Met kleine stapjes vooruit

Vijf weken geleden is het alweer sinds mijn laatste blogpost. Ik had toen net met Hans en John een mooie wandeling gemaakt in het noorden. In de tussentijd ben ik nog een week in Nederland geweest, o.a. voor de verjaardag van Angelique. Het was (heel erg!) fijn om er weer even te zijn, maar ik had eigenlijk te weinig tijd voor mijn familie omdat er nog steeds zoveel geregeld moest worden i.v.m. het overlijden van Teunis. In Nederland lijkt wat dat betreft het meeste geregel wel achter de rug, maar in La Palma moet het eigenlijk nog beginnen. En had ik al verteld dat ik een deeltijdbaan heb gevonden, bij hogeschool Saxion in Enschede? Soms is er een pandemie nodig om in te zien dat werken op afstand misschien niet ideaal, maar best wel mogelijk is.

 

Het reizen tussen La Palma en Nederland is er dankzij de vulkaan niet gemakkelijker op geworden. Omdat El Monstruo (Het Monster; een officiële naam heeft de vulkaan al die tijd nog niet gekregen) met zijn asregens het vliegverkeer regelmatig ontregelt, is het maar de vraag hoe je van het eiland vertrekt (of er weer aankomt). Je vlucht kan zomaar enkele uren van tevoren worden geannuleerd als de wind de verkeerde richting uit waait. Ook de korte vluchten tussen de eilanden vallen regelmatig uit. Dan resteert de veerboot. Die gaat altijd, maar met ruwe zee is het bepaald geen pretje. Vanaf  buur-eiland Tenerife vlieg je dan alsnog op en neer naar Nederland, al dan niet met een tussenstop in Madrid.

Op de foto zie je trouwens hoe de landingsbaan wordt schoongemaakt. De foto komt uit een Duits krantje en de journalist schreef erbij “bijna de hel op aarde”. Het lijkt me geen gezond werk.

 

Elf weken houdt de vulkaan het inmiddels vol. Terwijl de lava steeds weer nieuwe routes zoekt en nieuwe gebieden bedekt, regent het as en zijn er onophoudelijk kleinere en grotere aardbevingen die je tot hier aan toe kunt voelen. Afgelopen vrijdag en zaterdag werd het ineens rustig; zou het misschien…? Maar nee, vandaag opende zich een nieuwe mond en was het gebulder tot in Puntagorda te horen. Het is echt een loodzware beproeving voor de mensen in het Aridanedal. En soms zie je foto’s in de krant die bijna niet te geloven zijn, wat te denken van een nieuwe kratermond die zich in de voortuin van een huis opent? Of een kei zo groot als een vrachtwagen die als gevolg van een aardbeving naar beneden komt rollen? Het ooit zo levendige Puerto Naos? Al sinds het begin van de uitbarsting een spookstadje waar een steeds dikkere aslaag zich op de straten en daken verzamelt.

 

Terug naar huis dus, voor vrolijker berichten. De bouw vordert, zoals altijd, traag maar gestaag. De elektriciteitskabels zijn geplaatst zodat we daarvoor alvast niet meer op het terrein van de bovenbuurvrouw hoeven te zijn. Helaas kwamen de mannen van de glasvezel niet opdagen wegens een foutje bij de verwerking van de aanvraag. Hopelijk komen ze volgende week alsnog… Pas daarna kan het laatste deel van de sleuf worden gegraven tot aan het aansluitpunt op het bestaande netwerk en kan er een moeilijk hoofdstuk worden afgesloten.

Op eigen terrein wordt er gewerkt aan de veranda’s en afdakjes bij beide huizen. Jorge en Angel zijn eigenlijk metselaars, maar met advies van timmerman Fernando (inmiddels met pensioen) zijn ze goed bezig. Langzaam maar zeker ronden ze zo de bouw af, en kan begonnen worden met de laatste details.

 

Ik ben zelf begonnen om een hek te maken langs de rand van het terras van het huurhuisje. Ik wilde iets maken dat landelijk is, dat de rand goed markeert en dat níet uitnodigt om er even flink tegenaan te leunen. Tussen de palen komt daarom een dik koord, maar dat moest nog worden besteld.

 

Inmiddels beginnen zich ook de eerste ideeën voor de inrichting van de tuin van het huisje te vormen. Maar daarover meer in een ander bericht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.