Op Zondag naar de Teneguia

Eind vorige week vond Ruud dat het hoognodig tijd was dat ik weer eens een hele dag buiten zou zijn. Voor mijn NL-werk maak ik op doordeweekse dagen best lange dagen achter een laptop met twee schermen in één van de donkerste hoeken van het Boeddhahuis. Omdat op die plek de grote monitor kan blijven staan, als ik klaar ben met het werk. Als je dan de hele dag in zo’n schaduwhoek stil zit te zitten bij een buitentemperatuur van vijftien, zestien graden, zonder kachel in huis, kan je zomaar spontaan in een soort van winterdepressietje schieten. Erop uit dus. De zon in. Ik wilde graag een buitendag met zon en warmte. We besloten daarom op zondagmiddag te gaan wandelen op de uiterste zuidpunt van het eiland, in het warme, droge landschap rondom de Teneguía-vulkaan.

 

De Volcán Teneguía is de meest zuidelijke vulkaan van La Palma en ook de vulkaan die het meest recent van allemaal nog actief was. De laatste uitbarsting vond plaats in 1971. Het eiland werd door de lavastroom van toen een stukje groter. Je kunt de top van de Teneguía beklimmen. Als je dat doet heb je aan het einde van de klim een prachtig uitzicht over de zuidpunt van het eiland, de drie andere dichtbij gelegen  eilanden van de Canarische archipel en de droge wereld rondom de vulkaan waarop je staat en de nabije en veel hogere top van de San Antonio Vulkaan.

Ik had vooraf al verteld aan Ruud dat ik deze keer geen zin had in de klauterpartij naar de top, want een klauterpartij is het, als je de top van de Teneguía wil meemaken. Ik wilde niet klimmen, maar gewoon lekker ronddwalen door het droge landschap van de beide zuidelijke vulkanen. Een landschap vol van ongenaakbare gekleurde rotsen,  dorre droge steenvlaktes en wijnvelden. Want dat is het gekke. Je loopt in dit gebied door een soort van woestijn. Tegelijkertijd loop je echter ook door de druivenvelden van de Teneguíawijn. De wijnranken van deze wijn groeien als een soort van bodembedekker kruipend over het warme zwarte lavazand. De combinatie van woestijn, droogte, vulkaantoppen en druiven zorgt voor een heel vreemd effect, dat me elke keer weer opnieuw betovert.

 

Vanuit het dorp Fuencaliente, het meest zuidelijke dorp op La Palma, reden we via de LP9 naar het gehucht Las Indias en vandaar uit, de LP verlatend in het verlengde van de tweede  haarspelbocht die deze weg maakt, naar het nog kleinere gehuchtje Los Quemados. Aan het einde van de weg, waar het asfalt over gaat in een zandpad, parkeerden we de auto en liepen we op goed geluk het landschap in. Het is handig om een wandelapp op een smartphone bij je te hebben, bijvoorbeeld MapOut. Je kunt dan beredeneerd ronddwalen over de vele wandelpaden en offroadweggetjes die de vlakte doorkruisen. Let erop dat je afstanden niet onderschat en dat je altijd voldoende water bij je hebt. Zeker in de zomer kan het op deze plek zinderend heet worden. Voldoende water is dan een must om geen ongelukken te maken.

 

Vandaag scheen de winterzon. De temperatuur bleef net iets boven de twintig graden steken, denk ik. Prachtig voorjaarsweer. Daar waren Ruud en ik ook wel aan toe. Het is soms een beetje afzien qua kou, of beter gebrek aan verwarming, in het Boeddhahuis. Met drie truien over elkaar aan komen we er dan wel weer doorheen, maar lekker rondwandelen op een t-shirtje ligt ons toch beter.

 

Nog nooit eerder was ik in januari in dit gebied. Het viel me op hoe groen het in de winter is op deze plek. Alles is relatief natuurlijk, maar ik zag veel groens groeien in het zwarte zand. Waaronder één van mijn lievelingsplanten. Zie de laatste foto hierboven. Ik kom er tot op heden niet achter hoe deze plant heet. Er is een variant die paars-blauwe bloemen heeft. De plant groeit op grotere hoogtes in een vochtiger klimaat uit als een grote struik. Die struiken, met de paars-blauwe bloemen, zou ik wel een plek willen geven op onze finca. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. En eerst maar eens uitzoeken of die plant wel past in het klimaat van Puntagorda. Je zou zeggen dat alles dat op de vlakte bij de Teneguía kan groeien overal kan groeien..

 

Zoals gezegd had ik voor vandaag een simpel wandelingetje in mijn hoofd, om daarna een fijn terrasje te kunnen pakken, pal aan de kust bij de vuurtoren van Fuencaliente. Een fijne gemakkelijke zondagmiddagwandeling. Maar zo gaat dat niet, als je samen met Ruud wandelt. Ruud zag een helling. En die helling voerde naar een top. En op zo’n top heb je uitzicht. Ruud wil altijd naar de top. Ruud wil altijd naar het uitzicht van bovenaf. Zoals altijd kreeg Ruud na enig heen en weer gepraat hierin  zijn zin. We namen de weg naar de top. Het was afzien.

 

Ik overdrijf niet. Kijk maar. Ongezond ambitieus toch, zo’n helling?

 

Maar goed. Met een half uur geploeter, zuchten & steunen, door het mulle lavazand op een onmogelijke helling naar omhoog, kwamen we uit op een prachtig plateautje, juist beneden het bezoekerscentrum van de San Antonio Vulkaan. Met enige tegenzin moest ik bekennen dat het uitzicht vanaf dit plateau de inspanning van de klim meer dan waard was. 360 graden uitzicht. Met in de verte de eilanden Tenerife, La Gomera en El Hierro. In één woord prachtig! (En niet goed op de foto vast te leggen).

 

Vanaf het plateau wandelden we min of meer vlak, maar dan toch weer wel vals plat omhoog,  naar de bebouwde kom van Fuencaliente. Het was mooi om eerst de toppen van de Vulcan St Martin  te zien verschijnen en daarna langzaam maar zeker het dorp Fuencaliente daaronder in beeld te krijgen.

 

Vanaf het bezoekerscentrum van de San Antonio liepen we over een asfaltweggetje steil naar beneden terug naar Los Quemados. Daar stond de auto op ons te wachten, bakkend in de zon.

Het terras bij de vuurtoren is er niet meer van gekomen. Wel maakten we op de terugweg naar Puntagorda een tussenstop in El Jesus. Zalm-met-Peren-en-Basmatirijst-met-Koriander bij de Belg is ook niet verkeerd. Zo beleefden we weer eens een geweldige zondagmiddag op ons eiland. Hoezo winterdepressie?

Download

De Bodem

Iedereen ‘en Holanda’ (en omstreken, natuurlijk..) moet de hartelijke groeten hebben van…Team Bouwen op de Camino de Pinto 14d te Puntagorda.

 

Sinds dinsdag wordt er echt hard en voortvarend gewerkt op de finca. Op dinsdag met drie man, en vandaag, woensdag, zelfs met vijf. Van negen tot drie, maar geen pauzes, behalve een snelle slok koffie uit het apparaat dat we in het schuurtje hebben neergezet. En men heeft schik met elkaar. Dat is leuk om te zien.

Op dinsdag werd de gegraven kuil uitgemeten, afgewerkt en geëgaliseerd. Dat ging niet helemaal van zelf. José had de kuil te diep gegraven. Ook werden de eerste betonstroken voor het fundament gelegd.

 

Vandaag, woensdag, werd de onderste betonplaat tussen deze stroken gestort. Hier bovenop komt een fundering van gewapend beton. En daarna nog een flexibele vloerlaag, als ik het allemaal goed heb begrepen.  Als het aan Óscar ligt, wordt het gewapende beton morgen en vrijdag gedaan. Vanmiddag heeft hij op de vandaag gestorte bodemplaat uitgezet hoe hij het spul gepositioneerd wil hebben. Óscar wil tempo maken, want het weer is volgens hem (onverwacht) goed. Wat ons betreft kan hij niet snel genoeg gaan..

 

Vandaag hebben we samen met weer een andere werknemer van Óscar (ben nog niet zo goed in het onthouden van namen), en een vrachtwagen met verstelbare laadklep, de laatste meubels en de al eerder gekochte tien binnendeuren vanuit de quarto de apero naar de container gebracht. Het heeft gisteren zowaar een beetje geregend in Puntagorda en we kwamen er achter dat het dak van de container niet helemaal waterdicht is (wel bijna, overigens, maar toch). Om geen risico te lopen met onze meubels heeft Ruud vanmiddag dit kunstwerk van landbouwplastic en stenen gemaakt. Hij noemt het ‘Landbouwplastic en Stenen op een Container’ en hoopt op een subsidie van het departement voor moderne kunst van het Cabildo.

 

Zelfs op een wat sombere dag is het mooi om tegen het vallen van de avond over de oceaan uit te kijken.

 

Er gebeurt wat. Er is een bodem gelegd. Ruud en ik voelen ons een stuk beter dan vorige week rond deze tijd.

Rondleiding

Nu we dan eindelijk daadwerkelijk aan het bouwen zijn, wordt het tijd om de sketchup-modelletjes maar weer eens van stal te halen. We doen een virtuele rondleiding door het model van het ‘grote huis’. Allereerst gaan we buitenom. Je kunt met je muis of je vinger op het plaatje klikken voor een toelichting.

 

Maar je mag ook even binnen komen. Kom maar mee!

 

In de afgelopen maanden hebben we op detail onze plannen hier en daar aangepast. Grosso modo staat alles nog net zo in de steigers als dat we ergens in het voorjaar van 2018 hadden uitgevogeld. Eén uitzondering; de antraciete vloertegels hebben we ingewisseld voor stenentegels met een houtmotief. Het klinkt niet zo, maar die tegels zien er in het echt heel mooi uit. En dat antraciet zwarte bleek niet te combineren met de kleur van onze teakhoutenmeubels, die rode teinten in zich dragen.

Zienwattwordt straks 🙂 . Als alles af is, zal ik deze sketchupplaatjes gaan vergelijken met de foto’s van hoe het geworden is.

Gat in het Zand

We zijn een week verder na de ‘startdatum’ van de bouw van onze huisjes. De bouwers moeten nog wat op gang komen. Het tempo van de uitvoering van het werk valt ons in de eerste week niet mee.

We begonnen op maandag, een week geleden, met een Streep In Het Zand. Daarna gebeurde er drie dagen helemaal niets. José, ingehuurd door Óscar om het grondwerk uit te voeren, kwam niet opdagen.

Op vrijdag kwam Óscar poolshoogte nemen. Hij trommelde José persoonlijk  bij zijn huis op en zette met een touw uit waar het fundament voor de aanbouw van het grote huis zou moeten worden uitgegraven en hoe diep het gat zou moeten worden. Deelfase2 van Fase1; we hadden een Touw Boven Het Zand. Nu nog het graafwerk op die plek en dan maandag beginnen met het storten van de fundering.

 

José kwam met zijn bakbeest, de pala, en begon te graven. Maar moest helaas al snel na het vertrek van Óscar ook zelf weer vertrekken. Cursus! Zaterdag zou hij het graafwerk met zijn pala komen afmaken. Zaterdag: alweer cursus/of ziek/of pala kapot. (Doorhalen wat niet van toepassing is). Zo gingen we het weekend in met een half gat in het zand.

 

Op zaterdag zouden Ruud en ik de dozen uit de apero, de andere helft van het toekomstige ‘grote huis’, gaan verhuizen naar één van de kamers van het Boeddhahuis. Op vrijdagavond ontving Ruud echter het verzoek van Isla Bonita Tours om zich te laten inwerken als gids op een tweede wandeltocht, de wandeling bij het nabijgelegen Las Tricias. Overigens een prachtige wandeling, vooral in deze tijd van het jaar, als de amandelbloesems gaan bloeien. Zo’n kans laten we natuurlijk niet voorbij gaan. We kunnen best wel wat extra inkomsten gebruiken.

Op zaterdag was Teunis dus in zijn uppie aan het sjouwen. Want op maandag moest de apero leeg zijn, hadden we met Óscar afgesproken. En voor de zondag stond (eindelijk weer eens) een privé-wandeling op het programma, hadden Ruud en ik bedacht. Daarover in een andere blogpost meer.

Gelukkig hebben Ruud en ik ongemerkt in de loop van de tijd al heel wat dozen uitgepakt, omdat we de inhoud ervan nodig hadden in ons huurhuis. Het sjouwwerk richting Boeddhahuis viel daarom uiteindelijk best mee. Ik had er eigenlijk wel schik in. Ruim een jaar na ons vertrek uit Almelo, was ik vergeten hoeveel handige of mooie spullen we hebben verstopt in al die dozen. Ergens in augustus of september wordt het op grote schaal pakjesavond. Dagen lang cadeautjes uitpakken. Van ons zelf, voor ons zelf, dat dan weer wel…

 

Gisteren dan. Een nieuwe maandag, een nieuw begin. Maar ondanks dat geen José, maar wel een stilstaande pala, op de finca. Tegen de middag verschenen er drie man in dienst van Óscar. Zij hielpen Ruud met het verhuizen van onze meubels, vanuit de apero naar de container van Óscar, die al een tijd lang naast de palmboom op ons terrein staat. Ik moest werken voor Nederland. Kon daarom niet meehelpen met deze verhuizing. Vond ik helemaal niet erg. Die teakkasten van ons, die zijn me toch zwaar…

Er kwam een flinke  hoeveelheid troep en rotzooi uit de container. Aanvankelijk werd elk emmertje, elke verfkwast  en elk batterijtje individueel door de drie mannen besproken en op waarde ingeschat, alvorens werd besloten wat er mee zou moeten gebeuren. Dat was nog een heel beraad. Intussen stonden onze meubels nog buiten en was het al bijna drie uur. Om drie uur stopt de werkdag voor onze bouwvakkers. Het resterende uur zijn ze onderweg naar hun woonplaats Brena Baja, helemaal aan de andere kant van het eiland, zo’n vijf kwartier rijden. In de bouw op La Palma reis je in de tijd van de baas naar je werk. Dát had mijn vader vroeger ook wel gewild. Maar ik heb daar wel begrip voor. Kordaat optreden van Ruud (!) voorkwam dat de meubels bleven staan waar ze stonden en de mannen  naar huis zouden gaan. Soms moet je maar gewoon de leiding nemen, blijkt.

 

Even na vijven verscheen José  dan alsnog. In no-time kwam het vervolg op ons gat in de grond tot stand. We kunnen beginnen aan de fundering.

 

Het was een week om te leren voor Ruud en mij. Soms ergerden we ons groen en geel aan hoe er gepland en gewerkt wordt en hoe afspraken niet worden gehaald of nagekomen. Soms realiseerden we ons dat we er als ‘opdrachtgever’ door de omstandigheden gewoon wat te dicht bovenop zitten en dat we wat meer afstand van alles moeten nemen. Het gaat nog een flinke evenwichtskunst worden voor ons, om hier een goede middenweg in te vinden.

Augustus blijft augustus. Dan moet het grote huis klaar zijn. Anders worden we dakloos. Het voelt toch wat ongemakkelijk om hierin afhankelijk te zijn van anderen. Afhankelijk zijn moet je leren…

Streep in het Zand

We zijn begonnen. Kijk maar. Er staat een streep in het zand. Óscar begint  met de aanbouw van de apero, en het uitgraven van de riolering. De aanbouw en de apero (dat is het Spaanse woord voor het witte schuurtje dat er nu al staat) gaan samen het ‘grote huis’,  worden. De streep geeft aan waar het fundament van de aanbouw moet worden uitgegraven.

 

Helaas kwam José, de persoon die door Óscar is ingehuurd voor de graafwerkzaamheden vandaag niet opdagen. Wij kennen José nog van het graaf- en sloopwerk aan onze twee nieuw ingeplante avocadoterassen. Van toen weten we dat hij heel netjes en nauwkeurig werkt, maar ook dat zijn planning nooit strookt met jouw planning en de afspraken die je hierover met hem maakt.  Dat vooral maandagen een beetje moeilijk voor hem zijn.  En dat je  na afloop nog een keer flink moet onderhandelen over de factuur die je onder je neus krijgt geschoven. Maar hé, no hay problema. Morgen is er weer een dag. En daarna volgen er nog veel meer. En Óscar is degene die hem moet betalen…

Op de een of andere manier voelden Ruud en ik het al wel aankomen, dat het zo zou gaan op dag1 van de bouw. We gaan er maar niet gefrustreerd over doen. We hebben een streep in het zand. En dat is al honderd procent meer dan dat we gisteren hadden. Op naar dag 2.

Harken, Kruien, Planten

In de afgelopen weken stonden de werkzaamheden op de finca in het teken van Stenen. Stenen bij elkaar harken. Stenen in een kruiwagen gooien. Stenen verplaatsen naar plekken waar ze geen kwaad kunnen, zelfs een beetje nuttig zijn.

We verwijderden alle losliggende stenen van de terrassen en legden de keien tegen afbrokkelende randen van sommige hellingen als versteviging, met als motto ‘opgeruimd staat netjes’.

 

Daarna begon het Grote Harken. Op de nieuw aangeplante terassen lag het nog vol met onnoemelijke aantallen kleinere stenen, lavabrokken en grote kiezels, daar twaalf jaar geleden met vrachtwagens tegelijk gestort door de vorige eigenaar, zo heeft men ons verteld. Als je op die terrassen liep, brak je je enkels bij elke stap. De vorige eigenaar had een  hekel aan modder in de winter, vandaar de stenen. Wij hebben laarzen in de winter, als het nodig is na een regenbui. De stenen moeten dus weg.

Sinds onze thuiskomst op oudejaarsdag heeft Ruud dagen lang geharkt. Hij droomt er van. In zijn dromen blijft hij eeuwig harken en komen er steeds weer nieuwe stenen door het zand naar boven drijven…

 

Op de bovenste foto hieronder zie je het effect van het harken. De foto is van het onderste terras aan de zuidkant van onze boomgaard. Links zie je de keien voordat Ruud met zijn grote hark is langs gekomen. Rechts zie je hoe alles er uit ziet, ná Ruud-met-de-hark. Wij vinden dat het resultaat de moeite van het al het werken meer dan waard is.

Op de onderste foto zie je hoe alles wordt als het gras is terug gekomen. Grasveld rondom de bomen!

 

De laatste grote stenenklus voor het moment is nu het wegkruien van de bij elkaar geharkte stenen. Ik heb afgelopen zondag het bovenste terras aan de zuidzijde van onze finca leeg gekruid en gestort op een plek waar dit nodig was om een al te steile helling wat vlakker te maken en daarmee veiliger voor onze toekomstige gasten, mochten zij gaan ronddwalen in de nacht.

 

Ruud heeft in de afgelopen week een begin gemaakt met het leegkruien van het onderste zuidterras. Dit weekend maken we het samen af.

 

Zoals altijd deed Fenna  de Algehele Organisatie, de Kwaliteitsbewaking en Het Toezicht. Daar is ze een meester in. Op een strategisch punt, van waaruit ze alle werkzaamheden goed kon overzien,  had ze haar ‘control centre’ ingericht. Een bewijs van haar onbetwiste kwaliteiten als ‘green belt’,  aanjager en kwartiermaker.

 

Onder haar deskundige leiding begon ik vorige week zondag aan een nieuwe mijlpaal in de realisatie van ons plan. Voor het eerst zette ik plantjes in de grond die vorm moeten geven aan een onderdeel van het tuinontwerp dat we voor ogen hebben. Dat ontwerp moet overigens nog gemaakt worden. Vooralsnog hebben we slechts globale ideeën. Maar deze plantjes staan er dus al. Kunnen ze alvast gaan groeien. Aloë, Vetplanten en grondbedekkers. We hopen op enig respect van de bouwvakkers.

 

We doen nog even een overzichtsfoto van de werkzaamheden van afgelopen zondag.

 

Na afloop van de werkzaamheden  op maandag kreeg Ruud deze voorstelling.

 

Daarna kwam hij  met een voldaan gevoel, terug naar het Boeddhahuis, alwaar ik juist mijn werklaptop dichtklapte.

Gras

Heel geleidelijk & langzaam, maar zeker, krijgen stukken van onze finca de sfeer die we op termijn graag voor ons zelf en voor onze vakantiegasten willen bereiken. We zijn een beetje op zoek naar de landelijke sfeer, midden in het groen, die we ons van onze vroegere vakanties in Frankrijk herinneren. Grasland onder de fruitbomen. Groen en fris  in de winter en in het voorjaar. Bruin en naar hooi ruikend in de zomer en in het najaar. Met overal hoekjes en plekjes waar je ongestoord van de natuur kunt genieten en naar de stilte kunt luisteren. Je ruikt de dennennaalden of de sinaasappelbloesems, terwijl je een boek leest op je ipad. Je  kijkt naar de jagende valken of de rondkruipende hagedisjes, terwijl je in de zon een wijntje drinkt.  Anders dan in Frankrijk is er altijd de grote blauwe oceaan op de achtergrond aanwezig en weet je alles dat het Isla Bonita te bieden heeft onder handbereik. Een omgeving waarin je na een tijdje vergeet welke dag van de week het ook al weer is. Dat is de gedachte.

Ik moet een beetje handig & leep de stapels met bouwmaterialen buiten beeld houden, maar de foto’s hieronder geven een idee.

 

Op andere plekken moet het allemaal nog wat gaan groeien. Maar Ruud en ik vinden dat je nu al kunt zien hoe het zal gaan worden.

 

Op zondag waren we aan het werk op het terrein. Halverwege de middag, lunchtijd, hielden we uitgebreid pauze en speelden we samen dat we  op vakantie waren. We waren op een leuke plek terecht gekomen, vonden we.

 

Door het slepen met takken en snoeihout van vele jaren. Door het maaien van metershoog gras waar bijna niet door te komen was. Door het verwijderen van oude, zieke bomen en het planten van nieuwe bomen, bedoeld voor de toekomst. Door het verwijderen van enkele generaties oude en lekkende irrigatiesystemen en  het aanleggen van een nieuw bewateringssysteem. Door het sjouwen en sleuren aan stenen en rotsen. Door de zweetdruppels en de stijve spieren. De boomgaard voelt elke week een beetje meer als ‘thuis’ voor ons. Het klinkt vast heel kneuterig, maar het proces van een vreemd, verwaarloosd terrein beetje bij beetje steeds meer naar je hand te  zetten, is prachtig om mee te maken. We worden er flink blij van, elke dag weer.

 

En zonsondergangen op La Palma zullen ons nooit gaan vervelen.

2020 is begonnen..

We hadden een super gezellige kerstweek in Nederland. Veel mensen gezien en veel bijgepraat. Iedereen die ons gastvrij ontving, nogmaals bedankt voor deze gastvrijheid en de gezelligheid! Volgend jaar bij ons?  🙂

Ruud bracht zijn dropspiegel weer terug naar de normale (idioot hoge) waarden, en kan er weer voor een paar weken tegen op ons Droploze Eiland. We beleefden een moment van fijne nostalgie bij het krabben van de voorruit van onze auto.

 

Op oudejaarsochtend keerden we doodmoe maar tevreden weer terug naar ons Lente Eiland.  Doodmoe van het vele praten en het rondreizen in Nederland.  Maar vooral ook doodmoe van het Transaviaritme, dat ons dwingt om om half3 ‘s nachts op te staan om de thuisreis aan te vangen. Het is niet anders.

Op 1 januari nieuwjaarsontbijt op het terras onder de grote boom buiten in een lentezonnetje. Op 2 januari buiten barbecueën. Dat zijn nog eens winterse taferelen die ons aanspreken! Dit zijn de winters waar Ruud en ik van houden!

 

De zonsondergangen op onze finca zijn mooier dan ooit. Mooier ook dan foto’s kunnen vastleggen.  Doordat we vers terug kwamen uit Nederland, roken we weer hoe kruidig de lucht op La Palma ruikt en hoorden we weer hoe stil het hier is. Met ‘ontwende’ ogen zagen we weer hoe bijzonder ons nieuwe plekje en toekomstige vakantiebestemming eigenlijk is.  Daar krijg je een blij gevoel van.

 

Afgelopen vrijdag tekenden we het bouwcontract met onze aannemer. Óscar en zijn mannen gaan op maandag 13 januari beginnen met het werk. 2020 gaat voor ons vast een enerverend jaar worden met veel dubben & keuzes maken, veel werk en zweetdruppeltjes en uiteindelijk een begin van een oordeel of alles dat we in ons hoofd hebben ook werkelijkheid kan gaan worden. Ruud en ik verheugen ons erop. Nog acht nachtjes slapen…