Intussen in de Boomgaard (5)

Na al het geploeter van Ruud in de voorbije maanden, was het de afgelopen weken vrij rustig met werkzaamheden in de boomgaard. Alle aandacht van Ruud ging uit naar de bouw van het grote huis, waarmee hij best druk is als er bouwvakkers zijn. Daarnaast hielp Ruud flink mee bij het werk  in ons administratiekantoor. Er is nog genoeg te doen in de boomgaard, maar het grote puin ruimen is gelukkig voorbij nu, en we vonden het voor onze ‘mentale gezondheid’ nodig om te stoppen met groenwerk in de weekenden. We merkten dat we ongemerkt  alleen nog maar aan het werk waren, zeven dagen per week, en het is natuurlijk niet goed als je zoiets te lang volhoudt. Daarbij komt dat we nog wel een tijdje dóór moeten, voordat alles er staat en alles loopt zoals het lopen moet. Dat gaat allemaal nog minstens een maand of acht duren,  denken we… We temporiseren dus in de boomgaard.

 

In mei is Ruud erg druk geweest met het snoeien en wegzagen van (delen van) dennenbomen bij de toekomstige gasteningang van de finca. Ik liet het al eerder zien in dit blog. Het resultaat van al het werk vinden we nog steeds geweldig. Je kunt nu vanaf ons terrein ‘door het bos heen’ kijken naar de zee en naar de heuvel van het Cruz de Matos, waar je eerder tegen een groenbruine muur van dennennaalden aankeek. Andersom zie je vanaf de zandpaden rondom nu pas goed hoe mooi de finca eigenlijk is en hoe prachtig onze zeven terrassen liggen in een klein beschut dalletje.

 

Door al het gehak en gezaag heeft het laagst gelegen noordelijke terras, waar later dit jaar het tweede kleine huisje moet gaan verrijzen, een direct uitzicht op de zee gekregen. Dat oceaanzicht kan nog wel wat beter, maar die laatste verbetering moeten we beetje bij beetje, stapje voor stapje en met beleid voor elkaar zien te  krijgen. De tweede boom van links op de onderste foto van het fotoblok hierboven, de boom met de dubbele kruin, moet wat ons betreft nog sneuvelen, ergens in de loop van de zomer. Maar die boom is vrij groot en staat een ietsiepietsie niet op ons landje, maar op een stuk land dat het eigendom is van meerdere personen die in Venezuela wonen en die voor ons niet bereikbaar zijn. Dat maakt het allemaal wat lastig.

Het uitzicht op de oceaan, zoals het nu is,  vinden wij echter al heel acceptabel. Zeker als we bedenken hoe het eerst was en als we bedenken  dat we voor de gasten van het tweede huisje nog een mooie  ‘uitzicht-plek’ op één van de hoger gelegen terrassen boven het huisje  in de planning hebben staan.

 

In mei en in juni plukten we onze vruchten, volgens het ritme van het jaar. Eerst de vroege sinaasappels. Daarna de avocado’s erbij. Op het einde van mei en  begin juni ook de durasno’s en de perziken. Het ritme van de rijpende vruchten beginnen we langzaam te herkennen, nu ons eerste jaar hier op La Palma ruimschoots verstreken is, en alles voor de tweede keer aan ons  voorbij komt. Binnenkort zijn de abrikozen aan de beurt. De abrikozenopbrengst valt dit jaar echter wat tegen.

Het plukken-op-het-juiste-moment ging overigens nog niet zo heel erg goed met de perziken van de foto’s hierboven. Die zagen er prachtig rijp uit, vonden Ruud en ik. Pas nadat we de boom half leeg geplukt hadden, bedachten we dat het misschien handig zou zijn om ook eens te proeven of de vruchten al rijp waren. Dat waren ze nog niet. En aangezien perziken niet verder rijpen, nadat ze geplukt zijn, konden we drie halfvolle samuro’s met zure vruchten weg gooien. Doodzonde! Gaan we volgend jaar anders doen.

 

We hadden het overigens kunnen weten, dat van de zure vruchten, want De Fruitspecialist bij ons thuis haalde haar neus op voor de perziken die tijdens het plukken op de grond terecht kwamen. Voortaan eerst beter naar ons bruine hondje kijken, voordat we iets van een boom afhalen.

 

In de eerste week van juni vonden we Ito uit Puntagorda die voor een schappelijke prijs onze twee enorme stapels met snoei- en rooi-afval wilde afvoeren (dank je wel voor de tip, Marja!). Daar was vooral Ruud erg blij mee, want die stapels lagen in zijn hoofd wel heel erg in de weg. Het spul verbranden, wat hier in het dorp de normale gang van zaken is,  durfden we niet aan, met alle droge dennen in de buurt. Wachten tot het moment dat de mannen van Óscar alles zouden gaan afvoeren lukte ons niet. Ito bracht uitkomst.

 

Half mei bewerkte Kakkien de sinaasappelbomen voor ons met twee soorten gif. Door Corona heeft Ruud nog niet de verplichte ‘gifspuitcursus’ voor boeren kunnen volgen. We beschikken om die reden nog niet over een vergunning om zelf landbouwgif te kunnen kopen en moesten daarom de hulp van Kakkien inschakelen die zo’n vergunning wél heeft. We gebruikten Movento en Gazelle Plus SG (secunda generación – generación 1 is inmiddels verboden..) om de dreigende serpeta-plaag te bestrijden. Tussendoor spoot Ruud de bomen nog een keer helemaal schoon met jabón potásico (kaliumzeep) onder hoge druk. Dat is alles bij elkaar een hele hoop ‘behandeling’ tegelijk, maar het lijkt erop dat het op deze manier  gelukt is om het Verschrikkelijke Beestje in bedwang te krijgen. Ons eigen Outbreak Management Team, dat is die jongen met het rode haar van op de foto’s,  kan tevreden zijn. Een flinke opluchting, natuurlijk, want de enige resterende behandeling zou het volledig terugsnoeien naar de stam van alle sinaasappelbomen zijn geweest, en twee jaar lang een sinaasappelboomgaard zonder sinaasappels. We denken maar niet aan een eventuele terugkeer van de Serpeta in een Tweede Golf.

