Groene Vingers (3); Er is een hoop hoop

Het was best even afzien deze week. Ik was / ben erg druk met mijn werk. Dat hoort zo in deze tijd van het jaar, als jaarrekeningen en belastingaangiften strijden om voorrang met het reguliere, doorlopende werk. Maar het was vooral erg koud hier op La Palma. De temperatuur kwam in het Boeddhahuis niet boven de veertien graden uit, en dat was maar voor hooguit twee uur op een dag. Zon was er niet en af en toe regende het flink. Ruud kon door het weer weinig doen op de finca, terwijl er daar zoveel werk op hem ligt te wachten. Duimen draaien, tegen heug en meug. Niet fijn. Weer om met handschoenen achter de laptop te zitten en stug door te werken.

Om een beeld te geven: onderstaande foto maakte ik afgelopen maandag in de buurt van de Roque de los Muchachos, het hoogste punt van het eiland. Op de terugweg van Los Tilos (waarover in een volgende blogpost meer), reden we daar door sneeuw en hagelbuien.

 

Het regenachtige weer kent ook zijn mooie momenten. Deze foto’s maakte ik op mijn iphone, tijdens een korte avondwandeling. Jammer dat de kwaliteit van de foto’s op mijn mobiel bij dit soort plaatjes wat onder de maat is. Er stond die avond een hele grote, brede regenboog tussen onze finca en de Matos. We hadden te weinig tijd om de pot met goud te vinden, helaas. Na een minuut of tien ging de zon onder en was de regenboog weer weg.

 

Voor de honden was het helemaal niks, dit weer. Ze zijn er inmiddels aan gewend om de hele dag in en uit te lopen, voortdurend van binnen naar buiten door de openstaande tuindeur van ons huurhuis. Grote delen van de dag zijn ze dus buiten. Maar dat zat er in de afgelopen week niet in. Ze werden er stuurs en chagrijnig van. Of projecteer ik nu mijn eigen stemming op de harige huisgenoten?

 

Sinds gisteren is alles weer zo als het hoort te zijn. De zon kwam terug en de temperaturen halen de zeventien, achttien graden weer. Op de vernieuwde weerstationpagina die Ruud terwijl ik dit schrijf zojuist in elkaar heeft geknutseld, lees ik overigens dat het gisteren hier maximaal maar 14.6 graden werd. Ik heb het dus over ‘gevoelstemperaturen’ (denk ik). Die paar graden maken net het verschil tussen ‘warm’ of ‘koud’, als je geen verwarming in je huis hebt. Bij deze temperaturen kan je af en toe opwarmen in de zon, op een windstille plek buiten op het terras. De ramen kunnen open, de honden kunnen naar buiten. Alles wordt weer een stuk lichter in je hoofd.

 

En er is hoop! Ik ben nog niet zo ervaren in groenevingersdingen en ik had het project ‘kruidentuin’ daarom al zo’n beetje opgegeven. Wekenlang gebeurde er helemaal niks in de twee bakken, die samen het project vormen, en  waarin ik eind februari voor iets meer dan tien euro aan Italiaanse zaadjes had ingezaaid.

Tijdens de regenweek is er dan toch iets in beweging gekomen onder de grond. Toeval of niet? De korianderbedden zij helemaal opgekomen. Ook de ingezaaide peterselie- en tomatenzaadjes komen in grote getale kijken waar het zonlicht vandaan komt. En vannacht (onderste foto) is opeens en masse de munt in grote aantallen de grond uitgespoten. Gisterenmiddag was er nog helemaal niets te zien in het ingezaaide muntbed. Zo snel kan het dus gaan. Het andere ingezaaide zaaigoed laat nog niets van zich zien, overigens. Wel is het grappig dat er GEEN onkruid omhoog komt, tenzij ik me vergis en het onkruid zo slim is om in rechte rijtjes de grond uit te groeien.

Het zou erg leuk zijn als we uit de kruidenhoek ik de loop van de zomer onze kruiden kunnen halen. We gaan zien wat het wordt. In april zijn we geruime tijd in Nederland en zullen de kruidjes het dus zonder water moeten doen. Als het in die periode heel warm mocht zijn, gaan ze het alsnog niet redden. Het leven is hard en moeilijk, soms.

 

Vlak bij de kruidenbakken in de achtertuin van het Boeddhahuis staan de mispelbomen vol met vruchten. Volgens google images gaat het om Loqats, of Japanse Wolmispels. In tegenstelling tot andere mispelsoorten hoeven de vruchten van deze soort niet eerst te rotten, voordat je ze kunt eten. Je kunt er taart van bakken of chutney van maken. Of jam, maar ik lust geen jam. Als gewone handvrucht schijnen ze niet heel erg bijzonder te zijn. Het stomme is, dat iets in mij me ervan weerhoudt om gewoon eens een loquat te plukken en te proeven. Een raar instinct. Ik zou best taarten of beter chutneys willen maken. Heb alleen geen idee wanneer ik dat in godsnaam moet doen. We zijn best druk,  hier op La Palma. Maar de loquats zijn erg decoratief en je kunt er mooie foto’s van maken…

 

In de afgelopen week zou er ergens op de burelen van het Cabildo, de eilandregering, vergaderd zijn over onze aanvraag voor een bouwvergunning. Het is stil. We hebben van niemand nog iets gehoord. We blijven wachten. En wachten. En wachten. Volgende week dan maar? Er is hoop. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom het Spaanse woord voor ‘wachten’ hetzelfde woord is als het Spaanse woord voor ‘hopen’.

3 antwoorden op “Groene Vingers (3); Er is een hoop hoop”

  1. Hola Teunis,
    Over de mispels, wij hebben twee van deze bomen in onze tuin, als ik zo je foto’s zie, is het dezelfde soort. Je kunt de vruchten gerust eens proeven. Wij vinden ze heerlijk om zo te eten, friszuur en heel erg sappig, lekker. Karel heeft in de afgelopen weken heel veel mispeltaarten gebakken, ook dat is een aanrader. Dus als je toch een keer tijd mocht hebben, zou ik het zeker eens doen.
    Groet en succes met alles, Marja

  2. Kunnen jullie de kruidenbakken niet afdekken voor de reis naar Nederland?
    Met glas, dat je witgekalkt hebt.
    Of anders bespannen met bouwplastic, dat je ook met kalk hebt wit gemaakt.
    Vantevoren nat sproeien en dan blijft het vocht erin.
    Tipje van Maarten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *