Langzaam maar Zeker

Weer is er een bouwweek voorbij. Gerardo en Jaime hebben de hele week gewerkt en zijn druk in de weer geweest met het afwerken  van de muren, in het nieuwe gedeelte en in het oude gedeelte van het grote huis en met het pleisteren van de dakrand in het nieuwe gedeelte. Pas vrijdag kregen zij assistentie van een derde persoon. Drie man zijn er nodig om efficiënt kunnen werken; één man om het cement voor het pleisterwerk te draaien, twee mannen om de muren ermee af te dekken. Al met al schoot het werk ‘voor het zicht’ niet heel erg veel op. Het plaatje hieronder is inmiddels een bekend beeld…

 

Gerardo was degene die zich met het pleisteren bezig hield. Zijn werk ziet er prima uit. Hij was het ook die afgelopen donderdag aan Óscar vertelde dat er toch echt een derde man bij moest komen, omdat het anders niet opschiet.

 

Het afwerken van de muren is nu écht bijna klaar. Ook in het oude gedeelte van het grote huis is men flink opgeschoten, maar hiervan kan ik door het ontbreken van ramen en deuren geen goede foto’s maken.  Ook de elektra en de waterleidingen van het grote huis zijn nu helemaal klaar. Het is de bedoeling dat volgende week de vloeren in het huis worden gestort. Het is sowieso de bedoeling van Óscar dat het werktempo vanaf de komende week flink omhoog gaat. Hij houdt nog steeds vast aan een opleveringsdatum op het einde van augustus. De hotelklus aan de oostkant van het eiland is met twee weken vertraging nu klaar, vanaf volgende week zijn er vijf of zes mensen beschikbaar die tegelijkertijd gaan werken aan de vloeren, de riolering en de elektra van het eerste kleine huis. Als het klopt wat Óscar ons heeft verteld.

 

Op donderdag kwam Manolo, onze architect, langs voor een inspectie.  Voor het eerst sinds de Grote Corona Pauze. Hij moet van Gran Canaria komen. Manolo bracht ons een meevaller en een tegenvaller. Hij oordeelde dat we in de grote openslaande deuren van de huizen tóch veiligheidsglas moeten aanbrengen. Ondanks het feit dat er kleine ruitjes in deze deuren aanwezig zullen zijn. ‘Dit zijn nu eenmaal de regels voor huizen met een toeristische bestemming’, zo luidde zijn statement. We moeten het ermee doen. Wederom een financiële tegenvaller.

Maar Manolo bracht ook goed nieuws. Hij herinnerde Óscar eraan dat hij op  ‘het complex’ een reservoir voor drinkwater moet aanleggen, voor het geval er tijdelijk een verstoring optreedt in de watervoorziening. In het Boeddhahuis ondervonden we recent nog  dat dit niet helemáál een theoretische exercitie is; in de afgelopen twee weken zaten we door een lekkage verderop in het dorp, twee keer een flink deel van de dag zonder drinkwater, douchewater of spoelwater voor de toiletten.

Dat reservoir was onderdeel van het beschreven bouwproject, maar door Óscar (en ons) over het hoofd gezien. Hij had het mee moeten nemen in zijn offerte, maar dat heeft hij niet gedaan; de kosten komen nu voor zijn rekening. Daar is overigens geen enkele discussie met hem over geweest.

Ruud en Óscar hebben samen bedacht dat het reservoir helemaal bovenaan het kavel, op het hoogste terras, naast het kleine betonnen schuurtje zal worden gebouwd. Het wordt een klein stenen gebouwtje op enkele meters afstand van dit schuurtje. Wij betalen voor een betonnen vloertje tussen de beide gebouwtjes in en krijgen zo voor een koopje de bergruimte waar we geen geld voor hadden, maar die we zo verschrikkelijk hard nodig zullen hebben straks. Op het betonnen vloertje kunnen we een tweede schuurtje laten bouwen, zodra we er budget voor vrij hebben. Er zijn klusjesmannen genoeg op het eiland, die dit voor ons kunnen doen. We beginnen met een dakje, dat kunnen we waarschijnlijk zelf.

 

Met het scheve dak boven de verbindingsgang in het grote huis is deze week niets gebeurd. Maar er is ook geen discussie over geweest. Iedereen, Óscar incluis, is het met ons eens dat het dak ‘opnieuw’ moet. Ook de architect wist niet wat hij zag, maar vertelde dit pas nadát hij van ons en van Óscar had gehoord dat we de timmerman hebben vervangen. Het dak gaat er af en zal opnieuw moeten worden opgebouwd, zoveel mogelijk met gebruikmaking van bestaand materiaal. De kosten hiervoor komen voor rekening van Óscar. Ons opgebouwde potje met wisselgeld is hiermee wel weer op, vrees ik. Omdat het maar om een heel klein dakje gaat, en de meeste timmermannen een stuk sneller werken dan Fernando deed, zullen we geen vertraging in de oplevering gaan oplopen, is ons beloofd.

Nu de muren van het halletje zijn afgewerkt, krijgen we al wel een goed idee van hoe alles er straks uit zal zien. Daar zijn we nog steeds blij mee.

 

De sfeer op de bouw is nog steeds goed, ondanks het gedoe met de timmerman. Iedereen lijkt wel te begrijpen waarom voor ons de maat vol was, en waarom we Fernando hebben weg gestuurd. Jammer, dat het zo ver moest komen.

Ruud en ik kunnen niet wachten tot de vloeren in het grote huis gestort worden en de muren van het oude gedeelte van het grote huis worden doorgebroken voor de nieuwe ramen en de nieuwe deuren. Maar we kunnen vooral niet wachten totdat de sleuven voor de riolering en elektra weer dicht zijn. Ruud kan geen kant op voor zijn werk in de boomgaard. Bouwen is lijden, soms 🙁 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *