Kreupelhout

De naam van onze Spaanse SL (een SL is de Spaanse variant op de  ‘Nederlandse’ BV), waarin we onze zakelijke activiteiten op La Palma hebben ondergebracht, is MATOS Servicios Turisticos. Vanuit onze boomgaard hebben we immers dit prachtige uitzicht op… de Matos, het kleine bergje met  het kruis erop, dat we bijna overal op onze finca kunnen zien.

 

Veel later kwamen we er achter dat we onze vennootschap vrij vertaald ‘Kreupelhout Toeristische Dienstverlening’ hadden genoemd. Matos is in het Spaans een dialectwoord uit het Portugees voor ‘kreupelhout’, of zoals Javier, de directeur van onze bank hier het ooit verwoordde in het Engels met een twinkeling in zijn ogen:  ‘low shrubs and woods that just sit there, more or less doing nothing’.

Na de eerste schrik vonden we de naam van ons bedrijfje toch wel heel goed gekozen en konden we er de (oorspronkelijk onbedoelde) humor wel van inzien. Een prima naam voor een onderneming met uitzicht op een vulkaantje-met-een-kruis-erop  dat ‘kreupelhout’ heet, vanuit een boomgaard die vol met verdroogd kreupelhout staat, zeker toen we het kochten. Het werd een soort van geuzennaam voor ons.

 

 

We zijn nu bijna klaar met het grondig opruimen van de zeven terassen op onze finca. Vandaag kon ik Ruud eindelijk helpen 🙂 en dat was leuk!  Ik vind het geweldig om bij alles wat je doet te zien dat de finca ervan opknapt, al is het beetje bij beetje en stapje voor stapje. En het is nog steeds een ervaring om je in het zweet te werken onder een warme lentezon met een prachtig heldere blauwe oceaan op de achtergrond.

Op de foto hieronder poseer ik met mijn ‘Prins Vastgoedbril’. Tijdens het wegwerpen van een takkenbos verloor ik mijn bril. Ik had Ruud nodig om hem weer terug te vinden, want zonder bril op kan ik mijn bril niet zien. De veiligheidsbril bracht uitkomst. Ga ik voortaan altijd gebruiken. En misschien toch ook maar een reservebril aanschaffen.

 

Langs vrijwel de hele westgrens van ons kavel ligt een haag van snoeihout die soms wel meer dan anderhalve meter hoog is. Het hout is daar in de loop van jaren neer gegooid door onze voorgangers. Omdat de helling afloopt, zie je niet direct hoeveel hout er ligt, maar als je er met je neus bovenop staat en een inschatting maakt hoeveel werk het zal zijn om de houtstapels te verwijderen, wordt het koud om je hart. Met onze opruimoperatie hebben we er nog maar een laagje overheen gedaan. Een muurtje van dood hout, twee honderd meter lang.

We prakkezeren al een tijdje over de vraag hoe we al dat hout in godsnaam gaan afvoeren van ons terrein. Antonio en Kakien vinden dat we het moeten verbranden, als het echt weg moet tenminste. Kakien wil in dat geval ook worden uitgenodigd voor een grote barbeque rond het houtvuur. Voor zo’n georganiseerde brand moeten we een vergunning aanvragen (kost vast geld) en we mogen dan pas in de winter beginnen, wat logisch is. Duurt veel te lang en ik ben als de dood dat het gecontroleerde vuur toch oncontroleerbaar wordt en overslaat naar de kurkdroge dennenbosjes in de directe omgeving van onze finca. Die zijn ook  in de winter gortdroog.

Ruud en ik overwegen wel eens om een grote houtversnipperaar aan te schaffen. Met die houtsnippers weten we wel raad. Maar we vragen ons af of hout versnipperen met deze hoeveelheden wel werkbaar is. En we hebben nog geen idee hoeveel zo’n superversnipperaar kost, of misschien wel te huur is. Zo iets als hieronder misschien?

 

Sinds vanochtend speelt er een derde variant door mijn hoofd. De variant ‘rustiek’. Bij een echte authentieke Palmese sinaasappelboomgaard hoort gewoon ook een erfafscheiding van verdroogd snoeihout, bij voorkeur net over de erfgrens gestort, op de grond van de buren, als dat buren zijn die ergens in Verweggistan wonen en geen idee meer hebben dat ze nog een stuk land op La Palma bezitten. Helpt ook erg goed tegen inbrekers, want je komt er niet doorheen als je op pad bent met een zonsondergangbankje. Je ziet het overal om je heen, die houtwalletjes, als je erop let.  Misschien moeten Ruud en ik en onze toekomstige gasten die authenticiteit maar leren waarderen. Het zou ons een hoop werk schelen.

Als ik Ruud een beetje ken, denk ik niet dat deze variant het gaat worden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *