Isla Verde

Vorige week zondag wandelden Ruud en ik mijn lievelingswandeling; de wandeling die ik tegenwoordig de Grote Briestaswandeling noem. De Grote Briestaswandeling is mijn favoriete wandeling op het eiland. We lopen de tocht dus vaker. Een routebeschrijving vind je hier. Er is ook een Kleine Briestaswandeling, de Boswandeling van Puntagorda naar Briestas, en weer terug. De routebeschrijving van die kortere wandeling vind je hier.

 

Maar vandaag dus de Grote Briestas Wandeling. De wandeltocht is ongeveer 20 km lang. Dagvullend. We begonnen om kwart over elf in de ochtend. Rond half zeven in de avond zagen we de gele muren van het restaurant weer terug. De wandelroute voert je door de vele afwisselende landschappen die het binnenland van noordelijk La Palma rijk is. Dennebossen. Wijnvelden. Bloemenweiden. Boerenerven. Kleine gehuchtjes. Geen oceaan (nou ja, op verre afstand) en geen vulkanen tijdens deze tocht. Je kijkt op gegeven moment al wandelend wel tegen de steile muren van de Caldeira de Taburiente op, om op de randen hoog boven je in witte stipjes de vormen van de telescopen te ontdekken. En dan zijn er de majestueuze oude dennebomen die je tegen komt terwijl je wandelend je weg zoekt. En de in het lange manshoge gras verborgen paadjes langs stenen muurtjes en verborgen akkers, waarover je het grootste deel van de route loopt. Of de wolkenlandschappen als je in de buurt van Roque del Faro komt, waar de wolken vrijwel altijd tegen de bergkam opstijgen en het bos het karakter van een sprookjesbos krijgt..

Ik ga verder weinig woorden besteden aan de tocht. De routebeschrijving kan je elders vinden. Ik ga de tocht laten ZIEN. In 64 foto’s. Achter elkaar. Daar komt-ie…  Mijn favoriete wandeling op La Palma!

 

Als je dit leest, en je hebt alle foto’s gezien, begrijp je vast waarom men La Palma het Groene Eiland, La Isla Verde, noemt. Begin oktober, als de druiven op de wijnvelden rijp zijn en de bladeren beginnen te kleuren, wil ik weer.

De Sterfhoek

Het wordt warmer op La Palma. Sinds een week of twee is het zomer en komt  ook in de relatief hoog gelegen dorpskern van Puntagorda de temperatuur dagelijks ruim boven de twintig graden uit. Het is zonnig. Het is droog. Heerlijk zomers weer. Maar niet echt ideaal voor kleine, kwetsbare,  opkomende kruidenplantjes of struikenstekjes in een bak vol rode aarde, die de hele dag in de felle zon en de warme wind staat te branden en te roosteren. Twee  weken  geleden heb ik de inhoud van de twee kruidenbakken daarom geëvacueerd naar een schaduwrijke plek in onze tuin. Het was toch tijd om de rijtjes opkomend groen uit te dunnen.

 

Aan de voorzijde van het Boedhahuis is in de uiterste hoek van de tuin een klein zithoekje gemaakt onder een schaduwrijke boom. Ik denk dat dit terrasje vroeger bedoeld was om de zonsondergang te kunnen bekijken. Helaas staat er tegenwoordig een nieuw gebouwd huis tussen het terrasje en de oceaan in en kijk je vanaf het plaatsje uit op hekken en muren. Jammer, maar niets aan te doen. Het lege terras leek me echter de ideale plek voor het opzetten van ‘de kwekerij’. Het ligt beschut voor de wind en er valt alleen in de vroege ochtend en in de avond direct zonlicht op de grond.

Inmiddels zijn de koriander, de peterselie, de munt en de tomatenplantjes verplaatst vanuit de grote met rood aarde gevulde bakken in de achtertuin naar kleine kweekpotjes, gevuld met een mengsel van die zelfde rode grond en potgrond, naar de nieuwe kweekhoek in de voortuin. Dat zag er twee weken geleden ongeveer zó uit.

 

De kruidenbakjes zijn aangevuld met stekken die ik heb gemaakt van oleanderstruiken en van de grote bouganvillestruik bij de ingang van ons huis staat. Ook heb ik geprobeerd om op vrij grote schaal (30 stuks) stekken te maken van sommige rozenstruiken uit de tuin van het Boeddhahuis, ook al weet ik wel dat je rozen moet vermeerderen via de wortels of door te enten. Als je niks probeert, vind je ook nooit iets nieuws uit.

 

In de tuin van ons huurhuis staan mooie rozenstruiken. Wij denken erover om onze finca aan de ‘straatkant’ te zijner tijd op een oogvriendelijke manier af te sluiten voor de boze buitenwereld met een bescheiden hek, een haag van oleanderstruiken en daarvoor lagere rozenstruiken, ongeveer zoals deze hieronder. Een experiment is dus op zijn plaats, want we zullen een hoop van die struiken en planten nodig hebben. Wat je zelf kunt opkweken hoef je straks niet te kopen.

 

Deze kamerplant, Lepelplant of Spathiphyllum (volgens Wikipedia), groeit buiten onder de schaduwboom. Ik heb er drie stekken van gemaakt, op de manier waarop ik dat als lagere schoolkind deed: een blad afknippen, paar dagen in een glas water zetten en dan in de grond. Inmiddels heb ik gelezen dat ook deze planten eigenlijk door middel van het scheuren van wortels moeten worden vermeerderd, maar twee weken later leven twee van de drie stekken nog. Er is dus hoop..  Deze planten willen we graag in potten buiten op de veranda zetten, als het ooit zo ver komt.

 

Mijn groenevingerwijsheid bestond in Nederland vooral uit het kopen van planten en bloemen en deze vervolgens goed te verzorgen. Dat moet hier op La Palma anders. Er moet worden gestekt en opgekweekt, en hoe dat precies in zijn werk gaat moet ik nog leren. Er zijn hier hele andere planten en bloemen in de aanbieding. De keuze voor het kopen van planten of bloemen is veel beperkter en op sommige adressen schreeuwend duur, prijspeil waar de intratuin zich voor zou schamen. Maar vooral: Er is  ruimte en een goed klimaat om in het wilde weg gewoon wat te experimenteren. Daarbij maak ik gebruik van de wijsheid uit dit boek, dat in Nederland al heel lang ongebruikt in de kast lag.

 

Leren en Experimenteren dus. En hoe! Vorige week rond deze tijd zonk de moed me een beetje in de schoenen, elke avond als ik naar de kweekhoek liep om de plantjes water te geven. Alles leek te verpieteren en dood te gaan. Ik noemde het de Sterfhoek. En gestorven is er. De selderij, de munt en de rozenstekken hebben het experiment niet overleefd. Maar een groot deel van de tomatenplanten doet het uitstekend, een week later. En ook de overgepotte koriander staat er redelijk goed bij. Voor de fincaplannen is het goed nieuws dat het er naar uitziet  dat ook de oleander en de bougainville zich lijkt te laten stekken. Al het andere (qumkwats, rozen, selderij, munt) is hopeloos aan het mislukken. Ik geef het nog een paar dagen.

In juni moeten we weer een week naar Nederland. Dat wordt een kritische week voor het spul. Dagelijks water geven is dan niet mogelijk. Daarna maar weer verder kijken en zien waar het experiment moet worden bijgesteld en waar het succesvol genoeg  is om door te gaan. In elk geval leuke materie om mee bezig te zijn.

 

Overigens hebben wij vorige week in tussen Los Llanos en El Paso, op de weg naar de Caldeira de Taburiente, een adres gevonden waar we redelijk goedkoop terecht zouden kunnen als we op grote schaal tuinplanten zouden moeten aanschaffen. De kwekerij heet Katyflor. We kochten daar op verzoek van de eigenaresse van het huurhuis wat planten voor in de lekke vijver achter het huis. Daar moeten we nog eens goed rond gaan kijken. Ook hebben we op de mercadillo van Puntagorda vorige week zaterdag gesproken met een Nederlandse man die daar plantjes verkoopt. Binnenkort gaan we ook bij hem langs om in zijn tuin te kijken wat hij voor ons in de aanbieding zou kunnen hebben.

Sinaasappeltijd

Het is sinaasappeltijd, deze weken. Ze moeten er allemaal af! We zijn er een beetje laat mee. Een deel van de vruchten wordt al wat slechter. Dat is jammer en niet goed voor de prijs.

Dat we laat zijn met de pluk, ligt niet helemaal alléén bij ons. Als je sinaasappels plukt, moet je ze ook binnen een dag of twee kunnen verkopen. Inmiddels hebben we twee verkoopadressen gevonden: één dichtbij in Puntagorda en één op drie kwartier rijden in Los Llanos. Alleen: beide adressen nemen maar zo’n tien manden per week af. En onze sinaasappelbomen hebben een veelvoud van deze hoeveelheid aan de takken hangen. Volgend jaar kennen we onze adressen en kunnen we al veel eerder in het jaar beginnen met plukken en verkopen. Al doende leert men.

 

Je wordt niet echt rijk van de sinaasappelbusiness. Althans niet als sinaasappelboertje. Een mand vol, dat is zo’n 18kg aan sinaasappels,  levert ongeveer een tientje op. Een goede boom ‘doet’ twee manden, een hele goeie boom doet er drie. Maar er zijn ook bomen die op dit moment (verwaarloosd) nog geen halve mand opleveren. Voor een tientje per mand moeten de vruchten een jaar lang groeien en rijpen. Ze willen water krijgen. Ze hebben mest nodig. Ze moeten beschermd worden tegen ongedierte. De bomen waaraan ze hangen, moeten gesnoeid worden. Als ze groot, rijp en oranje zijn, willen ze geplukt worden. De handelaar uit Los Llanos eist ook nog dat ze gespoeld en op grootte gesorteerd worden. En uiteindelijk lopen de gespoelde en gesorteerde sinaasappels ook niet zelf naar de handelaar toe, ze moeten worden gebracht. Kortom: we zijn er maar druk mee, vooral Ruud.

Economisch rendabel is het allemaal niet. Maar wij hoeven de arbeidstijd (nog) niet mee te tellen in onze berekeningen. En geld is geld. Dit jaar levert onze boomgaard ruim 80 manden op. Van de opbrengst kunnen we een flink aantal keren pizza espinacas eten bij Flor de Lotús..  Nu zijn we dus aan het plukken, spoelen en sorteren. En Boeddha ziet dat het goed is..