We merken overigens dat de bomen die we dit voorjaar hebben terug gesnoeid, weer heel snel herstellen. Sneller dan in de tijd dat Antonio de bomen liet snoeien. De hoeveelheid water die voor de bomen beschikbaar is, maakt waarschijnlijk het verschil. De gesnoeide sinaasappelbomen op de noordelijke terrassen zien er nu al weer zó uit:

 

Nu de behandeling met gif vier weken achter ons ligt, is er hier en daar nog wel wat kleine schade zichtbaar in de vorm van lokale plukjes met kale takjes. Volgens mensen die het weten kunnen (Marc, onze Zwitserse bovenbovenbovenbuurman die al maanden niet naar La Palma heeft kunnen komen om zijn eigen boomgaard te bekijken) moet dergelijke schade echter worden gezien als het laatste merkbare effect van de laatste serpeta-generatie, die vergiftigd is en voorbij is. De kale takken lijken zich inderdaad niet opnieuw uit te breiden. We hopen er maar het beste van.  Op naar de volgende plaag..

 

Doordat we met gif spoten, konden we vier weken lang geen sinaasappels plukken en dus ook niet verkopen. Dat was jammer. Veel van de vruchten vielen van de boom en moesten we afvoeren. Sinds afgelopen weekend mogen we weer plukken en uitpersen. En echt: onze sinaasappelsap is de allerlekkerste!

 

Alle bomen, sinaasappels, avocado’s en de rest,  krijgen maandelijks bladmest van Ruud. Het gelige blad maakte plaats voor groen blad. We leren langzaam maar zeker te lezen wanneer de bomen water moeten krijgen  en wanneer we even moeten stoppen met water geven.   Bij avocado’s gaat het blad in de lengte krullen als de wortels te nat staan, zo hebben we geleerd, en als we dat zien gebeuren gaat ‘de watercomputer’  één of twee nachten uit. In principe krijgen de bomen elke nacht een vaste hoeveelheid water. Dat is tegen alle gewoonteregels van de Palmero’s die we kennen , maar we kennen in het dorp een eigenwijze Hollander met prachtige avocadobomen in zijn boomgaard, die het ook zo doet. Goed voorbeeld doet volgen en het lijkt te werken. Alles staat er fris en groen bij.

De avocado’s die we vorig najaar plantten, laten rond deze tijd zien wat ze waard zijn. Veel van de aanplant staat er sterk en gezond bij. De grootste avocado’s  zijn al zover gegroeid dat ze tot aan ‘borsthoogte’ reiken.

 

Maar voor ongeveer 15% van de plantjes geldt dat ze er zó bijstaan. Ze hebben het niet gered. Deze planten  moeten we gaan vervangen. Dat kan pas in het najaar, want momenteel is er nergens een plant te krijgen.

 

Vooral  onder de avocado’s die we op het bovenste zuidterras, pal naast het grote huis, hebben geplant, is het percentage uitvallers hoog. Na veel wikken en wegen (is de bodem hier wel geschikt voor avocado’s?) hebben Ruud en ik bedacht dat we het in het najaar toch nog een keer gaan proberen met vervangers. We willen die vervangende avocado-planten dan gaan kopen bij de Colmegran, een ‘boerenbond-winkel’ hier op het dorp. De planten die we vorig jaar op dit adres hebben gekocht blijken het sterkste van allemaal te zijn, hoewel ze er bij de aankoop destijds het meest kwetsbaar uitzagen. Eerste indrukken zetten je soms helemaal op het verkeerde been, zo blijkt maar weer.

 

Dat bovenste terras aan de zuidkant is wel een beetje ons ‘zorgen-terras’. Vorig najaar hebben we hier een groot aantal bomen gerooid, maar ook een aantal bomen laten staan. Dat hadden we achteraf niet moeten doen. Doordat die bomen bleven staan kon het terras niet goed worden omgeploegd en geëgaliseerd. Dat merken we nu; het blijft een beetje een rommeltje hier. Als straks de eerste twee huizen zijn opgeleverd, gaan we er maar weer mee aan de slag.. Tot mijn grote verbazing hoorde ik Ruud onlangs zeggen dat hij het grindpad van Antonio weer in ere zou willen herstellen, terwijl we juist zoveel tijd en moeite hadden gestoken om het grind en de keien weg te krijgen uit het zand. Niets is veranderlijker dan een mens met voortschrijdend inzicht, die zijn mening durft te herzien.

 

In mei en in juni hebben zijn we weer wat verder gekomen met het vraagstuk  hoe we de hellingen tussen onze terrassen in de toekomst mooier kunnen  maken en welke soorten struiken we hiervoor willen gebruiken.  De planten op onze proefhelling doen het vooralsnog prima. Die helling gaan we daarom op andere plekken herhalen. De eerste stekken staan al weer klaar op de stoep van het Boeddhahuis.

 

De hellingen moeten wat ons betreft begroeid raken met inheemse, droogte minnende planten. Naast de aloës en de vetplanten die we al bedacht hadden,  denken we nu ook aan grotere, bloeiende struiken. Blauwe en Witte ‘laagland’ Tajinastes. Vijgenboompjes, die in de directe omgeving van de boomgaard overal in het wild groeien. En hier een daar een niet zo inheemse, maar wel droogte minnende Paarse Bougainvillea, die we over de hoge rotshellingen willen laten woekeren. Alles moet natuurlijk wel in Het Grote Favoriete Kleurenschema van ondergetekende passen. Gele, oranje  en knalrode planten komen er straks niet in op onze finca, als het aan mij ligt.

 

We stekken ons suf op het moment. Maar we zullen toch ook wel het één en ander aan struiken moeten gaan kopen om nog vóór 2030 iets van resultaten te kunnen zien. Het terrein is zo gigantisch groot als je denkt in termen van beplanting…

 

 

We  zijn dus aan het stekken. Met wisselend succes, maar dat hoort zo bij stekken, geloof ik. Onze drakenboom krijgt straks in elk geval gezelschap van tien broertjes en zusjes. We zullen naast heel veel bij elkaar gesprokkelde aloë ook minstens een stuk of acht zelf gekweekte paarse bougainvillea’s kunnen planten en zelfs een enkele stek van een olijfboom, als alles goed gaat. Het stekken van vijgenbomen lukt vooralsnog niet zo heel erg goed. Terwijl iedereen op het internet mij vertelt dat juist vijgenbomen zo gemakkelijk zijn om op te kweken.

 

Ook buiten onze finca helpt men hier en daar met het verfraaien van ons uitzicht. In het verlengde van de Camino de Pinto, in de richting van de oceaan, stond tot voor kort een oude, vervallen bananenplantage met gescheurde plastic zeilen die rafelden en klapperden in de wind. Iemand heeft de braak liggende plantage  kennelijk gekocht, want de bananenrestanten zijn weg en er ligt nu een pracht van een omgeploegde akker te stralen in de zomerzon. Men gaat er druiven verbouwen. Met mooie stenen muurtjes er omheen. Op de foto hieronder te zien in de verte, links van de heuvel, rechtsvoor de helikopterhaven van de brandweer.

 

Iedere avond, als we met ons vijf onze zonsondergang-ronde doen tussen de fruitbomen, vergeten we de zorgen van de dag en zijn we blij met het landschap waar we doorheen mogen lopen.

 

We kunnen niet wachten tot dat we er ook echt mogen wónen.  Nog twee maanden te gaan, vertelde Óscar ons gisteren nog maar eens. Dan is het zover.

Lopen naar Tijarafe

De zondag is bij ons thuis  weer ‘de wandeldag’, sinds het afgedwongen corona-huisarrest op La Palma voorbij is. Afgelopen zondag, op de eerste dag van wat ze hier in Spanje het ‘nueva normalidad’ noemen, maar ook op de eerste dag van de zomer 🙂 , maakten Ruud en ik ons bekende wandeltochtje van Puntagorda naar Tijarafe.

We vertrokken te voet vanuit het Boeddhahuis en liepen het dorp in.

 

Voorbij het dorp kwamen we terecht in het mooie baranco-dalletje onder de grote drakenboom van Puntagorda.

 

Door het bos naar Tinizara, klimmen en dalen. Met af en toe geweldig mooi uitzicht op het blauw van de de oceaan en de hemel daarboven.

 

Voorbij Tinizara steil naar beneden, naar de bodem van weer een nieuwe, diepe baranco. En weer omhoog, die baranco uit.

 

Daarna kuierend over min of meer vlakke landweggetjes tot aan Tijarafe.

 

Ik zou nog veel meer prachtige foto’s gemaakt kunnen hebben en kunnen laten zien, ware het niet dat deze wandeling misschien al voor de vierde keer op dit blog beschreven wordt. Ruud en ik zijn nou eenmaal nooit te beroerd om dingen die we leuk vinden om te doen, nóg een keer te doen, en daarna nóg eens, en daarna nóg eens. Voor meer foto’s en meer uitgebreide informatie over deze wandeling, verwijs ik daarom naar  deze blogpost uit 2018.

 

De kiosko van Tijarafe, waar we een lekkere hamburger hadden gepland, was helaas gesloten. We moesten ons behelpen met een drankje op een van de stoepterrasjes langs de hoofdweg van het dorp, waar de tafeltjes tegenwoordig keurig anderhalve meter uit elkaar staan,  en een zak meegenomen winegums bij de bushalte.

Daarna met de bus terug naar Puntagorda en het Boeddhahuis. Wederom beleefden we een bijzonder leuke wandelmiddag op ons kleine, nietige eilandje, een puntje van rots en zand in de onmetelijke weidse watermassa’s van de  Atlantische Oceaan. 🙂

Sleuven

Zoals aangekondigd en afgesproken, gebeurde er in de voorbije week niet veel aan het grote huis. De mannen van Óscar werkten in het hotel aan de oostkust. Ook Fernando, de timmerman, liet zich de hele week niet zien. Misschien heeft hij ook een hotel aan oostkust?

Op donderdag was er toch opeens leven in de brouwerij en gebeurde datgene waar zowel Ruud als ik al maanden tegenop hadden gezien. Tomás kwam samen met een grondwerker die wij niet kennen de sleuven uitzetten en graven voor de rioleringsbuizen. Ons lieflijke boomgaardje helemaal op de schop…

Op donderdag werd de sleuf van het grote huis naar het betonweggetje gegraven.

 

Op vrijdag groef men de sleuf uit langs het betonweggetje naar beneden, naar de plaats waar de centrale poso en waterzuiveringsinstallatie zal komen.

