Droompaden

Afgelopen zondag maakten Ruud en ik een wandeling door het landschap rond het gehucht Las Tricias. We volgden de zogenaamde ‘droompaden-route’. Ruud oefende als gids op deze route. Over twee weken loopt hij hier zijn eerste rondje als zelfstandige gids voor Isla Bonita Tours.

De wandeling begint op de parkeerplaats aan de voorzijde van het kerkje van Las Tricias. Van daar loop je linksom langs de kerk om op een groot plein uit te komen. Aan de rechterzijde van dit plein vind je een kleine bar met keuken en terrasje. Aan de linkerzijde, in de verre hoek, daalt een smal rotsig pad af naar een kleine baranco. Het begin van de wandeling.

 

Las Tricias staat onder andere bekend om de vele amandelbomen die het minidorpje omringen. Vanaf de tweede helft van januari tot de eerste helft van februari staan de amandelbomen in bloei. Op het hoogtepunt van de bloeitijd loop je door een prachtig rose landschap. Op dit moment loopt de bloesemtijd alweer naar het einde. Het overweldigende wit en rose van de bloesems is al niet meer te zien, maar het landschap ziet er op plekken nog steeds prachtig uit. Nog een dag of tien, denk ik. Dan zijn de bloesems weg en krijgt het landschap rond Las Tricias geleidelijk aan alle kleuren van de regenboog door de vele weidebloemen die gaan bloeien.

 

De wandelroute voerde ons door een rustig boerenlandschap, waar de tijd lijkt stil te staan. Volgens mij gebeurt er nooit iets in Las Tricias. En dat kan heel fijn en bevrijdend zijn. Soms. Overal waar je loopt heb je uitzicht over de machtige blauwe oceaan. Ten noorden van Las Tricias loop je door een beroemd ‘bos’ van Drakenbloedbomen. Te vinden in elke reisgids. De bomen zijn karakteristiek voor het noorden en noordwesten van  La Palma. Als je een kerf maakt in de bast van de boom, loopt er een rood-oranje sap uit, het drakenbloed waar de boom zijn naam aan ontleent. Prachtige, bijzondere bomen om te zien.

 

Onze wandeling duurde zo’n vier uur. We liepen ongeveer tien kilometer, waarbij we eerst vier honderd meter daalden om vervolgens dezelfde meters weer omhoog te klimmen, maar dan langs een andere weg.  We volgden uiteraard, vanwege Ruud’s generale repetitie, de route die door Isla Bonita Tours is bedacht. Deze route wijkt af van de routes uit de reisgidsjes of het wandelnetwerk van La Palma. Vanaf het pad door de baranco onder het kerkplein waar je start, volg je kleine bruine bordjes die je de weg naar de oude grotten van Las Tricias, Las Buracas, wijzen. Daar aangekomen loopt er slechts één pad naar omhoog. Dit pad brengt je vanzelf naar een asfaltweg. Als je hier rechtsaf gaat slinger je gestaag klimmend terug naar het dorpje.

Als je wandelt met Isla Bonita Tours hoef je de laatste klim van 350 meter niet te maken, maar word je opgewacht door een bus. Voor ons stond die bus er niet. Wij liepen langs de asfaltweg terug naar het dorp. Een gemakkelijke klim met prachtige vergezichten over het landschap waar we eerder doorheen wandelden.

Als je geen zin hebt in deze klim, en ook geen zin hebt in Isla Bonita Tours, maar wél deze wandeling wil maken, kan je een groot deel van de klim met de streekbus doen. De streekbus (Garafia-Puntagorda, richting Puntagorda) rijdt 1x per twee uur, en slaat in dit schema 1x over in de middag. Goed plannen dus. De bus rijdt ook op zaterdagen en zondagen. Voor actuele informatie over de busverbinding kan je kijken op de website van TILP, dat is de streekbusmaatschappij op La Palma.

 

Op zo’n tweederde van de wandeling loop je langs een klein cafe-terras, met de naam Finca Aloe. Hier kan je op een prachtige plek wat drinken, of kleine gerechten eten. De Duitse eigenaresse hanteert wel West-Europese prijzen. Daar ben je aan gewend, dus je vind het niet erg, maar een beetje jammer is het wel. Het café is dagelijks van 12.00u tot 17.00u open.

 

De nieuwe toekomstige werkplek van Ruud is in één woord prachtig. Het landschap rond Las Tricias is geweldig mooi, vind ik. Bijna overal waar je kijkt is iets bijzonders te zien, van het begin tot het eind van de wandeling. Oceaan, bloemen, verstilde boerderijtjes, drakenbloedbomen. Zonnetje erbij en dan kan je het eigenlijk niet beter hebben op een vrije zondagmiddag. Ruud en ik hadden het weer erg naar ons zin op ons kleine eiland.

 

Hoewel Ruud vindt dat hij nog moet studeren op de ‘flora’ langs de route, was de generale repetitie wat mij betreft geslaagd. Ik heb veel ditjes-datjes-wetenswaardigheden gehoord over de zaken waar  we op onze tocht voorbij liepen en Ruud kende de weg zonder één keer fout te lopen of zelfs maar te twijfelen. Meer mag je van een gids niet verwachten, toch?

 

Ik had deze wandeling, op deze manier, nog nooit eerder gedaan. De wandeling komt met stip binnen in mijn top tien van La Palma Wandelingen. Het leuke van de Isla Bonita Tours variant is dat je de vele andere wandelaars, die met je meegenieten van het landschap, een beetje ontwijkt. Zoals gezegd, ‘Las Tricias’ staat in elke reisgids genoemd en staat ook nog eens bekend als de ‘gemakkelijkste wandeling op La Palma’. Het is er dus vrij druk, zeker voor Palma-begrippen.

 

We startten iets over elven in de ochtend. Vlak voor drie uur stonden we weer bij de kerk van Las Tricias. Onderweg dronken we zo’n vijfentwintig minuten een cortado en daarna nog een zuma de naranja in het Aloe Café.

 

Op het eindpunt wachtte ons nog een kleine verrassing. Vast Nederlanders. Ik hoor het de chauffeur-met-de-vrolijk-geruite-korte-broek zeggen. ‘Schat als jij nou alvast even uitstapt, past-ie er precies tussen. Hebben wij even mazzel, dat de laatste parkeerplek voor ons is’. Fijne mentaliteit hebben sommige mensen. Gelukkig is Ruud nog lenig genoeg om via de passagiersstoel op de bestuurdersstoel te belanden. Voor alle duidelijkheid; de witte auto is van ons, de zwarte huurauto is van maffe, ongemanierde medewandelaars.

 

Las Tricias in het vroege voorjaar is een absolute aanrader voor wie wil wandelen op La Palma.

Download

Op Zondag naar de Teneguia

Eind vorige week vond Ruud dat het hoognodig tijd was dat ik weer eens een hele dag buiten zou zijn. Voor mijn NL-werk maak ik op doordeweekse dagen best lange dagen achter een laptop met twee schermen in één van de donkerste hoeken van het Boeddhahuis. Omdat op die plek de grote monitor kan blijven staan, als ik klaar ben met het werk. Als je dan de hele dag in zo’n schaduwhoek stil zit te zitten bij een buitentemperatuur van vijftien, zestien graden, zonder kachel in huis, kan je zomaar spontaan in een soort van winterdepressietje schieten. Erop uit dus. De zon in. Ik wilde graag een buitendag met zon en warmte. We besloten daarom op zondagmiddag te gaan wandelen op de uiterste zuidpunt van het eiland, in het warme, droge landschap rondom de Teneguía-vulkaan.

 

De Volcán Teneguía is de meest zuidelijke vulkaan van La Palma en ook de vulkaan die het meest recent van allemaal nog actief was. De laatste uitbarsting vond plaats in 1971. Het eiland werd door de lavastroom van toen een stukje groter. Je kunt de top van de Teneguía beklimmen. Als je dat doet heb je aan het einde van de klim een prachtig uitzicht over de zuidpunt van het eiland, de drie andere dichtbij gelegen  eilanden van de Canarische archipel en de droge wereld rondom de vulkaan waarop je staat en de nabije en veel hogere top van de San Antonio Vulkaan.

Ik had vooraf al verteld aan Ruud dat ik deze keer geen zin had in de klauterpartij naar de top, want een klauterpartij is het, als je de top van de Teneguía wil meemaken. Ik wilde niet klimmen, maar gewoon lekker ronddwalen door het droge landschap van de beide zuidelijke vulkanen. Een landschap vol van ongenaakbare gekleurde rotsen,  dorre droge steenvlaktes en wijnvelden. Want dat is het gekke. Je loopt in dit gebied door een soort van woestijn. Tegelijkertijd loop je echter ook door de druivenvelden van de Teneguíawijn. De wijnranken van deze wijn groeien als een soort van bodembedekker kruipend over het warme zwarte lavazand. De combinatie van woestijn, droogte, vulkaantoppen en druiven zorgt voor een heel vreemd effect, dat me elke keer weer opnieuw betovert.

 

Vanuit het dorp Fuencaliente, het meest zuidelijke dorp op La Palma, reden we via de LP9 naar het gehucht Las Indias en vandaar uit, de LP verlatend in het verlengde van de tweede  haarspelbocht die deze weg maakt, naar het nog kleinere gehuchtje Los Quemados. Aan het einde van de weg, waar het asfalt over gaat in een zandpad, parkeerden we de auto en liepen we op goed geluk het landschap in. Het is handig om een wandelapp op een smartphone bij je te hebben, bijvoorbeeld MapOut. Je kunt dan beredeneerd ronddwalen over de vele wandelpaden en offroadweggetjes die de vlakte doorkruisen. Let erop dat je afstanden niet onderschat en dat je altijd voldoende water bij je hebt. Zeker in de zomer kan het op deze plek zinderend heet worden. Voldoende water is dan een must om geen ongelukken te maken.

 

Vandaag scheen de winterzon. De temperatuur bleef net iets boven de twintig graden steken, denk ik. Prachtig voorjaarsweer. Daar waren Ruud en ik ook wel aan toe. Het is soms een beetje afzien qua kou, of beter gebrek aan verwarming, in het Boeddhahuis. Met drie truien over elkaar aan komen we er dan wel weer doorheen, maar lekker rondwandelen op een t-shirtje ligt ons toch beter.

 

Nog nooit eerder was ik in januari in dit gebied. Het viel me op hoe groen het in de winter is op deze plek. Alles is relatief natuurlijk, maar ik zag veel groens groeien in het zwarte zand. Waaronder één van mijn lievelingsplanten. Zie de laatste foto hierboven. Ik kom er tot op heden niet achter hoe deze plant heet. Er is een variant die paars-blauwe bloemen heeft. De plant groeit op grotere hoogtes in een vochtiger klimaat uit als een grote struik. Die struiken, met de paars-blauwe bloemen, zou ik wel een plek willen geven op onze finca. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. En eerst maar eens uitzoeken of die plant wel past in het klimaat van Puntagorda. Je zou zeggen dat alles dat op de vlakte bij de Teneguía kan groeien overal kan groeien..

