteverwisseling. Deze keer heb ik me wat beter voorbereid en flink wat ingelezen op het internet hoe je dat nou precies moet doen, dat stekken. Hopelijk gaat het succespercentage van de probeersels daardoor flink omhoog. We gaan het zien.

 

Het is mangotijd. In onze boomgaard hebben we (nog) een handvol mangobomen staan. De mango’s zijn nu rijp. Ruud en ik zijn nog steeds geen echte fruiteters, en dat zullen we waarschijnlijk nooit worden ook. Maar mango in de salade is heel erg lekker. En ergens aan het einde van de komende week zal ik vast tijd vinden om een aantal potten mangochutney te gaan maken. Onze mango’s blijven geel en krijgen geen rode blos, weten we nu. Maar ze zijn echt rijp..

 

Ruud ‘doet’ de finca nog steeds vrijwel in zijn eentje, tot mijn grote verdriet. Ik ben op doordeweekse dagen te druk met mijn NL-werk. Hoewel het heel fijn is, en goed uitkomt, dat daar nog steeds ‘groei’ in zit, valt het soms wat tegen om hele dagen binnen achter de laptop, skype, whatsapp en mobiele telefoon te zitten werken. Bovendien zou Ruud best wat meer hulp kunnen gebruiken, want de finca is zo gróót… en er is nog zoveel te dóen…

Ik hoorde mezelf laatst tegen iemand zeggen dat ik me soms net zo’n slecht geïntegreerde turkse of marrokaanse huismoeder voel, maar dan zonder hoofddoekje. Ik kom soms dagen bijna het huis niet uit en vind dat ik de taal, spaans bedoel ik,  nog steeds veel te gebrekkig spreek. Gelukkig lukt het ons meestal wel om al het cijferwerk op enig moment met een welgemikte worp op een grote hoop in een hoek te gooien en bijvoorbeeld een prachtige wandeling te maken. Gisterenmiddag deden we dat nog. De foto’s die ik maakte,  zet ik binnenkort op het blog.

Terwijl Ruud afgelopen week aan het werk was op de finca, gloorde er aan de horizon een prachtige regenboog. De voet van de regenboog schoof akelig dicht richting ons terrein. En je weet wat je kunt vinden bij het begin van de regenboog. We gaan zoeken!

 

Komt het misschien toch nog goed met die bouwbegroting 🙂  . Dat horen we volgende week maandag..

Roque Chico & Roque Palmero

Afgelopen zondag hoefde Ruud niet te gidswandelen in de Caldeira de Taburiente. Vrije dag voor twee. We besloten te gaan wandelen in de bergen boven ons dorp, Puntagorda. We maakten er bij fantastisch zomerweer een gemakkelijke middagwandeling van zo’n drie uur.

 

We startten op een parkeerplaats op ongeveer 700 meter van de Roque de los Muchachos, de hoogste bergtop van het eiland. Op zo’n 2.200 meter boven zeeniveau wandelden we van hieruit westwaarts, naar de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Dit gebied noemen we thuis Het Dak van Puntagorda.

 

Je loopt er in vrijwel volstrekte eenzaamheid door een prachtig berglandschap. Letterlijk over de top van het eiland. Je hebt uitzicht naar alle kanten. Op sommige punten kan je meer dan een anderhalve kilometer diep de krater in kijken.  Heel indrukwekkend. Maar zelf vind ik vooral de lege  graslanden, de wolkenpartijen en de miniatuur-dennenbossen aan de horizon prachtig om te zien. En de leegte om je heen. Vanaf de Roque de los Muchachos wandelen vrijwel alle wandelaars oostwaarts in plaats van westwaarts. Ook heel erg mooi. Kijk bijvoorbeeld hier. Maar als je je volstrekt vrij wil voelen, loop je vanaf de Muchachosrots naar het westen, in de richting van  de Roque Chico en de Roque Palmero en daarna eventueel afdalend naar Puntagorda, Tijarafe of (een heel eind verderop) Tazacorte Puerto.

 

Het is altijd leuk om ‘deep down’ ons dorp te zien liggen. Dat uitzicht zie je op de bovenste foto van het fotoblok hierboven. Vanaf de tuin van het Boeddhahuis kunnen we de twee toppen-zonder-naam zien, die langs de kraterrand liggen tussen de Roque Chico en de Roque Palmero. Ruud en ik noemen deze beide rotspunten de Tussentoppen. Vanaf deze toppen kan je ons huurhuis omgekeerd echter niet zien. Vanaf deze hoogte is Puntagorda te klein, of zijn mijn ogen te onscherp.

