Berusten

De bouwvergunning is er nog steeds niet. Het Cabildo heeft inmiddels wel een offici√ęle reactie naar de gemeente Puntagorda gestuurd, waarin onze aanvraag is goed gekeurd, onder voorbehoud van een aanpassing van een detail rond het afvoeren van het afvalwater. Dat detail was voor alle betrokkenen een onaangename verrassing. Effectief is het ingediende proyecto immers vooralsnog afgekeurd. De gemeente heeft nog geen toestemming van de eilandregering om een bouwvergunning af te geven. We kunnen nog steeds niet beginnen met de bouw. We wachten nu al 313 dagen op die toestemming.

 

Een flinke tegenvaller, vooral gevoelsmatig. Ruud en ik hadden ons er een beetje op verheugd dat er deze week zou worden begonnen met de grondwerkzaamheden voor onze eerste twee huisjes. Niet dus.

Het Canarische equivalent van wat we in Nederland een waterschap zouden noemen, moet nu de afvoerwateraanpassing op het proyecto beoordelen en goedkeuren. Die aanpassing moet eerst nog worden uitgewerkt door onze architect. De verwachte doorlooptijd van het geheel is ongeveer twee maanden. Daar moeten we het mee doen.

Na aanvankelijke teleurstelling overheerst bij ons nu eigenlijk vooral een gevoel van berusting. Die vergunning zal er uiteindelijk wel komen en wat zijn een paar maanden op de eeuwigheid als het erop aan komt? Intussen hebben we het erg naar ons zin in ons Boeddhahuis en met ons dagelijkse leven hier op het eiland. Op het internet vond ik onderstaande tegelwijsheid. ‘Alles komt goed voor wie kan wachten’, zo is het gevoel. Wij zijn inmiddels best goed in wachten ūüôā

 

We zijn w√©l heel erg blij dat we nog altijd een inkomen hebben dat doorloopt vanuit Nederland en niet afhankelijk is van de voortgang van ons project op La Palma. Ook is het fijn dat Ruud op La Palma inmiddels een baan heeft gevonden als wandelgids. Als dat allemaal niet het geval was geweest, zouden we nu heel erg aan het nagelbijten zijn en zou ons avontuur een hoog ‘ikvertrekgehalte’ hebben gekregen met nu de scene waarin de donkere wolken zich samentrekken boven de dappere maar onbezonnen landverhuizers. Die stress blijft ons gelukkig bespaard. We hopen nu ergens in juni alsnog te kunnen beginnen met de bouw. Vamos a ver.

Buit

Sinds gisteren zijn we weer terug op La Palma, na twee weken van veel werk en veel familiecontact in Nederland. Het voelde hééél erg goed om op het vliegveld van Santa Cruz de vliegtuigslurf uit te stappen en door de glazen wand van de gate de groene contouren van de Cumbre Nueva weer te zien. Thuis!

We hebben ‘buit’ meegenomen. ‘Geroofd’ uit de intratuin van Barneveld, waar we helemaal aan het eind van de middag van tweede paasdag, vlak voor sluitingstijd, plantjes kochten voor in de tuin van mijn moeder. Wat op de grond ligt, mag je meenemen. Toch?

 

Dit zijn vier Kumquats. We gaan kijken of we er boompjes van kunnen maken. Nu we weer terug zijn, gaan we een start maken met het Grote Groene Vingers Plan. In √©√©n van de hoeken van¬† de grote tuin achter het Boeddhahuis willen we een ‘kweekhoek’ gaan inrichten, waar we struiken en planten voor onze finca gaan proberen op te kweken.¬† Over groene vingers gesproken: Z√≥ ziet de ‘kruidentuin’ er op het moment uit.

 

De Koriander, de munt en de peterselie zijn prachtig op gekomen. Hier en daar doen de tomatenzaadjes ook hun best. Voor de paprika’s was het nog te koud, die hebben temperaturen van boven de twintig graden nodig om te ontkiemen. Zo warm is het de afgelopen weken hier niet geweest. Maar geen slechte score voor een eerste experiment, al zeg ik het zelf..

En dan hebben we nog een flinke teleurstelling te verwerken. Vanochtend vroeg kwam Ruud op de finca en trof daar ons buitenbankje niet meer aan. Meegenomen. Wat op de grond ligt, mag je meenemen, toch?

 

We hadden het bankje, weliswaar uit het zicht van de weg, buiten laten staan. Iemand moet op ons terrein hebben rond gelopen om het te kunnen zien (vooruit, dat mag nog) en vervolgens m√©t een auto ons zonsondergangsbankje hebben opgehaald. Buit! We balen er flink van en zijn een illusie armer over ons ‘schattige’ eilandje. Eigen schuld, dikke bult? Hadden we maar niet zo na√Įef moeten zijn? Toch maar ‘Duitse’ hekken gaan plaatsen rondom onze boomgaard, te zijner tijd? We hebben iets om over na te denken.

Ida y Vuelta

Ida y Vuelta. Heen en Weer. Tussen La Palma en Nederland. Dat is vanaf heden ons leven. Afgelopen woensdag reisde ik voor het eerst ‘ida’, of was het ‘vuelta’? Dat wist ik eigenlijk niet en dat vond ik een mooi gevoel van verwarring.

 

De reis ging in twee etappes deze keer. Met Vueling en een overstap in Barcelona. We zoeken steeds de goedkoopste tickets-van-de-dag zonder op de Easy Jets van deze wereld uit te komen. De ‘Barcelona-Route’ is goed bevallen. Niet duur. Wel de hele dag onderweg. Een reis van 8:30 tot 22:30¬† deur tot deur. Ik vond het wel relaxed. Ik moest drie uur overbruggen in Barcelona, maar kon daar goed werken. Daar krijg je opeens een heel ‘internationaal’ gevoel van. De openbaarvervoerreis tussen Schiphol en ons NL-thuis in Renswoude, met bus en trein was een aangename verrassing. Supergoede verbindingen en overstaps. Dat heb ik vanuit en naar Almelooo wel anders meegemaakt. Dan merk je opeens dat Twente echt ver van de Randstad af ligt. Mijn dag in foto’s zag er ongeveer z√≥ uit:

 

Terwijl ik stond te wennen aan Nederland op perron 3 van het NS-station onder de vloer van Schiphol, bekeken Ruud en de honden hoe het langzaam donker werd op de finca. Ik kreeg de foto’s hieronder ‘life’ doorgestuurd op de app, toch wel een beetje een vervreemdend moment.

Ruud moet het een aantal dagen alleen rooien in Puntagorda. Pas volgende week zal ook hij ida of vuelta gaan. Hij heeft de komende dagen bergen aan werk te verzetten, want vindt dat de noordelijke terrassen op de finca gemaaid moeten zijn v√≥√≥rdat ook hij tijdelijk terug keert naar het Lage Land. Heel begrijpelijk dat hij dat wil, want vanaf eind april heeft hij het waarschijnlijk erg druk met andere ūüôā werkzaamheden op La Palma. Zo’n finca van een hectare is leuk, maar als je dat alles helemaal in je eentje moet maaien, zie je pas hoeveel gras er op zo’n oppervlak groeit.

 

Ik had vooraf niet heel veel zin om weer naar Nederland te komen. En zeker niet alleen zonder Ruud, natuurlijk. Maar toen ik bij aankomst nog net voor donker boven Zeeland en de Randstad vloog en vanuit de lucht alle bekende plekken daar kon zien in het oranje licht van een vale ondergaande zon, werd ik toch blij van binnen. Ik wil straks h√©√©√©√©l graag weer terug naar Puntagorda. Maar ons idee dat een leven ‘tussen twee werelden’ behalve noodzakelijk ook wel eens heel aantrekkelijk zou kunnen zijn, lijkt in praktijk goed uit te pakken. Het is leuk om weer in NL te zijn, en iedereen te zien en te spreken zonder dat er een schermpje tussen zit. Het is leuk om te zien dat in NL het blad weer voorzichtig aan de bomen verschijnt en het is grappig om te zien dat de witte bloesem van de krentenbomen in het bos bij El Pilar, van een paar blogposts geleden, zich helemaal gelijktijdig herhaalt in de krentenbomenbloesems die duizenden kilometers verder naar het noorden langs de A1 tussen Apeldoorn en Almelo te zien zijn.

 

Maar straks wel weer terug naar de sinaasappels en de palmbomen en de vulkanen en de dennenbossen  en de oceaan! Ida y Vuelta..

Regenwoud

Michel wilde op de laatste dag van zijn bezoek aan ons graag de waterval  bij Los Tilos zien. Dat kwam goed uit. Het was een regendag. Het groen van het regenwoud bij Los Tilos komt het best tot zijn recht als het regent..  En de waterval stroomt dan ook beter. Denk ik.

 

Ruud en ik hadden het regen-laurierbos bij Los Tilos al een paar keer eerder bezocht. De waterval hadden we echter nog nooit gezien. Om eerlijk te zijn hadden we de plek waar het water valt nog nooit kunnen vinden. Nu liepen we er in één keer zomaar tegenop. Als je vanaf de parkeerplaatsen naar het bezoekerscentrum van Los Tilos loopt, zie je vlak voordat je bij het hoofdgebouwtje bent een smal groen zijpad aan je linkerhand. Geen bordjes of aanduiding of wat dan ook. Dat pad is de weg naar de waterval. Een wandeling van een paar minuten. Eerst loop je door een soort van half open tunnel. Aan het eind kom je terecht in een prachtige groene kleine kloof. Aan het eind van de kloof vind je de waterval. Je bent er binnen tien minuten.

 

Het is een mooie waterval. Ik moest denken aan een dagtrip op één van onze Amerikareizen. Lower Calfcreek Falls, in Utah. De waterval van Los Tilos ligt net zo mooi besloten. Het groen is hier alleen veel groener, natuurlijk. We hadden mazzel. Door de regen was het niet druk. Ik kan me voorstellen dat het hier soms zwart staat van de mensen. De waterval werd van alle kanten door ons gefotografeerd, zoals het hoort als je een waterval ziet.

 

Je kunt door een nauwe ‘slotcanyon’ tot aan de voet van het vallende water lopen. Vervolgens kan je er ook langs heen lopen. Je komt dan uit in een prachtige brede kloof, de bedding van een (droge) rivier. Het groen van de weelderige plantengroei spat je hier echt van alle kanten tegemoet. Je kunt deze kloof een stuk inlopen en de natuur in je opnemen. Wij liepen maar een stukje, vanwege de regen. En vanwege de gedachte aan flashfloods in Amerikaanse slotcanyons, waarvoor gewaarschuwd wordt als het een keer regent in de woestijn. Hier geen waarschuwingen, dus het risico van flashfloods zal wel los lopen. Maar wat eenmaal in je hoofd zit, krijg je er niet zomaar weer uit… Dat geldt zeker voor sommigen van ons.

 

Ter hoogte van de eerste parkeerplaatsen bevindt zich een tweede wandelpad. Over dit pad kom je na zo’n drie kwartier bij het uitzichtpunt van Mirador Espig√≥n Atravesado. We besloten deze wandeling te gaan maken, hoewel dit uitzichtpunt niet heel bijzonder is. De wandeling er naartoe is het doel. De weergoden besloten echter anders. Na een paar minuten te hebben gelopen, begon het zo hard te regenen, dat we noodgedwongen het kleine restaurant onder het centro visitante maar opzochten en daar papas fritas aten. Dat restaurant ligt midden in het bos¬† met een mooi buitenterras. Vast een hele leuke plek bij zonnig weer. Maar wij bezochten het regenwoud in de regen.

 

Op de terugweg naar Puntagorda reden we door dít weer.

 

Het bleef de hele verdere dag regenen op ons zomereiland. Onze geplande bbq op de laatste avond van Michel’s bezoek viel enigszins in het water. Gelukkig heeft ons Boeddhahuis een brede veranda, en met een beetje improviseren kom je een heel eind. We zullen aan alle weermannen en weervrouwen van de Canarias doorgeven wanneer Michel de volgende keer weer op bezoek komt. Het regent dan namelijk altijd. Kunnen ze dat alvast meenemen in hun vooruitzichten voor op die dagen.

