Het Plan (10) – De Villa – Het Dak Eraf

De plannenmakerij vordert gestaag.  Op basis van de voorlopige tekeningen met bijbehorende bouwbegroting van Manolo, hebben Ruud en ik (maar vooral Ruud) nog wat kleine aanpassingen bedacht. Hierover gaan we straks op La Palma weer in gesprek met Manolo. Op basis van wat er nu ligt, heeft Ruud een vrij definitief concept in Sketchup gemaakt.

Hieronder zie je de plannen voor ‘de villa’.  ‘Villa’ is Ruud-en-Teunis-jargon voor het grote huis, tipo 1, dat we willen gaan bouwen, met de pajero als vertrekpunt. Hieronder zie je de oorpronkelijke tekening van Manolo.

 

Dit is de tekening na enkele aanpassingen die we hebben bedacht.

 

We hebben aanpassingen aangebracht op de positie van de ramen die op de patio uitkijken vanuit  woonkamer en keuken.  Door deze aanpassingen komt het raam in de woonkamer precies midden boven de geplande driezitsbank. In de keuken komt de nieuwe positie wat beter uit met de geplande plek voor de afzuigkap en het fornuis in het keukenblok. Het zit hem in de details…

Daarnaast hebben we het voorgestelde raam dat uitkijkt op het terras voor de bedbankkamer (helemaal rechtsonder) vervangen voor openslaande deuren.

Tot slot hebben we de indeling van het washok (rechtsboven) flink op de schop genomen. Door deze wijziging kunnen we nu van binnenuit bij de wasmachine komen en ontstaat er ruimte voor een grote kast waarin ik voor mijn ‘Nederlandse Werkzaamheden’ een printerscanner en een (klein) papieren archief kan wegzetten, uit beeld maar onder handbereik. De keukentafel wordt mijn werkruimte. Nu, in Nederland, breng ik ook al hele dagen door aan deze tafel.

Op de tekening hieronder zie je de posities van de meubels die we hebben bedacht. Veel van de meubels komen mee vanuit Nederland.

 

Dit is de sketchup-opbouw met vloer en muren, op basis van de gewijzigde tekening. De kleur van de tegels in de villa  wordt definitief antraciet. Denken we. Ruud en ik denken nog na of de binnenmuren wit moeten zijn (Ruud) of een kleurtje moeten krijgen (Teunis).

 

Boven de douche en boven de trastero (washok) willen we een kleine zolder maken, zodat we een opbergplek hebben voor wat grotere spullen als koffers, hondenbenches en dat soort stuff. Je bereikt deze zolders via een laddertje, die we elders bewaren.

 

Dit is het ontwerp met meubels op schaalgrootte. Ruud heeft een bibliotheek van Ikea- en andere meubels aangelegd. Die kan je vrij eenvoudig in Sketchup in brengen. Wat je nu ziet geeft een goed beeld van hoe de villa er straks met inrichting en al uit moet gaan zien.

 

En zo ziet het huis er ongeveer uit, als je er virtueel in rond loopt.

 

Of als je door de ramen naar binnen gluurt.

 

Het dak moet er nog op. Boven alle drie hoofdstructuren (bestaande pajero, verbindingshal en nieuw te bouwen deel) komt een Canarisch dak.

Duo Lingo Sucks

Het is weer zover! Duo Lingo deed het weer! Duo Lingo sucks! Duo Lingo is een app waarmee ik Spaans leer, of probeer te leren. De methode heeft goede en slechte kanten, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

 

Waar ik het wel over wil hebben? Over de super irritante dwangmatigheid waar Duo Lingo vol mee zit.

 

De app probeert je te stimuleren om dagelijks je lesjes te draaien. Bijvoorbeeld door elke dag je ‘streak’ met 1 op te hogen. Op een bepaalde manier werkt dat wel. Het is best leuk om te kunnen twitteren of te facebooken (o nee, die twee dingen dan weer niet) dat je een spaanseduolingostreak van 3.309 dagen hebt. Alleen. De dag bij Duo Lingo houdt stipt om 0:00u op. En ik ben een avondmens.

 

Gisteren overkwam het me voor de zoveelste keer dat ik mijn lesjes nog moest doen (en ook heb gedaan) toen het al twaalf uur geweest was. Daar ging mijn streak van zeven (…) dagen, waar ik zo trots op was.  Is het een idee dat Duo Lingo de streaks niet in kalenderdagen maar in tijdseenheden van 24u gaat tellen? Dus dat je na elke les die je gedaan hebt, 24 uur de tijd hebt om weer een les te doen, voordat je je streak verliest? Kalenderdagen zijn toch ouderwets? We leren toch Spaans in verschillende tijdzones en binnen een 24uurs-economie in deze dynamische tijd?  Ik stem voor!

Intussen ga ik maar gewoon door met de app. Ik erger me kapot soms. Maar meestal is het gewoon leuk om in deze app een nieuwe taal te leren. Of doe ik alsof dat zo is. De visualisaties en de vorm van de lessen vind ik erg grappig. Prima methode om een woordenschat op te bouwen en gevoel voor een taal te krijgen. Totaal geen uitleg van gramaticaregels. Es gratis, en serio…

Uil

In februari, toen we op onze finca waren, kwamen we hem midden op de dag tegen. Een stil silhouet in de schaduw. Ik zag hem vanuit een ooghoek zitten, terwijl we sinaasappels aan het tellen waren, of zo. Uil.

 

Als kind verbleef ik drie keer voor een aantal weken in een revalidatiecentrum, midden in de bossen bij Leersum. ‘s Nachts hoorde je vanuit je bed op slaapzaal, de oehoes in het bos. Ik vond het een mooi, geruststellend geluid, op een plek die ik verder helemaal niet zo fijn en geruststellend vond.

Het zou leuk zijn als deze uil onze huisuil wordt aan de Camino de Pinto. En dat we hem dan elke nacht horen, terwijl hij op muizen jaagt. Je kan het niet weten, toch? Wat een mooi beest, zelfs als de foto niet scherp is.

Dieren

Je kunt veel van La Palma zeggen, maar niet dat het er barst van de wilde dieren. Als je wandelt door de bossen dan zul je geen beren of herten zien, zelfs geen eekhoorntje. Het is er doodstil. Rond de vulkaantoppen cirkelen geen grote roofvogels. En op de zwarte lavavlaktes hoef je niet bang te zijn voor slangen of schorpioenen. Misschien zijn er ooit wilde dieren geweest maar zijn ze door het toedoen van de mens verdwenen.

Wat je wel regelmatig ziet zijn o.a. kraaien, duiven, valkjes, merels, konijnen, hagedissen en gekko’s. En tijdens wandelingen in het noorden kom je nog wel eens een herder met een kudde geiten tegen. Op het filmpje steekt zo’n kudde de grootste en drukste weg door het noorden van het eiland over. Dat kunnen ze nog altijd op hun dooie gemakkie doen.

Ga je met een boot (bijvoorbeeld de Bussard) de zee op, dan is het meteen een ander verhaal. Het zeewater aan de westkust van La Palma is kristalhelder en je ziet van alles onder het wateroppervlak. We hebben eens een reuzenmanta gezien waarvan zelfs de bemanning flink onder de indruk was. Op een ander moment zwom er een school dolfijnen met ons mee, inclusief een jong. Ze houden de boot gemakkelijk bij en lijken er plezier in te hebben om vlak voor de boeg van het schip te zwemmen.

Het Plan (9) – Tipo 1 en Tipo 2

Het was stil hier op het blog, de afgelopen week. Dat was omdat we diep moesten nadenken.

We hadden twee dilemma’s op te lossen. Ten eerste willen we graag wonen op de plek waar nu de cuarto de apero (het schuurtje) staat. Daar is het uitzicht op z’n mooist en wij vinden de hoek aan de straatkant qua privacy een prettige plek om zelf te wonen en rond te hobbelen als we gasten hebben elders op het terrein. Het plan was om de apero uit te bouwen tot een huis met een oppervlakte van zo’n 110m2 door er een tweede gebouw naast te laten bouwen en beide gebouwen te verbinden met een hal en een patio.

 

Manolo informeerde ons echter dat we in dat geval de woonbestemming van de apero moeten laten wijzigen in een toeristische bestemming.  De keuze die we deze week moesten maken was of we willen kunnen beschikken over een huis met een woonbestemming (de apero) op ons kavel. Dat woonhuis zou  dan maximaal 50m2 groot zijn, want het mag op basis van de richtlijnen van het bestemmingsplan niet verder worden uitgebreid. Of dat we het op ons kavel zonder huis met een woonbestemming willen doen. We kozen uiteindelijk na veel geween en tandengeknars en gekraak van onze hersenen voor het laatste.

Dan was er een tweede dilemma op te lossen met alweer de apero in het middelpunt van ons vragenvuur. We zouden het liefst drie vakantiehuizen bouwen voor de verhuur en daarnaast een (vakantie)huis voor ons zelf. Dat komt later, als we groot zijn, financieel beter uit, denken wij. Maar dat derde vakantiehuis ligt net boven het budget dat we nu beschikbaar hebben of bij willen lenen, zoals het er nu uit ziet.

 

De oplossing hiervoor zou kunnen zijn om de apero te verbouwen tot een vakantiehuurhuis en elders op het terrein voor ons zelf een huisje te bouwen dat dan maximaal 70m2 groot zou kunnen zijn. Dat zou de kosten drukken tot juist de omvang van ons beschikbare budget. Gegeven alle regels en ons budget zouden we in dat scenario geen enkele mogelijkheid hebben tot het bouwen van een kleine berging of iets dergelijks. Geen ruimte dus om ‘bewaarspullen’ op te bergen. Die spullen zouden allemaal een plaats moeten krijgen binnen de muren van 70m2 huis.

We hebben de hele week lopen passen en meten in Sketchup. Uiteindelijk kwamen we tot de slotsom dat 70m2 voor materialistische mensen als wij zijn, wel een heel erg klein oppervlak is. En ook een beetje prettige werkplek waar ik de komende jaren mijn werkzaamheden voor ‘Nederland’ zou kunnen doen, zat er niet in. We kozen er daarom voor om bij ons oorspronkelijke plan te blijven. Stick to the plan, voor de tweede keer in korte tijd.

Dit worden ze derhalve. Tipo 1 en Tipo 2.

 

 

In Tipo 1 zullen we zelf verblijven. De rode pijlen geven aan wat nu de huidige apero is. De rest bouwen we bij, in de richting van de Camino de Pinto. Gegeven de regels die er gelden voor huizen met een toeristische bestemming moet een huis groter dan 70m2 verplicht twee slaapkamers bevatten. Dat is niet helemaal de bedoeling, maar we vinden er vast nog een oplossing voor. Zal iets met een bedbank worden ofzo, tijdens de inspectie door de gemeente uit te klappen. Oorpronkelijk wist Manolo ons te vertellen dat zo’n huis dan ook twee badkamers zou moeten hebben. Dat vonden we wel een dingetje, kostprijstechnisch. Bleek later dan toch weer anders te liggen en toch niet zo heel erg verplicht te zijn, maar meer een idee van Manolo over wat ‘gebruikelijk’ is. Geen tweede badkamer in het ontwerp dat nu voor ligt.

 

 

In Tipo 2 zullen we gasten gaan ontvangen. We weten nog niet zeker of we twee of drie ‘tipo’s 2’ zullen gaan bouwen. Daar gaan we de komende weken verder op puzzelen. De locaties van de huisjes (twee of drie) op het kavel staan inmiddels wel voor ons vast. Daarover meer in een andere blogpost.

Ruwe zee

Toen we in februari op La Palma waren, zaten we precies tussen twee periodes van slecht weer in. Het had flink gestormd vlak voordat we aankwamen, en dat was goed te merken aan de ruwe zee. Vanuit het huisje in Las Tricias ben ik op een ochtend afgedaald naar de kust bij Lomada Grande. Onderweg heb ik op verschillende plaatsen filmpjes gemaakt van de zee. Prachtig, maar ook levensgevaarlijk als je te dichtbij komt.

Download

Van Tijarafe naar Torre del Time

Vanuit onze gehuurde ‘bovenetage’, gelegen even boven het centrum van Tijarafe,  liepen we bergopwaarts het dorp uit. Onze bestemming lag iets meer dan acht kilometer verderop: de Torre del Time. De Torre del Time is een brandtoren bij een mooi uitzichtpunt over de Caldeira de Taburiente en Los Llanos. Je kunt deze wandeling beginnen op het plein voor de kerk van Tijarafe. Het eerste stuk van de wandeling is flink bergopwaarts, dus doe je heanig an, als je slim bent, zoals ze bij ons thuis in Twente zeggen. Je volgt het tempo waarbij je nog genoeg adem hebt om met iemand te kunnen praten. Boven kom je altijd.

 

Eind januari/begin februari is amandelbloesemtijd in het noordwesten van La Palma. Het centrum van de amandelteelt ligt bij Puntagorda en Las Tricias en daar is dus ook de meeste bloesem te vinden. Maar ook in de directe omgeving van Tijarafe staan er genoeg amandelbomen.

 

 

We klommen het dorp uit en vandaar over een lavadijk (in anwb-gidsjes ook wel aangeduid als ‘romantisch muildierpad’) steil om hoog naar de Traviesa wandelroute. Deze route loopt van Zuid naar Noord op hoogte tussen de Torre del Time en (ver weg) de onvermijdelijke Roque de los Muchachos. Wij vonden de brandtoren ver genoeg en maakten een mooie boswandeling in de zon, in zuidelijke richting.

 

 

Vanuit het bos kwamen we terecht in een klein wijngebied. In februari zijn wijnvelden nog kaal en bruin. Zomer’s en in de herfst moet het hier prachtig zijn. Het uitzichtpunt bij de Torre was een prachtige plek om op een bankje van de zon te genieten. Midden februari, temperatuur van rond de twintig graden. Je kunt het slechter treffen.

 

 

De weg terug naar Tijarafe was een lekkere kuierweg. Fijn naar beneden, geen geklim meer.  De bloesembomen waren prachtig, het voorjaar is begonnen. In Nederland vroor het overdag. Maar we waren niet in Nederland 🙂

Download

Maandagochtend in Puntagorda

De piloten van Transavia staakten. Michel kon dus nog even niet naar huis en moest daarom verplicht mee op wandeling. Beginpunt: de uiterste zuidwesthoek van ons kavel.

 

Vanaf onze finca deden we een ‘rondje om de kerk’. We liepen zuidwaarts door ‘onze barranco’, waarvan ik de naam maar niet kan onthouden,  en door de barranco aan de voet van de kerk van San Mauro. We volgden kleine weggetjes tot we eindelijk uitkwamen op de Pista del Canal, ter hoogte van de telecommasten die op de heuvel Don Pancho staan. Vandaar liepen we weer terug naar onze plek aan de Camino de Pinto. Een wandelingetje van bijna twee-en-een-half uur. Lekker in de zon.

 

Zo ziet Puntagorda er uit op een willekeurige maandagochtend in februari. Mooi toch?

 

Boven de oceaan tekende de horizon zich scherp af. Dat gebeurt niet zo heel erg vaak. Het leverde mooie plaatjes op. Meestal is zo’n scherpe horizon een aankondiging voor instabiel weer. Een paar dagen later kwam de regen inderdaad met bakken tegelijk naar beneden. Goed voor onze sinaasappels! Wij waren toen overigens net weer in het vliegtuig naar NL gestapt. Perfekte timing voor ons. Maar we hadden te doen met de mensen die op het eiland arriveerden voor een weekje lekker voorjaarsweer.

 

Het is nog steeds erg leuk om over de weggetjes en paadjes in de omgeving van onze finca rond te struinen. Ik kan er geen genoeg van krijgen.  Ik kan me ook niet voorstellen dat het ooit allemaal gewoon zal zijn, als het nieuwe er af is. Toch zal dat ooit het geval zijn, vrees ik. Voorlopig nog maar even plezier hebben van alle nieuwe indrukken en niet aan ‘later’ denken. Dat kan altijd later nog…

Sneeuw in het Zomerland

Het blijven bijzondere plaatjes; de Roque de los Muchachos, top van La Palma, in de sneeuw. Deze foto’s maakten we twee weken geleden. We lieten het dak van het eiland aan Michel zien. Het verre uitkijkplateau op de Roque was door het ijs niet begaanbaar.

 

Mountainbiking

Michel was bij ons bezoek op La Palma. Voor het eerst op het eiland.  Michel is into mountainbikes, en superenthousiast daarover. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk . Zo kwam het dat we op een mooie zaterdag op drie van die fietsen van een berg afsjeesden. Uhmm. Daarna moesten we ook weer tegen een helling op. Dat was even wennen.

Vooraf zag ik wel een beetje tegen deze fietsdag op. Maar het werd een geweldige dag. Ik ben om! Compleet verkocht nu.  Weet zeker dat ik vaker tochten ga maken op La Palma.

 

We huurden onze fietsen bij ‘Emotion Cycling’ in Los Llanos. Zaterdagochtend, negen uur, stonden we daar op de stoep. Aangezien Ruud en ik geen verstand hebben van mountainbikes en alle soorten en maten met voordelen en nadelen waarin die fietsen tot je komen, had Michel alles geregeld. Over, jawel…, het internet. Soms reageert men vanaf La Palma terug als je een mail stuurt. De winkel wordt dan ook niet door Palmero’s maar door Duitsers gerund. Op La Palma zijn ze niet zo van het internet. Volgens mij doen ze daar alles via whatsapp. Maar dan moet er wel een eerste kennismaking face-to-face zijn geweest.

Voor 45 euro hadden we een pracht van een fiets voor een hele dag. En die hele dag hadden we nodig ook voor onze tocht. We werden prima geholpen met het op maat instellen van de fietsen door Tobias en volgens mij waren de fietsen dik op orde. Met een shuttle die we konden reserveren bij ‘Magic Bike’, een andere mountainbikezaak in Los Llanos, een paar straten verderop, werden we voor 15 euro de man naar El Pilar gereden. Vanaf El Pilar, midden in het bos, begint een handvol bikeroutes.

Wij kozen voor een redelijk gemakkelijke tocht die 35 km lang zou zijn, dacht Michel. Maar hij had niet begrepen  dat we na afloop ook nog terug moesten fietsen naar Los Llanos. Ok, 55 km dan maar. Dat klonk bij aanvang heftig, maar viel uiteindelijk reuze mee. Het hielp dat een groot deel van de 55km van onze tocht niet bergop, maar bergaf ging. Bergaf is wel mijn ding, weet ik inmiddels. Ook op de mountainbike. Vooral op de mountainbike.

 

Vanaf El Pilar reden we nog ongeveer een kilometer verder over de asfaltweg naar het oosten, richting ‘trailhead’. En vanaf daar ging het zuidwaarts, richting Fuencaliente. Zie op het kaartje aan het eind van deze post. Het was de bedoeling dat we op hoogte een rondje ‘zuidpunt’ van het eiland zouden doen, begin- en eindpunt El Pilar.  Omdat de shuttle enkele reis bleek te zijn, besloten we om bij Jedey de afdaling naar beneden te maken en vanaf LP2-niveau ‘binnendoor’ over asfaltwegen terug naar Los Llanos te rijden. Gelukkig kenden Ruud en ik die weg nog van een wandeling die we vorig jaar maakten. Zo konden we ons dus vooraf een beetje een voorstelling maken of het allemaal haalbaar zou zijn.

Direct beginnen met een afdaling dus. Het was ff wennen met bochten en stuurwerk en zo, maar ik vond het echt zo ongelooflijk gaaf om van die berg af te raggen… Had ik echt van tevoren niet bedacht. En de afdaling bleef maar door gaan. En door gaan. En door gaan.

We deden het relaxed. Af en toe tijd voor een praatje en een foto. Volgens mij hield Michel zich erg in en paste hij zijn tempo flink aan de mogelijkheden van Ruud en mij aan. Maar daar zei hij niets over. Hij vond het overduidelijk wel erg leuk allemaal. Dat deed ons dan weer goed, want je moet je gasten toch entertainen als ze helemaal vanuit NL een weekendje overkomen, toch?

 

Aangekomen op het het zuidelijke punt van de route, ongeveer twee honderd meter boven Fuencaliente, was het gedaan met de afdaling. De route maakt een bocht naar het noorden en klimt omhoog. Wij misten in eerste instantie de afslag en daalden die 200 meter nog door. Echt superleuk dat stuk. Het ging hard op een prachtig racepad. Jammer alleen dat we die twee honderd meter daarna ook extra moesten klimmen. En daarna dus nog de reguliere klim.

Op dit punt aangekomen deden de benen het even niet meer. Ik was niet eens moe, maar kreeg ze gewoon niet meer rond. ‘Pap in de benen’, zo voelde het. Was dat niet iets met Hilbert van der Duin of zo? Hilbert Wie? Van vroeger, toen ik nog fananatiek schaatsen op tv volgde, kan ik me een tien kilometer herinneren ergens in Noorwegen geloof ik, die voor Hilbert van der Duim wel heeel erg lang duurde. Hilbert was onze Sven toen. Hij had ‘pap in de benen’, vertelde hij na afloop aan Mart Smeets.  Nu weet ik hoe ‘pap in de benen’ voelt. Ruud en ik deden een stukje van de klim daarom op twee voeten. Met twee wielen naast ons aan het handje.  Geeft helemaal niks. Wandelen met een fiets aan je hand door een stil en ruisend dennebos heeft ook wat. Michel bleef geduldig op ons wachten.

 

 

Maar daarna was er weer een afdaling. Nog langer dan de eerste. Helemaal doorlopend tot aan Los Llanos zelfs. Eerst daalde het geleidelijk over bospaden naar een afslag  boven het plaatsje Jedey. Daarna ging het  heel steil over een bochtig pad naar het schooltje van Jedey. Tobias noemde dit pad na afloop terug in de winkel een ‘romantische afdaling’.  Mijn verkrampte spieren in handen en polsen dachten daar heel anders over, maar dat mocht de pret niet drukken. Ook deze afdaling was helemaal cool. Wel durfde ik iets minder hard te gaan dan bij de eerste afdaling. Ik voelde me moe worden en was bang dat ik een Fatale Stuurfout In Een Bocht zou maken. In zo’n geval eindig je toch al gauw enkele tientallen meters lager tussen de dennebomen, als je net de verkeerde bocht kiest om je stuurfout te maken.

Bij Jedey volgden we op de fiets de GR-wandelroute terug naar Los Llanos. Eerst een klein stukje over de LP2, maar daarna voor veruit het langste stuk over een klein asfaltweggetje (met hier en daar kinderkopjes! Au als je pijnlijke spieren hebt!).

Voor we het wisten waren we terug in de stad. Toen was het al wel vijf uur. Mountainbiken op La Palma is echt leuk, weet ik nu. Zeker als je geoefend bent, denk ik, en zin hebt in eens iets anders dan de drukke paadjes in Nederland. (Tijdens onze tocht kwamen we hooguit vijf andere bikers tegen… op een zaterdag… je hebt het eiland voor je zelf.)

 

Deze tocht is wat mij betreft een absolute aanrader. Ook voor als je nog nooit op een moutainbike hebt gezeten. Een klein beetje basisconditie is wel nodig. En je moet water en eten meenemen. Bij El Pilar kan je overigens water tanken. Wel drinkbaar, ook als staat er ‘niet behandeld en dan een heel lang verhaal in het spaans’ op de bordjes bij de kraantjes in de buitenkeukens. Ruud en ik zijn er nog nooit ziek van geworden. En oh, iets van een navigatieapp op je mobiel is wel handig. Ruud’s mapout redde onze dag, nadat we een afslag hadden gemist.  De route wordt goed aangeven, maar als je snelheid hebt is een bordje gauw gemist.

Download