Playa Los Guirres

Ruud was jarig. Vorige week vrijdag al. Meestal  vieren we elkaars verjaardagen met voor alle2 een vrije dag en een lange wandeling op de dag zelf. En na afloop ergens iets lekkers eten.  Dat deden we in Nederland al zo. En ook nu we op La Palma wonen, doen we dat op die manier. Maar. Nu we al meer dan een jaar op ons Gedroomde Eiland wonen,  wordt het leven soms weer een beetje zoals het vroeger was: te druk voor leuke dingen. Ruud had zijn handen vol aan finca-stuff dat hij klaar moest zien te krijgen tussen de wandelgidsdagen en de stargazingavonden door. Dood hout uit citrusbomen snoeien. Een geautomatiseerd bewateringssysteem aanleggen. Dat soort werk. Ik had ook wel het één en ander om handen. Mijn werk bestaat kort gezegd hoofdzakelijk uit het tellen van geld. En dat kan op zoveel verschillende manieren dat je er nooit mee klaar bent. Kortom: geen lange wandeling op Ruud’s verjaardag, deze keer. We hadden er de tijd niet voor. En eigenlijk ook de puf  niet. Alletwee een 5 in onze leeftijd. Dan krijg je dat. Maar we hadden wél een vrije namiddag en avond.

 

We reden aan het einde van de middag vanuit Puntagorda naar het strandje van Los Guirres.  Het kiezelstrand ligt even ten noorden van Porto Naos, aan de westkust van het eiland. Je rijdt vanuit Porto Naos over een verwaarloosde asfaltweg door een niemandsland van bananenplantages. En opeens ben je er dan: je rijdt een goed verzorgde parkeerplaats op en dan ben je bij  Los Guirres. Een prettig welkomstbord geeft meteen al een gevoel van vrijheid, van ‘thuiskomen’, zal ik maar zeggen. ‘Dat moet anders!’,  is onze boodschap aan de plaatselijke ‘strandmanager’.

 

Los Guirres is geen viersterren toeristische trekpleister. Maar voor Ruud en mij wél een leuke plek. Er is een mooi kiezelstrand. Er is een leuke, vrij grote kiosko, met een mooi open terras pal aan de zee. Daar kan je best een middagje in de zon doorbrengen met één of meer glazen wijn op tafel. Of tegen het vallen van de avond lekker eten op een prachtige plek.

 

We waren voor het eerst hier. Ruud had in El Apuron, dat is een lokaal digitaal krantje, gelezen over een wandelpad dat pal langs de kust is aangelegd tussen de kiosko en het grote Sol-Hotel dat aan de andere kant van Porto Naos ligt. Dát wilde hij wel eens zien. Er ligt inderdaad een mooi, nieuw wandelpad. Alleen. Ter hoogte van de vuurtoren is het pad alweer weggeslagen door de golven van de oceaan. Even klauteren. Of even omlopen over kleine asfaltweggetjes tussen de bananenplantages die samen een doolhof van jewelste vormen als je geen wandelapp op je mobiele telefoon bij je hebt.

 

Wij vinden het altijd wel leuk om een beetje rond te struinen. Weinig mensen. Rust. Oceaan. Wel strak naar het westen blijven kijken. Want dan sta je met je rug naar één van de lelijkste stukken van het eiland. Bananenplantages zijn één ding. Maar verlaten Banananplantages zijn ongeveer wel de allerlelijkste objecten die er op La Palma te zien zijn.

 

Wij negeerden de lelijkheid van het landschap achter ons. We negeerden ook het terras van de kiosko. Komt een andere keer wel. Wij keken uit over de oceaan. En zagen de zon weer eens onder gaan.

 

Op de terugweg naar Puntagorda maakten we in El Jesus een tussenstop bij ‘De Belg’. Lekker gegeten. Na afloop zo’n overheerlijke barrequito. Een verjaardag kan heel leuk zijn zonder spectaculaire dingen te doen.

Meer Muren

Vorige week was de zesde bouwweek voor de bouwers aan ons ‘grote huis’. Het tempo ligt nog steeds hoog. In het nieuwbouwgedeelte werden de binnenmuren gemetseld en werd de voorbereiding voor de ‘corona’, de kroon, gemaakt. De kroon is een dwarsbalk van gewapend beton die men horizontaal op de muren stort en die het dak moet dragen. Het metaal voor het beton is al klaar (met de hand in elkaar gezet en voorgevormd). De bekisting voor het beton is ook al grotendeels aangebracht.

 

Het nieuwbouwdeel krijgt steeds meer vorm. Mooi om te zien.

 

Het is ook erg leuk om alvast door toekomstige ramen te kijken, natuurlijk. Hieronder achtereenvolgens de openslaande deur van de logeerkamer/het kantoortje, het raam van het washok aan de oostgevel, het raam van de keuken aan de oostgevel en het keukenraam aan de westgevel.