 

Over Flor de Lotús gesproken. Onze favoriete pizzeria is weer een paar weken dicht. Vacaciones. Hoort erbij, bij onze pizzaman. Maar. We hebben een tweede echt favoriete restaurant in het dorp gevonden. Sinds februari is er Ancora Ristorante. De eetgelegenheid ligt boven Puntagorda, aan de doorgaande weg LP1. Op die plek is al heel lang een eethuis, we zijn er wel eens geweest. Het was er echter altijd erg stil en dat kwam omdat het eten er niet lekker was. Nu wel! Want het restaurant is overgenomen door een nieuwe eigenaar. Een nieuwe kaart met gevarieerde gerechten. De nieuwe eigenaresse heeft goed gekeken naar het aanbod dat er al is in het dorp en voor een volledig afwijkende kaart gekozen. We hebben er gisteren (voor het eerst) super lekker gegeten. Het is er alleen wel twee mandjes sinaasappels duurder dan wat gebruikelijk is hier. Dat is dan weer een beetje  jammer. Maar het is goed voor het dorp dat er wat meer variatie is in het plaatselijke restaurantenaanbod. Goed voor onze toekomstige gasten ook. Het wordt nog wel wat in Puntagorda..  We gaan er zeker vaker naartoe.

 

We kwamen er bij toeval achter dat de nieuwe eigenaresse een ‘oude bekende’ van ons is. Ancora is overgenomen door de supervriendelijke eigenaresse van La Fuente, de pizzeria van het buurdorp Tijarafe. Die van de “happy hamburguesas“.  Ze is supertrots op haar tweede restaurant. Toen wij haar na afloop vertelden dat haar nieuwe zaak volgens ons een aanwinst is voor het dorp glom ze van trots. Het compliment leverde ons een likeurtje-aan-de-bar op.

 

Op de stoep van Ancora, kan je trouwens zondsondergangen van dit kaliber zien. Deze is uit 2017 (toen het eten er dus nog bereslecht was). Ook gisteren was er een prachtige zonsondergang te zien. Maar ik had geen mobiel of fototoestel bij me. Dus we doen het met een herhaling van deze foto…

Het Dak van Puntagorda

Afgelopen zondag vonden Ruud en ik eindelijk weer eens tijd om een lange wandeling te maken. We reden met de auto omhoog vanuit Puntagorda naar de Roque de los Muchachos, een autorit van een half uur,  en wandelden vanaf de parkeerplaats bij het uitzichtpunt langs de kraterrand van de Caldeira de Taburiente tot aan de Roque del Chico. Zo kwamen we uit op het dak van Puntagorda. Ons dorp ziet er vanaf de kraterrand zó uit. We vonden het bijzonder om het decor van ons dagelijkse leventje zo ver onder ons te zien liggen, met een hoogteverschil van meer dan 1.600m tussen ons en het dorp in.

 

Het plan was om een ‘hoge’ wandeling te maken om het slangenkruid te zien bloeien. Ruud had met behulp van googlemaps een ‘slangenkruidroute’ bedacht; een rondje van zo’n 11 kilometer lengte, met als begin- en eindpunt de bekende Roque de los Muchachos, het hoogste punt van La Palma.

We kwamen rond het middaguur aan met de auto op de Roque de los Muchachos. Spitsuur. Het kleine parkeerplaatsje staat op dit tijdstip barstensvol met auto’s van toeristen. Wij parkeerden daarom wat lager langs de toegangsweg. Snel wandelschoenen aan en vertrekken uit de menigte, het lege landschap in. Tijdens onze wandeltocht kwamen we welgeteld één ander wandelpaar tegen.

 

De stilte van het landschap boven Puntagorda, ten zuidwesten van de Roque de los Muchachos is oorverdovend. De uitzichten over de oceaan en de zuidelijke helft van het eiland zijn overweldigend, met af en toe als toegift een kilometer diep inkijkje in de krater van de Taburiente. De leegte van het landschap is weldadig. Als je hier loopt heb je het idee dat je de wereld voor je zelf alleen hebt. Het is allemaal niet vast te leggen op een foto. Deze wandeling moet je ervaren.

 

Heel veel bloeiend slangenkruid hebben we niet gezien tijdens onze wandeling. Misschien waren we toch nog iets te vroeg in het seizoen? Of misschien is de bloeitijd van deze prachtige bloem naar wat later in de tijd verschoven vanwege het relatief koude voorjaar op het eiland? Of misschien gaat het gewoon bereslecht met deze zeldzame plant? We weten het niet. De wandeling was er niet minder mooi om.

Ter hoogte van de Roque del Chico, één van de lagere toppen langs de kraterrand die recht boven Puntagorda ligt, daalden we over een brede brandgang af naar beneden, richting boomgrens. Aan het begin van deze afdaling maakten we een korte lunchstop met een broodje kaas en de gebruikelijke kraai die ook van brood, maar vooral van kaas, hield.

 

Aan het einde van de brandgang kwamen we tot onze verrassing uit bij een betonnen weg en een groot waterbasin. Waarschijnlijk aangelegd om bluswater bij de hand te hebben, mocht er op deze plek, zo dicht bij de peperdure telescopen, brand uitbreken?

Als de Caldeira het dak van Puntagorda is, waren we hier aangeland op zolder. Een voor ons onbekende zolder. We kwamen terecht in een parkachtig landschap, bezaaid met mooie bloemen en een schitterend en hoog uitzicht over de oceaan. Vanuit Puntagorda is deze plek goed bereikbaar, klimmend te voet of (ook klimmend) met de auto of op de fiets. We ontdekten een nieuwe prachtige plek in de buurt van ons dorp en gaan hier vast nog vaker komen.

 

Vanaf het parklandschapje begon voor ons de klim weer naar omhoog, richting de vlakte waar de telescopen staan en waar het helicopterplatform van de sterrenwachten is; een klim van zo’n drie-en-een-halve kilometer lengte, waarin een hoogteverschil van ongeveer vierhonderd meter moet worden overbrugd.

 

We ontdekten dat het parklandschap bekend staat als de Llano de las Ánimas. Puur toevallig waren we aangekomen op het beginpunt van ‘onze’ Barranco de las Ánimas, dat is de barranco die ten zuiden van onze finca naar beneden gaat en waarvan we een stukje helling in eigendom hebben.

Op deze llano (veld, vlakte) is in 2003 een project gestart om zaden van een aantal zeldzame planten (waaronder het slangenkruid) te verzamelen om deze planten zo voor uitsterven te behoeden. Er is een groot hek omheen gezet, met een poortje dat open en dicht kan. Nieuwsgierig liepen we midden in de rimboe door een soort van tuin, waarin vooral één van de te beschermen planten (tweede van links op het bord) weelderig groeide. Van de overige plantensoorten was niet veel te zien. We weten niet of het project nog actief is. De verzameltuin is een mooi intermezzo binnen een toch al mooie en afwisselende wandeling.

 

De klim omhoog gaat in eerste instantie door een bos van pinos en struiken met gele bloemen die op bremstruiken lijken, maar het volgens mij niet zijn. De struiken dragen naalden. Ze bloeien in mei.  Ik vond het erg leuk om nu eens te voet door dit bos te gaan. Ik kende het bos tot aan vandaag alleen vanuit de auto. De weg-met-de-duizend-haarspeldbochten die vanaf de LP1 naar de vlakte met de telescopen en de Roque de los Muchachos voert, slingert zich door dit bos omhoog.

 

Op een kleine helft van de klim wordt de boomgrens gepasseerd en eindigt het bos van pinos. Je loopt over een vlakte met uitzicht op de telescopen die men aan de voet van de Caldeira de Taburiente heeft verzameld. In de loop van jaren zijn het er steeds meer geworden. De telescopen spreken altijd tot onze verbeelding en geven een mystieke twist aan het kale, wat desolate, landschap.

 

De wandelroute van Ruud leidde ons tot aan het asfalt van de toegangsweg naar de Roque de los Muchachos, ter hoogte van de Cherenkov telescopen, waarvan je er op de middelste foto in het fotoblok hierboven één ziet. Deze is nieuw en nog in aanbouw.

We liepen over het asfalt verder naar omhoog tot dat we bij een splitsing uitkwamen. Zie de foto meest rechts in de middelste rij van bovenstaand fotoblok. Op dit punt gingen we links af, dus NIET richting Muchachos en WEL de weg in die alleen toegankelijk is voor ‘staff’.  Iedereen hoort tegenwoordig wel bij een staff. Wij wel, in elk geval.

 

De uitsluitend voor ‘staff’ toegankelijke asfaltweg leidt, via een rotonde (neem deze rechtdoor) naar een telescoop die je ziet op de laatste foto van het fotoblok hierboven. Je loopt om dit gebouw heen en staat dan na een klimmetje van enkele luttele meters opeens weer op de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Het uitzicht is indrukwekkend. Tijd voor een kijkpauze.

 

Over het pad dat langs de kraterrand voert, dit is de roodwitte camino realroute, liepen we na onze kijkpauze terug naar de Roque de los Muchachos, het beginpunt van onze wandeling. In totaal deden we ongeveer vier uur over onze tocht. We liepen langzaam (ik had met ademen last van de ijle lucht op deze hoogte, tijdens het klimmen, ik moet altijd aclimatiseren op deze hoogte) en we hebben lang rondgedwaald op de Llano de las Ánimas.

En dan is er nog het toetje: Het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos. Rond vijf uur in de middag heb je het uitzichtpunt vrijwel voor jezelf. De toeristen uit de hotels in het zuiden en oosten zijn weer weg. Ze moeten immers minimaal twee uur rijden om vanuit het hotel naar  hier te komen en rond 18:00 is het etenstijd.

Elke keer als we hier zijn is het prachtig. En zowaar. De plaatselijke VVV heeft voor de liefhebber een paar prachtige exemplaren van het slangenkruid neergezet langs het pad dat naar het diepstliggende uitzichtpunt van de Muchachos voert.

 

Ruud en ik vonden deze wandeling erg mooi en afwisselend. Staat vanaf vandaag in onze top tien van favoriete wandelingen op het eiland. Dat lijstje zal ik één deze dagen eens gaan maken en posten. De wandeling is op z’n mooist in de periode tussen eind april en begin juni, omdat er dan overal bloeiende bloemen te zien zijn in het landschap. Maar ook buiten deze periode is de wandeling zeker de moeite van het wandelen waard.

Download

Blij in de Bongerd

Onze Münstermonsters zijn zielsgelukkig in Puntagorda. Sinds we hier wonen zijn ze vrijwel de hele dag buiten. De omheinde achtertuin, vol fruitbomen, palmbomen en rozenstruiken is hun domein. Daar spelen ze met elkaar, jagen ze samen op hagedissen en zijn ze voortdurend op jacht naar torren en kevertjes.

 

Zaterdagmiddag deden ze een fotoshoot met Ruud. Let op de details. De zwarte neusjes zijn rood geworden. In de oren nemen ze voortdurend de halve tuin aan plakkerige blaadjes mee. En echt ‘huiskamerschoon’ zijn ze ook niet meer. Maar wel gelukkig.

Ook Fenna is een erg blije hond hier. Ze is super actief voor haar doen. Veel actiever dan toen we nog in Nederland woonden. Daarbij heeft ze voortdurend een erg tevreden blik in haar ogen. Voor Fenna is dat bijzonder. Van nature heeft ze een wat angstige oogopslag. Fenna heeft een behoedzaam karakter en weet vooral altijd heel erg goed wat ze niet wil.

Fenna zou Fenna niet zijn als ze vrijwillig voor Ruud op de foto zou gaan. Tijdens de fotosessie hierboven, zat ze zo’n vijftien meter verderop  heel tevreden te bekijken hoe het haar lukte om de camera te ontlopen.

Slome Surrogaat

Afgelopen zondag zouden Ruud en ik gaan wandelen langs de rand van de Caldeira de Taburiente. Het is begin mei, dus het slangenkruid staat in bloei. De grote paarse rechtopstaande bloemen zijn erg mooi om te zien. Een mooi plan. En ook veel zin om eindelijk weer eens een wat zwaardere wandeling te maken.

.

Maar helaas. Of eigenlijk ook weer niet. Ruud kreeg op zaterdagavond een oproep om op de zondag een gidswandeling te doen. Geen slangenkruid daarom, voor mij. Maar onkruid wieden in de bloementuin van het Boeddhahuis, wat hard nodig was. En aan het einde van deze middag een wandeling vanuit het Boeddhahuis naar beneden, rondstruinen op de weggetjes tussen het dorp en onze finca, en daar aangekomen tussen de finca en de Matos. Zonder Ruud. En ook een keer zonder honden. Een surrogaat-wandeling. Maar bepaald geen straf.

Het eerste stuk van het wandeltochtje ging over onze ‘reguliere’ honden uitlaatroute. Een smal weggetje langs de barranco, met uitzicht over de oceaan.

 

Aangekomen aan het einde van de hondenroute, liep ik nog een stukje verder naar beneden. Daar ligt een grote avocado-plantage, die vorig jaar zomer nieuw is aangelegd en in het najaar is ingeplant. Ik was benieuwd hoe snel de geplante avocadobomen groeien. Voor ons van belang omdat wij komend najaar op ons onderste terras aan de zuidkant ook een stuk of twintig jonge avocadobomen willen planten. Volgens mensen die het weten kunnen duurt het drie jaar, voordat jonge bomen vruchten gaan dragen. Maar hoe jong is ‘jong’?

 

Het wandeltochtje ging verder over het zandpad onder het landstuk met de aangeplante avocadobomen. Dit pad voert naar de Barranco de las Ánimas, ‘onze’ barranco.

 

 

Vlakbij de ingang van deze barranco hebben we nieuwe buren gekregen. Twee duitsers die een grot hebben ingericht als campeerplek. Inmiddels hebben zowel Ruud als ik kennis gemaakt. Ze vertelden tot september te willen blijven. Ze zijn into meditatie. En ze hebben ons bankje niet naar hun grot gebracht… We hebben afgesproken dat ze voor eigen gebruik vruchten van onze finca kunnen plukken.  Dat deden ze toch al, maar dat is voor ons geen probleem. In ruil daarvoor houden ze voor ons een oogje in het zeil, als we niet op de finca zijn.

Na de ‘oversteek’ door de barranco liep ik twintig meter naar omhoog over de Camino de Pinto om bij de finca uit te komen. Hieronder zie je de drie ingangen vanaf de weg naar onze terrassen. We willen diep in ons hart nog steeds geen hekken hier plaatsen. Althans, niet van die hoge. We hebben nog wel even om er over na te denken en iets te verzinnen.

 

Op de finca hing ik een tijd lang rond, een beetje rondlopen en een beetje zitten in het gras. Het was er stil. De zon scheen. De wind ruiste door de naalden van de dennenbomen. Het is een mooie plek. En passant nog even facetimen met moeder in Nederland. Steunend op de de stam van een avocadoboom.

 

Daarna ging het zondagmiddagwandelingetje verder door de achter ingang van ons terrein, in de richting van de Matos. Je loopt er door een landschap van zandweggetjes met een prachtig vrij uitzicht over de oceaan.

 

Via een slome klim over het asfalt van de Camino de Matos kwam ik aan op de Pista del Canal, een horizontale weg die evenwijdig loopt aan een van de hoofd buizen voor bananenwater op het eiland.

