Bofkonten

Ik wilde de wijnvelden boven Puntagorda zien. Of moet je zeggen: druivenvelden? Op de een of andere manier vind ik dat niet klinken. Ik wilde de wijnvelden zien, met het blad in de herfstkleuren. Dus gingen Ruud en ik op zaterdagmiddag aan de wandel. Tien minuten rijden met de auto om de klim boven het dorp naar een hoogte van zo’n 1.000m – 1.100m boven zeeniveau te maken. En daarna: uitstappen, lopen en om je heen kijken. We keken onze ogen uit.

 

Boven de berg was de lucht blauw en scheen de zon. Onder ons bij de zee was de lucht ook blauw en scheen de zon ook. Over ons wandelpad hingen echter nevelslierten en wolkenflarden. Het landschap werd zo betoverd door een prachtig mooi herfstig licht. Overal waar je keek zagen we het geel-oranje herfstblad van de druivenranken. Nog even en alles is hier weer kaal, denk ik. We waren nog op tijd.

 

De druiven voor de Vega Norte en de Traviesa zijn inmiddels geplukt. We hebben begrepen dat het een slecht druivenjaar is in ons gebied. ‘Menos que el promedio’.  Het jaar was te droog en in de zomer was het een paar weken lang echt veel te heet. Ik ken mensen waar de paniek inmiddels een beetje toeslaat. Want hoe moet je je door het leven slaan, als de Vega Norte op is?

 

We begonnen laat en Ruud zou deze avond nog moeten werken. We maakten dus maar een korte wandeling, van een uur of twee. We besloten een paar honderd meter te klimmen tot boven de hoogte van de wijnvelden. We klommen over steile beton- en asfaltweggetjes naar de plek die wij eerder deze zomer tijdens een bergwandeling toevallig ontdekten en die we de ‘zolder van Puntagorda’ noemen. Het dak van Puntagorda is in deze beeldspraak  de kraterrand van de Caldeira de Taburiente, waar we vorige week nog wandelden. Die rand ligt nog weer een paar honderd meter hoger.

 

Op deze hoogte zijn de uitzichten overweldigend.

 

We hadden wederom een prachtige middag. Ik kon het daarom niet laten om alle 34 gemaakte foto’s in hun volle glorie te laten zien. Het lijken wel vakantiefoto’s! Maar dat zijn het niet. En dat is nou nét het leuke. Zulke mooie landschappen om te zien. Zulke prachtige wandelingen om te maken. Op maar tien minuten rijden vanaf de plek waar we wonen. We zijn bofkonten.

Download

Roque Chico & Roque Palmero

Afgelopen zondag hoefde Ruud niet te gidswandelen in de Caldeira de Taburiente. Vrije dag voor twee. We besloten te gaan wandelen in de bergen boven ons dorp, Puntagorda. We maakten er bij fantastisch zomerweer een gemakkelijke middagwandeling van zo’n drie uur.

 

We startten op een parkeerplaats op ongeveer 700 meter van de Roque de los Muchachos, de hoogste bergtop van het eiland. Op zo’n 2.200 meter boven zeeniveau wandelden we van hieruit westwaarts, naar de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Dit gebied noemen we thuis Het Dak van Puntagorda.

 

Je loopt er in vrijwel volstrekte eenzaamheid door een prachtig berglandschap. Letterlijk over de top van het eiland. Je hebt uitzicht naar alle kanten. Op sommige punten kan je meer dan een anderhalve kilometer diep de krater in kijken.  Heel indrukwekkend. Maar zelf vind ik vooral de lege  graslanden, de wolkenpartijen en de miniatuur-dennenbossen aan de horizon prachtig om te zien. En de leegte om je heen. Vanaf de Roque de los Muchachos wandelen vrijwel alle wandelaars oostwaarts in plaats van westwaarts. Ook heel erg mooi. Kijk bijvoorbeeld hier. Maar als je je volstrekt vrij wil voelen, loop je vanaf de Muchachosrots naar het westen, in de richting van  de Roque Chico en de Roque Palmero en daarna eventueel afdalend naar Puntagorda, Tijarafe of (een heel eind verderop) Tazacorte Puerto.

 

Het is altijd leuk om ‘deep down’ ons dorp te zien liggen. Dat uitzicht zie je op de bovenste foto van het fotoblok hierboven. Vanaf de tuin van het Boeddhahuis kunnen we de twee toppen-zonder-naam zien, die langs de kraterrand liggen tussen de Roque Chico en de Roque Palmero. Ruud en ik noemen deze beide rotspunten de Tussentoppen. Vanaf deze toppen kan je ons huurhuis omgekeerd echter niet zien. Vanaf deze hoogte is Puntagorda te klein, of zijn mijn ogen te onscherp.

