Licuadora

Zo ziet momenteel bij ons de keukentafel er uit op een willekeurig gekozen moment van de dag. Fruitoverloadalert!

 

Dat is best een probleem. Want aan onze fruitbomen hangt nog veel meer van dat spul en ook in de tuin van het Boeddhahuis staat een perenboom die erom smeekt geplukt te worden. En. Ruud en ik houden eigenlijk niet zo van fruit…

Maar. Soms krijgen we een hele goede tip van onze lezertjes.  Zoals de tip van onze oude buren in Almelo (Bedankt Hans en Astrid!) om smoothies te maken. Ruud en ik houden wél van smoothies en nog veel meer van vers vruchtensap zonder toevoegingen van zuivel. We waren alleen nog niet zelf op het idee gekomen dat je die vruchten van ons ook kunt uitpersen en dat daar speciale, hele handige apparaten voor bestaan, ook als die vruchten geen sinaasappel, limoen of citroen zijn. Daar hadden we Hans en Astrid voor nodig. Echt waar.

We leren snel. Vanaf vandaag hebben we een echte ‘Licuadora’ in huis! Vanmiddag door Ruud gekocht bij Worten in Los Llanos, zeg maar de plaatselijke BCC.

 

Uit de doos en mét perenprut en -sap erin, ziet het apparaat er ongeveer zó uit:

 

Hier zie je Ruud voor het eerst in actie. Kan zó in de folder van Worten.

 

En dit is het resultaat van die eerste actie. Drie peren = Twee glazen.

 

De verse perensap smaakt overheerlijk. We kunnen nog ongeveer 137 liter maken. Mjammie!

 

En dít is de afwas, na afloop van twee glazen. Niet heel erg efficiënt. Daar moeten we nog iets op verzinnen.

 

Fijn dat we zulke attente lezers hebben met goede tips die ons dagelijkse leven verrijken. En naar het schijnt kunnen we als we handig zijn met dit apparaat ook nog perensórbets en perenijs maken. Maar hoe dat precies moet, gaat Ruud nog uitpluizen en daarna aan mij uitleggen.

Morgen doen we de peer-banaan-combinatie, zo is mij beloofd.

Gebaande Paden

Het was zondag en prachtig weer. Hoog tijd om de accu’s van onze nieuwe e-bikes wat beter te leren kennen, vonden Ruud en ik. We hadden tijd en zin om voor de tweede keer het Rondje Puntagorda te fietsen. Een bekend parcours inmiddels, dus gebaande paden. Maar wat geeft dat?

 

Teunis kreeg van Ruud een verbod om de ‘sportstand’  op het motortje van zijn fiets te gebruiken. De sportstand is de stand waarin je niet zo hoeft te sporten als je bergop moet en waarin de fiets eigenlijk vanzelf rijdt. Zo’n mooie uitvinding! Tijdens de vorige uitgave van het Rondje Puntagorda had Teunis de sportstand nét iets te vaak gebruikt, hetgeen vlak voor de klim naar Las Tricias, op het einde van de rit, resulteerde in een batterijstand van 5%. Ruud was destijds zo aardig om op de laatste klim op de route van fiets te wisselen. Vandaag werd bij aanvang echter subtiel duidelijk gemaakt dat dit een eenmalige daad van barmhartigheid was. Een verbod dus.

 

Het was een prachtige rit. Voor de tweede keer bijna nog mooier dan toen we de route voor het eerst reden. De zon scheen fel. Er stond vanaf de afdaling naar Garafía een harde wind. De oceaan was prachtig blauw vandaag, met schuimkopjes. De croquetas en de salade op het kleine terrasje boven het kerkplein van Santo Domingo waren heerlijk.

 

Bij thuiskomst stonden er 52 kilometers op de teller. Ruud en ik deden er een kleine vijf uur over. Inclusief lunch en een aantal fotostops. We waren zo dom geweest om onze fietshelmen te vergeten, dus mochten we van ons zelf niet harder dan met dertig km per uur in de afdalingen naar beneden. Dat kan veeel harder. Vijf uur dus over 52 kilometer.

Het parcours kent twee lange klims. De eerste klim krijg je op het begin van het rondje voor je kiezen als je vanaf de LP1 ter hoogte van de grote drakenboom van Puntagorda naar ‘bergop’ afslaat en door de wijnvelden en dennenbossen omhoog naar het restaurant Las Briëstas fietst. De tweede beklimming tref je helemaal op het eind van de route, vanaf halverwege Garaffía en Las Tricias tot aan de LP1 boven Las Tricias. Die laatste klim is zonder sportstand wel zwaar (vindtTeunis). De kilometers zitten daar in je benen en de zon brandt fel in je nek. Tussen de twee beklimmingen door glijd je in een fantastische lange afdaling naar beneden.

 

Onze accu’s doen het nog prima, weten we nu. We hebben geen miskoop gedaan.

Teunis kwam met 27% thuis. Er kan dus hier en daar best nog wat ‘sportstand’ in de route worden ingebouwd. De volgende keer weet ik, waar ik dat zal gaan doen. Want een volgende keer komt er zeker. Zo leuk dat je vanaf je eigen huis op een achternamiddag zo’n prachtige fietstocht kunt maken!

Fruit!

Het was een drukke maand opeens, de afgelopen maand. Eerst vertrok Ruud drie dagen naar NL, onder andere om mijn moeder op te halen. Daarna hadden we dertien dagen lang ‘Mama Cara’ op bezoek. Vervolgens was ik een week in Nederland voor mijn werk, terwijl Ruud op het groene eiland achterbleef. We  komen er proefondervindelijk achter dat het aan de ene kant erg leuk is om bezoek uit NL te ontvangen, maar dat het gastheerschap ook best veel tijd en energie kost, zeker in combinatie met het niet te vermijden woonwerkverkeer richting vaderland. Dát hadden we van tevoren niet bedacht…  Maar goed. Sinds afgelopen dinsdag zijn we weer met ons 2 (pardon, met ons 5) in het grote Boeddhahuis en komen we geleidelijk weer terug in ons inmiddels vertrouwde en fijne La Palma Ritme. Gisteren liepen we onze hondenuitlaatronde vanaf onze finca en maakte ik onderstaande foto. Mooi toch?

 

Een bouwvergunning hebben we nog steeds niet. We komen niet verder dan de mededeling vanuit het Conseja de Aguas dat ‘het afhandelen van beoordeelde aanvragen grote vertraging oploopt, vanwege de politiek’. Wat men daar precies mee bedoelt, weten we eigenlijk niet. Moet er na de recente verkiezingen hier een nieuw tekenbevoegd persoon worden benoemd of speelt er iets anders? We moeten het afwachten. Ik zal maar stoppen met het vermelden van het aantal dagen dat verstreek sinds het indienen van onze aanvraag. Het zijn er veel. Voor ons onverwacht veel. Ruud en ik zijn inmiddels behoorlijk gefrustreerd over de gang van zaken. We willen zo graag beginnen met het bouwen van de huizen! Tegelijkertijd realiseren we ons dat het helemaal geen zin heeft om gefrustreerd te zijn. In een kwade bui heb ik mij wel eens laten ontvallen dat een Spanjaard iemand is die de hele dag door ‘vale, vale’ roept en er eer in legt om anderen ergens op te laten wachten, tegelijkertijd zelf lijdzaam wachtend op tal van zaken die voor hem door  andere Spanjaarden moeten worden geregeld, die hetzelfde doen. ‘Wat een land!’, denk ik dan in zo’n bui.  Grrrr.  Maar het leven is hier wel super relaxed.. En dat trage, relaxte bestaan was voor ons één van de redenen om hier naar toe te komen. Dus wat zeuren we nou?

 

Deze week kregen we ook goed nieuws binnen. In afwachting van de vergunning heeft de Caixa Bank ten lange leste onze hypotheekaanvraag maar alvast beoordeeld en goed gekeurd. Dat was natuurlijk fijn om te horen.

 

Die goedkeuring had echter ook een schaduwzijde. Vanuit de Caixa Bank stelt men als voorwaarde voor het verstrekken van de hypotheek onder meer dat men zich actief wil bemoeien met de planning van de bouwactiviteiten en pas gelden beschikbaar stelt voor een volgende bouwfase  als een Caixa-functionaris vindt dat de voorgaande bouwfase naar behoren is afgerond en er voldoende ‘eigen geld’ in is geïnvesteerd. ‘Nieuwe Wet vanuit de Europese Unie’, wordt er monter bij vermeld. Volgens mij krijgt de Europese Unie tegenwoordig overal de schuld van, als men iets vervelends introduceert. Dat is in Nederland niet anders.

Als gevolg van deze voorwaarde zou er zich nóg iemand met ons project gaan bemoeien. Iemand die vast voortdurend tijd nodig heeft om tot ondertekening van een noodzakelijk formulier over te kunnen gaan, met als gevolg dat de bouw vertraging oploopt. Daarop zitten we helemaal niet te wachten!

Áls we het hypotheekaanbod accepteren zullen we in elk geval niet, zoals het plan was, de huizen in serie laten bouwen, maar één voor één. Het zal ons niet overkomen dat de CaixaMeekijkMan halverwege de bouw laat weten dat hij er nog eens goed naar heeft gekeken en uiteindelijk tot de conclusie moet komen om toch geen gelden beschikbaar te stellen, ons met drie  half afgebouwde huizen achterlatend. We vinden het een idiote constructie.

Gelukkig is het voor ons ook een optie om alles zonder hypotheek voor elkaar te krijgen. Maar  in dat scenario moeten we gaan werken in deelprojecten (huis voor huis, en steeds met een bouwpauze om te kunnen sparen) en zijn we zo een paar jaar verder, voordat alles is afgerond. Dat willen we eigenlijk niet. Onze volgende afspraak met de Caixa is begin september. We hebben dus nog even tijd om te wikken en te wegen  en te beslissen of we dit allemaal op deze manier wel willen.

Blij met de hypotheek maar Nietzoblij met de Meekijkman. Bouwen op La Palma voelt soms zó. En dan is er nog geen steen gelegd…

 

Nu de start van de bouw vertraging oploopt, zien Ruud en ik ons genoodzaakt om alvast te beginnen met het ‘renoveren’ van de boomgaard, nog vóórdat het zware bouwverkeer vertrokken is. Ruud heeft inmiddels uitgedacht hoe hij het nieuwe bewateringssysteem wil gaan inrichten en aanleggen. Daarover meer in een volgende blogpost.

Op basis van voortschrijdend inzicht hebben we inmiddels besloten om een deel van de sinaasappelbomen te gaan rooien en er andere, meer renderende,  vruchtenbomen voor in de plaats te planten. Oorspronkelijk was ons plan om ons toekomstig inkomen volledig uit de verhuur van vakantiehuizen te halen, maar als je zo’n groot terrein hebt is het eigenlijk doodzonde om dit niet wat beter te benutten, vinden we nu.

 

Het ligt voor de hand om de sinaasappels te vervangen voor avocado’s. We zouden zo’n hondertwintig tot honderdertig avocado bomen kwijt kunnen. We zullen ook zeker avocado bomen gaan planten. Maar dat doet momenteel iedereen op La Palma, en vast ook op de andere eilanden. Ruud en ik zijn een beetje huiverig voor een avocado-‘varkenscyclus’; als iedereen avocado’s gaat planten zullen de verkoopprijzen op termijn gaan inzakken. We overwegen daarom om naast avocado’s ook andere boomsoorten te gaan planten.

We denken aan Mango’s.

 

Of misschien wel Papaya’s.

 

Of Kiwi’s.

 

En vast ook een aantal olijfbomen.

 

We zijn begonnen om ons hierop te oriënteren en dat is mooi om te doen. Maar er moet nog veel gebeuren. Als ‘fruitboer’ zijn er tal van regels waaraan je je moet houden. En we zullen een hoop informatie moeten verzamelen en kennis moeten vergaren, voordat we serieus met fruitbomen aan de slag kunnen. En durven. Een plan is een plan. We gaan zien wat het wordt.

 

Vooralsnog hebben we nu, op korte termijn, vooral een ‘Perenprobleem’.  Onze twee perenbomen hangen barstensvol vruchten en we weten bij god niet wat we ermee moeten. Af en toe een peer eten is prima. Maar deze twee fruitboeren houden zelf helemaal niet zo van fruit. Perentaart dan maar weer? Je kan niet elke dag taart eten.  Ruud fluistert: ‘Perenlikeur’. Beetje voorspelbaar is’t-ie soms wel. Perenlikeur. Zou dat smaken?

 

Tot overmaat van ramp kregen we ook nog bovenstaande tros bananen cadeau bij inschrijving van onze SL als klant van CuPalma, één van de landbouwcoöperaties hier. Maar ook daarover meer in een volgende blogpost. Denk ik. Wil je net je peren weg eten, krijg je ‘banaan’ door je strot geduwd. Het leven op La Palma is soms niet eenvoudig.

13 Días

Het is volle maan. En, zoals eerder beschreven: Dat betekent dat de vakantie van moeder op La Palma er weer op zit. Morgen brengt het vliegtuig haar weer terug naar Nederland.

 

We zagen haar staan op de Roque de los Muchachos. Overmand door acute hoogtevrees, maar mét een geweldig uitzicht. Quote van de dag:  ‘Als de auto maar niet uit zich zelf  naar beneden rijdt, terwijl ik er al in zit en Ruud er nog naast staat’.

 

We zagen haar bijna elke avond zitten op een plastic kuipstoeltje voor de schuur op onze finca. Kijken naar de zonsondergang.

 

We zagen haar zitten bij het uitzichtspunt van El Time, op veilige afstand van de ballustrade maar mét een enorme coupe slagroom op de koffie. En we zagen haar rondstruinen bij het kerkje op de weg naar de haven van Tazacorte.

 

We zagen haar van het uitzicht genieten in de brandende zon bij de oude molen van Las Tricias.

 

We zagen haar op het  kerkplein van Santo Domingo, tijdens een warme prettig-slome doordeweekse namiddag.

 

We zagen haar achter de papas guerras op de boulevard van Porto Naos. Er moest een fricandel bij. Ruud en ik hadden de Nederlandse snackbar aan de boulevard nog niet eerder ontdekt.

 

We zagen haar poseren voor de branding bij het natuurzwembad van La Fajana.

 

We zagen haar in stilte lijden tijdens onze hoogte-expeditie op zoek naar de weg vanuit Puntagorda naar de Llano de las Ánimas. Hoogtevrees. Hoogtevrees. Hoogtevrees. Maar toch ook wel hele mooie uitzichten.

 

En we zagen haar steeds weer terug op terrasjes. Bij het Boeddahuis, in Santa Cruz na het funshoppen, waar ze de bijnaam ‘Mama Cara’ van ons kreeg, of elders.

 

De dertien dagen zijn snel voorbij gegaan. Als alles goed gaat, maar wie zal het zeggen, logeert ‘Mama Cara’ volgende keer in een huisje tussen de sinaasappel- en avocadobomen aan de Camino de Pinto in Puntagorda. We noemen er maar geen jaartal bij…

Llano de las Ánimas

 

Een paar weken geleden maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de Roque de los Muchachos over de rand van de Caldeira de Taburiente naar de Pico Chico. We liepen op het Dak van Puntagorda. Tijdens de wandeling ontdekten we boven Puntagorda een betonweggetje dat omhoog klom tot bijna aan de kraterrand. Volgens een bordje heet het eindpunt van deze weg de Llano de las Ánimas. Wij noemen het de Zolder van Puntagorda. Een hele mooie plek met een fantastisch uitzicht op het dorp en de oceaan. We namen ons voor om snel te gaan ontdekken hoe we vanaf beneden tot aan deze plek zouden kunnen komen. Vandaag was de dag. Samen met moeders, gingen we op expeditie in het hoogland boven ons dorp. In de auto, uiteraard.

 

Met behulp van de ‘map out’ app op de mobiele telefoon was de autoroute naar het eindpunt van de betonweg op de Llano de las Ánimas, niet heel erg moeilijk te vinden. De weg ook daadwerkelijk ríjden was iets minder eenvoudig. Maar Ruud is een goede chauffeur en zonder echte problemen reden we over steeds smaller wordende weggetjes door een prachtig berglandschap. Op twee plekken waren de haarspeldbochten te scherp om zonder een keer ‘te steken ‘ te kunnen nemen.

 

Vanuit het dorp, dat op zo’n 700 meter boven zeeniveau ligt, reden we de berg op tot een hoogte van ongeveer 2.000 meter. We reden in een half uur omhoog. Over de terugweg deden we veel langer, want al deze foto’s moesten natuurlijk worden gescoord. Sommige foto’s hebben een beetje rare kleur. Ik moest ze nemen vanaf de achterbank van onze caddy, door het voorraam heen. Dat raam heb ik niet overal helemaal kunnen wegpoetsen achter mijn laptop.

 

We keken onze ogen uit. Ruud en ik vinden het landschap op deze plek erg mooi. Zelfs moeders vergat na een kwartiertje haar hoogtevrees.

 

In Augustus hebben Ruud en ik twee weken vakantie. We hebben ons voorgenomen om over deze weg te gaan wandelen. Vanaf de Repsol, tot aan de kraterrand. En weer terug. En hééél misschien, als we kunnen, door tot aan de Roque de los Muchachos. Voor de sport. Dat wordt een dagtocht. En het zal afzien zijn… Maar wel een hele mooie wandeling, denk ik. Een grote wens van Ruud.

 

Toch maar even een waarschuwing, voor je weet maar nooit. Wij reden deze route met onze auto, een VW Caddy. Dat was goed te doen. Maar Ruud is een goede chauffeur, zeker ook in de bergen. En Ruud heeft absoluut geen last van hoogtevrees. De weggetjes zijn smal, zonder vangrails. Op een paar plekken is de smalle weg ook nog eens erg steil. De route kent twee echt lastige haarspeldbochten. Op de weggetjes kunnen twee auto’s elkaar niet passeren, zonder voorzichtig te manoevreren . Als je dit alles eng vindt, of als je de kracht van de motor in je auto niet helemaal vertrouwt, moet je onze route niet navolgen. In elk geval niet met de auto.

Download

‘Intratuin’ Puntagorda

Bijna net de intratuin. Maar dan anders. Veel leuker.  In Puntagorda, vlak bij de Mercadillo, woont een Nederlands echtpaar uit (ik denk) Limburg. Zij hebben van het perceel rond hun huis een prachtige siertuin gemaakt. Op de mercadillo verkopen ze uit deze tuin plantjes. Je kunt op zaterdagen en zondagen ook in  de tuin  zelf rond kijken. Dat deden Ruud en ik afgelopen zondag. De tuin ziet er ongeveer zó uit.

 

We vonden het allemaal erg mooi wat we zagen. De mensen van de tuin hebben ongeveer een zelfde idee als dat Ruud en ik hebben over de inrichting een mooie tuin. Alleen. Zij hebben er veel meer verstand van… Als we zover zijn, komt mijnheer bij ons op het kavel kijken en krijgen we advies van hem over wat volgens hem  wel werkt en wat niet werkt.

 

Als het zo ver is… We wachten nu al 393 dagen op onze bouwvergunning.

Abrikozentijd

De abrikozentijd is al weer een paar weken voorbij. Maar ik had nog foto’s liggen, dus die laat ik toch nog maar even ‘in retrospectief’ zien.

We hebben vier grote abrikozenbomen in onze boomgaard staan. Om de vruchten te beschermen tegen vogels en insecten en knagend ongedierte moeten er in het voorjaar netten om de bomen worden gewikkeld. Die netten (helemaal kapot na jaren van gebruik) hadden we nou juist grotendeels weg gegooid bij de eerste schoonmaakoperaties van vorig jaar. Zodoende konden we, met behulp van Antonio, maar twee van de vier bomen beschermen.

 

Als de abrikozen rijp zijn, zijn ze ook écht rijp. Dan moeten ze meteen, allemaal tegelijk, geplukt worden en verwerkt worden (of verkocht worden). Dat verkopen gaan we niet doen. Teveel werk. Handelaren verwachten dat de vruchten netjes gesorteerd in platte kratten, daarop 1 voor 1 zachtjes neergelegd, worden aangeleverd. Er zijn grenzen aan onze beschikbare  tijd.

Het was jammer dat de abrikozen net allemaal rijp waren in de week dat Ruud en ik in Nederland verbleven. Dat hadden we met onze ongeoefende ogen niet zien aankomen. Toen we terugkwamen, lag het merendeel al op de grond. Net of geen net, het maakt dan niet meer uit. Vruchten die eenmaal op de grond liggen zijn niet meer bruikbaar. Dat heeft ons ongeveer twee derde van de oogst gekost. Doodzonde! Al doende leert men?

 

Het resterende deel van de abrikozen (1/3 van 2 van de 4 bomen = 1/6 van het totaal) leverde toch nog ongeveer 10kg op. Veel te veel om te eten of te verwerken. We aten in de afgelopen tijd daarom abrikozenjam (dank je wel, Anky!), abrikozentaart en abrikozenchutney. Wel erg lekker allemaal en het voelt goed om te eten vanaf je eigen land. De diepvries ligt vol met abrikoos (en perzik) voor later. Natuurlijk hebben we wat abrikozen weg gegeven, maar zoveel mensen in Puntagorda die abrikoos willen krijgen kennen we (nog) niet.. De rest moest weg.

 

We hebben ons voorgenomen om volgend jaar in ons heen-en-weer-schema wat beter rekening te houden met de abrikozentijd (en de perzikentijd) . Maar ach, we moeten in dat schema zoveel plannen en combineren, dat we er bijna een supercomputer voor nodig hebben om alles optimaal te krijgen. We gaan wel zien hoe het volgend jaar uiteindelijk zal gaan met die abrikozen.  Ik kan in elk geval inmiddels chutney maken en taart bakken. Jam maken moet ik nog gaan proberen. En ik hoor Ruud steeds ‘Apricot Brandy’ mompelen…

Mi Madre

Na de ouders van Ruud weet nu ook mijn moeder waar we tegenwoordig wonen. Afgelopen vrijdag landde zij, samen met Ruud, voor het eerst op het vliegveldje van La Palma. Haar laatste vliegreis was 35 jaar geleden.

Vooraf zagen we een beetje op tegen de vlucht naar het eiland voor haar. De assisentie op Schiphol doet echter wonderen en bij aankomst deed de assistentie op het vliegveld van La Palma de dienstverlening aan moeder nog eens dunnetjes over. Fris en monter stapte er zo op de vroege vrijdagavond een breed lachende oudere dame in een groen vestje door de grote schuifdeuren van de aankomsthal van SPC. Welkom op La Palma!

Inmiddels heeft moeders het vakantiegevoel al behoorlijk te pakken.

 

Ook op de finca voelt ze zich al helemaal thuis. Ze is nog maar twee dagen hier, maar zit elke avond al uiterst professioneel als een echte ‘abuela’ voor de deur van het huis op een stoeltje  naar de zonsondergang te kijken. Dat is nog eens snel inburgeren! Het enige dat ontbreekt zijn nog twee of drie ‘omaatjes’ naast haar, op een bankje.

 

Die zonsondergangen blijven prachtig. Ze zijn erg mooi op het moment. Deze hieronder is van gisteren.

 

Zelfs Auke wordt er stil van.

 

Ook de maan is prachtig, in het schemerlicht  van de eerste vijftien minuten net na zonsondergang.

 

Pas als de maan vol is, keert moeder weer terug naar Nederland. Tot die tijd: vakantie!

Buitenterras

Teunis’ moeder wilde al een tijdje zien hoe wij het hier op La Palma hebben, en na veel gepuzzel kwamen Teunis en ik erop uit dat ik haar in Nederland zou gaan ophalen, en dat hij haar dan twee weken later weer terugbrengt. Zodoende was ik deze week voor een bliksembezoek even in Nederland.

Ik was mooi op tijd op de luchthaven van Santa Cruz maar mijn vlucht was een half uurtje vertraagd, dus ik ging wat rondlopen. Zitten kon tenslotte nog lang genoeg. Aan de zuidkant van het gebouw zag ik bij toeval dat het oude, vertrouwde buitenterras in ere is hersteld. In het gebouw staat het nergens aangegeven.

 

Fijn dat je weer lekker ontspannen buiten op je vlucht kunt wachten! Er was bijna niemand en ik geloof dat ik de primeur had, want bij aankomst in Nederland las ik op La Palma Nieuws dat het terras zojuist geopend was.

Het was trouwens erg gezellig om even in Nederland te zijn. Pa en Ma hebben nog een hele week Ruudnasi en de vlucht terug met Teunis’ moeder verliep dankzij de goede ondersteuning op Schiphol heel voorspoedig.

Geluksmomenten

Pacheco, de Cubaanse kapper in Puntagorda, zit bijna om de hoek vanaf het Boeddhahuis. Het is twee minuten lopen. Toch heeft het meer dan vier maanden geduurd, voordat ik voor het eerst de weg naar de ‘peluquero a la vuelta de la esquina’ wist te vinden. Ik heb het niet zo op kappers en al helemaal niet op Spaanse kappers. Daar moet je Spaans mee praten. Dat vind ik maar lastig.

Maar Pacheco is een aardige vent. En ik ontdekte dat ik eigenlijk al best wel een soort van gesprek in het Spaans kan voeren. Dat was na afloop, op de weg terug naar huis, een geluksmomentje. Thuis aangekomen moest ik  alleen wel erg aan de strakke spaanse scheiding in mijn haar wennen. Die is er inmiddels al weer uit..

 

Vervolgens via Skype aan het werk. Ik kreeg afgelopen woensdag, tijdens een vergadering,  een foto toegestuurd van ‘de andere kant’ in Nederland. Zo zie ik er in Almelo uit, als ik vanuit Puntagorda zeg wat ik ervan vind of hoe ik erover denk. Ik vond het een grappige foto. Zo’n grote mond op zo’n klein schermpje..

 

Ik ben diep in mijn hart nog altijd een beetje verbaasd dat het allemaal kan, dagelijks contact houden op 4.500 km afstand met skype, whatsapp, mail en yammer. Ik heb ‘de telefooncel’ nog mee gemaakt… en dat je daar dan in stond om te bellen met Ruud en dat dan je kwartjes op waren, terwijl je nog zoveel te vertellen had… In 1990 was de gevoelsafstand tussen Renswoude en Eindhoven groter dan nu tussen Puntagorda en Almelo.

Vanavond heb ik een begin gemaakt met mijn ‘Grande Projet’ op de finca voor de rest van de zomer (en het najaar) (en de winter). Ruud en ik ergeren ons al een tijdje kapot aan alle stenen en rotsen die op de terassen van onze boomgaard liggen. De vorige eigenaar heeft jaren geleden vrachtwagens vol rotsen en gravel laten aanrukken omdat hij een hekel had aan modder. Die stenen liggen nu overal en nergens verspreid. Met als gevolg dat je nergens gemakkelijk kunt lopen en altijd gedoe hebt met puntige rotsen als je gras aan het maaien bent of fruit plukt of gewoon tussen de bomen aan het rondstruinen bent.

 

Het wordt mijn taak om alle stenen te verzamelen en zo het terrein beter begaanbaar te maken. Dat moet met de hand (en een kruiwagen). Ons terrein is  10.000m2 groot. Monnikenwerk dus. We hebben bedacht dat we de stenen kunnen gebruiken om looppaden mee af te zetten. Binnen de looppaden moet de grond zo vlak en kiezelvrij zijn, dat je er op teenslippers kunt lopen. Daarbuiten moeten alle scherpe stenen gewoon weg zijn. Op de ‘s onderste twee foto’s van het fotoblok hierboven, zie je de eerste vierkante meters ‘ervoor’ en ‘erna’. Ik had wel schik in het werk. Het terrein knapt er van op. Alweer een geluksmomentje vandaag.

Maar direct na het gesjouw met de stenen, volgde Het Moment van de dag. Ik zat op de grond voor onze pajero met mijn rug tegen de nog warme muur. En keek hoe het licht in het landschap en op de oceaan veranderde, terwijl de zon onderging. In volledige stilte. Drie blije honden om me heen. Kijken naar de zwaluwen die elke avond rond zonsondergangstijd boven onze finca naar insecten zoeken. Kijken naar de twee jonge valkjes die in onze boomgaard dagelijks samen op zoek zijn naar eten. Het was zo fijn om daar een beetje te zitten en te kijken. Heel tevreden stelde ik vast dat het een erg goed idee is geweest om naar dit eiland te verhuizen. Ook al wachten we nu al 385 dagen op onze bouwvergunning. Maakt eigenlijk allemaal niet zo uit. We zijn er! Ja, dit was een geluksmoment.

 

Gisterochtend bracht ik Ruud naar het vliegveld. De honden waren een paar uur alleen thuis. Voordat we vertrokken had Ruud een dekentje in hun hok gelegd, omdat hij het zo zielig voor ze vond dat ze op de koude tegels zouden moeten liggen. Dom! Hoe lang hebben we die honden nou al Ruud, en hoeveel dekens zijn er inmiddels doorheen gegaan?

 

Bij thuiskomst vroeg ik nog met barse stem wie van de drie de schuldige was. Maar het gespuis dekte  elkaar af en niemand stak een poot op. Ik vermoed dat onze domheid een geluksmoment voor Fenna heeft veroorzaakt. Fenna is sinds jaar en dag onze dekenknauwkampioen. Maar Sanne heeft vast geholpen..