El Palito

Nabij het dorp Puntagorda kan je bij ons weten op drie plekken langs de rotskust afdalen tot aan zee-niveau. De meest bekende plek om bij de oceaan  te geraken is bij El Puerto, de oude haven van het dorp.  Een andere plek hebben Ruud en ik ontdekt in de directe omgeving van het Cruz de la Reina. Een derde plek ligt bij El Palito.

 

El Palito heeft een wat magische klank in onze oren. Wij weten al sinds jaren  dat El Palito er is. Van horen zeggen en van plaatjes op het internet weten we dat het er mooi is en dat de weg er naar toe niet al te moeilijk is, maar dat je tijdens de laatste afdaling wel alert moet zijn op gevaarlijkse situaties.  We zijn vaak op weg geweest naar El Palito. Maar we kwamen er nooit aan. Een beetje vanwege lamlendigheid van onze kant, een beetje vanwege de aantrekkingskracht van het kalme boeren landschap dat je doorkruist op weg naar El Palito. Maar. Vandaag kwamen we er wel!

 

Vanuit ons vakantie huis, Casa Demetria, recht boven de Balsa, het waterspaarbekken beneden het dorp Puntagorda, liepen we naar beneden tot aan de begraafplaats die ligt aan de voet van dit spaarbekken. De parkeerplaats van de begraafplaats is een mooi startpunt voor deze wandeling voor wie niet in Puntagorda verblijft.

‘Onze’ route naar El Palito klimt eerst naar boven, naar de Pista del Canal. Dit is het zandpad dat evenwijdig loopt aan het grootste irrigatiekanaal van bananenwater in dit deel van het eiland. Het kanaal loopt van Garafia in het noorden tot Los Llanos in het zuiden. De Pista del Canal volgen we in zuidelijke richting tot dat we bij de heuvel Don Pancho komen. Op deze heuvel staat een grote telecommast. Ter hoogte van de heuvel loopt een steil pad naar beneden. Richtingaanwijzers wijzen je de weg. Volg de route naar ‘El Puerto’.

 

Aanvankelijk loop je door een landschap van kale rots en cactussen, met prachtige vergezichten over de oceaan. Iets verder naar beneden maken de cactussen plaats voor avocado-plantages en bananenplantages met hier en daar een akker vol groenten. Je voelt aan den lijve hoe snel klimaatzones op La Palma in elkaar overgaan. Als je bij de plantages bent is het vrijwel altijd zonnig en warm, maakt niet uit bij welk weer je bent vertrokken van de begraafplaats.

Op enig moment kom je borden richting El Palito tegen. Deze wijzen je de weg naar een klein pad dat in snel tempo af daalt richting oceaan. Je verlaat de bewoonde wereld en komt terecht in landschap van steile kliffen en een oneindige blauwe oceaan. Met hier en daar een trapje. Of een houten hek. De route wordt goed onderhouden. De weg naar beneden begint bij een geitenlandje. Je moet een hek door dat je geacht wordt achter je te sluiten als je passeert.

 

Vlak voordat je de eindbestemming bereikt, voert het pad door een klein tunneltje. Direct achter het tunneltje heeft een aardverschuiving het pad enigszins verminkt. Het beschermende houten hek is op deze plek verdwenen. Het is goed te doen om met wat voorzichtig gemanouvreer deze barriere te nemen. Maar. Niet doen als je je niet zeker voelt. En eigenlijk ook niet doen, als je alleen wandelt. Maar dat vind ik. De tunnel is ook een mooi eindpunt.

El Palito is een klein terras op ongeveer veertig meter boven zeeniveau. Het terras is aangelegd rondom een diepe waterput, waar grondwater werd opgepompt ten behoeve van de landbouw. De put is volgens mij niet meer in gebruik. Geen idee waarom El Palito (= De Stok, in het spaans) El Palito heet.

 

Het wandelpad houdt op bij het terras. Maar het is een beetje zonde om de laatste meters richting oceaan niet te doen. Klim over het muurtje en volg door het hoge gras een wat verborgen liggend zandpad. Hier en daar moet je even een klautertruc doen over een onhandig grote rots.

De beloning van je inspanning is de directe nabijheid van de oceaan. Je kunt het zoute zeewater ruiken. Je kunt de fijne neveldruppels  van de branding voelen. Maar je kunt het water niet aanraken. De rotskust is te grillig en zwemmen of pootje baden is op deze plek te gevaarlijk.

Daarna klim je terug tot aan de asfaltweg. Je volgt die weg in noordelijke richting. De weg brengt je in een langzame, geleidelijke klim in vele draaiingen en bochten terug naar Puntagorda. Heel soms passeert er een auto. Meestal toeristen die niet zo van wandelen houden, op weg naar El Puerto. Heel soms een bananenboer. Verder is er niets dan stilte, zonlicht en blauwe oceaan in de verte, terwijl je tegelijkertijd met regelmaat op  prachtige doorkijkjes in het heuvellandschap landinwaarts stuit.

 

De weg naar El Palito is een fijne ontspannen wandeling. De eindbestemming is best een leuke plek, maar het draait in deze wandeling vooral om de weg ‘er naar toe’ (en weer terug). Ruud en ik deden al met al ruim vijf uur over de wandeling. Ons begin- en eindpunt lag ongeveer 100 meter boven de Balsa.

Ook nu weer het dringend advies om voldoende drinkwater mee te nemen. Onderweg kom je niets tegen en het kan beneden flink warm zijn, zeker als je weer terug klimt. Daarnaast toch een waarschuwing om met regen of harde wind een andere wandeling te kiezen. De steile afdaling is onder die weersomstandigheden niet helemaal zonder gevaar. El Palito is mooi, maar geen botbreuk (of erger) waard.

Download

De Desaeada’s

Het was minstens een jaar geleden dat we voor het laatst een wandeling maakten op de hellingen van de Cumbre Vieja, de zuidelijke vulkaanketen op La Palma. Wel weer eens tijd voor zo’n wandeling, dus. We kozen voor een wandeling naar de Deseada’s, twee toppen van één vulkaan. De Deseada’s liggen op een derde van de beroemde Ruta de Los Volcanes en vormen het hoogste punt van deze route. Startpunt van onze wandeling: de kampeerplek annex natuurcamping annex bbq-plaats annex kinderspeeltuin van El Pilar.

 

Het eerste deel van de wandeling klimt vanaf El Pilar door de pijnboombossen in de richting van de flanken van de Pico Birigoyo. Je volgt de borden naar Fuencaliente / Los Canarios. Die borden blijf je volgen tot dat je op de top van hoogste van de beide Deseada’s staat. Vanaf die top loop je de zelfde route terug.

 

De bospaadjes hebben aanvankelijk een redelijk strak hellingspercentage voor Hollandse benen. Ik moet altijd even ‘in komen’ als ik vanaf El Pilar het bos in loop. Na een klein half uur heb je de eerste klim echter volbracht en volgt de route een tijd lang een vrijwel horizontaal (vals plat) pad. Door de bomen heb je af en toe uitzicht over het Aridane Dal. Dit is een bescheiden voorproefje van wat je allemaal nog gaat zien.

 

 

Bij het houten bruggetje op de laatste foto hierboven begint een tweede steile klimepisode op de route. De klim is niet al te lang, maar je overbrugt in deze korte tijd wel een flink hoogteverschil. Het helpt daarbij niet dat er door de ‘routemanager’ op een deel van de deze klim traptreden zijn bedacht die juist te groot zijn voor mensen met korte benen, zoals ik.

Na deze klim ben je ‘op hoogte’ aan gekomen. Je bent in een andere wereld. Het bos heeft plaats gemaakt voor open luchten, verre oceaanzichten en een landschap vol met vulkanisch gesteente.

 

Een tweede klim brengt je naar het plateau van de Hoyo Negro, het zwarte gat. Het landschap wordt steeds weidser en mooier. Het zwarte gat is een oude, indrukwekkende vulkaankrater. Je kunt de krater van alle kanten goed bekijken en krijgt zo een indruk van de enorme omvang van de natuurkrachten die dit eiland ooit vormden (en nog steeds vormen, eigenlijk).

Ter hoogte van de Hoyo Negro krijg je voor het eerst een goed uitzicht op het einddoel van deze wandeling, de beide toppen van de Deseada’s. Het grootste deel van de klim heb je nu gehad. Maar er volgt voorbij de krater nog een laatste gemeen klimmetje. Tijd voor een rustpauze-met-krater-uitzicht daarom voor ons.

 

Het wandelpad voert je ten oosten van de Hoya Negro om de krater heen om vervolgens weer zuidwaarts te gaan, richting Fuencaliente en de Deseada’s. Je komt een afslag naar links tegen die je naar de vulkaankegel van de Nambroq brengt. Deze bestemming is zeker een bezoekje waard. Wij sloegen de Nambroq over omdat we wat laat aan de wandeling waren begonnen en ‘voor het donker’ weer terug wilden zijn in El Pilar.

 

En dan zijn daar, na een laatste klim door een klein bos van pino’s,  de Deseada’s. Twee toppen van één grote vulkaan die zijn eigen zwarte woestijn heeft gecreëerd. Erg indrukwekkend om te zien, als je, zoals wij, van woestijnlandschappen houdt. Moeilijk om te bedenken dat de vulkaan die de Deseada’s maakte eigenlijk maar een relatief klein vulkaantje is.

Aan de voet van de toppen zie je een gitzwart lavaveld in de diepte liggen, omzoomd door groene dennenbossen. Verderop ligt de oceaan aan alle kanten om je heen. In de verte zie je de eilanden  Tenerife en La Gomera liggen, bij helder weer. Steeds als ik hier ben weet ik niet waar ik moet kijken. Het is hier naar alle windrichtingen zó mooi.

 

Nu de Deseada’s bereikt zijn, kan je de wandelroute de route laten. Je kunt gaan zwerven. Ik vind het het mooiste om de wandelroute nog een stuk te blijven volgen en ten westen van de laagste Deseadatop door te lopen naar het zuiden. Zo kom je als vanzelf op de top van deze Deseada uit. Vervolgens loop je in een halve cirkel, eerst zuidwaarts. dan terug noordwaarts, naar de hoogste top van de beide Deseada’s. Je staat nu op het dak van de Ruta de los Volcanes. Je hebt een magistraal uitzicht naar alle kanten. We hadden het bergpanorama helemaal voor ons zelf alleen, met slechts een tweetal kraaien als gezelschap. Zo voelt vrijheid, voor mij.

 

De weg terug is bepaald geen straf. Het gaat vrijwel voortdurend naar beneden en het uitzicht ‘de andere kant op’ is weer heel anders dan op de heenweg. Over de heenweg deden we, met tussenstops en heel veel fotomomentjes, bijna drie en een half uur. De terugweg duurde een uur korter. Bij elkaar waren we zo’n zes uur onderweg.

 

De Deseada’s zijn een prima eindpunt voor wandelaars die eigenlijk de Ruta de los Volcanes willen lopen maar geen taxi kunnen of willen betalen die hen van Fuencaliente naar El Pilar brengt.  Wij begonnen pas rond 13:00u. Het nadeel van een start op dit late tijdstop is dat het bij helder weer dan een stuk warmer is in vergelijking met een vroege start. Het grote voordeel is echter dat je grote kans hebt om  tijdens de wandeling op het eerste deel weliswaar nog wat ‘tegenliggers’ die op de terugweg zijn,  tegen te komen, maar dat je daarna de vulkanen helemaal voor je zelf alleen hebt.

Denk er aan, als je deze wandeling gaat doen, om voldoende water mee te nemen. Je kunt bij El Pilar nog drinkwater tappen, maar daarna niet meer. Bij dichte mist (wolken) moet je echt een kaart of beter een wandelapp bij je hebben. Hoewel de wandelroute goed is aangegeven met richtingaanwijzers, kan je bij beperkt zicht van slechts enkele tientallen meters toch snel je oriëntatie verliezen in dit landschap. Bij helder weer is deze route sowieso op zijn mooist.

Download

Pompoen, Zoete Aardappel en Winde

Als het om de definitieve inrichting van onze finca gaat, en dan bedoel ik de inrichting van de boomgaard en de inrichting van de tuinen rondom de huizen, lopen Ruud en ik al een tijd te prakkezeren wat we met de taluds aan moeten, straks. Op de foto hieronder zie je een voorbeeld van zo’n talud.

 

Tussen de terassen zit een flink hoogteverschil van enkele meters. Het mooiste zou zijn om dit hoogteverschil af te werken met stenen muren, maar de aanleg daarvan is erg kostbaar en onbetaalbaar voor ons soort mensen. (We vragen ons overigens af hoe het kan dat op sommige akkerlandjes van niks de meest prachtige terrasmuren zijn neer gezet – iemand die dit raadsel voor ons kan oplossen?). Hoe dan ook: we houden het dus bij taluds, schuin aflopende stukken grond.

Op onze finca zijn die taluds echter erg slordig afgewerkt. Er liggen veel grote rotsen en keien in, waar dan weer lelijk onkruid tussen groeit dat in de zomer ook nog eens dood gaat en dor oogt.