Ik dacht aan onze tijd in Twente. Op zondagen of woensdagen liepen Ruud en ik met grote regelmaat de paden van het Wandelnetwerk Twente af. Alle wandelingen van dat netwerk hebben we tig keer gedaan. Hetzelfde doen we nu hier op La Palma. Ook zo’n netwerk. Ook overal al minstens drie keer geweest. De wandelingen in Twente had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien, als ik heel eerlijk ben. Hoe mooi het daar ook is, zeker in de zomer. Van de berglandschappen op La Palma krijg ik, denk ik, nooit genoeg.  Geweldige natuur in alle seizoenen. En bereikbaar als in ‘onze achtertuin’. Pure luxe.

 

De zon was al aan het dalen en aan het verkleuren naar oranje, toen we de Roque Palmero, het eindpunt van onze route bereikte. In het fotoblok hierboven zie je Ruud zwaaien vanaf de top.

 

De wandelroute is super eenvoudig. Wandelapps of kaarten zijn in principe niet eens nodig, denk ik. Je volgt de Camino Real, aangegeven met roodwitte markering in de richting van Tazacorte Puerto. Zodra je wandeltijd voor de helft op is, keer je om en loop je terug naar je beginpunt. Voorbij ons eindpunt van vandaag, de Roque Palmero, begint de route te dalen tot aan zeeniveau. Langs de route vind je voortdurend wegwijzers met nog te lopen afstanden in kilometers. Als je naar Puntagorda, Tijarafe of Tazacorte wil lopen,  wordt de wandeling een enkele reis en moet je op je eindpunt transport organiseren. De wandeling begint officieel bij het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos.

 

Om half drie zetten we onze eerste stappen. Iets na half zes zagen we onze auto weer staan. We hadden een geweldige zondagmiddag, met ons 2 op een hoge, lege kraterrand, ergens op een klein, onbeduidend eilandje midden in de onmetelijke oceaan.

Download

Even een straatje om…

Op zondagen gidstwandelt Ruud meestal in de Caldeira de Taburiente. Ik maak dan vaak aan het einde van de middag een wat langere wandeling in de buurt van de finca. Zonder honden. Zo ook vorige week zondag.

 

Eerst een tijdje rondstruinen op de finca en de avocadobabies water geven. Ik vond het leuk om foto’s van allerlei doorkijkjes te maken. Zodat ik later kan terugzien hoe hoe het vroeger ooit was.

 

De oude schuurtjes in de buurt, die je kunt zien vanaf de onderste terrassen.

 

De weggetjes rondom onze boomgaard. Op de onderste foto rechts zie je de plek waar we onlangs samen met onze buren, de bewoners van het huis-met-de-hoge-hekken waar vandaan ooit een kip met de naam Nancy ontsnapte, om uiteindelijk op tragische wijze aan haar einde te komen, zie je de plek waar we met díe buren dus, een paar gaten in de weg professorisch hebben gerepareerd. Ons gravel, hun cement.  Die buren blijken na een eerste kennismaking overigens veel aardiger te zijn dan hun hoge hekken doen vermoeden. Zij willen het weggetje graag samen met ons betonneren. Eerst maar eens zien of we onze huizen gebouwd krijgen, voordat we weer een heel vergunningentraject ingaan…  De Camino de Capillo is officieel een openbare weg. Zomaar beton laten storten mag dus niet..

 

Een foto van één van de twee jonge valken die voortdurend op ons terrein op zoek zijn naar ontbijt of lunch of avondeten. Ik hoop ooit nog eens een hele mooie foto van ze te maken met een telelens. Ruud en ik vinden het erg leuk dat ze kennelijk thuis zijn op en rond ons terrein. We hopen dat dat zo blijft in de toekomst.

 

Over de Camino Pinto liep ik naar beneden.

 

Tot aan het paprikaveld.

 

Vanaf het paprikaveld liep ik richting het uitzichtpunt op de Matos.

 

Op de Matos ben ik een tijdje gaan zitten. Ik keek uit over de zee.

 

En ik keek uit over het land. Het is grappig dat ik op deze plek vroeger stond als vakantieganger in een vreemd land. Nu bekeek ik de afzonderlijke huizen van mensen die ik in de loop van de tijd heb leren kennen. Vanaf de Matos zie je de kleine wereld die Puntagorda heet. Heel vreemd, maar ook heel erg leuk, om hier nu ‘thuis’ te zijn.

 

Vanaf de Matos daalde ik weer af en liep ik het gebiedje met kleine akkertjes in. Anders dan op de meeste andere plekken van het eiland vind je hier geen monocultuur (van bananen, druiven of avocado’s). In het landbouwgebiedje beneden Puntagorda worden alle gewassen door elkaar heen verbouwd. Paprika’s, aardappels, pompoenen, tomaten, maar natuurlijk ook de bananendruivenenavocado’s, die je overal elders in veel grotere aantallen ook tegen komt. Sinaasappelbomen en citroenbomen vind je er trouwens ook.