 

De pista bracht me terug naar de Camino de Pinto. En naar de finca.

 

Het was inmiddels  rond half acht in de avond. Time flies when you’re having fun. Op de oceaan glinsterde de zon in het water. Op mooie dagen prachtig om te zien, en voor mij op de een of andere manier heel zomers en  heel rustgevend. Wel een beetje moeizaam voor de cameralens, met zoveel tegenlicht.

 

Juist toen ik me begon op te maken voor de klim van honderdvijftig meter, terug naar het dorp, altijd weer vervelend als het warm is, belde Ruud dat hij mij zou komen ophalen met de auto. Just in Time Management heet dat. Een mooie afsluiting van een mooie surrogaatwandelmiddag-in-slow-motion. Hopelijk hebben we binnenkort toch nog tijd voor een paar echt lange wandelingen in de bergen of in het Noorden. Daar wordt het hoog tijd voor.

Ruud had tijdens zijn ‘werk’ voor het eerst de gekleurde waterval gezien, in de Caldeira de Taburiente. Die foto wil ik jullie niet onthouden.

 

Binnenkort doen we ‘generale repetitie’  in de Caldeira, en krijg ik een guided privé-tour met een Ruud als gids. Dan ga ik de waterval ook zien. Voorheen liepen we er altijd aan voorbij.

 

Kapsalon

Afgelopen zaterdag en zondag was het feest in Puntagorda. Op het terrein van de Mercadillo werd de (inmiddels jaarlijkse) Feria Culturas del Mundo gehouden. Er kwamen duizenden mensen op af.

 

Ruud en ik waren er op zaterdagmiddag (en een stukje van de avond). De kern van de Feria Cultura del Mundo is culinair. Naast de reguliere boerenmarkt staan er op het plein voor het Mercadillogebouw kraampjes waar je kleine gerechtjes uit tal van landen kunt kopen en eten voor kleine prijsjes. Daarnaast zijn er optredens van dansgroepen uit sommige van die landen en zijn er concerten van life bandjes (vooral latijnsamerikaanse muziek).

 

Er waren kraampjes met gerechten uit onder andere Cuba, Venezuela, Colombia, Filipijnen, Duitsland, India, Syrië, België (trapistenbier!), Brazilië, Mexico en Chili. Nederland was vertegenwoordigd met een kraampje waar je ‘pannenkoek’ en ‘rookworst’ kon kopen. Ruud en ik vonden vooral de kebab uit Syrië en de Kofte uit India erg lekker. Volgend jaar hopen we op een kraampje uit Thailand..

 

Het geheel heeft een hoog koningsdaggehalte. Alleen dan zonder oranje & commercie en met een sfeer waar iedereen iedereen kent en eens gezellig bijpraat met elkaar. Vanaf het hele eiland komen de mensen op het evenement af. Het  dorp stond vol met geparkeerde auto’s.

 

Met Jacky, een Nederlandse kennis uit Puntagorda, kwamen we tot de slotsom dat we de Nederlandse pannekoek niet heel erg smakelijk vonden. Volgend jaar maar eens een echte hollandse ‘automatiek’ op de Feria neerzetten, met kroketten, frikandellen, berenhappen, bitterballen en voor de echte liefhebben een heuse ‘peluqueria’?  Jacky wil wel achter de frituur. Zegt ze.

Van Ruud kwam verder nog het lumineuze idee om hutspot met klapstuk te serveren en niets te vertellen over de achtergronden van deze maaltijd ten tijde van het Leidens Ontzet. Gewoon voor de grap.

Avondrood

De zonsondergangen zijn sinds een paar dagen weer prachtig. Je ziet een heldere horizon. De rand tussen oceaan en hemel ligt ver weg en ‘hoog’ vanaf het land gezien. Het is vrijwel wolkenloos. Prachtig.

Het lukte ons in de afgelopen dagen op de één of andere manier echter niet om op het juiste moment even de tijd te nemen voor de ‘dagafsluiting’.  Steeds kwam er iets tussen. Zo ook vanavond.

 

Vanuit het Boeddhahuis kunnen we de zon niet goed zien ondergaan. We hebben geen vrij uitzicht op de oceaan. Maar toen ik vanavond in het schemerlicht de honden opzocht in de achtertuin, om ze naar binnen te halen, zag ik hoe prachtig de oceaan nog was. Ik kon het niet laten om het moment vast te leggen,  met mijn tenen op de betonrand van ons tuinhek om maar boven het gaaswerk uit te kunnen komen met mijn camera. Het is hier zo mooi, soms. Dit uitzicht. Kruidige grasgeuren. Het geluid van krekels. In de verte een blaffende hond. Verder helemaal geen geluid. En een prachtige maan boven een lichtgevende oceaan.

We kunnen niet wachten tot het moment dat we dagelijks vrij uitzicht over de grote watervlakte hebben, vanaf onze toekomstige veranda.

Veiligheidsslot

Bij Fernando, een timmerman uit het dorp die we via via kennen, hebben we een veiligheidsslot gekocht voor op de deur van onze apero. Vanwege gestolen bankjes enzo.  Woensdag heeft hij er bijna drie uur over gedaan om het slot op de deur te bevestigen. Toen hij weg was, heeft Ruud het overnieuw gedaan. Fernando was zelf ook niet zo tevreden over zijn werk. Hij heeft er geen arbeidsloon voor gerekend. Het slot zit in elk geval op de deur nu. We kunnen weer rustig slapen 🙂 .  Denken we.

