Zondagavondwandeling

Afgelopen zondag maakten we een wandeling vanaf onze boomgaard, naar beneden. We ontdekten een nieuw weggetje dat naar beneden voert tot dat je niet meer verder kunt. Je komt uit op een groot terras met een weids uitzicht over de oceaan, zo’n drie honderd meter boven zeeniveau.

 

Het eerste deel van onze wandeling ging door het wat ‘slordige’ landbouwgebiedje op de kleine vlakte aan de voet van de Matos. Dit gebied ligt op een paar minuten lopen vanaf ons terrein. We liepen zuidwaarts. Totdat we een weggetje vonden dat zuidelijk van de helicopterbasis richting oceaan gaat. Het landbouwgebied houdt hier op. Tot onze verrassing liepen we opeens door een stukje woestijn. Het landschapje deed me aan het zuidwesten van Amerika denken. Blue grass enzo. Het oranje zonsondergangslicht versterkte dit beeld.

 

We liepen verder naar het westen. En zoals dat gaat in de omgeving van Puntagorda: als je maar ver genoeg westwaarts loopt, wordt de oceaan steeds indrukwekkender om te zien.

 

Zo leuk om deze foto’s van een heel ander landschap te kunnen maken op iets meer dan een kwartier lopen van ons (toekomstige) huis!

 

 

Vlak voor zonsondergang klommen we vanaf het eindpunt van onze trip weer omhoog. Een hoogteverschil van ongeveer 200 meter. Ik kan merken dat ik al echte ‘klimkuiten’ begin te krijgen. Hoewel inspannend, waren we eigenlijk in no time weer terug op onze finca.

 

Het contrast tussen het overheersende ‘bruin’ van het woestijnlandschapje dat we hadden ontdekt en het overheersende ‘groen’ van het landschap in de buurt van onze finca was wel heel erg groot.

 

 

Op zonsondergangen raken Ruud en ik nooit uitgekeken.

 

 

En dat allemaal op nog geen twintig minuten lopen vanaf onze boomgaard. Op bovenstaande foto wijst de pijl naar de pajero op onze finca, ooit uit te bouwen tot ons huis.

 

 

(We wachten nu al 382 dagen op onze bouwvergunning).

 

Isla Verde

Vorige week zondag wandelden Ruud en ik mijn lievelingswandeling; de wandeling die ik tegenwoordig de Grote Briestaswandeling noem. De Grote Briestaswandeling is mijn favoriete wandeling op het eiland. We lopen de tocht dus vaker. Een routebeschrijving vind je hier. Er is ook een Kleine Briestaswandeling, de Boswandeling van Puntagorda naar Briestas, en weer terug. De routebeschrijving van die kortere wandeling vind je hier.

 

Maar vandaag dus de Grote Briestas Wandeling. De wandeltocht is ongeveer 20 km lang. Dagvullend. We begonnen om kwart over elf in de ochtend. Rond half zeven in de avond zagen we de gele muren van het restaurant weer terug. De wandelroute voert je door de vele afwisselende landschappen die het binnenland van noordelijk La Palma rijk is. Dennebossen. Wijnvelden. Bloemenweiden. Boerenerven. Kleine gehuchtjes. Geen oceaan (nou ja, op verre afstand) en geen vulkanen tijdens deze tocht. Je kijkt op gegeven moment al wandelend wel tegen de steile muren van de Caldeira de Taburiente op, om op de randen hoog boven je in witte stipjes de vormen van de telescopen te ontdekken. En dan zijn er de majestueuze oude dennebomen die je tegen komt terwijl je wandelend je weg zoekt. En de in het lange manshoge gras verborgen paadjes langs stenen muurtjes en verborgen akkers, waarover je het grootste deel van de route loopt. Of de wolkenlandschappen als je in de buurt van Roque del Faro komt, waar de wolken vrijwel altijd tegen de bergkam opstijgen en het bos het karakter van een sprookjesbos krijgt..

Ik ga verder weinig woorden besteden aan de tocht. De routebeschrijving kan je elders vinden. Ik ga de tocht laten ZIEN. In 64 foto’s. Achter elkaar. Daar komt-ie…  Mijn favoriete wandeling op La Palma!

 

Als je dit leest, en je hebt alle foto’s gezien, begrijp je vast waarom men La Palma het Groene Eiland, La Isla Verde, noemt. Begin oktober, als de druiven op de wijnvelden rijp zijn en de bladeren beginnen te kleuren, wil ik weer.

Het Dak van Puntagorda

Afgelopen zondag vonden Ruud en ik eindelijk weer eens tijd om een lange wandeling te maken. We reden met de auto omhoog vanuit Puntagorda naar de Roque de los Muchachos, een autorit van een half uur,  en wandelden vanaf de parkeerplaats bij het uitzichtpunt langs de kraterrand van de Caldeira de Taburiente tot aan de Roque del Chico. Zo kwamen we uit op het dak van Puntagorda. Ons dorp ziet er vanaf de kraterrand zó uit. We vonden het bijzonder om het decor van ons dagelijkse leventje zo ver onder ons te zien liggen, met een hoogteverschil van meer dan 1.600m tussen ons en het dorp in.

 

Het plan was om een ‘hoge’ wandeling te maken om het slangenkruid te zien bloeien. Ruud had met behulp van googlemaps een ‘slangenkruidroute’ bedacht; een rondje van zo’n 11 kilometer lengte, met als begin- en eindpunt de bekende Roque de los Muchachos, het hoogste punt van La Palma.

We kwamen rond het middaguur aan met de auto op de Roque de los Muchachos. Spitsuur. Het kleine parkeerplaatsje staat op dit tijdstip barstensvol met auto’s van toeristen. Wij parkeerden daarom wat lager langs de toegangsweg. Snel wandelschoenen aan en vertrekken uit de menigte, het lege landschap in. Tijdens onze wandeltocht kwamen we welgeteld één ander wandelpaar tegen.

 

De stilte van het landschap boven Puntagorda, ten zuidwesten van de Roque de los Muchachos is oorverdovend. De uitzichten over de oceaan en de zuidelijke helft van het eiland zijn overweldigend, met af en toe als toegift een kilometer diep inkijkje in de krater van de Taburiente. De leegte van het landschap is weldadig. Als je hier loopt heb je het idee dat je de wereld voor je zelf alleen hebt. Het is allemaal niet vast te leggen op een foto. Deze wandeling moet je ervaren.

 

Heel veel bloeiend slangenkruid hebben we niet gezien tijdens onze wandeling. Misschien waren we toch nog iets te vroeg in het seizoen? Of misschien is de bloeitijd van deze prachtige bloem naar wat later in de tijd verschoven vanwege het relatief koude voorjaar op het eiland? Of misschien gaat het gewoon bereslecht met deze zeldzame plant? We weten het niet. De wandeling was er niet minder mooi om.

Ter hoogte van de Roque del Chico, één van de lagere toppen langs de kraterrand die recht boven Puntagorda ligt, daalden we over een brede brandgang af naar beneden, richting boomgrens. Aan het begin van deze afdaling maakten we een korte lunchstop met een broodje kaas en de gebruikelijke kraai die ook van brood, maar vooral van kaas, hield.

 

Aan het einde van de brandgang kwamen we tot onze verrassing uit bij een betonnen weg en een groot waterbasin. Waarschijnlijk aangelegd om bluswater bij de hand te hebben, mocht er op deze plek, zo dicht bij de peperdure telescopen, brand uitbreken?

Als de Caldeira het dak van Puntagorda is, waren we hier aangeland op zolder. Een voor ons onbekende zolder. We kwamen terecht in een parkachtig landschap, bezaaid met mooie bloemen en een schitterend en hoog uitzicht over de oceaan. Vanuit Puntagorda is deze plek goed bereikbaar, klimmend te voet of (ook klimmend) met de auto of op de fiets. We ontdekten een nieuwe prachtige plek in de buurt van ons dorp en gaan hier vast nog vaker komen.

 

Vanaf het parklandschapje begon voor ons de klim weer naar omhoog, richting de vlakte waar de telescopen staan en waar het helicopterplatform van de sterrenwachten is; een klim van zo’n drie-en-een-halve kilometer lengte, waarin een hoogteverschil van ongeveer vierhonderd meter moet worden overbrugd.

 

We ontdekten dat het parklandschap bekend staat als de Llano de las Ánimas. Puur toevallig waren we aangekomen op het beginpunt van ‘onze’ Barranco de las Ánimas, dat is de barranco die ten zuiden van onze finca naar beneden gaat en waarvan we een stukje helling in eigendom hebben.

Op deze llano (veld, vlakte) is in 2003 een project gestart om zaden van een aantal zeldzame planten (waaronder het slangenkruid) te verzamelen om deze planten zo voor uitsterven te behoeden. Er is een groot hek omheen gezet, met een poortje dat open en dicht kan. Nieuwsgierig liepen we midden in de rimboe door een soort van tuin, waarin vooral één van de te beschermen planten (tweede van links op het bord) weelderig groeide. Van de overige plantensoorten was niet veel te zien. We weten niet of het project nog actief is. De verzameltuin is een mooi intermezzo binnen een toch al mooie en afwisselende wandeling.

 

De klim omhoog gaat in eerste instantie door een bos van pinos en struiken met gele bloemen die op bremstruiken lijken, maar het volgens mij niet zijn. De struiken dragen naalden. Ze bloeien in mei.  Ik vond het erg leuk om nu eens te voet door dit bos te gaan. Ik kende het bos tot aan vandaag alleen vanuit de auto. De weg-met-de-duizend-haarspeldbochten die vanaf de LP1 naar de vlakte met de telescopen en de Roque de los Muchachos voert, slingert zich door dit bos omhoog.

 

Op een kleine helft van de klim wordt de boomgrens gepasseerd en eindigt het bos van pinos. Je loopt over een vlakte met uitzicht op de telescopen die men aan de voet van de Caldeira de Taburiente heeft verzameld. In de loop van jaren zijn het er steeds meer geworden. De telescopen spreken altijd tot onze verbeelding en geven een mystieke twist aan het kale, wat desolate, landschap.

 

De wandelroute van Ruud leidde ons tot aan het asfalt van de toegangsweg naar de Roque de los Muchachos, ter hoogte van de Cherenkov telescopen, waarvan je er op de middelste foto in het fotoblok hierboven één ziet. Deze is nieuw en nog in aanbouw.

We liepen over het asfalt verder naar omhoog tot dat we bij een splitsing uitkwamen. Zie de foto meest rechts in de middelste rij van bovenstaand fotoblok. Op dit punt gingen we links af, dus NIET richting Muchachos en WEL de weg in die alleen toegankelijk is voor ‘staff’.  Iedereen hoort tegenwoordig wel bij een staff. Wij wel, in elk geval.

 

De uitsluitend voor ‘staff’ toegankelijke asfaltweg leidt, via een rotonde (neem deze rechtdoor) naar een telescoop die je ziet op de laatste foto van het fotoblok hierboven. Je loopt om dit gebouw heen en staat dan na een klimmetje van enkele luttele meters opeens weer op de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Het uitzicht is indrukwekkend. Tijd voor een kijkpauze.

 

Over het pad dat langs de kraterrand voert, dit is de roodwitte camino realroute, liepen we na onze kijkpauze terug naar de Roque de los Muchachos, het beginpunt van onze wandeling. In totaal deden we ongeveer vier uur over onze tocht. We liepen langzaam (ik had met ademen last van de ijle lucht op deze hoogte, tijdens het klimmen, ik moet altijd aclimatiseren op deze hoogte) en we hebben lang rondgedwaald op de Llano de las Ánimas.

En dan is er nog het toetje: Het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos. Rond vijf uur in de middag heb je het uitzichtpunt vrijwel voor jezelf. De toeristen uit de hotels in het zuiden en oosten zijn weer weg. Ze moeten immers minimaal twee uur rijden om vanuit het hotel naar  hier te komen en rond 18:00 is het etenstijd.

Elke keer als we hier zijn is het prachtig. En zowaar. De plaatselijke VVV heeft voor de liefhebber een paar prachtige exemplaren van het slangenkruid neergezet langs het pad dat naar het diepstliggende uitzichtpunt van de Muchachos voert.

 

Ruud en ik vonden deze wandeling erg mooi en afwisselend. Staat vanaf vandaag in onze top tien van favoriete wandelingen op het eiland. Dat lijstje zal ik één deze dagen eens gaan maken en posten. De wandeling is op z’n mooist in de periode tussen eind april en begin juni, omdat er dan overal bloeiende bloemen te zien zijn in het landschap. Maar ook buiten deze periode is de wandeling zeker de moeite van het wandelen waard.

Download

Regenwoud

Michel wilde op de laatste dag van zijn bezoek aan ons graag de waterval  bij Los Tilos zien. Dat kwam goed uit. Het was een regendag. Het groen van het regenwoud bij Los Tilos komt het best tot zijn recht als het regent..  En de waterval stroomt dan ook beter. Denk ik.

 

Ruud en ik hadden het regen-laurierbos bij Los Tilos al een paar keer eerder bezocht. De waterval hadden we echter nog nooit gezien. Om eerlijk te zijn hadden we de plek waar het water valt nog nooit kunnen vinden. Nu liepen we er in één keer zomaar tegenop. Als je vanaf de parkeerplaatsen naar het bezoekerscentrum van Los Tilos loopt, zie je vlak voordat je bij het hoofdgebouwtje bent een smal groen zijpad aan je linkerhand. Geen bordjes of aanduiding of wat dan ook. Dat pad is de weg naar de waterval. Een wandeling van een paar minuten. Eerst loop je door een soort van half open tunnel. Aan het eind kom je terecht in een prachtige groene kleine kloof. Aan het eind van de kloof vind je de waterval. Je bent er binnen tien minuten.

 

Het is een mooie waterval. Ik moest denken aan een dagtrip op één van onze Amerikareizen. Lower Calfcreek Falls, in Utah. De waterval van Los Tilos ligt net zo mooi besloten. Het groen is hier alleen veel groener, natuurlijk. We hadden mazzel. Door de regen was het niet druk. Ik kan me voorstellen dat het hier soms zwart staat van de mensen. De waterval werd van alle kanten door ons gefotografeerd, zoals het hoort als je een waterval ziet.

 

Je kunt door een nauwe ‘slotcanyon’ tot aan de voet van het vallende water lopen. Vervolgens kan je er ook langs heen lopen. Je komt dan uit in een prachtige brede kloof, de bedding van een (droge) rivier. Het groen van de weelderige plantengroei spat je hier echt van alle kanten tegemoet. Je kunt deze kloof een stuk inlopen en de natuur in je opnemen. Wij liepen maar een stukje, vanwege de regen. En vanwege de gedachte aan flashfloods in Amerikaanse slotcanyons, waarvoor gewaarschuwd wordt als het een keer regent in de woestijn. Hier geen waarschuwingen, dus het risico van flashfloods zal wel los lopen. Maar wat eenmaal in je hoofd zit, krijg je er niet zomaar weer uit… Dat geldt zeker voor sommigen van ons.

 

Ter hoogte van de eerste parkeerplaatsen bevindt zich een tweede wandelpad. Over dit pad kom je na zo’n drie kwartier bij het uitzichtpunt van Mirador Espigón Atravesado. We besloten deze wandeling te gaan maken, hoewel dit uitzichtpunt niet heel bijzonder is. De wandeling er naartoe is het doel. De weergoden besloten echter anders. Na een paar minuten te hebben gelopen, begon het zo hard te regenen, dat we noodgedwongen het kleine restaurant onder het centro visitante maar opzochten en daar papas fritas aten. Dat restaurant ligt midden in het bos  met een mooi buitenterras. Vast een hele leuke plek bij zonnig weer. Maar wij bezochten het regenwoud in de regen.

 

Op de terugweg naar Puntagorda reden we door dít weer.

 

Het bleef de hele verdere dag regenen op ons zomereiland. Onze geplande bbq op de laatste avond van Michel’s bezoek viel enigszins in het water. Gelukkig heeft ons Boeddhahuis een brede veranda, en met een beetje improviseren kom je een heel eind. We zullen aan alle weermannen en weervrouwen van de Canarias doorgeven wanneer Michel de volgende keer weer op bezoek komt. Het regent dan namelijk altijd. Kunnen ze dat alvast meenemen in hun vooruitzichten voor op die dagen.

Meer informatie over Los Tilos, en dan met name de grote wandeling bij Los Tilos, kan je hier vinden.

Gorilla’s in de Mist

Altijd als Michel bij ons op bezoek is, regent het. Zo ook vandaag. Om meer precies te zijn hing er een zware regenwolk precies boven ons Boeddhahuis. In combinatie met de regenwolken op de verschillende weervoorspelapps veroorzaakte dat bij ons een donker gevoel. We hadden immers een wandeling naar de Pico Birigoyo op het programma staan, en het zou vandaag half bewolkt en zonnig zijn, zo was ons de hele week al beloofd. Met lood in onze schoenen stapten we toch maar de caddy in, op weg naar het zuiden. Om na ongeveer vier honderd meter te ontdekken dat er inderdáád een hele donkere regenwolk boven Boeddha hing. En verder nergens. Meevaller!

 

Vandaag lieten we dus de Pico Birigoyo zien aan Michel, was de bedoeling. Het werd Pico Birigoyo in de mist. Hoewel het de hele dag droog bleef was het op hoogte behoorlijk bewolkt en koud. Winterwandeling op La Palma. Maar de bomen in het bos bij El Pilar stonden in witte bloesem, dat dan weer wel.

 

De Birigoyo is mijn op-een-na-meest-favoriete bergtop op La Palma. (Favoriet zijn voor mij de toppen van de Deseada’s, maar die wandeling wilden we Michel in deze fase van zijn wandelleven nog niet aan doen). Sinds vandaag weet ik dat een wandeling door wolken en nevels naar de Birigoyo net zo mooi en indrukwekkend is als een wandeling bij helder weer en verre horizonnen. Alleen anders.

 

We wandelden door een soort van sprookjesbos omhoog. Geen elfen gezien, maar het had gekund, zo mooi was het er. Grijze nevels en witte bloesems. Toen we aankwamen op de bergtop weken de wolken uiteen en vielen er voortdurend om ons heen gaten in de nevels, zodat we steeds snelle doorkijkjes kregen naar het eiland om ons heen. Op enig moment brak het wolkendek boven ons, terwijl op ooghoogte de nevels juist dikker werden. Derde foto in het fotoblok hieronder. Bijna een mystiek moment.

 

Tijdens de afdaling brak in het noorden het wolkendek en kregen we zicht op de Caldeira de Taburiente, terwijl achter ons in zuidelijke richting,  de nevels dansten en wervelden. We vergaten dat het koud was en dat het hard waaide.

 

We deden bijna anderhalf keer zo lang als anders over deze tocht. Er was zoveel te zien dat we voortdurend stil stonden om het landschap en het spel van wolken en wind te bewonderen.

 

Op de terugweg deden we op goed geluk, want het was zaterdagavond, een poging om een tafeltje te bemachtigen bij De Belg. We voelden ons bijzonder bevoorrecht toen we fluisterend naar een gereserveerd tafeltje binnen in het restaurant werden gedirigeerd. ‘Jullie hebben gereserveerd’, kregen we met een strenge blik te horen. We voelden ons nog meer bevoorrecht toen potentiële gasten na ons naar het koude buitenterras werden gestuurd, met de mededeling dat alle tafels binnen gereserveerd waren. Komen we te vaak bij de Cervezeria in El Jesus? We aten er in elk geval weer lekker. En het is er altijd gezellig!

Op weg naar het toilet beneden het restaurant (buitenom lopen) nog even een prachtige zonsondergang gescoord. Het was een mooie dag.

Meer praktische informatie over de wandeling naar de Pico Birigoyo kun je hier vinden.

Verjaardagsfeest #49

Donderdag was Ruud jarig. Als één van ons jarig is, hebben we als het even kan beiden een vrije dag, die we zonder verjaardagsgasten met ons 2 doorbrengen. Zo ging het ook afgelopen donderdag.

 

Het was mooi weer, hooguit een beetje koud. We besloten om samen met de honden de boswandeling naar Las Briëstas te maken. Boven Puntagorda ligt op zo’n 1.300 meter hoogte een gebied vol dennenbossen en wijnvelden. Het is er erg mooi en door de wijnvelden is dit van alle wandelingen die we op het eiland kennen één van de wandelingen die  het meest varieert met de seizoenen. In februari zijn de wijnvelden nog helemaal kaal. Dat heeft zijn eigen schoonheid, vind ik.

 

Het was op deze hoogte maar net twaalf graden. Maar de zon scheen en het was windstil. Ideaal wandelweer. De amandelbomen waren uitgebloeid maar de meeste bloemen moeten op deze hoogte nog uitkomen. Vanaf half maart en in de maanden april en mei is het hier echt prachtig. De honden genoten en maakten een voettocht over de hellingen die ongeveer vier keer zo lang was als de wandeling die Ruud en ik maakten. Aan het eind waren ze flink moe. De rest van de dag hadden we geen kind meer aan ze.

 

We hadden een mooie ochtend op deze manier. De middag brachten we deels door in Los Llanos, alwaar we de Lidl hebben verkend. We worden geacht om bij de Lidl eens in de paar weken onze voorraden aan te vullen. En inderdaad: het wasmiddel is er erg goedkoop en ze hebben er goede hamburgers. En vooral ook: colasnoepjes en drop!

Deze foto maakte ik na afloop van de wandeling, op de terugweg naar Puntagorda. Met de telefoon, door de voorruit van de auto.

 

Het VerjaardagsFeest sloten we af bij Flor de Lotus, onze megafavoriete Pizzeria in het dorp. Gelukkig was de pizzaman open, want dat is niet altijd vanzelfsprekend. Pizza Cuatro Quesos. Pizza Espinacas. Fles Traviesa Blanco. Fles Agua sin gaz. Altijd hetzelfde. Altijd lekker. Altijd gezellig!

