Gemengde Berichten

Zaterdag. Ruud en ik besloten dat het ook een échte zaterdag moest zijn. Een zaterdag zonder werk. Een dag vrij omdat dit af en toe nodig is, en we er een beetje voor moeten waken dat we alleen nog maar aan het werk zijn, sinds we op La Palma wonen.

Onze stemming is er in de afgelopen dagen niet beter op geworden. We voelen de dreiging van Covid-19 om ons heen en zien de nabije toekomst somber in.  In Spanje gaat het niet goed met de indamming van het virus en als je goed naar de Nederlandse cijfers van het RIVM kijkt, zie je ook aan die cijfers dat het ergste echt nog moet gaan komen, ondanks alle gematigd positieve berichten die we in de Nederlandse media lezen.

Maar op zaterdag werden we weer wat vrolijker. Afgelopen donderdag werd de betonnen kroon op de muren van het eerste kleine huis gestort.

 

Vrijdag aan het einde van de dag werd de houten bekisting verwijderd. Op zaterdag in de lentezon zag ons huisje er zó uit. We zijn er blij mee. Het ziet er gaaf uit allemaal. Het wordt mooi!

 

Ruud deed zijn inspectietochtje over ‘de landerijen’ en zag dat vrijwel alle jonge, ingeplante avocadoplanten aanslaan. Zelfs de meeste planten waarover we ons zorgen maakten lijken zich te herstellen en maken knoppen en blad aan.

 

Woensdag, donderdag en vrijdag heeft Jorge, de voorman van Óscar op ons project, samen met een collega de belangrijkste binnenmuren in de aanbouw van het grote huis en in het kleine huis gemetseld. De indeling van de huizen komt nu ook in cement en steen steeds duidelijker naar voren.

Een grote woonkeuken in het grote huis.

 

De verplichte tweede slaapkamer in het grote huis, dat zomaar als een kantoor zou kunnen worden ingericht in de toekomst.

 

De woonkamer/keuken in het eerste kleine huis.

 

De slaapkamer in het kleine huis.

 

En de badkamer in het kleine  huis. Ruud en ik hebben besloten dat we het muurtje bij de douche niet zullen laten bouwen en op die plek een volledige glaswand zullen laten plaatsen.

 

Achter het kleine huis onstaat, een beetje per toeval, een prachtig groen binnenplaatsje tussen de noordelijke buitenmuur van het huis en de fruitbomen van de boomgaard. We gaan daar iets bijzonders mee doen, besloten we gisteren. Het plekje is te mooi om niets mee te doen.

 

Zo ziet het eerste kleine huis eruit als je als gast straks ons terrein op komt rijden. Je ziet het grijze beton juist boven de sinaasappelbomen uitsteken. Helemaal links op de foto, op het onderste terras, willen we het tweede kleine huisje gaan bouwen. Gegeven al het gedoe, moeten Ruud en ik nog een keer heel goed nadenken over het moment waarop we met de bouw van dat tweede huisje gaan beginnen.

 

Het was na een aantal grijze, natte dagen weer heerlijk lenteweer. We maakten na de lunch-in-de-zon het huis schoon en konden daarna op ons gemak buiten van de zon genieten in de tuin van het Boeddhahuis, met laptop en ipad. Door het ‘huisarrest’ dat iedereen heeft op het moment, is het met name in het weekend wezenloos stil buiten. Je hoort alleen de vogels fluiten. En het geruis van palmbladeren in de wind. Ondanks dat je weet hoe dat zo komt, geeft die stilte je toch een prettig relaxed gevoel.

 

Een biertje erbij. Toepasselijke liedjes die toevallig achter elkaar langskwamen op een radioplaylist van spotify. Ik werd er vrolijk van. De moed erin houden enzo.  We hobbelden de zaterdagavond in met pizza, facetime naar Nederland en mijn favoriete computergame. Een echt fijne zaterdag.

 

En toen kwam dit bericht binnen.

 

Totale stilstand in Spanje, vanaf komende maandag. Naast het bestaande ‘huisarrest’, mag vanaf maandag bijna niemand meer naar zijn werk. Als we het goed begrijpen moeten werknemers min of meer verplicht vakantie opnemen en thuis blijven. Werkgevers moeten hen doorbetalen. Werknemers moeten de verlofuren verderop in het jaar weer terugverdienen. Prachtig bedacht. Maar hoeveel bedrijven zullen er nu failliet gaan hier? Er zijn geen steunmaatregelen voor bedrijven, alleen voor werknemers die werkloos worden en zzp-ers. ‘De oplossing moet van Europa komen’, zegt de premier van dit land. Maar daar is bijvoorbeeld de minister-president van  ons land het vooralsnog nog niet zo mee eens…

Beetje bij beetje glijden Ruud en ik nu de ‘crisis-stand’ in. En nemen we de maatregelen die daarbij horen, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Komende maandag zal er niet gebouwd worden aan onze huizen. En dat kan zomaar een paar maanden gaan duren. Als we allemaal gezond blijven, zal dit alles niet de doodsteek zijn voor onze plannen met onze finca. Dankzij ons stabiele inkomen vanuit Nederland, dat gelukkig weinig te lijden heeft van de gevolgen van het virus, kunnen we wel voort. Maar. De uitvoering van ons LaPalmaPlan loopt wel voor de zoveelste keer een flinke vertraging op. En. Als we dit alles van tevoren hadden geweten, waren we natuurlijk nooit uit Nederland vertrokken…

 

We houden ons vast aan plaatjes als hierboven. Ik was in overtreding toen ik deze foto gisteren maakte, op honderdvijftig meter buiten het terrein van onze finca. Maar er was geen mens in de buurt, dus niemand kon mij besmetten, of andersom. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet. Zo voelt het. Zo is het. Vrij letterlijk zelfs.

‘…Ruud en Teunis willen in Puntagorda gaan wonen, een klein dorp op het Canarische eiland La Palma. In dit blog beschrijven ze waarom ze dit willen en hoe ze dit aanpakken. Aan het einde van het blog weet je of het hen gelukt is…’

Sinds zaterdagavond weet ik zeker dat dit een blog met een flink lange looptijd gaat worden. Jaren langer dan gepland. Vamos á ver. We gaan zien wat het wordt. Aan het einde van het blog weet je of het ons gelukt is.

Fietsen in het Noordoosten

Je zou bijna vergeten dat het zomaar kon. Nog maar twee weken geleden. Gewoon op je fiets klimmen en een mooie fietstocht maken. Een fietstocht in de zon. Zorgeloos.

Michel was een paar dagen op bezoek en als Michel er is, gaan we op minstens één van die dagen fietsen. Ruud en ik hebben inmiddels onze eigen bikes. Michel huurde zijn fiets weer bij Tobi en Nina in Los Llanos. Met motortje. We hadden een soort van toertocht over het asfalt bedacht in het noordoosten van het eiland. Startpunt was het stille terras in the middle of nowhere van  Reyes in Roque del Faro. Over de LP1 daalden we af naar het dorp Barlovento. Vandaar klommen we weer omhoog over de LP109 terug richting het terras van Reyes. Een fietstocht van een kleine 40km lengte met een hoogteverschil (eerst machtig dalen, dan geleidelijk weer klimmen) van zo’n 800 meter.

 

De zon scheen. De lucht boven de oceaan was helder. We daalden af over het brede stuk van de noordelijke LP1 met langzame brede slingers, tussen de hoge dennenbomen door, bocht na bocht na bocht. Het ging hard. We stopten daarom met regelmaat om even goed om ons heen te kijken en de prachtige natuur in ons op te nemen.

 

In de buurt van Barlovento, na zo’n twintig kilometer schat ik, veranderde het landschap van groene canyons in een landschap van weidse vergezichten. We zagen diep onder ons de plaatsjes langs de oostkust liggen. We zagen in de verte de weg die we reeds hadden afgelegd. Ik kom niet vaak in deze hoek van het eiland. Maar ik vond het er geweldig mooi. Vaker doen dus. (Zodra het weer kan, na de coronatijd).

 

Als je deze tocht zelf ook zou willen fietsen moet je dat doen op een fiets met minimaal een goede verlichting. Onderweg passeerden we twee keer een tunnel van toch minstens drie á vier honderd meter lengte, zonder tunnelverlichting. Hoewel er weinig autoverkeer is op dit deel van het eiland, kan het toch levensgevaarlijk zijn om zelf zonder licht door deze tunnels te fietsen. Verlichting meenemen dus. Anders niet doen, deze tocht.

 

In Barlovento, halverwege onze toertocht, deden we een korte tussenstop op het terras bij de grote rotonde van het dorp. Bij hamburguesería ‘Bocata el Drago’ beheersten we ons en aten we geen hamburgers, hoewel ze wel erg lekker roken en er erg goed uitzagen. We dronken wat en zagen één voor één de mannen van de bananenplantages een biertje komen doen aan de bar, op het einde van hun werkdag.

Voorbij Barlovento begon de terugweg, en de klim. Met zo’n motortje doet de klim geen centje pijn. Zelfs zonder de fameuze ‘sportstand’ (echt waar) reden we op ons gemak langzaam omhoog, terug naar het westen,  over de LP109. De LP109 is de voormalige ‘oude’ LP1 op dit deel van het  eiland. De weg  kreeg dit nummer nadat de nieuwe veel bredere versie van de  LP1 werd aangelegd, waarover we op de heenweg afdaalden. De LP109 is een bochtige weg, kronkel na kronkel en overal smaller dan smalst. Weinig verkeer. Op een aantal plaatsen kunnen elkaar tegemoetkomende auto’s elkaar niet zonder manoevreren passeren. Gehuld in het groen van laurierbomen, boomheide, massieve canarische dennen en weelderig struikgewas. Af en toe breekt het groen en heb je een geweldig uitzicht op het noorden (en de nieuwe LP1). Een ideale weg voor een fietstocht op een warme dag.

 

Ongeveer vier uur na onze start zagen we het terras van Reyes weer terug. De koude Dorada smaakte heerlijk. Fijn dat Michel er was. Als Michel er is, hebben Ruud en ik vakantie. En zo voelde het vandaag.

 

Terwijl ik de foto’s voor dit blog verzamelde, kreeg ik een beetje een soort van  heimwee-gevoel. Zo kort geleden nog, deze foto’s. Het kan wel maanden duren voordat Ruud en ik weer zo’n fietstocht mogen maken. Die Corona is hopeloos. Ook als je niet ziek bent, hoewel ik een beetje op mijn woorden moet letten en gevoel voor verhoudingen moet blijven houden. Ondanks dat Ruud en ik relatief veel bewegingsruimte krijgen, voelen de beperkingen van de noodmaatregelen voor mij als een soort van gevangenis. Een gouden kooi.  We moeten het maar ondergaan. Hopen dat het uiteindelijk weer voorbij gaat, allemaal. En verder niet zeuren.

Fietsen op La Palma met een elektrische fiets. En dan fietsen in het noordoosten. Erg leuk om te doen, als je het eiland bezoekt en wat van de natuur wil zien, zonder dat het glas van het autoraampje in de weg zit.

Download file: Fietsen in het Noordoosten.gpx

Verloren Paradijs

Zo voelt het voor ons op La Palma. Vanaf de veranda van het Boeddhahuis kunnen we uitkijken op het dorp en zien we dit plaatje. Een verloren paradijs.

 

Het uitzicht is nog net zo mooi als vorig jaar om deze tijd, toen we hier net een maandje bivakeerden. Maar het gevoel dat er bij hoort is heel anders nu. De straten van het dorp zijn bijna leeg. In de supermarkten hangt een nerveuze grafstemming en loopt iedereen met handschoenen aan en vaak ook mondmaskers op. De mensen zijn bang. Bang voor het virus en bang voor hun inkomen. Het is somberheid troef, ondanks het mooie plaatje. Er kan echt bij bijna niemand nog een glimlachje van af. Daar word je somber van.

Er zijn natuurlijk ook wel lichtpuntjes, zoals altijd. Gisteren en vandaag, maar vooral gisteren, regende het flink. De regenmeter van Ruud, die niet zo heel erg goed is in het meten van regen, telde 32mm in twee dagen tijd. Daar waren de boeren (wij ook 😉 ) heel erg blij mee en er was geen toerist (meer over), die hier nog last van had.

 

Tussen de buien door groeit en bloeit het bij ons in de boomgaard. Als je er rond loopt hoor je overal het gezoem van bijtjes om je heen. Je ruikt de nadruppende sinaasappelbloesems. Je ziet de helderblauwe oceaan. Het is er nog steeds prachtig. En het is onze plek!

 

Ook de bouw vordert nog altijd goed. Gewapend met mondkapjes, handschoenen en een wat geforceerd goed humeur soms, zijn de mannen van Oscar nog altijd aan het werk. De Kroon van het eerste kleine huis is aan het einde van de week af. Een klein beetje later dan dat de planning was, maar dat wordt veroorzaakt door de maatregelen die van kracht zijn om de verpreiding van  het Virus af te remmen.

 

Dit is het uitzicht als je in het vakantiehuis op de bank zit en door het glas van de openslaande deur van de woonkamer-keuken  naar buiten kijkt. Ruud en ik vinden het uitzicht niet verkeerd.

 

Dit zie je als je op die bank zit en de tuinman komt langs.

 

Ruud en ik merken in ons dagelijkse leven eigenlijk niet veel van alle bewegingsbeperkende anti-corona-maatregelen die van kracht zijn. Zoals ik eerder schreef hebben we een vergunning om op onze finca te werken. We kunnen dus wanneer we willen het huis uit. Daarnaast zijn we flink druk voor onze klanten in Nederland. Het is jaarrekeningentijd en er is behoorlijk wat extra werk vanwege alle steunmaatregelen voor bedrijven en zzp-ers in Nederland. Alweer Corona. We zijn er druk mee en vervelen ons in elk geval niet.

Het werk op de finca staat in het teken van deze kleur. (Ik hoop dat die kleur een beetje goed overkomt op een beeldscherm; het is bruin met een beetje een roodteint erin).

 

Aan alle kanten moeten de planken en balken worden bewerkt met een insectenwerend middel dat zo ongelooflijk chemisch ruikt en ademt dat elk coronavirusje dat zich in onze longen mocht bevinden spontaan op de vlucht slaat. We hadden er hoofdpijn van. Vast niet gezond. Daarna twee keer een laklaag met de roodbruine lak, op de zijden van het hout die straks van binnenuit te zien zijn. Tot slot nog een afwerklaklaag die een brandwerende werking heeft. En dit is nog maar het eerste dak… Er volgen er nog twee, plus een klein dakje, plus (en daar zien we flink tegenop) het bestaande dak van de cuarto de apero.

 

Terwijl we druk zijn met het hout en terwijl we de huisjes langzaam maar zeker vorm zien krijgen, is het plezier dat we hadden een beetje weg op het moment. We vragen ons soms af waar we het voor doen. Wordt alles ooit weer ‘normaal’ of onstaat er straks een ‘nieuw normaal’? Komen de toeristen ooit weer terug naar ons eiland? En wanneer dan? En welke vliegtuigmaatschappijen, barretjes, restaurants, bemiddelaars, aanbieders van vakantiehuisjes en andere vermaakbedrijven die samen de toeristische infrastructuur van het eiland vormen zijn er dan nog over?

We moeten binnenkort beslissen of we volgens planning van start gaan met de bouw van het derde huisje. Daar is hypotheek voor nodig. We weten op dit moment nog niet of we dit wel willen aangaan. Het is moeilijk om dergelijke beslissingen te nemen als de tijden zo onzeker zijn. Gelukkig hebben we nog heel even respijt, voordat we deze beslissing moeten gaan nemen.

Voor nu is dít het beeld dat op ons netvlies staat. En daar worden we niet vrolijk van.

 

 

We hopen dat we zonder al te veel kleerscheuren kunnen

 

Zo heeft iedereen momenteel zijn eigen sores. We  wensen iedereen die dit leest voor de komende tijd veel wijsheid, doorzettingsvermogen en een beetje mazzel toe. En elke middag om half3 een kopje koffie met iemand die ver weg is, maar via facetime toch weer heel dichtbij kan zijn.

 

Ma, we vinden het harstikke knap hoe je je in je eentje aanpast aan de situatie en vinden het heel vervelend dat we voorlopig niet naar Nederland kunnen komen. Pas goed op jezelf!

Hout!

De straten zijn stil in Puntagorda. Maar niet zo stil als dat je zou denken, bij een land dat de noodtoestand heeft afgekondigd en min of meer een straatverbod heeft opgelegd aan haar burgers. Je kunt boodschappen doen. Je mag naar de bank. Je mag naar de apotheek. Je mag naar je werk. Je mag alleen niet met meer dan 1 persoon in een auto zitten. Zelfs niet als jij en die andere persoon onder hetzelfde dak wonen. Onder hetzelfde plafond slapen zelfs. Da’s wel lastig. Gelukkig hebben we fietsen. En je hond uitlaten mag ook nog. We hebben drie honden 🙂 .

 

Sinds gisteren hebben Ruud en ik officieel toestemming om van maandag tot en met vrijdag tussen 10.00u en 18.00 op onze finca te zijn om er te werken. We mogen maar acht uur werken op een dag. En maar vijf dagen per week. Daar zijn we heel blij mee. Want de hele toestand van het straatverbod kan nog wel een hele tijd gaan duren. We zouden in de problemen komen als we niet meer op onze finca mochten komen. Bovenstaand papiertje moeten we op zak hebben als we naar onze boomgaard gaan of in onze boomgaard zijn.

 

Op die finca gaat alles min of meer gewoon door. Gisteren heeft Fernando, de timmerman die door Óscar is ingehuurd om het hout voor de daken van onze huizen te leveren en op maat te zagen, het hout voor het dak van het grote huis gebracht. Ook lukte het hem nog om vanochtend voor ons beits, insectenwerend middel en lak met kwasten en rollers en stuff op de kop te tikken. Een geluk, want alle nonfoodwinkels zijn hier dicht. Sinds vanmiddag zijn Ruud en ik dus in ‘houtbewerkingsmodus’.

 

Dat is nog een hele tour. Niet zo zeer vanwege het impregneren of schilderen. Maar ‘stapelen’ is een beetje een probleem. We werken in onze apero, het al bestaande deel van het toekomstige ‘grote huis’. Het is daar eigenlijk net iets te klein. We zijn daarom voortdurend hout aan het verplaatsen. Hout om te schuren. Hout om te schilderen. Hout om te drogen. Zondag aan het einde van de dag moet het klaar zijn. Gaat goed komen, denken wij na een lange middag werken. Komende zaterdag en zondag zijn we even domme buitenlanders en begrijpen we onze permiso even niet zo goed.

 

Ook de bouw gaat door en nog steeds vol op tempo. Kijk maar naar deze foto’s van het eerste kleine huis. Alleen Jorge en Thomás mogen nog werken. De andere twee werknemers van Óscar blijven thuis, want momenteel mogen er slechts twee mensen op een bouwplaats aan het werk zijn, volgens de richtlijnen. Ook het vervoer naar de bouwplaats is een probleem door de één-persoon-per-auto-regel. Jorge en Thomás compenseren door nog harder te werken en lange dagen te maken. We zijn echt superblij met hen en onze aannemer.

Óscar hoopt volgende week toch weer drie of vier man in te kunnen zetten. Die zijn nodig, omdat hij dan de Kroon op de muren van het eerste kleine huis wil plaatsen. Ruud en ik hebben aangeboden om in te springen als dit nodig is. Is ook nog een optie. We gaan het zien. Volgende week wil Óscar ook beginnen aan het dak van het grote huis, waar we nu het hout voor aan het bewerken zijn.

 

Hoewel we er in ons dagelijkse leven niet al te veel van merken, het leven is niet heel veel anders dan anders in de praktijk, is de Grote Corona Stop die is afgekondigd natuurlijk niet fijn. Niemand weet hoe lang alles zal gaan duren. Maar als je een beetje rekent zijn we er de eerste paar maanden nog niet klaar mee. Op enig moment is de creativiteit op en gaat ook ons bouwproject vertraging oplopen, vrezen we. En dan gaan we  er vanuit dat er niemand ziek wordt..

De virusuitbraak is op het eiland echt een ramp voor iedereen die zich bezig houdt met toeristische activiteiten en voor iedereen die toerist is. Inkomende vluchten zijn niet meer toegestaan. Iedereen die in een toeristische locatie verblijft moet het eiland verlaten, zo snel als dit kan. En tot die tijd binnen blijven op het vakantieadres. Zoiets is natuurlijk gewoon triest, als je je verheugd hebt op een fijne vakantie op ons prachtige eilandje. Maar. Zo is het leven in Corona-tijd. Je kunt het echt erger treffen op het moment.

Ruud en ik schrokken even, want we dachten bij het lezen van de Spaanse krant vanavond ongeveer een kwartier lang dat ook wij het eiland zouden moeten verlaten. Gelukkig heeft het Boeddhahuis dat wij huren geen toeristische bestemming. We mogen blijven 🙂  En ja, daar zijn we ondanks alles nog steeds blij om. ‘Thuis is waar de honden zijn’. En die zijn hier…

 

Het voelt alleen echt niet goed dat we niet of slechts heel moeizaam terug kunnen naar Nederland, als zich daar een soort van calamiteit mocht voordoen. En als we dan gaan, kunnen we voorlopig niet meer terug naar hier. Een rotgevoel, dat we maar proberen te negeren. Het heeft geen zin om je druk te maken over zaken die je niet kunt veranderen.

 

Dít zag ik vanmiddag toen ik uit de deur van de apero stapte om even pauze te houden en voor een moment de chemische dampen van het insectenwerende middel te ontlopen. Zo’n uitzicht relativeert alle problemen en probleempjes. Het is zo mooi op La Palma!

Eerst Groen, Dan Blauw.

Michel had de website van Isla Bonita Tours eens goed bekeken en had bedacht dat hij het leuk zou vinden om in het ‘Sprookjesbos’ te wandelen. Díe wandeling liepen we daarom afgelopen donderdag met ons drieën. Isla Bonita Tours is de club waarvoor Ruud met regelmaat gidswandelingen of sterrenkijkavonden verzorgt.

Met de term ‘Sprookjesbos’ wordt het laurierbos in de omgeving van de Cubo de la Galga aangeprezen in de toeristenfolder. Ruud en ik liepen de wandeling al eens eerder tijdens een vakantie in 2009.  Destijds vond ik de wandeling een beetje netnietleukgenoeg, mede doordat ik de klimpartijen zwaar vond. Elf jaar later, met inmiddels geoefende bergkuiten (?) vond ik de wandeling helemaal niet zwaar. Het kan verkeren. Misschien hielp het ook dat Ruud een alternatief startpunt voor de wandeling vond, waardoor de klim naar het dichte deel van het bos een paar honderd meter langer met de auto kon worden afgelegd.

 

We begonnen met een korte steile klim. Daarna ging het op en af zonder al te veel inspanning door een prachtig dichtbegroeid regenwoud. Veel varens. Veel witte bloemetjes in de schaduw. Af en toe een prachtig spel van fel zonlicht en donkere, groene schaduwen. Overal de kruidige lucht van vochtig blad.

 

De wandeling ging van groen, groener, groenst. Overal hoorde je vogels fluiten, vooral merels. De zon scheen fel en je zag voortdurend kleine insectjes in het zonlicht dansen. We liepen door een prachtig betoverend landschap.

 

Klimmend door het groen kwamen we uit op de het uitzichtpunt van La Somada Alta. Van hier hadden we een prachtig uitzicht op de oostkust van het eiland. Het was er wel wat druk. Cubo de la Galga staat in alle toeristische wandelgidsjes en dat merk je wel onderweg.

 

Vanaf de Somada Alta daalden we via smalle holle weggetjes tussen rotsen en onderlangs boomheide terug naar ons beginpunt.

 

De wandeling had een lengte van ongeveer drie en een halve kilometer. We deden er ruim twee uur over.

 

Na het groen het blauw. Vlakbij de Cubo ligt het natuurzwembad van Charco Azul. Verscholen achter de banananplantages is er bij Charco Azul een klein afgeschermd zwembad uitgehouwen in de rotskust, afgeschermd van de golfslag van de Atlantische Oceaan.

 

Ruud en ik hadden in al onze jaren op La Palma het zwembad van Charco Azul nog nooit bezocht. We vonden het er mooi. Al dat heldere blauw is een verademing voor je ogen na al het groen van het laurierbos. Maar het zwembad van La Fajana, dat iets verder naar het noorden ligt, vinden we uiteindelijk toch leuker.

 

We hadden een mooie afwisselende dag in het prachtige noorden van La Palma.

Download file: Eerst groen, dan blauw.gpx

Voortgang

Elke avond klim ik op mijn fiets om te kijken hoe het op de finca is. En hoe het staat met de bouw van de huizen. Ruud heeft van stenen parkeervakken gemaakt omdat één van de bouwvakkers van Óscar er een gewoonte van begon te maken met de auto heen en weer over onze terassen te rijden. Hem erop aanspreken hielp niet echt, maar de stenen spreken kennelijk wel duidelijke taal. Het gebeurt niet meer.

 

Door ons verblijf in Nederland was ik er nog niet aan toe gekomen de stand van zaken aan het einde van de achtste bouwweek op het blog te zetten. Hieronder een inhaalslag. Aan het einde van week 8 was de kroon op de muren van de aanbouw op het grote huis klaar. (Ik durf het C-woord niet meer te gebruiken).

 

Ook werd in week 8 de bekisting aangebracht voor het fundament van het kleinere vakantiehuis op het hoogste terras.

 

En werd het  stalen raster voor het gewapende beton voor de fundering in elkaar gevlochten.

 

Afgelopen maandag, dat was de eerste werkdag van de negende bouwweek, werd het fudament van het huisje gestort.

 

De foto’s hieronder geven een beeld van hoe het is en hoe het moet worden. De omvang van het kleinere vakantiehuis valt ons mee, nu we het in het echt gebouwd zien worden. Dat hadden we al gezien in het Sketchup-model, maar we twijfelden een beetje of het huis niet te klein opgezet was. Valt dus mee, vooralsnog.

 

De zuilen van beton verschenen afgelopen woensdag. Dit is het moment waarop je voor het eerst een beeld krijgt van de omvang van het toekomstige gebouw.

 

En passant werd de patio van het grote huis opgevuld met betoncement.

 

Op donderdag werden de betonzuilen bevrijd van hun bekisting en werd er een begin gemaakt met het metselen van de buitenmuur. Het huis begint op zijn plaats te vallen in het totale landschap van de finca. We vinden de plek nog steeds goed gekozen, al zeggen we het zelf..

 

Afgelopen dinsdag vertelde Óscar ons dat hij komende maandag het hout voor het dak van het grote huis wil laten bezorgen. Vanaf dat moment zouden Ruud en ik enigszins onder tijdsdruk dit hout moeten gaan impregneren met een houtetendeinsectenwerend middel en daarna moeten beitsen in de door ons gekozen donkere ebbenhouten kleur.

 

Maar in tijden van Corona gaan we zien wat er van dit plan overblijft. Sinds vandaag ligt Spanje stil om het voortwoekeren van het virus te vertragen. Ruud is nog wel naar de finca. Dat mag. Want hij werkt er. Werken is toegestaan onder de noodmaatregelen. Verder is het de bedoeling dat je zo weinig mogelijk buiten komt. En er wordt hierop toegezien op het eiland, vertellen collega-gidsen van Ruud met sprekende foto’s via de groepsapp van Isla Bonita Tours. Een vreemd, onwezenlijk idee.

Het Dagelijkse Leven in Tijden van Corona

Vorige week vrijdag vertrokken Ruud en ik voor een lang weekend naar Nederland. We zagen er onze ouders en de rest van de Janssen-clan, vierden twee verjaardagen en kochten er..

 

en..

 

Het was erg leuk en gezellig om iedereen weer te spreken en te zien. Maar we merken dat we zo’n bezoek aan Nederland op de één of andere manier ook erg vermoeiend vinden. De relatieve rust van ons huis op La Palma verruilen we voor dagenlang vol continu sociaal-doen in Nederland. Ruud en ik zijn er beiden niet voor gemaakt om voortdurend in het gezelschap van anderen te zijn. Maar gezellig was het tóch, we zouden het niet anders willen.

Op dinsdag keerden we al weer terug van ons flitsbezoek. We namen Broertje Michel met ons mee. Michel kwam op tegen-flits-bezoek en is gisteren (vrijdag) weer vertrokken. Zowel op de heen- als op de terugweg zat het vliegtuig barstensvol. Een beetje tot onze verrassing. We hadden al wel een beetje rekening gehouden met wat meer reisruimte door een klein Corona-effectje. Maar zomaar een vakantie annuleren vanwege een virusje, dat doen de meeste mensen kennelijk toch nog niet.

 

Wat niet is, kan nog komen. Want Het Virus krijgt onze landen nu toch redelijk snel in zijn greep. In Nederland is de eeuwige laconieke grijns van het gezicht van onze minister-president inmiddels verdwenen en begrijpt iedereen nu zo langzamerhand wel dat dit stormpje toch wel enige tijd over de dijken zal razen. Ook in Spanje is het goed raak, vooral op wat men hier het Pensinsula noemt, het Schiereiland, het vaste land van Spanje. De teller staat op 5.200 bevestigde personen die besmet zijn met het virus en 132 personen die gestorven zijn als gevolg van zo’n besmetting. Gisteren heeft de Spaanse premier voor het hele land de noodtoestand afgekondigd.  Wat dat precies betekent voor ons op La Palma, horen we vandaag aan het einde van de dag.

 

De karretjes van de mensen die boodschappen doen in de supermarkt zijn wat voller dan anders. Iedereen praat over Corona en begrijpt geleidelijk aan wel dat het virus ook aan La Palma niet voorbij zal gaan. De scholen zijn dicht. Verder merken we nog niet veel van alles. Het dagelijkse leven loopt door. Maar we weten dat er zaken in het verschiet liggen.

We hadden Michel op bezoek. En als Michel  komt logeren, betekent dit dat: 1) We een paar dagen vakantie nemen om leuke dingen te gaan doen en dat: 2) het gaat regenen. Het eerste is alvast gelukt. Onder een stralende zon fietsten we in het noorden van het eiland, in de streek rond Barlovento, en wandelden we alweer in het noorden rond de Cubo de la Galga. Komt later nog wel terug in het blog.

 

Het tweede dingetje is nog niet helemaal gelukt en blijft nog even staan. Maar Michel heeft zijn best gedaan en uiteindelijk ‘mañana-wolkjes’ beloofd. Het lijkt erop dat zijn voorspelling uit gaat komen. Toch knap, hoe hij dit altijd weer voor ons flikt.

 

Voor het eiland is zo’n viruspandemie natuurlijk een kleine ramp. De toeristische sector staat te schudden op haar grondvesten. Vakantieboekingen blijven uit, geboekte reserveringen worden geannuleerd. Wij brachten onze honden bijvoorbeeld vorige week vrijdag naar een vrijwel leeg hondenpension. De eigenaresse vertelde ons heel veel annuleringen te krijgen. Ook de stargazinginkomsten en wandelgidsinkomsten van Ruud liggen stil. Vanaf vandaag worden deze groepsevenementen verboden, hoorde Ruud gisteren van zijn werkgever. Die laatste vreest dat er de komende weken grote touroperators gaan omvallen, zodat ook na het uitwoeden van de pandemie  zijn belangrijkste bron van inkomsten blijvend droog blijft staan.

 

En zo krijgt dat visje, of dat slangetje, dat verkocht werd op de vismarkt van Wuhan,  in het verre China,  een gemeen venijnige staart. Ook voor mensen die niet ziek zijn of ziek worden. Zitten we met zijn allen in het oog van een Perfect Storm.

 

De Lidl in Los Llanos verkoopt geen Corona bier meer, ontdekte Ruud gisteren. Klap op klap op klap, krijgen we te verwerken. We gaan zien waar het stopt.

Intussen vordert de bouw van onze huizen gestaag. De fundering van het tweede huis kwam af. De betonpeilers staan al en men is begonnen aan het metselen van de buitenmuur. Het is de bedoeling om de muren en de corona (uhmm, dat is weer een andere corona, het gaat hier om een betonnen dwarsbalk die boven de muren wordt gestort en die het dak steunt; ‘kroon’ in goed Nederlandse vertaling, en ja dat is in het spaans ‘corona’), muren en corona dus, zullen aan het eind van de komende week klaar zijn, is ons verteld.

 

Als alles gaat zoals Óscar denkt dat het gaan zal, wordt maandag het hout voor het dak van de aanbouw van het grote huis bezorgd. Ruud en ik moeten dan als een bezetene gaan schuren en beitsen, want Óscar wil het liefst op vrijdag al beginnen met het dak van het eerste huis. Haast. Hij heeft haast.  DAt vinden wij fijn! Ruud en ik werken dit weekend daarom maar gewoon door om in de komende week ‘houtbewerkingsdagen’ vrij te kunnen spelen voor ons beiden. Het dagelijkse leven in tijden van Corona sukkelt gewoon door. Zoals het hoort. Zolang het kan.

We vonden het weer gezellig dat je er was Michel! 🙂

Pracht en Praal.

De avond viel weer prachtig, vanavond. Ik liep, zoals bijna elke dag, tegen het vallen van de avond mijn rondje over de boomgaard. De zonsondergang was machtig mooi om te zien.

 

Als je dit blog bekijkt vanachter een laptop of pc, moet je voor de grap bovenstaande foto eens maximaal uitvergroten, door er op te klikken en dan de vergroting op maximaal te zetten. Dan zie je pas echt hoe mooi het was.

Tegelijkertijd stond Ruud op de Llano del Jable zijn telescoop op te zetten voor een avondje ‘stargazing’ met toeristen. Hij maakte deze prachtige foto, een klein half uurtje na de mijne. Met zijn iphone.

 

En hij maakte deze foto. Je kunt Venus zien.

 

De dag eindigde zo weer eens  in pracht en praal. Daar word je vrolijk van, na een doordeweekse werkdag.  Het is nog steeds zo fijn om op La Palma te zijn…

Intussen in de Boomgaard (2)

De foto hieronder kopieerde ik ergens vorige week uit De Volkskrant. Dit is Twente. In Twente zijn ze blij met de vele regen die er de laatste tijd is gevallen. Althans, men is blij op het kantoor van het Waterschap. Volgens de Volkskrant. Eindelijk is er weer genoeg grondwater na twee belachelijk hete zomers. De foto is leuk voor mij, omdat ik de plek van de foto ken. De brug staat niet ver van ons oude huis vandaan. We wandelden er regelmatig met de honden. Dat is Nederland.

 

Bij ons in Puntagorda liggen de zaken een beetje anders. Hieronder zie je de Balsa Montaña del Arco. Dit waterbassin ligt een paar honderd meter boven het dorp. Ons irrigatiewater komt er vandaan. We hebben een rechtstreekse verbinding. De zomer moet nog komen. Maar het spaarbekken staat maar voor een kwart vol. En het water zit vol met algen.

 

Dat laatste vermoedde Ruud al. Daarom ging hij er eens kijken. Hieronder zie je de drukmeters van ons watersysteem, direct vóór (achterste meter op de foto) en direct ná (voorste meter op de foto) het waterfilter. De meters staan niet gelijk. En dat betekent dat het filter dicht zit. Met algen. Heel vervelend, want dat betekent 1) dat er mogelijk iets mis aan het gaan is met de wateraanvoer (check, zie boven, klopt) en 2) dat Ruud om de twintig minuten het waterfilter moet schoonmaken als de bomen allemaal tegelijk water krijgen.

 

Dat schoonmaken van het filter gaat zo. Je kunt zien dat Ruud dit echt een leuk kwarweitje vindt, dat hij fluitend uitvoert. Elke keer weer.

 

Twee weken geleden heeft Kakien de citrusbomen bespoten met het breedspectrumgif tegen de Serpeta Fina.  Een week geleden heeft hij op de bovenste terrassen aan de noordkant een aantal sinaasappelbomen met de motorzaag gesnoeid. Over drie jaar zijn ze weer prachtig. Tot die tijd is het even slikken.

We hebben er weer een nieuwe grote stapel hout bij. Normaal gesproken zouden we dat hout verbranden, maar dat durven we niet goed. Niet vanwege de droogte. Niet vanwege de nabijheid van nog droger dennenbos. En niet vanwege de broze relatie met onze bovenbuurvrouw die het toch wel lastig vindt dat we aan het bouwen zijn op onze finca. Begrijpelijk, want vlak boven ons probeert ook zij vakantiehuisjes te verhuren. We laten het hout dus maar afvoeren. Dat kan alleen maar helemaal aan de andere kant van het eiland, bij Brena Baja.

 

Naast de gesnoeide bomen zijn we ook bezig een groot aantal andere bomen te ‘knippen’; we halen met een snoeischaar het dode hout uit de boom en proberen de boom zo weer een beetje in model en in het groen te krijgen. Soms pakt dat heel goed uit. Soms is het resultaat wat minder. Dan zit er zoveel dood hout in de boom dat knippen tóch snoeien wordt. Ook na zo’n mindere knipbeurt komt het weer helemaal goed met de boom, vertelt iedereen die het weten kan ons. Daar hopen we dan maar op.

 

En dan hadden we natuurlijk de zandstorm. Ruim een week geleden stormde het hier met wind vanuit het oosten, waar de Sahara ligt. Er ligt veel zand in de Sahara en er kwam dus veel zand met de wind mee naar de Canarische Eilanden. Behoudens een grote stofenzandwegveegendweilbeurt die noodzakelijk was in het Boeddahuis, dat vol met kieren en gaten zit, hebben we eigenlijk niet heel veel last van de storm gehad. De wind kwam uit het oosten. De eilanden Tenerife en La Gomera pakten het meeste zand voor ons eilandje uit de lucht. Wat er aan zand overbleef kwam de berg niet echt over en bleef hangen in het oosten van het eiland.

 

Ook op de finca viel de stormschade reuze mee. Onze boomgaard ligt in een beschutte kom, zeker als de wind uit het oosten komt. Zelfs de dennennaalden die ik een tijdje terug op het avocadoterras uitstrooide, zijn blijven liggen. Dat zegt genoeg, denk ik. We hadden geluk, want elders aan de westkant van het eiland was de schade door de stormwind voor bananen of avocado’s enorm. Één van de mannen die aan onze huizen bouwen vertelde bijvoorbeeld dat hij zijn hele avocadoboomgaard kan kappen omdat de bomen onherstelbaar beschadigd zijn. Het zal je gebeuren…

 

Sinds een kleine week hebben we een Rain Bird op onze finca. Ruud heeft de beregening geautomatiseerd. Vanaf nu krijgen de terrassen volautomatisch één voor één water. Dat scheelt een hoop herrie in de metalen aanvoerbuizen van ons irrigatiesysteem en ook een hoop gestress bij Ruud als het warm wordt op het eiland terwijl wij net dán in Nederland zijn. De bomen krijgen in het nieuwe schema elke nacht een beetje water. Dat is tegen de plaatselijke zeden en gewoonten. Men vindt dat met name avocadobomen af en toe veel water moeten krijgen, en dan weer droog moeten vallen. Ruud gelooft er niet in. Hij heeft via het internet geleerd dat het anders zou zitten en we hebben het goede voorbeeld van Avocadogoeroe Hans onder handbereik. Elke nacht een beetje water dus. Is beter. Denken wij. Met Hans.

 

Het is lente op de finca. De sinaasappelbomen komen weer in de bloesem. Het ruikt heerlijk als je ons terrein op rijdt. En dit is nog maar het begin..

 

Ook de oude  avocadobomen die mochten blijven staan,  beginnen op grote schaal bloemen aan te maken. Dat zijn de vruchten voor het volgend jaar. Maar ook dit jaar mogen we al vruchten plukken. Een wereld van verschil met het vorige jaar, toen onze bomen nauwelijks vrucht droegen en ook niet zo heel best in het blad zaten. Een beetje water, een beetje mest en af en toe een praatje doen wonderen, kennelijk.  Ruud en ik zijn benieuwd hoeveel manden vol er uiteindelijk van de bomen af zullen komen.