Ik dacht aan onze tijd in Twente. Op zondagen of woensdagen liepen Ruud en ik met grote regelmaat de paden van het Wandelnetwerk Twente af. Alle wandelingen van dat netwerk hebben we tig keer gedaan. Hetzelfde doen we nu hier op La Palma. Ook zo’n netwerk. Ook overal al minstens drie keer geweest. De wandelingen in Twente had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien, als ik heel eerlijk ben. Hoe mooi het daar ook is, zeker in de zomer. Van de berglandschappen op La Palma krijg ik, denk ik, nooit genoeg.  Geweldige natuur in alle seizoenen. En bereikbaar als in ‘onze achtertuin’. Pure luxe.

 

De zon was al aan het dalen en aan het verkleuren naar oranje, toen we de Roque Palmero, het eindpunt van onze route bereikte. In het fotoblok hierboven zie je Ruud zwaaien vanaf de top.

 

De wandelroute is super eenvoudig. Wandelapps of kaarten zijn in principe niet eens nodig, denk ik. Je volgt de Camino Real, aangegeven met roodwitte markering in de richting van Tazacorte Puerto. Zodra je wandeltijd voor de helft op is, keer je om en loop je terug naar je beginpunt. Voorbij ons eindpunt van vandaag, de Roque Palmero, begint de route te dalen tot aan zeeniveau. Langs de route vind je voortdurend wegwijzers met nog te lopen afstanden in kilometers. Als je naar Puntagorda, Tijarafe of Tazacorte wil lopen,  wordt de wandeling een enkele reis en moet je op je eindpunt transport organiseren. De wandeling begint officieel bij het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos.

 

Om half drie zetten we onze eerste stappen. Iets na half zes zagen we onze auto weer staan. We hadden een geweldige zondagmiddag, met ons 2 op een hoge, lege kraterrand, ergens op een klein, onbeduidend eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Download

Een nieuwe Vriend gevonden…

Gisteren hadden we een lang verwacht gesprek met Óscar, onze bouwaannemer. Een belangrijk gesprek, want de twee resterende grote variabelen in de begroting van onze bouwplannen zouden dan eindelijk uitgewerkt op tafel komen; De kosten van de energievoorziening en de meerkosten van de opgelegde maatregelen voor het zuiveren van het afvalwater door het Consejo Insular de Aguas. De doorrekeningen  vielen ons bepaald niet mee. En dan druk ik me voorzichtig uit. De tafel waarop alles kwam te liggen, zakte bijna door zijn poten heen onder het gewicht van de uitgewerkte cijfers. En het lukt me tijdens het gesprek maar niet om mijn gezicht uit ‘standje onweer’ te krijgen. Terwijl Óscar het allemaal ook niet kan helpen..

 

De meerkosten van de afvalwaterzuiveringen komen maar liefst uit op zo’n 20.000 euro. Dat is een groot bedrag. Maar op de één of andere manier hebben Ruud en ik hier nog wel vrede mee. Het is logisch dat het eiland maatregelen neemt om milieuverontreiniging tegen te gaan. En die apparatuur kost wat. ‘Vroeger’ kon hier bijna alles, maar die tijd is voorbij. Heel erg vervelend, maar gelukkig hebben we altijd een hele voorzichtige begroting gemaakt. We hopen alleen wel heel erg dat het afvoersysteem dat ons wordt opgelegd in de praktijk ook een wérkend systeem gaat zijn. We vrezen de vakantiegasten die toiletpapier of erger door de wc gaan spoelen.  Dat is op La Palma buiten de steden meestal niet de bedoeling, en ook op onze finca niet,  maar vaste gewoonten zijn vaak moeilijk te doorbreken.   Het afvalwater, inclusief per ongeluk doorgespoeld toiletpapier, moet met het opgelegde rioleringsstelsel  over zulke grote afstanden naar een gemeenschappelijke poso (zinkput) worden geleid dat we als de dood zijn voor voortdurende verstoppingen. We gaan het zien.

 

De energievoorziening van onze huizen gaat ons 23.000 euro kosten. Nou hadden we voor deze post al een flink bedrag in onze begroting opgenomen. Maar het duizelde ons gisteren toch even, toen we de uitgewerkte berekeningen voor deze post op tafel zagen liggen. Het meest frustrerende aan het hele energieverhaal is dat we als ‘complejo turístico’ volgens Óscar wettelijk verplicht zijn om onze huizen aan te sluiten op het electriciteitsnet. Van bovengenoemd bedrag zouden we namelijk prima alle apparatuur aan kunnen schaffen om middels zonne-energie en batterijen volledig zelfvoorzienend te zijn op energie-gebied. Maar dat mág dus niet.. Sterker: door deze kostenpost gaat het ons aan middelen ontbreken om überhaupt te kunnen investeren in zonne-energie. En dat op La Palma, waar de zon bijna elke dag schijnt! Af en toe worden we echt helemaal dol van de wetten en regels die  in ons nieuwe halve thuisland gelden.  En dan te bedenken dat La Palma zogenaamd door de EU is uitverkoren als één van vijf testeilanden om ‘als voorbeeld te dienen in de energietransitie waar door zelfvoorziening een duurzame welvaart wordt gecreëerd, blablabla’. Direct intrekken die EU-subsidies als het eiland er zulke achterlijke energiewetgeving op na houdt! Bij wie komt dat geld in godsnaam terecht?

 

Met de uitwerking van de twee ‘stelposten’ komen de meerkosten van ons project, inclusief extra aanvullende graafwerkzaamheden uit op  zo’n 35.000 (!) euro. Daar valt in deze fase van ons plan niet meer tegenop of rond omheen te begroten.. We moeten dus bezuinigen. Onze begroting biedt daar wel ruimte voor, maar het is nooit leuk om plannen die al jarenlang in je hoofd zitten naar ‘beneden’ te moeten bijstellen. We zullen goedkopere materialen gaan gebruiken. Mogelijk sneuvelen er veranda’s of halve veranda’s in ons plan. Waarschijnlijk sneuvelen er zwembaden. Die maken we dan een jaar later. Of twee jaar later. Dit is hoe het zal moeten gaan.

 

Óscar zelf ziet er nog wel gat in. Hij kent ons maximumbudget en ziet nog wel mogelijkheden. Ik vrees dat ik hem gisteren, slechts half expres, met mijn orkaanstormgezicht duidelijk heb gemaakt dat ons maximumbudget toch écht ons maximumbudget is. Over twee weken komt hij met een voorstel. Daarna zullen Ruud en ik onze pijnlijke keuzes moeten gaan maken.

Ruud en ik zitten na een halve dag van ‘verwerken en praten’ op de lijn dat we de tijd maar als onze grote vriend moeten gaan beschouwen. Als alles niet in één keer is te realiseren, dan moet het maar in etappes. Veranda’s, zwembaden en andere ‘accessoires’ kunnen ook later nog worden aangelegd of bijgebouwd. Als het niet kan zo als het moet, dan moet het maar zoals het kan. Een beetje teleurstellend is het wel.

 

Maar er is ook goed nieuws. Als alles gaat zoals we gisteren hebben besproken, gaat binnen afzienbare tijd dan toch echt de eerste schop de grond in en beginnen we met bouwen. Dat zal ergens half december zijn. Het project zal dan in het najaar van 2020 worden opgeleverd en ‘ons’ grote huis kan half augustus klaar zijn. De verhuur van de huisjes start dan waarschijnlijk in januari 2021. Geduld is een schone zaak op La Palma.

Inmiddels hebben we ook zekerheid van de eigenaresse van het Boeddhahuis dat we het huis kunnen huren ‘zolang als we willen’. Ons huidige huurcontract zou half februari aflopen. Ruud en ik zijn erg blij dat we niet tussentijds hoeven te verhuizen.

Óscar stelt zijn bouwcontainer, dat is de container die nu al op ons terrein staat, beschikbaar als opslagruimte voor onze meubels. Die meubels staan nu nog  in onze apero te wachten op hun hernieuwde leven-bij-daglicht. Maar daar moeten ze uit, zodra de bouwwerkzaamheden gaan beginnen. We hoeven hiervoor nu geen andere opslagruimte te vinden. Dat is prettig.

Met de bank zijn we tot een akkoord gekomen over onze hypotheek. Het heeft even geduurd, maar we hebben nu zekerheid dat we ons gevraagde hypotheekbedrag zullen ontvangen en hebben ook zekerheid over het tijdstip waaróp we het kunnen ontvangen. De speciale bankfunctionaris die ons zou gaan begeleiden met de bouw, die we dan wél zelf zouden moeten betalen en waar we helemáál niet op zaten te wachten, is weer afgevoerd richting de coulissen van de Caixa.

Kortom: de raderen van de machinerie van ons project komen langzaam weer in beweging na het lange wachten op de vergunningen. Onze huizen gaan er komen. En het lijkt erop dat we langste ‘wachttijd’ nu wel achter ons hebben liggen.

 

Maar we hebben Vadertje Tijd er noodgedwongen als nieuwe vriend bij…