 

Zoals gezegd had ik voor vandaag een simpel wandelingetje in mijn hoofd, om daarna een fijn terrasje te kunnen pakken, pal aan de kust bij de vuurtoren van Fuencaliente. Een fijne gemakkelijke zondagmiddagwandeling. Maar zo gaat dat niet, als je samen met Ruud wandelt. Ruud zag een helling. En die helling voerde naar een top. En op zo’n top heb je uitzicht. Ruud wil altijd naar de top. Ruud wil altijd naar het uitzicht van bovenaf. Zoals altijd kreeg Ruud na enig heen en weer gepraat hierin  zijn zin. We namen de weg naar de top. Het was afzien.

 

Ik overdrijf niet. Kijk maar. Ongezond ambitieus toch, zo’n helling?

 

Maar goed. Met een half uur geploeter, zuchten & steunen, door het mulle lavazand op een onmogelijke helling naar omhoog, kwamen we uit op een prachtig plateautje, juist beneden het bezoekerscentrum van de San Antonio Vulkaan. Met enige tegenzin moest ik bekennen dat het uitzicht vanaf dit plateau de inspanning van de klim meer dan waard was. 360 graden uitzicht. Met in de verte de eilanden Tenerife, La Gomera en El Hierro. In één woord prachtig! (En niet goed op de foto vast te leggen).

 

Vanaf het plateau wandelden we min of meer vlak, maar dan toch weer wel vals plat omhoog,  naar de bebouwde kom van Fuencaliente. Het was mooi om eerst de toppen van de Vulcan St Martin  te zien verschijnen en daarna langzaam maar zeker het dorp Fuencaliente daaronder in beeld te krijgen.

 

Vanaf het bezoekerscentrum van de San Antonio liepen we over een asfaltweggetje steil naar beneden terug naar Los Quemados. Daar stond de auto op ons te wachten, bakkend in de zon.

Het terras bij de vuurtoren is er niet meer van gekomen. Wel maakten we op de terugweg naar Puntagorda een tussenstop in El Jesus. Zalm-met-Peren-en-Basmatirijst-met-Koriander bij de Belg is ook niet verkeerd. Zo beleefden we weer eens een geweldige zondagmiddag op ons eiland. Hoezo winterdepressie?

Download

Pino del Virgen – Cumbrecita

Het was 21 december.  De eerste dag van de winter. Voor ons ongeveer het begin van onze kerstvakantie, die tot ver in januari gaat duren. Als we kerstvakantie hebben, wandelen Ruud en ik altijd veel. Vroeger in Twente. Nu op het eiland. Vroeger meestal bij somber, koud en grijs weer. Nu in een t-shirtje. Dat is het verschil tussen Nederland en La Palma, in de winter 🙂 .

Na twaalf jaar wandelen op La Palma had Ruud toch nog een route gevonden die we nog nooit eerder deden. We liepen vanaf het kleine kerkje van Pino del Virgen naar het uitzichtpunt op de Cumbrecita, en weer terug. Een tocht van ongeveer vijftien kilometer met een te overbruggen hoogte verschil van zo’n 650 meter, toppen en dalen onderweg meegerekend.

Het kerkje vind je als je vanaf de LP3 bij het bezoekercentrum van de het nationale park van de Caldeira de Taburiente afslaat, in de richting van de Cumbrecita.  Na de afslag rijd je ongeveer een kilometer lang over een smalle asfaltweg die je door een landschap van kleine ommuurde weilandjes voert. Op het eerste echte (brede) kruispunt sla je rechts af en rijd je door totdat je bij het kerkje arriveert. Achter het kerkje, is een parkeerplaats. Daar begint de wandeling.

 

Je loopt als start ongeveer 800 meter lang tegen een flink steile boshelling op, totdat je bij het begin van een nog steiler pad aankomt dat de Cumbre Nueva opklimt. Die klim hoef je vandaag gelukkig niet te maken. Je buigt links af en volgt de borden die je de weg naar de Cumbrecita wijzen. De route voert je over een smal bospad dat strak langs de puinhelling van de Cumbre Nueva gaat. Het bospad gaat op en af, klimt en daalt, waarbij de hellingen en klimpartijen gaandeweg de route steeds steiler worden en grotere afstanden overbruggen. Helaas. Maar de inspanningen zijn de moeite waard. Het is stil. Je ruikt de dennennaalden in de zon. Af en toe word je getrakteerd op een prachtig doorkijkje of een uitzichtpunt-met-een-bankje. Voor liefhebbers van ruïnes zijn er hier en daar verlaten waterhuisjes van in onbruik geraakte galleria’s te zien, in vergaande staat van bouwkundige ontbinding. Voor liefhebbers van rotsen en geologie is er van alles te beleven op de rotswanden, waarlangs het pad je voert.

Eind december verliezen de kastanjebomen op La Palma hun blad. We zagen mooie gele herfstkleuren op de plekken waar de loofbomen een gaatje hadden gevonden in het verder groenblijvende dennenbos. Meestal in kleine beschutte dalletjes.

 

Het bospad brengt je op gezette tijden naar een kleine mirador, een uitzichtpunt van waaruit je over het dal kunt kijken dat tussen de Cumbre Nueva en de Pico Bejenado ligt. Bij helder weer kan je vanaf deze balcons in de verte de gekleurde huizen van El Paso en Los LLanos zien liggen, en nog verder weg zie je dan nog een glimp van de oceaan. Vandaag was het een wandeling met mistflarden en wolkenpartijen in het dal.. Ook mooi. Maar we hadden daardoor minder uitzicht.

 

De route is niet moeilijk om te volgen. Als je eenmaal op het bospad loopt, ga je door en door en door, totdat je vanzelf op het eindpunt van de Cumbrecita uitkomt. Alleen bij het groene gebouw op de eerste foto hieronder kan er even verwarring ontstaan over de weg die gevolgd moet worden. Je moet hier links af, Maar je moet dan niet het lage pad links af nemen, maar het hogere pad dat voorbij het gebouwtje ook links af gaat. Er staan op dit punt geen richtingbordjes.

De wandelweg wordt steeds zwaarder, maar ook steeds mooier. Geleidelijk kleuren de rotsen en de aarde naar oker en rood. Met een blauwe hemel boven je en de groene dennen om je heen waan je je in een andere wereld. Ik moet altijd terugdenken aan wandelingen in Zion (Utah, Noord-Amerika) als ik in dit gebiedje rondloop, en dat zijn goede herinneringen.

 

Vanuit de richting van de Aridanevallei in het zuiden,  kwamen geleidelijk steeds meer wolken het dal in dwarrelen, ook op weg naar de Cumbrecita. De wereld achter ons werd grijs, terwijl de hemel boven de Cumbrecita en de Caldeira de Taburiente nog strakblauw was. Het was prachtig om te zien hoe wolkenflarden in een soort van dans steeds alles grijs maakten en de wereld om ons heen deden verdwijnen, om een paar minuten later weer in het niets op te lossen.

Het absolute hoogtepunt van deze wandeling is niet de Cumbrecita, maar het laatste uitzichtpunt op weg naar dit keerpunt, de Vista Cumbre Nueva. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht op zowel de Caldeira de Taburiente als de rotswanden die boven de Cumbrecita uit torenen én het dal tussen het Bezoekerscentrum en de Cumbrecita. Geweldig mooi, vonden wij het op deze plek.

 

Het was een stille wandeling. Vrijwel de gehele tocht liepen we alleen. Slechts drie keer kwamen we andere mensen tegen. Zo hoort het, bij een mooie wandeling in de natuur. Zo gaat het meestal, als je wandelt op La Palma.

 

We kozen ervoor om niet langs dezelfde weg terug te gaan naar het startpunt van de wandeling. We namen vanaf de Cumbrecita de asfaltweg naar beneden. Fijn voor de kuiten, in elk geval de mijne! Stiekem vond ik de klim over het bospad, zonder stokken, best wel aan de zware kant.

Het was jammer dat we tijdens de afdaling echt de wolken inliepen. De wereld om ons heen werd mistig en grijs, maar dat hoort ook wel weer een beetje zo als je wandelt in de kerstvakantie, toch? De asfaltafdaling is een gemakkelijke afsluiter. Zo’n moment waarop je gezellig kletsend met je medewandelaar(s) de dingen doorneemt die je bezighouden. Bij ons ging het over zonnepanelen… En over zwembaden of jacuzzi’s voor bij de vakantiehuisjes. Die onderwerpen houden ons bezig, momenteel. Maar daarover schrijf ik nog wel eens een ander stukje.

 

Vlak voor het einde kwamen we hem hieronder nog tegen. Ik denk een jonge Torenvalk. We konden naar hem toe lopen, zonder dat hij wegvloog.

 

Na zo’n vijftien kilometer was het goed om het kerkje van de Virgen weer te zien. Jammer dat de laatste honderden meters weer omhoog gaan. Daar waren mijn kuiten niet heel erg blij mee. Moet toch weer wat vaker gaan wandelen.

 

Als je nog zin hebt en puf, en als de wind uit het oosten komt, moet je vlak voor het einde  nog even een extra rondje maken. Je zoekt langs de laatste rechte asfaltweg die naar het kerkje leidt een zijpad naar rechts. Je loopt dan het landschap van De Wolk in. Bij helder weer, in het voorjaar, is het hier prachtig. Bij oostenwind, als de wolk langzaam over de bergkam van de Cumbre Nueva glijdt, en daar aangekomen oplost in het niets, is het hier adembenemend.

 

Vandaag was het grijs, helaas. En de wind kwam uit het westen. We liepen in één keer door naar de auto. Moe maar voldaan. Een mooi begin van onze kerstvakantie.

Download

Bofkonten

Ik wilde de wijnvelden boven Puntagorda zien. Of moet je zeggen: druivenvelden? Op de een of andere manier vind ik dat niet klinken. Ik wilde de wijnvelden zien, met het blad in de herfstkleuren. Dus gingen Ruud en ik op zaterdagmiddag aan de wandel. Tien minuten rijden met de auto om de klim boven het dorp naar een hoogte van zo’n 1.000m – 1.100m boven zeeniveau te maken. En daarna: uitstappen, lopen en om je heen kijken. We keken onze ogen uit.

 

Boven de berg was de lucht blauw en scheen de zon. Onder ons bij de zee was de lucht ook blauw en scheen de zon ook. Over ons wandelpad hingen echter nevelslierten en wolkenflarden. Het landschap werd zo betoverd door een prachtig mooi herfstig licht. Overal waar je keek zagen we het geel-oranje herfstblad van de druivenranken. Nog even en alles is hier weer kaal, denk ik. We waren nog op tijd.

 

De druiven voor de Vega Norte en de Traviesa zijn inmiddels geplukt. We hebben begrepen dat het een slecht druivenjaar is in ons gebied. ‘Menos que el promedio’.  Het jaar was te droog en in de zomer was het een paar weken lang echt veel te heet. Ik ken mensen waar de paniek inmiddels een beetje toeslaat. Want hoe moet je je door het leven slaan, als de Vega Norte op is?

 

We begonnen laat en Ruud zou deze avond nog moeten werken. We maakten dus maar een korte wandeling, van een uur of twee. We besloten een paar honderd meter te klimmen tot boven de hoogte van de wijnvelden. We klommen over steile beton- en asfaltweggetjes naar de plek die wij eerder deze zomer tijdens een bergwandeling toevallig ontdekten en die we de ‘zolder van Puntagorda’ noemen. Het dak van Puntagorda is in deze beeldspraak  de kraterrand van de Caldeira de Taburiente, waar we vorige week nog wandelden. Die rand ligt nog weer een paar honderd meter hoger.

 

Op deze hoogte zijn de uitzichten overweldigend.

 

We hadden wederom een prachtige middag. Ik kon het daarom niet laten om alle 34 gemaakte foto’s in hun volle glorie te laten zien. Het lijken wel vakantiefoto’s! Maar dat zijn het niet. En dat is nou nét het leuke. Zulke mooie landschappen om te zien. Zulke prachtige wandelingen om te maken. Op maar tien minuten rijden vanaf de plek waar we wonen. We zijn bofkonten.

Download

Roque Chico & Roque Palmero

Afgelopen zondag hoefde Ruud niet te gidswandelen in de Caldeira de Taburiente. Vrije dag voor twee. We besloten te gaan wandelen in de bergen boven ons dorp, Puntagorda. We maakten er bij fantastisch zomerweer een gemakkelijke middagwandeling van zo’n drie uur.

 

We startten op een parkeerplaats op ongeveer 700 meter van de Roque de los Muchachos, de hoogste bergtop van het eiland. Op zo’n 2.200 meter boven zeeniveau wandelden we van hieruit westwaarts, naar de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Dit gebied noemen we thuis Het Dak van Puntagorda.

 

Je loopt er in vrijwel volstrekte eenzaamheid door een prachtig berglandschap. Letterlijk over de top van het eiland. Je hebt uitzicht naar alle kanten. Op sommige punten kan je meer dan een anderhalve kilometer diep de krater in kijken.  Heel indrukwekkend. Maar zelf vind ik vooral de lege  graslanden, de wolkenpartijen en de miniatuur-dennenbossen aan de horizon prachtig om te zien. En de leegte om je heen. Vanaf de Roque de los Muchachos wandelen vrijwel alle wandelaars oostwaarts in plaats van westwaarts. Ook heel erg mooi. Kijk bijvoorbeeld hier. Maar als je je volstrekt vrij wil voelen, loop je vanaf de Muchachosrots naar het westen, in de richting van  de Roque Chico en de Roque Palmero en daarna eventueel afdalend naar Puntagorda, Tijarafe of (een heel eind verderop) Tazacorte Puerto.

 

Het is altijd leuk om ‘deep down’ ons dorp te zien liggen. Dat uitzicht zie je op de bovenste foto van het fotoblok hierboven. Vanaf de tuin van het Boeddhahuis kunnen we de twee toppen-zonder-naam zien, die langs de kraterrand liggen tussen de Roque Chico en de Roque Palmero. Ruud en ik noemen deze beide rotspunten de Tussentoppen. Vanaf deze toppen kan je ons huurhuis omgekeerd echter niet zien. Vanaf deze hoogte is Puntagorda te klein, of zijn mijn ogen te onscherp.

Ik dacht aan onze tijd in Twente. Op zondagen of woensdagen liepen Ruud en ik met grote regelmaat de paden van het Wandelnetwerk Twente af. Alle wandelingen van dat netwerk hebben we tig keer gedaan. Hetzelfde doen we nu hier op La Palma. Ook zo’n netwerk. Ook overal al minstens drie keer geweest. De wandelingen in Twente had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien, als ik heel eerlijk ben. Hoe mooi het daar ook is, zeker in de zomer. Van de berglandschappen op La Palma krijg ik, denk ik, nooit genoeg.  Geweldige natuur in alle seizoenen. En bereikbaar als in ‘onze achtertuin’. Pure luxe.

 

De zon was al aan het dalen en aan het verkleuren naar oranje, toen we de Roque Palmero, het eindpunt van onze route bereikte. In het fotoblok hierboven zie je Ruud zwaaien vanaf de top.

 

De wandelroute is super eenvoudig. Wandelapps of kaarten zijn in principe niet eens nodig, denk ik. Je volgt de Camino Real, aangegeven met roodwitte markering in de richting van Tazacorte Puerto. Zodra je wandeltijd voor de helft op is, keer je om en loop je terug naar je beginpunt. Voorbij ons eindpunt van vandaag, de Roque Palmero, begint de route te dalen tot aan zeeniveau. Langs de route vind je voortdurend wegwijzers met nog te lopen afstanden in kilometers. Als je naar Puntagorda, Tijarafe of Tazacorte wil lopen,  wordt de wandeling een enkele reis en moet je op je eindpunt transport organiseren. De wandeling begint officieel bij het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos.

 

Om half drie zetten we onze eerste stappen. Iets na half zes zagen we onze auto weer staan. We hadden een geweldige zondagmiddag, met ons 2 op een hoge, lege kraterrand, ergens op een klein, onbeduidend eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Download

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de pajero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Zondagavondwandeling

Afgelopen zondag maakten we een wandeling vanaf onze boomgaard, naar beneden. We ontdekten een nieuw weggetje dat naar beneden voert tot dat je niet meer verder kunt. Je komt uit op een groot terras met een weids uitzicht over de oceaan, zo’n drie honderd meter boven zeeniveau.

 

Het eerste deel van onze wandeling ging door het wat ‘slordige’ landbouwgebiedje op de kleine vlakte aan de voet van de Matos. Dit gebied ligt op een paar minuten lopen vanaf ons terrein. We liepen zuidwaarts. Totdat we een weggetje vonden dat zuidelijk van de helicopterbasis richting oceaan gaat. Het landbouwgebied houdt hier op. Tot onze verrassing liepen we opeens door een stukje woestijn. Het landschapje deed me aan het zuidwesten van Amerika denken. Blue grass enzo. Het oranje zonsondergangslicht versterkte dit beeld.

 

We liepen verder naar het westen. En zoals dat gaat in de omgeving van Puntagorda: als je maar ver genoeg westwaarts loopt, wordt de oceaan steeds indrukwekkender om te zien.

 

Zo leuk om deze foto’s van een heel ander landschap te kunnen maken op iets meer dan een kwartier lopen van ons (toekomstige) huis!

 

 

Vlak voor zonsondergang klommen we vanaf het eindpunt van onze trip weer omhoog. Een hoogteverschil van ongeveer 200 meter. Ik kan merken dat ik al echte ‘klimkuiten’ begin te krijgen. Hoewel inspannend, waren we eigenlijk in no time weer terug op onze finca.

 

Het contrast tussen het overheersende ‘bruin’ van het woestijnlandschapje dat we hadden ontdekt en het overheersende ‘groen’ van het landschap in de buurt van onze finca was wel heel erg groot.

 

 

Op zonsondergangen raken Ruud en ik nooit uitgekeken.

 

 

En dat allemaal op nog geen twintig minuten lopen vanaf onze boomgaard. Op bovenstaande foto wijst de pijl naar de apero op onze finca, ooit uit te bouwen tot ons huis.

 

 

(We wachten nu al 382 dagen op onze bouwvergunning).

 

Isla Verde

Vorige week zondag wandelden Ruud en ik mijn lievelingswandeling; de wandeling die ik tegenwoordig de Grote Briestaswandeling noem. De Grote Briestaswandeling is mijn favoriete wandeling op het eiland. We lopen de tocht dus vaker. Een routebeschrijving vind je hier. Er is ook een Kleine Briestaswandeling, de Boswandeling van Puntagorda naar Briestas, en weer terug. De routebeschrijving van die kortere wandeling vind je hier.

 

Maar vandaag dus de Grote Briestas Wandeling. De wandeltocht is ongeveer 20 km lang. Dagvullend. We begonnen om kwart over elf in de ochtend. Rond half zeven in de avond zagen we de gele muren van het restaurant weer terug. De wandelroute voert je door de vele afwisselende landschappen die het binnenland van noordelijk La Palma rijk is. Dennebossen. Wijnvelden. Bloemenweiden. Boerenerven. Kleine gehuchtjes. Geen oceaan (nou ja, op verre afstand) en geen vulkanen tijdens deze tocht. Je kijkt op gegeven moment al wandelend wel tegen de steile muren van de Caldeira de Taburiente op, om op de randen hoog boven je in witte stipjes de vormen van de telescopen te ontdekken. En dan zijn er de majestueuze oude dennebomen die je tegen komt terwijl je wandelend je weg zoekt. En de in het lange manshoge gras verborgen paadjes langs stenen muurtjes en verborgen akkers, waarover je het grootste deel van de route loopt. Of de wolkenlandschappen als je in de buurt van Roque del Faro komt, waar de wolken vrijwel altijd tegen de bergkam opstijgen en het bos het karakter van een sprookjesbos krijgt..

Ik ga verder weinig woorden besteden aan de tocht. De routebeschrijving kan je elders vinden. Ik ga de tocht laten ZIEN. In 64 foto’s. Achter elkaar. Daar komt-ie…  Mijn favoriete wandeling op La Palma!

 

Als je dit leest, en je hebt alle foto’s gezien, begrijp je vast waarom men La Palma het Groene Eiland, La Isla Verde, noemt. Begin oktober, als de druiven op de wijnvelden rijp zijn en de bladeren beginnen te kleuren, wil ik weer.

Het Dak van Puntagorda

Afgelopen zondag vonden Ruud en ik eindelijk weer eens tijd om een lange wandeling te maken. We reden met de auto omhoog vanuit Puntagorda naar de Roque de los Muchachos, een autorit van een half uur,  en wandelden vanaf de parkeerplaats bij het uitzichtpunt langs de kraterrand van de Caldeira de Taburiente tot aan de Roque del Chico. Zo kwamen we uit op het dak van Puntagorda. Ons dorp ziet er vanaf de kraterrand zó uit. We vonden het bijzonder om het decor van ons dagelijkse leventje zo ver onder ons te zien liggen, met een hoogteverschil van meer dan 1.600m tussen ons en het dorp in.

 

Het plan was om een ‘hoge’ wandeling te maken om het slangenkruid te zien bloeien. Ruud had met behulp van googlemaps een ‘slangenkruidroute’ bedacht; een rondje van zo’n 11 kilometer lengte, met als begin- en eindpunt de bekende Roque de los Muchachos, het hoogste punt van La Palma.

We kwamen rond het middaguur aan met de auto op de Roque de los Muchachos. Spitsuur. Het kleine parkeerplaatsje staat op dit tijdstip barstensvol met auto’s van toeristen. Wij parkeerden daarom wat lager langs de toegangsweg. Snel wandelschoenen aan en vertrekken uit de menigte, het lege landschap in. Tijdens onze wandeltocht kwamen we welgeteld één ander wandelpaar tegen.

 

De stilte van het landschap boven Puntagorda, ten zuidwesten van de Roque de los Muchachos is oorverdovend. De uitzichten over de oceaan en de zuidelijke helft van het eiland zijn overweldigend, met af en toe als toegift een kilometer diep inkijkje in de krater van de Taburiente. De leegte van het landschap is weldadig. Als je hier loopt heb je het idee dat je de wereld voor je zelf alleen hebt. Het is allemaal niet vast te leggen op een foto. Deze wandeling moet je ervaren.

 

Heel veel bloeiend slangenkruid hebben we niet gezien tijdens onze wandeling. Misschien waren we toch nog iets te vroeg in het seizoen? Of misschien is de bloeitijd van deze prachtige bloem naar wat later in de tijd verschoven vanwege het relatief koude voorjaar op het eiland? Of misschien gaat het gewoon bereslecht met deze zeldzame plant? We weten het niet. De wandeling was er niet minder mooi om.

Ter hoogte van de Roque del Chico, één van de lagere toppen langs de kraterrand die recht boven Puntagorda ligt, daalden we over een brede brandgang af naar beneden, richting boomgrens. Aan het begin van deze afdaling maakten we een korte lunchstop met een broodje kaas en de gebruikelijke kraai die ook van brood, maar vooral van kaas, hield.

 

Aan het einde van de brandgang kwamen we tot onze verrassing uit bij een betonnen weg en een groot waterbasin. Waarschijnlijk aangelegd om bluswater bij de hand te hebben, mocht er op deze plek, zo dicht bij de peperdure telescopen, brand uitbreken?

Als de Caldeira het dak van Puntagorda is, waren we hier aangeland op zolder. Een voor ons onbekende zolder. We kwamen terecht in een parkachtig landschap, bezaaid met mooie bloemen en een schitterend en hoog uitzicht over de oceaan. Vanuit Puntagorda is deze plek goed bereikbaar, klimmend te voet of (ook klimmend) met de auto of op de fiets. We ontdekten een nieuwe prachtige plek in de buurt van ons dorp en gaan hier vast nog vaker komen.

 

Vanaf het parklandschapje begon voor ons de klim weer naar omhoog, richting de vlakte waar de telescopen staan en waar het helicopterplatform van de sterrenwachten is; een klim van zo’n drie-en-een-halve kilometer lengte, waarin een hoogteverschil van ongeveer vierhonderd meter moet worden overbrugd.

 

We ontdekten dat het parklandschap bekend staat als de Llano de las Ánimas. Puur toevallig waren we aangekomen op het beginpunt van ‘onze’ Barranco de las Ánimas, dat is de barranco die ten zuiden van onze finca naar beneden gaat en waarvan we een stukje helling in eigendom hebben.

Op deze llano (veld, vlakte) is in 2003 een project gestart om zaden van een aantal zeldzame planten (waaronder het slangenkruid) te verzamelen om deze planten zo voor uitsterven te behoeden. Er is een groot hek omheen gezet, met een poortje dat open en dicht kan. Nieuwsgierig liepen we midden in de rimboe door een soort van tuin, waarin vooral één van de te beschermen planten (tweede van links op het bord) weelderig groeide. Van de overige plantensoorten was niet veel te zien. We weten niet of het project nog actief is. De verzameltuin is een mooi intermezzo binnen een toch al mooie en afwisselende wandeling.

 

De klim omhoog gaat in eerste instantie door een bos van pinos en struiken met gele bloemen die op bremstruiken lijken, maar het volgens mij niet zijn. De struiken dragen naalden. Ze bloeien in mei.  Ik vond het erg leuk om nu eens te voet door dit bos te gaan. Ik kende het bos tot aan vandaag alleen vanuit de auto. De weg-met-de-duizend-haarspeldbochten die vanaf de LP1 naar de vlakte met de telescopen en de Roque de los Muchachos voert, slingert zich door dit bos omhoog.

 

Op een kleine helft van de klim wordt de boomgrens gepasseerd en eindigt het bos van pinos. Je loopt over een vlakte met uitzicht op de telescopen die men aan de voet van de Caldeira de Taburiente heeft verzameld. In de loop van jaren zijn het er steeds meer geworden. De telescopen spreken altijd tot onze verbeelding en geven een mystieke twist aan het kale, wat desolate, landschap.

 

De wandelroute van Ruud leidde ons tot aan het asfalt van de toegangsweg naar de Roque de los Muchachos, ter hoogte van de Cherenkov telescopen, waarvan je er op de middelste foto in het fotoblok hierboven één ziet. Deze is nieuw en nog in aanbouw.

We liepen over het asfalt verder naar omhoog tot dat we bij een splitsing uitkwamen. Zie de foto meest rechts in de middelste rij van bovenstaand fotoblok. Op dit punt gingen we links af, dus NIET richting Muchachos en WEL de weg in die alleen toegankelijk is voor ‘staff’.  Iedereen hoort tegenwoordig wel bij een staff. Wij wel, in elk geval.

 

De uitsluitend voor ‘staff’ toegankelijke asfaltweg leidt, via een rotonde (neem deze rechtdoor) naar een telescoop die je ziet op de laatste foto van het fotoblok hierboven. Je loopt om dit gebouw heen en staat dan na een klimmetje van enkele luttele meters opeens weer op de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Het uitzicht is indrukwekkend. Tijd voor een kijkpauze.

 

Over het pad dat langs de kraterrand voert, dit is de roodwitte camino realroute, liepen we na onze kijkpauze terug naar de Roque de los Muchachos, het beginpunt van onze wandeling. In totaal deden we ongeveer vier uur over onze tocht. We liepen langzaam (ik had met ademen last van de ijle lucht op deze hoogte, tijdens het klimmen, ik moet altijd aclimatiseren op deze hoogte) en we hebben lang rondgedwaald op de Llano de las Ánimas.

En dan is er nog het toetje: Het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos. Rond vijf uur in de middag heb je het uitzichtpunt vrijwel voor jezelf. De toeristen uit de hotels in het zuiden en oosten zijn weer weg. Ze moeten immers minimaal twee uur rijden om vanuit het hotel naar  hier te komen en rond 18:00 is het etenstijd.

Elke keer als we hier zijn is het prachtig. En zowaar. De plaatselijke VVV heeft voor de liefhebber een paar prachtige exemplaren van het slangenkruid neergezet langs het pad dat naar het diepstliggende uitzichtpunt van de Muchachos voert.

 

Ruud en ik vonden deze wandeling erg mooi en afwisselend. Staat vanaf vandaag in onze top tien van favoriete wandelingen op het eiland. Dat lijstje zal ik één deze dagen eens gaan maken en posten. De wandeling is op z’n mooist in de periode tussen eind april en begin juni, omdat er dan overal bloeiende bloemen te zien zijn in het landschap. Maar ook buiten deze periode is de wandeling zeker de moeite van het wandelen waard.

Download

Regenwoud

Michel wilde op de laatste dag van zijn bezoek aan ons graag de waterval  bij Los Tilos zien. Dat kwam goed uit. Het was een regendag. Het groen van het regenwoud bij Los Tilos komt het best tot zijn recht als het regent..  En de waterval stroomt dan ook beter. Denk ik.

 

Ruud en ik hadden het regen-laurierbos bij Los Tilos al een paar keer eerder bezocht. De waterval hadden we echter nog nooit gezien. Om eerlijk te zijn hadden we de plek waar het water valt nog nooit kunnen vinden. Nu liepen we er in één keer zomaar tegenop. Als je vanaf de parkeerplaatsen naar het bezoekerscentrum van Los Tilos loopt, zie je vlak voordat je bij het hoofdgebouwtje bent een smal groen zijpad aan je linkerhand. Geen bordjes of aanduiding of wat dan ook. Dat pad is de weg naar de waterval. Een wandeling van een paar minuten. Eerst loop je door een soort van half open tunnel. Aan het eind kom je terecht in een prachtige groene kleine kloof. Aan het eind van de kloof vind je de waterval. Je bent er binnen tien minuten.

 

Het is een mooie waterval. Ik moest denken aan een dagtrip op één van onze Amerikareizen. Lower Calfcreek Falls, in Utah. De waterval van Los Tilos ligt net zo mooi besloten. Het groen is hier alleen veel groener, natuurlijk. We hadden mazzel. Door de regen was het niet druk. Ik kan me voorstellen dat het hier soms zwart staat van de mensen. De waterval werd van alle kanten door ons gefotografeerd, zoals het hoort als je een waterval ziet.

 

Je kunt door een nauwe ‘slotcanyon’ tot aan de voet van het vallende water lopen. Vervolgens kan je er ook langs heen lopen. Je komt dan uit in een prachtige brede kloof, de bedding van een (droge) rivier. Het groen van de weelderige plantengroei spat je hier echt van alle kanten tegemoet. Je kunt deze kloof een stuk inlopen en de natuur in je opnemen. Wij liepen maar een stukje, vanwege de regen. En vanwege de gedachte aan flashfloods in Amerikaanse slotcanyons, waarvoor gewaarschuwd wordt als het een keer regent in de woestijn. Hier geen waarschuwingen, dus het risico van flashfloods zal wel los lopen. Maar wat eenmaal in je hoofd zit, krijg je er niet zomaar weer uit… Dat geldt zeker voor sommigen van ons.

 

Ter hoogte van de eerste parkeerplaatsen bevindt zich een tweede wandelpad. Over dit pad kom je na zo’n drie kwartier bij het uitzichtpunt van Mirador Espigón Atravesado. We besloten deze wandeling te gaan maken, hoewel dit uitzichtpunt niet heel bijzonder is. De wandeling er naartoe is het doel. De weergoden besloten echter anders. Na een paar minuten te hebben gelopen, begon het zo hard te regenen, dat we noodgedwongen het kleine restaurant onder het centro visitante maar opzochten en daar papas fritas aten. Dat restaurant ligt midden in het bos  met een mooi buitenterras. Vast een hele leuke plek bij zonnig weer. Maar wij bezochten het regenwoud in de regen.

 

Op de terugweg naar Puntagorda reden we door dít weer.

 

Het bleef de hele verdere dag regenen op ons zomereiland. Onze geplande bbq op de laatste avond van Michel’s bezoek viel enigszins in het water. Gelukkig heeft ons Boeddhahuis een brede veranda, en met een beetje improviseren kom je een heel eind. We zullen aan alle weermannen en weervrouwen van de Canarias doorgeven wanneer Michel de volgende keer weer op bezoek komt. Het regent dan namelijk altijd. Kunnen ze dat alvast meenemen in hun vooruitzichten voor op die dagen.

Meer informatie over Los Tilos, en dan met name de grote wandeling bij Los Tilos, kan je hier vinden.