Meer informatie over Los Tilos, en dan met name de grote wandeling bij Los Tilos, kan je hier vinden.

Gras Maaien

April is de grasmaand, zeggen ze in Nederland. Nou, dat geldt ook voor La Palma, als het geregend heeft. Op onze toch wat verwaarloosde finca stond al een hoop opgeschoten kruid, maar na de regen van de afgelopen dagen schiet het groen echt de grond uit.

Deze week is Ruud voorzichtig begonnen met La Limpieza Mayor, de grote schoonmaak op de finca. Gras maaien. Struiken verwijderen. Overhangende dennentakken afzagen. Afvalhout en wederom tientallen meters aan afgedankte plastic irrigatiebuizen verzamelen en afvoeren. Achtergelaten snoeihout van voorbije tijden uit de boomgaard¬† halen en verplaatsen naar de randen van het terrein, waar vandaan het ooit ook zal moeten worden afgevoerd. Alleen het verder snoeien van de sinaasappelbomen en het egaliseren van de terassen zijn werkzaamheden die we nog even uitstellen tot nadat het zware bouwverkeer weer is vertrokken.¬†¬† Dat moet overigens eerst nog maar eens aan komen rijden…¬† Kakien gaat ons helpen met het snoeiwerk en met het egaliseren.

Zo ziet een terras er uit, vóórdat de Grote Maaier voorbij is gekomen.

 

Zo ziet een terras eruit, nadat de Grote Maaier langs is geweest.

 

En dit is de Grote Maaier zelf, met zijn spullen.

 

Ruud heeft schik in het werk. Tegelijkertijd wordt hij er soms moedeloos van als hij bedenkt hoeveel hij nog moet doen. Als je goed kijkt, zie je pas hoe een grote puinhoop onze boomgaard nog is. Maar je ziet ook hoe mooi het terrein is en hoeveel mogelijkheden het heeft. Bovenal voelen Ruud en ik ons thuis op ons landje tussen de sinaasappelbomen en de dennenbomen. Het is ónze plek. Dat is een heel fijn gevoel.

Als we na de pasen terug zijn uit Nederland krijg ik het wat rustiger met mijn werk (denk ik) en kan ik Ruud wat meer mee gaan helpen bij het werk in de boomgaard. Daar zie ik wel naar uit. Want finca-schoonmaken vind ik uiteindelijk veel leuker dan geld-van-anderen-tellen, hoewel je het slechter kan treffen qua werk.

 

Mijn activiteiten op de finca beperken zich voorlopig nog, noodgedwongen, tot ‘s avonds tegen zonsondergang even langs lopen en op de uitkijk zitten op het bankje voor onze apero. Kijken of de zon wel goed ondergaat. Auke helpt me er meestal bij, terwijl de beide dames rond zwerven over het terrein. Ook niet verkeerd, natuurlijk.¬† Maar mijn handen jeuken om een paar dagen per week mee te kunnen helpen met Ruud.

Groene Vingers (3); Er is een hoop hoop

Het was best even afzien deze week. Ik was / ben erg druk met mijn werk. Dat hoort zo in deze tijd van het jaar, als jaarrekeningen en belastingaangiften strijden om voorrang met het reguliere, doorlopende werk. Maar het was vooral erg koud hier op La Palma. De temperatuur kwam in het Boeddhahuis niet boven de veertien graden uit, en dat was maar voor hooguit twee uur op een dag. Zon was er niet en af en toe regende het flink. Ruud kon door het weer weinig doen op de finca, terwijl er daar zoveel werk op hem ligt te wachten. Duimen draaien, tegen heug en meug. Niet fijn. Weer om met handschoenen achter de laptop te zitten en stug door te werken.

Om een beeld te geven: onderstaande foto maakte ik afgelopen maandag in de buurt van de Roque de los Muchachos, het hoogste punt van het eiland. Op de terugweg van Los Tilos (waarover in een volgende blogpost meer), reden we daar door sneeuw en hagelbuien.