Kakin had daar wel een oplossing voor bedacht, toen we hierover met hem in juni spraken, maar door onze taalbarriéres kon hij het ons niet goed uitleggen. Kakin zou echter Kakin niet zijn, als hij het daar dan maar bij zou laten zitten. In juli heeft hij zijn idee ingezaaid, zodat hij ons in oktober met handen en voeten duidelijk kon maken, wat hij precies wilde voorstellen.

 

Aan de rand van één van de terrassen heeft hij bovenstaande super pompoenen (ik ben de naam vergeten en google images komt uit op  ‘figleaf gourd’, maar dat is het volgens mij niet) ingezaaid. In twee maanden tijd hebben de plantjes zich flink uitgebreid en zijn ze begonnen het onderliggende talud te bedekken. De plant geeft mooie vruchten die eetbaar zijn (je moet ze volgens Kakin vullen met kip – maar daar moest zijn vrouw Jacky erg om lachen), heeft mooi blad en ook nog kleine oranje bloemetjes. Zo tover je een talud om van een lelijk obstakel in een mooi landschapselement, met nog wat ‘groenteopbrengst’ ook.

 

Van Jackie kreeg ik later nog de tip om dit ook te proberen met zoete aardappel (zie foto’s hierboven). Zelf had ik al eens bedacht onderstaande klimmers tegen de taluds aan te laten groeien. Mijn lievelingsbloem op La Palma, die overal in het wild groeit en woekert. Volgens wikipedia en google images gaat het om Ipomoea indica, behorend tot de familie der windes (Convolvulceae), net als die zoete aardappels trouwens.

 

Deze drie bodembedekkers zullen het vast goed doen op de ruim zes honderd meter talud die we hebben te bedekken.   Als ze aanslaan ziet het er heel mooi uit, denk ik.  Een beetje zoals de massa’s aardbeienplanten die we nu in onze tuin in Almelo laten groeien als bodembedekker/onkruidbevechter. Maar dan weer anders, veel mooier. We hebben een plan.

 

 

 

 

 

Geduldspier

Om heel eerlijk te zijn, zijn we een beetje nerveus op het moment. We staan in de startblokken om langzamerhand hele concrete afspraken te maken om naar La Palma te kunnen gaan, maar we moeten weer wachten. Wachten.

 

Wachten op Miguel, die aan het treuzelen is bij het afgeven van een datum waarop ons huurcontract in kan gaan. Hij is naar ons idee ook een beetje aan het zeuren op het moment, en wil terug komen op eerdere afspraken. Is kennelijk toch niet tevreden over ons maximum huurbod. Maar hoger dan ons bod gaan we niet. We gaan zien wat het wordt.

Wachten op het afkomen van de bouwvergunning. Als we nadenken weten we dat het wel goed komt met die vergunningen, maar we willen ze nu wel daadwerkelijk verleend zien worden. Dat zou rust geven.

Wachten op de offertes van de aannemers. Er is beloofd dat de offertes deze week of volgende week worden toegezonden. Maar als je al heel lang op alles wacht, ga je je instellen op nog langer wachten.  Kortom: we wachten.

Ruud en ik zijn het wachten moe. Vooral ik.

Om ons zelf te herinneren waarom we het ook al weer doen allemaal, hieronder een aantal rustgevende blijkmakende foto’s van de zonsondergang van 14 februari 2018, gezien vanaf het terras van onze pajero. Als kalmeringsmiddel.

 

 

Da’s dan toch wel weer het wachten waard.

Als je wil verhuizen naar La Palma, en daarbij ook nog eens wil gaan bouwen, hoort het erbij dat niet alles direct geregeld en voor elkaar is. We hebben ons erop ingesteld dat het erbij hoort. Maar wachten duurt altijd zo lang! De onzekerheid over de uitkomst van het wachten, maakt dat je nerveus wordt. Of dat nou terecht is of niet. We oefenen onze geduldspier naar het niveau ‘keihard-voelt-als-van-staal’.  En dat woord bestaat nog ook (..) volgens Van Dale. Dát is dus dat ding dat ik steeds voel ik mijn nek..

Zuurkool met Worst

Gisteren hebben we de nieuwe vloertegels gelegd op de bovenverdieping van het huis van mijn moeder. Stap2 van het velekleinestapjesplan dat we samen met mijn moeder hebben gemaakt om de bovenverdieping van haar huis klaar te maken om mede door ons bewoond te worden vanaf volgend jaar.

Hieronder zie je de meester tegellegger hard aan het werk. Let op het detail links van de meester op de onderste foto. De oude vloerbedekking die er al dertig jaar lag is nu weg en alles ziet er een stuk mooier uit weer. Ook al  vast ons ikea-bed opgezet in de grote kamer. Maar die komt niet op de foto, dat blijft prive.

