Rijp Fruit, Bloemen en Kanaries

De sinaasappelbomen staan weer volop in de bloesem. De bloei kwam erg vroeg dit jaar, begin januari al. In februari kregen we plots een koude periode en verdwenen alle bloemen. Maar nu is alles toch weer terug gekomen, tot onze opluchting.

De sinaasappels van volgend jaar zijn in de maak en de lichting van dit jaar is nu grotendeels rijp voor de pluk. Ruud heeft eerder deze week  ook voor dit jaar  afspraken kunnen maken met Erwin, een fruithandelaar in het dorp. In de komende maanden mogen we wekelijks vier manden bij hem afleveren. Komen we onze sinaasappels waarschijnlijk weer tegen bij de plaatselijke supemarkt 🙂 , want we weten dat Erwin aan onze Coöp levert.

Vier manden per week is voor onze boomgaard  genoeg om tussen nu en half juni alle vruchten van kwaliteit kwijt te kunnen. Naast de verkoop aan Erwin hebben we bij deze of gene nog wat ‘losse verkoop’ en geven we ook nog wel wat weg aan wie belangstelling heeft. De rest draaien we door, zoals dat heet. Dat gaat de baranco in. Gegeven de prijzen die je voor sinaasappels kunt krijgen, heeft het geen zin om helemaal naar Los Llanos of naar de citrusgroothandel in Breña Baja te rijden. Sinaasappels zijn er op onze finca vooral voor de sfeer. Voor als we straks gasten krijgen in onze huisjes. En voor onze eigen dagelijkse portie sinaasappelsap.

 

Voor onze avocado’s ligt dat heel anders. Ook die kunnen we dit jaar bij Erwin kwijt. Twee manden per week. Dat is met de paar volwassen bomen die we op dit moment hebben staan, voor ons voldoende. Over twee jaar moeten de vijftig bomen op het nieuw aangeplante terras voor het eerst verhandelbare vruchten gaan dragen. Avocado’s leveren veel meer op dan citrusvruchten. Als onze bomen zover zijn, zullen we ‘het groene goud’ moeten gaan verkopen bij een groothandel in Los Llanos. Maar zover is het nog niet. Voor dit jaar zijn we voor de verkoop onder de pannen in ons eigen dorp. Da’s gemakkelijk en levert ons zonder al te veel transportgedoe het ‘pizza-geld’ voor deze zomer op.

 

Naarmate het voorjaar vordert, wordt het steeds mooier op de finca. Ik had al verteld over de valken die voortdurend rond dwarrelen op en over ons terrein. Nog niet over de kanaries. Op windstille, zonnige ochtenden waan ik me soms in een grote openlucht-volliére. Dan word ik vanuit de bomen van alle kanten toe gezongen met de typische uithalen en trillers die ik nog ken van vroeger, toen we bij mijn ouders thuis twee kanaries in twee kooien tegenover elkaar  in de woonkamer hadden staan. Eergisteren lukte het me om iets van een close-up van één van de zangvogels te maken. Als ik ooit toch een mooie camera met een pracht van een zoomlens kan kopen. Er is zoveel moois om te fotograferen hier. Maar voorlopig doe ik het met plaatjes van mijn oude Sony camera, zoals hieronder. Best leuk.

 

De taluds en de randen van de terrassen zijn inmiddels overgenomen door de meest prachtige veldboeketten. Het is een feest om over de finca te lopen en al het moois om je heen te zien opkomen en uitdijen. Tot dat straks weer de Grote Maaier langs komt in zijn astronautenpak. Ruud moet nog maar heel even wachten met de volgende maaironde.

 

Het fruit is rijp. De bomen staan in de bloesem. De bloemen groeien op de hellingen. De kanaries zingen.  Het echte voorjaar is nu aangebroken. Het wordt tijd voor Ruud en mij om binnenkort de Grote Briestas wandeling weer eens te gaan doen. Dat is de ultieme lentewandeling hier op La Palma, vinden wij. Vorig jaar moesten we verstek laten gaan vanwege de lock down die we toen beleefden. Gaat ons dit jaar niet gebeuren 🙂 . Ook dat is mooi.

Kleurtje Erop

Het Eerste Kleine Huis heeft deze week een kleurtje gekregen. Nadat Angel eerder alle binnenmuren netjes had afgewerkt, zette hij deze week de buitenmuren in de grondverf. Angel werkt momenteel helemaal eenzaam in zijn eentje. Jorge is met ziekteverlof en de electriciens die vorige week aan het werk waren zijn vertrokken.

Een paar dagen geleden zag het huisje er van buiten nog zó uit.

 

Vanmiddag was dít de look. Een kleurtje doet er toe, blijkt wel, ook al is het nog maar de grondlaag. Het Huisje wordt steeds meer huis en eist steeds duidelijker zijn plek op in het totaalbeeld van onze finca.

 

Van binnen zijn de muren klaar. Het dak moet nog worden gereinigd en krijgt nog een laatste, brandwerende, laklaag. Het aanleggen van de bedrading is vorige week net niet af gekomen, dat moet dus nog. Ook de aansluiting op het water is nog niet klaar.  De binnendeuren moeten nog worden ingezet. De timmermannen moeten nog een houten plafond maken boven het verbindingshalletje,  met een luik naar de opbergzolder. Het sanitair in de badkamer moet nog geinstalleerd.

Daarna is Ruud aan de beurt voor het inbouwen van badkamermeubel en keuken.

 

Er moet dus nog veel gebeuren, maar het Eerste Kleine Huis begint op een klein huis te lijken. Daar worden Ruud en ik blij van.

En er is meer waar we blij van worden. Afgelopen maandag ontvingen we eindelijk goed nieuws van de Caixabank. Onder voorbehoud van de uitkomst van de taxatie is onze hypotheekaanvraag goed gekeurd. Da’s net op tijd, want ons bouwgeld is zo goed als op. We zijn al een tijdje aan het vertragen om zo steeds op het einde van elke maand weer goed uit te komen met het beschikbare bouwbudget. We hopen vanaf half april (zo’n taxatie duurt vast nog minimaal een maand) weer voluit in tempo ons project af te kunnen maken. In mei wil Óscar beginnen aan het Tweede Kleine Huis. Dat mag van ons als we onze handtekeningen onder de hypotheekakte hebben kunnen zetten.

We zijn wel opgelucht, want zonder hypotheek was ons project op twee huizen blijven steken, terwijl we oorspronkelijk toch vier huisjes wilden bouwen. Nu worden het er drie, en dat vinden we eigenlijk ook wel best. Met vier huisjes was ons terrein net iets te vol en te druk geworden, vinden we nu.

Het Tweede Kleine Huis krijgt een zwembad en een kleine Canarische Tuin, zo is de bedoeling. Hieronder krijg je een indruk van hoe het worden moet, op basis van onze ideeën en de informatie over het zwembad die we van Óscar hebben gekregen.

 

Bijna een jaar geleden stonden we op het zelfde punt, qua hypotheek. Toen bleek tijdens de taxatie tot onze verbijstering dat ons kavel niet correct stond ingeschreven in het ‘Registro’, dat is het tweede kadaster dat in Spanje bestaat naast het ‘Catastro’, het eerste kadaster. Dit ondanks alle verzekeringen van onze aankoopmakelaar destijds, dat alles in orde was.  Het  heeft bijna een jaar geduurd, voordat dit probleem kon worden opgelost, en we weer terug zijn op het punt waar onze eerdere aanvraag toen eindigde. Ruud en ik zijn er niet eens ongelukkig van geworden 🙂 .  Alles went, kennelijk. We bljjven in onze verwachtingen echter nog een beetje voorzichtig en prijzen de dag niet voordat de avond valt. De uitkomst van de nieuwe taxatie wachten we  daarom geduldig  af. We gaan pas een feestje bouwen als we terug komen uit het kantoor van de notaris te Los Llanos, mét een ondertekende hypotheekakte in de tas. Zo gaat dat, op La Palma.

We doen als afsluiting voor vandaag  nog ff een zonsondergangetje uit de collectie, om te laten zien dat alles hier het wachten  en het gedoe écht waard is..

 

Want dat is het! Het is nog steeds fijn om hier te zijn en beetje bij beetje ons plannetje voor elkaar te krijgen.

Volcán Nambroque

Bijna drie weken geleden alweer, op een mooie zonnige zondagmiddag, maakten Ruud en ik een wandeling vanaf de picknickplaats bij El Pilar, in het centrum van het eiland, naar de top van de Volcán Nambroque. Een klim waarin we een hoogteverschil van ca vijfhonderd meter zouden overbruggen.

Vanaf de parkeerplaats bij El Pilar volgenden we een paar honderd meter lang de asfaltweg in oostelijke richting, totdat we wegwijzers tegenkwamen die ons naar rechts het bos instuurden, richting Nambroque.

 

We liepen over een breed bospad naar omhoog, met een prettig matig hellingspercentage. ‘An easy stroll’, noemen de Engelsen dat. Geleidelijk werd het aantal bomen steeds minder en werden de contouren van de lagere vulkanische kegels van de Cuembre Vieja zichtbaar. Door de toppen van de dennenbomen heen werden we getracteerd op een prachtig uitzicht op het eiland Tenerife, met een blik op de besneeuwde hellingen van de de grote Teide vulkaan, op dat eiland.

 

De boswandeling passeert een van de gestolde lavastromen die vanuit de Nambroque naar beneden is gekomen. De route voerde ons in eerste instantie langs het einde van de versteende stroom heen, om vervolgens met een brede u-bocht en een wat steiler hellingspercentage nogmaals een oversteek te maken over de lavastroom, maar nu vlak onder de top. Aan het einde van deze klim, zagen we door de bomen heen de top van de vulkaan liggen. Echter vanaf een zijde waar vanuit het onmogelijk is om de top ook daadwerkelijk te bereiken.

 

De groene bewegwijzering leidde ons langs de vulkaantop heen het bos uit, in de richting van de open vulkanische vlakte en het spoor van de bekende Ruta de los Volcanes.

 

Over het traject van de Ruta de los Volcanes vervolgden we onze tocht in zuidelijke richting. Omkijkend zagen we ver weg in de diepte in het oosten de hoofdstad van het eiland liggen. Santa Cruz de la Palma. In het westen keken we uit over de vlakte van de Aridane-vallei met een helicopterview over de stadjes Los LLanos (de Aridane) en Tazacorte.

 

De route voerde ons in eerste instantie weg van ons uiteindelijke doel, de top van de Volcán Nambroque. We kregen daardoor wel een mooi zicht op de vulkaan, met een blikveld vrij van dennenbomen.

 

We passeerden de vulkaankrater van de Hoya Negra, waar in 1949 een uitbarsting plaats vond.

 

Voorbij de Hoya Negra gaat de Vulkaanroute rechtdoor, verder naar het zuiden,  maar maken wandelaars die naar de Nambroque willen een afslag links af. Deze afslag is met duidelijke bewegwijzering aan gegeven. Over steeds smallere paadjes kwamen we dan eindelijk in de buurt van ‘onze’ vulkaan-van-de-dag.

 

Een laatste korte klauterpartij, met handen en voeten,  over een steil pad met kleine losse keitjes, bracht ons uiteindelijk bij de top. In alle jaren dat we op het eiland vakantie vierden, was dit ons nog niet eerder gelukt op een zonnige dag. En een zonnige dag heb je nodig om vanaf de top het hele eiland te kunnen overzien. Het is er prachtig. We zijn zeker drie kwartier, misschien wel een klein uur,  op de top blijven rond hangen.

 

Naar alle kanten zijn de bekende plekken van het eiland te zien. De noordelijke kraterrand van de Taburiente, met daarop de telescopen van de sterrenobservatoria. De kale top van de Pico Birigoyo. De twee toppen van de Deseada vulkaan. De rug van de Cumbre Nueva in het noorden, diep onder ons. Het spoor van de Ruta de los Volcanes in het zuiden over de Cumbre Vieja. Ruud en ik vinden het altijd erg leuk om hier op het eiland op een bergtop te staan en dan alle plekken te kunnen zien waar we ook al eens waren en die we dus kennen. We krijgen er een wat bezitterig gevoel van. We zijn op óns eiland.

 

Na een lange pauze op de top van de vulkaan, liepen we via de Ruta de Los Volcanes in noordelijke richting terug naar het beginpunt van de wandeling, bij El Pilar.

 

De zon begon al te dalen. Het licht kleurde steeds meer naar oranje. Voor mij de mooiste tijd van de dag om een wandeling te maken.

 

In het laatste bosgedeelte van deze wandeling, het laatste stukje van de afdaling naar El Pilar, zorgden de oude dennenbomen in combinatie met de zwarte schaduw van de helling van de Pico Birigoyo en het licht van de laagstaande zon voor een sprookjesachtige sfeer. Het was er doodstil. En het spel van zonlicht en schaduwen was prachtig. Niet goed vast te leggen op foto’s, maar ik heb het toch maar geprobeerd.

 

We begonnen rond kwart over één in de middag aan deze wandeling. Vlak over zessen kregen we de inmiddels vrijwel lege parkeerplaats bij El Pilar weer in zicht. Zo beleefden we weer een superleuke zondagmiddag op de vulkaanhellingen van ons kleine eilandje, gelegen in de onmetelijk weidse wateren van de Atlantische Oceaan. 🙂

Download file: Volcán Nambroque.gpx