Vijf Landschappen Wandeling

Gisteren (maandag) en vandaag (dinsdag) zijn vrije dagen voor Ruud en mij. We vonden dat we een wel een paar dagen ‘vrij’ hadden verdiend, en nu de ‘april-deadlines’ voorbij zijn, kon het ook.

Voor op de maandag hadden we een lange wandeling op het centrum van het eiland gepland. Ruud had de wandelroute vanachter de laptop bedacht met behulp van de Map-Out-app. Iets ‘nieuws’ voor ons dus, met als begin- en eindpunt de parkeerplaats van het Centro de Visitantes van het natuurpark ‘La Caldeira de Taburiente’.

Het weer zat niet mee. Bijna de gehele route regende het net niet of net wel. Even niet leuk, maar toen ik ontdekte dat dit weertype wel heel mooi ‘fotolicht’ veroorzaakte, besloten we om toch maar door te stappen. We maakten een prachtige wandeling. In het echt nog veel mooier en afwisselender, dan Ruud vanachter de laptop had bedacht. De wandeling kreeg van ons een naam: we noemen haar de ‘Vijf Landschappen Wandeling’.

Landschap1: Llano de las Cuevas. Vanaf de parkeerplaats achter het bezoekerscentrum loop je in de richting van de bus- en taxihalte (waar ik nog nooit een bus of taxi heb zien stoppen). Je gaat rechtsaf en direct na de afscheiding van de parkeerplaats weer rechts af, een klein paadje in. Zo loop je de Llano de las Cuevas op. Het weggetje is aan weerszijden door stenen muurtjes omgeven en voert je door een prachtig landschap met vergezichten alle kanten op. Als je mazzel hebt (helder weer, noordoostenwind) zie je over de bergkam waar naartoe je onderweg bent,  de beroemde Wolk van La Palma voor je uit. Dat ziet er zo uit. Vandaag hadden we pech. Het regende zacht. Zonder dat het koud was overigens. Geen wolk. Wel prachtig fotolicht. En overal nog voorjaarsbloemen.

 

Landschap2: Varens en Laurierbomen. De route voerde ons naar de plaats waar de oude oost-west-tunnel (nog steeds in gebruik als je met de auto  van oost naar west gaat op het eiland) de bergkam doorsnijdt. Zonder dat je het door hebt, voert het pad je naar een plek vlakbij de westelijke tunneluitgang, waar je via een klein voetgangstunneltje met gebogen hoofd onder de weg doorloopt. Om je heen is het weelderig groen. Van het verkeer merk je niet veel. Voorbij het tunneltje loop je over een smal pad door een klein regenwoud met varens en laurierbomen.

 

Landschap3: Bospaden door een woud van Canarische dennen. Vanaf het beginpunt ben je voortdurend heel geleidelijk aan het klimmen. Daar merk je bijna niets van. Maar aan het eind van het regenwoudgedeelte moet je een paar venijnig steile passages overwinnen, voordat je uitkomt op de brede bospaden van het Canarische Dennenbos onder de kampeerplaats El Pilar.

Het bospad loopt grotendeels evenwijdig aan de asfaltweg die van de westuitgang van de tunnel naar El Pilar leidt. Je ziet die weg overigens pas, als je op de plek komt waar je het asfalt moet oversteken. Je loopt door het bos vlak langs de noordhelling van de Volcán Quemada. Nadat je de asfaltweg bent overgestoken maakt de route een scherpe knip naar het oosten en beklim je vrijwel loodrecht op de hoogtelijn de centrale bergkam van het eiland, de Cuembre Nueva. Dit is het zware deel van de wandeling. Als je niet gewend bent om te klimmen: wandelstokken mee. Het laatste stuk van de klim voert je over een veld waarlangs de oostwest-stroomleiding door het bos loopt. Je hebt hier prachtige uitzichten, als je even aan het uitrusten bent. Maar. Je klimt ruim een kilometer lang met een hellingspercentage van vijfentwintig procent. Dat is best een opgave. Voor mij. Alles is de inspanning meer dan waard.