 

 

Het was een behoorlijke logistieke operatie nog. Het huis van mijn moeder is best groot, maar voor mijn ‘bewaarmama’ nog niet groot genoeg. We zijn drukker geweest met het voortdurend verplaatsen van spullen om te kunnen werken, dan met het leggen van de tegels zelf.

Na afloop aten we zuurkool met worst. Prima maaltijd voor eind oktober, behalve dan dat het buiten meer dan 25 graden warm was..  We beleven een bijzondere zomer. Ik vind het maar vreemd, alle bomen in herfstkleuren bij deze warme temperaturen.

 

Bij ons volgende bezoek aan La Palma ga ik uitzoeken of je zuurkool kunt kopen op het eiland. En worst. Want zuurkool met worst met appelmoes en jus en cola, is toch wel iets dat ik ook daar nog wel eens zou willen eten. Komt vast goed met al die Duitsers op het eiland.

Tenemos Que Establecer Las Reglas

‘Tenemos que establecer las reglas.’ ‘We moeten de regels vaststellen’, in het Nederlands. Eén van de klassiekers uit het openingsrepertoire van Duolingo. Samen met de eeuwige beer die een appel eet, en daar melk bij drinkt.

 

Ik moest aan het zinnetje denken, nadat ons bij aankomst in Puntagorda langs meedere informele kanalen het bericht bereikte vanuit het postkantoor dat onze tijdelijke brievenbus toch echt te ver van de openbare weg af hangt. Het maakt de lokale postbode persoonlijk niet zo veel uit, maar er zijn nu eenmaal regels vastgesteld over de plaatsing van brievenbussen. Via iedereen die ons zou kunnen kennen en Nederlands sprak, bereikte ons aldus een oekaze.

DIT was helemaal fout, natuurlijk.

 

Maar nu heeft Ruud met gereedschap van Kakien de fout hersteld.

 

Tenemos que seguir las reglas. Por supuesto! Inburgeren heet dat. Hangt-ie niet mooi, zo?

Tandvlees

Twee weken lang hadden Ruud en ik vakantie. Voor het eerst dit jaar waren we alle2 (bijna) helemaal vrij van werkverplichtingen. Voor het laatst vierden we onze vakantie op het eiland La Palma. Gisteren diep in de nacht kwamen we weer thuis. Maar ‘thuis’ voelt al niet meer thuis, als ik eerlijk ben. Over een paar weken mogen we weer terug.  En daarna tellen we af naar februari. In februari boeken we onze enkele reis. Het wordt tijd om te gaan…

 

We spraken met ‘de man van de bank’ in Tazacorte. We spraken met aannemers. Twee van hen zullen de komende weken een offerte gaan uitbrengen voor de bouw van onze huisjes. Een spannend moment want met deze offertes wordt pas ECHT duidelijk of al onze plannen haalbaar zijn. Vamos a ver. Op basis van alle informatie die we inmiddels verzameld hebben, gaan we er vanuit dat het allemaal goed gaat komen met die offertes.  Het is prettig dat beide aannemers in het voorjaar beschikbaar zijn om met de bouw te gaan beginnen. Ook de geschatte doorlooptijd van de bouw die door beide aannemers is aangegeven, ligt binnen de grenzen van onze eigen planning.

We spraken met onze makelaar over de voortgang rond het verkrijgen van de bouwvergunning. Dat die nog niet is afgegeven was toch wel een beetje een tegenvaller, na alle mooie woorden van de burgemeester afgelopen juni. Tegelijkertijd wijst niets erop dat we ons hierover zorgen moeten gaan maken.

Op basis van het proyecto basico zetten we op ons terrein met stenen en stokken uit waar onze huizen ongeveer komen te staan. Daarbij lopen we nog steeds tegen praktische dillemma’s aan, maar die lossen we te zijnertijd wel op. We vonden en zochten autodealers en wikken en wegen nu over de voordelen en nadelen van Citroën Berlingo’s en Volkswagen Caddy’s. Bijna hadden we op basis van een hele mooie aanbieding al een Berlingo gekocht, maar we kozen er uit voorzichtigheid uiteindelijk toch voor om eerst de offertes van de aannemers af te wachten.

We bezochten vergeefs het enige hondenpension van La Palma, in Breña Baja, aan de andere kant van het eiland. Inmiddels hebben we nu wel contact via whatsapp met de pensionhouder die alle vragen van Ruud  met een kort maar krachtig  ‘si’ beantwoordt. Wordt vervolgd in november.

We maakten definitieve afspraken over de huur van het huis boven onze finca met Miguel, onze bovenbuurman. Hoewel we een beste huur gaan betalen, zijn we toch erg blij met de afspraken die we met hem maakten. We zullen vanaf februari ook zijn andere huis gaan beheren en gaan verhuren aan toeristen. Zo hebben we er er weer een bron van inkomen bij en doen we alvast ervaring op.

Ons plan rolt dus door. Maar oh, wat gaat het langzaam allemaal. Dat is op zich niet erg, maar het begint nu wel te kriebelen. We moeten zo langzamerhand weg uit NL. We zijn er aan toe. We zijn al bezig met ons vertrek sinds de zomer van 2015…

 

We maakten een paar mooie wandelingen. Een wandeling langs de noordkust, waarover ik gisteren schreef. Een wandeling naar de Deseada’s op de Cumbre Vieja. En… we gingen dit keer WEL naar El Palito. Komt allemaal nog wel terug in het blog, de komende weken. Ook maakten we weer een moutainbiketocht. Onze snorkelplannen hebben we noodgedwongen geparkeerd. Gaan we zeker nog eens doen, maar in deze twee weken ontbrak het ons aan tijd hiervoor.

 

Wel erg leuk in deze twee weken was dat we eindelijk weer eens in een vakantiehuis in het dorp Puntagorda logeerden. Casa Demetria is een erg leuk en comfortabel vakantiehuis. We kunnen het iedereen aanraden.

Het is fijn om te voet naar je eigen sinaasappels te kunnen gaan kijken, die overigens knalgroen aan de bomen hangen op het moment. We moesten nota bene sinaasappels KOPEN (…) in de supermarkt. WIJ, bezitters van bijna honderdvijftig sinaasappelbomen (…)  Dat voelde minder. Ook op La Palma zijn er seizoenen van groei en seizoenen van oogst.

 

We zagen het eiland  op haar allerdroogste moment in het jaar. Bij aankomst was het bloedje heet en beleefden we de laatste dagen van een calima. Onze finca zag er droog uit. Maar de bomen stonden er goed bij en worden goed verzorgd. Volgend jaar gaan we zelfs een (zeer bescheiden) avocado-oogst krijgen, denk ik. De avocadobomen zijn enorm opgeknapt nu ze weer mest en voldoende water krijgen. Op de avond en in de nacht voor ons vertrek viel de eerste regen van het jaar met bakken tegelijk naar beneden. Ruud en ik konden een licht tevreden gevoel niet helemaal onderdrukken. Goed voor onze bomen 🙂 .

 

 

Al met al hadden we ‘twee fantastische weken’, waar ik al een beetje met weemoed naar terug kijk. Ben nu aan het wennen aan het herpakken van het normale leven in NL, zoals dat gaat na terugkomst van vakanties. Maar dit keer is het anders. Laatste loodjes. Vier maanden duurt het nog. We lopen mentaal op ons tandvlees…

El Tablado – Roque del Faro – El Tablado

Ruud zoekt bij ons thuis vrijwel atijd de wandelingen uit. Ook voor vandaag had hij een mooie wandeling uitgezocht. We gingen een ‘driehoekje’ doen. Beginpunt El Tablado, een gehucht aan de noordkust van het eiland op ongeveer 150 meter boven zeeniveau. Vandaar evenwijdig langs de kust, over de Camino de Real de la Costa, in de richting van het dorpje Franceses. Halverwege deze route de kustweg verlaten en de berg op klimmen naar het dorpje Roque del Faro. Op het terrasje van het restaurant in Roque del Faro iets eten en daarna terug over de asfaltweg weer afdalen naar het beginpunt El Tablado.

Achteraf noemde Ruud de klim naar Roque del Faro met een glimlach ‘trainingskamp’; ik had over het hoofd gezien dat het gaat om een klim waarin bijna 1.100 meter hoogteverschil wordt overbrugd. Ruud had het wel heel eerlijk vooraf verteld, in een bijzin. Idioot natuurlijk. Ik had gebruik moeten maken van mijn vetorecht. Maar. Na afloop geeft zo’n wandeling wel een bevredigend gevoel. Na afloop.

 

 

De natuur in het noorden van La Palma is geweldig mooi. Lege landschappen met hier en daar een piepklein dorpje, prachtige oceaanzichten, zonlicht dat vaak door wolkenflarden gefilterd wordt, mooie planten en bomen in een overwegend groen decor met de blauwe oceaan als achtergrond. Maar ook: steile hellingen en vaak mistig bewolkt en wat somber weer, doordat de overheersende winden uit het noord-oosten de lucht van over zee op deze plek tegen het eiland aan blazen, zodat er zich hier wolken vormen.

 

 

Het eerste stuk van de wandeling, het deel over de Camino Real, is in één woord geweldig. Hier en daar moet je een flinke klauterpartij maken, maar dat is helemaal niet erg. De schoonheid van het landschap om je heen en de kwaliteit van de vergezichten waar je tegen aan loopt  weegt ruimschoots op tegen de inspanning die dit kost.

De wind kwam vandaag niet uit het noord-oosten, maar meer uit het oosten. We hadden hierdoor helder zicht en er stak een bleek zonnetje door de  wolken heen. Een flink warm, bleek zonnetje.

 

Op de driesprong van de Camino Real met de secundaire wandelroute PR-LP 9.1 volgden we deze laatste route en begonnen we aan de klim naar Roque del Faro. We hadden het zwaar, vooral ondergetekende, zelfs met wandelstokken. Het was onze eerste wandeling tijdens dit verblijf, we hadden nog geen klimkilometers in de kuiten. Het pad naar omhoog was erg steil en vooral ook erg lang, zonder pauzes met een minder steil hellingspercentage. Daarbij komt nog dat de route wandelaars overwegend voert over een holle weg, een zandpad dat is ingesloten door zandwallen aan beide kanten met daarboven een dak van boomheide. Voor even is dit leuk, maar al snel wordt het saai. Je werkt je zelf omhoog en klimt je het lamlazarus, zonder dat je inspanning wordt gecompenseerd door een mooi landschap of een geweldig uitzicht onderweg. Trainingskamp dus. Aaaargh!!

 

Halverwege de klim hielden we de officiële route daarom voor gezien. Op een plek waar de wandelroute en de asfaltweg van Roque del Faro naar Franceses elkaar kruisten, verlieten we het boomheidepad en liepen we over de asfaltweg verder naar omhoog. De sportwedstrijd werd zo weer een wandeling. Het was meteen weer een stuk gezelliger 🙂  . Naarmate we hoger klommen, trok de hemel dicht en liepen we door een wereld van grote, mysterieuze bomen gehuld in nevels.

 

Helemaal gezellig werd het bij aankomst in Roque del Faro. Want daar kennen we een leuk klein terrasje bij het enige restaurant van het dorpje, Reyes. Je kunt er lekkere salades en papas eten voor een klein prijsje. Dat deden we.  Na deze verlate lunch was de weg terug naar El Tablado een ‘easy stroll’. We spraken over veel koetjes en kalfjes en namen uitgebreid de voordelen en nadelen van de Citroën Berlingo enerzijds en de Volkswagen Caddy anderzijds met elkaar door. Ook de verschillende aannemers die we op het oog hebben voor de bouw van onze huisjes werden uitgebreid doorgenomen. Heel nuttig was dit alles en onderhoudend. De weg naar beneden zelf was een beetje saai, totdat we weer in de buurt van El Tablado kwamen.

 

Al met al waren we zo’n zes uur, inclusief lunch, onderweg. Nu, tien dagen later, kijk ik terug op een geslaagde en mooie wandeling, maar daar dacht ik tijdens de klim in deze wandeling heel anders over.

Wandelen in het noorden van La Palma is zeker de moeite waard. Ben je ECHT sportief (en niet wannabe-sportief, zoals wij) EN heb je meerdere wandeldagen beschikbaar: kies dan vooral ook een keer voor deze wandeling. Als er tenminste één van deze beide criteria niet op jou van toepassing is: kies dan voor het gebaande pad en loop vanuit El Tablado langs de Camino Real de la Costa naar Franceses of een beetje verder, en dan weer terug.

In El Tablado is een klein barretje. Of er horeca is in Franceses weet ik eerlijk gezegd niet. Nog een laatste tip: De weg die El Tablado in gaat is erg smal en er is weinig parkeergelegenheid. Als je het dorpje in rijdt, hou je je hart vast of je ‘er nog wel uitkomt’, en nog ergens kunt keren als je weer terug omhoog moet met je auto. Relax. Gewoon doorrijden; helemaal aan het eind van de weg is een klein plaatsje waar drie a vier auto’s kunnen parkeren en keren. Als er twee auto’s op dit pleintje tegelijkertijd staan, is het heeel druk.