Fernando gaat later dit jaar ook de betimmering van de daken van onze nog te bouwen huizen doen, zo hebben we van de aannemer begrepen. We hopen dat hij hierin beter is dan in het bevestigen van sloten. Daarin hebben we overigens wel vertrouwen. We hebben op andere plekken al wel gezien wat hij kan en dat hij een goede timmerman is.

 

Inmiddels hebben we op een aantal plekken nieuwe buren gekregen. Langs het weggetje onder ons Boeddhahuis bivakkeert sinds twee weken een Duitser in een klein tentje midden tussen het kreupelhout. Ruud maakte kennis met hem, toen onze behaarde huisgenootjes op een middag zijn brood stalen. Inmiddels weten de  honden dat ze uit de buurt van de tent moeten blijven en bergt de wildkampeerder zijn brood netjes op in de tent. Even verderop, in de baranco naast onze finca bewonen twee mannen op leeftijd sinds kort een grot. Ze hebben met palmbladeren en bananenbladeren een windscherm gemaakt. Ik kan het niet helpen dat ik ze soms verdenk onlangs ook een nieuw bankstel te hebben aangeschaft. Van hout. Ik kan er wel helemaal naast zitten, maar het voelt niet fijn.

We zijn tot de conclusie gekomen dat we onze eigendommen op onze finca straks beter moeten gaan beschermen dan dat we oorspronkelijk van plan waren. Als het zover is, zullen we daarom waarschijnlijk een hekwerk gaan plaatsen op de muurtjes die onze boomgaard scheiden van de langskomende doorgaande weg. Dat ziet er dan ongeveer zó uit.

 

Niet helemaal ons ideale plaatje, maar als alles straks staat zoals het moet staan op de finca, zal er redelijk wat buitenmeubilair aanwezig zijn op ons terrein. We hebben geen zin om de gratis intratuin van Puntagorda te worden. Nood breekt wet. Er komt een hek. Maar we zien af van wachttorens en automatische, op bewegingssensoren afgestelde machinegeweren. Een mens moet compromissen sluiten, soms

Volgens Antonio wordt er nooit iets gestolen in Puntagorda.  Hij kan het weten, want hij woont al zijn hele leven in het dorp en is volgens ons ver in de zeventig. Bovendien was hij vroeger jarenlang burgemeester van het dorp.  We krijgen ons bankje er niet mee terug.

Op ‘dringend’ advies van  Antonio,  heeft Ruud samen met hem een paar van de fruitboompjes (duraznero’s, een soort van perzikbomen) ingepakt in een nylon omhulsel om de vruchten te beschermen tegen de ‘bichos’. Terwijl ze samen aan het werk waren vertelde Antonio het één en ander over ‘vroeger’. Aan de hand van die verhalen denken we nu wat beter te begrijpen hoe het toch komt dat de toestand van ons kavel vanaf 2012 volgens de sattelietfoto’s die we hebben verzameld, jaar in jaar uit is verslechterd.

We hadden nog net een paar stukken van het landbouwnylon liggen. De rest van het linnen heeft de grote schoonmaak niet overleefd. Ruud en ik geven niet zoveel om de dura’s. Ze komen met z’n allen tegelijk en je houdt ze maar een paar dagen goed, als ze van de boom zijn.  Lekker zijn ze wel. Een zeildoekje hier en daar kan natuurlijk geen kwaad. Zo’n ingepakte boom ziet er zo uit. Overigens heeft Ruud de meeste soortgenoten van de ingepakte boom op zijn kaplijst staan. De omvang van de kaplijst groeit gestaag en de lijst krijgt steeds vastere vorm, nu onze finca steeds meer een bekend terrein voor ons wordt.

 

In de afgelopen weken hadden we gesprekken met Oscar, onze aannemer, en Javier van de bank in Tazacorte. Door het uitstel van de vergunningafgifte heeft Oscar zijn werkploeg aan een andere klus moeten zetten. De ploeg is nu pas vanaf half juli weer beschikbaar. Jammer voor ons, maar begrijpelijk. Weer een beetje uitstel dus. Het goede nieuws  is dat de bouw in de planning van Oscar niet stil ligt in ‘vakantiemaand’ augustus.  Daarmee hadden we geen rekening gehouden, omdat hier op La Palma alles echt helemaal in pauzestand staat in de maand augustus.

Voorlopig ligt de bouwplaats er dus nog bij als op onderstaande foto. De houtstapel rechts is nieuw. Resultaat van ons opruimwerk. En er zijn nog meer van dergelijke stapels. We hebben haardhout voor de rest van ons leven 🙂 .

 

Goed nieuws kregen we te horen van Javier. De bank gaat onze hypotheekaanvraag al in behandeling, zonder dat er een vergunning is, op basis van het proyecto  en de begroting van de aannemer.  Eerder wilde de bank dit nog niet. Maar nu dus wel. Hiermee winnen we ongeveer twee maanden in de besluitvorming binnen de burelen van de bank, zodat we, als alles goed gaat, meteen kunnen beginnen  met de bouw van de drie geplande huizen, tegelijk en in serie. Daardoor wordt alles een beetje goedkoper. We wachten nu met enige spanning op de definitieve begroting en werkplanning die Oscar gaat opstellen. Hij heeft beloofd deze begroting aan het einde van de week aan te zullen leveren.

We blijven geduldig. Vamos a ver. Voorlopig prijzen we ons gelukkig met ons veiligheidsslot.

Kreupelhout

De naam van onze Spaanse SL (een SL is de Spaanse variant op de  ‘Nederlandse’ BV), waarin we onze zakelijke activiteiten op La Palma hebben ondergebracht, is MATOS Servicios Turisticos. Vanuit onze boomgaard hebben we immers dit prachtige uitzicht op… de Matos, het kleine bergje met  het kruis erop, dat we bijna overal op onze finca kunnen zien.

 

Veel later kwamen we er achter dat we onze vennootschap vrij vertaald ‘Kreupelhout Toeristische Dienstverlening’ hadden genoemd. Matos is in het Spaans een dialectwoord uit het Portugees voor ‘kreupelhout’, of zoals Javier, de directeur van onze bank hier het ooit verwoordde in het Engels met een twinkeling in zijn ogen:  ‘low shrubs and woods that just sit there, more or less doing nothing’.

Na de eerste schrik vonden we de naam van ons bedrijfje toch wel heel goed gekozen en konden we er de (oorspronkelijk onbedoelde) humor wel van inzien. Een prima naam voor een onderneming met uitzicht op een vulkaantje-met-een-kruis-erop  dat ‘kreupelhout’ heet, vanuit een boomgaard die vol met verdroogd kreupelhout staat, zeker toen we het kochten. Het werd een soort van geuzennaam voor ons.

 

 

We zijn nu bijna klaar met het grondig opruimen van de zeven terassen op onze finca. Vandaag kon ik Ruud eindelijk helpen 🙂 en dat was leuk!  Ik vind het geweldig om bij alles wat je doet te zien dat de finca ervan opknapt, al is het beetje bij beetje en stapje voor stapje. En het is nog steeds een ervaring om je in het zweet te werken onder een warme lentezon met een prachtig heldere blauwe oceaan op de achtergrond.

Op de foto hieronder poseer ik met mijn ‘Prins Vastgoedbril’. Tijdens het wegwerpen van een takkenbos verloor ik mijn bril. Ik had Ruud nodig om hem weer terug te vinden, want zonder bril op kan ik mijn bril niet zien. De veiligheidsbril bracht uitkomst. Ga ik voortaan altijd gebruiken. En misschien toch ook maar een reservebril aanschaffen.

 

Langs vrijwel de hele westgrens van ons kavel ligt een haag van snoeihout die soms wel meer dan anderhalve meter hoog is. Het hout is daar in de loop van jaren neer gegooid door onze voorgangers. Omdat de helling afloopt, zie je niet direct hoeveel hout er ligt, maar als je er met je neus bovenop staat en een inschatting maakt hoeveel werk het zal zijn om de houtstapels te verwijderen, wordt het koud om je hart. Met onze opruimoperatie hebben we er nog maar een laagje overheen gedaan. Een muurtje van dood hout, twee honderd meter lang.

We prakkezeren al een tijdje over de vraag hoe we al dat hout in godsnaam gaan afvoeren van ons terrein. Antonio en Kakien vinden dat we het moeten verbranden, als het echt weg moet tenminste. Kakien wil in dat geval ook worden uitgenodigd voor een grote barbeque rond het houtvuur. Voor zo’n georganiseerde brand moeten we een vergunning aanvragen (kost vast geld) en we mogen dan pas in de winter beginnen, wat logisch is. Duurt veel te lang en ik ben als de dood dat het gecontroleerde vuur toch oncontroleerbaar wordt en overslaat naar de kurkdroge dennenbosjes in de directe omgeving van onze finca. Die zijn ook  in de winter gortdroog.

Ruud en ik overwegen wel eens om een grote houtversnipperaar aan te schaffen. Met die houtsnippers weten we wel raad. Maar we vragen ons af of hout versnipperen met deze hoeveelheden wel werkbaar is. En we hebben nog geen idee hoeveel zo’n superversnipperaar kost, of misschien wel te huur is. Zo iets als hieronder misschien?

 

Sinds vanochtend speelt er een derde variant door mijn hoofd. De variant ‘rustiek’. Bij een echte authentieke Palmese sinaasappelboomgaard hoort gewoon ook een erfafscheiding van verdroogd snoeihout, bij voorkeur net over de erfgrens gestort, op de grond van de buren, als dat buren zijn die ergens in Verweggistan wonen en geen idee meer hebben dat ze nog een stuk land op La Palma bezitten. Helpt ook erg goed tegen inbrekers, want je komt er niet doorheen als je op pad bent met een zonsondergangbankje. Je ziet het overal om je heen, die houtwalletjes, als je erop let.  Misschien moeten Ruud en ik en onze toekomstige gasten die authenticiteit maar leren waarderen. Het zou ons een hoop werk schelen.

Als ik Ruud een beetje ken, denk ik niet dat deze variant het gaat worden…