 

Ons sketchupmodel gaat beetje bij beetje over van louter virtuele plaatjes naar stenen en beton in real life.

 

De avocado’s moeten nog wat gaan groeien..

 

Het is carnaval nu. Ook op La Palma. Het werk ligt stil. De mannen van Óscar hebben beloofd dat ze komende donderdag weer zullen verschijnen en dan nuchter en fit genoeg zullen zijn om de Corona  af te maken.

Daarna volgt het hout voor het dak. Volgens Óscar staat dit al klaar bij de timmerman.  Ruud en ik zullen het hout zelf moeten gaan schuren, behandelen met een insectenwerend goedje en lakken in een donkere houtkleur. Op die manier werd de offerte wat goedkoper. We gaan het daar druk mee krijgen…

Terwijl wij met het hout bezig zullen zijn, gaat Óscar beginnen met het eerste kleine vakantiehuis, zo is het plan.

Dennennaalden en Mais

Vorig najaar hebben we het laagste terras onder ons toekomstige grote huis opnieuw beplant met avocadoboompjes. Voordat die planten de grond in gingen werden op het hele terras eerst de oude bomen gerooid en werd het terras opnieuw geëgaliseerd en steen/rotsvrij gemaakt.

Normaal gesproken rond deze tijd van het jaar, half februari, zou de regen ervoor hebben gezorgd dat er rondom de avocadoplanten grassen en bloemen in vele varianten groeien. Maar het regent niet. Door de droogte blijft het maar een kale zandvlakte op het terras. Dat is niet gunstig voor de nieuwe planten. Van Oswaldo kreeg Ruud daarom het advies om zoveel mogelijk organisch materiaal rondom de planten te brengen. Hoeft niet persé mest te zijn. Organisch materiaal helpt de grond in droge tijden om het schaarse vocht langer vast te houden. Daarbij biedt het een ‘thuis’ voor nuttige insecten en beestjes. Tot slot stijgt door het aanbrengen van een laagje organisch materiaal rondom de avocadoplanten de temperatuur van de grond net iets minder snel op warme dagen. Alle kleine beetjes helpen om de planten door hun kwetsbare periode heen te loodsen.

 

We kregen het advies om dennennaalden, die elders op ons terrein rijkelijk aanwezig zijn, naar het terras te brengen. Dit heb ik afgelopen weekend gedaan. Bijna vijftig kruiwagens vol.

Eerst de naalden bijelkaar harken in onze ‘dennennaaldenmijn’ op de hellingen aan de uiterste noordkant van onze boomgaard

 

Met de kruiwagens vol dennennaalden ruim twee honderd meter lopen naar het kale terras.

 

En daar de dennennaalden in ruime kringen rondom de avocadoplanten verspreiden. Een zenwerkje waar ik gelukkig van kan worden. Wel een werkje met een hoog ‘creatief-met-kurk’-gehalte. Basismateriaal: dennennaalden.

 

Sinds kort is er voor de mannen van Óscar een koffiezetapparaat aanwezig in het betonnen gereedschapsschuurtje dat op onze finca staat. Waarom Ruud of ik zo’n apparaat niet eerder in het schuurtje hebben neergezet, begrijp ik achteraf ook niet. Hoe dan ook, tijdens de grootscheepse verplaatsing van het basismateriaal was er tijd voor twee bakken koffie per ochtend.  In je eentje koffie te drinken op een vroege zaterdag- of zondagochtend. Zittend op de toekomstige stoep van het grote  huis op de stille finca, waar de eerste sinaasappelbloesems aan de bomen verschijnen. Of voor de allereerste keer in een ommuurde toekomstige keuken, nog zonder dak, die je tot voor kort uitsluitend via een sketchup-modelletje kon ervaren op het scherm van je laptop. Dit alles terwijl de zon schijnt, de wind zacht door de bomen ruist en het verder overal nog muisstil is. Een stilte die alleen wordt verstoord door het gezang van kanarie-achtige vogeltjes, hoog uit de grote dennenboom, waaronder jij je koffie zit te drinken,  op de stoep of in de keuken-zonder-dak. Mooie momenten zijn dat. Koffie op die manier is veel lekkerder dan normaal het geval is.

 

Op het onderste terras aan de noordkant van onze finca stonden twee jaar geleden vrijwel dode sinaasappelbomen. Kakien snoeide ze een paar maanden nadat wij de finca kochten, in februari 2018. Twee jaar later staan de bomen erbij als hieronder. Klein nog, maar je ziet het sinaasappelbomenlaantje in de richting van het tweede vakantiehuisje, dat helemaal op het eind van dat laantje zal worden gebouwd, al vorm krijgen. Eén foto verder zie je hoe het er twee jaar geleden uitzag op dit terras.

 

Intussen staat de duraznoboom op die plek al weer mooi in de bloesem.