Tijdens onze wandeling kwamen wij GEEN ENKELE medewandelaar tegen. Niemand. Nul. Daarom vinden wij, kluizenaars uit Almelo, La Palma zo leuk.

Download

Moonwalk

We hadden allebei last van  iets dat op een jetlag leek. Om half zes ‘s ochtends waren we klaar wakker, aan het begin van onze eerste dag op La Palma. We besloten in de ochtendschemering van ons vakantiehuis in Puntagorda naar onze finca te lopen.

 

Het was volle maan. Samen met het eerste licht van de ochtend, aan de westkant van La Palma is dat rond half acht in deze tijd van het jaar, was er precies genoeg zicht om zonder vallen en struikelen af te dalen over de kleine keistenen paadjes.

 

We klommen in het schemerlicht in en uit de barranco van San Mauro en daarna in en uit onze ‘eigen’ barranco van ‘Las Ánimas’. Om acht uur ‘s ochtends zagen we voor het eerst de maan onder gaan boven de drie pinos van onze finca.  Het was overal muisstil. Ver weg in de oceaan zagen we het licht van de opkomende zon langzaam van over de bergtoppen van het eiland het zeewater verlichten, terwijl het om ons heen nog donker was. Het invallende zonlicht deed de volle maan langzaam verbleken, nog voor hij onder ging achter de horizon in het westen.  Een prachtig moment.

Vondelingen

Het is al weer even geleden, maar het voelde weer erg goed om aan te komen op ons eiland. Elke keer wordt het verblijf hier op La Palma steeds minder ‘vakantie’ en steeds meer ‘normaal’.   De wereld hier wordt langszaam vertrouwd voor ons, zonder gewoon te worden.  Daar worden we alle2 blij van. Al was het alleen maar omdat we bij aankomst op het vliegveld inmiddels bekende gezichten zijn voor de autoverhuurders van Oasis en in no time in onze huurauto het vliegveld kunnen verlaten.  We voelen ons hier allebei ‘vrij’. En blij ook.

 

Iedere keer als we hier komen, leren we weer nieuwe mensen kennen. Dat is leuk en het gaat vreemd genoeg bijna vanzelf. De wereld in Puntagorda is erg internationaal georienteerd; er wonen hier mensen uit allerlei windstreken. In zo’n omgeving voelen Ruud en ik ons wel prettig.

De realisatie van de plannen met de finca komt stapje voor stapje, maar ontegenzeggelijk,  dichterbij. We hebben straks de keuze uit minimaal twee aannemers waarin we vertrouwen hebben. Die aannemers zijn ook beschikbaar om volgend voorjaar te beginnen met de bouw. Iets dat momenteel niet helemaal meer vanzelfsprekend is op het eiland. De financiering die we nodig hebben voor onze plannen komt nu echt wel in orde, hebben we vorige week vernomen van onze bank. Het afgeven van de vergunningen verloopt trager dan we in juni nog dachten; Onze aanvraag blijkt op onderdelen  nu TOCH ook nog langs twee departementen van de  Cabildo, de eilandregering, te moeten voor een stempel. Verandering van regelgeving. De regels op La Palma veranderen altijd en steeds weer. Verandering is de constante.

De gemeente Puntagorda heeft alle bouwplannen al goed gekeurd. De bevestiging hiervan op papier hebben we echter nog niet ontvangen. We liggen met alles nog steeds ruim voor op ons eigen schema, en maken ons daarom  geen zorgen. Vamos a ver. Alles komt goed. Uiteindelijk. Tot nog toe.

 

Bij aankomst op onze finca troffen we een vondeling aan, verscholen onder een mandarijnenboom.

Kakin heeft beloofd dat hij deze palmboombaby NIET de nek gaat omdraaien, zoals hij eerder wel deed met palmboombabies. Palmboombabies drinken veel water en water is schaars en bedoeld voor de fruitbomen. Palmboombabies hebben in een fruitboomgaard daarom geen recht van leven volgens de logica van Kakin, en men moet hen elimineren. Ruud en ik hebben echter andere plannen.  In het voorjaar kunnen we het boompje met redelijke kans op succes uitgraven en verplaatsen naar een ereplaats op ons toekomstige terras. Es gratis. Aan komen waaien. Meegekomen met de geitenmest voor de fruitbomen.

 

Eergisteren troffen we twintig meter verderop, onder een andere boom,  een nog kleiner broertje aan. Het is nog even afwachten of  ook deze palmboombaby het gaat redden.  Ruud en ik stemmen vóór. Twee palmbomen is altijd leuker dan één.