Perziken Eten

Op onze finca hebben we een stuk of vijf, zes perzikenbomen staan. De helft van deze bomen geeft de rijpe vruchten in juni af. De andere helft pas in augustus, want is van een andere soort.

Da’s wel een patroon dat opvalt in de boomgaard. Ooit heeft iemand zijn best gedaan om de boomsoorten zo te kiezen dat het fruit maximaal gespreid over het seizoen rijp is. Zo is het met perziken, maar ook en vooral met de sinaasappels.

 

Het lastige van perzikenbomen is dat de vruchten van een boom bijna  allemaal tegelijkertijd rijp zijn en dan maar een paar dagen nodig hebben om ‘overrijp’ te worden. Vanaf dat moment zijn de vruchten voor de wespen. Zij graven gaatjes in het zachte vruchtvlees en halen op wat ze nodig hebben. Dat is soms oppassen, als je vers van de boom wil eten.

Wel eens iemand op een elegante manier een perzik uit de hand zien eten? Ik niet! Maar ze waren wel lekker!

 

Op Expeditie in Puntagorda

Het was bewolkt en grijs toen we wakker werden in ons vakantiehuis in Tijarafe. Een paar uur later was het ook bewolkt in het dorp Puntagorda, zij het wat minder. We daalden af vanaf het centrum van het dorp naar onze lager gelegen finca. Daar brak de zon door.

 

We hadden ons voorgenomen om op deze dag helemaal niets te doen aan ons ‘project’. En dat lukte goed. We gingen op expeditie! Vanaf onze finca liepen we verder naar beneden, op weg naar het Cruz de la Reina. Het doel van deze dag was om te ontdekken of we voorbij  dit uitkijkpunt verder zouden kunnen afdalen naar de oceaan, zodat we met onze tenen het zeewater zouden kunnen aanraken. Tot op heden was dit ons in de buurt van Puntagorda uitsluitend nog gelukt bij de puerto, het oude vergeten haventje van het dorp.

 

Terwijl boven het dorp de wolken en nevelslierten bleven hangen, daalden wij steeds verder af en liepen we de zomer in. Het was heet!  De oceaan was prachtig blauw. Het landschap aan de voet van de Matos adembenemend. (Dat vind ik, tenminste).

 

We daalden af naar het uitzichtpunt bij het Cruz de la Reina. Vanaf hier kan je zien dat de Matos vanaf zeekant toch echt een ‘berg’ is, groter dan de heuvel die je vanaf landzijde waarneemt. Vervolgens daalden we over traptreden nog verder af naar het tweede, lager gelegen uitzichtpunt, onder het kruis.

 

We wisten dat voorbij dit tweede plateau een smal pad verder naar de zee voert. Wij wilden uitproberen of we langs dit weggetje het water zouden kunnen bereiken. Dat kan dus niet. Na ongeveer 40m, voorbij twee bochten, stopt het pad. De helling gaat vrijwel loodrecht naar beneden en dan moet je nog zo’n vijftig meter. Niet te doen. Deel 1 van de expeditie was hiermee afgerond en mislukt. Eindpunt op de laatste foto hierboven.

Maar dit was ingecalculeerd. Voor deel 2 van de expeditie klommen we weer terug naar de hoofdweg. Voorbij de afslag naar het Cruz de la Reina vervolgden we onze hoofdroute om voor ons nieuw gebied te gaan verkennen. We kwamen tot onze verrassing  uit bij de Trap Aan Het Einde Van De Wereld. Zie de foto’s hieronder.

Onderaan deze trap begint alweer een smal pad. Dit pad daalt in heel veel haarspeldbochten naar een klein rotsstrandje. We zagen dat ruim honderd meter onder ons iemand op een rots stond te vissen. De auto van de visser stond geparkeerd bij het begin van de trap. We hadden dus gevonden wat we zochten: een tweede plek om in de buurt van Puntagorda bij de oceaan te kunnen komen. Expeditie geslaagd?

 

Neen. Helaas. Expeditie niet geslaagd. We daalden de Trap Aan Het Einde Van De Wereld af om bij het laatste smalle zandpad uit te komen. Ruud vond vanaf dit punt dat we moesten stoppen. Het pad is smal en de afgrond aan de zeezijde van het pad is akelig steil en best diep. Teunis vond dat het nog wel kon. Het pad zag er stabiel uit. Er stond geen wind. Het zand was droog. Geen losse steentjes. We besloten van bocht naar bocht te lopen en bij elke bocht te bekijken of we nog verder zouden kunnen.  Na bocht vier moest ook Teunis erkennen dat het doel van vandaag niet bereikt kon worden, in elk geval niet vandaag. Voorbij de vierde bocht werd het pad gedurende een meter of tien akelig smal. Het was niet verantwoord om deze hindernis zonder wandelstokken te nemen. MET wandelstokken zeker wel! Maar de wandelstokken lagen nog op de finca. Voor zo ver we konden zien, lagen er verderop langs het pad geen grote hindernissen meer op ons te wachten.  Er gaat daarom vast nog  een vervolg op deze expeditie  komen. De visser van vandaag behield zijn eenzame strandje voor zich zelf.

Er zat niets anders op dan terug te keren en de lange klim terug naar de finca in te zetten. Nu werd het pas echt warm. Inmiddels waren de wolken boven het dorp ook weg getrokken.

 

Al met al maakten we een prachtige wandeling in ‘onze achtertuin’.  We deden er ruim vijf uur over. Ennn. We maakten weer eens de fout om te weinig water mee te nemen. Twee drinkflesjes waren niet genoeg. NEEM ALTIJD GENOEG WATER MEE ALS JE IN DE ZON GAAT WANDELEN OP LA PALMA. Maar, we leven nog 🙂

Download

Barranco de las Ánimas

Dit is een foto van ‘onze’ helling op een zomers moment.

 

‘Onze Helling’ ligt aan de overkant van de Camino de Pinto. Het gaat om het stuk van de Barranco de las Ánimas dat in het verlengde ligt van ons kavel tot aan de (droge) beekbedding op de bodem van de barranco. Het hoogteverschil van top naar bodem bedraagt enkele tientallen meters.

 

Barranco de las Ánimas betekent in het Nederlands zoiets als Kloof van de Zielen. Iets verderop, het weggetje onder ons kavel, ligt de Camino de la Capilla, het Pad van de Kapel. We moeten nog uitvinden hoe deze namen ontstaan zijn.

Het stukje grond is in elk geval een mooi verscholen plekje, pal aan de weg, maar zonder dat je vanaf de weg ‘inkijk’ hebt. Er loopt een doodlopend paadje, dat Ruud en ik het Geheime Weggetje noemen. Helemaal aan het eind van het pad ligt een wasmachine te wachten op het einde der tijden. Als ik nog negen was, zou ik er een boomhut bouwen…

Groene Vingers voor Beginners

Sinds we onze finca kochten in november vorig jaar, wordt er weer iets aan onderhoud gedaan. De bomen krijgen voldoende water (nadat ze een heerlijke  vochtige winter en waterrijk voorjaar hebben gehad, naar lapalma-maatstaven). Bomen kregen en krijgen mest. Ziekten werden bestreden, soms noodzakelijkerwijs met gif omdat sommige bomen te veel waren aangetast door een soort van spinnetjes en/of een soort van zwarte plak. Het onkruid onder de bomen werd gemaaid en kort gehouden. Het hopeloze irrigatiesysteem werd provisorisch gerepareerd.

 

Dit alles wordt gedaan door Kakien, onze ‘tuinman’, uit het dorp. We zijn erg blij dat de vorige eigenaar van de finca ons met hem in contact heeft gebracht. Ruud en ik moeten nog veel leren en we zijn natuurlijk op dit moment nog veel te weinig op La Palma om zelf betekenisvol aan de slag te gaan in de boomgaard. Tegelijkertijd moet er wel het nodige in gang worden gezet om de boomgaard over een tijdje weer toonbaar te maken en aantrekkelijk te maken voor onze gasten in de vakantiehuizen.

Op de foto’s zie je de eerste resultaten van al het werk. Het is vooral goed  om te zien is dat bomen, die vorig jaar echt helemaal dood leken te zijn,  nu weer uitlopen. Volgens Kakien zijn ze met twee jaar weer een ‘boom’ en komt het ook met de vruchten weer helemaal goed, mits ze genoeg water en mest krijgen, en op de juiste wijze worden gesnoeid.  Een aantal sinaasappelbomen ziet er op de foto’s overigens wat kaal uit. Dit hoort zo. Op dit moment is het de tijd van het jaar waarop ze weer nieuw blad aanmaken en de oude, niet geplukte vruchten laten vallen. Sommige bomen waren nog vrijwel bladloos toen we aankwamen en stonden elf dagen later in het groen. De bomen die al wel in blad staan, zien er een stuk beter uit dan vorig jaar rond deze tijd.

 

 

Ook een aantal ‘dode’ avocado-bomen komt weer tot leven. Over een jaar of twee, drie zullen ze weer vruchten gaan dragen. Dat is belangrijk voor ons: avocado’s leveren iets van een opbrengst op; Alle overige vruchten eigenlijk niet. Onze avocadobomen van het ‘hoge’ soort, dragen alleen nog maar bloemen, geen bladeren. Teunis maakte zich hier wat zorgen over. Als bomen geen bladeren aanmaken wordt het met de vruchten ook niks. Kakien is echter stellig. Niks aan de hand. Dat hoort zo bij deze soort. De  bladeren komen nog. De bomen hebben warmte nodig. En water. Vamos a ver.

Een van onze lievelingsbomen is De Olijfboom. We hebben er maar een van op het moment. Dit jaar zit de boom vol met vruchten. Miguel onze bovenbuurman maakt ons er lekker mee.  Eind augustus kunnen we plukken volgens hem en dan moeten we ze eten met knoflook. Uhmm. In augstus zijn we gewoon in Nederland. We moeten het knoflookolijvenfeest een jaartje uitstellen, vrees ik, helaas. Van Miguel leerden we ook dat we olijftakken kunnen afknippen en in de grond kunnen steken om nieuwe olijfbomen te krijgen. Ik denk dat we dat gaan proberen. Ruud en ik willen nog wel een paar van die bomen op ons terrein. En als experiment is het een leuk plan. Ook de olijfboom moet in het najaar flink worden terug gesnoeid, zo hebben we begrepen.

 

 

Langzamerhand leren we het terrein steeds beter kennen. Er begint zich in ons hoofd een idee te vormen wat we allemaal willen gaan doen om het terrein te verbeteren en mooier te maken. Want dat is wel nodig. We vinden het nog steeds een verwaarloosd stuk land om te zien, zeker als je alles van bovenaf bekijkt, vanaf het erf van Miguel. Ook leren we door gesprekken met Kakien en Miguel al een beetje wat er allemaal mogelijk is en wat juist niet handig is om te doen. In bedekte termen krijgt de vorige eigenaar behoorlijk wat kritiek voor zijn kiezen. Hij heeft er als boer niet veel van gebakken. Kenmerkend voor de omgangsvormen is dat dit nooit rechtstreeks, maar altijd op een indirecte manier, wordt gebracht.  Met een ingehouden grijns. Antonio heeft andere kwaliteiten. Ik heb overigens het idee dat op La Palma iedereen verstand van ‘boeren’ heeft, ongeveer vergelijkbaar met het aantal bondscoaches in Nederland als we weer eens met het WK voetbal mee zouden doen. Wat een treurige zomer is dit!

Ruud en ik moeten nog verschrikkelijk veel leren, maar het is toch eigenlijk wel erg leuk om beetje bij beetje steeds meer te weten te komen over wat je allemaal kunt doen of moet doen als je een boomgaard op La Palma bezit. We verheugen ons er erg op om hier straks vrijwel dagelijks mee bezig te kunnen zijn, er iets moois van te maken, en er ook een (beetje) geld mee te gaan verdienen op termijn. Dan worden deze kantoormannetjes zo maar deeltijdboer! Keuterdeeltijdboertjes, dat dan weer wel. Mijn vader zou trots op me zijn geweest 🙂

 

 

Het was niet altijd heel erg mooi weer tijdens ons verblijf op La Palma. Soms was het bewolkt en nevelig.  Maar ook op een sombere dag,  voelden we ons thuis op de finca. Ook in het dorp Puntagorda trouwens. Echt koud was het nooit. Wolken die over zee langs komen drijven zijn erg mooi om naar te kijken.

 

 

Alleen op het onderste terras aan de zuidelijke kant van de finca zijn de bomen definitief dood. Zie voorlaatste foto hierboven. Op deze plek was het irrigatiesysteem ernstig kapot en afgedicht. Het langdurig gebrek aan water is de bomen fataal geworden. Op deze plek zullen we waarschijnlijk nieuwe avocadobomen gaan planten, zodra de grondwerkzaamheden voor de huizen zijn afgerond. Er is ruimte voor zo’n vijftien tot twintig bomen.

Op de laatste foto zie je venkel. Ik vind venkel een prachtige plant om te zien. Als je de stengel openbreekt, ruik je anijs. De planten worden vaak hoger dan manshoog. Kakien vindt dat het hier om een plaag gaat. En inderdaad: je ziet de venkel echt overal opschieten en op die plekken wordt al het andere dat groeien kan verdrongen. De venkel zuipt water volgens Kakien en water is schaars en voor de bomen bedoeld. De venkel moet dus met wortel en tak worden uitgeroeid. Iets wat er mooi uit ziet, kan soms toch een probleem zijn.

El Naranjal

Elf dagen zijn we nu op La Palma, en pas op de avond voor vertrek naar NL lukt het om tijd te vinden en eens een blog te posten…  We hebben het hier weer goed naar ons zin en we hebben het ook best wel een beetje druk (op een meestal leuke manier).

 

In de afgelopen anderhalve week hebben we weer veel mensen gesproken en een belangrijke mijlpaal bereikt: afgelopen vrijdag hebben we het ‘proyecto basico’ ingediend bij de gemeente Puntagorda. We hebben besloten om in eerste instantie geen drie maar twee vakantiehuizen te bouwen, naast het grotere huis waar we zelf zullen verblijven, als we niet in Nederland zijn. In de vergunningsaanvraag laten we de optie open om binnen enkele jaren een vierde huis te bouwen. Dat presenteren we als ‘fase 2’ van het bouwproject. Zo houden we alle opties open. We hebben ook min of meer de exacte locaties van de huizen vastgesteld. De abstracte plannen worden zo steeds concreter. We kunnen niet wachten tot dat de eerste schop de grond in gaat, maar dit zal nog wel even duren. Zo moet er nog een huis in NL worden verkocht…  Tot op heden lopen we op La Palma echter precies op schema, en dat betekent dat alles hier veel sneller gaat dan dat we hadden ingeschat.

 

Met het weer op het eiland hebben we het niet zo heel erg getroffen deze periode.  Het was alweer koud voor de tijd van het jaar en op 700m hoogte, de hoogte van de dorpen, was het  vaak bewolkt en nevelig. Gelukkig hebben we daar niet echt last van gehad. Ten eerste ligt onze finca zo’n 150 meter lager en dat hoogteverschil maakt vaak echt het verschil tussen ‘zonnig’ en ‘bewolkt’ of tussen ‘behaaglijk’ en ‘toch wat koud’. Ten tweede hebben we veel gewandeld op een nog lager niveau, waarbij we het af en toe ERG warm hebben gehad… We komen allebei met een bruine kop terug naar het vaderland.

 

Teunis hoefde deze keer niet zo veel te werken, als tijdens voorgaande periodes op het eiland. Daardoor hadden we meer tijd om wandelingen te maken en een mountainbiketocht te maken. Zo kreeg ons verblijf toch een beetje het karakter van een vakantie. Dit hadden we van te voren niet gedacht, en was daarom extra leuk. Hierover zal ik de komende weken nog wel wat blogposts schrijven.

We hebben kennis gemaakt met Miguel, een aannemer uit La Punta. We waren onder de indruk van de huizen die hij in het verleden heeft gebouwd en die hij ons liet zien. Bovendien een erg prettige man in de omgang. Vanaf september, als het definitieve proyecto beschikbaar is, zullen Ruud en ik serieus aan de slag moeten met het opvragen van offertes bij potentiële aannemers.

 

 

Hieronder zie je van beneden af de plek van ons toekomstige huis, het grote huis. De huidige cuarto de apero (mooie schuur, casco huisje) wordt met nog zo’n apero uitgebreid en verbouwd natuurlijk. Tussen de beide gebouwtjes in maken we een verbindingsgang en een patio, zodat we buiten in de zon, met uitzicht op zee, maar uit de soms hard waaiende noordenwind kunnen zitten. Nu zitten we af en toe op onze plastic tuinset onder de boom. Straks (over twee jaar?) op een veranda. Dat is in elk geval de bedoeling.

Op het terras van de Belg (restaurant/brouwerij Isla Verde) in La Punta hebben we deze week bedacht hoe we onze finca in de toekomst zullen gaan noemen. We hebben haar ‘El Naranjal’ gedoopt, wat sinaasappelboomgaard betekent. Wij vinden het wel klinken.

Onze huizen zullen alle drie de naam van een bloem krijgen, zo hebben we besloten. We weten alleen nog niet welke bloemen we hiervoor gaan kiezen.

 

 

Drie glazen per dag was geloof ik de slogan van Joris Driepinter. Zoveel zuma’s de naranja drinken we nog niet. Maar de sap van onze eigen sinaasappels smaakt wel heel erg lekker. En het voelt geweldig om elke dag weer een mandje vol te plukken. Nu alleen nog een mandje kopen.

We zijn er

We zijn weer terug. En het bevalt nog steeds. La Palma voelt als ‘ons eiland’. Dat is het natuurlijk niet. We zullen hier altijd ‘te gast’ zijn. Dat mag de pret niet drukken. We zijn opnieuw erg blij weer thuis te zijn.

 

De bomen op de finca staan er prima bij. Er wordt goed voor gezorgd door Kakien. En er is kennelijk weer water genoeg. Bomen die tot stompje stam waren gereduceerd door een gebrek aan water, lopen nu weer uit. Ruud en ik worden er wel vrolijk van. Het was grappig om te horen dat onze bovenbuurman, Miguel, het ook leuk vindt dat de finca weer langzaam tot leven komt. Hij maakte met ons een vandaag een uitgebreide tour en liet ons alle verschillende boomsoorten zien met allerlei aanwijzingen over hoe te enten, hoe te verplaatsen en wanneer te plukken.  Zo fijn, dat wij een buurman hebben die goed Engels spreekt…

Onze fruitmand is weer vol. Het voelt nog steeds goed en bijzonder om vanuit de eigen ‘tuin’ sinaasappels, perziken en citroenen te kunnen plukken. Het knoflookje komt overigens gewoon uit de Spar van Tijarafe. We hebben gezien dat de avocadobomen er een stuk beter bij staan dan vorig jaar om deze tijd. En onze olijfboom gaat in de herfst een heleboel olijven opleveren, volgens Miguel.

 

Vanuit de tuin van ons vakantiehuis in La Punta, zagen we vanavond de zon op deze manier ondergaan. Daar ga je echt wel even voor zitten. Zo  mooi! Het is stil. De lucht ruikt kruidig en de zon verdwijnt  in de oceaan.

 

We zijn hier om het proyecto basisco af te ronden zodat we het kunnen indienen bij de gemeente. Dat gaat lukken, denken we. Als het lukt om het proyecto in te dienen voordat we weer vertrekken naar NL, liggen we nog steeds op schema met het ‘grote plan’.  Het proyecto basico is de eerste stap in het verkrijgen van een bouwvergunning. Als het proyecto helemaal in kannen en kruiken is, ga ik er vast nog over posten.

Cumbrecita

De Cumbrecita is de laagste ‘top’ van de lage, zuidelijke kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Feitelijk is het een mooi uitzichtpunt in het dennebos, van waaruit je door de bomen heen een mooie inkijk hebt op de beboste bodem van de Caldeira en de steile, veel hoger reikende, kraterranden in het noorden, oosten en westen.

 

Vanaf de uitzichtpunten op de Cumbrecita starten een aantal korte wandelroutes die voornamelijk door het bos lopen en een stukje de krater in, en weer uit gaan. Meer informatie over deze routes vind je ter plekke op informatieborden en in het bezoekerscentrum van het natuurpark Caldeira de Taburiente dat vlakbij ligt, langs de weg richting El Paso.

In 2010 kozen wij  voor de langste en meest spectaculaire van deze wandelingetjes. We liepen in oostelijke richting over smalle bospaadjes, min of meer evenwijdig aan de kraterrand, alleen enkele tientallen meters lager. De paadjes waren soms echt smal met aan je rechterzijde (terugweg linkerzijde) een rotsmuur en aan je linkerzijde (terugweg rechterzijde) enkele tientallen meters helemaal niets, loodrecht naar beneden dus.

 

De route wijst zich van zelf. Er is maar 1 pad met weinig splitsingen. Je loopt voortdurend rechtdoor en beweegt mee met de slingers van het wandelpad.

Ik vond het een erg mooie wandeltocht. Ook deze wandeling deed mij een beetje aan de levada-wandelingen van Portugese eiland Madeira denken, die toen nog  redelijk ‘vers’ in mijn geheugen lagen. Je loopt  over hetzelfde type super smal pad, langs een helling met veel groen om je heen; alleen de levada’s (de irrigatiekanalen) die je op Madeira hebt, ontbreken hier.

Ruud vond de wandeling meteen al gevaarlijk, en daarom wat eng. Teunis wilde door. Maar misschien had Ruud toch wel gelijk. Op een paar punten was er door regenval een aardverschuiving geweest die het toch al smalle pad had weggeschoven. Op die plaatsen zat er niets anders op dan te klauteren langs de nog even diepe afgrond, en zorgen dat je geen steun zocht bij losse stenen. Ik kan me nog een betonnen trap herinneren waarvan zowel het begin als het einde geen aansluiting had met de rest van het pad, maar die je toch moest beklimmen om verder te kunnen wandelen. Geen foto van: we waren te druk met het nemen van deze hindernis.

Uiteindelijk kozen we er vlak na deze trap voor om bij een schuilhut de wandeling voortijdig af te breken en terug te gaan. De kloof aan mijn rechterzijde op de terugweg voelde opeens een stuk afschrikwekkender voor mij dan dat de kloof aan mijn linkerzijde op de heenweg had gevoeld. Dat zal iets met mijn super rechtszijdige orientatie te maken hebben gehad. Op de terugweg kneep ik hem dus ook een beetje, maar niet heel erg.

We deden ongeveer twee-en-een-half uur over deze lijnwandeling. Het pad volgt de hoogtelijnen van het landschap en klimt of daalt daardoor nauwelijks. Een mooie wandeling met mooie uitzichten op  de Wolk over de Cumbre Nueva en op de stijle hellingen van de Caldeira.

 

Inmiddels zijn er alweer acht jaar verstreken sinds wij deze wandeling ‘deden’.  Het zou daarom zo maar kunnen dat de autoriteiten het wandelpad inmiddels weer hebben hersteld, met veilige hekjes enzo, of dat de route definitief is afgesloten. Gaat het zien!

In elk geval deze wandeling niet lopen als het hard waait of als de paden glibberig zijn van de regen (ook niet als er nu hekjes zouden zijn geplaatst). Onder deze omstandigheden neem je echt te veel risico als je het pad gaat volgen. Maar als je midden in de zomer een beetje een adrealinekick zoekt, zonder daadwerkelijk gevaar te willen lopen: Doen!

Download