 

Het allerleukste van deze dag was, dat we nu sinds tien dagen weer terug op La Palma zijn. Normaliter zouden we op de elfde dag weer naar huis moeten. Nu zíjn we thuis! Helemaal tevreden hierover liepen we onder een heldere sterrenhemel terug naar het Boeddhahuis.

Berichtje voor Michel: Ruud en ik hebben gisteren bedacht dat we in dit gebied een mountainbiketocht gaan uitdenken. Voor in maart of voor later dit jaar. Mét motortje, denk ik…

El Palito

Nabij het dorp Puntagorda kan je bij ons weten op drie plekken langs de rotskust afdalen tot aan zee-niveau. De meest bekende plek om bij de oceaan  te geraken is bij El Puerto, de oude haven van het dorp.  Een andere plek hebben Ruud en ik ontdekt in de directe omgeving van het Cruz de la Reina. Een derde plek ligt bij El Palito.

 

El Palito heeft een wat magische klank in onze oren. Wij weten al sinds jaren  dat El Palito er is. Van horen zeggen en van plaatjes op het internet weten we dat het er mooi is en dat de weg er naar toe niet al te moeilijk is, maar dat je tijdens de laatste afdaling wel alert moet zijn op gevaarlijkse situaties.  We zijn vaak op weg geweest naar El Palito. Maar we kwamen er nooit aan. Een beetje vanwege lamlendigheid van onze kant, een beetje vanwege de aantrekkingskracht van het kalme boeren landschap dat je doorkruist op weg naar El Palito. Maar. Vandaag kwamen we er wel!

 

Vanuit ons vakantie huis, Casa Demetria, recht boven de Balsa, het waterspaarbekken beneden het dorp Puntagorda, liepen we naar beneden tot aan de begraafplaats die ligt aan de voet van dit spaarbekken. De parkeerplaats van de begraafplaats is een mooi startpunt voor deze wandeling voor wie niet in Puntagorda verblijft.

‘Onze’ route naar El Palito klimt eerst naar boven, naar de Pista del Canal. Dit is het zandpad dat evenwijdig loopt aan het grootste irrigatiekanaal van bananenwater in dit deel van het eiland. Het kanaal loopt van Garafia in het noorden tot Los Llanos in het zuiden. De Pista del Canal volgen we in zuidelijke richting tot dat we bij de heuvel Don Pancho komen. Op deze heuvel staat een grote telecommast. Ter hoogte van de heuvel loopt een steil pad naar beneden. Richtingaanwijzers wijzen je de weg. Volg de route naar ‘El Puerto’.

 

Aanvankelijk loop je door een landschap van kale rots en cactussen, met prachtige vergezichten over de oceaan. Iets verder naar beneden maken de cactussen plaats voor avocado-plantages en bananenplantages met hier en daar een akker vol groenten. Je voelt aan den lijve hoe snel klimaatzones op La Palma in elkaar overgaan. Als je bij de plantages bent is het vrijwel altijd zonnig en warm, maakt niet uit bij welk weer je bent vertrokken van de begraafplaats.

Op enig moment kom je borden richting El Palito tegen. Deze wijzen je de weg naar een klein pad dat in snel tempo af daalt richting oceaan. Je verlaat de bewoonde wereld en komt terecht in landschap van steile kliffen en een oneindige blauwe oceaan. Met hier en daar een trapje. Of een houten hek. De route wordt goed onderhouden. De weg naar beneden begint bij een geitenlandje. Je moet een hek door dat je geacht wordt achter je te sluiten als je passeert.

 

Vlak voordat je de eindbestemming bereikt, voert het pad door een klein tunneltje. Direct achter het tunneltje heeft een aardverschuiving het pad enigszins verminkt. Het beschermende houten hek is op deze plek verdwenen. Het is goed te doen om met wat voorzichtig gemanouvreer deze barriere te nemen. Maar. Niet doen als je je niet zeker voelt. En eigenlijk ook niet doen, als je alleen wandelt. Maar dat vind ik. De tunnel is ook een mooi eindpunt.

El Palito is een klein terras op ongeveer veertig meter boven zeeniveau. Het terras is aangelegd rondom een diepe waterput, waar grondwater werd opgepompt ten behoeve van de landbouw. De put is volgens mij niet meer in gebruik. Geen idee waarom El Palito (= De Stok, in het spaans) El Palito heet.

 

Het wandelpad houdt op bij het terras. Maar het is een beetje zonde om de laatste meters richting oceaan niet te doen. Klim over het muurtje en volg door het hoge gras een wat verborgen liggend zandpad. Hier en daar moet je even een klautertruc doen over een onhandig grote rots.

De beloning van je inspanning is de directe nabijheid van de oceaan. Je kunt het zoute zeewater ruiken. Je kunt de fijne neveldruppels  van de branding voelen. Maar je kunt het water niet aanraken. De rotskust is te grillig en zwemmen of pootje baden is op deze plek te gevaarlijk.

Daarna klim je terug tot aan de asfaltweg. Je volgt die weg in noordelijke richting. De weg brengt je in een langzame, geleidelijke klim in vele draaiingen en bochten terug naar Puntagorda. Heel soms passeert er een auto. Meestal toeristen die niet zo van wandelen houden, op weg naar El Puerto. Heel soms een bananenboer. Verder is er niets dan stilte, zonlicht en blauwe oceaan in de verte, terwijl je tegelijkertijd met regelmaat op  prachtige doorkijkjes in het heuvellandschap landinwaarts stuit.

 

De weg naar El Palito is een fijne ontspannen wandeling. De eindbestemming is best een leuke plek, maar het draait in deze wandeling vooral om de weg ‘er naar toe’ (en weer terug). Ruud en ik deden al met al ruim vijf uur over de wandeling. Ons begin- en eindpunt lag ongeveer 100 meter boven de Balsa.

Ook nu weer het dringend advies om voldoende drinkwater mee te nemen. Onderweg kom je niets tegen en het kan beneden flink warm zijn, zeker als je weer terug klimt. Daarnaast toch een waarschuwing om met regen of harde wind een andere wandeling te kiezen. De steile afdaling is onder die weersomstandigheden niet helemaal zonder gevaar. El Palito is mooi, maar geen botbreuk (of erger) waard.

Download

De Desaeada’s

Het was minstens een jaar geleden dat we voor het laatst een wandeling maakten op de hellingen van de Cumbre Vieja, de zuidelijke vulkaanketen op La Palma. Wel weer eens tijd voor zo’n wandeling, dus. We kozen voor een wandeling naar de Deseada’s, twee toppen van één vulkaan. De Deseada’s liggen op een derde van de beroemde Ruta de Los Volcanes en vormen het hoogste punt van deze route. Startpunt van onze wandeling: de kampeerplek annex natuurcamping annex bbq-plaats annex kinderspeeltuin van El Pilar.

 

Het eerste deel van de wandeling klimt vanaf El Pilar door de pijnboombossen in de richting van de flanken van de Pico Birigoyo. Je volgt de borden naar Fuencaliente / Los Canarios. Die borden blijf je volgen tot dat je op de top van hoogste van de beide Deseada’s staat. Vanaf die top loop je de zelfde route terug.

 

De bospaadjes hebben aanvankelijk een redelijk strak hellingspercentage voor Hollandse benen. Ik moet altijd even ‘in komen’ als ik vanaf El Pilar het bos in loop. Na een klein half uur heb je de eerste klim echter volbracht en volgt de route een tijd lang een vrijwel horizontaal (vals plat) pad. Door de bomen heb je af en toe uitzicht over het Aridane Dal. Dit is een bescheiden voorproefje van wat je allemaal nog gaat zien.

 

 

Bij het houten bruggetje op de laatste foto hierboven begint een tweede steile klimepisode op de route. De klim is niet al te lang, maar je overbrugt in deze korte tijd wel een flink hoogteverschil. Het helpt daarbij niet dat er door de ‘routemanager’ op een deel van de deze klim traptreden zijn bedacht die juist te groot zijn voor mensen met korte benen, zoals ik.

Na deze klim ben je ‘op hoogte’ aan gekomen. Je bent in een andere wereld. Het bos heeft plaats gemaakt voor open luchten, verre oceaanzichten en een landschap vol met vulkanisch gesteente.

 

Een tweede klim brengt je naar het plateau van de Hoyo Negro, het zwarte gat. Het landschap wordt steeds weidser en mooier. Het zwarte gat is een oude, indrukwekkende vulkaankrater. Je kunt de krater van alle kanten goed bekijken en krijgt zo een indruk van de enorme omvang van de natuurkrachten die dit eiland ooit vormden (en nog steeds vormen, eigenlijk).

Ter hoogte van de Hoyo Negro krijg je voor het eerst een goed uitzicht op het einddoel van deze wandeling, de beide toppen van de Deseada’s. Het grootste deel van de klim heb je nu gehad. Maar er volgt voorbij de krater nog een laatste gemeen klimmetje. Tijd voor een rustpauze-met-krater-uitzicht daarom voor ons.

 

Het wandelpad voert je ten oosten van de Hoya Negro om de krater heen om vervolgens weer zuidwaarts te gaan, richting Fuencaliente en de Deseada’s. Je komt een afslag naar links tegen die je naar de vulkaankegel van de Nambroq brengt. Deze bestemming is zeker een bezoekje waard. Wij sloegen de Nambroq over omdat we wat laat aan de wandeling waren begonnen en ‘voor het donker’ weer terug wilden zijn in El Pilar.

 

En dan zijn daar, na een laatste klim door een klein bos van pino’s,  de Deseada’s. Twee toppen van één grote vulkaan die zijn eigen zwarte woestijn heeft gecreëerd. Erg indrukwekkend om te zien, als je, zoals wij, van woestijnlandschappen houdt. Moeilijk om te bedenken dat de vulkaan die de Deseada’s maakte eigenlijk maar een relatief klein vulkaantje is.

Aan de voet van de toppen zie je een gitzwart lavaveld in de diepte liggen, omzoomd door groene dennenbossen. Verderop ligt de oceaan aan alle kanten om je heen. In de verte zie je de eilanden  Tenerife en La Gomera liggen, bij helder weer. Steeds als ik hier ben weet ik niet waar ik moet kijken. Het is hier naar alle windrichtingen zó mooi.

 

Nu de Deseada’s bereikt zijn, kan je de wandelroute de route laten. Je kunt gaan zwerven. Ik vind het het mooiste om de wandelroute nog een stuk te blijven volgen en ten westen van de laagste Deseadatop door te lopen naar het zuiden. Zo kom je als vanzelf op de top van deze Deseada uit. Vervolgens loop je in een halve cirkel, eerst zuidwaarts. dan terug noordwaarts, naar de hoogste top van de beide Deseada’s. Je staat nu op het dak van de Ruta de los Volcanes. Je hebt een magistraal uitzicht naar alle kanten. We hadden het bergpanorama helemaal voor ons zelf alleen, met slechts een tweetal kraaien als gezelschap. Zo voelt vrijheid, voor mij.

 

De weg terug is bepaald geen straf. Het gaat vrijwel voortdurend naar beneden en het uitzicht ‘de andere kant op’ is weer heel anders dan op de heenweg. Over de heenweg deden we, met tussenstops en heel veel fotomomentjes, bijna drie en een half uur. De terugweg duurde een uur korter. Bij elkaar waren we zo’n zes uur onderweg.

 

De Deseada’s zijn een prima eindpunt voor wandelaars die eigenlijk de Ruta de los Volcanes willen lopen maar geen taxi kunnen of willen betalen die hen van Fuencaliente naar El Pilar brengt.  Wij begonnen pas rond 13:00u. Het nadeel van een start op dit late tijdstop is dat het bij helder weer dan een stuk warmer is in vergelijking met een vroege start. Het grote voordeel is echter dat je grote kans hebt om  tijdens de wandeling op het eerste deel weliswaar nog wat ‘tegenliggers’ die op de terugweg zijn,  tegen te komen, maar dat je daarna de vulkanen helemaal voor je zelf alleen hebt.

Denk er aan, als je deze wandeling gaat doen, om voldoende water mee te nemen. Je kunt bij El Pilar nog drinkwater tappen, maar daarna niet meer. Bij dichte mist (wolken) moet je echt een kaart of beter een wandelapp bij je hebben. Hoewel de wandelroute goed is aangegeven met richtingaanwijzers, kan je bij beperkt zicht van slechts enkele tientallen meters toch snel je oriëntatie verliezen in dit landschap. Bij helder weer is deze route sowieso op zijn mooist.

Download

El Tablado – Roque del Faro – El Tablado

Ruud zoekt bij ons thuis vrijwel atijd de wandelingen uit. Ook voor vandaag had hij een mooie wandeling uitgezocht. We gingen een ‘driehoekje’ doen. Beginpunt El Tablado, een gehucht aan de noordkust van het eiland op ongeveer 150 meter boven zeeniveau. Vandaar evenwijdig langs de kust, over de Camino de Real de la Costa, in de richting van het dorpje Franceses. Halverwege deze route de kustweg verlaten en de berg op klimmen naar het dorpje Roque del Faro. Op het terrasje van het restaurant in Roque del Faro iets eten en daarna terug over de asfaltweg weer afdalen naar het beginpunt El Tablado.

Achteraf noemde Ruud de klim naar Roque del Faro met een glimlach ‘trainingskamp’; ik had over het hoofd gezien dat het gaat om een klim waarin bijna 1.100 meter hoogteverschil wordt overbrugd. Ruud had het wel heel eerlijk vooraf verteld, in een bijzin. Idioot natuurlijk. Ik had gebruik moeten maken van mijn vetorecht. Maar. Na afloop geeft zo’n wandeling wel een bevredigend gevoel. Na afloop.

 

 

De natuur in het noorden van La Palma is geweldig mooi. Lege landschappen met hier en daar een piepklein dorpje, prachtige oceaanzichten, zonlicht dat vaak door wolkenflarden gefilterd wordt, mooie planten en bomen in een overwegend groen decor met de blauwe oceaan als achtergrond. Maar ook: steile hellingen en vaak mistig bewolkt en wat somber weer, doordat de overheersende winden uit het noord-oosten de lucht van over zee op deze plek tegen het eiland aan blazen, zodat er zich hier wolken vormen.

 

 

Het eerste stuk van de wandeling, het deel over de Camino Real, is in één woord geweldig. Hier en daar moet je een flinke klauterpartij maken, maar dat is helemaal niet erg. De schoonheid van het landschap om je heen en de kwaliteit van de vergezichten waar je tegen aan loopt  weegt ruimschoots op tegen de inspanning die dit kost.

De wind kwam vandaag niet uit het noord-oosten, maar meer uit het oosten. We hadden hierdoor helder zicht en er stak een bleek zonnetje door de  wolken heen. Een flink warm, bleek zonnetje.

 

Op de driesprong van de Camino Real met de secundaire wandelroute PR-LP 9.1 volgden we deze laatste route en begonnen we aan de klim naar Roque del Faro. We hadden het zwaar, vooral ondergetekende, zelfs met wandelstokken. Het was onze eerste wandeling tijdens dit verblijf, we hadden nog geen klimkilometers in de kuiten. Het pad naar omhoog was erg steil en vooral ook erg lang, zonder pauzes met een minder steil hellingspercentage. Daarbij komt nog dat de route wandelaars overwegend voert over een holle weg, een zandpad dat is ingesloten door zandwallen aan beide kanten met daarboven een dak van boomheide. Voor even is dit leuk, maar al snel wordt het saai. Je werkt je zelf omhoog en klimt je het lamlazarus, zonder dat je inspanning wordt gecompenseerd door een mooi landschap of een geweldig uitzicht onderweg. Trainingskamp dus. Aaaargh!!

 

Halverwege de klim hielden we de officiële route daarom voor gezien. Op een plek waar de wandelroute en de asfaltweg van Roque del Faro naar Franceses elkaar kruisten, verlieten we het boomheidepad en liepen we over de asfaltweg verder naar omhoog. De sportwedstrijd werd zo weer een wandeling. Het was meteen weer een stuk gezelliger 🙂  . Naarmate we hoger klommen, trok de hemel dicht en liepen we door een wereld van grote, mysterieuze bomen gehuld in nevels.

 

Helemaal gezellig werd het bij aankomst in Roque del Faro. Want daar kennen we een leuk klein terrasje bij het enige restaurant van het dorpje, Reyes. Je kunt er lekkere salades en papas eten voor een klein prijsje. Dat deden we.  Na deze verlate lunch was de weg terug naar El Tablado een ‘easy stroll’. We spraken over veel koetjes en kalfjes en namen uitgebreid de voordelen en nadelen van de Citroën Berlingo enerzijds en de Volkswagen Caddy anderzijds met elkaar door. Ook de verschillende aannemers die we op het oog hebben voor de bouw van onze huisjes werden uitgebreid doorgenomen. Heel nuttig was dit alles en onderhoudend. De weg naar beneden zelf was een beetje saai, totdat we weer in de buurt van El Tablado kwamen.

 

Al met al waren we zo’n zes uur, inclusief lunch, onderweg. Nu, tien dagen later, kijk ik terug op een geslaagde en mooie wandeling, maar daar dacht ik tijdens de klim in deze wandeling heel anders over.

Wandelen in het noorden van La Palma is zeker de moeite waard. Ben je ECHT sportief (en niet wannabe-sportief, zoals wij) EN heb je meerdere wandeldagen beschikbaar: kies dan vooral ook een keer voor deze wandeling. Als er tenminste één van deze beide criteria niet op jou van toepassing is: kies dan voor het gebaande pad en loop vanuit El Tablado langs de Camino Real de la Costa naar Franceses of een beetje verder, en dan weer terug.

In El Tablado is een klein barretje. Of er horeca is in Franceses weet ik eerlijk gezegd niet. Nog een laatste tip: De weg die El Tablado in gaat is erg smal en er is weinig parkeergelegenheid. Als je het dorpje in rijdt, hou je je hart vast of je ‘er nog wel uitkomt’, en nog ergens kunt keren als je weer terug omhoog moet met je auto. Relax. Gewoon doorrijden; helemaal aan het eind van de weg is een klein plaatsje waar drie a vier auto’s kunnen parkeren en keren. Als er twee auto’s op dit pleintje tegelijkertijd staan, is het heeel druk.

Tijdens onze wandeling kwamen wij GEEN ENKELE medewandelaar tegen. Niemand. Nul. Daarom vinden wij, kluizenaars uit Almelo, La Palma zo leuk.

Download

Niet naar El Palito

Het was de bedoeling dat we vanaf onze finca naar het uitzichtpunt El Palito, beneden Puntagorda, zouden lopen. We hadden hier een hele ‘vrije’ ochtend en middag voor uit getrokken toen we eerder dit jaar, in februari, op La Palma waren. Maar we kwamen er niet.

 

Hierboven zie je een overzichtskaartje van de kust onder Puntagorda. El Palito is een uitzichtspunt dat uitkijkt over twee rotsstrandjes. We hadden al vaker de wegwijzers gezien en waren toch wel wat nieuwsgierig geworden. We waren er nog nooit geweest. En ook vandaag kwamen we er niet. So far away, so close..

Het eerste deel van de wandeling zal je misschien wel herkennen van eerdere blogposts. Start en finish tussen onze sinaasappelbomen, daarna de twee monumentale schuurtjes onder ons kavel, vervolgens door de Baranco de las Animas en door de Baranco van San Mauro naar de kerk van San Mauro en de restanten van de voormalige pastorie.  Zo loop je vanaf onze finca naar het zuiden, richting het waterresevoir, richting El Cimetério,  richting El Puerto en richting El Palito.  Maar we kwamen er niet.

 

 

Het was een wat koele dag, windstil met af en toe wolken en af en toe zon. We genoten van het uitzicht op de oceaan, de bloeiende amandelbomen, het frisse groene landschap en de wolkenpartijen boven dat landschap en boven de zee. Op weg naar El Palito. Maar we kwamen er niet.

 

We kwamen er niet. Alweer niet. El Palito blijft een terra icognita voor ons tot op heden. Dat heeft met wilskracht te maken. Maar ook met de schoonheid van het landschap op weg er naar toe. Niet voor de eerste keer besloten Ruud en ik dat El Palito toch wel erg ver ‘naar beneden’ lag. Naar beneden is niet erg, maar daarna moet je ook weer omhoog. En gewoon een beetje rondzwerven is eigenlijk wel een goed alternatief voor zo’n afdaling naar een waarschijnlijk onbeduidend punt. Aldus besloten we voor de zoveelste keer niet helmaal tot het eind af te dalen en El Palito te laten schieten.

 

We bleven steken op zo’n twee honderd meter boven zeeniveau. En hadden het daar geweldig naar ons zin. Zo stil. Zo relaxed. Zo midden in de natuur. Zo’n  prachtig uitzicht over de heuvels van het eiland en de uitgestrektheid van de oceaan.

 

We kwamen dit vakantiehuis in aanbouw tegen. Er was niemand aan het werk. Leuk dus om in rond te lopen en om te bekijken wat deze huizenbouwer had bedacht als het gaat om indeling van de ruimtes en de afwerking van bouwelementen. We zagen dat het houten dak met een donkere lak was geverfd en besloten ter plekke dat dit wel heel erg mooi is en dat we dit ook zullen gaan doen in onze nog te bouwen huizen.

 

De klim terug heb ik al wel eens vaker beschreven. We volgden het asfalt van de Camino del Puerto en klommen bocht voor bocht met een niet al te zwaar hellingspercentage weer terug naar de bewoonde wereld.

 

Intussen heb ik uitgevonden dat El Palito toch echt wel de moeite waard is om naar toe te lopen en om te bekijken. De foto’s hieronder komen van een wandelblog dat in 2012 gemaakt is door iemand uit Noorwegen. De volgende keer gaan we de afdaling toch echt helemaal afmaken en gaan we El Palito met eigen ogen zien. Denk ik.

 

Download