 

Het regenachtige weer kent ook zijn mooie momenten. Deze foto’s maakte ik op mijn iphone, tijdens een korte avondwandeling. Jammer dat de kwaliteit van de foto’s op mijn mobiel bij dit soort plaatjes wat onder de maat is. Er stond die avond een hele grote, brede regenboog tussen onze finca en de Matos. We hadden te weinig tijd om de pot met goud te vinden, helaas. Na een minuut of tien ging de zon onder en was de regenboog weer weg.

 

Voor de honden was het helemaal niks, dit weer. Ze zijn er inmiddels aan gewend om de hele dag in en uit te lopen, voortdurend van binnen naar buiten door de openstaande tuindeur van ons huurhuis. Grote delen van de dag zijn ze dus buiten. Maar dat zat er in de afgelopen week niet in. Ze werden er stuurs en chagrijnig van. Of projecteer ik nu mijn eigen stemming op de harige huisgenoten?

 

Sinds gisteren is alles weer zo als het hoort te zijn. De zon kwam terug en de temperaturen halen de zeventien, achttien graden weer. Op de vernieuwde weerstationpagina die Ruud terwijl ik dit schrijf zojuist in elkaar heeft geknutseld, lees ik overigens dat het gisteren hier maximaal maar 14.6 graden werd. Ik heb het dus over ‘gevoelstemperaturen’ (denk ik). Die paar graden maken net het verschil tussen ‘warm’ of ‘koud’, als je geen verwarming in je huis hebt. Bij deze temperaturen kan je af en toe opwarmen in de zon, op een windstille plek buiten op het terras. De ramen kunnen open, de honden kunnen naar buiten. Alles wordt weer een stuk lichter in je hoofd.

 

En er is hoop! Ik ben nog niet zo ervaren in groenevingersdingen en ik had het project ‘kruidentuin’ daarom al zo’n beetje opgegeven. Wekenlang gebeurde er helemaal niks in de twee bakken, die samen het project vormen, en¬† waarin ik eind februari voor iets meer dan tien euro aan Italiaanse zaadjes had ingezaaid.

Tijdens de regenweek is er dan toch iets in beweging gekomen onder de grond. Toeval of niet? De korianderbedden zij helemaal opgekomen. Ook de ingezaaide peterselie- en tomatenzaadjes komen in grote getale kijken waar het zonlicht vandaan komt. En vannacht (onderste foto) is opeens en masse de munt in grote aantallen de grond uitgespoten. Gisterenmiddag was er nog helemaal niets te zien in het ingezaaide muntbed. Zo snel kan het dus gaan. Het andere ingezaaide zaaigoed laat nog niets van zich zien, overigens. Wel is het grappig dat er GEEN onkruid omhoog komt, tenzij ik me vergis en het onkruid zo slim is om in rechte rijtjes de grond uit te groeien.

Het zou erg leuk zijn als we uit de kruidenhoek ik de loop van de zomer onze kruiden kunnen halen. We gaan zien wat het wordt. In april zijn we geruime tijd in Nederland en zullen de kruidjes het dus zonder water moeten doen. Als het in die periode heel warm mocht zijn, gaan ze het alsnog niet redden. Het leven is hard en moeilijk, soms.

 

Vlak bij de kruidenbakken in de achtertuin van het Boeddhahuis staan de mispelbomen vol met vruchten. Volgens google images gaat het om Loqats, of Japanse Wolmispels. In tegenstelling tot andere mispelsoorten hoeven de vruchten van deze soort niet eerst te rotten, voordat je ze kunt eten. Je kunt er taart van bakken of chutney van maken. Of jam, maar ik lust geen jam. Als gewone handvrucht schijnen ze niet heel erg bijzonder te zijn. Het stomme is, dat iets in mij me ervan weerhoudt om gewoon eens een loquat te plukken en te proeven. Een raar instinct. Ik zou best taarten of beter chutneys willen maken. Heb alleen geen idee wanneer ik dat in godsnaam moet doen. We zijn best druk,¬† hier op La Palma. Maar de loquats zijn erg decoratief en je kunt er mooie foto’s van maken…

 

In de afgelopen week zou er ergens op de burelen van het Cabildo, de eilandregering, vergaderd zijn over onze aanvraag voor een bouwvergunning. Het is stil. We hebben van niemand nog iets gehoord. We blijven wachten. En wachten. En wachten. Volgende week dan maar? Er is hoop. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom het Spaanse woord voor ‘wachten’ hetzelfde woord is als het Spaanse woord voor ‘hopen’.

Gorilla’s in de Mist

Altijd als Michel bij ons op bezoek is, regent het. Zo ook vandaag. Om meer precies te zijn hing er een zware regenwolk precies boven ons Boeddhahuis. In combinatie met de regenwolken op de verschillende weervoorspelapps veroorzaakte dat bij ons een donker gevoel. We hadden immers een wandeling naar de Pico Birigoyo op het programma staan, en het zou vandaag half bewolkt en zonnig zijn, zo was ons de hele week al beloofd. Met lood in onze schoenen stapten we toch maar de caddy in, op weg naar het zuiden. Om na ongeveer vier honderd meter te ontdekken dat er inderd√°√°d een hele donkere regenwolk boven Boeddha hing. En verder nergens. Meevaller!

 

Vandaag lieten we dus de Pico Birigoyo zien aan Michel, was de bedoeling. Het werd Pico Birigoyo in de mist. Hoewel het de hele dag droog bleef was het op hoogte behoorlijk bewolkt en koud. Winterwandeling op La Palma. Maar de bomen in het bos bij El Pilar stonden in witte bloesem, dat dan weer wel.

 

De Birigoyo is mijn op-een-na-meest-favoriete bergtop op La Palma. (Favoriet zijn voor mij de toppen van de Deseada’s, maar die wandeling wilden we Michel in deze fase van zijn wandelleven nog niet aan doen). Sinds vandaag weet ik dat een wandeling door wolken en nevels naar de Birigoyo net zo mooi en indrukwekkend is als een wandeling bij helder weer en verre horizonnen. Alleen anders.

 

We wandelden door een soort van sprookjesbos omhoog. Geen elfen gezien, maar het had gekund, zo mooi was het er. Grijze nevels en witte bloesems. Toen we aankwamen op de bergtop weken de wolken uiteen en vielen er voortdurend om ons heen gaten in de nevels, zodat we steeds snelle doorkijkjes kregen naar het eiland om ons heen. Op enig moment brak het wolkendek boven ons, terwijl op ooghoogte de nevels juist dikker werden. Derde foto in het fotoblok hieronder. Bijna een mystiek moment.

 

Tijdens de afdaling brak in het noorden het wolkendek en kregen we zicht op de Caldeira de Taburiente, terwijl achter ons in zuidelijke richting,  de nevels dansten en wervelden. We vergaten dat het koud was en dat het hard waaide.

 

We deden bijna anderhalf keer zo lang als anders over deze tocht. Er was zoveel te zien dat we voortdurend stil stonden om het landschap en het spel van wolken en wind te bewonderen.

 

Op de terugweg deden we op goed geluk, want het was zaterdagavond, een poging om een tafeltje te bemachtigen bij De Belg. We voelden ons bijzonder bevoorrecht toen we fluisterend naar een gereserveerd tafeltje binnen in het restaurant werden gedirigeerd. ‘Jullie hebben gereserveerd’, kregen we met een strenge blik te horen. We voelden ons nog meer bevoorrecht toen potenti√ęle gasten na ons naar het koude buitenterras werden gestuurd, met de mededeling dat alle tafels binnen gereserveerd waren. Komen we te vaak bij de Cervezeria in El Jesus? We aten er in elk geval weer lekker. En het is er altijd gezellig!

Op weg naar het toilet beneden het restaurant (buitenom lopen) nog even een prachtige zonsondergang gescoord. Het was een mooie dag.

Meer praktische informatie over de wandeling naar de Pico Birigoyo kun je hier vinden.

Rondje Puntagorda

Broertje is in Town.¬† En dat betekent dat we weer moeten fietsen. Maar fietsen op La Palma is geen straf. Vrijdagavond haalden Ruud en Michel met onze spiksplinternieuwe caddy drie moutainbikes op in Los Llanos.¬† Drie fietsen tegelijk bleken in √©√©n rit mee te kunnen in onze supercaddy, zodat we de hele zaterdag beschikbaar hadden om te kunnen fietsen in de buurt van Puntagorda en niet verplicht waren om onze fietsdag te beginnen op de stoep van ‘Emocion Cycling’ in Los Llanos.

Ruud en ik hadden een route bedacht met ons Boeddhahuurhuis als begin- en eindpunt. Geen tocht over met keien bezaaide bospaden dit keer. Meer een toertocht, maar wel een hele mooie toertocht. Vanuit Puntagorda reden we zuidwaarts de LP1 op tot aan het uitzichtpunt bij de Grote Drakenboom. Even voorbij de Drakenboom verlieten we de LP en sloegen we linksaf een asfaltweg bergopwaarts in. Vanaf dit punt begint het ‘Rondje Puntagorda’ pas echt. Je volgt het eerste stuk van de ‘Routa de Traviesa’ en rijdt door de wijnvelden naar omhoog.

 

De weersvoorspellingen waren slecht. De voorspellers voorspelden dat het eiland uitgerekend in het ‘Michel-weekend’ in ruime mate zou worden voorzien van het achterstallige regenwater, waarop iedereen die boer is op La Palma (en dat is bijna iedereen hier, uiteindelijk) met smart zat te wachten. Het voorspelde water kwam echter met vertraging en zou zich pas een paar dagen later¬† aandienen. Vandaag scheen de zon! Hadden wij even mazzel..

 

We reden op moutainbikes ‘con’, dus m√©t motortje. Onze tocht zou ons grotendeels voeren over kleine, verlaten geasfalteerde wegen en weggetjes. Eerst door de wijnvelden van de Traviesa en de Vega Norte, boven Puntagorda. Daarna door de dennenbossen op de hoog gelegen delen van de gemeente Garafia. Vervolgens in een superafdaling naar het laag gelegen Garafia zelf. Tot slot van Garafia, via het toeristentrekkergehucht Las Tricias, terug naar Puntagorda. Een prachtige afwisseling in landschappen, samen geperst in ongeveer vijftig kilometer. We deden er, inclusief horeca stops en veel fotomomenten, ongeveer vijf-en-een-half uur over.

 

Een toertocht op La Palma is volgens ons pas √©cht leuk als je tijdens je fietstocht op lege wegen door mooie natuur op gezette tijden ook iets van horeca tegen komt. Op deze route zit dat wel snor. Horeca kan je vinden bij Las Briestas, op ruim een uur na het startpunt in Puntagorda. Las Briestas is een restaurant met een binnentuin voor als het koud is en een schaduwrijk bos-terras voor op warme dagen. Vandaag was het koud, op zo’n 1.300m hoogte. Ruud, Michel en ik zaten dus op het schaduwrijke bos-terras. Twee van ons met een korte broek aan. Achteraf niet de slimste keuze, misschien. Bij Las Briestas kan je lekkere lokale gerechten eten. Of gewoon iets drinken en verder fietsen.

 

Ook op het mooie kerkplein van Garafia, ruim over de helft van de fietsroute kan je even lekker uitblazen op een terrasje in de zon. Met drie¬† Baraquito’s (sin) in de zon werden we daar weer lekker warm. Ten slotte is er het caf√©-restaurant achter het kerkje van Las Tricias, op het einde van de route, waar je ook goed kunt zitten.

 

Op de fiets hadden we een prachtige dag. Veel gezien. Veel foto’s. Niet al te veel inspanning. Een Teunisvriendelijke fietstocht dus. Aan het einde van de middag reden we weer door de straten van Puntagorda¬† om te eindigen bij het Grote Beeld¬† dat ons huis zijn naam geeft.

Als je deze route zou willen na-fietsen, maar niet over een Boeddhahuis in Puntagorda beschikt, kan je het best beginnen vanaf de parkeerplaats bij de Mercadillo. Je fiets dan over de¬† Avenida, de ‘dorpstraat’, het dorp in naar het zuiden, totdat je bij de klok aankomt. Bij de klok ga je linksaf naar boven en rijd je naar de¬† LP1.¬† Over de LP1 rijd je vervolgens een stukje van ongeveer 2 1/2km¬† naar het zuiden, tot dat je de afslag naar boven, even voorbij de Drakenboom, tegenkomt.

 

Download