 

Op vrijdag gebeurde er nog een klein ongelukje en staken we een  irrigatiebuis door die ongezien in de lengte onder het betonweggetje liep. De buis is niet van ons bewateringssysteem of van één van de voorganger-systemen van onze boomgaard.  Ruud is inmiddels handig genoeg om dit zonder ongelukken te repareren. Iemand op een terrein beneden onze boomgaard heeft er niets van gemerkt en niet zonder water gezeten..

 

We zijn blij dat we onze honden als pups het commando ‘wachten’ hebben kunnen aanleren. Ze weten nu dat ‘voorbij de sleuf’ verboden gebied is. Als de baasjes over het gat in de grond heen stappen,  ‘wacht’ je aan de rand totdat ze terug komen.

 

Zonder die kennis waren ze vast tot in het oneindige doorgegaan met het spelletje ‘sleufje-hoppen-randjes-laten-instorten’, dat ze met z’n 3 hadden bedacht.

 

Ruud en ik vinden het helemaal niks dat ons terrein nu open ligt. Maar het hoort erbij. Als troost maar een plaatje van de zonsondergang, gisteravond, aan de voet van het betonweggetje, met mijn rug naar de sleuvenwereld gekeerd.

Jubileum in de Wolken

Ook op zondag was het nog steeds Feestweekend. Ruud en ik besloten om een kleine picknick te doen, op hoogte, vlakbij de Roque de los Muchachos. We kennen daar een plekje achter een hek waar je een mooi uitzicht hebt over de toppen van het eiland. Alle hoge toppen zie je vanaf de helling achter dat hek precies in elkaars verlengde liggen.

Het was bijzonder boven op de berg. We maakten er  ‘en direct’ een weeromslag mee. Vanuit het westen kwam van ver over de oceaan een regengebied onze kant op schuiven. Eerst zagen we het eiland Hierro steeds groter worden en verscheen naast Hierro het mysterieuze ‘achtste Canarische Eiland’, dat je vaker ziet in de wolken als het gaat regenen. Daarna verdween Hierro als het eiland Avalon, in de mist. Het zou pas in de late avond echt gaan regenen, overigens.  In de middag, vanaf onze hoge positie,  zagen we van alle kanten de wolkenflarden het eiland op klimmen. Van alle kanten wervelden de nevels om ons heen en werd binnen een uur tijd het heldere uitzicht dat we hadden op het zuiden van het eiland en op de Caldeira,  beetje bij beetje weg gegeten. Dit alles bij een straffe bries en een  aangename temperatuur van meer dan twintig graden.

 

Na de broodjes en een facetime-geprek met de jarige moeder van Ruud, reden  we met de auto naar de Roque de los Muchachos. Het kleine parkeerplaatsje  daar ligt op de absolute top van het eiland, op bijna 2.450 meter hoogte. Bij de Roque is een geweldig mooi uitzichtpunt aangelegd en dat panoramapunt hadden we deze middag bijna helemaal voor ons zelf. Fijn dat alle toeristen vanaf 21 juni weer naar het eiland mogen komen en fijn dat Transavia vanaf 2 juli weer op La Palma zegt te gaan vliegen. Maar stiekem, in ons geval,  is het ook best fijn dat iedereen er nu nog even níet is, terwijl wij al wél blij mogen zijn met onze herwonnen vrijheid na het Absolute Huisarrest van een paar weken geleden. Het eiland is van ons.

 

We bleven lang op het plateau van de Roque de los Muchachos hangen en keken er onze ogen uit naar het schouwspel van de wervelende wolken. Intussen kleurden de hogere luchtlagen van zomers blauw naar onheilspellend donkergrijs. Bang voor onweer waren we niet. Op La Palma onweert het bijna nooit. Maar het regent er ook bijna nooit in juni, dus misschien waren we toch wat te onvoorzichtig. Hoe dan ook: zo’n plotselinge weeromslag op de Roque de los Muchachos is mooi en bijzonder om mee te maken. We hadden het weer eens getroffen.

 

Zo vierden we ons jubileum in de dansende wolken. Op de dag af dertig jaar geleden spraken Ruud en ik elkaar voor het eerst op Utrecht CS. En dat gesprek is sindsdien eigenlijk nooit meer gestopt. Foto’s van toen liggen ergens in een album onderin verhuisdoos ‘woonkamer 4’, en die kan ik dus niet laten zien.

 

Maar de onderste twee foto’s van het fotoblok hierboven zijn de eerste digitale vakantiefoto’s uit ons archief. Cantal, Frankrijk,  zomer 2005, toen we halverwege 1990 en NU waren. Zeg nou zelf, we zijn nauwelijks ouder geworden toch? Altijd jong gebleven toch? Mmmm, was dát maar waar.  In elk geval hebben we in al die jaren veel mooie herinneringen verzameld, samen. En dat is de bedoeling als je elkaars leven deelt. Feestweekend dus, dit weekend., voor ons 2.  In de wolken.

 

We sloten het feestweekend op zondagavond af in de pizeria van La Fuente in Tijarafe. Geen pizza’s maar overheerlijke salade, een al net zo smakelijke groente-lasagna voor Ruud en een spaghetti bolognese voor mij. Fles Vega Norte blanco erbij. Een postre met veel room, vanilleijs en chocolade en een sterke koffie om mee af te sluiten. Dat doen we over dertig jaar nog eens zo over. En ook al wel een keer eerder, wat mij betreft.

Llano de las Cuevas

We hadden iets te vieren, dit weekend. Daarom hadden we als plan bedacht om op zaterdag iets te gaan doen wat we alle2 echt heel erg leuk vinden; we zouden naar de top van de Pico Birigoyo gaan wandelen, van waar je het hele eiland kunt overzien. Bij helder weer.

Zodra we in de auto bij El Time de bocht omdraaiden om af te dalen in de Barranco de las Angustias, zagen we dat het beter was om een nieuw plan te maken; de toppen van de Birigoyo en de andere zuidelijke vulkaankegels waren in donkere, grijze wolken gehuld. We besloten te gaan wandelen op de Llano de las Cuevas, de vlakte van De Wolk. Eigenlijk een wandeling die je in het voorjaar moet doen bij oosten- of noordoostenwind. In juni is het op deze vlakte geen voorjaar meer, maar heerst al de droogte van de zomer. En de wind kwam ook al niet uit het oosten. Toch bleek onze b-wandeling van de dag verrassend mooi en afwisselend te zijn.

Ons startpunt was de parkeerplaats van het Centro de Visitantes, het bezoekerscentrum, van het Nationale Park van de Caldeira de Taburiente, even ten oosten van El Paso, aan de LP3.  Van daaruit wandelden we het asfaltweggetje richting de Cumbrecita op, om al heel snel rechts af te slaan en het landschap-met-de-stenen-muurtjes van de Llano de las Cuevas in te wandelen.

 

We liepen tussen de stenen muurtjes door richting het oosten, richting de steile helling van de Cumbre Nueva. Hoe verder je dit landschap inloopt hoe mooier alles wordt. De lelijke prikkeldraadhekken en irrigatiebuizen die je aan het begin van je route nog tegenkomt en waar je dan omheen moet kijken om te zien hoe bijzonder het landschap is, verdwijnen en maken plaats voor steeds meer bloemen, authentieke stenen omheiningen en vergezichten naar de bergen in het noorden, het oosten en het zuiden.

 

Je loopt in het centrum van het eiland, even ten oosten van de vlakte van Los Llanos en El Paso, een van de drukste gebieden van het eiland. Je hoort alleen het gras waaien in de wind. In de verte krijst een buizerd. Er vliegen wat kraaien rond. Af en toe tref je een verdwaald groepje (magere) koeien of een koppel paarden. Verder is er helemaal niemand. Je hebt de vlakte voor jezelf.

 

We liepen over zandweggetjes steeds verder het groen-bruine landschap in tot dat we stuitten op een eerste asfaltweggetje. Dit weggetje staken we over om verder richting de voet van de Cumbre Nueva te lopen. Gelukkig maken de glazen van de nieuwe zonnebril van Ruud een mooie spiegel, zodat ik ook eens een keer in mijn eigen blog te zien ben..

 

Aan de voet van de Cumbre Nueva belandden we op kleine weggetjes die ons door kleine bosjes van kastanjebomen leidden. Kruipdoor, sluipdoor. Leuk. Voor ons een nieuw stukje van La Palma. Het is mooi hier. De kastanjebomen stonden in bloei.

 

Na een klein uurtje (geloof ik) kruisten we een tweede asfaltweg, de Calle Virgen del Pino. We besloten niet verder te klimmen en deze weg noordwaarts te volgen, op weg naar het kerkje dat gewijd is aan diezelfde Virgen del Pino.

 

Na de ommuurde weilandjes, de bloeiende kastanjebomen en de vergezichten over de vlakte, kwamen we aan in het dennenbos waar de Maagd van de Dennenbomen geëerd wordt. Men is lang bezig geweest om het kerkje te restaureren, maar het werk lijkt nu klaar te zijn. Het kerkje straalt de argeloze wandelaar weer tegemoet. Inmiddels waren alle wolken verdwenen. Vanaf het kerkpleintje zagen we hoe de top van de Pico Bejenado lag te baden in het licht van zon.

 

En ook de Pico Birigoyo was weer helemaal vrij van wolken. Achteraf was het niet nodig geweest om deze b-wandeling te doen. Maar dat was achteraf. Bovendien bleek de b-wandeling veel leuker dan gedacht. We nemen hem gewoon op in onze wandelgids.

 

Vanaf het kerkje liepen we over de asfaltweg weer terug naar ons beginpunt op de parkeerplaats van het bezoekercentrum. In totaal een wandelingetje van ik schat iets meer dan vijf kilometer waar we een kleine twee uur over deden.

 

 

Terug in het Boeddhahuis, aten we macaroni met witte wijn erbij in de avondzon. Daarna zagen we vanaf de terrassen van onze finca die zon op een prachtige manier ondergaan in de oceaan.

De eerste dag van ons ‘feestweekend’ was meer dan geslaagd.

 

Download

Bouwpauze

Er is deze week, ook zonder aanwezigheid van Jorge op de bouwplaats, hard gewerkt aan het grote huis. Jesus, is de vervanger van Jorge. Hij heeft de resterende waterleidingen aangelegd en de rest van de bouwvakkers op sleeptouw genomen. De meest in het oog springende maatregel die Jesus heeft doorgevoerd: de bouwplaats is opgeruimd! Het was één grote chaos aan het worden, mede omdat het hout van Fernando overal en nergens rond slingert. Jesus verordoneerde een grote opruimactie, tot groot plezier en opluchting van Ruud die zich dagelijks aan de toenemende zooi ergerde.

De uitgevoerde werkzaamheden zijn niet heel erg fotogeniek. Veel werk werd uitgevoerd in de oude cuarto de apero. Omdat de gaten voor ramen en deuren hier nog niet in de muren zijn uitgeboord, is het niet te doen om van dit werk foto’s te maken waar je als fotobekijker iets mee kunt.

 

 

In het nieuwe gedeelte zijn bijna alle binnenmuren nu gepleisterd. In de toekomstige logeerkamer/het toekomstige kantoor/ de toekomstige berging (Ruud en ik weten nog niet wat we met de kamer gaan doen, behalve dat deze kamer bij oplevering van het huis tijdelijk als berging zal gaan fungeren, totdat we een extra schuurtje hebben staan) zijn alle muren nu afgewerkt. Je ziet nu goed hoe deze kamer wordt. Niet al te groot met een hoog plafond. De ruimte heeft een echo. Ik vind het wel een mooie ruimte, mooier dan in het sketchupmodel. Het voelt echter nog steeds als de opgedrongen tweede slaapkamer, waar we de ruimte liever, samen met de trastéro (het washok) als een grote berging hadden ingericht. Twee slaapkamers is verplicht voor een huis met deze oppervlakte, op de Canarische Eilanden.

 

Nog maar een keer een foto van het keukenraam.

 

De muren van de nieuwe aanbouw zijn aan de buitenkant bijna helemaal afgepleisterd. Bijna, want aan de muren van de verbindingsgang kan men niet verder werken omdat Fernando nog steeds niet is komen opdagen voor het dak. Ook heeft Fernando nog niets gedaan aan de afwerking van het dak in de keuken, waar de balken niet helemaal netjes (helemaal niet netjes) op elkaar aansluiten. Ons geduld met Fernando begint op te raken. Als er de komende tien dagen niets gebeurt, gaan we hem laten vervangen voor een andere timmerman. Ook als dat betekent dat we hierdoor een meningsverschil met Óscar gaan krijgen. We hebben genoeg van het loze gepraat, de vertragingen en het geklungel.

 

Zoals ik eerder al schreef hebben we deze week samen met Óscar de tegels besteld. Hoewel kleuren op beeldschermen vaak bedriegen, laat ik alles toch maar even zien.

De bestelde vloertegels. De vloeren lijken van hout, maar het gaat hier echt om stenen tegels. Met drie honden durven we een houten vloer niet aan.

 

De tegels voor in de badkamers. Boven de tegels voor de muren. De blokjes komen op de muren van de douchecel. De antracieten tegels laten we op de vloeren leggen. Voor het totaalplaatje nog maar eens de al eerder bestelde badkamermeubels.

 

Dit zijn de tegels die we hebben uitgekozen voor in de keukens.

 

Met deze tegels leggen we de terrassen aan. De blokjes komen te liggen op het terras van de patio van het grote huis. En misschien op het ‘balkon’ van het eerste vakantiehuis.

 

De komende twee weken zal er door de mannen van Óscar niet gewerkt worden aan het huis. Het bedrijf van Óscar is onderdeel van een klein conglomeraatje van ondernemingen en één van de zusterbedrijven exploiteert een hotel in Los Concajos, een toeristencomplex aan de oostkust van het eiland. Omdat per 1 juli de hotels hier weer open gaan, moeten er met spoed en man en macht een paar renovatieklussen worden uitgevoerd in het hotel. Oorspronkelijk dacht men hier het hele najaar wel de tijd voor te hebben.  Óscar heeft ons netjes gevraagd of wij ermee in kunnen stemmen om van de contractuele opleverdatum af te stappen zodat er twee weken later opgeleverd wordt Tot zijn zichtbare opluchting zijn Ruud en ik hiermee akkoord gegaan. We kunnen voor de toekomst nog wel wat goodwill  gebruiken, denken we.

 

Eind augustus wordt het grote huis opgeleverd, behalve de beide veranda’s. Aangezien de veranda’s grotendeels door een timmerman moeten worden opgebouwd, is dit nog wel een dingetje. We hebben de plechtige belofte van Óscar dat we ons huurcontract voor het Boeddhahuis per 15 september kunnen opzeggen. Dat hadden we al zo bedacht, dus voor ons is er eigenlijk geen sprake van vertraging. Maar we hebben nu wel een potje met ‘wisselgeld’.

Tegels Kopen – Tuin Ontwerpen

Maandag was Ruud in Los Llanos en ontdekte hij dat onze gewenste hofleverancier voor tegels toch weer de deuren heeft geopend. Een appje naar Óscar, die ook blij verrast was, en meteen een ‘bestel-afspraak’ voor twee dagen later.

 

Al onze oorspronkelijke uitgezochte tegels blijken nog leverbaar te zijn.  Zowel de tegels voor de vloeren en wanden in huis, als de tegels voor de buitenterrassen. We kochten voor drie huizen tegelijk om een flinke korting te kunnen krijgen. Da’s dus een beetje een gok, maar Ruud en ik zijn er steeds meer van overtuigd dat ook dat derde huisje er wel gaat komen, verderop in dit jaar.

De buitentegels bestelden we dus ook, en dan is het zaak om te kijken hoeveel je er van nodig hebt. Na enig spitwerk in de detailbegroting vonden we dat er  verrassend veel vierkante meter terras in de begroting was opgenomen. Dat was een klein opstekertje. Met die informatie hebben we voor het eerste vakantiehuisje (het wordt tijd dat we eens een keer de namen voor de huisjes gaan bedenken) een nieuw tuinontwerp gemaakt.

Loop maar met ons mee. Je stapt uit je auto, en dan zie je ongeveer dit. De muur aan de rechterkant is het afgetrapte betonnen gereedschapsschuurtje van de finca. Daar moeten we in de toekomst ook nog iets mee doen, maar eerst maar eens huizen bouwen en zien of er daarna nog geld over blijft..

 

Vanaf het parkeerplaatsje lopen we de oprit op. De oprit is vooral bedoeld om de auto bij het uitrijden te kunnen keren en om niet alles met dure tegels te hoeven bestraten. De keermogelijkheid is echt nodig, want ons betonnen toegangsweggetje is daar te smal voor.

