Droogdouchen en Pootje Baden

De bouw van het grote huis vordert nog steeds, maar het gaat allemaal wel een beetje langzaam op het moment, vinden wij. In de afgelopen week, die slechts vier werkdagen telde,  vanwege een nationale feestdag op vrijdag, waren de mannen van Óscar vooral druk aan het werk met zaken die niet zo zichtbaar zijn. Men maakte de laatste sierranden op het dak af. Jorge metselde in de nieuwe aanbouw de binnenmuur af tot aan de nok van het dak. Ook in het bestaande deel werd de binnenmuren hoger opgemetseld, maar nog niet tot aan het dak.

De woonkeuken in het nieuwbouw-gedeelte van het grote huis zag er afgelopen donderdagmiddag uit als op het plaatje hieronder. We merken dat de keuken een fijne, koele ruimte gaat worden. Het was heet deze week, ook in het nieuwe huis, maar níet in de toekomstige keuken. Geen ramen of directe buitenmuur op het zuiden, een goed isolerend dak en een uiterst handig geplaatste hoge dennenboom, vlak naast het huis. Dan krijg je dat.

 

Nu de binnenmuren in het bestaande deel van het grote huis ook wat hoger zijn, krijgen we een indruk van de omvang van de zitkamer of woonkamer of hoe je zo’n kamer ook noemt. Hier komen als alles klaar is twee banken en een tv-scherm te staan. We wonen in de keuken. Op de foto zie je ongeveer de helft van de kamer. Er komt nog een grote openslaande deur met glas op de witte muur, met een breedte van ongeveer twee keer het raam dat er nu al aanwezig is (en dan helemaal tot aan de vloer, uiteraard).

 

We krijgen ook een eerste indruk van de badkamer in het nieuwe huis. Groot genoeg, gelukkig. Het model dat we ooit maakten, klopt dus. In de categorie luchtgitaarspelen, virtueel voetballen, droomdenken en nepnestelen zie je op de foto hieronder  Ruud aan het droogdouchen. Zonder ellebogen te stoten!

 

 

De vensterbanken werden bezorgd..

 

..en bevestigd. Op La Palma plaats je vensterbanken aan de buitenzijde van het raam. Ook werden de metalen strips voor de toekomstige deuren bevestigd.

 

Bij de voortgang van de bouw van het huis blijft het steeds weer wachten op Fernando, de timmerman en de Grote Vertragende Factor. Zijn werkplanning houdt de boel een beetje op. De mannen van Óscar proberen zoveel mogelijk om de gevolgen van zijn voortdurende afwezigheid heen te werken.  Fernando moet voor het grote huis het dak van de verbindingsgang nog maken. Pas daarna kan men beginnen met het aanleggen van de elektra en de vloeren. En kan men de laatste dakpannen leggen.

Fernando heeft gelukkig al wel het hout voor het dak gebracht. Ruud heeft in z’n eentje al het hout bewerkt met insekten-werend middel en twee laklagen. De balken kon hij nog lakken in de apero.

 

Inmiddels is het schilderatelier op gezag van Jorge echter verplaatst naar de keuken.

 

Al het hout is klaar en gereed voor gebruik. Het wachten is nu op het gezegende moment waarop het de Timmerman behaagt om te beginnen met zijn werk aan het dak. Daar heeft hij flink (te) lang mee gewacht. En juist voor de komende week is DIT de weersverwachting.

 

 

Regen in juni! Bijzonder, zeer welkom op het eiland, maar echt níet handig voor de voortgang van het werk aan het huis. We maken ons er maar niet te druk over.

Het was heet in de afgelopen week met middagtemperaturen van rond de dertig graden. Vorige week zaterdag riep de minister-president van Spanje de toeristische sector op om zich te gaan voorbereiden op de herstart van het toeristenseizoen per 1 juli.

 

Gezagsgetrouw als we zijn hebben we aan deze oproep meteen gehoor gegeven. Het badje staat sinds het vorige weekend weer klaar 🙂

Tuinontwerp

Deze week was er  tijd om af en toe weer eens ouderwets te knutselen in Sketchup. Tijd voor een tuinontwerp; een ontwerp voor de tuin rondom het grote huis op de finca.

In augustus 2018 had ik al eens een ontwerp gemaakt voor de tuin, of eigenlijk voor de drie zuidelijke terrassen in de directe omgeving van het grote huis, dat we toen nog ‘de villa’ noemden. Dat ontwerp zag er zó uit.

 

Met de kennis, ervaringen en gewijzigde inzichten van anderhalf jaar later, gaat dit ontwerp de vuilnisbak in. Het zwembad bij het grote huis werd weg bezuinigd. De uitbreiding van de muur onder het grote huis bleek bouwtechnisch niet nodig en onderging het zelfde lot. Naast deze bezuiningingen vonden Ruud en ik het geheel ook net niet passend bij hoe we willen leven en welke sfeer we aan onze finca willen geven, voor ons zelf en voor onze toekomstige gasten. Tot slot bezuinigden we nog op het aantal vierkante meters aan te leggen terras.

 

De uitgangspunten voor het nieuwe ontwerp? Eén: We noemen ons zelf een ‘finca’ (een boerderijtje in het Spaans). Daar past geen sjieke tuin vol met fancy tierelantijnen en trendy palmbomen en andere Canarische ‘vakantie-vegetatie’ bij. Niet als hoofdmoot van het ontwerp, tenminste.  We willen een ‘boerentuin’. Twee: We moeten het kunnen betalen. Drie: Niet al teveel verschillende soorten bomen en struiken. Herhaling van een paar mooie soorten maakt dat het geheel rust en harmonie uitstraalt. De variatie komt wel door te zijnertijd kleinere planten en bloemen te planten. Vier: zeker in het begin geen uitbreide bloemenperken. We hebben helemaal geen tijd voor het onderhoud! En een tuinman gaan we écht niet doen…

We doen een rondleiding door het nieuwe ontwerp. Op het plaatje hieronder zie je de toegang naar het grote huis, als je vanuit het dorp komt aanrijden over de Camino de Pinto. Aan de wegkant willen we een houten hek van ronde palen op de muur plaatsen. Groot vraagteken is nog hoeveel zoiets kost en waar je op La Palma hout kunt kopen. (We missen de Gamma, echt waar…).

 

Hier zie je de oprit en het terreinstuk tussen de voorgevel van het grote huis en het hoge gevangenishek van onze achterbuurvrouw. We gaan mangobomen voor dat hek zetten. Mangobomen dragen het hele jaar blad en zien er mooi uit. Daarnaast kunnen we wel wat met mango’s. Een tip van Jorge is om geen mangobomen maar mangAbomen te planten. Die schijnen het hele jaar door vrucht te dragen. Misschien een idee, zoeken we nog uit.

De roze struiken zijn bougainvillea-struiken. Die zijn ook het hele jaar groen. Daarbij een groot deel van het jaar bloeiend. En ze hebben weinig water nodig.

De boom achter de bougainvillea’s is een olijfboom (nadat hij een aantal jaren heeft kunnen groeien – dat geldt voor alles uiteraard). Ook olijfbomen hebben niet heel erg veel water nodig.

 

Hieronder zie je de oprit vanaf de voordeur gezien. ‘KomtVastGauw’ krijgt een parkeerplaatsje vóór het huis.

 

Als je vanaf de voordeur door loopt naar de achterdeur kom je uit op de patio. Hier kunnen we bij mooi, maar winderig, weer toch lekker buiten zitten, ondanks dat het waait. Op La Palma waait het vaak best hard als het mooi weer is.

 

Verder lopend vanuit de patio naar de veranda aan de oceaanzijde van het grote huis, kom je uit aan de voet van de trap die naar het ondergelegen terras leidt. Het is nog even de vraag of het mogelijk is om de trap zonder U-bocht te kunnen aanleggen en zo een hoogte van ca drie meter te kunnen overbruggen. Als dit mogelijk is, heeft het wel onze voorkeur.

 

Want. Dan ontstaat er links van de trap ruimte voor een soort van klein balkon of een uitzichtpunt. Dit wordt dan direct het meest centrale punt van de tuin. Vanaf het balkon kan je alles overzien.

 

Op het plaatje hieronder zie je de straatzijde van de tuin, naast het grote huis. De bougainvillea-struiken en de olijfboom zorgen voor privacy op de veranda. De helling van de weg  ten opzichte van ons terrein maakt het voor iemand die in de auto ons huis passeert sowieso onmogelijk om te bekijken hoe wij ons vermaken op de veranda. Dat is zelfs niet mogelijk als de stille gluurder in een vrachtwagen voorbij komt. Maar boom en hoge struiken zorgen ervoor dat je je ook niet bekeken vóélt, als je op het terras van de veranda zit.

 

Zó ziet de veranda eruit vanaf het zuidelijke uiteinde (de wegkant) gezien. Het bankje is helaas nog steeds gejat, en zullen we opnieuw moeten kopen.

 

Vanaf het noordelijke uiteinde (fincakant) ziet het terras van de veranda er uit zoals hieronder te zien is.

 

Vanaf de veranda lopen we de trap af naar beneden. Rechts zien we het zonneterras en de waslijnpalen. Links zien we de fruitbomen die onze tuin afschermen van de weg. Op de foto staan citroenbomen afgebeeld. Teunis vindt citroenbomen mooi, ook al omdat deze bomen het hele jaar door vrucht dragen. Ruud wil hier graag ortanique-bomen planten. Ortanique-vruchten zijn een kruising tussen een sinaasappel en een mandarijn. Je kunt ze tegen een redelijke prijs verkopen (in tegenstelling tot citroenen). En ook deze bomen dragen het hele jaar door vrucht en bieden, eenmaal uitgegroeid, voldoende privacy. Bovendien smaakt Ortaniquesap uitstekend terwijl wij citroenen eigenlijk alleen maar gebruiken als sluitstuk op flesjes coronabier.

 

Als je op het zonneterras zit, en je kijkt naar het grote huis, dan ziet dat er uit als op het plaatje hieronder. De struiken rondom het terras zijn oleanders. Ze bieden privacy tegen blikken vanaf het balkon van het vakantiehuis van onze achterbuurvrouw en vormen een extra ‘groenscherm’ om niet vanaf de weg gezien te worden als je rustig wil zitten. Als iemand in de auto over de Camino de Pinto langs rijdt, heeft hij of zij vrij zicht op dit deel van de tuin. Deze zichtlijn moet dus worden geblokkeerd. Dat doen we met losse bomen en struiken, zonder heg of schutting. Het zonneterras is ook een goede plek voor Ruud om zijn telescoop op te zetten. Maar daarvoor zijn er verder weg van het grote huis meer geschikte locaties op ons terrein, met meer ‘zichtvrije hemel’.

 

Dit zie je als je vanuit de uiterste hoek van de tuin, aan de fincakant, terug kijkt naar het grote huis.

 

En dit zie je als vanuit de uiterste hoek van de tuin aan de wegkant naar het huis kijkt.

 

Het is nu zaak om te kijken hoeveel geld dit alles gaat kosten en of we alles in één keer kunnen aanleggen, komend najaar, of dat we het in etappes gaan doen.  Maar het helpt om alvast een plan te hebben gemaakt. En als je een plan hebt, is het ook een stuk eenvoudiger om dat plan weer te veranderen en aan te passen als dit nodig is. Ook hier geldt weer: we gaan zien wat ‘t wordt.

Overigens, zou het zo maar kunnen dat we ons huis toch geen kleurtje gaan geven, maar ‘gewoon’ wit pleisteren aan de buitenkant. Die kleur past namelijk best goed  in ons tuinontwerp…  Nog zoveel keuzes om te maken…

Tajinaste

Zaterdagmiddag. We zouden gaan wandelen vandaag. Maar het was te warm voor de lange wandeltocht die we in ons hoofd hadden en de zaterdagochtend was onverwacht op gegaan aan andere dingen. We besloten met de auto ‘naar boven’ te rijden, richting de observatoria en de Roque de Los Muchachos. We zouden gaan kijken naar de bloeiende Tajinastes.

Het is nog steeds Coronatijd op het eiland. We hadden de weg en de bergen voor ons zelf. Geen toerist te bekennen. Behalve wij dan. Het was fijn om hier weer te kunnen zijn.

 

De Tajinasteplant groeit alleen op La Palma en op Tenerife. Op Tenerife zijn de bloemen van de plant rood-rose. Op La Palma hebben de bloemen een paars-rose kleur. De plant groeit uitsluitend op een hoogte van rond de 2.100 meter. De Tajinaste bloeit van half mei tot half juni. Na de bloei sterft de plant af en blijft er een treurig ogende bruine pilaar over. Maar vandaag stonden de planten massaal in bloei! Eén en al vrolijkheid.

Vlak onder het nieuw gebouwde bezoekerscentrum bij de observatoria heeft men in 2010 twintig Tajinastes aangeplant. Nu, tien jaar later, is er een groot veld van meer dan 500 exemplaren ontstaan. Je zou zeggen: succes! De plant is uiterst zeldzaam, dus nog een paar van die uitzaaiplekken maken. Er is ruimte genoeg in de bergen. Maar kennelijk is er iets dat de beheerders van het nationale park er van weerhoudt om het experiment op andere plekken te herhalen. Wel jammer. Er is ruimte genoeg lijkt me en zoveel bloemen bij elkaar in bloei is echt prachtig om te zien.

Het bezoekerscentrum dat meer dan twintig miljoen euro heeft gekost en ons oorspronkelijke La-Palma-Puntagorda-Volkssterrenwachtplan danig in de war schopte, staat overigens na de oplevering,  anderhalf jaar geleden,  nog steeds leeg. Het dak schijnt te lekken en de betrokken partijen steggelen over de schuldvraag en de kosten. Ook moet men nog nadenken over wat men precies kan laten zien en doen in het museum. Zo’n zonde! Maar het komt vast goed allemaal, uiteindelijk. Als het zover is, laat ik het weten. Ruud en ik zullen vast en zeker één van de eerste bezoekers zijn.

 

Download file: Tajinaste.gpx

 

Natuurlijk wilden we na het bezoek aan het  Tajinaste-veld ook even rondkijken op het plateau van de Roque de Los Muchachos. Maar bij de toegangsweg stond er weer eens een Guardia Civil ons allen te beschermen tegen Het Virus. In volstrekte eenzaamheid, in de brandende zon. Wat een rotbaan vandaag. Vanaf komende maandag schuiven we op La Palma door van fase1 naar fase2 in het proces van de ‘De-escalación’, de normalisering. Als het goed is zijn de zotte afsluitingen van verlate plekken die ooit toeristische trekpleisters waren dan voorbij.

Maar er was nog genoeg anders moois te zien. We volgden met de auto de Caldeiraweg naar het oosten. Prachtige uitzichten en mooi bloeiende bloemen. In een volledig door mensen verlaten landschap. Helemaal, zoals we het graag hebben.

 

Op deze plek kan je altijd zo prachtig mooi langs twee kanten de diepte inkijken. Op de foto’s komt het maar half over. Ik vind het geweldig om hier naar de trage glijvluchten van de kraaien te kijken en te volgen hoe de zwarte vogels vanaf ‘jouw hoogte’ in een langzame spiraalbeweging soms wel meer dan een kilometer naar beneden cirkelen, of juist weer naar omhoog komen zweven.

 

Het eindpunt van onze auto-uitstap-fotomaken-instap-verdermetdeauto-rondkuierrit was het monument dat in de jaren tachtig werd opgericht ter ere van de officiële opening van het observatoria-park bij de Roque de Los Muchachos. We komen hier al sinds 2007 en in al die jaren zagen we het markante kunstwerk alleen van uit de verre verte in het landschap liggen. Oorspronkelijk was het de bedoeling van de maker dat het monument omringd zou zijn door een stuk of tien vlaggen van denkbeeldige buitenaardse werelden. Maar die vlaggenmasten zijn inmiddels gesneuveld. Niet praktisch gedacht ook, natuurlijk, die vlaggenmasten. Moet iemand dagelijks twee keer de berg op en afrijden om de vlaggen te hijsen en weer te strijken. Da’s niet te doen toch?

Als je alleen met z’n twee bent is het observatorium-monument een leuke plek om even bij rond te dwalen en van de stilte en het landschap te genieten. Ik vind het metalen object ook wel mooi op de plek waar het staat. Het is heel groot als je er vlakbij bent en tegelijkertijd is het kolossale kunstwerk toch maar een heel klein, nietig dingetje in het onmetelijke, kale landschap. Dat vind ik een mooie tegenstelling. Dat zoiets uiterst kunstmatigs tóch een eenheid vormt met de natuur. Maar zoiets is een kwestie van smaak, natuurlijk.

 

Vanaf het monument is het een klein uurtje rijden terug naar Puntagorda. Na een middag als vanmiddag weten we weer waarom we zo graag op dit eilandje willen wonen. Je vergeet het soms in de drukte van alledag. Tajinaste en zweefvliegende kraaien kijken. Met als toetje een bezoekje aan een vreemd metalen object in the middle of nowhere, waar je fijn kunt fantaseren over buitenaards leven en hoe dat er dan uit zou zien en of het wel of niet fijn zou zijn om met zo’n extraterrestiale beschaving in contact te komen. We hadden weer een leuke zaterdagmiddag.

 

Download file: Infinito.gpx

‘Dakpannenfase’

Dakpannen leggen is een tijdrovende klus, kennelijk. Na het zeer voortvarende tempo waarin de bouw van onze huizen begon, is de snelheid van het bouwproces er toch wel een klein beetje uit gegaan in de ‘dakpannenfase’. We zijn nu twee weken verder sinds het vorige blog over het dak en de pannen zijn nog altijd niet allemaal gelegd. Wel bijna, overigens. Alleen de sierranden op het dak ontbreken nu nog.

 

Het grote huis ziet er inmiddels al wel uit als een ‘echt huis’. Dat is een mooi gevoel. Óscar houdt vol dat de planning blijft staan en dat het grote huis begin augustus opgeleverd zal worden. Volgende week wordt de afwerking van het dak afgerond en zullen de binnenmuren worden afgemetseld, zo is het plan. Ook de waterleidingen zullen dan worden aangelegd. Als God en Fernando het willen, kunnen Ruud en ik in de loop van volgende week starten met het lakken van het hout voor het dakje dat over het halletje moet komen. Direct daar achteraan volgt volgens Óscar dan ook het hout voor het dak van het eerste kleine huis. Á ver, zeggen  ze hier. We wachten het rustig af.

Hieronder zie je uitgebreid overleg in beeld over hoe de waterafvoer van de drie verschillende daken van het grote huis vorm moet krijgen. Dat is een lastig op te lossen probleem, maar de heren zijn er uitgekomen, gisteren.

 

Gisterenmiddag zag de ‘dakpannensituatie’ van het grote huis er als volgt uit. Ruud en ik zijn er best blij mee.

 

Deze week werden we ook blij op een ander front. Na een hoop heen en weer gepraat is er min of meer duidelijkheid over wie er schuld heeft aan het feit dat de omvang van ons terrein niet goed is geregistreerd in de ‘Escritura’, een soort van kadaster. En vooral ook wie de notaris gaat betalen om ervoor te zorgen dat deze omissie verholpen wordt. De vorige eigenaar van ons terrein vindt dat de notaris zelf een steek heeft laten vallen, en anders wel ‘zijn’ verkoopmakelaar. Hij weigert de kosten van de herinschrijving te dragen, hoewel het koopcontract stelt dat de verkoper voor deze kosten aansprakelijk is. De verkoopmakelaar vindt op zijn beurt dat de vorige eigenaar blaam treft. De notaris in Los Llanos is van mening dat iedereen fouten heeft gemaakt, behalve hij zelf. Wij denken er het onze van, maar stellen ons op als consumenten die gewaarschuwd hadden moeten worden door de aanwezige professionals dat de stukken ten tijde van de aankoop nog niet op orde waren.  Dat laatste is niet gebeurd, en daar is iedereen het weer over eens. Uiteindelijk hebben de beide makelaars (onze aankoopmakelaar en de verkopend makelaar) besloten het overgrote deel van de kosten van de herinschrijving te voldoen. Wij passen een klein deel bij. De verkopend makelaar gaat het geld juridisch verhalen op de verkoper is ons verteld. Wij zijn tevreden met deze oplossing. We zijn tevreden met de rol die onze eigen makelaar speelde bij de oplossing van het probleem. We waren uiteraard veel minder tevreden over het feit dat alle professionele aanwezigen destijds tijdens het passeren van de verkoopakte niet hebben opgemerkt dat de stukken nog niet volledig correct waren afgehandeld. Hun financiële compensatie vinden we dan ook meer dan terecht. Het tweede goede nieuws is dat de Caixabank kennelijk afziet van een volledige herbeoordeling van onze hypotheekaanvraag, als we maar opschieten met die aanvraag. Het klonk een beetje als: ‘Willen jullie nou alsjeblieft eens dat geld bij ons komen lenen?’ Nou, dat komt goed nu. Nog drie maanden wachten, tot dat de wijziging van de Escritura door de bevoegde instanties is verwerkt en dan komen we bij het filiaal in Tazacorte onze hand ophouden en zal de langstlopende hypotheekaanvraag allertijden kunnen worden afgerond. We zijn al sinds zomer 2017 met die aanvraag bezig.  Op La Palma komt alles uiteindelijk meestal wel goed. Grotendeels. Als je maar geduld hebt en op voorwaarde dat je in omstandigheden verkeert waarin je geduld kunt hebben.

Terwijl de mannen van Óscar dakpannen sjouwden en stapelden, ging Ruud de afgelopen week verder met zijn snoei-de-dennenbomen-klus. Hij heeft wel een meesterwerkje afgeleverd. De ingang voor de gasten ziet er nu uit als op een plaatje. En. Het tweede kleine vakantiehuis, dat veel lager op het terrein komt te liggen,  heeft zelfs een begin van direct oceaanzicht gekregen door de acties van Ruud (middelste foto hieronder).  We zijn overigens nog niet helemaal klaar met dat uitzicht over de zee.  Poco a poco veranderen we het landschap rondom onze boomgaard. Gelukkig vinden onze directe buren ook dat het resultaat van ons werk-in-stilte een flinke verbetering is.

 

Zelf ben ik op mijn vrije vrijdag-na-hemelvaartsdag uitgebreid in de weer geweest met het maken van stekken. Nieuwe experimenten, die ik aandurf omdat het erop lijkt dat ik ‘de manier’ van stekken maken gevonden heb. Afwachten nu. Inmiddels staan er bij elkaar zo’n 75 stekken van aloës, drakenbomen, olijfbomen, vijgestruiken en bougainvilles wortel te schieten of blaadjes te verzamelen in een beschutte omgeving of te harden in de buitenlucht op de veranda van het Boeddhahuis. De eerdere stekken die ik heb ingeplant op de probeerhelling in de boomgaard slaan vrijwel allemaal goed aan en beginnen te groeien. Nu het slagingspercentage van al het gestek langzaam stijgt van 0,5% naar zeg 60%, begin ik er weer schik in te krijgen.

 

Met mondmaskertjes op brachten Ruud en ik afgelopen donderdag een bezoek aan het grootste tuincentrum hier op het eiland.  We zagen daar een prima aanbod van bloeiende planten, struiken en fruitbomen voor een redelijke prijs. Dus ook van daaruit zullen we over een paar maanden het nodige bij elkaar gaan sprokkelen. Dat tuincentrum ligt wel op meer dan een uur rijden van ons huis. Alleen daarom al zullen we qua ‘groenvoorziening’ moeten proberen om grotendeels zelfvoorzienend te zijn. Ik ben van plan een soort van kas of een aantal kweekbakken te gaan maken op de finca. Dat wordt mijn project en daar mag Ruud zich niet mee bemoeien, ook al is hij veel handiger dan ik en heb ik twee linker handen als het op klussen aankomt. Ruud mag adviseren. Ik ga het doen. Is het plan.

Een Surrealistische Picknick

Sinds afgelopen maandag is het ‘fase1’ op La Palma, de tweede fase in het Spaanse systeem van terugkeer uit de corona-winterslaap. We mogen ons huis weer uit wanneer we dat willen en we mogen gaan en staan waar we willen, mits we maar op het eiland blijven.

Gisteren, zaterdag, begon fase1 voor Ruud en mij. We trokken de wijde wereld in. Het was weekend. Het weer was wat somber in Puntagorda, en het was een beetje koud ook. We besloten te doen alsof we op vakantie waren; als we op vakantie zijn in Puntagorda, en het is bewolkt en koud, dan gaan we naar het zuidwesten van het eiland. Daar is het dan aan de kust meestal net een klein beetje zonniger en in elk geval een stuk warmer. Zo was het ook vandaag.

 

Als de Spaanse regering voor een bepaald gebied ‘fase1’ afkondigt, betekent dit dat restaurants in dat gebied hun terrassen weer mogen openen, met 50% van de tafeltjes bezet. (of was het nou 30%? ik verzuip soms in de details van alle regels en richtlijnen hier). Ruud en ik hadden er niet zo heel veel fiducie in dat het voor restauranthouders rendabel zou zijn om onder die voorwaarde de boel weer open te doen. We zouden daarom gaan picknicken. Broodje met Mojo (zonder de schaaltjes van op de foto) op het strand van Los Guirres.

Helaas. Aangekomen bij het volstrekt verlaten strand werden we staande gehouden door twee uiterst vriendelijke en met mondmaskers uitgeruste agenten. Het werd ons vanwege corona niet toegestaan om op een volstrekt leeg strand een broodje te eten. ‘Alle stranden zijn dicht’, werd ons verteld. We moesten maar iets gaan eten op de nabij gelegen boulevard van Puerto Naos, aldus de  agenten. Samenvattend: Om besmetting met het corona-virus te voorkomen ga je op instructie van de autoriteiten niet naar een leeg strand, maar verzamel je je met anderen op een drukke boulevard, omdat het daar veiliger is. Doe mij maar zo’n zogenaamde ‘intelligente lock-down’, waarbij je zelf mag nadenken en de overheid pas ingrijpt als er te weinig wordt nagedacht. Maar dit is Spanje. Nederland ligt ruim vier duizend kilometer verderop naar het noorden. En daar zal er ook wel van alles aan te merken zijn op hoe overheden omgaan met Het Virus. Het blijft improviseren, natuurlijk, zo’n virus.

 

Zo kon het gebeuren dat Ruud en Teunis op zaterdagmiddag op een bankje, op een overigens verder uitgestorven boulevard van het toeristenplaatsje Puerto Naos, gezellig met z’n twee broodjes met mojosaus aten, met een frisdrankje erbij. We hadden zo’n beetje de hele boulevard voor ons zelf. Er was welgeteld één terras met zes tafeltjes open. Onze broodjes-met-mojo waren echter veel lekkerder dan hetgeen men daar aanbood en serveerde. We kozen dus voor het bankje. Een beetje surrealistisch was het allemaal wel. Maar we zijn altijd best goed geweest om het met z’n twee gezellig te maken, waar het in eerste instantie niet zo gezellig is. We hadden er dus wel schik in. Om heel eerlijk te zijn voelde het voor mij ook wel een beetje als een feest om eindelijk weer even buiten het dorp te zijn. De wereld was in de afgelopen twee maanden ongemerkt wel heel erg klein geworden. Dan is zelfs de lege boulevard van Puerto Naos een fijne plek.

Eerder op de dag hadden we op de heenweg  bij de brouwerij van Isla Verde, ‘De Belg’ voor ons, al iemand met een tafeltje zien sjouwen. Zou het dan toch?

 

Ja, het zal dan toch! Het terras van de Belg is sinds dit weekend weer open. Even gezellig als altijd. De biertjes en het eten zijn er overheerlijk. De serveersters super aardig. We mochten aanschuiven aan een tafeltje dat eigenlijk gereserveerd was. Da’s niet voor het eerst, trouwens, we voelen ons vereerd. Eenmaal aan het tafeltje, kreeg ik even een heel erg onbestemd gevoel over me. Ik was het niet meer gewend om met zoveel mensen bij elkaar te zijn en vond het voor een minuut of vijf een beetje ‘verwarrend’ en ‘eng’. Gelukkig went het normale leven weer snel, en verdween het wat onverwacht angstige gevoel weer voordat het vervelend werd. Nog nooit eerder gehad, zoiets. Het was een vreemde ervaring.

 

De Picara’s smaakten als vanouds. En ook de croquetas de pollo met chutney waren weer niet te versmaden. Onze pizzaman in Puntagorda is weer open. Vandaag ontdekten we dat ook onze favoriete Belg de deuren niet voor goed gaat sluiten, vanwege een corona-faillissement. Onze week kan niet meer stuk. Beetje bij beetje keert ons normale leventje weer terug. Daar zijn we blij mee!

Voor wie in de buurt woont en ook naar de Belg zou willen: het is voorlopig eigenlijk wel de bedoeling dat je eerst even reserveert per telefoon.

Metamorfose

Ruud is in de afgelopen dagen druk in de weer geweest met handzaag en motorzaag. Hij nam de dennenbomen bij de achteringang van onze boomgaard, ooit de toekomstige hoofdingang voor onze gasten, aan de Camino de la Capilla flink onder handen. De bomen en het oprijlaantje  ondergingen een kleine metamorfose.

Het betonweggetje waarover je ons terrein oprijdt, zag er nog niet zo heel erg lang geleden ongeveer zó uit.

 

Vanavond zag het weggetje er zó uit.

 

Wij vinden het een verbetering.

Stapelen voor Gevorderden

We hebben weer een klein mijlpaaltje binnen het Grote Plan bereikt vandaag. Via deze leverancier op Tenerife…

 

…vervoerd naar twee eilandjes verderop met een autootje als hieronder,…

 

…via deze ferry,…

 

…en dan nog weer een stukje over de weg, vanuit de haven van Santa Cruz eerst naar het centrale magazijn in Breña, en vervolgens een dag later helemaal naar Puntagorda, aan de andere kant van het eiland,…

 

…kwamen deze dozen aan in het Boeddhahuis. O ja, geheel volgens Canarische zeden en gebruiken werden we tien minuten van te voren gebeld dat men er aan kwam. En of we er dan voor konden zorgen dat er iemand thuis zou zijn. Men vertrekt gewoon op de gok en ziet wel of het schip strandt. Er strandde geen schip vandaag. Het grote hek van ons huurhuis stond gewoon open om alles binnen te laten, toen men aan kwam rijden, en we stonden klaar om alles in ontvangst te nemen. Knarsentandend, want we hadden alle2 eigenlijk iets anders om handen. Op La Palma doen leveranciers altijd alsof klanten niet hoeven te werken om al die spullen te kunnen kopen.

 

Maar we zijn blij dat al het bestelde zo snel gearriveerd is. En dat het allemáál gearriveerd is. De apparatuur voor twee keukens en het badkamermeubel voor twee badkamers. Ikea-aanbiedingen kunnen we  niet meer laten lopen, nu de verwachte datum van de oplevering van het eerste huis naderbij kruipt. Dat dat zo is, dat we hier staan in de uitvoering van ons Grote La Palma Plan, dat voelt best goed.

Een tijdje geleden alweer, kochten we ook al met een flink kortingspercentage, bij het zelfde blauwgele bedrijf, waarvan het restaurant van het filiaal te Hengelo, Overijssel,  overheerlijke gehaktballetjes serveert die momenteel erg gemist worden door de schrijver van dit blog,  kochten we al drie boxsprings voor in de drie huizen. Die bedden konden we destijds zelf nog wel ophalen op het afhaalpunt aan de andere kant van het eiland. Paste net in onze caddy. Met de bestelling van vandaag, ging dat afhalen echt niet meer en was er bezorging nodig.

Inmiddels weten we wat stapelen is. We hebben nu een Ikea-zaal in het Boeddhahuis.

 

Eén kamertje verderop,  in de Kuiperzaal,  staan nog steeds onze dozen. We zijn al bijna vergeten welke spullen we mee brachten uit Nederland. Gelukkig hebben we er een lijstje van gemaakt. Ik ben er nog steeds trots op dat we echt nooit iets kwijt zijn geweest van de spullen die we destijds hebben ingepakt, dankzij dat lijstje.

 

En dan hebben we de container van Óscar nog, die volgepakt met teak houten meubels, en inmiddels ook tien binnendeuren, op het terrein van de finca staat geparkeerd.

 

Het wordt langzamerhand echt de hoogste tijd dat we alles kunnen gaan uitpakken, vinden we. Ik word af en toe flink ongeduldig. Ruud vindt dat ik dan maar een aftelklok op het blog moet plaatsen, om geduld te oefenen en voortgang in het wachten te zien. Maar zo’n aftelklok durf ik toch niet aan. Zo’n klok vind ik de goden verzoeken. Alle vertrouwen in Óscar hoor, maar zeker zijn van een datum… nee dat durf ik niet. We verzamelen en stapelen dus maar gewoon verder in blijde verwachting en afwachting van wat komen gaat. En we leven nog lang en gelukkig, in ons Boeddhahuis.

Dan was er vandaag nog een moeilijk momentje bij het stapelen van de dakpannen op onze finca. Vandaag mocht Tomás van Jorge de dubbele dakpannenrand aan de oostgevel van de aanbouw van het grote huis neerleggen. Zelf ging hij aan de slag met het verder omhoog metselen van de binnenmuren.

Maar dat dakpannen stapelen ging niet helemaal goed. Aan het einde van de middag werd de dakpannenrij door Jorge gewogen, gewogen en te licht bevonden. De dakpannen lagen volgens hem niet goed in het verlengde van de uralita’s. Verkeerd uitgemeten. Verkeerd gestapeld.  Te licht bevonden. Tomás kreeg de opdracht om de rij dakpannen weer te verwijderen. Even was de sfeer om te snijden. Jorge gaat het morgen zelf opnieuw doen. Een gevoelig momentje. Ruud was zo gemeen om het gevoelige momentje op de gevoelige plaat vast te leggen. Ook dit hoort erbij, als er gewerkt wordt.

 

Het leven van een metselaar gaat niet altijd over rozen. Ruud had een beetje met Tomás te doen. Maar Jorge heeft altijd gelijk. En daar huren we hem ook voor in, tenslotte.

Intussen in de Boomgaard (4)

De boomgaard, de boomgaard, de boomgaard. Ruud kan er soms niet van slapen. De boomgaard is overwegend zíjn werkterrein. En er is zoveel te doen, en vooral zoveel dat nog geleerd moet worden en dus onzeker maakt.

Feit is dat alles er, behoudens de plekken waar de huizen gebouwd worden, pico bello bij ligt. Er staan geen doodzieke bomen meer in de bongerd. Alle bomen die geel blad hadden door een tekort aan mest hebben nu groen blad, of in elk geval veel groener blad dan vorige jaar rond deze tijd. De nieuw geplante avocadostruiken van vorig najaar doen het overwegend goed. De meeste struiken groeien goed en gaan getooid met kerngezond donkergroen en -rood glimmend blad.

 

De serpeta is echter nog steeds niet helemaal verdwenen uit onze ‘huerta’. Er staan geen half kale citrusbomen meer in onze tuin. De bomen die er het ergst aan toe waren zijn op de stam terug gesnoeid. Op de oude stronken komt met grote snelheid nieuw blad op, zonder kleine serpetaatjes of ander ongedierte erop. De bomen die we niet wilden snoeien of die er minder ernstig aan toe waren, heeft Ruud met engelengeduld bijgeknipt. Op die terrassen is de serpeta op dit moment weg.

 

Maar elders is het rotbeestje aan een kleine come back bezig. En dat zit ons, maar vooral Ruud, mateloos dwars. Het is nu zaak om de parasiet er onder te krijgen door afwisselend elke paar weken de bomen te besproeien met verschillende soorten gif en aceito de verano. Dat is wat we nu proberen te doen. Maar het beestje blijft aan bladeren en takjes knagen en daardoor knaagt bij ons de onzekerheid. Doen we het wel goed? Waar komt de plaag opeens vandaan? Of was het ongedierte er altijd al, en herkennen we het pas sinds een paar maanden als een plaag? We denken dat dit laatste het geval is. We zijn gewaarschuwd. Hoewel zoiets bijna nooit nodig is, moeten we in het ergste geval straks alle sinaasappelbomen  gaan terugsnoeien naar de stam. Dat willen we natuurlijk niet. We moeten vertrouwen op de produkten van Bayer en trawanten. Zoiets voelt niet goed, maar het is even niet anders. Die beesten zien er ook gewoon vies uit op een foto, trouwens. Weg ermee!

 

De serpeta-dreiging is enige schaduw die soms over onze boomgaard valt. Verder is het eigenlijk vooral genieten op de zeven terrassen. Het grote onderhoud is voorbij. Ruud is bezig met gewoon onderhoud. Maaien. Mesten. Vruchten plukken,  die we verkopen, zelf opeten of weg geven.

 

We zien bijna elke avond de zon ondergaan in de oceaan,  achter de dennenbomen.  Dat was vooral heel erg fijn in de periode dat we hier allemaal huisarrest hadden. Wandelen mocht niet. Maar zitten op de stoep van onze Apero en kijken naar de oceaan, dat mocht wel.

 

Er liggen nog twee grote stapels met snoeihout in de weg. Die stapels liggen vooral mentaal in de weg. We weten dat Óscar ze kan en gaat afvoeren. Maar het duurt ons te lang. Die stapels moeten gewoon weg. Nu. Ik denk dat we binnenkort zelf iets gaan proberen te regelen. Ik las op een blog van iemand anders hier op La Palma dat je containers kunt laten komen, waarin dit soort afval tegen betaling wordt afgevoerd. Misschien moeten we zoiets maar gaan doen.

 

Er ligt nóg een stapel hout, bedoeld voor onze toekomstige houtkachels. Ruud heeft een klein beginnetje maakt met het verwerken van deze stapel. Er liggen nu twéé stapels toekomstig haardhout in de boomgaard. Maar er is nog tijd genoeg…

 

Het nieuw aangelegde avocadoterras langs de Camino de Pinto is onze stille trots. De planten staan er echt goed bij. Als we de planten vergelijken met de planten op andere landjes die ongeveer tegelijkertijd zijn ingeplant, dan scoren we een ‘dikke negen’.

 

Vorige week heeft Ruud de beschermkappen rondom de stammetjes verwijderd. De plastic kappen vielen uit elkaar door de kracht van de zon. Zonder kappen zien de plantjes er toch weer wat kwetsbaarder uit.

 

De nieuwe avocadoplanten op het hoge terras doen het vreemd genoeg een stuk slechter. Vooral de planten die we pal onder het huis van onze achterbuurvrouw hadden neer gezet hebben het relatief moeilijk.

 

Dat is jammer. Want dít was op termijn onze bedoeling. Dat er avocadobomen van onderstaande omvang zouden gaan groeien onder het balkon van de buurvrouw, zodat we onder/tussen de bomen door met wat meer privacy over ons terras zouden kunnen lopen.

 

Nou heb ik uit betrouwbare bron begrepen dat er onlangs iemand uit het dorp die wij redelijk goed kennen, kiwistruiken heeft geplant in zijn boomgaard. Als dat allemaal lukt met die kiwi’s, is dat voor ons ook een idee. Kiwi’s zijn kruipende struiken die je over een soort van pergola of draadconstructie moet leiden. Als er onder het balcon van de achterburen geen  bomen willen groeien, zouden we met kiwi-constructies alsnog onze privcay kunnen pakken. En. Kiwi’s zijn heel erg lekker. Succes Hans! Ruud en ik kijken weer eens belangstellend met je mee!