 

Vanuit het akkerland klom ik weer omhoog in de richting van onze boomgaard. Langs het weggetje hieronder, links, ligt een terrein dat we ooit hadden willen kopen. Het perceel loopt helemaal door tot aan het huis dat je op de foto in de verte, in het verlengde van het zandpad,  kunt zien. Het land was ongeveer even duur als de prijs waarvoor we uiteindelijk onze finca hebben gekocht, bijna twee jaar geleden alweer… We dachten toen nog dat we zo’n bedrag nooit zouden kunnen betalen. Dat was voordat we ontdekten dat we ook op La Palma gewoon een hypotheek zouden kunnen afsluiten. Achteraf zijn we gelukkig dat het gelopen is zoals het gelopen is. We zijn blij met ons beschutte plekje van sinaasappels en (steeds meer) avocado’s, omringd door de dennenbomen.

 

Een klein zandpand voerde me terug naar de achteringang van ons terrein.

 

Ik was op tijd terug om de zon onder te zien gaan, zittend op het beton voor de pajero, met mijn rug tegen een voorverwarmde witte muur.

 

 

Daarna op de fiets terug naar het Boeddhahuis. Eens komt er een dag dat dát niet meer hoeft…

Zondagavondwandeling

Afgelopen zondag maakten we een wandeling vanaf onze boomgaard, naar beneden. We ontdekten een nieuw weggetje dat naar beneden voert tot dat je niet meer verder kunt. Je komt uit op een groot terras met een weids uitzicht over de oceaan, zo’n drie honderd meter boven zeeniveau.

 

Het eerste deel van onze wandeling ging door het wat ‘slordige’ landbouwgebiedje op de kleine vlakte aan de voet van de Matos. Dit gebied ligt op een paar minuten lopen vanaf ons terrein. We liepen zuidwaarts. Totdat we een weggetje vonden dat zuidelijk van de helicopterbasis richting oceaan gaat. Het landbouwgebied houdt hier op. Tot onze verrassing liepen we opeens door een stukje woestijn. Het landschapje deed me aan het zuidwesten van Amerika denken. Blue grass enzo. Het oranje zonsondergangslicht versterkte dit beeld.

 

We liepen verder naar het westen. En zoals dat gaat in de omgeving van Puntagorda: als je maar ver genoeg westwaarts loopt, wordt de oceaan steeds indrukwekkender om te zien.

 

Zo leuk om deze foto’s van een heel ander landschap te kunnen maken op iets meer dan een kwartier lopen van ons (toekomstige) huis!

 

 

Vlak voor zonsondergang klommen we vanaf het eindpunt van onze trip weer omhoog. Een hoogteverschil van ongeveer 200 meter. Ik kan merken dat ik al echte ‘klimkuiten’ begin te krijgen. Hoewel inspannend, waren we eigenlijk in no time weer terug op onze finca.

 

Het contrast tussen het overheersende ‘bruin’ van het woestijnlandschapje dat we hadden ontdekt en het overheersende ‘groen’ van het landschap in de buurt van onze finca was wel heel erg groot.

 

 

Op zonsondergangen raken Ruud en ik nooit uitgekeken.

 

 

En dat allemaal op nog geen twintig minuten lopen vanaf onze boomgaard. Op bovenstaande foto wijst de pijl naar de pajero op onze finca, ooit uit te bouwen tot ons huis.

 

 

(We wachten nu al 382 dagen op onze bouwvergunning).

 

Isla Verde

Vorige week zondag wandelden Ruud en ik mijn lievelingswandeling; de wandeling die ik tegenwoordig de Grote Briestaswandeling noem. De Grote Briestaswandeling is mijn favoriete wandeling op het eiland. We lopen de tocht dus vaker. Een routebeschrijving vind je hier. Er is ook een Kleine Briestaswandeling, de Boswandeling van Puntagorda naar Briestas, en weer terug. De routebeschrijving van die kortere wandeling vind je hier.

 

Maar vandaag dus de Grote Briestas Wandeling. De wandeltocht is ongeveer 20 km lang. Dagvullend. We begonnen om kwart over elf in de ochtend. Rond half zeven in de avond zagen we de gele muren van het restaurant weer terug. De wandelroute voert je door de vele afwisselende landschappen die het binnenland van noordelijk La Palma rijk is. Dennebossen. Wijnvelden. Bloemenweiden. Boerenerven. Kleine gehuchtjes. Geen oceaan (nou ja, op verre afstand) en geen vulkanen tijdens deze tocht. Je kijkt op gegeven moment al wandelend wel tegen de steile muren van de Caldeira de Taburiente op, om op de randen hoog boven je in witte stipjes de vormen van de telescopen te ontdekken. En dan zijn er de majestueuze oude dennebomen die je tegen komt terwijl je wandelend je weg zoekt. En de in het lange manshoge gras verborgen paadjes langs stenen muurtjes en verborgen akkers, waarover je het grootste deel van de route loopt. Of de wolkenlandschappen als je in de buurt van Roque del Faro komt, waar de wolken vrijwel altijd tegen de bergkam opstijgen en het bos het karakter van een sprookjesbos krijgt..

Ik ga verder weinig woorden besteden aan de tocht. De routebeschrijving kan je elders vinden. Ik ga de tocht laten ZIEN. In 64 foto’s. Achter elkaar. Daar komt-ie…  Mijn favoriete wandeling op La Palma!

 

Als je dit leest, en je hebt alle foto’s gezien, begrijp je vast waarom men La Palma het Groene Eiland, La Isla Verde, noemt. Begin oktober, als de druiven op de wijnvelden rijp zijn en de bladeren beginnen te kleuren, wil ik weer.

Het Dak van Puntagorda

Afgelopen zondag vonden Ruud en ik eindelijk weer eens tijd om een lange wandeling te maken. We reden met de auto omhoog vanuit Puntagorda naar de Roque de los Muchachos, een autorit van een half uur,  en wandelden vanaf de parkeerplaats bij het uitzichtpunt langs de kraterrand van de Caldeira de Taburiente tot aan de Roque del Chico. Zo kwamen we uit op het dak van Puntagorda. Ons dorp ziet er vanaf de kraterrand zó uit. We vonden het bijzonder om het decor van ons dagelijkse leventje zo ver onder ons te zien liggen, met een hoogteverschil van meer dan 1.600m tussen ons en het dorp in.

 

Het plan was om een ‘hoge’ wandeling te maken om het slangenkruid te zien bloeien. Ruud had met behulp van googlemaps een ‘slangenkruidroute’ bedacht; een rondje van zo’n 11 kilometer lengte, met als begin- en eindpunt de bekende Roque de los Muchachos, het hoogste punt van La Palma.

We kwamen rond het middaguur aan met de auto op de Roque de los Muchachos. Spitsuur. Het kleine parkeerplaatsje staat op dit tijdstip barstensvol met auto’s van toeristen. Wij parkeerden daarom wat lager langs de toegangsweg. Snel wandelschoenen aan en vertrekken uit de menigte, het lege landschap in. Tijdens onze wandeltocht kwamen we welgeteld één ander wandelpaar tegen.

 

De stilte van het landschap boven Puntagorda, ten zuidwesten van de Roque de los Muchachos is oorverdovend. De uitzichten over de oceaan en de zuidelijke helft van het eiland zijn overweldigend, met af en toe als toegift een kilometer diep inkijkje in de krater van de Taburiente. De leegte van het landschap is weldadig. Als je hier loopt heb je het idee dat je de wereld voor je zelf alleen hebt. Het is allemaal niet vast te leggen op een foto. Deze wandeling moet je ervaren.

 

Heel veel bloeiend slangenkruid hebben we niet gezien tijdens onze wandeling. Misschien waren we toch nog iets te vroeg in het seizoen? Of misschien is de bloeitijd van deze prachtige bloem naar wat later in de tijd verschoven vanwege het relatief koude voorjaar op het eiland? Of misschien gaat het gewoon bereslecht met deze zeldzame plant? We weten het niet. De wandeling was er niet minder mooi om.

Ter hoogte van de Roque del Chico, één van de lagere toppen langs de kraterrand die recht boven Puntagorda ligt, daalden we over een brede brandgang af naar beneden, richting boomgrens. Aan het begin van deze afdaling maakten we een korte lunchstop met een broodje kaas en de gebruikelijke kraai die ook van brood, maar vooral van kaas, hield.

 

Aan het einde van de brandgang kwamen we tot onze verrassing uit bij een betonnen weg en een groot waterbasin. Waarschijnlijk aangelegd om bluswater bij de hand te hebben, mocht er op deze plek, zo dicht bij de peperdure telescopen, brand uitbreken?

Als de Caldeira het dak van Puntagorda is, waren we hier aangeland op zolder. Een voor ons onbekende zolder. We kwamen terecht in een parkachtig landschap, bezaaid met mooie bloemen en een schitterend en hoog uitzicht over de oceaan. Vanuit Puntagorda is deze plek goed bereikbaar, klimmend te voet of (ook klimmend) met de auto of op de fiets. We ontdekten een nieuwe prachtige plek in de buurt van ons dorp en gaan hier vast nog vaker komen.

 

Vanaf het parklandschapje begon voor ons de klim weer naar omhoog, richting de vlakte waar de telescopen staan en waar het helicopterplatform van de sterrenwachten is; een klim van zo’n drie-en-een-halve kilometer lengte, waarin een hoogteverschil van ongeveer vierhonderd meter moet worden overbrugd.

 

We ontdekten dat het parklandschap bekend staat als de Llano de las Ánimas. Puur toevallig waren we aangekomen op het beginpunt van ‘onze’ Barranco de las Ánimas, dat is de barranco die ten zuiden van onze finca naar beneden gaat en waarvan we een stukje helling in eigendom hebben.

Op deze llano (veld, vlakte) is in 2003 een project gestart om zaden van een aantal zeldzame planten (waaronder het slangenkruid) te verzamelen om deze planten zo voor uitsterven te behoeden. Er is een groot hek omheen gezet, met een poortje dat open en dicht kan. Nieuwsgierig liepen we midden in de rimboe door een soort van tuin, waarin vooral één van de te beschermen planten (tweede van links op het bord) weelderig groeide. Van de overige plantensoorten was niet veel te zien. We weten niet of het project nog actief is. De verzameltuin is een mooi intermezzo binnen een toch al mooie en afwisselende wandeling.

 

De klim omhoog gaat in eerste instantie door een bos van pinos en struiken met gele bloemen die op bremstruiken lijken, maar het volgens mij niet zijn. De struiken dragen naalden. Ze bloeien in mei.  Ik vond het erg leuk om nu eens te voet door dit bos te gaan. Ik kende het bos tot aan vandaag alleen vanuit de auto. De weg-met-de-duizend-haarspeldbochten die vanaf de LP1 naar de vlakte met de telescopen en de Roque de los Muchachos voert, slingert zich door dit bos omhoog.

 

Op een kleine helft van de klim wordt de boomgrens gepasseerd en eindigt het bos van pinos. Je loopt over een vlakte met uitzicht op de telescopen die men aan de voet van de Caldeira de Taburiente heeft verzameld. In de loop van jaren zijn het er steeds meer geworden. De telescopen spreken altijd tot onze verbeelding en geven een mystieke twist aan het kale, wat desolate, landschap.

 

De wandelroute van Ruud leidde ons tot aan het asfalt van de toegangsweg naar de Roque de los Muchachos, ter hoogte van de Cherenkov telescopen, waarvan je er op de middelste foto in het fotoblok hierboven één ziet. Deze is nieuw en nog in aanbouw.

We liepen over het asfalt verder naar omhoog tot dat we bij een splitsing uitkwamen. Zie de foto meest rechts in de middelste rij van bovenstaand fotoblok. Op dit punt gingen we links af, dus NIET richting Muchachos en WEL de weg in die alleen toegankelijk is voor ‘staff’.  Iedereen hoort tegenwoordig wel bij een staff. Wij wel, in elk geval.

 

De uitsluitend voor ‘staff’ toegankelijke asfaltweg leidt, via een rotonde (neem deze rechtdoor) naar een telescoop die je ziet op de laatste foto van het fotoblok hierboven. Je loopt om dit gebouw heen en staat dan na een klimmetje van enkele luttele meters opeens weer op de kraterrand van de Caldeira de Taburiente. Het uitzicht is indrukwekkend. Tijd voor een kijkpauze.

 

Over het pad dat langs de kraterrand voert, dit is de roodwitte camino realroute, liepen we na onze kijkpauze terug naar de Roque de los Muchachos, het beginpunt van onze wandeling. In totaal deden we ongeveer vier uur over onze tocht. We liepen langzaam (ik had met ademen last van de ijle lucht op deze hoogte, tijdens het klimmen, ik moet altijd aclimatiseren op deze hoogte) en we hebben lang rondgedwaald op de Llano de las Ánimas.

En dan is er nog het toetje: Het uitzichtpunt op de Roque de los Muchachos. Rond vijf uur in de middag heb je het uitzichtpunt vrijwel voor jezelf. De toeristen uit de hotels in het zuiden en oosten zijn weer weg. Ze moeten immers minimaal twee uur rijden om vanuit het hotel naar  hier te komen en rond 18:00 is het etenstijd.

Elke keer als we hier zijn is het prachtig. En zowaar. De plaatselijke VVV heeft voor de liefhebber een paar prachtige exemplaren van het slangenkruid neergezet langs het pad dat naar het diepstliggende uitzichtpunt van de Muchachos voert.

 

Ruud en ik vonden deze wandeling erg mooi en afwisselend. Staat vanaf vandaag in onze top tien van favoriete wandelingen op het eiland. Dat lijstje zal ik één deze dagen eens gaan maken en posten. De wandeling is op z’n mooist in de periode tussen eind april en begin juni, omdat er dan overal bloeiende bloemen te zien zijn in het landschap. Maar ook buiten deze periode is de wandeling zeker de moeite van het wandelen waard.

Download

Regenwoud

Michel wilde op de laatste dag van zijn bezoek aan ons graag de waterval  bij Los Tilos zien. Dat kwam goed uit. Het was een regendag. Het groen van het regenwoud bij Los Tilos komt het best tot zijn recht als het regent..  En de waterval stroomt dan ook beter. Denk ik.

 

Ruud en ik hadden het regen-laurierbos bij Los Tilos al een paar keer eerder bezocht. De waterval hadden we echter nog nooit gezien. Om eerlijk te zijn hadden we de plek waar het water valt nog nooit kunnen vinden. Nu liepen we er in één keer zomaar tegenop. Als je vanaf de parkeerplaatsen naar het bezoekerscentrum van Los Tilos loopt, zie je vlak voordat je bij het hoofdgebouwtje bent een smal groen zijpad aan je linkerhand. Geen bordjes of aanduiding of wat dan ook. Dat pad is de weg naar de waterval. Een wandeling van een paar minuten. Eerst loop je door een soort van half open tunnel. Aan het eind kom je terecht in een prachtige groene kleine kloof. Aan het eind van de kloof vind je de waterval. Je bent er binnen tien minuten.

 

Het is een mooie waterval. Ik moest denken aan een dagtrip op één van onze Amerikareizen. Lower Calfcreek Falls, in Utah. De waterval van Los Tilos ligt net zo mooi besloten. Het groen is hier alleen veel groener, natuurlijk. We hadden mazzel. Door de regen was het niet druk. Ik kan me voorstellen dat het hier soms zwart staat van de mensen. De waterval werd van alle kanten door ons gefotografeerd, zoals het hoort als je een waterval ziet.

 

Je kunt door een nauwe ‘slotcanyon’ tot aan de voet van het vallende water lopen. Vervolgens kan je er ook langs heen lopen. Je komt dan uit in een prachtige brede kloof, de bedding van een (droge) rivier. Het groen van de weelderige plantengroei spat je hier echt van alle kanten tegemoet. Je kunt deze kloof een stuk inlopen en de natuur in je opnemen. Wij liepen maar een stukje, vanwege de regen. En vanwege de gedachte aan flashfloods in Amerikaanse slotcanyons, waarvoor gewaarschuwd wordt als het een keer regent in de woestijn. Hier geen waarschuwingen, dus het risico van flashfloods zal wel los lopen. Maar wat eenmaal in je hoofd zit, krijg je er niet zomaar weer uit… Dat geldt zeker voor sommigen van ons.

 

Ter hoogte van de eerste parkeerplaatsen bevindt zich een tweede wandelpad. Over dit pad kom je na zo’n drie kwartier bij het uitzichtpunt van Mirador Espigón Atravesado. We besloten deze wandeling te gaan maken, hoewel dit uitzichtpunt niet heel bijzonder is. De wandeling er naartoe is het doel. De weergoden besloten echter anders. Na een paar minuten te hebben gelopen, begon het zo hard te regenen, dat we noodgedwongen het kleine restaurant onder het centro visitante maar opzochten en daar papas fritas aten. Dat restaurant ligt midden in het bos  met een mooi buitenterras. Vast een hele leuke plek bij zonnig weer. Maar wij bezochten het regenwoud in de regen.

 

Op de terugweg naar Puntagorda reden we door dít weer.

 

Het bleef de hele verdere dag regenen op ons zomereiland. Onze geplande bbq op de laatste avond van Michel’s bezoek viel enigszins in het water. Gelukkig heeft ons Boeddhahuis een brede veranda, en met een beetje improviseren kom je een heel eind. We zullen aan alle weermannen en weervrouwen van de Canarias doorgeven wanneer Michel de volgende keer weer op bezoek komt. Het regent dan namelijk altijd. Kunnen ze dat alvast meenemen in hun vooruitzichten voor op die dagen.

Meer informatie over Los Tilos, en dan met name de grote wandeling bij Los Tilos, kan je hier vinden.

Gorilla’s in de Mist

Altijd als Michel bij ons op bezoek is, regent het. Zo ook vandaag. Om meer precies te zijn hing er een zware regenwolk precies boven ons Boeddhahuis. In combinatie met de regenwolken op de verschillende weervoorspelapps veroorzaakte dat bij ons een donker gevoel. We hadden immers een wandeling naar de Pico Birigoyo op het programma staan, en het zou vandaag half bewolkt en zonnig zijn, zo was ons de hele week al beloofd. Met lood in onze schoenen stapten we toch maar de caddy in, op weg naar het zuiden. Om na ongeveer vier honderd meter te ontdekken dat er inderdáád een hele donkere regenwolk boven Boeddha hing. En verder nergens. Meevaller!

 

Vandaag lieten we dus de Pico Birigoyo zien aan Michel, was de bedoeling. Het werd Pico Birigoyo in de mist. Hoewel het de hele dag droog bleef was het op hoogte behoorlijk bewolkt en koud. Winterwandeling op La Palma. Maar de bomen in het bos bij El Pilar stonden in witte bloesem, dat dan weer wel.

 

De Birigoyo is mijn op-een-na-meest-favoriete bergtop op La Palma. (Favoriet zijn voor mij de toppen van de Deseada’s, maar die wandeling wilden we Michel in deze fase van zijn wandelleven nog niet aan doen). Sinds vandaag weet ik dat een wandeling door wolken en nevels naar de Birigoyo net zo mooi en indrukwekkend is als een wandeling bij helder weer en verre horizonnen. Alleen anders.

 

We wandelden door een soort van sprookjesbos omhoog. Geen elfen gezien, maar het had gekund, zo mooi was het er. Grijze nevels en witte bloesems. Toen we aankwamen op de bergtop weken de wolken uiteen en vielen er voortdurend om ons heen gaten in de nevels, zodat we steeds snelle doorkijkjes kregen naar het eiland om ons heen. Op enig moment brak het wolkendek boven ons, terwijl op ooghoogte de nevels juist dikker werden. Derde foto in het fotoblok hieronder. Bijna een mystiek moment.

 

Tijdens de afdaling brak in het noorden het wolkendek en kregen we zicht op de Caldeira de Taburiente, terwijl achter ons in zuidelijke richting,  de nevels dansten en wervelden. We vergaten dat het koud was en dat het hard waaide.

 

We deden bijna anderhalf keer zo lang als anders over deze tocht. Er was zoveel te zien dat we voortdurend stil stonden om het landschap en het spel van wolken en wind te bewonderen.

 

Op de terugweg deden we op goed geluk, want het was zaterdagavond, een poging om een tafeltje te bemachtigen bij De Belg. We voelden ons bijzonder bevoorrecht toen we fluisterend naar een gereserveerd tafeltje binnen in het restaurant werden gedirigeerd. ‘Jullie hebben gereserveerd’, kregen we met een strenge blik te horen. We voelden ons nog meer bevoorrecht toen potentiële gasten na ons naar het koude buitenterras werden gestuurd, met de mededeling dat alle tafels binnen gereserveerd waren. Komen we te vaak bij de Cervezeria in El Jesus? We aten er in elk geval weer lekker. En het is er altijd gezellig!

Op weg naar het toilet beneden het restaurant (buitenom lopen) nog even een prachtige zonsondergang gescoord. Het was een mooie dag.

Meer praktische informatie over de wandeling naar de Pico Birigoyo kun je hier vinden.

Verjaardagsfeest #49

Donderdag was Ruud jarig. Als één van ons jarig is, hebben we als het even kan beiden een vrije dag, die we zonder verjaardagsgasten met ons 2 doorbrengen. Zo ging het ook afgelopen donderdag.

 

Het was mooi weer, hooguit een beetje koud. We besloten om samen met de honden de boswandeling naar Las Briëstas te maken. Boven Puntagorda ligt op zo’n 1.300 meter hoogte een gebied vol dennenbossen en wijnvelden. Het is er erg mooi en door de wijnvelden is dit van alle wandelingen die we op het eiland kennen één van de wandelingen die  het meest varieert met de seizoenen. In februari zijn de wijnvelden nog helemaal kaal. Dat heeft zijn eigen schoonheid, vind ik.

 

Het was op deze hoogte maar net twaalf graden. Maar de zon scheen en het was windstil. Ideaal wandelweer. De amandelbomen waren uitgebloeid maar de meeste bloemen moeten op deze hoogte nog uitkomen. Vanaf half maart en in de maanden april en mei is het hier echt prachtig. De honden genoten en maakten een voettocht over de hellingen die ongeveer vier keer zo lang was als de wandeling die Ruud en ik maakten. Aan het eind waren ze flink moe. De rest van de dag hadden we geen kind meer aan ze.

 

We hadden een mooie ochtend op deze manier. De middag brachten we deels door in Los Llanos, alwaar we de Lidl hebben verkend. We worden geacht om bij de Lidl eens in de paar weken onze voorraden aan te vullen. En inderdaad: het wasmiddel is er erg goedkoop en ze hebben er goede hamburgers. En vooral ook: colasnoepjes en drop!

Deze foto maakte ik na afloop van de wandeling, op de terugweg naar Puntagorda. Met de telefoon, door de voorruit van de auto.

 

Het VerjaardagsFeest sloten we af bij Flor de Lotus, onze megafavoriete Pizzeria in het dorp. Gelukkig was de pizzaman open, want dat is niet altijd vanzelfsprekend. Pizza Cuatro Quesos. Pizza Espinacas. Fles Traviesa Blanco. Fles Agua sin gaz. Altijd hetzelfde. Altijd lekker. Altijd gezellig!

 

Het allerleukste van deze dag was, dat we nu sinds tien dagen weer terug op La Palma zijn. Normaliter zouden we op de elfde dag weer naar huis moeten. Nu zíjn we thuis! Helemaal tevreden hierover liepen we onder een heldere sterrenhemel terug naar het Boeddhahuis.

Berichtje voor Michel: Ruud en ik hebben gisteren bedacht dat we in dit gebied een mountainbiketocht gaan uitdenken. Voor in maart of voor later dit jaar. Mét motortje, denk ik…

El Palito

Nabij het dorp Puntagorda kan je bij ons weten op drie plekken langs de rotskust afdalen tot aan zee-niveau. De meest bekende plek om bij de oceaan  te geraken is bij El Puerto, de oude haven van het dorp.  Een andere plek hebben Ruud en ik ontdekt in de directe omgeving van het Cruz de la Reina. Een derde plek ligt bij El Palito.

 

El Palito heeft een wat magische klank in onze oren. Wij weten al sinds jaren  dat El Palito er is. Van horen zeggen en van plaatjes op het internet weten we dat het er mooi is en dat de weg er naar toe niet al te moeilijk is, maar dat je tijdens de laatste afdaling wel alert moet zijn op gevaarlijkse situaties.  We zijn vaak op weg geweest naar El Palito. Maar we kwamen er nooit aan. Een beetje vanwege lamlendigheid van onze kant, een beetje vanwege de aantrekkingskracht van het kalme boeren landschap dat je doorkruist op weg naar El Palito. Maar. Vandaag kwamen we er wel!

 

Vanuit ons vakantie huis, Casa Demetria, recht boven de Balsa, het waterspaarbekken beneden het dorp Puntagorda, liepen we naar beneden tot aan de begraafplaats die ligt aan de voet van dit spaarbekken. De parkeerplaats van de begraafplaats is een mooi startpunt voor deze wandeling voor wie niet in Puntagorda verblijft.

‘Onze’ route naar El Palito klimt eerst naar boven, naar de Pista del Canal. Dit is het zandpad dat evenwijdig loopt aan het grootste irrigatiekanaal van bananenwater in dit deel van het eiland. Het kanaal loopt van Garafia in het noorden tot Los Llanos in het zuiden. De Pista del Canal volgen we in zuidelijke richting tot dat we bij de heuvel Don Pancho komen. Op deze heuvel staat een grote telecommast. Ter hoogte van de heuvel loopt een steil pad naar beneden. Richtingaanwijzers wijzen je de weg. Volg de route naar ‘El Puerto’.

 

Aanvankelijk loop je door een landschap van kale rots en cactussen, met prachtige vergezichten over de oceaan. Iets verder naar beneden maken de cactussen plaats voor avocado-plantages en bananenplantages met hier en daar een akker vol groenten. Je voelt aan den lijve hoe snel klimaatzones op La Palma in elkaar overgaan. Als je bij de plantages bent is het vrijwel altijd zonnig en warm, maakt niet uit bij welk weer je bent vertrokken van de begraafplaats.

Op enig moment kom je borden richting El Palito tegen. Deze wijzen je de weg naar een klein pad dat in snel tempo af daalt richting oceaan. Je verlaat de bewoonde wereld en komt terecht in landschap van steile kliffen en een oneindige blauwe oceaan. Met hier en daar een trapje. Of een houten hek. De route wordt goed onderhouden. De weg naar beneden begint bij een geitenlandje. Je moet een hek door dat je geacht wordt achter je te sluiten als je passeert.

 

Vlak voordat je de eindbestemming bereikt, voert het pad door een klein tunneltje. Direct achter het tunneltje heeft een aardverschuiving het pad enigszins verminkt. Het beschermende houten hek is op deze plek verdwenen. Het is goed te doen om met wat voorzichtig gemanouvreer deze barriere te nemen. Maar. Niet doen als je je niet zeker voelt. En eigenlijk ook niet doen, als je alleen wandelt. Maar dat vind ik. De tunnel is ook een mooi eindpunt.

El Palito is een klein terras op ongeveer veertig meter boven zeeniveau. Het terras is aangelegd rondom een diepe waterput, waar grondwater werd opgepompt ten behoeve van de landbouw. De put is volgens mij niet meer in gebruik. Geen idee waarom El Palito (= De Stok, in het spaans) El Palito heet.

 

Het wandelpad houdt op bij het terras. Maar het is een beetje zonde om de laatste meters richting oceaan niet te doen. Klim over het muurtje en volg door het hoge gras een wat verborgen liggend zandpad. Hier en daar moet je even een klautertruc doen over een onhandig grote rots.

De beloning van je inspanning is de directe nabijheid van de oceaan. Je kunt het zoute zeewater ruiken. Je kunt de fijne neveldruppels  van de branding voelen. Maar je kunt het water niet aanraken. De rotskust is te grillig en zwemmen of pootje baden is op deze plek te gevaarlijk.

Daarna klim je terug tot aan de asfaltweg. Je volgt die weg in noordelijke richting. De weg brengt je in een langzame, geleidelijke klim in vele draaiingen en bochten terug naar Puntagorda. Heel soms passeert er een auto. Meestal toeristen die niet zo van wandelen houden, op weg naar El Puerto. Heel soms een bananenboer. Verder is er niets dan stilte, zonlicht en blauwe oceaan in de verte, terwijl je tegelijkertijd met regelmaat op  prachtige doorkijkjes in het heuvellandschap landinwaarts stuit.

 

De weg naar El Palito is een fijne ontspannen wandeling. De eindbestemming is best een leuke plek, maar het draait in deze wandeling vooral om de weg ‘er naar toe’ (en weer terug). Ruud en ik deden al met al ruim vijf uur over de wandeling. Ons begin- en eindpunt lag ongeveer 100 meter boven de Balsa.

Ook nu weer het dringend advies om voldoende drinkwater mee te nemen. Onderweg kom je niets tegen en het kan beneden flink warm zijn, zeker als je weer terug klimt. Daarnaast toch een waarschuwing om met regen of harde wind een andere wandeling te kiezen. De steile afdaling is onder die weersomstandigheden niet helemaal zonder gevaar. El Palito is mooi, maar geen botbreuk (of erger) waard.

Download