 

Na mijn dennennaaldenboogie,  die een zaterdagochtend en een zondagochtend duurde, ziet het onderste zuid-terras er nu uit, zoals op de foto’s hieronder. We denken er nog over na om hier en daar  mais en aardappels tijdelijk in groepen bij te planten. Dat was ook een tip van zowel Oswaldo als Kakien. Met name de mais schijnt een thuis te zijn voor de natuurlijke vijand van de grootste vijand van de avocadobomen. Dat zijn miniscuulkleine rode spinnetjes. De vijand van mijn vijand is mijn vriend, en daar moet je een huis voor maken, als je wil dat hij je vijand bestrijdt . En verder vinden we het gewoon leuk om mais en aardappels te planten, en te kijken hoe het opkomt (óf het opkomt). Als we er tijd voor kunnen vinden. Want er ligt wel het één en ander voor ons in het verschiet, qua klussen,  in de komende weken. Binnenkort wordt het hout voor het dak van het grote huis geleverd. Dat hout moeten Ruud en ik gaan schuren, bewerken met een beschermende laag tegen houtvretende insecten en voorzien van een donkerbruine, ebbenhouten, kleur. Daar zien we een klein beetje tegenop, om heel eerlijk te zijn. Maar op deze manier besparen we een flink bedrag op de bouwkosten.

 

In het aankomende weekend zal Kakien op een aantal andere plekken op de finca de citrusbomen gaan snoeien. En voordoen aan Ruud en mij hoe we dit in de toekomst zelf kunnen doen. We snoeien de bomen een beetje met pijn in het hart. Het zal er de komende twee, drie jaar behoorlijk kaal uitzien op enkele van de snoeiplekken. Maar het inkorten en saneren is op langere termijn het behoud van onze bomen. Ze zijn jarenlang niet goed bijgehouden en daardoor uit hun krachten gegroeid. Slechte vruchten. Veel dood hout. Bevattelijk voor ziekten. Uiteindelijk ten dode opgeschreven, als we er niets aan doen. Slechte heelmeesters maken stinkende wonden. Laten we het dan maar snel doen.

Beetje bij beetje krijgt alles wat nog moet gebeuren op de finca, een plek in ons hoofd. Daar hebben we best lang over gedaan, vinden we zelf. Maar. Dat is helemaal niet erg.

Muren

De vijfde bouwweek is voorbij. De week stond in het teken van muren. De buitenmuren van de aanbouw voor het grote huis werden gemetseld. En er werd al een voorzichtig begin  gemaakt met de eerste binnenmuur van de aanbouw. Donderdag, aan het einde van de dag zag alles er zó uit.

 

Een dag later, bij het begin van het weekend, stonden bijna alle buitenmuren. Alleen bij de toekomstige patio moet nog een stuk gemetseld worden. Hieronder zie je de oostgevel/voorgevel. Het kleine raampje links is een foutje. Het raam moet net zo groot worden als het raam ernaast. Dat wordt slijpen.

 

Hieronder zie je de patio, vanuit west (zeezijde) en oost (landzijde) bekeken.  In de patio gaan we straks uit de wind zitten als dat nodig is. Het wordt een soort van ‘buitenkamer’, is de bedoeling.

 

De opening voor de openslaande deuren van de logeerkamer/het toekomstige kantoortje.

 

De kook- en waterhoek van de keuken. En het keukenraam. Ik heb altijd al in een huis willen wonen met een  keukenraam. Tot op heden heb ik  mijn hele leven lang bijna altijd in huizen gewoond zonder een raam boven het aanrecht. Alleen in de Eindhoventijd woonden we in huizen met een ‘echte keuken’. Een echte keuken heeft een raam boven het aanrecht, vind ik. We krijgen straks weer een échte keuken.

 

Het is Calima op La Palma. De wind waait uit de richting van Afrika. Het is relatief warm (lekker wel, maar het hoort niet in februari). De luchten zijn grijs en vol Saharazand. De zee is daardoor nu niet te zien als je door het keukenraam naar buiten kijkt.

 

Over Calima gesproken. Gisteren zaten Ruud en ik bij de pizzeria van het dorp te vieren dat we hier nu één jaar wonen. Begon het zomaar te regenen… Inmiddels zijn we helemaal ingeburgerd. Ruud liep dus met vele anderen snel naar buiten om te kijken hoe de regendruppels naar beneden kwamen vallen.  Een kwartier lang regende het. Maar we werden er niet blij van. Het regende agua mala. Warme waterdruppels met zand erin. Daar word je niet echt niet vrolijk van. Behalve als je een autowasstraat runt.

Het wordt tijd dat Michel weer op bezoek komt. Dan krijgen we tenminste weer een keer echte regen hier.

Intussen in de boomgaard

Alle aandacht gaat op dit moment natuurlijk uit naar de bouw van het eerste huis. Er ligt een fundament. Er komen muren omhoog. Het huis krijgt vorm. Dat is bijzonder om mee te maken. Daarbij kennelijk ook leuk om over te lezen, want de bezoekersaantallen van ons blog schieten omhoog. En daar zit geen Chinees bij, deze keer.

Maar intussen gebeurt er van alles in de boomgaard dat minstens net zo belangrijk is voor ons grotere plan. Ruud heeft er min of meer een dagtaak aan om grip te krijgen op de fruitbomen. Want wát moet je wánneer doen om ervoor te zorgen dat die bomen (weer) in vorm komen? Verzin het maar. En vervolgens: dóe het dan ook maar… Mucho trabajo! Veel werk! Met het hoofd en met de handen.

Anderhalve week geleden hebben we onze eerste twee manden met sinaasappels van dit seizoen naar Erwin gebracht. Erwin is  de fruithandelaar in het dorp. De meeste sinaasappels op onze boomgaard zijn pas klaar voor de pluk vanaf eind maart / begin april. Maar we hebben een paar bomen staan met vroege ‘navelinas’.  Die kunnen we nu al beetje bij beetje leeg plukken. Voor ons zelf en dus nu ook voor Erwin en daarmee voor onze zwarte pizza-kas.

 

We leerden Marc kennen. Marc is een Zwitser van tegen de zeventig die al zo’n twintig jaar heen en weer reist tussen zijn vaderland en Puntagorda. Ongeveer honderd meter boven ons, ca 750 meter loopafstand, bezit hij een finca vol met allerlei soorten citrusbomen. Het telen van citrusvruchten is zijn grote passie. Ruud is er op bezoek geweest en keek er zijn ogen uit. Zo mooi als alles erbij stond. Kom daar bij ons maar eens om, op Finca Kreupelhout…  Marc weet alles van citrusbomen. Hij kan er hele avonden over vertellen. Ruud heeft al veel van hem geleerd. Marc is van mening dat we ons zelf de tijd moeten gunnen met onze bomen. Minstens drie jaar voordat alles er een beetje bij staat, zoals we voor ogen hebben. Gezond, met blad, zonder ziekten en veel vruchten dragend.

De kennis van Marc moeten we nu gaan toepassen. We begonnen maar met de schaartjes. Op voorspraak van Marc kochten we  via het internet bij een bedrijf in Murcia onderstaande oogstschaartjes. Zo’n internetbestelling gaat niet helemaal vanzelf op ons Lente-Eiland. Met name de afhandeling in het plaatselijke postkantoor is nog wel eens een dingetje. Vergeet het Nederlandse ‘vóór 22.00u besteld = de volgende dag bezorgd aan huis’. Vertaal dit ongeveer naar ‘als je zo dapper-en-moedig bent om over het internet bij ons iets te bestellen, komt het bestelde op een dag tóch nog bij je thuis.’ Mits je het pakketje zélf gaat ophalen bij het postkantoor en mits je er rekening mee houdt dat je voor het afhalen van één internetpakketje ongeveer vier bezoekjes aan het postkantoor nodig hebt. En een NIEnummer. Alle vier de keren dat je er bent.  En een zonnig humeur. Ook alle vier de keren dat je er bent. Alles went. Het valt ons eerlijk gezegd al heel erg mee dat we op La Palma gewoon spullen via het internet kunnen blijven bestellen. Dat hadden we niet verwacht, toen we hier naar toe kwamen. Ruud is er echter maar druk mee. Zaken die in Nederland vanzelfsprekend lijken te zijn, en weinig van je tijd in beslag nemen, kosten hier soms de helft van je werkdag en godallejezus veel geduld en relativeringsvermogen. Ruud krijgt er rimpels van.. Maar.  We zijn dan toch de trotse bezitters van twee oogstschaartjes uit Murcia.

 

Hieronder zie je een sinaasappel waar Marc wel een beetje van schrok, toen hij met Ruud onze sinaasappelterassen inspecteerde. De vlekjes op deze sinaasappel zijn geen vlekjes maar hele kleine beestjes. Ze zitten in de sinaasappelbomen in de uiterste noordoosthoek van onze boomgaard. De bomen daar zijn kaal aan het worden. We wisten niet goed hoe dat kwam, en wat we ermee moesten. Nu weten we dat dus wél. Op de tweede foto zie je een sterk vergrote afbeelding van de beestjes, afkomstig van een internetbron. Serpeta Fina. De diertjes vreten de boom van binnen uit op en vernietigen zo de hele boom, als ze niet met grof geweld worden bestreden. Bomen waar de beestjes hun gang konden gaan, zien er nu uit als op de onderste foto van het blokje hieronder. Organische bestrijdingsmiddelen helpen niet tegen Serpeta Fina. We zijn daarom gedwongen om op de sinaasappelterrassen nog een keer met een breedspectrum systeemgif te gaan spuiten. Dat systemisch gif is  niet alleen dodelijk voor de serpeta, maar ook voor alle andere insecten rond de fruitbomen. We willen het  dus eigenlijk niet, maar kregen dringend advies toch maar te gaan spuiten. Om te voorkomen dat het huidige kreupelhout op onze finca straks alleen nog brandhout kan zijn. Dat advies volgen we op.