 

Valken. Er vliegen steeds weer valken over en in onze boomgaard. Prachtige beesten! Vind ik.

 

Het heeft regelmatig geregend in de afgelopen weken. Onze abrikozenbomen klommen direct in het blad, na de eerste regenachtige dag. Ook de mangos staan er fris en groen bij. Net als de rest van de finca, eigenlijk.

 

Nu de Grote Renovatie op haar einde loopt, begint de Wederopbouw. Niet alleen met betrekking tot de fruitbomen. Maar ook als het gaat om de verdere ‘aankleding’ van ons terrein. Ons terrein is groot en onze financiële middelen zijn toch enigszins beperkt. Na diverse min of meer mislukte experimenten hebben we nu dan toch langzaam maar zeker genoeg geleerd om met enig succes zelf plantjes te stekken. Het is de bedoeling dat we de hellingen op onze finca beetje bij beetje gaan beplanten met ‘tuinbeplanting’ die van nature groeit op het eiland. Aloë, vetplanten, rotsplanten. Je plukt ze weg uit de berm. Je geeft ze de tijd om in een kweekpotje wortels aan te maken. Je zet ze uit op een helling. Dat is het idee. We zijn begonnen. Het eerste begin is veelbelovend. Vijfenzestig plantjes gekweekt en gepoot. Nog twee duizend te gaan? Een jarenplan. Maar wel een leuk jarenplan.

 

Aan de kopse kant van het middelste terras aan de zuidkant op ons kavel staat langs de Camino de Pinto onze enige echte Drakenboom. Het is een jonkie. Maar hij doet het goed. Zeker nu hij af en toe een beetje water van ons krijgt. En. Over een tijdje krijgt hij gezelschap. Vanaf de route van de Las Tricias gidswandeling nam Ruud een paar maanden geleden een aantal Drakenboomzaden mee. Negen plantjes staan op de nominatie om te zijnertijd samen een miniscuul drakenboombosje te gaan vormen.

 

In de afgelopen week was het tijd om onze enige overgebleven durasno-boom leeg te plukken.  Durasno’s zijn een soort van kleine perziken. Vorig jaar hadden we onder licht dwingend advies van de vorige eigenaar van ons terrein nog een groot net om de durasnoboom gehangen. Ruud en ik vonden dat net eigenlijk geen gezicht, maar volgens Antonio was zo’n net de enige manier om vogels en ‘bichos’ bij de vruchten weg te houden. En nogmaals: het advies was licht dwingend.

Dit jaar deden we geen net, maar hadden we  ook geen bichos en wél rijpe vruchten. Een toevalstreffer? Of hebben we hiervan iets geleerd? Dat weten we volgend jaar rond deze tijd. In elk geval heb ik vorige week vijf durasnotaarten gescoord. En vanavond zag ik dat er nog een paar taarten aan de boom hangen, klaar om geplukt te worden.

 

Als je dit soort foto’s van je ‘tuin’ kunt maken, dan moet je verder niet zeuren over Corona of zo en al het nare en vervelende  dat hieruit voortkomt. Dan ben je gewoon een mazzelpik.

 

Zeuren doen we dan ook maar niet. We zijn nog altijd blij met ons hoekje onder de zon. Ook al ligt dat hoekje nu op een afgelegen eilandje, bijna aan het eind van de bewoonde wereld (vanuit Nederland gezien).

No. Es Feo.

Het is veel werk, zo’n Canarisch dak. In de anderhalve week die voorbij ging, sinds de vorige publicatie van ‘bouwvoortgangsfoto’s’  op het blog,  lijkt er niet heel erg veel voortgang te zijn geboekt. Maar er is toch wel degelijk flink doorgewerkt. Dagelijks met drie man. En af en toe een timmerman..

Jorge, Jaime en Tomás legden het isolatiemateriaal en de uralita’s op het dak. Daar hadden ze maar een dag voor nodig.

 

Maar daarna begon het priegelwerk, de dakpannen. De aanbouw van het grote huis krijgt een traditionele dubbele dakpannenrij. Het bestaande deel van het grote huis heeft zo’n dubbele rij namelijk ook en de beide delen moeten straks een eenheid gaan vormen. Zo’n dubbele dakpannenrij is ambachtelijk werk, een precisieklus. Er wordt gewerkt met mallen, waarin cement wordt gestort over de onderste rij dakpannen heen. Die mallen zijn nog zwaar om te tillen ook. Het is pannetje voor pannetje passen en meten. Met name Jorge heeft echt plezier in deze klus. Hij kan er zijn vakmanschap in kwijt. Het is inmiddels ook tot hem door gedrongen hoe we de patio in  ons ontwerp hebben bedacht. Hij vindt het wel een mooi ontwerp en  lijkt er echt schik in te krijgen om alles zo fraai mogelijk vorm te gaan geven.

 

Daar hebben wij, simpele opdrachtgevers, soms bar weinig inspraak in. Wij hebben immers geen verstand van ‘Canarische Traditie’. De bogen van onze patio? Die kunnen volgens Jorge en Óscar maar op één manier.  Het moet een ‘Carpanelboog’ worden. Zo hoort het. Al het andere is niet mooi. ‘No. Es feo’, kreeg Ruud op besliste toon  te horen op ons voorgestelde ontwerp van de bogen. ‘Nee, dat is lelijk’. ‘We doen het anders’. Ook Palmero’s kunnen soms heel direct zijn, hoewel we dat nog niet vaak hebben mee gemaakt. Die eigenschap van Óscar en Jorge kunnen we erg waarderen. Het praat een stuk gemakkelijker als de ander gewoon zegt wat hij er van denkt.

 

Het wordt dus een Carpanelboog. Fernando gaat de mallen maken. We zullen het scherp in de gaten gaan houden. Onderstaande schets kregen we via de whatsapp van Óscar.

 

Inmiddels weten we waarom de meeste Duitse inwoners van dit eiland van die enorme hekken rondom hun huizen plaatsen. Dat is om andere Duitsers buiten de deur te houden. Ruud en ik worden er helemaal moe van soms. Lopen we even fijn over ons nog hekloze terreintje te bekijken en te overleggen hoe alles gaat en  hoe we alles wat gebeuren moet gedaan zouden willen krijgen; komt er weer een duitstalige buurman over de vloer die ongevraagd uitgebreid de tijd neemt om zijn mening en ongevraagde adviezen over ons uit te storten. En het deugt vrijwel nooit, wat de Duitse ogen zien. Ik dacht altijd dat wij Nederlanders, zo’n betweterig volkje waren. Inmiddels weet ik waar het échte gidsland ligt. Wij willen ook zo’n hek. En we gaan onze honden op engeburenhappencursus sturen, als we op onze finca wonen. Dat wordt overigens nog een hele klus.

 

Langzaam maar zeker komt de datum dichterbij waarop Ruud en ik echt werk moeten gaan maken van de inrichting van het eerste huis. Afgelopen week deden we een grote investering. De Ikea van Tenerife had een superaanbieding, waarin keukenapparatuur en badkamermeubiliair met een korting van 15% de deur uitging. Vijftien procent van ‘veel’ is ‘best veel’. Die aanbieding op dit tijdstip konden we niet laten lopen. Wij hebben dus keukenapparatuur gekocht. En badkamermeubilair. Voor twee van de drie huizen. Tot dat we alles kunnen plaatsen, gaan we stapelen in ons Boeddhahuis. Ruimte genoeg.

Hieronder zie je onze keukenontwerpen. De bovenste afbeelding toont het ontwerp voor de keuken van het grote huis. Daaronder staat het ontwerp voor de kleine huizen.

 

En in alle huizen komt dít badkamermeubel te staan.

 

De binnenkozijnen voor de ramen zijn gearriveerd. Ruud laat hieronder zien wat de omvang van onze ramen gaat worden.

 

Heel geleidelijk ook moeten we ons druk gaan maken over de kleur die we aan de buitenmuren van de huizen gaan geven. Dat is een moeilijke beslissing. Op La Palma kan je met de kleur van je huis alle kanten op. Geen kleur is te gek. Alle kleuren van de regenboog zijn in gebruik.

Ruud en ik weten inmiddels door onze ervaringen in ons huurhuis dat we de buitenmuren niet ‘gewoon’ wit moeten maken. Het Boeddhahuis heeft witte buitenmuren. En hoewel we dat eigenlijk best mooi vinden worden we soms helemaal gestoord van die kleur als de zon er op schijnt. Dan hebben we sneeuwbrillen nodig. Het wit-in-de-felle-zomerzon schittert alle kanten op. Da’s niet prettig. Er moet een kleurtje in, om het zonlicht te verzachten voor de ogen. Maar welke kleur?

Iets geels?

 

Of iets groen-geels?

 

Of iets met oranje?

 

Of een kleurenteint vanuit het roze?

 

Terwijl we dit alles aan het doen en aan het overdenken zijn, staat de bouw van het tweede huis in ‘pauzestand’.  Met Óscar hebben we afgesproken dat eerst het grote huis wordt afgebouwd, zodat we de huur van het Boeddhahuis kunnen opzeggen. Er is tijd genoeg voor het tweede huis (en het derde huis). We verwachten echt dat het nog wel een vol jaar duurt voordat er weer iets van een toeristenstroom richting Canarische Eilanden op gang gaat komen.  Voorlopig is het nog steeds zo dat het niet-residenten niet is toegestaan om per vliegtuig (of op een andere manier) naar Spanje af te reizen. Je komt het land niet in. Als Ruud of ik onverhoopt terug moeten reizen naar Nederland (wat met twee overstappen vanuit La Palma weer mogelijk is), kunnen we niet terug. Want wij zijn geen residenten in Spanje. En dat willen we voorlopig nog niet worden ook. Het blijft lastig, in twee landen willen wonen in het tijdperk van Corona. Zelfs als die twee landen in één Europese Unie liggen. Dat hadden we van te voren  zo niet bedacht, natuurlijk. We zullen zien hoe het verder gaat.

 

Wat betreft die kleuren: Ruud en ik neigen op dit moment naar iets in het spectrum van ‘oranje’.  En dan een lichte kleur. Dat ziet er rond zonsondergang ongeveer zó uit:

 

 

Of zó, als we nog meer richting ‘wit’ gaan in onze keuze.

 

Er is nog een hoop om over na te denken.

Het Nieuwe Normaal.

Op La Palma, en in heel Spanje, zijn we op weg naar het ‘Nieuwe Normaal’.  Volgens de Spaanse regering gaan we deze nieuwe droomwereld in vier fasen bereiken en daar doen we in totaal acht weken over. Elke fase heeft zijn eigen vrolijke kleurtje gekregen. Nu maar hopen dat het Virus zich ook aan deze planning gaat houden.

Sinds afgelopen weekend zijn we op weg. We leven momenteel in ‘Fase Nul’. In Fase Nul mogen we weer naar buiten, zonder verplicht een hond uit te laten, een kind uit te laten, naar de supermarkt te gaan of te gaan werken. In grotere gemeenten hebben verschillende groepen mensen verschillende tijdslots op de dag toegewezen gekregen om naar buiten te kunnen gaan. Maar in kleine, dunbevolkte gemeenten, zoals Puntagorda, hoeven we ons gelukkig niet aan deze tijdbeperkingen te houden. Zolang we maar geen gemeentegrens overschrijden. Dat voelt heel erg fijn. De Grote Opsluiting is voorbij. Het voelt weer geweldig om simpelweg een wandelingetje te kunnen maken over een rotsig bospad of met de honden een rondje te kunnen lopen bij de finca als de zon onder gaat. Of langs de weg stekjes bij elkaar te kunnen scharrelen voor op de hellingen van onze boomgaard.

 

Maar voor ons begon Fase Nul toch pas echt op dinsdagavond. In Fase Nul mogen restaurants weer open om afhaalmaaltijden te leveren. Op dinsdagavond aten we na twee maanden onthouding weer de enige echte pizza van Ramon de  pizzaman van Flor de Lotus, hier uit het dorp.

 

Quattro Queso voor Ruud. Espicanas voor mij. Fles Traviesa erbij. Bijna helemaal zoals het zijn moet.

We misten alleen nog de traditionele afsluiting van een avondje pizzapuntagorda. Dat is het moment waarop we beiden ietwat aangeschoten, maar gelukkig  van de Traviesa, onder een prachtige sterrenhemel door het stille dorp naar huis lopen. Die wandelingetjes door de avondlucht zijn wat mij betreft ‘gouden momenten’. Afgelopen dinsdag liepen we  na afloop van de afhaalmaaltijd maar even de achtertuin van het Boeddhahuis in. En zagen we in de verte, tussen de palmbladeren door, de horizon nog nagloeien van de net gemiste zonsondergang. Eén voor één werden de sterrenbeelden zichtbaar. Venus stond hoog aan de hemel te stralen boven de donker wordende oceaan. Ook mooi…

 

Wat ons betreft gaat het Nieuwe Normaal heel erg veel lijken op het Oude Normaal. Daar gaan we ons best voordoen. En dat begint met ‘momenten pakken’ en ons bewust te zijn van hoe mooi de wereld eigenlijk is, als je de vrijheid hebt om te gaan en te staan waar je wil, in volle gezondheid.