 

Rond de jaarwisseling maakten we ons best wel een beetje zorgen over de staat van onze bomen. Bladeren die geel waren, bomen die kaal werden. We hadden geen idee wat er aan de hand was, maar het voelde allemaal niet goed. Een paar maanden later, met de nodige hulp en instructie van Marc, onze Zwitserse citrusvruchtenbijnabuurman, Oswaldo Avocado van Cocampa en de nuchtere praktijkervaring van Kakien beginnen we een beetje grip op de situatie te krijgen, voor ons gevoel.

 

De bomen staan er nu uiteindelijk best goed bij, toch? Zelfs onze barancohelling ziet er mooi uit, eind februari begin maart.  Het blijft puzzelen, zoeken, gokken, uitproberen en leren, zo’n boomgaard. Maar dat is best leuk. Heel erg leuk.

In Serie

De zevende week van de bouw aan onze huizen is voorbij. Het was carnaval, dus de werkweek begon pas op woensdag. Op maandag zag het er in de hoofdstad Santa Cruz zó uit. Ongeveer de intocht van… Zwarte Piet. Daar is hier op het eiland nog geen discussie over. Zit een heel verhaal achter. Schrijf ik misschien een andere keer nog wel over. ‘Los Indianos’ heet deze dag. Heel bijzonder. Ruud en ik willen het feest nog een keer echt meemaken. Dit jaar kwam het er niet van. We willen niet echt, denk ik dan.. Maar het is ook gewoon best wel druk op het moment. De foto’s komen uit ‘El Apuron‘.

 

Hoe dan ook. De mannen van Óscar zouden op donderdag weer komen werken. Maar ze begonnen een dag eerder. Ze zeggen dat er veel te doen is, op het moment, voor het bedrijf. Zolang ons projectje voorrang krijgt, vinden wij dat niet erg.

Op woensdag en donderdag werd de bekisting van de Corona op de muren van het grote huis helemaal afgemaakt.

 

Op woensdag werd ook gestart met de bouw van ons tweede vakantiehuis. Óscar en Jorge, de voorman op ons project, trokken de bekende streep in het zand. We bouwen in serie: als de muren van het eerste huis staan, gaat er straks een ploegje verder met het dak. De eerste club schuift door naar huisje 2 en straks naar huisje3. Als ik de planning van Óscar overzie, vermoed ik dat er in de serie tussen huisje 2 en huisje 3 nog een huisje elders op het bouwlijstje staat. Maar dat weet ik niet zeker. Ik heb er ook niet naar gevraagd.

 

Op donderdag werd voor huisje2 het gat in de grond gegraven.  Met de grond die vrijkwam werd het terras een halve meter breder gemaakt op de plek waar het huisje gaat worden gebouwd.

 

Ook werden op het terras dat onder huisje2 ligt nog eens tien bomen gerooid. Op ons verzoek. Ze waren hopeloos. Dit waren overigens wel de laatste bomen die we gaan rooien. Vanaf nu gaan we alleen nog maar opbouwen. Het plan is om verderop dit jaar acht Ortaniques in een groot vierkant terug te planten. Met een kampeertafel of zo iets, in het midden, voor de toekomstige gasten. Wordt een mooie plek om te zitten. Een Ortanique is een kruising tussen een sinaasappelboom en een mandarijnenboom. Ze dragen mooie vruchten van het formaat mandarijn maar zonder al dat witte spul in het vruchtvlees. Je kunt ze persen (ben je wel ff bezig). De sap smaakt een beetje naar verse ‘Betuwe Tweedrank’, dat ik vroeger zo lekker vond. Toen was ik acht. Nog steeds lekker.

 

Op vrijdag werd in het grote huis de bekisting voor de Corona volgestort met beton. Dit gebeurde met een grote kraan, waarvan ik me afvraag of die daar wel mocht staan. Er geldt een verbod voor zwaar verkeer op ons deel van de Camino de Pinto, omdat de weg er smal is en de helling van de Barranco de Ánimas, die er direct aan grenst, erg steil is. Alles staat er echter nog, het asfalt is niet weggezakt richting de bodem van de barranco.

 

Op vrijdag ook werd voor huisje2 ‘de bodem’ gelegd. De betonnen onderlaag waarop volgende week het fundament wordt aangelegd.

 

Aan de achterzijde van huisje2 ontstaat een mooie afgesloten plek tussen grote mangobomen en avocadobomen. Dat wisten we al, maar dat wat er in ons hoofd zat komt er nu ook uit in het echt. Een plekje helemaal privé midden tussen het fruit.

 

Ruud heeft de grote citroenboom en de chirimoyaboom, die ook op deze plek staan, gesnoeid op de Kakienmanier. Met de motorzaag. We hopen dat het zo werkt.

 

Met de komst van de bodem van het tweede huisje en het verwijderen van de bomen op het terras onder dat huisje is er iets bijzonders gebeurd. Opeens lijkt alles beter op zijn plek te vallen en kloppen de verhoudingen in de boomgaard. Er is een soort van evenwicht ontstaan dat er eerder niet was. Helemaal doorgronden doe ik het nog niet, maar het voelt goed.

 

Sinds de komst van de koelkast van Óscar in ons betonnen schuurtje en de komst van ons koffiezetapparaat bovenop die koelkast, is de finca nog meer een thuis aan het worden. Met een zithoek en een lunchplek.

Volgende week gaat de bekisting van de corona van het eerste huis eraf, en kijken we of alles heel blijft. De fundering voor het tweede huis wordt gelegd. En. Mogelijk wordt er hout bezorgd. Dan moeten Ruud en ik schilderen en schuren. Niet heel erg goed getimed. Want eerst gaan we een lang weekend naar Nederland om verjaardagen te vieren en daarna komt Michel met ons mee om regen te brengen naar het droge Puntagorda.  En misschien nog wat te fietsen ofzo.. Planningen maken op La Palma blijft een moeilijk iets.