 

Op de top van de Cuembre Nueva loopt een noord-zuid zandpad. Bij dit zandpad aangekomen, sla je rechtsaf richting zuiden. Het pad brengt je terug naar de eerder beschreven asfaltweg. Bij het asfalt sla je rechtsaf en loop je de picknickplaats El Pilar op. Dit is een prachtige plek voor een uitgebreide lunch, die je dan wel zelf moet meenemen. Geen foto’s, want El Pilar is momenteel gesloten vanwege Covid 19. Wij hebben onze broodjes kaas daarom met  gevaar voor eigen leven opgegeten,  omringd door  waarschuwingen, verbodsborden en rode linten.  Dergelijk roekeloos gedrag  kunnen we natuurlijk niet vastleggen met foto’s op het internet…  In Coronavrije tijden is El Pilar een prachtige plek om uit te rusten. En. Je hoeft vanaf nu niet meer te klimmen. De rest van de wandeling gaat bergafwaarts! Op doordeweekse dagen komt er overigens geen sterveling naar El Pilar. Op zaterdagen en zondagen ziet het er zonder linten zwart van de mensen. Palmero’s die er met de hele familie of vriendenkring komen barbecueën in de overdekte stenen keukens.

 

 

Voorbij El Pilar volg je een klein stukje van de asfaltweg naar het westen. Vervolgens sla je links af en volg je een breed bospad. Dit is een kritisch punt op je route, want er staat geen richtingsbord voor je klaar om de juiste richting aan te geven. Kijk dus even goed naar het kaartje aan het einde van dit bericht. Na ongeveer een kilometer moet je rechtsaf om het bos te verlaten. Je komt uit op de Llano del Jable.

Landschap4: de Llano del Jable.  Vanuit het bos loop je aan tegen het grootste uitzichtpunt dat over de zwarte vlakte van de Llano del Jable uitkijkt. Als je hier voor het eerst bent: echt even de tijd nemen om te kijken. Daarna voert het pad onder de mirador door en loop je de zwarte vulkanische vlakte op. Tijdens onze wandeling brak op dit punt net even de zon door. De fotograaf in mij deed een vreugdedansje. Het licht om ons heen werd zo ongelooflijk mooi en fotogeniek! Nu nog een camera die dat ook echt kan vastleggen. Al deze foto’s maakte ik helaas met mijn mobiele telefoon. Maar het was prachtig. Ruud en ik genoten volop!

 

Landschap5: de lavastroom van de Volcán Quemada. Het pad voert je over de gehele vlakte vanaf de mirador naar de ‘pas’ tussen de hellingen van de Volcán Quemada en de Montagne d’Enrique. Je loopt voortdurend in noordelijke richting. Aangekomen op de pas, een kruispunt van paden, houd je rechts aan. Je volgt de borden in de richting van El Paso. Direct voorbij dit kruispunt loop je het vijfde en laatste landschap van de wandeling binnen. Je loopt door de steenwoestijn die is overgebleven na de uitbarsting van de Volcán Quemada. Een kleine ramp die het Eiland trof rond 1480 en een groot deel van de vruchtbare vallei in het centrum van het eiland bedolf onder een dikke laag lava, nu eeuwen later nog steeds  hopeloze badlands.

Maar wel bijzonder om doorheen te lopen 🙂 .

 

De puinhelling van de lavastroom gaat verder in het lager gelegen dennenbos. Hier zijn ommuurde paden aangelegd die je de route naar het Centro de Visitantes wijzen. Verdwalen lukt niet. De wandeling eindigt op een kleine asfaltweg. In de verte kan je het bezoekerscentrum dan al onder je zien liggen. Helemaal op het eind moet je nog om een paar huizen heen lopen over een pad dat wederom door een stukje puinhelling van de Quemada voert. Dan sta je aan de rand van de grote weg, de LP3, tegenover het bezoekerscentrum. Einde wandeling.

 

De wandeling is 16 kilometer lang en overbrugt een hoogteverschil van ruim zes honderd meter. Precies halverwege ligt de picknickplek El Pilar. Daar eindigt ook de klim. Ruud en ik deden, inclusief uitgebreide rustpauze, iets meer dan vijf uur over de wandeling. Op een paar venijnige stukjes na is de klim goed te doen voor iemand die regelmatig wandelt. Voor op die venijnige stukjes kan je overwegen om wandelstokken mee te nemen.

Onze naamgeving zegt het al: wij vonden de wandelroute uitermate afwisselend. Zeker als op een mooie zonnige dag De Wolk op de Llano de las Cuevas te zien is, is de wandeling alle inspanning volgens ons meer dan waard. Op El Pilar kan je je geslonken watervoorraad  aanvullen met drinkbaar water.

Download file: Vijf landschappen wandeling.gpx

Even bijpraten dan maar…

‘April voorbij, boekhoudertjes blij’,  zegt het aloude Nederlandse spreekwoord. En zo is het. Alle deadlines voor het opstellen van jaarrekeningen en het indienen van belastingaangiftes werden weer gehaald. Maar er was niet veel tijd voor iets anders in de afgelopen weken. En als die tijd er even wel was, was er de fut niet. Maar nu is het 2 mei. April is voorbij. De boekhouder is blij. Tijd om even bij te praten. Tijd voor een nieuwe blogpost.

