Now You Are Here; What Do You Do?

Het is nu ruim een maand geleden dat we vanuit het Boeddhahuis verhuisden naar het Grote Huis op onze finca. De tijd vliegt, als je het naar je zin hebt. Maar het heeft echt even geduurd, voordat Ruud en ik het naar ons zin kregen in ons nieuwe onderkomen. Dat was onverwacht. We voelden ons een beetje zoals bij onze favoriete slogan uit de foldertjes van de National Park Service in Amerika uit de tijd dat we die parken nog met enige regelmaat bezochten. Op de kop van de krantjes stond altijd de vetgedrukte volzin ‘Now You Are Here, What Do You Do? Daarna kwamen de suggesties voor als je een halve dag, een hele dag of enkele dagen de tijd had om in het park te verblijven. Wíj hebben nog een heel léven de tijd om op ons eiland te verblijven.

 

We voelden ons een beetje verloren buiten de veilige ommuurde tuin van ons voormalige huurhuis. Waar alles duidelijk, overzichtelijk en tijdelijk was. Met de verhuizing waren we aangekomen op de plaats van bestemming. Er ligt nog zoveel open op deze plek en het is aan ons om daar vorm en inhoud aan te geven, terwijl we daarbij soms erg afhankelijk zijn van De Instanties en Andere Personen. We voelden ons een beetje ontheemd door dat inzicht.

Zo liepen er aanvankelijk bijvoorbeeld voortdurend wandelaars over ons terrein. Vaak vergezeld door los lopende honden. Niet fijn, als je zelf honden hebt en nog geen idee hebt wanneer je kunt beginnen met het afschermen van de boomgaard. Afhankelijk als we hierin zijn van de vervolgplanning van Óscar. Men reed dagelijks op paard dwars door onze avocado’s en keek ons daarbij aanvankelijk aan alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. ‘Zo doen we dat hier altijd’, maar dan in het Duits. Totdat ondergetekende dat misverstand misschien ietwat scherp, maar in elk geval wel heel erg duidelijk, en uiterst beleefd dat dan weer wel,  uit de wereld hielp. Zoiets kost ons moeite.

Onze bovenbuurvrouw stuurde ons vervelende appjes vol met beschuldigingen dat we op haar terrein zouden rond lopen en daar kwalijke dingen zouden  uitvoeren. Appjes vol met vage dreigementen in HOOFDLETTERS. Bovenbuurvrouw woont overigens zelf op Tenerife en heeft geen idee wat er allemaal wel en vooral niet op haar terrein gebeurt.

Na de bouwrush van  rond de oplevering van het Grote Huis viel het activiteitenniveau van de mannen van Edyserca La Palma SL vrijwel volledig stil en leek er een tijd lang geen beweging meer in te krijgen. Er werd tegelijkertijd door het bouwbedrijf flinke druk op ons uitgeoefend om een factuur te betalen, terwijl er nog een waslijst van onafgemaakte werkzaamheden moest worden uitgevoerd en wij er dus nog helemaal niet aan toe waren om te gaan betalen. Er werden bouwvakkers ontslagen die al acht maanden voor ons tot onze volle tevredenheid aan het werk waren. Je gaat je dan afvragen hoe stevig zo’n bouwbedrijf financieel vaart in deze crisistijd.

Dan was er het hopeloze virus, dat ons voortdurend belet om ons oorspronkelijk geplande Tussen-Twee-Landen-In-Bestaan te leiden.

Maar bovenal: Ruud en ik waren verschrikkelijk moe. Moe van het het werk op de finca en het toezien en steeds moeten ‘drukken’ op de bouwwerkzaamheden. Moe van ons werk voor Nederland; onze geplande vakantie in augustus viel ernstig in het water door softwareproblemen bij onze grootste klant, twee dagen voordat onze vakantie zou gaan beginnen. Moe van de verhuizing. Moe van de voortdurende onzekerheid en zorgen over de voortgang en de toekomst van ons Grote Plan in tijden van Corona. Moe van het Coronavirus zelf, dat ons afsnijdt van de contacten met familie en vrienden in Nederland. Moe van alles eigenlijk. We waren ons zelf een beetje voorbij gelopen. Een beetje door eigen schuld en een beetje door de omstandigheden.

 

Maar we hebben ons inmiddels weer wat kunnen ‘herpakken’. We snappen weer wat we hier doen op dit eiland en waarom het, ondanks alles, zo fijn is om hier te zijn. We hebben vooral weer een beetje bij kunnen tanken in onze hoofden. Als je echt moe bent, zie je alles inktzwart, wij wel tenminste. Een beetje rust doet wonderen met je perspectief op hoe de zaken er werkelijk voorstaan.

De bouw van het Eerste Kleine Huis gaat inderdaad niet hard op het moment. We hebben er al wel een goed gesprek met Óscar over gehad en zullen komende woensdag nog zo’n gesprek hebben. Het zal een beetje geven en nemen worden. Daar zitten voor ons nadelen, maar ook voordelen aan. Uiteindelijk houdt alles elkaar wel in evenwicht. Het Covid19-virus  schudt nu eenmaal alles flink door elkaar hier op La Palma, ook al is er op het eiland zelf vrijwel niemand ziek. Daarmee moeten we leren leven. Vorige week is men begonnen met het leggen van de dakpannen. Op onderstaande foto’s zie je hoe ver het huis afgelopen vrijdag gevorderd was. Het zal pas in de loop van  volgend voorjaar klaar zijn. Dan ook pas beginnen we met de bouw van het Tweede Kleine Huis. Op z’n vroegst.

 

We (‘ik’ eigenlijk, de tuin is ‘mijn’ afdeling), we zijn begonnen met het aanleggen van stukjes tuin. De plantenstekken in de ‘proeftuin’ (eerste foto hieronder) doen het prima. Op andere plekken heb ik nu gelijksoortige stekken ingeplant. Na de  regendagen van de afgelopen twee weken, zie je de planten bijna letterlijk groeien. Het is heel bijzonder om dat mee te maken. Sommige plantenstekken spuiten gewoon de grond uit, terwijl ze een hele zomer stil hebben gestaan. De groeiseizoenen zijn hier omgekeerd in vergelijking met wat we van Nederland kennen, leren we hiervan.

 

De boomgaard staat er prima bij. Ruud heeft alles helemaal ‘onder controle’ op het moment. Voor zo lang het duurt, natuurlijk, want de schimmeltjes, luisjes en spinnetjes liggen altijd op de loer om te wachten op hun kans.  Als je erover nadenkt heeft Ruud in een jaar tijd  heel veel geleerd en heel veel gedaan. Natuurlijk is nog niet alles perfect.  Maar de bomen doen het prima, er zijn momenteel geen actieve plagen of ziekten en de combinatie van kale takken en gele bladeren hebben we eveneens achter ons gelaten. Het valt mensen op. Dat is leuk om te horen. We zijn benieuwd of we komend voorjaar ook gaan mee maken dat de fruitopbrengst van de bomen navenant groter zal zijn, of in elk geval van een betere kwaliteit.

 

De doorgang tussen ons terrein en het terrein van boze bovenbuurvrouw  hebben we provisorisch afgesloten. Dat geeft ons vooral psychologisch een hoop rust. En het scheelt toch ook wel flink wat aanloop van  Duitstalige hondenuitlaters uit de buurt op ons terrein (en op het terrein van boze bovenbuurvrouw, die eigenlijk boos was op de Duitse hondenuitlaters en niet op ons, maar dat weet ze niet). Kennelijk beschouwen onze vecino’s de hele wereld als hun speeltuin, zolang er geen groot hek rondom heen staat. Alweer een verklaring voor al die hekken hier op het eiland. Ons touwhekwerkje heeft de ongewenste verkeersstroom gestopt.

 

Vaak kijken we met z’n allen naar de zon die zich  elke dag weer onder dompelt in het zeewater. Daar worden we blij van. Eerst altijd twee van ons en dan ook de andere drie, omdat de baasjes blij zijn.

