Nog meer avocado’s

De afgelopen drie weken zijn we, tussen alle andere bedrijven door, flink druk geweest met ons ‘derde terras’ aan de zuidkant van de boomgaard. Dit is het grootste van alle zeven terrassen die gezamenlijk onze finca vormen. Door een groot, ondergronds, lek in het irrigatiesysteem hebben de bomen op dit terras  jarenlang geen of heel erg weinig water gekregen. De helft van het terras bestond uit kale verdroogde grond, toen we ons perceel kochten. Op de andere helft stonden een stuk of tien, moegestreden avocoadobomen. Ook een jaar mét voldoende water, was voor deze bomen niet genoeg om nog  te kunnen herstellen. De sinaasappelbomen op het terras herstelden wel goed. Maar daar hebben we er zó veel van. En sinaasappels brengen bijna niks op. Dus werd het ‘time for a change’, vonden Ruud en ik.

In mei van dit jaar zag het derde zuidterras er nog zó uit.

 

Inmiddels zijn deze plaatjes voltooid verleden tijd. De ‘pala’ van José kwam, zag en overwon. Als eerste werden de bomen gerooid en afgevoerd. Daarna werd de de bovenlaag van 60 cm picon weg geschoven en werd de grond vrij gemaakt van grote keien en resten van archeologische irrigatiesystemen. Er is wat aan ‘buis’ in de grond gestopt in de voorbije jaren.

 

De grond werd open open gebroken met alweer de ‘pala’ en ge-egaliseerd met een tractor.

 

Vorig weekend kon Ruud bedenken op welke plekken we avocado-bomen gaan planten. De bomen moeten minimaal 4,5m uit elkaar staan. Sommige mensen zeggen die afstand zeven meter moet zijn. Andere mensen zeggen dat dit ouderwets en achterhaald is.  Minder ruimte tussen de bomen, en de bomen korter houden. Dat levert meer vruchten per m2 op. Allemaal Palmero’s, die het kunnen weten.  Modern als we zijn, kozen wij uiteindelijk voor de 4,5 meter.  Bij elk plastic pijpje komt een boom.

 

Afgelopen zaterdagmiddag werden met een mini graafmachine de plantkuilen voor ons gegraven. Vijftig stuks. Het werk was in een uurtje gepiept. Je moet er toch niet aan denken dat je dit allemaal met de hand zou moeten doen..

 

Ruud is er in geslaagd om op diverse adressen in Los Llanos, El Paso en ons eigen dorp de ontbrekende avocado planten bij elkaar te scharrelen. Rond het Boeddhahuis hebben we er nu vijftig klaar staan om in te planten. We wachten er nog even mee, omdat er deze week warm weer wordt voorspeld. Aan het einde van de week zou het moeten kunnen.

 

Onze palm staat nu ruim een week op zijn nieuwe plek. Om de andere dag krijgt de ‘vondeling’ enkele kruiwagens vol met water. Zoals het er nu naar uit ziet, gaat de boom het redden op zijn ereplaats. Maar ik denk dat we een jaar verder moeten zijn, voordat we dat zeker zullen weten. Hij was zo klein toen we hem voor het eerst zagen opschieten, vanuit een klodder geitenmest, tussen de takken van een kale sinaasappelboom door. Nu is hij al bijna groter dan een volwassen man. Binnen anderhalf jaar. Hopen dat hij het redt.

Ook het kleine drakenboompje langs de weg heeft het geweld van de pala overleefd.

 

Intussen groeit en bloeit elders in de boomgaard alles door alsof er niets aan de hand is. De mango’s komen er aan. Citroenen zijn er altijd. En natuurlijk maken de sinaasappels zich langzaam maar zeker alweer op voor de pluk van  het volgende voorjaar.

 

Over drie of vier jaar zullen de nieuwe avocado bomen mee doen met dit spel.

En nu moeten ze groeien!

Zo begon het, een maand of drie geleden. We gingen bomen tellen. Hoeveel bomen stonden er nu eigenlijk op onze finca, en van welke soort? De precieze aantallen ben ik al weer vergeten. Al tellend veranderde voor Ruud en mij  namelijk de onderzoeksvraag. Hoeveel bomen zouden er KUNNEN staan op onze finca? Er was zoveel ongebruikte ruimte. We zagen zoveel sinaasappelbomen in slechte conditie die nauwelijks iets opbrengen. Op sommige plekken stonden de bomen op en in elkaar, elkaar verdrukkend in een hopeloos grid. We besloten dat het roer om moest. Zonde om al die ruimte niet wat meer economisch te benutten. Weg met de voorzichtigheid!  We vonden dat het tijd werd voor een Grote Ingreep in onze boomgaard.

 

Avocado’s. We besloten avocado’s te gaan planten, zoals iedereen hier doet, als men een terrein op de hoogte van onze finca bezit. Avocado’s op de drie zuidelijke terrassen van onze finca. Of in elk geval op het bovenste en het onderste terras. Wat we precies met het middelste terras gaan doen, weten we nog niet. Sinaasappelbomen zijn best mooi om te zien vanuit je huis, grote delen van het jaar. Misschien laten we ze daarom toch maar staan op dit terras.

Tijdens de Grote Bomentelling zag ons bovenste terras aan de zuidkant er zó uit.

 

Anderhalve week geleden zag het zelfde terras er uit als op de foto hieronder. Het deed ons aanvankelijk wel een heel klein beetje pijn om alles er zo bij te zien liggen, want plaatje 1 ziet er er natuurlijk veel beter uit dan plaatje 2. Maar veel van die bomen stonden er écht niet goed bij.

 

Na de rode lintjes en de komst van het Bakbeest hielden we vijf goede sinaasappelbomen en zes redelijk goede avocadobomen over. Zo maakten we ruimte voor zeventien nieuwe avocadobomen op dit terras. Vandaag was het voor hen de grote dag. BoomPlantdag! De laatste keer dat ik een boomplantdag meemaakte, zat ik in de zesde klas van de lagere school. Stompzinnige activiteit, dat bomen planten vond ik toen. Met z’n allen elkaar een beetje in de weg lopen op een modderveldje in een of andere  uithoek van het dorp, ‘omdat kinderen en bomen nu eenmaal de toekomst hebben’. Ik was ook op mijn elfde al niet zo’n groepsmens en niet zo into lege slogans. Alle parkjes waar ik destijds zo’n boomplantdag meemaakte, zijn inmiddels al weer verdwenen en volgebouwd. Bijna alle kinderen van toen zijn er gelukkig nog. De ene toekomst is de andere niet. Maar dat kon ik toen nog niet weten.

 

Dat planten van die zeventien boompjes nam uiteindelijk bijna een hele dag in beslag. Notoire slowstarters als Ruud en ik zijn, begon de boomplantdag-voor-oudere-jongeren op onze finca pas rond elf uur. Even voor zessen en vele zweetdruppeltjes en uithijgmomenten later, waren we klaar en stonden de aguacates, zoals avocado’s hier heten,  in gelid in de grond. Het planten van een boompje kostte ons gemiddeld dus 25 minuten. Dat kan vast sneller en efficiënter. Maar we deden alles met de hand en hadden ook pauzes voor de fun. We hadden het erg naar ons zin op onze finca. De zon scheen. De oceaan was prachtig blauw. Er scheerden voortdurend een paar kleine valkjes laag over de terrassen heen en weer,  op zoek naar muis en hagedis. En er moet eigenlijk ook  best veel gebeuren, voordat zo’n boompje staat.

Gelukkig had Jose voor ons de kuilen al uitgegraven met een kleine graafmachine.

 

In elke kuil gooiden we als eerste stap van het boomplantproces een handje ongebluste kalk over de grond. De ongebluste kalk schijnt de wortels van  het plantje te beschermen  tegen schimmelziekten en te zorgen voor een wat hogere PH-waarde van de grond. Avocado’s vinden dat fijn, is ons verteld.

 

Na de kalk was het mest halen op de aangevoerde mesthoop. Dennennaalden, gemengd met geitenpis. Voor elke boom een kruiwagen plus een emmer vol.

 

De emmer mest gooiden we over het laagje ongebluste kalk. Daarna  hakten we de mest fijn met een steekschop uit de tuingereedschapserfenis van mijn vader, die ik koester. Zo leuk dat al die schoppen en spaden en harken en schoffels, die herinneringen tastbaar houden, mee zijn gekomen uit Nederland en nu in een schuurtje in Puntagorda staan.

 

Laagje grond over de mest, want de wortels van jonge avocadoboompjes moeten niet meteen in aanraking komen met het dennennaaldengeitenpismengsel. Daar zijn ze nog te klein en te teer voor. De mest is voor later, als ze groter en sterker zijn en meer eten nodig hebben.

 

Na de mest en het zandbedje, nog een keer een laagje mest en een zandbedje indoen in de kuil. Daarna kijken of het plantje past en niet boven of onder het maaiveld uitsteekt.

 

Dan het Grote Moment: De avocadobaby wordt voorzichtig uit het potje gehaald, waarbij het belangrijk is dat je ervoor zorgt dat de kluit niet breekt.

 

De kluit helemaal ingraven met zand. De kuil moet helemaal dicht. Zonder graafmachine dit keer, gewoon met twee scheppen en vier handen. Valt niet mee als de zon schijnt en als je tere laptophandjes hebt. Maar ik heb maar één blaar opgelopen, dus dat valt best mee.

 

Als het plantje  vast op zijn plek staat, kieper je de kruiwagen met mest leeg. Met je handen maak je een mooie ring van de mest om de avocado heen.

 

Vervolgens gooi je het allerlaatste zand van de zandstapel naast de kuil over de mest heen. Het plantje staat nu in een ondiepe kuil. De ring van mest is straks het fundament voor de nog aan te leggen druppelslang van het irrigatiesysteem en zal geleidelijk oplossen en inklinken.

 

Maar de eerste tijd is het plantje nog te te klein voor de druppelslang. De wortels moeten zich nog gaan verspreiden over de boden. Tot dat het zover is, en dat duurt enkele maanden zegt Kakien, moeten de plantjes liefst met de hand water krijgen. Vandaag kregen ze allemaal één emmer. Voorzichtig in het kuiltje gegoten. Vanaf volgende week doen we dit met een grote tuinslang of misschien tóch met een druppelslang, maar dan één die ‘strak’ om de stam van de avocado gerold is. Dat laatste hebben we afgekeken van een paar grote avocadovelden die onlangs in de buurt zijn aangeplant en waar men echt niet alle 1.380 boompjes met de hand water gaat geven, dag in, dag uit.

 

Als laatste krijgt het plantje een beschermingskraag. Hiermee wordt voorkomen dat de stam van het plantje kapot wordt gevreten door konijnen of andere bichos met scherpe tanden.

 

Zoals altijd bij dit soort klussen, lag de algehele coördinatie vandaag weer in handen van Fenna. Fenna is een kei in het delegeren van werkzaamheden. Zij bewaakt de hoofdlijnen en zorgt dat de targets of the day gemeet worden.

 

Ons terras ziet er nu uit als hieronder. Ruud en ik zijn erg tevreden met het resultaat. En nu moeten ze groeien! Over een jaar of drie kunnen we de eerste avocado’s plukken en verkopen, zegt iedereen die het hier weten kan, hetgeen wordt bevestigd door de ‘vakliteratuur’ die we van het internet hebben geplukt. Avocado’s verkopen in de toekomst, daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen.

 

Kiek’nwattwordt, zeggen ze in Twente.

463

Dat is het aantal dagen dat inmiddels is verstreken sinds we onze aanvraag voor een bouwvergunning inleverden op het gemeentehuis van Puntagorda. Dat zijn best een boel dagen en dat hadden we vooraf niet gedacht.  Ons geduld is eigenlijk wel op. Gelukkig wonen we in een Boeddhahuis. Elke dag als ik door de voordeur naar buiten loop, glimlacht het beeld mij toe en fluistert het gezicht mij in dat ‘geduldig zijn’ één van de zes goede eigenschappen is op de weg naar verlichting. Ruud en ik voelen ons inmiddels al behoorlijk verlicht in ons hoofd. En elke dag die we nog langer moeten doorbrengen met wachten op de vergunning, maakt ons nog weer een beetje een beter en gelukkiger mens. Daar doen we het voor.

 

Langzaam maar zeker lijkt het er echter op dat voor ons de lange periode van hopen en uitstel naar een einde loopt. Via via hebben we reeds vernomen dat de aanvraag zal worden toegekend. Een bezwaar van een activistische milieugroep tegen ons project is ongegrond verklaard. Afgelopen maandag ontvingen we via onze contactpersoon bij het Cabildo een mail van het secretariaat van het Consejo de Aguas dat het nu toch echt een kwestie van ‘unos dias’ is, voordat de vergunning afkomt. Die unos dias zijn overigens inmiddels al wel weer voorbij. Maar voorheen was het ‘we hebben nog vier maanden de tijd’, dus er lijkt schot in de zaak te zitten. Ruud en ik hopen dat de vlag ergens in september toch echt uit kan. Maar dat hopen we  héééél voorzichtig.

Intussen gaat ons dagelijkse La Palma-leventje gewoon zijn gangetje. Ik werk overdag vanachter mijn laptop voor de klanten in Nederland. Als ik daarmee bezig ben, heb ik dít uitzicht. Dat is wel eens slechter geweest…

 

Ruud is bezig met allerhande werk op of voor de finca. Daar heeft hij bijna een dagtaak aan. Veel werk, nog veel meer geregel.  Als je iets voor elkaar wil krijgen op La Palma kost dat ongeveer 4x zoveel tijd als in Nederland. Heeft te maken met afstanden. Heeft te maken met onze onbekendheid met het land. Heeft te maken met beperkte voorraden in winkels. Heeft te maken met hoe de dingen hier nu eenmaal gaan. Maar uiteindelijk komt alles bijna altijd wel voor elkaar.  Als je maar ‘Zen’ blijft in je hoofd en je niet gek laat maken door ‘vertragende factoren en omstandigheden’.

Ons derde (laagste) terras aan de zuidkant van de finca is nu helemaal vrij van bomen en rotsen. De bomen en rotsen zijn met een grote machine verwijderd en met een vrachtwagen afgevoerd. De afronding van het werk duurde een halve week langer dan gedacht omdat de machine een paar dagen stil stond op ons terrein met een ‘electronisch probleem’. Gelukkig kreeg men alles uiteindelijk weer aan de praat.

 

Ruud is klaar met het aanleggen van ‘het waterleidingbedrijf’. Het kostte hem best veel tijd om alle benodigde onderdelen bij elkaar te krijgen. Maar Ruud is een strakke inkoper, en bleef met de aankoop van de onderdelen van ons nieuwe irrigatiesysteem flink onder het oorspronkelijke budget.  Hier en daar gaf Kakien Ruud een goede tip of deed hij Ruud een ‘handig adresje’ aan de hand.  We zijn erg blij, dankbaar zelfs, dat we zo goed door hem geholpen worden. Alles is nu klaar om over de hele boomgaard de nieuwe leidingen aan te kunnen leggen.

 

Inmiddels is de grond van het onderste terras ook bijna helemaal open gebroken. Komende week wordt alles afgerond en wordt het terras ge-egaliseerd en klaar gemaakt voor het planten van avocadobomen. Die moet Ruud nog wel bij elkaar verzamelen. We moeten er nog zo’n veertig op de kop zien te tikken. Beetje bij beetje. Poco á poco.

 

Op het eerste (bovenste) terras zijn de kuilen voor de bomen al gegraven en is er mest aangevoerd. Morgen (zaterdag) gaan Ruud en ik daar de bomen alvast inplanten.

 

Vandaag hebben we samen met Jose en zijn machine onze palmboom overgezet naar zijn nieuwe plek. Gisteravond stond de palm als enige boom van het terras nog hier.

 

Sinds vanochtend, half twaalf, staat hij hier. Prachtig om te zien hoe iemand met zo’n grote machine zo heel voorzichtig een boom kan uitgraven en weer kan ingraven. De palm kreeg een bedje van rotsen  onder zijn wortels (voor de mineralen, aldus Jose) en een dekentje van geitenmest, en staat met zijn oorspronkelijke noordkant weer op het noorden gericht. Nu maar hopen dat de plant de grote verhuizing gaat overleven… We hopen er erg op.  Ruud en ik vinden hem erg mooi staan op zijn nieuwe plek. Als toekomstige gasten ons terrein oprijden, is de palmboom voor hen een eerste blikvanger.

 

Onze palmboom was nog maar nét een beetje gewend aan zijn nieuwe plek, of hij kreeg al een nieuwe buurman voor zijn kiezen. Terwijl Ruud en ik voor een boodschap in Los Llanos waren, plaatsten twee bouwvakkers in dienst van Oscar, onze aannemer, een bouwcontainer met gereedschappen pal naast onze boom. Ook Oscar heeft er kennelijk vertrouwen in dat de bouwvergunning nu snel onze kant op komt. Of hij hoopt erop. Zijn vorige project in Puntagorda heeft hij deze week opgeleverd, dus hij wil heel graag nu bij ons aan de slag. Dát willen wij ook wel. Maar eerst moet de bouwvergunning er zijn.

 

Ondanks dat er nog geen steen is gemetseld, zijn we sinds een week of vier wel bezig om ons terrein naar ons eigen idee in te richten. Het heeft ons ongeveer een half jaar gekost om onze plek te leren kennen en concrete plannen voor de toekomst te maken.

 

Nu de eerste plannen tastbaar en zichtbaar worden, voelt onze finca voor ons elke dag meer als ons thuis. Elke keer als we er zijn, om te werken of gewoon om er rond te lopen, vinden we dat we een prachtige plek hebben gevonden. Dat is een mooi gevoel. Dat mooie gevoel pakken we uit en stoffen we af, op de momenten dat het lange wachten op vergunningen ons even teveel wordt..

Palmbomen draaien niet

Tijdens onze afwezigheid heeft José flink doorgewerkt aan het onderste terras aan de zuidzijde van onze finca. Op twee sinaasappelbomen en één palmboom na, zijn alle bomen nu gerooid en afgevoerd. Het picon (steengruis en grind) is grotendeels verwijderd. Onder deze laag komt prachtige rode grond te voorschijn.

 

Werkendeweg heeft Jose één van onze meest nijpende groenafvalproblemen opgelost. Op de foto hieronder zie je hoe een paar maanden geleden de stapels snoeihout enorme proporties aannamen, nadat we al het afvalhout van de afgelopen jaren van het terrein hadden verwijderd en (noodgedwongen) parkeerden aan de onderkant van onze onderste terrassen.

 

Inmiddels zijn de houtstapels flink gedecimeerd. José heeft eerst de picon er overheen geschoven.

 

En vervolgens de laag van hout en gruis over het talud naar beneden geschoven. Weg houtwal. Weg brandgevaar. Het talud is daarmee wat breder geworden, maar blijft binnen de grenzen van ons terrein. Ruud en ik zijn erg blij met zoveel creativiteit. Hadden we zelf niet bedacht. We merken aan alles dat José wel vaker met dit soort bijltjes hakt.

 

Onze babypalm, de vondeling, staat als vrijwel enige boom nog op zijn plek. Op dringend advies van Kakien en Jose gaan we proberen de boom te verplaatsen. Als we  de boom tussen de avocado’s laten staan, zal hij op termijn alle avocado’s in de directe omgeving het leven zo zuur maken dat ze het loodje gaan leggen door gebrek aan water. Palmbomen schijnen kampioenen te zijn in het onttrekken van water uit de bodem, ten koste van andere bomen.

 

Komende vrijdag wordt de palm daarom in een grote kluit met de machine verplaatst naar de uiterste rand aan de kopse kant van het terras. Volgens Jose heeft onze babypalm een redelijk grote kans om de verplanting te overleven. Hij ziet er sterk uit en groeit als kool. Wel is het belangrijk dat we voorafgaand aan de verplanting met een spuitbus de noordzijde van de boom markeren. Palmbomen die tijdens de verplanting worden gedraaid ten opzichte van hun oorspronkelijke ‘noordzijde’, zijn volgens José ten dode opgeschreven. Palmbomen kunnen niet draaien. Zo leer je nog eens wat.

 

En Ruud keek en zag dat het goed was. Komende vrijdag wordt de mest geleverd. Zodra de temperaturen wat gaan dalen kunnen we de avocado’s op het bovenste terras gaan inplanten. Tegelijkertijd moet Ruud nog zo’n zestig bomen zien op te snorren in Los Llanos.

O ja, en dan nog dit. Vandaag kregen we uitgebreide instructie van Kakien over het inplanten van de avocadobomen en de verzorging in de eerste maanden na het planten. We leerden dat de bomen tot aan maart, april volgend jaar dagelijks met de hand gesproeid moeten worden en dat de beregening met druppelslangen tot die tijd nog niet werkt omdat de wortels zich nog niet voldoende over de grond hebben kunnen spreiden. We hebben er een uitdaging bij…

Austerlitz

Ruud en ik zijn weer voor even in Nederland. Als we in Nederland zijn hebben we het altijd erg druk voor ons gevoel. Natuurlijk zijn er alle mensen die we in korte tijd voor ons werk of voor ons plezier willen  zien of moeten spreken. Maar belangrijker is het gevoel om voortdurend ‘op reis’ te zijn en niet ‘thuis’. Thuis is op La Palma.

Het leuke is dat ik merk dat ik heel geleidelijk met andere, ‘vreemde’ ogen naar het landschap van Nederland begin te kijken. Veel dingen zien er  best mooi uit in dit land. En als het je lukt om de medewandelaars die altijd en overal aanwezig zijn weg te denken (en ook weg te fotoshoppen, zoals op enkele foto’s hieronder), is de natuur ook hier echt heel erg mooi. Op een nazomerzondagmiddag in de eerste week van september, bijvoorbeeld.

 

Vanmiddag, zondagmiddag, maakten Ruud en ik een wandeling van zo’n tien kilometer door de bossen bij Austerlitz. We roken en zagen de Hollandse nazomer. De bladeren aan de bomen waren nog groen. De heide stond nog net in bloei. En er dreven klassieke witte septemberwolken onderlangs de soms blauwe, soms grijze lucht.

 

Austerlitz ligt vlakbij het dorp waar ik ben opgegroeid en waar we nu weer wonen, als we in Nederland zijn.  Extra leuk om de omgeving van toen weer opnieuw te ontdekken.

 

We maakten een afwisselende wandeling. Door het bos. Over het heideveld. Langs meertjes en vennetjes. Door kleine zandverstuivingen. Het was druk! We konden merken dat we wandelden op de rand van de Randstad. Daar moesten we wel wat wegslikken. Als we wandelen zijn Ruud en ik liever helemaal alleen. Maar dat geldt misschien wel voor bijna iedereen.

 

Ik kon het uiteraard niet laten om foto’s te maken, tijdens de wandeling. En ze moeten ook maar op het blog. We hebben de nieuwe rubriek ‘In Nederland’ toegevoegd. Hier willen we laten zien  hoe het voor ons  is om tussen twee werelden heen en weer te pendelen en wat het met ons doet.

 

In Nederland begint het nieuwe TV-seizoen weer, net als de scholen en het harde werken. Binnenkort is het Prinsjesdag. De zomer is voorbij. Op La Palma beginnen de scholen ook weer. En bij het Cabildo begint men weer te schrijven en te schaven aan onze bouwvergunning, vast een stuk van 1.500 pagina’s. Maar de zomer is er nog niet voorbij. We hebben nog zo’n twee maanden voor de boeg. Daarna wordt het lente… Het is echt een fijn gevoel om af en toe nog even de loop van de seizoenen hier in Nederland mee te kunnen proeven, maar dan weer terug te kunnen naar het Land Zonder Winter.

Telescoop

Ergens in 2004, we woonden toen nog in Beuningen, kocht ik mijn eerste serieuze telescoop, een computergestuurde NexStar GPS 9.25. Een flinke knaap, met een spiegeldiameter van bijna 25cm, die bekend stond om z’n goede optiek. Ondanks dat het een fijne telescoop is, heb ik hem sindsdien maar weinig gebruikt. Vaak werkte het weer niet mee. Maar veel vaker was ik moe of had ik geen zin om ’s avonds laat buiten in de kou te gaan staan.

 

Inmiddels staat de telescoop een half jaar in Puntagorda. Bij de eerste poging om hem te gebruiken, bleek dat er in april een “GPS roll-over” had plaatsgevonden en dat de telescoop een update nodig had om correct te werken. Het duurde enkele maanden, maar fabrikant Celestron kwam uiteindelijk met de gehoopte update. Uitstekende service voor een type telescoop dat al vijftien jaar niet meer wordt gemaakt!

En dus stond ik twee weken geleden voor het eerst in lange tijd weer eens achter de telescoop. Het was behaaglijk buiten. En het was donker en helder, ongelooflijk helder. Ik stuurde de telescoop van hot naar her, van planeet naar nevel naar sterrenhoop, en ik wist gewoon niet wat ik zag. Het smaakte naar meer.

De volgende avond stond ik weer achter de telescoop, maar nu om er foto’s mee te maken. Jupiter en Saturnus stonden allebei op een gunstige plek aan de hemel  en dus werden zij de doelwitten voor de avond. Hieronder het resultaat.

De eerste foto is van Jupiter met, van links naar rechts, de manen Io, Ganymedes, Europa en Callisto (de laatste is alleen is te zien als je op de foto klikt en vervolgens op “view full size”). Elk van deze manen is ongeveer even groot als onze maan. En als je bedenkt dat de aarde makkelijk zou passen in de rode vlek op jupiter zelf, snap je hoe groot deze planeet is.

 

De tweede foto laat Saturnus zien met, linksonder, de maan Titan (ook alleen te zien als je op de foto klikt en op “view full size”). De ringen van Saturnus bestaan uit puin, variërend van stof tot rotsblokken, dat vermoedelijk nooit tot een maan is samengeklonterd.

 

Foto’s als hierboven maak je trouwens door met een extra gevoelige webcam een filmpje te maken van pakweg een minuut lang en 50 beeldjes per seconde. Vervolgens knip je met een speciaal programma het filmpje op in losse beeldjes, zoek je daar automatisch de beste (scherpste) uit, en “stapel” je de beeldjes op elkaar. De verschillen tussen de beeldjes (als gevolg van ruis en luchtonrust) worden hierdoor weggemiddeld terwijl de overeenkomsten (het planeetschijfje met oppervlaktedetails) worden versterkt. Het resultaat kun je met beeldbewerking nog nog wat verder verbeteren waardoor kleuren en details nog wat beter naar voren komen. Ik zal nog veel moeten leren voordat ik al deze stappen goed beheers, maar ik ben erg trots op het resultaat.

Avocado’s Scoren

Hier staan ze. Onze avocado ‘babies’ voor op het hoge terras aan de zuidkant van onze finca. Het is Ruud gelukt om 25 planten bij elkaar te sprokkelen. Ik schreef al dat er op La Palma een grote schaarste aan avocadoplanten is. De leveranciers hanteren wachtlijsten voor leveringen, die tot ver in 2021 doorlopen.

Gelukkig heeft Ruud in Los Llanos één adres gevonden waar men vrijwel dagelijks, naast de wachtlijstplanten, ook een kleine ‘lopende’  voorraad krijgt aangeleverd. Met een paar keer heen en weer rijden vanuit Puntagorda (anderhalf uur, heen en terug, gelukkig mag Ruud eerst appen om te horen of er weer planten zijn gearriveerd), hebben we de creche compleet gekregen. We hebben er niet heel veel verstand van, maar volgens ons zien de planten er goed en gezond uit.

 

Als ik dit schrijf zijn we voor een korte week in Nederland. De plantjes hebben we geparkeerd op de veranda van het Boeddhahuis. Veilig achter slot en grendel, want je weet maar nooit. We durven de planten niet op de finca te laten staan. Jacky, de Nederlandse vrouw van Kakien, is zo aardig om de planten de komende dagen voldoende water te geven.

Zodra we terug zijn, gaan de planten de grond in. We hebben een mix van geitenmest en dennennaalden besteld. Er worden direct na terugkomst met een kleine machine kuilen voor ons gegraven op de plekken waar we (zie onderstaande foto) plastic pijpen van de oude beregening in de grond hebben gestoken. Daarna gaan de planten de grond in en vullen we de kuilen  laagje voor laagje, grond, mest, grond, mest, grond, mest. En dan gaan ze groeien. Daar ken ik nog een liedje over. Alleen duurt het hier drie jaar, voordat de plantjes vruchten dragen. Minstens. En daar krijg je géén hoofdpijn van. Ik niet.

 

Intussen zitten we niet stil. Op de dag van vertrek begon Jose met het rooien van de bomen op het laagste terras aan de zuidzijde van onze finca. Dat terras zag er een paar weken geleden nog zó uit.

 

Afgelopen maandagavond zag het terras er zó uit.

 

En dat alles gebeurde met deze jongen..

 

Jose is nog niet helemaal klaar met het rooien van de bomen. Als het goed is, heeft hij de laatste bomen vandaag verwijderd en afgevoerd.  Na het rooien wordt de laag met kiezels en rotsen die ooit op het terras is aangebracht weggeschoven op het tallud en wordt de onderliggende grond open gebroken. Dan moet alles een week drogen. Vervolgens wordt ook dit terras ge-egaliseerd.

Als alles gaat zoals we hopen dat het gaat, maar dat is afwachten, we zien het wel als we weer terug zijn op het Groene Eiland, staat de grootste van onze twee palmbomen nog op z’n plek. Afgelopen maandagavond stond de boom er nog. Op ons dringende verzoek. Kakien en José begrijpen er niets van. Onkruid. Verspilling van grond en water. Maar wij, domme Hollanders, vinden de palmboom leuk. En ooit, heel misschien, komt op deze plek ooit huisje ‘nummer vier’  te staan. Mét een palmboom in de tuin, in dat geval. Regeren is vooruit zien, zegt men. Ik zie net op de tv dat ze daar in Engeland alles van weten. Zo fijn, dat wij in Holland maar een saai parlement hebben, waar nog wel eens een compromis of zo wordt gesloten.

 

Antonio, de vorige eigenaar onze finca, kwam nog even kijken wat we toch allemaal aan het doen waren. En zag dat het goed was. We hebben zijn zegen. En passant vertelde hij aan Ruud dat hij anderhalve maand geleden op een ander landje honderd avocado’s had aangeplant en dat die planten nu allemaal dood zijn. Ze hebben de afgelopen hitteperiode niet overleefd. Dát mag ons dus niet overkomen…

Bij terugkomst zijn we (Ruud) druk. We moeten de boompjes gaan planten en Ruud moet nog ongeveer een kleine zestig bomen bij elkaar zien te sprokkelen, in de juiste mix van Fuertes en Hassbomen. We hebben nog tot eind oktober (of eigenlijk tot de eerste echte regendagen, we hopen op een ‘laat’ begin van de herfst) om alles voor elkaar te krijgen. Als er veel regen is gevallen kunnen de zware machines een tijd lang niet meer over het land rijden, en staat alles stil.

Op maandagavond vertrokken we ver na zonsondergang pas van de finca naar het Boeddhahuis. Het is zo mooi en zo stil als de avond valt. Ik maakte onderstaande foto’s. Met de mobiel, dus niet heel erg scherp. Maakt niet uit, de foto’s leggen een sfeer vast.

 

Na één dag in Nederland heb ik alweer heimwee, als ik de foto’s terug zie. Dat is goed, toch?