Los van de jaarlijkse werkpiek, kabbelden de dagen eigenlijk een beetje voorbij. We plukten en verkochten sinaasappels en avocado’s, dronken ook heel veel (overheerlijke, zoete) sinaasappelsap en aten veel gerechten met guacomole. De avocado’s zijn voor dit jaar geplukt en de sinaasappeloogst loopt op de laatste benen.

 

De bloesems zijn verdwenen uit de citrusbomen. De nieuwe vruchten voor volgend jaar volop in de maak.

 

Maar met fruitbomen zijn er altijd fruitbomenzorgen, weten we inmiddels. ‘Opeens’ ontstaan er bij een flink  aantal van de sinaasappelbomen kale takken in de richting waar de (koude) noordenwind vandaan komt. Wat is dit nu weer en wat moeten we er aan doen? Zo is het altijd wat. Gelukkig is Marc weer op het eiland. Marc is een goede kennis uit Zwitserland die een paar honderd meter boven ons aan de Camino de Pinto een sinaasappelboomgaard bezit. Die boomgaard heeft hij al meer dan twintig jaar. Hij is dus ‘sinaasappelexpert’. We hopen dat hij kan duiden welk type plaagbeestje er nu weer achter de kaal wordende takken zit en hoe het beestje bestreden moet worden. Er zijn overigens helemaal geen beestjes te zien op de bomen…

 

Boer-en-tuinder-zorgen zijn er ook een beetje over de avocado-bomen. Hieronder zie je een plaatje van een ‘goede’ boom, uit de jonge aanplant. Maakt bloemen aan. Maakt nieuwe bladeren aan. Dat moet ongeveer in april gebeuren. In april stijgen normaal gesproken de temperaturen hier weer en avocadobomen houden van warmte.

 

Maar veel van onze nieuwe-aanplant-bomen die het tot voor kort heel erg goed deden, maken momenteel uitsluitend bloemen aan en geen blad. We hadden een ‘koud’ voorjaar hier, met relatief veel regen. Is het  voor sommige bomen te koud geweest? Is het te nat geweest? En waarom dan voor andere bomen niet? Is er iets anders aan de hand? We weten het niet. Alles blijft gissen. We wachten maar even af, wat er de komende weken gebeurt.

 

Vanuit de bloemen horen bladeren te worden aangemaakt. Bij de probleembomen gebeurt dit echter niet.

 

Op een grote helling, in het midden van onze boomgaard, ben ik vorig jaar een ‘proeftuintje’ begonnen, zeg maar mijn eigen fieldlab, alleen dan wat goedkoper. Ik wilde uitproberen of het zou kunnen lukken om met kleine stekjes uit de bermen hier iets van een natuurlijke, onderhoudsarme beplantingszone te maken. Vorig jaar oktober, aan het einde van de zomer, zag de proeftuin er zó uit:

 

Eind vorig jaar was de conclusie dat het op deze manier haalbaar zou zijn om veel van de droge kale hellingen en taluds in onze boomgaard, met deze werkwijze op een mooie, maar goedkope manier een wat groenere aanblik te geven. Hoewel je het op de foto’s hierboven nog niet echt kunt zien, denk ik, zag ik dat de ienieminiestekjes aansloegen in de grond en na een eerste moeizame periode flink begonnen te groeien.

Ik had echter buiten de winter gerekend. Ik schreef het al: het was hier nat en koud, dit voorjaar. Voor La Palma-begrippen dan. Overal spoot het kruid omhoog met als resultaat dat we ongeveer twee maanden lang konden genieten van een bloemenpracht op onze kale hellingen, zoals we nog nooit hadden gezien. Echt heel mooi. Maar met een desastreus effect op de proeftuin. Er was geen plantje meer te zien, alleen nog maar onkruid.

De foto hieronder geeft je een indruk hoe alles er uit zag, nadat de omgeving van het tuintje door Ruud was gemaaid. Alle proefplanten overwoekerd en vast en zeker verstikt, dacht ik.

 

Maar dat viel mee. Op een zaterdag in april ben ik met mijn blote handen het onkruid gaan verwijderen. De beplanting kwam beetje bij beetje weer te voorschijn. Gezond en wel en flink gegroeid. Alleen de grondbedekkers hebben geen weerstand kunnen bieden aan het onkruidgeweld en werden weggedrukt.

 

De beplanting gaat het wel redden, weet ik nu. Met name de agaves gaan ooit heel groot worden en een een soort van ‘muur’ vormen met elkaar, zoals de bedoeling was. Ik zoek nog naar een idee om totdat het zover is,  toch iets van een begroeiing tussen de planten door te krijgen. Ik ga het deze zomer nog een keer proberen met inheemse grondbedekkers, denk ik.

Twee weken geleden begonnen we eindelijk het het Grand Project van het aanleggen van een volwaardige  aansluiting van ons terrein op het electriciteitsnetwerk. Hieronder zie je een overzichtkaartje. De rode lijn (van rechts naar links) geeft aan wat er moet worden aangelegd om onze huizen te kunnen voorzien van stroom en van supersnel internet. De blauwe lijn geeft de grens aan tussen ons terrein en dat van onze bovenbuurvrouw. Zoals je kunt zien moet het overgrote deel van de  werkzaamheden op haar terrein plaats vinden. We kwamen tot een afspraak. Zij formaliseerde haar toestemming door de verklaring te ondertekenen die het elektriciteitsbedrijf in een situatie als deze verlangt.

 

Ik ben niet zo van de techniek, dus je krijgt van mijn geen beschrijving van alle ins-en-outs van de uitgevoerde werkzaamheden. Maar alles zag er ongeveer zó uit. We vroegen dus nogal wat van onze buurvrouw. Gelukkig was ze niet zelf op het eiland, zodat ze de tijdelijke ontwrichting van haar terrein niet met eigen ogen heeft hoeven te zien.

 

We compenseren haar voor de overlast die we bezorgen. De instorting van haar muur die onze kavels van elkaar scheidt, wordt op onze kosten gerepareerd. Daarnaast wordt er op haar terrein op onze kosten een betonnen weggetje aangelegd, zodat één van haar vakantiehuisjes beter bereikbaar wordt. De werkzaamheden worden door onze aannemer uitgevoerd.

Als ik dit schrijf zijn de werkzaamheden nog niet helemaal afgrond. Alles gaat op z’n Palmees. Een planning, is een planning, is een planning. Maar die voer je stapje voor stapje uit. En pas als je stapje1 hebt gehad, bekijk je welke problemen je tegenkomt bij de uitvoering van stap2.  Uiteindelijk zullen we er wel gaan komen.

Halverwege de werkzaamheden hadden we toch weer een akkefietje met bovenbuurvrouw. Zij legde na een telefoontje aan Ruud met veel misbaar en geschreeuw het werk op haar terrein stil, op een moment dat er onomkeerbaar al heel veel van onze investering in haar grond was gestoken en stelde aanvullende compensatie-eisen die ons veel geld zouden gaan kosten. Stress. Conflict. We voelden ons onheus bejegend en tegelijkertijd ook vakkundig klem gezet. Gelukkig wist iemand uit haar omgeving te bemiddelen en lijkt het erop dat we alsnog een afspraak hebben. Het werk kan in elk geval weer door. Rechtstreekse communicatie met buurvrouw is echter niet meer mogelijk. Het leven op La Palma gaat soms niet over rozen. We hebben het ermee te doen. Inmiddels loopt het werk weer. Onze buurvrouw heet weer ‘boze bovenbuurvrouw’, en we gaan haar maar zoveel mogelijk proberen te negeren. Jammer dat alles zo is gelopen na het overlijden van haar vader. Hij was een prettige man in de omgang.

Met de graafwerkzaamheden voor de stroomaansluiting was er eindelijk ook  een pala, een graafmachine, aanwezig om achter ons Grote Huis de grond aan te vullen. Een half jaar na oplevering is het grondwerk rondom ons huis nu helemaal af.

 

Ook de tuin tussen het huis en de Camino de Pinto begint vorm te krijgen. Geplante struiken en stekjes hadden grote moeite om te aarden in onze ‘lava-klei’. Het duurt soms meerdere  maanden voordat een geplante struik of plant aanslaat. Ik denk dat de grond eenvoudigweg te hard en te zuurstofarm is voor kleine beginnende worteltjes. Maar er is bijna niks over de kop gegaan. Alles groeit en bloeit nu. Over een jaar of twee, drie zijn de struiken zo groot gegroeid dat we ‘vrij’ van de weg zitten, denk ik. Tussen ons terras en de Camino in groeit dan een muur van bloemrijke struiken.

 

In het begin van april hadden we een week lang flink veel regen. Ik schreef het al: het is een koud, nat voorjaar op het eiland. Na de regens verschenen de bichos.

 

Niet 1, niet 2, maar misschien wel 10.000. De dag was voor ons, maar de nacht was voor de Bichos. Na elke schoonmaakactie kwamen ze weer met legioenen tegelijk vanuit het gras ons terras en daarna onze muur bezetten. De buitenmuren zaten er helemaal vol mee. Ik heb er geen foto’s van gemaakt, kon het niet aanzien. Inmiddels is de plaag met een ‘middeltje van de Colmegran, dat Ruud mocht kopen omdat er verder geen klant in de winkel aanwezig was,  weer onder controle. Voor het gebruik van dit soort middeltjes moet je op La Palma eigenlijk eerst een cursus volgen en dan een vergunning krijgen, voordat je het in de winkel mag kopen en mag gebruiken bij je eigen huis.

We hadden dus veel proteïnen rond lopen op de stoep van ons huis. Ik heb het er het Klingon-Zomer-Receptenboek op na geslagen en we hebben er heerlijk van gegeten. Gaghschotel met Guacomoledip.

 

Onze Fenna werd twaalf in april. Dat is een hele leeftijd voor een hond. Hoewel alles al een tijdje wat trager gaat bij het hondje, maakt ze op ons nog een fitte,  gezonde en levenslustige indruk. Met het klimmen van de jaren, zien we haar meer en meer karakter krijgen. Eigenzinnig. Op een hele introverte manier nieuwsgierig. Altijd zoeken naar gemak en comfort. Als het op het moment van  brokjes-krijgen aankomt, kan Fenna klok kijken. Wat ons betreft doet Fenna op deze manier nog een flink aantal jaren met ons mee.

 

De maand april stond voor ons ook weer eens in het teken van wachten. We wachtten, en wachten nog steeds, op de zak met geld die ‘hypotheek’ heet. Ik ga de hele geschiedenis hier niet herhalen, maar trouwe lezers weten dat Ruud en ik bezig zijn met een vermelding in het Guiness Book of Records te krijgen als het gaat om de langst lopende hypotheekaanvraag aller tijden.

 

‘Dos semanitas’ vertelde de taxateur ons, toen hij voor de tweede keer de waarde van ons plot kwam opnemen. Twee weekjes had hij nodig om zijn rapport aan de Caixabank te kunnen overleggen. Inmiddels gaan we  Semanita Cinco in. Wachten duurt altijd lang. Op La Palma is wachten op instanties en autoriteiten echter tot een levenskunst verheven. Een levenskunst die Ruud en (vooral) ik niet altijd even goed beheersen. We zullen echter wel moeten. In de maand mei moet alles rond komen, anders is het geld op en zetten we ons project na het afbouwen van het Eerste Kleine Huis stop. In dat scenario sparen we het Tweede Kleine Huis zelf bij elkaar. Dat lukt uiteindelijk wel, maar zou toch een flinke financiële strop voor ons zijn. We lopen dan immers flink wat verhuurinkomsten mis in de komende twee jaar.

We maken er ons nog steeds niet al teveel zorgen over. Cijfers liegen meestal niet, dus die aanvraag komt uiteindelijk wel goed. Maar als iemand ons drie jaar geleden in Nederland zou hebben verklaard dat rond de hypotheekaanvraag dit scenario zich zou gaan ontrollen, weet ik zeker dat we ander plan hadden gemaakt voor onze toekomst. Met dank aan de makelaars met wiens hulp wij destijds de aankoop van ons terrein regelden. Hún onzorgvuldigheid, gecombineerd met óns vertrouwen in hun deskundigheid, liggen ten grondslag aan de problemen met de hypotheek.

Slowmotion Island, noem ik La Palma vaak in mijn gedachten, op de meer sombere momenten. Je moet ermee leven, maar dat valt niet altijd mee. Ik moet dan ook altijd aan een tv-serie uit mijn vroegste jeugd denken. Tita-tovernaar. ‘Dan doe ik DIT.. en alles staat STIL…’ Tica en haar vader waren hier vaak rond. Ik moet maar eens op zoek naar het Luchtkasteel.

 

Tegelijkertijd bedenk ik me dan maar dat Ruud en ik destijds onder andere voor een toekomst op La Palma kozen vanwege de rust en de kalmte die  voor ons gevoel  als een weldadige deken over het dagelijkse leven op het eiland hangt. Die rust en die kalmte kennen natuurlijk ook een keerzijde. Een ietwat verstikkende keerzijde, waarin de tijd langzaam pruttelt in de kookpot van Grobelia en alle haast en initiatief wordt gesmoord in een papje van papier en procedures.  Dat moeten we dan maar accepteren. Niemand lijkt zich echt druk te maken hier 🙂 . Geen 24u-economie hier.  Geen 24/7 bereikbaarheid en actie. Fijn en niet fijn. Tegelijkertijd.

 

Wat vind je trouwens van het uitzicht vanuit mijn kantoortje, aan het einde van een werkdag?