 

Afgelopen weekend vonden we voor het eerst sinds lang weer de tijd om wat rond  te wandelen op het eiland en te herontdekken waarom we het hier zo leuk vinden. Zaterdag liepen we een korte wandeling onderlangs Tijarafe. De wandelroute heb ik eerder al eens hier beschreven. Daarna: hamburgertje eten en biertje drinken in de zon op het terras van de Kiosko in het centrum van het dorp. In je t-shirtje, begin november! En je mondmasker mag af, zodra er iets op tafel staat…

 

Na de hamburger nog even de honden ophalen en met z’n allen uitwaaien op de top van de Matos, in een heerlijk lome zaterdagnamiddagbries. Zoveel stilte. Zoveel kleuren. Zoveel oceaan. Zoveel ruimte om je heen.

 

Op zondag reden we naar het uitzichtpunt van Miraflores, een heuvel aan de rand van Puntagorda. Vanaf de top van Miraflores kijk je uit over het centrum van het dorp. Men heeft ooit bedacht om op deze top  een astronomisch observatiepunt in te richten. Onder de dennenbomen. Met een mooie lantaarnpaal erbij. Maar wel met hele mooie muurtjes. Vroeger begonnen Ruud en ik vaak onze LaPalma vakanties met een broodje mojo op deze plek. In afwachting van de ‘openingstijd’ van ons vakantiehuisje. Blij en verheugd dat we er weer waren. Fantaserend (maar absoluut nog niet met een plan in ons achterhoofd) hoe het zou zijn, als je op deze plek zou wonen. Bijzonder hoe de dingen kunnen lopen in een mensenleven.

 

Ons eigenlijke doel was niet de heuveltop van Miraflores, maar de nog net iets hogere heuvel direct achter dit uitzichtpunt. Deze heuvel-zonder-naam heeft altijd al tot de verbeelding van Ruud gesproken. Ruud wil altijd naar het hoogste punt, als hij ergens is. Bovendien kijken we tegenwoordig op deze heuvel uit vanaf het terras van het Grote Huis. Het leek er altijd op dat het hoogste punt, de tweede heuvel dus, onbereikbaar is voor wandelaars zonder over privéterreinen te lopen. Vandaag gingen we het toch nog eens proberen. Inmiddels hebben we een Spaanse mond, zodat we de weg kunnen vragen. We leerden dat je vanaf Miraflores kunt doorlopen, en steeds rechts moet aanhouden, tot dat je vlak boven het bouwvalhuisje met het rode dakpannendak een geitenpaadje naar links aantreft. Dat smalle pad leidt naar een veel breder pad dat richting de top van heuvel2 voert, zonder dat je over boerenerf of door boomgaarden en tuinen hoeft te lopen. Het was er mooi. We zagen het dorp Puntagorda in volle glorie onder ons liggen. We zagen door de telelens van de fotocamera ons eigen nietige fincaatje ver weg in de diepte  te midden van al het andere liggen.

Op de heuvelrand aan de horizon zagen we ook het verbrande bos bij Las Tricias en Briestas. Het is altijd weer schrikken als we beseffen hoe dichtbij het vuur is gekomen tijdens de bosbrand van afgelopen augustus. Je kunt de bruine bomen zien als je de voorlaatste foto van het blok hieronder uitvergroot.

 

We besloten om met de auto even te gaan kijken hoe het er nu is. Dat hadden we nog niet eerder gedaan sinds de brand. We schrokken flink. Onze prachtige fietsroute door Briestas en El Castillo richting Santo Domingo, helemaal in de as. Zo’n triest gezicht, want het was hier zo verschrikkelijk groen en mooi met uitbundig bloeiende bloemen. Ook de route van Ruud’s gidswandeling rondom Las Tricias voert nu voor een groot deel langs bruine dennen en verkoold struikgewas. Over drie jaar zal je niet veel meer merken van dit alles. Maar drie jaar duurt nog zo lang…

 

We reden door naar de kust onder Santo Domingo. En daarna weer een hamburger in de zon, dit maal op het terras op het kerkpleintje van Las Tricias. Een vegetarische hamburger uiteraard. Las Tricias is de hoofdstad van het alternatieve, vaak veganistische,  leven op La Palma. Maar echt heel erg lekker. Ik miste de runderinbreng niet op het geheel.

 

Zo’n weekend zonder verplichtingen in de zon doet wonderen. We hadden weer even het vakantiegevoel te pakken. We weten weer waarom we op La Palma zijn 🙂 .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *