Amsterdam

 

Afgelopen woensdag zijn we langs geweest bij het Spaanse consulaat in Amsterdam. Daar konden we de beruchte NIE-nummers aanvragen, die je overal voor nodig hebt als je iets wilt in Spanje. Vergelijkbaar met het BSN in Nederland.

 

Vooraf hadden we bedacht dat we er een dagje Amsterdam van zouden maken. Maar daarvan is niet veel terecht gekomen. Het was meer dan dertig graden. We vonden het te heet. En zo bleef het niveau van het hoogtepunt-van-de-dag steken bij een echt lekker broodje beemsterkaas uit een broodjeszaak/kaaswinkel op het Rokin.

Ik vond het wel erg leuk om weer eens in Amsterdam te zijn. Vroeger kwam ik er elke dag. Nadien alleen op koninginnedag. Maar voor vandaag was ik al een paar jaar niet meer in de stad geweest, de snelwegen op weg naar Schiphol niet meegerekend.

Ik kon het niet laten de cameramogelijkheden van mijn nieuwe iphone uit te proberen op de grachten. Een flinke verbetering ten opzichte van het oude exemplaar.

 

De tekst op de klokkentoren van de beurs van Berlage vond ik te toepasselijk om zomaar te laten lopen. Want de molentjes in Spanje draaien langzaam. Pas als de NIE-nummers er zijn kan er een bankrekening voor de SL worden geopend en kunnen we ons startkapitaal storten. Pas als ons startkapitaal gestort is kan de bank op La Palma een verklaring afgeven dat we dit hebben gedaan. Pas als deze verklaring er is, kunnen de statuten van onze SL worden ondertekend ten overstaan van een notaris in Barcelona. Pas als dit is gebeurd, kan de bank een hypotheek verstrekken. Pas dan kunnen we ‘ons’ kavel (dat nog steeds niet van ons is) echt kopen. Volgens de supervriendelijke medewerkster van het consulaat moeten we rekening houden met een wachttijd van zo’n twee weken, voordat we onze NIE-nummers ontvangen.

En dan wachten we ook nog op de formeel benodigde taxatie van het kavel en blijkt er heel veel tijd nodig te zijn om een voorlopig koopcontract op papier te zetten.

Wij vinden het allemaal niet zo erg. Het komt ons eigenlijk wel goed uit als alles pas definitief rond zou komen in zeg, de maand september, of verderop in het najaar desnoods. Maar. In mijn achterhoofd speelt voortdurend de gedachte dat niets rond is voordat het rond is. En dat zolang ‘het’ niet rond is, er nog iemand een spaak in het wiel kan komen steken. Dus beid ik mijn tijd, omdat er niets anders op zit. En hoop ik dat alles voor elkaar komt.

Wandelingetje

In oktober vorig jaar waren we tien dagen in Puntagorda. We verbleven in ons favorietste favoriete vakantiehuis. Maar daarover zal ik later nog wel eens posten. Het was warm en het had volgens mij al een behoorlijke tijd niet geregend.

 

We maakten een ochtendwandeling direct vanaf het vakantiehuis, naar ‘beneden’. Het landschap zag er droog en dor uit, zoals het er altijd uit ziet aan het eind van de zomer en in het najaar. We liepen naar het landbouwgebiedje rond de Matos. Een van de leuke dingen aan La Palma vind ik dat alles er niet zo gepolijst uitziet als in Nederland. Waterleidingen liggen vaak gewoon bovengronds, langs de weg. Echt vuilnis wordt er niet gestort, maar in zo’n landbouwgebied kom je wel overal afgedankte bouwmaterialen tegen, die liggen te wachten op het einde der tijden. Ik begrijp niet goed waarom, maar ik vind dat wel wat hebben. Het verpest het landschap niet, op de een of andere manier hoort het eenvoudigweg zo dat alles daar ligt. Een ander ding wat leuk is aan wandelingetjes als deze is dat alles zo lekker ruikt. Je loopt door een land vol kruidige geuren.

 

Vanaf de Matos liepen we door een kleine barranco naar de oude kerk van het dorp, de San Mauro. De eerste kerk op deze plaats dateert uit de zestiende eeuw, dus al vroeg nadat het eiland in bezit werd genomen door de Spanjaarden. Het dorp lag toen lager, rondom de kerk. Als ik het goed begrepen heb, dateert het huidige gebouw uit de negentiende eeuw. De kerk wordt niet meer gebruikt, behalve voor een jaarlijks meerdags katholiek feest dat op deze plek wordt gevierd, met speciale diensten en ik meen een processie. In de hedendaagse dorpskern staat een groot modern kerkgebouw.

 

Vervolgens beklommen we de heuvel waarin het waterbasin van Puntagorda ligt. We deden dit niet vanwege het waterbasin, maar omdat we hadden gezien dat een deel van deze heuvel te koop stond. We hebben goed rondgekeken. Gewogen. Gewogen. En te licht bevonden. Om allerlei redenen. Maar het was wel leuk om ermee bezig te zijn. In oktober begonnen we dit voor het eerst met kavels te doen. Het was trouwens ook leuk om een keer heel dicht bij het waterbasin te staan, dat we normaal gesproken altijd in de verte zien liggen.

 

Vanaf het basin ging het weer over allerlei paadjes en kleine weggetjes terug naar het vakantiehuis. Het leuke aan dit gebied is dat je ongelooflijk veel wandelweggetjes hebt in en rond het dorp. En het allerleukste is dat ‘ons’ kavel vrijwel in hetzelfde gebied ligt. Ik verheug me er wel op om hier met onze twee honden te kunnen rondstruinen, ooit.

Vanaf december tot in juni, is het hier veel groener en is de omgeving nog mooier. Maar de droogte van het najaar spreekt me op een bepaalde manier ook aan. Het droge land doet  extreem ‘zomers’ aan, en dat voelt goed voor mij.

Download

Teneguia

 

Helemaal in het zuiden van La Palma, beneden het zuidelijkste dorp Fuencaliente, vind je het vulkaanlandschap van de Teneguia. Je kunt er een prachtige luswandeling maken, die ongeveer drie uur duurt. De wandeling is niet zwaar. Er zit een klauterklimmetje in naar een mooi uitzichtpunt, maar die kan je overslaan als het allemaal te veel is. Hou er wel rekening mee dat je door een onbeschut landschap wandelt, waar de zon ongenaakbaar kan branden.

 

Wij beginnen de wandeling altijd in de buurt van het gehucht Los Quemados, op een gravelweg die je ter hoogte brengt van het kleine bezoekerscentrum bij de Volcan San Antonio, maar dan 100m lager. De wandeling begint dan direct met een klim naar dat museum. Effe lastig, maar daarna loop je een heel stuk vlak. Het voordeel van dit alles is dat je op het eind van de wandeling die klim NIET hoeft te maken. Als je daar niet veel om geeft, parkeer je gewoon de parkeerplaats van het bezoekerscentrum.

 

Na het museum kom je door een weird landschap dat er aan de ene kant droog en woestijnerig uitziet, maar waar verrassenderwijs uitgebreid wijn wordt verbouwd. De wijnranken staan niet rechtop, maar kruipen over de warme lavasteen. Hier wordt de Teneguiawijn verbouwd. Bij de juiste weersomstandigheden heb je een prachtig uitzicht op Tenerife en El Teide.

 

Na een tijd verandert het landschap en verdwijnen de wijnvelden. Wat resteert zijn rotsen. Heel veel rotsen in allerlei kleuren. En een enorm leeg landschap met weidse vergezichten. Als de oceaan er niet was, zou je je kunnen verbeelden dat je op weg bent naar de Olympus Mons. Die vulkaan ligt op Mars.

 

In de verte heb je uitzicht op de zoutpannen en de vuurtoren van Fuencaliente. De wandeling voert langs diverse kleine vulkaankraters. Na een uur of drie is je ronde over deze verre planeet voorbij en kom je via het geleidelijk klimmende gravelpad weer terug op het beginpunt. Water meenemen is op deze wandeling raadzaam. Teenslippers thuis laten. Aangezien de meeste toeristen niet verder komen dan het genoemde bezoekerscentrum bij de Volcan San Antonio en daarna met de auto naar de vuurtoren rijden, loop je vrijwel alleen en kom je weinig andere wandelaars tegen.

Download

Een Dorp van Niks

Puntagorda is eigenlijk een dorp van niks. Het dorp bestaat uit een aantal miniscule kernen van nog kleinere gehuchtjes, die langzaam aan elkaar zijn gegroeid. Bij elkaar wonen er, inclusief toeristen en non-residenten, ongeveer 4.000 mensen, schat ik. De officiële cijfers liggen lager.

 

Anders dan de meeste andere grotere dorpen die ik op het eiland ken, ligt Puntagorda niet aan de LP1, de doorgaande eilandweg. De LP1 gaat Puntagorda ‘bovenlangs’ voorbij. Het plaatsje ligt onder de weg. Bij de Repsol ga je links af (of rechts af, natuurlijk, als je vanuit het noorden komt aanrijden). Je rijdt dan richting de kern van het dorp, waar een grote klok op een rotonde je enig besef van tijd bij brengt. Vaak niet heel exact.

 

De twee grootste minikernen van het dorp worden verbonden door de Avenida. Een wat kunstmatig aandoende weg waarvan de aanleg destijds volgens mij wel heel erg nuttig is geweest voor het kweken van een gezamelijk ‘dorpsgevoel’.

 

Anders dan in Nederland heeft het dorp wel vrij veel voorzieningen, gegeven de beperkte omvang. Er zijn drie supermarkten(marktjes). Er zijn een stuk of acht bar/café’s. En voor zover ik nu weet kan je er in vijf verschillende restaurants terecht. Het dorp maakt een wat ‘gesloten’ indruk als je er door rijdt. Geen terrasjes. Niet op toerisme gericht. Er zijn tenminste twee banken met een filiaal. Het dorp is een zelfstandige gemeente, dus er is een gemeentehuis. Er is een ijzerhandel/doehetzelfzaakje. Er is een computershop. Er is een electronica zaak. Is er een postkantoor? Er zal nog meer zijn, maar daar moet ik dan nog achter komen, nog niks gedaan of nog niks gekocht.

 

DE attractie van het dorp is de Mercadillo, de overdekte boerenmarkt. Van oudsher worden hier elk weekend, op zaterdagmiddag en zondagochtend landbouwprodukten aan de man gebracht door de boeren uit de omgeving. Zelf fantaseer ik hier altijd bij dat die boeren vanuit het lege noorden in het weekend naar de bewoonde wereld kwamen. Puntagorda is dan het eerste dorp dat je tegenkomt. Tegenwoordig kan je er veel lekker eten kopen en worden er ambachtelijk gemaakte gebruiksvoorwerpen en ‘leuke dingetjes’ aangeboden. En inderdaad. De ‘Hippies’ uit de reisgidsjes zijn hier ook  elk weekend om op blote voeten de kapitalistische kant van hun bestaan te vieren. Hoe het nou precies zit met de alternatieve gemeenschap hier, snap ik nog steeds niet helemaal. Maar daar kom ik tezijnertijd vast nog wel achter. Het boeit me wel, moet ik zeggen.

 

Puntagorda is dus echt een vlek op de kaart. De natuur is in het dorp alom aanwezig. De mensen zijn er vriendelijk. We ervaren er eigenlijk altijd een ‘open minded’ sfeer als we er zijn. Eigenlijk doet het dorpje me erg denken aan het dorp waar ik zelf vandaan kom. Alleen: de tijd is er er stil blijven staan, ik zit nog steeds op de basischool, ergens in de jaren zeventig.

Als je wilt ervaren hoe het ‘normale leven’ op een Canarisch Eiland is, kom dan naar Puntagorda; kleinschalig genoeg om de sfeer te proeven, groot genoeg om er als buitenlander te kunnen zijn. En over enige tijd: hele leuke vakantiehuisjes tussen de sinaasappelbomen te huur. Met uitzicht over de oceaan…

Kavel kijken

 

De afgelopen maanden zijn we maar liefst drie keer naar La Palma geweest. Een week in januari. Een week in maart. Nogeens twee weken, begin mei. Maar dat was oorspronkelijk een reeds lang geleden geplande vakantie. Kavels kijken met een makelaar in januari. Het Kavel bekijken zonder makelaar in maart en in mei. Kijken. Denken. Twijfelen. Wikken en Wegen.

 

Steeds huurden we een huisje in de directe omgeving. Even naar het kavel lopen. En nog maar een keer. We konden er geen genoeg van krijgen. Gebiologeerd en vol vraagtekens, tegelijk.

 

Twijfelen. Wikken en wegen. De vraagprijs is onbetaalbaar. De dennenbomen zijn te hoog. Is het uitzicht wel mooi genoeg? Gaat alles dood hier? Je mag hier vast niet bouwen. Te rommelig. Onhandig smalle terrassen. Wat een puinhoop, eigenlijk. Het huis van de achterburen staat te dichtbij. We mogen hier niet permanent wonen. Hoe erg is dat? Er is vast geen water. Weet je wel hoeveel een stroomaansluiting kost? Snel internet? Hier?

 

In januari zagen we het groene gras en de niet-geplukte sinaasappels. In maart roken we de sinaasappelbloesem. Al struinend langs de fruitbomen, door kreupelhout en onkruid, kregen we langzaam gevoel voor afmetingen en mogelijkheden. Zo kwamen we er achter dat het stuk grond eigenlijk een machtig mooi en geborgen plekje is. In mei begonnen we er in te geloven.

 

Over de vraagprijs hebben we het maar niet meer. De dennenbomen zijn niet te hoog en schermen mooi een wat lelijker stukje van het landschap af, dat verderop beneden ligt. Een verlaten en verwaarloosde bananenplantage met klapperende zeilen, en een grot  onder de Matos. Ze ruiken lekker en ze ruisen zacht in de wind, die bomen. Het uitzicht is prachtig. Ook ‘s nachts als de maan op de oceaan schijnt. Het huis van de achterburen staat leeg. Misschien kunnen we het wel huren, als we tezijnertijd hier gaan bouwen? We mogen WEL bouwen. Voor maximaal tien toeristenplaatsen. En zelfs permanente bewoning blijkt mogelijk te zijn, als we dat zouden willen. Er is WEL water, zegt de makelaar. Bananenwater. Da’s genoeg voor nu. En er is een aansluiting op het elektriciteitsnet. Internet via een hotspot 3G blijkt snel genoeg te zijn op deze plek, hebben we uitgeprobeerd. Maar vooral: op de een of andere manier voelen we ons goed hier op deze plek. We voelen ons thuis.

“This is the place”, zei Brigham Young tot de Mormonen, en zij stichtten Salt Lake City, middenin de woestijn. Zeg nou zelf. Is de woestijn hier niet prachtig?

Volcan San Martin

Helemaal op de zuidpunt van het eiland, een goed anderhalf uur rijden vanaf Puntagorda, ligt het plaatsje Fuencaliente, soms ook wel bekend als Los Canarios. In dit dorp begint de klim naar de Volcan San Martin. Een mooie, maar ook wel zware wandeling. Het hoogteverschil is groot (ongeveer 1.200m schat ik), de klim is steil en  je klimt voor een groot stuk over paden van vulkanisch zand. Zwaar, maar toch zeker de moeite waard. Je hebt er een mooie dag aan. Wandelstokken zijn op deze wandeling erg nuttig.

 

Vanuit Fuencaliente gaat de klim eerst een groot stuk door het dennenbos. Dat bos heeft in het recente verleden een aantal keer in brand gestaan, maar dat hoort kennelijk zo. De bomen hebben er zich tegen gewapend en lopen een jaar later gewoon weer uit. Deze foto’s zijn alweer een aantal jaren oud. We zijn er nog niet geweest na de meest recente brand die dit deel van het eiland in de zomer van 2016 teisterde.

 

Juist als je het bos wel gezien hebt (of om eerlijk te zijn net iets NA dit moment), kom je in het domein van de vulkaan terecht. Een prachtig landschap in de schaduw van de kegel, met hier en daar nog kleine groepjes groene dennebomen en nevelslierten. Ik vind het altijd echt supercool hier.

 

Vanaf de top van de San Marin moet je een schitterend uitzicht hebben over de oceaan en het zuiden van het eiland. We hebben dit echter nog nooit kunnen zien. Steeds als we er na de lange warme klim eindelijk aankomen, trekt de lucht dicht en maken we de top mee in een wolk met zicht van minder dan 50m.

Wat tot slot nog erg leuk is aan deze wandeling, is dat je tijdens de afdaling op grote stukken kunt ‘zand-skieën’. De hellingen zijn steil en hebben een bovenlaag van heel fijn steengruiszand. Harstikke leuk om je al sprintend naar beneden te storten. Vallen doet geen pijn. Daarna nog even doorbijten in het bos, voordat je weer terug bent in Fuencaliente.

O ja, het waait er meestal behoorlijk hard.

Download

Claudina Morales

Zij maakte destijds (alweer in 2009, het was een memorabel lapalmajaar) een verpletterende indruk op ons. Haar portret hing aan werkelijk elke lantaarnpaal van het plaatsje Puerto Naos. En verder nergens. Maakte de Republiek Puerto Naos destijds deel uit van de EU, zonder dat iemand het wist? Wat zou er geworden zijn van Claudina Morales? Is het haar gelukt om in het Europees Parlement te komen? Zit ze er nog steeds?

 

Uit dezelfde categorie ‘vage ontmoetingen’: Isabel Suicidal. Zij raast soms door de straten van Puntagorda in haar Seat Rojo. Zichzelf, kwetsbare schoolkindertjes en ons, argeloze toeristen, de stuipen op het lijf jagend. Nog geen portretfoto beschikbaar.. De naamgeving komt van ons, na een schrikmomentje.

Bananenauto

De stad Almelo, waar wij nu nog wonen, staat bekend om zijn stoplichten. Wat de gemiddelde buitenstaander niet weet is dat die stoplichten in Almelo ook echt geweldig efficiënt op elkaar zijn afgesteld. Van het begrip ‘groene zone’ of het werkwoord ‘doorstromen’ hebben onze stadsplanners nog nooit gehoord. Dit leidt nu al bijna tien jaar tot zeer voorspelbare monologen van Ruud, als we weer eens de Henriette Roland Holstlaan op- of afrijden naar die lange A1.

Op La Palma heb je geen stoplichten. Uhm, misschien tien dan, de hoofdstad Santa Cruz niet meegerekend. En die staan bijna allemaal op een rijtje langs de hoofdweg die door Los Llanos loopt. Dat is de tweede, of eerste?, of tweede?, stad van het eiland. Los Llanos heeft een rondweg, dus je kunt om die stoplichten heenrijden. Geen stoplichten daarom in het dagelijkse leven op La Palma.

 

Maar op La Palma heb je BANANENWAGENS. Ze stinken van hier tot Tokyo en hebben nog nooit van het Verdrag van Parijs gehoord. De gemiddelde kruissnelheid ligt op 28.7 km/uur, berg op. Als je pecht hebt, en je komt ze tegen op een bochtig stuk van de weg, ben je zo een kwartier verder, voordat je ze kunt passeren. Ruud is er meestal heel rustig onder. Alles is zo anders als je op La Palma bent…

El Polear

Vakantiehuis El Polear is het vakantiehuis waar we definitief voor het eiland vielen. In totaal zijn we er vier keer geweest. We bewaren mooie herinneringen aan die perioden.

 

Het is een eenvoudig huis met een eenvoudig interieur. Maar dat is niet erg, zeker niet als het zomer is. Het heeft alles wat nodig is. DE attractie van het huis is het terras met zwembad boven het huis. Vanaf hier heb je een weergaloos uitzicht over de oceaan en de heuvels boven de Pista del Canal. Over die pista zal ik een andere keer nog iets posten. In de tijd dat wij huurden stond het huis volledig vrij en bivakkeerde je in de middle of nowhere. Tegenwoordig zijn er in de buurt enkele huizen bijgebouwd, maar niet zo dichtbij of op een manier dat dit storend is.

 

De eigenaren zijn Mercedes en Raoul. Wij spraken destijds echt nog geen woord Spaans en zij spraken bijna geen woord niet-Spaans. Dan is het knap als je toch één en al vriendelijkheid en gastvrijheid kunt communiceren naar je domme, onaangepaste gasten uit Nederland. We hebben ons altijd erg welkom gevoeld.

 

Als dank voor alle gastvrijheid, en als waardering voor de fijne tijd die we mochten doorbrengen in dit huis, geven we hier een podium aan onze toekomstige  ‘concurrent’. Casa El Polear (Candelario op Duitstalige sites) is te vinden op vrijwel alle grote bemiddelingssites op het internet.