Kakien gaat het gif voor ons kopen. Je hebt op La Palma namelijk een carnet, een vergunning,  nodig om landbouwgif te kunnen kopen en te gebruiken. Om dat carnet te krijgen moet je eerst  een cursus volgen en een examen afleggen. In het Spaans, uiteraard. Dat is nu nog nét een brug te ver voor Ruud. (Maar dat duurt niet lang meer, denk ik, want Ruud gaat heel goed in het Spaans). Kakien zal de citrusbomen komende zaterdag voor ons onderhanden  nemen.

De bomen laten in maart hun oude bladeren vallen, om eerst bloesems en daarna nieuw blad aan te maken. De nieuwe bladeren zouden gezond moeten zijn, na de gifsessie met Kakien.  In maart moet Ruud als vervolgactie op de gifspuiterij het nieuwe blad besproeien met jabón potásico (dat is kaliumzeep, biologisch spul) om de komst van  nieuwe Serpeta-diertjes in de kiem te smoren. Ze stikken in een zeeplaag op de blaadjes, is de bedoeling.

 

 

Inmiddels is Ruud ook begonnen om op advies van Marc de sinaasappelbomen systematisch van mest te voorzien. Maandelijks krijgen ze nu bladmest (stikstof) en per boom 200g mestkorrels met daarin stikstof, fosfor en kalium. Veel bomen hadden lichtgroene of geelachtige bladeren. Donkergroen blad betekent dat ze gezond zijn. Het licht gekleurde blad duidde op een tekort aan meststoffen, volgens Marc. Je moet veel leren als je zo dom bent om een boomgaard vol met sinaasappelbomen te kopen, zonder enige kennis van zaken over hoe je die bomen in leven houdt. Het is fijn dat er mensen in het dorp rondlopen die ongevraagd behulpzaam willen zijn. Het is leuk om al deze materie beetje bij beetje onder de knie te krijgen.

Zo’n zelfde verhaal hebben we te vertellen over de avocado’s. Ruud en ik hebben  dan wel een stuk of zeventig van die bomen aangeplant, maar wat weten wij, kantoorkneuters uit Nederland, nou goedbeschouwd van avocado’s? We zijn daarom lid geworden van een landbouwcoöperatie die gespecialiseerd is in de teelt van de groene vettige vrucht met de dikke pit in het hart. Cocampa is de naam van de coöperatie. Het idee is dat je (te zijner tijd, in ons geval) de vruchten via Cocampa verkoopt en daarbij een percentage van de opbrengst afstaat aan de vereniging. In ruil daarvoor krijg je ondersteuning en advies over hoe je de opbrengst van je bomen zo maximaal mogelijk kunt laten zijn. Dat advies hebben we hard nodig. No sabemos nada.. We weten van niets. ‘You know nothing, John Snow’, dat is het gevoel…

 

De adviseur die namens Cocampa de leden van de coöperatie in Puntagorda bezoekt en met advies bijstaat heet Oswaldo. In de afgelopen twee weken heeft hij twee keer een bezoek gebracht aan Ruud en de finca. Bij elkaar heeft hij er wel een paar uur rond gelopen en Ruud over veel dingen bijgepraat. Oswaldo vond dat we het niet slecht hadden gedaan met de aanplant van de avocado’s en de wijze waarop Ruud de beregening had aangelegd. De jonge planten staan er over het algemeen goed bij, ondanks dat we erg laat waren met het inplanten vorig jaar. Da’s toch wel fijn om te horen, soms. Want, we doen maar wat, met al onze goede bedoelingen. Op basis van bodemmonsters die Oswaldo heeft genomen op de avocado-terassen, zal hij binnenkort een bemestingsschema naar ons sturen. We ontvangen daarnaast nog een schema om veel voorkomende ziekten preventief te bestrijden. Dat is nou net de informatie die Ruud nodig heeft, want verzin het allemaal maar eens als Hollander zonder landbouwachtergrond in een vreemd land. Internet is ook niet alles.

Vorige week heeft Ruud de druppelslangen rond de kleine plantjes aangelegd. Het is de bedoeling dat we nu stoppen met het handmatig water geven. De wortels van de planten moeten de druppelslangen gaan opzoeken. Dat is even spannend. Een kritisch moment in het leven van een avocadostek. Het is voor ons harstikke moeilijk om te bepalen of een plantje er slap bij hangt omdat het teveel of te weinig water heeft gekregen op een bepaald moment. Daar moeten we nog gevoel voor gaan krijgen, moeten we nog leren.

 

De jonge aanplant heeft het zwaar gehad in december en januari. Het was op de meeste dagen eigenlijk te koud voor avocadobabies in de volle grond en veel van het jonge blad werd verscheurd door de harde wind. Toen we rond de kerst een week in Nederland waren, was het juist weer onverwacht en onaangekondigd erg warm op het eiland. De plantjes kregen een tik omdat ze te weinig water van ons hadden gekregen, voordat we naar NL vertrokken. Sinds een week of twee is het opnieuw warmer op het eiland. Lekker warm nu, 22-23 graden. Té warm voor wat normaal is op het eiland voor de tijd van het jaar, zegt iedereen die het weten kan. Maar onze babies houden ervan en knappen zienderogen op. De plantjes maken bloemen en nieuw blad aan. In maart, juni en september mogen we drie echte groeispurts verwachten. Als de planten dit jaar goed doorkomen zijn ze, aan het einde van hun eerste jaar in de grond, struiken geworden. Dan hebben ze nog twee volle jaren te gaan om kleine boompjes te worden en hun eerste vruchten voort te brengen. Tot zover de theorie. We gaan zien of het lukt.

In afwachting van het definitieve bemestingsplan krijgen ook de avocado’s nu alvast hun periodieke voedingstoffen toegediend van Ruud. Aminozuren (isabion), omdat ze dat zo lekker vinden, en stikstof, omdat álle planten daarvan houden.

 

Oswaldo heeft verteld dat de bloemetjes die nu groeien, en waar we zo blij mee waren, moeten worden verwijderd. De planten moeten hun energie steken in het ontwikkelen van een wortelstelsel en blad. Niet nu al in bloemen en vruchten. Oswaldo heeft verteld dat alle nieuwe bladeren en stengels die zijn gaan groeien op een plek  ónder het punt waar de avocadoplant is geënt op een andere variëteit, moeten worden verwijderd. De entplant is uitsluitend bedoeld om goede wortels aan te leveren voor zijn gast. Het is niet de bedoeling dat dit wortelstelsel een eigen wil gaat krijgen en de plant alsnog in zijn geheel overneemt. De gastplant levert immers de betere vruchten en is meer resistent tegen ziekten. Vóór de komst van Oswaldo was ik er mij niet eens van bewust dat onze planten geënt zijn. Ruud wist dit overigens al wel. Hoe dan ook: hij is er maar druk mee. Maar. Hij heeft er schik in.

 

Eergisteren kwam ik na afloop van mijn laptopdag naar de finca om samen met Ruud een stukje te gaan wandelen. Ruud was echter nog druk met het afknippen van bloemetjes enzo. Ik liep het rondje dus alleen om even mijn hoofd leeg te maken, en maakte onderstaande foto’s.

 

Gewoon op een doordeweekse woensdagavond in februari. Het is hier zó leuk…

Glasvezel

Vandaag, op de kop af één jaar nadat we op La Palma zijn aangekomen, hebben we een glasvezelverbinding gekregen in het Boeddhahuis. De oude koperkabel volgde een onnavolgbare route door het hele huis, wat het vijfkoppige installatieteam van Movistar aanvankelijk de nodige kopzorgen opleverde. Na de gedeeltelijke ontmanteling van een kledingkast, die onnadenkend voor de aansluitdoos was gebouwd, ging het echter alsnog voorspoedig. En het mooiste: ons is beloofd dat we, als we ons nú aanmelden, over een half jaar een glasvezelverbinding zullen hebben op de finca. Duim voor ons!

Contouren

De bouwers blijven maar tempo draaien met de bouw van het grote huis. Gisteren maakten ze de laatste betonnen zuil in orde en werd er begonnen met het uitmeten en vervolgens het metselen van de buitenmuur. Ook werd het ‘cartel’, het verplichte opdrachtgevers- en uitvoerdersbord geplaatst. Zoals je kunt zien hebben we nog zo’n vier jaar de tijd om alles af te krijgen… (Mijn excuses voor het vlekje op de lens van de camera).

 

Vandaag ging men verder met het metselwerk. Aan het einde van de dag zag alles er zó uit. Achtereenvolgens de zuidzijde (straatzijde), en de oostzijde (voorgevel). Mmm… we kwamen er achter dat de mannen van Óscar het raam in het washok vergaten. Onderste foto, linkerzijde van de muur. Maar we zijn er nog op tijd bij…

 

Langzaam beginnen de contouren van het huis zichtbaar te worden. Hieronder de voordeur en de patio.

 

De veranda aan de westzijde van het huis, met uitzicht over de finca en de oceaan.

 

Vanaf het onderste terras begint zichtbaar te worden welke omvang het huis zal krijgen.

 

We hopen dat het lukt om in dit tempo door te gaan. Het weer zit ons in ek geval niet in de weg. De weersvoorspellingen laten voorlopig nog altijd geen regen vallen in Puntagorda. Het is  wel érg droog, op het moment. Er groeit zelfs nauwelijks onkruid op ons omgeploegde land.

Droompaden

Afgelopen zondag maakten Ruud en ik een wandeling door het landschap rond het gehucht Las Tricias. We volgden de zogenaamde ‘droompaden-route’. Ruud oefende als gids op deze route. Over twee weken loopt hij hier zijn eerste rondje als zelfstandige gids voor Isla Bonita Tours.

De wandeling begint op de parkeerplaats aan de voorzijde van het kerkje van Las Tricias. Van daar loop je linksom langs de kerk om op een groot plein uit te komen. Aan de rechterzijde van dit plein vind je een kleine bar met keuken en terrasje. Aan de linkerzijde, in de verre hoek, daalt een smal rotsig pad af naar een kleine baranco. Het begin van de wandeling.

 

Las Tricias staat onder andere bekend om de vele amandelbomen die het minidorpje omringen. Vanaf de tweede helft van januari tot de eerste helft van februari staan de amandelbomen in bloei. Op het hoogtepunt van de bloeitijd loop je door een prachtig rose landschap. Op dit moment loopt de bloesemtijd alweer naar het einde. Het overweldigende wit en rose van de bloesems is al niet meer te zien, maar het landschap ziet er op plekken nog steeds prachtig uit. Nog een dag of tien, denk ik. Dan zijn de bloesems weg en krijgt het landschap rond Las Tricias geleidelijk aan alle kleuren van de regenboog door de vele weidebloemen die gaan bloeien.

 

De wandelroute voerde ons door een rustig boerenlandschap, waar de tijd lijkt stil te staan. Volgens mij gebeurt er nooit iets in Las Tricias. En dat kan heel fijn en bevrijdend zijn. Soms. Overal waar je loopt heb je uitzicht over de machtige blauwe oceaan. Ten noorden van Las Tricias loop je door een beroemd ‘bos’ van Drakenbloedbomen. Te vinden in elke reisgids. De bomen zijn karakteristiek voor het noorden en noordwesten van  La Palma. Als je een kerf maakt in de bast van de boom, loopt er een rood-oranje sap uit, het drakenbloed waar de boom zijn naam aan ontleent. Prachtige, bijzondere bomen om te zien.

 

Onze wandeling duurde zo’n vier uur. We liepen ongeveer tien kilometer, waarbij we eerst vier honderd meter daalden om vervolgens dezelfde meters weer omhoog te klimmen, maar dan langs een andere weg.  We volgden uiteraard, vanwege Ruud’s generale repetitie, de route die door Isla Bonita Tours is bedacht. Deze route wijkt af van de routes uit de reisgidsjes of het wandelnetwerk van La Palma. Vanaf het pad door de baranco onder het kerkplein waar je start, volg je kleine bruine bordjes die je de weg naar de oude grotten van Las Tricias, Las Buracas, wijzen. Daar aangekomen loopt er slechts één pad naar omhoog. Dit pad brengt je vanzelf naar een asfaltweg. Als je hier rechtsaf gaat slinger je gestaag klimmend terug naar het dorpje.

Als je wandelt met Isla Bonita Tours hoef je de laatste klim van 350 meter niet te maken, maar word je opgewacht door een bus. Voor ons stond die bus er niet. Wij liepen langs de asfaltweg terug naar het dorp. Een gemakkelijke klim met prachtige vergezichten over het landschap waar we eerder doorheen wandelden.

Als je geen zin hebt in deze klim, en ook geen zin hebt in Isla Bonita Tours, maar wél deze wandeling wil maken, kan je een groot deel van de klim met de streekbus doen. De streekbus (Garafia-Puntagorda, richting Puntagorda) rijdt 1x per twee uur, en slaat in dit schema 1x over in de middag. Goed plannen dus. De bus rijdt ook op zaterdagen en zondagen. Voor actuele informatie over de busverbinding kan je kijken op de website van TILP, dat is de streekbusmaatschappij op La Palma.

 

Op zo’n tweederde van de wandeling loop je langs een klein cafe-terras, met de naam Finca Aloe. Hier kan je op een prachtige plek wat drinken, of kleine gerechten eten. De Duitse eigenaresse hanteert wel West-Europese prijzen. Daar ben je aan gewend, dus je vind het niet erg, maar een beetje jammer is het wel. Het café is dagelijks van 12.00u tot 17.00u open.

 

De nieuwe toekomstige werkplek van Ruud is in één woord prachtig. Het landschap rond Las Tricias is geweldig mooi, vind ik. Bijna overal waar je kijkt is iets bijzonders te zien, van het begin tot het eind van de wandeling. Oceaan, bloemen, verstilde boerderijtjes, drakenbloedbomen. Zonnetje erbij en dan kan je het eigenlijk niet beter hebben op een vrije zondagmiddag. Ruud en ik hadden het weer erg naar ons zin op ons kleine eiland.

 

Hoewel Ruud vindt dat hij nog moet studeren op de ‘flora’ langs de route, was de generale repetitie wat mij betreft geslaagd. Ik heb veel ditjes-datjes-wetenswaardigheden gehoord over de zaken waar  we op onze tocht voorbij liepen en Ruud kende de weg zonder één keer fout te lopen of zelfs maar te twijfelen. Meer mag je van een gids niet verwachten, toch?

 

Ik had deze wandeling, op deze manier, nog nooit eerder gedaan. De wandeling komt met stip binnen in mijn top tien van La Palma Wandelingen. Het leuke van de Isla Bonita Tours variant is dat je de vele andere wandelaars, die met je meegenieten van het landschap, een beetje ontwijkt. Zoals gezegd, ‘Las Tricias’ staat in elke reisgids genoemd en staat ook nog eens bekend als de ‘gemakkelijkste wandeling op La Palma’. Het is er dus vrij druk, zeker voor Palma-begrippen.

 

We startten iets over elven in de ochtend. Vlak voor drie uur stonden we weer bij de kerk van Las Tricias. Onderweg dronken we zo’n vijfentwintig minuten een cortado en daarna nog een zuma de naranja in het Aloe Café.

 

Op het eindpunt wachtte ons nog een kleine verrassing. Vast Nederlanders. Ik hoor het de chauffeur-met-de-vrolijk-geruite-korte-broek zeggen. ‘Schat als jij nou alvast even uitstapt, past-ie er precies tussen. Hebben wij even mazzel, dat de laatste parkeerplek voor ons is’. Fijne mentaliteit hebben sommige mensen. Gelukkig is Ruud nog lenig genoeg om via de passagiersstoel op de bestuurdersstoel te belanden. Voor alle duidelijkheid; de witte auto is van ons, de zwarte huurauto is van maffe, ongemanierde medewandelaars.

 

Las Tricias in het vroege voorjaar is een absolute aanrader voor wie wil wandelen op La Palma.

Download file: Droompaden.gpx

Zuilen van Beton

Terwijl Ruud en ik in Nederland verbleven, Ruud een lang weekend en ik een paar dagen langer, werd er  hard doorgewerkt op onze finca.

De fundering van gewapend beton werd gestort.

 

De stalen geraamten voor de betonzuilen die de muren en het dak van de nieuwe aanbouw moeten dragen, werden in elkaar gezet en voorzien van een bekisting.

 

Vandaag, vrijdag, aan het einde van de dag, bij zonsondergang,  zag ons huis-in-aanbouw er zó uit. Vandaag werd het beton gestort in de bekisting van de zuilen. Morgenochtend komen de mannen uit Breña Baja terug om de bekisting te verwijderen en het beton af te sproeien. Ruud en ik moeten dat afsproeien in het weekend nog een paar keer herhalen.

 

Als je tussen de zuilen door loopt,  begin je al wat beter een gevoel te krijgen voor de ruimtelijke afmetingen van het toekomstige huis. De Sketchup-modelletjes krijgen heel geleidelijk vorm in de werkelijkheid. Het geeft zo’n gaaf gevoel om dat te zien gebeuren en mee te maken!

Ruud en ik zijn erg blij met het tempo dat de mannen van Óscar erop zetten. Ze hebben ons verteld dat er elders op het eiland nog andere projecten op hen wachten. Er zijn kennelijk op het zelfde tijdstip overal tegelijk bouwvergunningen los gekomen, na de ‘pauze’ in de nasleep van de gemeenteraads- en eilandraadsverkiezingen van afgelopen zomer. Als ons project steeds vooraan in de bouwrij van Óscar blijft staan, vinden wij dat helemaal niet erg. Het kan ons allemaal niet snel genoeg gaan. We gaan zien of men het tempo blijft volhouden. De mannen werken in elk geval keihard door, als ze er zijn.

 

Het is echt heel fijn om vanuit het wintergrauwe,  grijze  Nederland, hoe groen het er stiekem ook was, weer terug te zijn op het Lente-Eiland. Ik ga Nederland steeds meer met ‘vreemde ogen’ zien, als ik er ben. Het is er rijk. Het is er ontwikkeld. Het is er druk. Af en toe leuk als afwisseling. Maar hier op het kalme, voortkabbelende La Palma voel ik me thuis.

Dit weekend gaan Ruud en ik de ‘Droompaden-route‘ lopen onder de lentebloesems van Las Tricias. Ruud moet zijn nieuwe gidsroute oefenen, en ik ben dan zijn proefkonijn. Ik verheug me er op.  In deze tijd van het jaar is het prachtig bij Las Tricias. De amandelbomen staan er nu volop en massaal in bloei. Verderop in februari zal Ruud voor de eerste keer als gids de route gaan lopen voor Isla Bonita Tours.

Lente in Puntagorda

Het is lente in Puntagorda. Kijk maar. Onze amandelboom staat vol in de bloesem.

 

Tegelijkertijd wacht iedereen hier met smart op een paar regendagen. Het heeft nog vrijwel niet geregend in het noordwesten van La Palma tijdens dit ‘regenseizoen’.  De grond is gortdroog (als er niet gesproeid wordt). We maken ons er wel een beetje zorgen over. Als het nu al zo droog is overal, hoe zal het dan komende zomer zijn? Amandelbomen kunnen uit met heel weinig water. Maar de rest?