 

Vanaf de oprit loop je het zonneterras op. Het terras ligt op het zuiden en je hebt van hieruit een magnifiek uitzicht over de oceaan.  Dat uitzicht, krijg ik niet in het sketchupmodel (hoewel dat met een goed gemaakte foto en veel gepriegel technisch wel tot de mogelijkheden behoort – er zijn grenzen aan mijn geduld met sketchup). De muren van het huis houden de vaak vervelende noordoostenwind tegen. Hier kunnen gasten ‘s ochtends in de zon een ontbijtje doen.

 

Aan de overkant van het terras ziet het er ongeveer zó uit, als je je even omdraait en terug kijkt naar waar je auto ook alweer stond.

 

Het hoekje om, en dan kom je op ‘het balkon’.  Oorspronkelijk hadden we het terras op deze plek bedacht. Maar er is iets niet helemaal goed gegaan met de bepaling van de locatie van de fundering voor het huis. Het huis staat een meter te ver van de oostelijke erfgrens af en daardoor een meter te dichtbij richting de rand van het tallud. Hierdoor is er onvoldoende ruimte voor het terras dat we oorspronkelijk in gedachte hadden. We nemen het de aannemer niet echt kwalijk. De locatietekening van Manolo, de architect sloegen helemaal nergens op, achteraf. Er moest dus geïmproviseerd worden, en dat is niet helemaal goed gegaan. Gedane zaken nemen geen keer. We denken dat we het zo op een goede manier kunnen oplossen. Er moet een mooi sierlijk smeedijzeren hekje komen. Daar zal een prijskaartje aan hangen. Zoeken we dus nog uit. Het ‘balkon’ is overigens geen echt balkon. Er is genoeg ruimte om het óp de ondergrond vóór de rand van het tallud te plaatsen. De ruimte houdt niet over, maar het kan zo, denken we. We moeten nog horen of Óscar het met ons eens is.

 

Maar er is ook een meevaller. We gaan wederom het hoekje om. Aan de noordzijde van het huis is een prachtig groen binnenplaatsje ontstaan tussen de noordmuur van het huis en de hoge mangobomen die hier staan. Het plaatsje ligt aan alle kanten beschut in het groen. De noordoostenwind komt er niet. De zuidwestenwind komt er ook niet. De zon schijnt over het huis heen, zodat je op het plaatsje niet in de schaduw zit. Zelfs in februari. Een prachtige plek voor een zwembad-met-uitzicht over de oceaan. Het wordt wel een klein zwembadje, ongeveer 4m x 3m. Het gaat om het idee. Als gasten echt willen zwemmen moeten ze naar het strand in Tazacorte. Of naar het zwembad in het dorp.

 

Dit is ongeveer het uitzicht vanaf je luie ligstoel. Je ligt midden tussen de fruitbomen. Mango. Avocado. Citroen. De bomen staan er al.

 

Dan is er nog de mogelijkheid om even van huis weg te lopen en in de schaduw van acht mandarijnenbomen (ortaniques) even tot je zelf te komen op het fruitbomenterras dat pal voor het huis ligt. Nog steeds met uitzicht over de oceaan. De bomen moeten we nog wel planten. De sinaasappelbomen verder naar links op het terras staan er al.

 

Best een mooie plek om vakantie te vieren, denken we zelf. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het prachtige eiland met vulkanen, stranden, wandelpaden, mtb-trails, terrasjes, boomgaarden, bananenplantages, leuke stadjes, druivenvelden, stille dennenbossen en ontzagwekkende zonsondergangen dat er omheen is aangelegd.

 

Het is mooi om met de plannen bezig te zijn. En te weten dat ze waarschijnlijk nog betaalbaar zijn ook, als het moet in een paar etappes.  En te weten dat we de langste tijd van louter wachten, plannen en dromen nu toch echt achter de rug hebben (als God en Fernando het willen). Daar worden we wel blij van. Het wordt mooi, straks, op de Finca de Pinto 🙂

In het Groen

Op de foto hieronder zie je ‘onze’ straat, de Camino de Pinto, langzaam naar omhoog klimmen, vanaf de landbouwakkers die beneden Puntagorda liggen, op ongeveer 450m boven zeeniveau, naar de muurtjes van onze finca, op ongeveer 550m boven zeeniveau.

De foto is op ongeveer 800 meter afstand vanaf onze boomgaard genomen met de rug van de fotograaf naar de oceaan gekeerd. Het is een zoekplaatje. Herken je de twee kleine Canarische daken van ons ‘grote huis’ in aanbouw?

 

Een beetje inzoomen nog voor iedereen die de daken nog niet heeft gevonden… Je kunt de plaatjes vergroten door erop te klikken (of op te tikken als je met een tablet kijkt).

 

En nog een beetje vergroten voor degene die maar aan het zoeken blijft. Op deze foto zie je links overduidelijk een wit huis met een balkon. Dit is het vakantie-huurhuis van onze achterbuurvrouw. Rechts daarvan zie je twee kleine rode dakjes door de dennenbomen piepen. Dát zijn wij… In aanbouw. Verscholen in het groen.

 

Ongeveer vijf honderd meter verder dan je op de foto kunt zien en weer honderd meter hoger, kom je over de Camino de Pinto het dorp binnen. Op de foto kan je dorp niet zien, ondanks dat het hoger ligt. De bomen belemmeren het zicht.

 

Hier is’t.

Rust en Ruimte

Gisterenmiddag, zondagmiddag, maakten Ruud en ik een wandeling door het bos in de bergen boven Puntagorda. ‘Beneden’ in het dorp op ca 700m boven zeeniveau, was het een mooie, zonnige dag. ‘Boven’ op ca 1.300m boven de zeespiegel, liepen we net onder of soms in de wolken. Altijd een mooie ervaring.

De honden waren mee op hun eerste lange wandeling na het Grote Huisarrest. Helling op, helling af, ze waren niet te houden.

Drie uur wandelen, zonder ook maar iemand tegen te komen. Rust en Ruimte. Ik kom er steeds meer achter dat dít het ding is waardoor ik het zo naar mijn zin heb, hier op het eiland. De zon? De oceaan? De restaurantjes? Onze boomgaard? Het ontbreken van vrieskou in de winter? Ook geweldig. Maar het is de stilte die het meest aantrekkelijk is. Nederland is gewoon te vol voor mensen zoals ik.

Wandel met ons mee, in 28 foto’s.

 

Het wandelpad voert door dennenbossen, droog gevallen beekbeddingen uit vroeger tijden en de druivenvelden van de Traviesa en de Vega Norte. Het keerpunt van de lijnwandeling is voor ons normaal gesproken het terras van het restaurant Las Briestas. Nu we met de honden op stap waren, stopten we op een graslandje dat net iets vóór dat restaurant gelegen is. Daar lagen we   in het lange droge gras, tussen de amandelbomen een tijd lang als de enige twee mensen op aarde en lieten we de weldadige stilte van de wereld op ons inwerken, terwijl onze drie metgezellen op sprinkhanenjacht gingen.

 

 

Daarna weer terug naar ons vertrekpunt. Het was goed om te zien dat ook onze Fenna, alweer 11 jaar oud inmiddels, de wandeling goed kon volhouden. Dat is wel eens anders geweest. Het buitenleven op La Palma en haar gevarieerde menu van vallend fruit en hagedis, naast de traditionele brokjes, doet haar kennelijk goed.

 

 

Het wandelnetwerk in Twente uit onze ‘Almelotijd’ was mooi vroeger, zeker in de zomer. Maar de bossen boven Puntagorda bevallen toch een stuk beter. Als je deze wandeling ooit ook zou willen maken, vind je hier meer informatie over begin- en eindpunt.

Zo hadden we weer een leuke zondagmiddag met z’n allen, wandelend op een klein eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Gladde Muren

In de afgelopen week is er hard gewerkt aan het grote huis, ondanks de regen. Het was dan ook druk op de bouwplaats. Soms waren er wel vijf man tegelijk aan het werk, en werden er dan ook nog bouwmaterialen afgeleverd.

Aan het begin van de week werden enkele van de buitenmuren gepleisterd door Jorge. Anderen deden de voorbereidingen hiervoor. De ruwe plekken op de muren werden door hen voorgesmeerd en er werd een soort van gaaswerk langs de randen van de muren bevestigd.

 

Ook een aantal van de binnenmuren in het nieuwbouwgedeelte van het huis werd gepleisterd. Er werden bekistingen voor de binnendeuren aangebracht en de gaten in de binnenmuren werden gedicht. Die gaten waren ontstaan bij het inslijpen van de geulen voor de elektriciteitsleidingen. In stilte hadden Ruud en ik ons afgevraagd hoe men dat in godsnaam weer op orde zou krijgen met die gaten,  en of we op die plekken nog wel veilig met onze koppen tegen de muur zouden kunnen aanlopen in de toekomst. Nou, de reparatie is helemaal gelukt. Men is er wél druk mee geweest.

 

Nu de muren glad zijn, ziet het huis er aan de buitenkant opeens al veel meer uit als ‘huis’. Dat geldt echter bepaald nog niet op alle plaatsen voor de binnenkant . De binnenmuren van de apero, het al bestaande gedeelte van het huis, werden deze week tot aan het dak afgemetseld. Niet op de foto te krijgen omdat het gebouwtje, nog zonder de toekomstige grote ramen, nu meer lijkt op een soort van donker binnenhuishol. Een ‘mancave’ noem je zoiets tegenwoordig in makelaars-taal in Nederland, heb ik onlangs van een andere blogschrijver geleerd. Hieronder zie je de enige ruimte van onze mannengrot waar na het dichtmetselen van de binnenmuren nu nog rechtstreeks een streepje daglicht te zien is; in de toekomstige zitkamer is het nog een ongelooflijke puinhoop, zoals je kunt zien.

 

De loodgieter kwam de waterleidingen aanleggen. De leidingen komen allemaal direct onder de vloer te liggen. Als er ooit iets mis gaat in die leidingen, moet de vloer eruit. Daar denken we maar niet aan.

 

Fernando, de timmerman,  begon dinsdag vol goede moed aan het dak van het halletje tussen de twee hoofdgebouwen. Ruud en ik waren blij verrast. Maar. Er ging iets mis in de maatvoering van het hout. Onze Ruud die toch wel stiekem toezicht op alles houdt, ook al lacht hij daar meestal vriendelijk bij,  zag hem ‘prutsen’  en  dacht er zwijgend het zijne van. Je moet je er natuurlijk niet meteen mee gaan bemoeien, als iets niet gaat zoals het zou moeten gaan. Woensdagochtend had Fernando al het dinsdagwerk weer verwijderd, zonder uitleg aan ons wat er mis was gegaan. Gedurende de rest van de week hebben we hem niet meer op de finca gezien. Maar het regende… Het loopt niet fijn met de ingehuurde timmerman. We houden het scherp in de gaten.

 

Op vrijdag in de namiddag zag het grote huis er uit als hieronder.

 

We krijgen er elke week een beetje ‘meer’ huis bij. Ruud en ik zijn ondanks alle strubbelingen rond de timmerman best blij met de voortgang. Óscar houdt vol dat het huis half augustus wordt opgeleverd. Wel is het zo dat hij Jorge vanaf maandag voor twee maanden op een ander project gaat inzetten. Dát vinden we jammer.